|
ISSN 1725-2598 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 239 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
47e jaargang |
|
Inhoud |
|
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing |
Bladzijde |
|
|
|
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
Verordening (EG) nr. 1259/2004 van de Commissie van 8 juli 2004 tot verlening van een permanente vergunning voor bepaalde al toegelaten toevoegingsmiddelen in de diervoeding ( 1 ) |
|
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
|
|
|
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing |
|
|
|
|
Raad |
|
|
|
* |
|
|
|
Rectificaties |
|
|
|
* |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing
|
9.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 239/1 |
VERORDENING (EG) Nr. 1255/2004 VAN DE COMMISSIE
van 8 juli 2004
tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 9 juli 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 juli 2004.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw
(1) PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1947/2002 (PB L 299 van 1.11.2002, blz. 17).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 8 juli 2004 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
|
(in EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
052 |
52,9 |
|
999 |
52,9 |
|
|
0707 00 05 |
052 |
94,6 |
|
999 |
94,6 |
|
|
0709 90 70 |
052 |
80,3 |
|
999 |
80,3 |
|
|
0805 50 10 |
388 |
61,8 |
|
508 |
48,1 |
|
|
524 |
57,5 |
|
|
528 |
55,3 |
|
|
999 |
55,7 |
|
|
0808 10 20 , 0808 10 50 , 0808 10 90 |
388 |
79,0 |
|
400 |
107,3 |
|
|
404 |
116,8 |
|
|
508 |
70,5 |
|
|
512 |
76,2 |
|
|
528 |
76,7 |
|
|
720 |
82,6 |
|
|
804 |
91,1 |
|
|
999 |
87,5 |
|
|
0808 20 50 |
388 |
106,2 |
|
512 |
90,1 |
|
|
528 |
52,6 |
|
|
999 |
83,0 |
|
|
0809 10 00 |
052 |
224,7 |
|
624 |
203,1 |
|
|
999 |
213,9 |
|
|
0809 20 95 |
052 |
299,1 |
|
068 |
222,3 |
|
|
400 |
333,1 |
|
|
999 |
284,8 |
|
|
0809 30 10 , 0809 30 90 |
052 |
148,9 |
|
624 |
75,4 |
|
|
999 |
112,2 |
|
|
0809 40 05 |
512 |
91,6 |
|
624 |
193,5 |
|
|
999 |
142,6 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). De code „ 999 ” staat voor „andere oorsprong”.
|
9.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 239/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 1256/2004 VAN DE COMMISSIE
van 5 mei 2004
inzake de stopzetting van de visserij op schelvis door vaartuigen die de vlag van Duitsland voeren
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 21, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 2287/2003 van de Raad van 19 december 2003 tot vaststelling, voor 2004, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (2) zijn voor 2004 quota vastgesteld voor schelvis. |
|
(2) |
Om te garanderen dat de bepalingen inzake de kwantitatieve beperking van de vangsten van een bestand waarvoor een quotum geldt, in acht worden genomen, moet de Commissie de datum vaststellen waarop de vangsten van de vaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren, geacht worden het toegewezen quotum te hebben bereikt. |
|
(3) |
Volgens de aan de Commissie meegedeelde gegevens, hebben de hoeveelheden schelvis die in de wateren van zone ICES I, II (Noorse zone) zijn gevangen door vaartuigen die de vlag van Duitsland voeren of die in Duitsland zijn geregistreerd, het voor 2004 toegewezen quotum bereikt. Duitsland heeft de vangst uit dit bestand verboden met ingang van 9 april 2004. Deze datum moet derhalve worden aangehouden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De hoeveelheden schelvis die in de wateren van zone ICES I, II (Noorse zone) zijn gevangen door vaartuigen die de vlag van Duitsland voeren of die in Duitsland zijn geregistreerd, worden geacht het voor 2004 aan Duitsland toegewezen quotum te hebben bereikt.
De visserij op schelvis in de wateren van zone ICES I, II (Noorse zone) door vaartuigen die de vlag van Duitsland voeren of die in Duitsland zijn geregistreerd, alsmede het aan boord houden, het overladen en het lossen van vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen vanaf de datum waarop deze verordening van toepassing wordt, zijn verboden.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 9 april 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 5 mei 2004.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1954/2003 (PB L 289 van 7.11.2003, blz. 1).
|
9.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 239/4 |
VERORDENING (EG) Nr. 1257/2004 VAN DE COMMISSIE
van 7 juli 2004
inzake de stopzetting van de visserij op blauwe wijting door vaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1954/2003 (2), en met name op artikel 21, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 2287/2003 van de Raad van 19 december 2003 tot vaststelling, voor 2004, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (3) zijn voor 2004 quota vastgesteld voor blauwe wijting. |
|
(2) |
Om te garanderen dat de bepalingen inzake de kwantitatieve beperking van de vangsten van een bestand waarvoor een quotum geldt, in acht worden genomen, moet de Commissie de datum vaststellen waarop de vangsten van de vaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren, geacht worden het toegewezen quotum te hebben bereikt. |
|
(3) |
Volgens de aan de Commissie meegedeelde gegevens, hebben de hoeveelheden blauwe wijting die in de wateren van zone ICES Vb (wateren van de Faeröer) zijn gevangen door vaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren of die in een lidstaat zijn geregistreerd, het voor 2004 toegewezen quotum bereikt. De Gemeenschap heeft de vangst uit dit bestand verboden met ingang van 29 april 2004. Deze datum moet derhalve worden aangehouden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De hoeveelheden blauwe wijting die in de wateren van zone ICES Vb (wateren van de Faeröer) zijn gevangen door vaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren of die in een lidstaat zijn geregistreerd, worden geacht het voor 2004 aan de Gemeenschap toegewezen quotum te hebben bereikt.
De visserij op blauwe wijting in de wateren van zone ICES Vb (wateren van de Faeröer) door vaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren of die in een lidstaat zijn geregistreerd, alsmede het aan boord houden, het overladen en het lossen van vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen vanaf de datum waarop deze verordening van toepassing wordt, zijn verboden.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 29 april 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 7 juli 2004.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1.
|
9.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 239/5 |
VERORDENING (EG) Nr. 1258/2004 VAN DE COMMISSIE
van 8 juli 2004
tot aanvulling van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2400/96 betreffende de inschrijving van bepaalde benamingen in het „Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen” (Paia de Toucinho de Estremoz e Borba, Chouriço de Carne de Estremoz e Borba, Paia de Lombo de Estremoz e Borba, Morcela de Estremoz e Borba, Chouriço grosso de Estremoz e Borba en Paia de Estremoz e Borba)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad van 14 juli 1992 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name op artikel 6, lid 4, en artikel 7, lid 5, onder b),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 2081/92 heeft Portugal bij de Commissie zes aanvragen tot registratie als beschermde geografische aanduiding ingediend voor de benamingen „Paia de Toucinho de Estremoz e Borba”, „Chouriço de Carne de Estremoz e Borba”, „Paia de Lombo de Estremoz e Borba”, „Morcela de Estremoz e Borba”, „Chouriço grosso de Estremoz e Borba” en „Paia de Estremoz e Borba”. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2081/92 is geconstateerd dat de aanvragen aan de voorschriften van die verordening voldeden en met name alle in artikel 4 van die verordening bedoelde gegevens bevatten. |
|
(3) |
De belangrijkste gegevens uit de productdossiers van de aanvragen tot registratie van die benamingen zijn op 27 april 2002 (2) bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. |
|
(4) |
De Italiaanse Republiek heeft bij de Commissie bezwaarschriften tegen registratie van die benamingen zoals bedoeld in artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 2081/92 ingediend. |
|
(5) |
Volgens de bezwaarschriften werd niet voldaan aan de in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2081/92 gestelde voorwaarden en de bezwaarschriften waren ontvankelijk in de zin van artikel 7, lid 4, van die verordening. De Commissie heeft de twee betrokken lidstaten verzocht om overeenkomstig hun interne procedures met elkaar tot een akkoord te komen. |
|
(6) |
Omdat de Portugese Republiek en de Italiaanse Republiek niet binnen drie maanden een akkoord hebben bereikt, moet de Commissie een besluit nemen volgens de in artikel 15 van Verordening (EEG) nr. 2081/92 bedoelde procedure. |
|
(7) |
Volgens de Italiaanse Republiek kan in de eerste plaats het bewijs van de oorsprong niet worden goedgekeurd omdat het geografische productiegebied van de grondstof niet nauwkeurig is begrensd. Bovendien is ten aanzien van het gebruikte ras, gezien het feit dat niet wordt gesproken over de mogelijkheid om kruisingen te gebruiken, het bewijs van de oorsprong onvoldoende ook al zou een stamboek van dat ras bestaan. |
|
(8) |
Voor elk van de zes benamingen wordt, in aanmerking genomen dat het om beschermde geografische aanduidingen gaat, aan de in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2081/92 gestelde voorwaarden voldaan aangezien het gebied waar de verwerking plaatsvindt, nauwkeurig is begrensd en aangezien het verband met de geografische oorsprong wordt bewezen door een bepaalde faam en bijzondere organoleptische kenmerken. Het argument van de Italiaanse Republiek is niet relevant omdat het in het onderhavige geval bij het bewijs van de oorsprong moet gaan om het bewijs van de verwerking in het begrensde geografische gebied, en niet om het bewijs van de oorsprong van de grondstof. Dit neemt niet weg dat het productdossier objectieve criteria voor de keuze van de grondstof mag bevatten. |
|
(9) |
Volgens de Italiaanse Republiek kan in de tweede plaats niet worden beweerd dat het om een traditionele productie in „naar behoren erkende” bedrijven gaat, indien niet wordt vermeld welke parameters in acht moeten worden genomen en aan welke rechtssubjecten de erkenning wordt verleend. Bovendien bevatten de registratieaanvragen geen beschrijving van de bij het productieproces in acht te nemen stadia en parameters zoals bijvoorbeeld de duur van en de temperatuur bij het roken en de mogelijkheden en werkwijzen voor rijping volgens de traditionele technieken. |
|
(10) |
Uit de ter ondersteuning van de registratieaanvragen ingediende documenten blijkt dat de erkende bedrijven worden geregistreerd en worden onderworpen aan controles die het mogelijk maken om na te gaan of zij de in de productdossiers bepaalde parameters in acht nemen. De bij het productieproces in acht te nemen stadia en parameters zijn nauwkeurig omschreven in de bij de Commissie ingediende productdossiers. |
|
(11) |
Volgens de Italiaanse Republiek zouden in de derde plaats de aanvragen tot registratie van de betrokken benamingen veeleer tot doel hebben zeer gelijksoortige producten op commercieel niveau te differentiëren dan de bestaande verscheidenheid van de landbouwproductie te behouden zoals in de tweede overweging van Verordening (EEG) nr. 2081/92 wordt bepleit. |
|
(12) |
Volgens de bij de Commissie ingediende productdossiers en de door de Portugese delegatie verstrekte aanvullende informatie zijn er tussen de betrokken producten aanzienlijke verschillen op het punt van de gebruikte vleesdelen, de gebruikte kruiden, aard en duur van de droging, het gebruikte soort omhulsel, de grootte van de stukjes vlees en vet en de omvang, vorm en smaak van de eindproducten. Voorts worden de producten met verschillende namen aangeduid. |
|
(13) |
Bij de formele analyse van de productdossiers voor de producten met de benamingen „Paia de Toucinho de Estremoz e Borba”, „Chouriço de Carne de Estremoz e Borba”, „Paia de Lombo de Estremoz e Borba”, „Morcela de Estremoz e Borba”, „Chouriço grosso de Estremoz e Borba” en „Paia de Estremoz e Borba” zijn geen klaarblijkelijke beoordelingsfouten aan het licht gekomen. |
|
(14) |
Deze benamingen komen derhalve in aanmerking voor inschrijving in het „Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen” en dus voor bescherming in de hele Gemeenschap als beschermde geografische aanduiding. |
|
(15) |
De bijlage bij de onderhavige verordening vormt een aanvulling op de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2400/96 van de Commissie (3). |
|
(16) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Regelgevend Comité voor beschermde geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Verordening (EG) nr. 2400/96 wordt aangevuld met de in de bijlage bij de onderhavige verordening vermelde benamingen, die in het in artikel 6, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2081/92 bedoelde „Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen” worden ingeschreven als beschermde geografische aanduiding (BGA).
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 juli 2004.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 208 van 24.7.1992, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 1).
(2) PB C 102 van 27.4.2002, blz. 2.
(3) PB L 327 van 18.12.1996, blz. 11. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1165/2004 (PB L 224 van 25.6.2004, blz. 16).
BIJLAGE
IN BIJLAGE I BIJ VERORDENING (EEG) Nr. 2081/92 GENOEMDE PRODUCTEN VOOR MENSELIJKE CONSUMPTIE
Vleesproducten
PORTUGAL
Paia de Toucinho de Estremoz e Borba (BGA)
Chouriço de Carne de Estremoz e Borba (BGA)
Paia de Lombo de Estremoz e Borba (BGA)
Morcela de Estremoz e Borba (BGA)
Chouriço grosso de Estremoz e Borba (BGA)
Paia de Estremoz e Borba (BGA)
|
9.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 239/8 |
VERORDENING (EG) Nr. 1259/2004 VAN DE COMMISSIE
van 8 juli 2004
tot verlening van een permanente vergunning voor bepaalde al toegelaten toevoegingsmiddelen in de diervoeding
(Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1756/2002 (2), en met name op artikel 3 en artikel 9.D, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Volgens Richtlijn 70/524/EEG mag geen enkel toevoegingsmiddel in het verkeer worden gebracht zonder dat daartoe een communautaire vergunning is afgegeven. |
|
(2) |
Voor de in deel II van bijlage C bij Richtlijn 70/524/EEG bedoelde toevoegingsmiddelen, waartoe micro-organismen en enzymen behoren, kan een vergunning zonder tijdsbeperking voor een al toegelaten toevoegingsmiddel worden verleend als dat aan de voorwaarden van artikel 3.A voldoet. |
|
(3) |
Voor het gebruik van het preparaat van micro-organismen Enterococcus faecium (DSM 10663/NCIMB 10415) is bij Verordening (EG) nr. 1636/1999 van de Commissie (3) voor het eerst een voorlopige vergunning verleend voor mestkippen. |
|
(4) |
Er zijn nieuwe gegevens ingediend ter staving van een aanvraag om een vergunning zonder tijdsbeperking voor dit micro-organisme. |
|
(5) |
Uit de beoordeling van de ingediende vergunningaanvraag voor dit micro-organisme blijkt dat het voldoet aan de bij Richtlijn 70/524/EEG vereiste voorwaarden voor een vergunning zonder tijdsbeperking. |
|
(6) |
Het gebruik van dit micro-organisme voor mestkippen, zoals aangegeven in bijlage I, moet daarom zonder tijdsbeperking worden toegestaan. |
|
(7) |
Voor het gebruik van het enzympreparaat van endo-1,4-bèta-glucanase, endo-1,3(4)-bèta-glucanase en endo-1,4-bèta-xylanase, geproduceerd door Trichoderma longibrachiatum (ATCC 74 252), voor mestkippen is bij Verordening (EG) nr. 1436/1998 van de Commissie (4) voor het eerst een voorlopige vergunning verleend voor de vloeibare vorm en bij Verordening (EG) nr. 937/2001 van de Commissie (5) voor de korrelvorm. |
|
(8) |
Voor het gebruik van het preparaat van endo-1,3(4)-bèta-glucanase, geproduceerd door Aspergillus aculeatus (CBS 589.94), is bij Verordening (EG) nr. 654/2000 van de Commissie (6) voor het eerst een voorlopige vergunning verleend voor mestkippen. |
|
(9) |
Voor het gebruik van het enzympreparaat endo-1,3(4)-bèta-glucanase en endo-1,4-bèta-xylanase, geproduceerd door Penicillium funiculosum (IMI SD 101), is bij Verordening (EG) nr. 866/1999 van de Commissie (7) voor het eerst een voorlopige vergunning verleend voor mestkippen. |
|
(10) |
Voor het gebruik van het preparaat van endo-1,4-bèta-xylanase, geproduceerd door Aspergillus niger (CBS 520.94), is bij Verordening (EG) nr. 1436/1998 van de Commissie (8) voor het eerst een voorlopige vergunning verleend voor mestkippen. |
|
(11) |
Voor het gebruik van het enzympreparaat endo-1,4-bèta-xylanase, geproduceerd door Bacillus subtilis (LMG-S 15136), voor mestkippen is bij Verordening (EG) nr. 1353/2000 van de Commissie (9) voor het eerst een voorlopige vergunning verleend voor de vaste vorm en bij Verordening (EG) nr. 2188/2002 van de Commissie (10) voor de vloeibare vorm. |
|
(12) |
Er zijn nieuwe gegevens ingediend ter staving van de aanvragen om een vergunning zonder tijdsbeperking voor deze preparaten van micro-organismen. |
|
(13) |
Uit de beoordeling van de ingediende vergunningaanvragen voor deze enzympreparaten blijkt dat zij voldoen aan de bij Richtlijn 70/524/EEG vereiste voorwaarden voor een vergunning zonder tijdsbeperking. |
|
(14) |
Het gebruik van deze enzympreparaten voor mestkippen, onder de voorwaarden die zijn vermeld in de bijlagen II, III, IV, V en VI, moet daarom zonder tijdsbeperking worden toegestaan. |
|
(15) |
Uit de beoordeling van deze aanvragen blijkt dat er bepaalde procedures nodig zijn om de werknemers tegen blootstelling aan de in de bijlagen opgenomen toevoegingsmiddelen te beschermen. Die bescherming dient te worden gewaarborgd door toepassing van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (11), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (12). |
|
(16) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor het tot de groep „Micro-organismen” behorende preparaat dat in bijlage I wordt vermeld, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel in de diervoeding verleend.
Artikel 2
Voor de tot de groep „Enzymen” behorende preparaten die in de bijlagen II, III, IV, V en VI worden vermeld, wordt onder de in die bijlagen vastgestelde voorwaarden een voorlopige vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel in de diervoeding verleend.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 juli 2004.
Voor de Commissie
David BYRNE
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1.
(2) PB L 265 van 3.10.2002, blz. 1.
(3) PB L 194 van 27.7.1999, blz. 17.
(4) PB L 191 van 7.7.1998, blz. 15.
(5) PB L 130 van 12.5.2001, blz. 25.
(6) PB L 79 van 30.3.2000, blz. 26.
(7) PB L 108 van 27.4.1999, blz. 21.
(8) PB L 191 van 7.7.1998, blz. 15.
(9) PB L 155 van 28.6.2000, blz. 15.
(10) PB L 333 van 10.12.2002, blz. 5.
BIJLAGE I
|
EG-nr. |
Toevoegingsmiddel |
Chemische formule, beschrijving |
Diersoort of -categorie |
Maximumleeftijd |
Minimum |
Maximum |
Andere bepalingen |
Einde van de vergunningperiode |
||||||
|
CFU/kg volledig diervoeder |
||||||||||||||
|
Micro-organismen |
||||||||||||||
|
E 1707 |
Enterococcus faecium DSM 10663/NCIMB 10415 |
Bereiding van Enterococcus faecium met ten minste
|
Mestkippen |
— |
1 × 109 |
1 × 109 |
In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden Mag worden gebruikt in mengvoeders die de volgende toegestane coccidiostatica bevatten: diclazuril, halofuginone, lasalocide-natrium, maduramicine-ammonium, monensin-natrium, robenidine |
Zonder tijdsbeperking |
||||||
BIJLAGE II
|
EG-nr. |
Toevoegingsmiddel |
Chemische formule, beschrijving |
Diersoort of -categorie |
Maximumleeftijd |
Minimum |
Maximum |
Andere bepalingen |
Einde van de vergunningperiode |
||||||||||||||||||||||||
|
Aantal activiteitseenheden/kg volledig diervoeder |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Enzymen |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
E 1602 |
|
Bereiding van endo-1,4-bèta-glucanase, endo-1,3(4)-bèta-glucanase en endo-1,4-bèta-xylanase, geproduceerd door Trichoderma longibrachiatum (ATCC 74 252), met een minimale activiteit van: vloeibaar en korrels:
|
Mestkippen |
— |
Endo-1,4-bèta-glucanase: 400 U |
— |
|
Zonder tijdsbeperking |
||||||||||||||||||||||||
|
endo-1,3(4)-bèta-glucanase: 900 U |
— |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
endo-1,4-bèta-xylanase: 1 300 U |
— |
|||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1 U is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 5,0 en een temperatuur van 40 oC 0,1 micromol glucose per minuut vrijmaakt uit carboxymethylcellulose.
(2) 1 U is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 5,0 en een temperatuur van 40 oC 0,1 micromol glucose per minuut vrijmaakt uit bèta-glucaan van gerst.
(3) 1 U is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 5,0 en een temperatuur van 40 oC 0,1 micromol glucose per minuut vrijmaakt uit haverxylaan.
BIJLAGE III
|
EG-nr. |
Toevoegingsmiddel |
Chemische formule, beschrijving |
Diersoort of -categorie |
Maximum-leeftijd |
Minimum |
Maximum |
Andere bepalingen |
Einde van de vergunning¬periode |
||||||||||
|
Aantal activiteitseenheden/kg volledig diervoeder |
||||||||||||||||||
|
Enzymen |
||||||||||||||||||
|
E 1603 |
Endo-1,3(4)-bèta-glucanase EC 3.2.1.6 |
Bereiding van endo-1,3(4)-bèta-glucanase, geproduceerd door Aspergillus aculeatus (CBS 589.94), met een minimale activiteit van:
|
Mestkippen |
— |
10 FBG |
— |
|
Zonder tijdsbeperking |
||||||||||
(1) 1 FBG is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 5,0 en een temperatuur van 30 °C 1 micromol reducerende suikers (glucose-equivalent) per minuut vrijmaakt uit bèta-glucaan van gerst.
BIJLAGE IV
|
EG-nr. |
Toevoegingsmiddel |
Chemische formule, beschrijving |
Diersoort of -categorie |
Maximumleeftijd |
Minimum |
Maximum |
Andere bepalingen |
Einde van de vergunningperiode |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Aantal activiteitseenheden/kg volledig diervoeder |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Enzymen |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
E 1604 |
|
Bereiding van endo-1,3(4)-bèta-glucanase en endo-1,4-bèta-xylanase, geproduceerd door Penicillium funiculosum (IMI SD 101), met een minimale activiteit van:
|
Mestkippen |
— |
|
— |
|
Zonder tijdsbeperking |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1 U is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 5,0 en een temperatuur van 50 °C 5,55 micromol reducerende suikers (maltose-equivalent) per minuut vrijmaakt uit bèta-glucaan van gerst.
(2) 1 U is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 5,5 en een temperatuur van 50 °C 4,00 micromol reducerende suikers (maltose-equivalent) per minuut vrijmaakt uit berkenhoutxylaan.
BIJLAGE V
|
EG-nr. |
Toevoegingsmiddel |
Chemische formule, beschrijving |
Diersoort of -categorie |
Maximumleeftijd |
Minimum |
Maximum |
Andere bepalingen |
Einde van de vergunningperiode |
||||||||||
|
Aantal activiteitseenheden/kg volledig diervoeder |
||||||||||||||||||
|
Enzymen |
||||||||||||||||||
|
E 1605 |
Endo-1,4-bèta-xylanase EC 3.2.1.8 |
Bereiding van endo-1,4-bèta-xylanase, geproduceerd door Aspergillus niger (CBS 520.94), met een minimale activiteit van:
|
Mestkippen |
— |
300 U |
— |
|
Zonder tijdsbeperking |
||||||||||
(1) U is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 5,3 en een temperatuur van 50 °C 1 micromol xylose per minuut vrijmaakt uit berkenhoutxylaan.
BIJLAGE VI
|
EG-nr. |
Toevoegingsmiddel |
Chemische formule, beschrijving |
Diersoort of -categorie |
Maximumleeftijd |
Minimum |
Maximum |
Andere bepalingen |
Einde van de vergunningperiode |
||||||||
|
Aantal activiteitseenheden/kg volledig diervoeder |
||||||||||||||||
|
Enzymen |
||||||||||||||||
|
E 1606 |
Endo-1,4-bèta-xylanase EC 3.2.1.8 |
Bereiding van endo-1,4-bèta-xylanase, geproduceerd door Bacillus subtilis (LMG-S 15136), met een minimale activiteit van:
|
Mestkippen |
— |
10 IU |
— |
|
Zonder tijdsbeperking |
||||||||
(1) 1 IU is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 4,5 en een temperatuur van 30 °C 1 micromol reducerende suikers (xylose-equivalent) per minuut vrijmaakt uit berkenhoutxylaan.
|
9.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 239/16 |
VERORDENING (EG) Nr. 1260/2004 VAN DE COMMISSIE
van 8 juli 2004
houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 838/2004 betreffende overgangsmaatregelen voor de invoer van bananen in de Gemeenschap in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op het Verdrag betreffende de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije,
Gelet op de Akte van toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, en met name op artikel 41, eerste alinea,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 404/93 van de Raad van 13 februari 1993 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector bananen (1),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 896/2001 van de Commissie (2) zijn de toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 404/93 ten aanzien van de regeling voor de invoer van bananen in de Gemeenschap vastgesteld. |
|
(2) |
Bij Verordening (EG) nr. 838/2004 van de Commissie (3), zijn de overgangsmaatregelen goedgekeurd die nodig zijn met het oog op een vlotte overschakeling van de vóór de toetreding in de nieuwe lidstaten bestaande regelingen, naar de invoerregeling die voortvloeit uit de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector bananen. Om de bevoorrading van de markt met name in de nieuwe lidstaten te garanderen, is in aanvulling op de contingenten die op grond van artikel 18, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 404/93 zijn geopend voor de invoer van producten uit alle derde landen, voor de periode van 1 mei tot en met 31 december 2004 tijdelijk een extra hoeveelheid vastgesteld waarvoor dezelfde tariefvoorwaarden gelden. |
|
(3) |
Bij Verordening (EG) nr. 838/2004 zijn met het oog op de afgifte van invoercertificaten voor een eerste tranche begin mei 2004 de nodige maatregelen getroffen voor de vaststelling van een voorlopige referentiehoeveelheid voor de traditionele marktdeelnemers of een voorlopige toewijzing voor de niet-traditionele marktdeelnemers. Die voorlopige vaststelling moet de bevoegde nationale autoriteiten in staat stellen de door de marktdeelnemers overgelegde documenten en bewijsstukken te controleren en te verifiëren, de verklaringen die zijn afgelegd op grond van de artikelen 4 en 5 van Verordening (EG) nr. 414/2004 van de Commissie (4) of de door de nieuwe lidstaten in dit verband vastgestelde nationale bepalingen aan te passen, en, in voorkomend geval, de mededelingen als bedoeld in artikel 7, lid 3, van die verordening of in de daartoe door de nieuwe lidstaten goedgekeurde nationale bepalingen tijdig te verbeteren vóórdat een nieuwe tranche van de extra hoeveelheid wordt geopend. |
|
(4) |
Nadat deze controles door de lidstaten in samenwerking met de Commissie zijn uitgevoerd, moeten de bevoegde nationale autoriteiten op basis van meegedeelde geconsolideerde gegevens per geval de specifieke referentiehoeveelheid voor traditionele marktdeelnemers of de specifieke toewijzing voor niet-traditionele marktdeelnemers vaststellen voor de periode van 1 mei tot en met 31 december 2004. Rekening houdend met de moeilijkheden die de traditionele marktdeelnemers ondervinden bij het verkrijgen van een afschrift van de vereiste bewijzen dat de goederen in het land van bestemming in het vrije verkeer zijn gebracht, moet worden bepaald dat deze specifieke referentiehoeveelheid wordt vastgesteld aan de hand van de documenten en bewijsstukken als bedoeld in artikel 6, leden 2 en 4, van Verordening (EG) nr. 414/2004, gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 689/2004. |
|
(5) |
Om de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 838/2004 vastgestelde extra hoeveelheid te beheren, moeten enerzijds de op de totale hoeveelheid toe te passen coëfficiënten die door de lidstaten zijn meegedeeld, worden vastgesteld en moet anderzijds worden voorzien in de vaststelling van het aanpassingscoëfficiënt dat de bevoegde autoriteiten moeten toepassen op de individuele hoeveelheid van elke marktdeelnemer voor de periode van 1 mei tot en met 31 december 2004. |
|
(6) |
Voor de tweede tranche van juli 2004 moet de beschikbare hoeveelheid waarvoor met het oog op de invoer van bananen in de nieuwe lidstaten certificaten kunnen worden afgegeven, worden vastgesteld en moeten voorschriften worden vastgesteld voor de indiening van de aanvragen en de afgifte van de certificaten. |
|
(7) |
Het is dienstig de uitvoeringsbepalingen vast te stellen voor het beheer van de extra hoeveelheid voor het laatste kwartaal van 2004. |
|
(8) |
Derhalve moet Verordening (EG) nr. 838/2004 dienovereenkomstig worden gewijzigd. De bepalingen van deze verordening moeten in werking treden op het moment van hun bekendmaking, zodat de invoercertificaten in de maand juli kunnen worden afgegeven. |
|
(9) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor bananen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 838/2004 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De artikelen 5, 6, 7 en 8 worden vervangen door: „Artikel 5 Beschikbare hoeveelheid voor de tweede periode van afgifte van certificaten in juli 2004 Met het oog op de invoer van bananen in de nieuwe lidstaten is voor de tweede periode van afgifte van certificaten in juli 2004 een hoeveelheid van 105 000 ton beschikbaar. De traditionele en de niet-traditionele marktdeelnemers krijgen toegang tot respectievelijk 87 150 en 17 850 ton van die hoeveelheid. Artikel 6 Specifieke referentiehoeveelheid voor de traditionele marktdeelnemers voor de periode van 1 mei tot en met 31 december 2004 1. Voor elke traditionele marktdeelnemer die in het kader van primaire invoer in één van de jaren 2000, 2001 en 2002 van de referentieperiode de minimumhoeveelheid bananen heeft ingevoerd om deze in een of meer van de nieuwe lidstaten te verkopen, stellen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de marktdeelnemer is geregistreerd, voor de periode van 1 mei tot en met 31 december 2004, een specifieke referentiehoeveelheid vast op basis van het gemiddelde van de primaire invoer in de hierboven vermelde periode van drie jaar. Deze referentiehoeveelheid wordt vastgesteld aan de hand van de bewijsstukken als bedoeld in artikel 6, lid 2 en lid 4, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 414/2004. Deze specifieke referentiehoeveelheid wordt berekend door op het in de vorige alinea bedoelde jaargemiddelde van de primaire invoer een coëfficiënt van 0,667 toe te passen. 2. Rekening houdend met de door de lidstaten verrichte mededelingen en afhankelijk van de in artikel 3 vastgestelde hoeveelheid, stelt de Commissie zo nodig een aanpassingscoëfficiënt vast die moet worden toegepast op de specifieke referentiehoeveelheid van elke traditionele marktdeelnemer. 3. De bevoegde autoriteiten delen elke traditionele marktdeelnemer uiterlijk de tweede werkdag volgende op die van de bekendmaking van de verordening waarbij deze coëfficiënt wordt vastgesteld, zijn specifieke referentiehoeveelheid mee, zo nodig aangepast aan de hand van de in lid 2 bedoelde aanpassingscoëfficiënt. Artikel 7 Specifieke toewijzing van de niet-traditionele marktdeelnemers voor de periode van 1 mei tot en met 31 december 2004 1. De bevoegde autoriteiten stellen voor de periode van 1 mei tot en met 31 december 2004 een specifieke toewijzing vast voor elke bij hen geregistreerde niet-traditionele marktdeelnemer. Rekening houdend met de door de lidstaten verrichte mededelingen en afhankelijk van de in artikel 3 vastgestelde hoeveelheid, stelt de Commissie zo nodig een aanpassingscoëfficiënt vast die moet worden toegepast op de aanvraag om een specifieke toewijzing van elke niet-traditionele marktdeelnemer. 2. De bevoegde autoriteiten delen elke niet-traditionele marktdeelnemer uiterlijk op de tweede werkdag volgende op die van de bekendmaking van de verordening waarbij deze coëfficiënt wordt vastgesteld, de hem toegewezen hoeveelheid mee. Artikel 8 Indiening van certificaataanvragen en afgifte van certificaten 1. De aanvragen voor invoercertificaten worden ingediend bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de marktdeelnemer is geregistreerd. 2. De invoercertificaten (hierna „toetredingscertificaten” genoemd) worden uitsluitend afgegeven voor het in het vrije verkeer brengen in een nieuwe lidstaat. 3. In de certificaataanvragen wordt de vermelding „Toetredingscertificaat” aangebracht, alsmede, naar gelang van het geval, „Traditionele marktdeelnemer” of „Niet-traditionele marktdeelnemer” en „Verordening (EG) nr. 838/2004. Certificaat uitsluitend geldig in een nieuwe lidstaat”. Deze vermeldingen worden aangebracht in vak 20 van het certificaat.” |
|
2) |
De volgende artikelen worden ingevoegd: „Artikel 8 bis Indiening van de aanvragen en afgifte van de certificaten voor de tweede periode, in juli 2004 1. De certificaataanvragen voor de tweede periode worden uiterlijk ingediend op de zesde werkdag volgende op die van de bekendmaking van deze verordening. Om in aanmerking te worden genomen, moet/moeten de door een marktdeelnemer ingediende certificaataanvraag/certificaataanvragen betrekking hebben op een totale hoeveelheid die niet groter is dan:
De nationale autoriteiten geven de invoercertificaten onverwijld af. 2. De op grond van het onderhavige artikel afgegeven invoercertificaten zijn geldig vanaf de dag van werkelijke afgifte tot en met 7 oktober 2004. Artikel 8 ter Indiening van de aanvragen en afgifte van de certificaten voor de derde periode, in september 2004 1. Voor de derde periode waarin certificaten worden afgegeven, in september 2004, worden de certificaataanvragen ingediend overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EG) nr. 896/2001. 2. Om in aanmerking te worden genomen, mogen de certificaataanvragen in het kader van de extra hoeveelheid die,
3. De in dit artikel bedoelde certificaten worden afgegeven overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EG) nr. 896/2001.”. |
Artikel 2
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 juli 2004.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 47 van 25.2.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij de Akte van toetreding van 2003.
(2) PB L 126 van 8.5.2001, blz. 6. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 838/2004 (PB L 127 van 29.4.2004, blz. 52).
(3) PB L 127 van 29.4.2004, blz. 52.
(4) PB L 68 van 6.3.2004, blz. 6. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 689/2004 (PB L 106 van 15.4.2004, blz. 17).
|
9.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 239/19 |
VERORDENING (EG) Nr. 1261/2004 VAN DE COMMISSIE
van 8 juli 2004
houdende vaststelling van de restituties die worden toegepast voor bepaalde producten van de sector granen en de sector rijst, uitgevoerd in de vorm van niet in bijlage I bij het Verdrag vermelde goederen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3072/95 van de Raad van 22 december 1995 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt (2), en met name op artikel 13, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 en artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 3072/95 kan het verschil tussen de noteringen of de prijzen op de wereldmarkt voor de in artikel 1 van deze beide verordeningen bedoelde producten enerzijds en de prijzen in de Gemeenschap anderzijds door een restitutie bij de uitvoer worden overbrugd. |
|
(2) |
In Verordening (EG) nr. 1520/2000 van de Commissie van 13 juli 2000 tot vaststelling van de gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen voor de regeling aangaande de toekenning van restituties bij uitvoer en de criteria voor de vaststelling van het restitutiebedrag betreffende bepaalde landbouwproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen (3), is omschreven voor welke van die producten een restitutie dient te worden vastgesteld bij uitvoer in de vorm van goederen, bedoeld naar gelang van het geval in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1784/2003 of bijlage B bij Verordening (EG) nr. 3072/95. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 4, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1520/2000 moet de restitutie per 100 kg van elk van de betrokken basisproducten voor iedere maand worden vastgesteld. |
|
(4) |
De naleving van de verplichtingen die zijn aangegaan met betrekking tot de restitutie die kan worden toegekend bij uitvoer van landbouwproducten die zijn verwerkt in niet onder bijlage I bij het Verdrag vallende goederen, kan in het gedrang komen door de vaststelling vooraf van hoge restituties. In deze situatie moeten derhalve vrijwaringsmaatregelen worden genomen zonder dat daardoor de sluiting van langetermijncontracten wordt verhinderd. De vaststelling van een specifieke restitutie voor de voorfixatie van restituties is een maatregel die aan deze verschillende doelstellingen beantwoordt. |
|
(5) |
Rekening houdend met de regeling tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika met betrekking tot de uitvoer van deegwaren uit de Gemeenschap naar de Verenigde Staten, goedgekeurd bij Besluit 87/482/EEG van de Raad (4), dient de restitutie voor goederen van de GN-codes 1902 11 00 en 1902 19 00 naar gelang van de bestemming te worden gedifferentieerd. |
|
(6) |
Overeenkomstig artikel 4, leden 3 en 5, van Verordening (EG) nr. 1520/2000, moet een verlaagde restitutievoet worden vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met het bedrag van de restitutie bij de productie, dat krachtens Verordening (EEG) nr. 1722/93 van de Commissie (5) van toepassing is op het verwerkte basisproduct, en dat geldig is tijdens de veronderstelde periode van de vervaardiging van de goederen. |
|
(7) |
Alcoholhoudende dranken worden geacht minder gevoelig te zijn voor de prijs van de granen die voor de vervaardiging ervan worden gebruikt. In Protocol 19 van het Verdrag betreffende de toetreding van het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken wordt evenwel bepaald dat de noodzakelijke maatregelen moeten worden vastgesteld om het gebruik van granen uit de Gemeenschap voor de vervaardiging van alcoholhoudende dranken uit granen te vergemakkelijken. Daarom moet de restitutie die wordt toegepast op granen die in de vorm van alcoholhoudende dranken worden uitgevoerd, worden aangepast. |
|
(8) |
Een strikt beheer moet gewaarborgd blijven, waarbij rekening wordt gehouden met enerzijds de ramingen van de uitgaven en anderzijds de beschikbaarheid van de begrotingsmiddelen. |
|
(9) |
Het Comité van beheer voor granen heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De restituties die worden toegepast voor de in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 1520/2000 genoemde basisproducten die tevens zijn bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 of artikel 1, lid 1, van Verordening (EG) nr. 3072/95 en die worden uitgevoerd in de vorm van goederen vermeld in bijlage III van Verordening (EG) nr. 1784/2003, respectievelijk bijlage B van Verordening (EG) nr. 3072/95, worden vastgesteld zoals in de bijlage bij deze verordening is aangegeven.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 9 juli 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 juli 2004.
Voor de Commissie
Erkki LIIKANEN
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.
(2) PB L 329 van 30.12.1995, blz. 18. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 411/2002 van de Commissie (PB L 62 van 5.3.2002, blz. 27).
(3) PB L 177 van 15.7.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 543/2004 (PB L 87 van 25.3.2004, blz. 8).
(4) PB L 275 van 29.9.1987, blz. 36.
(5) PB L 159 van 1.7.1993, blz. 112. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 216/2004 (PB L 36 van 7.2.2004, blz. 13).
BIJLAGE
Restituties die worden toegepast vanaf 9 juli 2004 voor bepaalde producten van de sector granen en de sector rijst, uitgevoerd in de vorm van niet in bijlage I bij het Verdrag vermelde goederen
|
(EUR/100 kg) |
|||
|
GN-code |
Omschrijving (1) |
Restitutievoet per 100 kg basisproduct |
|
|
Bij vaststelling vooraf van de restituties |
Overige gevallen |
||
|
1001 10 00 |
Harde tarwe: |
|
|
|
– in geval van uitvoer van goederen van de GN-codes 1902 11 en 1902 19 naar de Verenigde Staten van Amerika |
— |
— |
|
|
– in andere gevallen |
— |
— |
|
|
1001 90 99 |
Zachte tarwe en mengkoren: |
|
|
|
– in geval van uitvoer van goederen van de GN-codes 1902 11 en 1902 19 naar de Verenigde Staten van Amerika |
— |
— |
|
|
– in andere gevallen: |
|
|
|
|
– – in geval van toepassing van artikel 4, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1520/2000 (2) |
— |
— |
|
|
– – in geval van uitvoer van goederen van post 2208 (3) |
— |
— |
|
|
– – in andere gevallen |
— |
— |
|
|
1002 00 00 |
Rogge |
— |
— |
|
1003 00 90 |
Gerst |
|
|
|
– in geval van uitvoer van goederen van post 2208 (3) |
— |
— |
|
|
– in andere gevallen |
— |
— |
|
|
1004 00 00 |
Haver |
— |
— |
|
1005 90 00 |
Maïs, gebruikt in de vorm van: |
|
|
|
– zetmeel: |
|
|
|
|
– – in geval van toepassing van artikel 4, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1520/2000 (2) |
3,747 |
3,747 |
|
|
– – in geval van uitvoer van goederen van post 2208 (3) |
1,752 |
1,752 |
|
|
– – in andere gevallen |
3,747 |
3,747 |
|
|
– glucose, glucosestroop, maltodextrine, maltodextrinestroop van de GN-codes 1702 30 51 , 1702 30 59 , 1702 30 91 , 1702 30 99 , 1702 40 90 , 1702 90 50 , 1702 90 75 , 1702 90 79 , 2106 90 55 (4): |
|
|
|
|
– – in geval van toepassing van artikel 4, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1520/2000 (2) |
2,810 |
2,810 |
|
|
– – in geval van uitvoer van goederen van post 2208 (3) |
1,314 |
1,314 |
|
|
– – in andere gevallen |
2,810 |
2,810 |
|
|
– in geval van uitvoer van goederen van post 2208 (3) |
1,752 |
1,752 |
|
|
– andere (als zodanig) |
3,747 |
3,747 |
|
|
Aardappelzetmeel van GN-code 1108 13 00 gelijkgesteld aan een verwerkingsproduct van maïs: |
|
|
|
|
– in geval van toepassing van artikel 4, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1520/2000 (2) |
3,747 |
3,747 |
|
|
– in geval van uitvoer van goederen van post 2208 (3) |
1,752 |
1,752 |
|
|
– in andere gevallen |
3,747 |
3,747 |
|
|
ex 1006 30 |
Volwitte rijst: |
|
|
|
– rondkorrelig |
— |
— |
|
|
– halflangkorrelig |
— |
— |
|
|
– langkorrelig |
— |
— |
|
|
1006 40 00 |
Breukrijst |
— |
— |
|
1007 00 90 |
Graansorgho m.u.v. hybriden van graansorgho, bestemd voor zaaidoeleinden |
— |
— |
(1) Voor de landbouwproducten verkregen door verwerking van het basisproduct en/of gelijkgesteld, moeten de coëfficiënten vermeld in bijlage E bij Verordening (EG) nr. 1520/2000 van de Commissie (PB L 177 van 15.7.2000, blz. 1), worden gebruikt.
(2) De betrokken goederen vallen onder GN-code 3505 10 50 .
(3) Goederen opgenomen in bijlage III van Verordening (EG) nr. 1784/2003 of bedoeld in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2825/93.
(4) Voor stropen van de GN-codes 1702 30 99 , 1702 40 90 en 1702 60 90 , verkregen door het mengen van glucose- en fructosestropen, geeft alleen glucosestroop recht op uitvoerrestitutie.
|
9.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 239/23 |
VERORDENING (EG) Nr. 1262/2004 VAN DE COMMISSIE
van 8 juli 2004
tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 1210/2004 voor het verkoopseizoen 2004/2005 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten van de sector suiker
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 1423/95 van de Commissie van 23 juni 1995 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de invoer van producten uit de sector suiker, andere dan melasse (2), en met name op artikel 1, lid 2, tweede alinea, tweede zin, en artikel 3, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De representatieve prijzen en de aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en bepaalde stropen voor het verkoopseizoen 2004/2005 zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1210/2004 van de Commissie (3). Deze prijzen en invoerrechten zijn gewijzigd bij Verordening (EG) Nr. 1253/2004 van de Commissie (4). |
|
(2) |
De bovenbedoelde prijzen en invoerrechten moeten op grond van de gegevens waarover de Commissie nu beschikt, overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1423/95 worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bij Verordening (EG) nr. 1210/2004 voor het verkoopseizoen 2004/2005 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1423/95 bedoelde producten worden gewijzigd zoals aangegeven in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 9 juli 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 juli 2004.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw
(1) PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 39/2004 van de Commissie (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 16).
(2) PB L 141 van 24.6.1995, blz. 16. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 624/98 (PB L 85 van 20.3.1998, blz. 5).
BIJLAGE
Met ingang van 9 juli 2004 geldende gewijzigde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en de producten van GN-code 1702 90 99
|
(EUR) |
||
|
GN-code |
Representatieve prijs per 100 kg nettogewicht van het betrokken product |
Aanvullend invoerrecht per 100 kg nettogewicht van het betrokken product |
|
1701 11 10 (1) |
18,69 |
6,96 |
|
1701 11 90 (1) |
18,69 |
12,86 |
|
1701 12 10 (1) |
18,69 |
6,77 |
|
1701 12 90 (1) |
18,69 |
12,35 |
|
1701 91 00 (2) |
20,89 |
15,78 |
|
1701 99 10 (2) |
20,89 |
10,34 |
|
1701 99 90 (2) |
20,89 |
10,34 |
|
1702 90 99 (3) |
0,21 |
0,43 |
(1) Vastgesteld voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage I, punt II, bij Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad (PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1).
(2) Vastgesteld voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage I, punt I, bij Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad (PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1).
(3) Vastgesteld per procentpunt sacharosegehalte.
|
9.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 239/25 |
VERORDENING (EG) Nr. 1263/2004 VAN DE COMMISSIE
van 8 juli 2004
tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 1226/2004 vastgestelde restituties bij uitvoer van witte en ruwe suiker in onveranderde vorm
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), en met name op artikel 27, lid 5, derde alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De bij uitvoer van witte en ruwe suiker in onveranderde vorm toe te passen restituties zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1226/2004 van de Commissie (2). |
|
(2) |
De gegevens waarover de Commissie nu beschikt, verschillen van die bij de goedkeuring van Verordening (EG) nr. 1226/2004, zodat de restitutiebedragen moeten worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bij Verordening (EG) nr. 1260/2001 vastgestelde restituties bij uitvoer, in onveranderde vorm, van de in artikel 1, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1226/2004 bedoelde, niet-gedenatureerde producten worden overeenkomstig de bijlage gewijzigd.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 9 juli 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 juli 2004.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 39/2004 van de Commissie (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 16).
BIJLAGE
GEWIJZIGDE BEDRAGEN VAN DE RESTITUTIES BIJ UITVOER VAN WITTE SUIKER EN RUWE SUIKER IN ONVERANDERDE VORM VAN TOEPASSING VANAF 9 JULI 2004
|
Productcode |
Bestemming |
Meeteenheid |
Restitutiebedrag |
|||
|
1701 11 90 91 00 |
S00 |
EUR/100 kg |
41,68 (1) |
|||
|
1701 11 90 99 10 |
S00 |
EUR/100 kg |
40,10 (1) |
|||
|
1701 12 90 91 00 |
S00 |
EUR/100 kg |
41,68 (1) |
|||
|
1701 12 90 99 10 |
S00 |
EUR/100 kg |
40,10 (1) |
|||
|
1701 91 00 90 00 |
S00 |
EUR/1 % saccharose × 100 kg nettogewicht product |
0,4532 |
|||
|
1701 99 10 91 00 |
S00 |
EUR/100 kg |
45,32 |
|||
|
1701 99 10 99 10 |
S00 |
EUR/100 kg |
43,59 |
|||
|
1701 99 10 99 50 |
S00 |
EUR/100 kg |
43,59 |
|||
|
1701 99 90 91 00 |
S00 |
EUR/1 % saccharose × 100 kg nettogewicht product |
0,4532 |
|||
|
NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A ” zijn vastgesteld in de gewijzigde Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1). De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). De andere bestemmingen worden als volgt vastgesteld:
|
||||||
(1) Dit bedrag geldt voor ruwe suiker met een rendement van 92 %. Indien het rendement van de geëxporteerde ruwe suiker afwijkt van 92 %, wordt het bedrag van de toe te passen restitutie berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 28, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1260/2001.
|
9.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 239/27 |
VERORDENING (EG) Nr. 1264/2004 VAN DE COMMISSIE
van 8 juli 2004
tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van op basis van granen en rijst verwerkte producten
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), inzonderheid op artikel 13, lid 3,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3072/95 van de Raad van 22 december 1995 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt (2), inzonderheid op artikel 13, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Volgens artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 en artikel 13 van Verordening (EG) nr. 3072/95 kan het verschil tussen de noteringen of de prijzen op de wereldmarkt voor de in artikel 1 van deze verordeningen genoemde producten en de prijzen van deze producten in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij de uitvoer. |
|
(2) |
Krachtens artikel 13 van Verordening (EG) nr. 3072/95 moeten de restituties worden vastgesteld met inachtneming van de bestaande situatie en de vooruitzichten voor de ontwikkeling, enerzijds van de beschikbare hoeveelheden granen, rijst en breukrijst, evenals van hun prijzen op de markt van de Gemeenschap, en anderzijds van de prijzen van granen, rijst en breukrijst en de producten in de sector granen op de wereldmarkt. Krachtens deze artikelen moeten ook waarborgen worden geschapen dat op de graan- en rijstmarkten een evenwichtige toestand heerst en een natuurlijke ontwikkeling op het gebied van de prijzen en de handel plaatsvindt en moet bovendien rekening worden gehouden met het economische aspect van de bedoelde uitvoer en de noodzaak verstoringen op de markt van de Gemeenschap te vermijden. |
|
(3) |
Verordening (EG) nr. 1518/95 van de Commissie (3) betreffende de regeling voor de invoer en de uitvoer van op basis van granen en rijst verwerkte producten heeft in artikel 4 de specifieke criteria vastgesteld waarmee rekening moet worden gehouden voor de berekening van de restitutie voor deze producten. |
|
(4) |
Het is wenselijk de aan bepaalde verwerkte producten toe te kennen restitutie, al naar gelang van het product, hoger of lager vast te stellen volgens het asgehalte, het gehalte aan ruwe celstof, het gehalte aan doppen, het eiwitgehalte, het vetgehalte of het zetmeelgehalte, daar deze gehaltes van bijzondere betekenis zijn voor de hoeveelheid basisproduct die werkelijk voor de vervaardiging van het verwerkte product is gebruikt. |
|
(5) |
Ten aanzien van maniokwortel en andere tropische wortels en knollen en het daarvan vervaardigde meel behoeft het economische aspect van de uitvoeren die zouden kunnen worden overwogen, in het bijzonder gezien de aard en de herkomst van deze producten, op het ogenblik geen vaststelling van een restitutie bij uitvoer. Voor bepaalde verwerkte producten is het, gezien het geringe aandeel van de Gemeenschap aan de wereldhandel, op het ogenblik niet noodzakelijk een restitutie bij uitvoer vast te stellen. |
|
(6) |
De situatie op de wereldmarkt of de specifieke eisen van bepaalde markten voor zekere producten kunnen een differentiatie van de restitutie, naar gelang van de bestemming, nodig maken. |
|
(7) |
De restitutie moet eenmaal per maand worden vastgesteld. Zij kan in de tussentijd worden gewijzigd. |
|
(8) |
Bepaalde verwerkte producten op basis van maïs kunnen een warmtebehandeling ondergaan, waardoor een restitutie zou kunnen worden uitgekeerd die niet overeenstemt met de kwaliteit van het product. Duidelijk moet worden aangegeven dat deze producten, die voorgegelatineerd zetmeel bevatten, niet in aanmerking komen voor uitvoerrestituties. |
|
(9) |
Het Comité van beheer voor granen heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De restituties bij uitvoer van de in artikel 1, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 1784/2003 en in artikel 1, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 3072/95 bedoelde producten, waarop Verordening (EG) nr. 1518/95 van toepassing is, worden vastgesteld in overeenstemming met de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 9 juli 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 juli 2004.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.
(2) PB L 329 van 30.12.1995, blz. 18. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 411/2002 van de Commissie (PB L 62 van 5.3.2002, blz. 27).
(3) PB L 147 van 30.6.1995, blz. 55. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2993/95 (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 25).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 8 juli 2004 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van op basis van granen en rijst verwerkte producten
|
Productcode |
Bestemming |
Meeteenheid |
Bedrag van de restitutie |
||||||||||||
|
1102 20 10 9200 (1) |
C10 |
EUR/t |
52,46 |
||||||||||||
|
1102 20 10 9400 (1) |
C10 |
EUR/t |
44,96 |
||||||||||||
|
1102 20 90 9200 (1) |
C10 |
EUR/t |
44,96 |
||||||||||||
|
1102 90 10 9100 |
C11 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1102 90 10 9900 |
C11 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1102 90 30 9100 |
C11 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1103 19 40 9100 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1103 13 10 9100 (1) |
C10 |
EUR/t |
67,45 |
||||||||||||
|
1103 13 10 9300 (1) |
C10 |
EUR/t |
52,46 |
||||||||||||
|
1103 13 10 9500 (1) |
C10 |
EUR/t |
44,96 |
||||||||||||
|
1103 13 90 9100 (1) |
C10 |
EUR/t |
44,96 |
||||||||||||
|
1103 19 10 9000 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1103 19 30 9100 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1103 20 60 9000 |
C12 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1103 20 20 9000 |
C11 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1104 19 69 9100 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1104 12 90 9100 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1104 12 90 9300 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1104 19 10 9000 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1104 19 50 9110 |
C10 |
EUR/t |
59,95 |
||||||||||||
|
1104 19 50 9130 |
C10 |
EUR/t |
48,71 |
||||||||||||
|
1104 29 01 9100 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1104 29 03 9100 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1104 29 05 9100 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1104 29 05 9300 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1104 22 20 9100 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1104 22 30 9100 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1104 23 10 9100 |
C10 |
EUR/t |
56,21 |
||||||||||||
|
1104 23 10 9300 |
C10 |
EUR/t |
43,09 |
||||||||||||
|
1104 29 11 9000 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1104 29 51 9000 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1104 29 55 9000 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1104 30 10 9000 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1104 30 90 9000 |
C10 |
EUR/t |
9,37 |
||||||||||||
|
1107 10 11 9000 |
C13 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1107 10 91 9000 |
C13 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1108 11 00 9200 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1108 11 00 9300 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1108 12 00 9200 |
C10 |
EUR/t |
59,95 |
||||||||||||
|
1108 12 00 9300 |
C10 |
EUR/t |
59,95 |
||||||||||||
|
1108 13 00 9200 |
C10 |
EUR/t |
59,95 |
||||||||||||
|
1108 13 00 9300 |
C10 |
EUR/t |
59,95 |
||||||||||||
|
1108 19 10 9200 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1108 19 10 9300 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1109 00 00 9100 |
C10 |
EUR/t |
0,00 |
||||||||||||
|
1702 30 51 9000 (2) |
C10 |
EUR/t |
58,73 |
||||||||||||
|
1702 30 59 9000 (2) |
C10 |
EUR/t |
44,96 |
||||||||||||
|
1702 30 91 9000 |
C10 |
EUR/t |
58,73 |
||||||||||||
|
1702 30 99 9000 |
C10 |
EUR/t |
44,96 |
||||||||||||
|
1702 40 90 9000 |
C10 |
EUR/t |
44,96 |
||||||||||||
|
1702 90 50 9100 |
C10 |
EUR/t |
58,73 |
||||||||||||
|
1702 90 50 9900 |
C10 |
EUR/t |
44,96 |
||||||||||||
|
1702 90 75 9000 |
C10 |
EUR/t |
61,54 |
||||||||||||
|
1702 90 79 9000 |
C10 |
EUR/t |
42,72 |
||||||||||||
|
2106 90 55 9000 |
C10 |
EUR/t |
44,96 |
||||||||||||
|
NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A” zijn vastgesteld in de gewijzigde Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1). De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). De andere bestemmingen zijn als volgt gedefinieerd:
|
|||||||||||||||
(1) Er worden geen restituties toegekend voor producten die een warmtebehandeling hebben ondergaan waardoor het zetmeel is voorgegelatineerd.
(2) De restituties worden toegekend overeenkomstig de gewijzigde Verordening (EEG) nr. 2730/75 van de Raad (PB L 281 van 1.11.1975, blz. 20).
|
9.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 239/30 |
VERORDENING (EG) Nr. 1265/2004 VAN DE COMMISSIE
van 8 juli 2004
tot vaststelling van de restituties bij de productie in de sectoren granen en rijst
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 7, lid 3,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3072/95 van de Raad van 22 december 1995 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt (2), en met name op artikel 8, onder e),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EEG) nr. 1722/93 van de Commissie van 30 juni 1993 tot vaststelling van de toepassingsbepalingen van de Verordeningen (EEG) nr. 1766/92 en (EEG) nr. 1418/76 van de Raad wat de regelingen inzake de productierestituties in de sector granen respectievelijk rijst betreft (3) zijn de voorwaarden voor de toekenning van de productierestitutie vastgesteld. De berekeningsgrondslag is bepaald in artikel 3 van genoemde verordening. De aldus berekende restitutie, zo nodig gedifferentieerd voor aardappelmeel, moet eenmaal per maand worden vastgesteld en mag slechts gewijzigd worden wanneer de maïs- en/of tarweprijzen een significante verandering te zien geven. |
|
(2) |
De in deze verordening vastgestelde productierestituties moeten worden aangepast met de in bijlage II bij Verordening (EEG) nr. 1722/93 bepaalde coëfficiënten, teneinde het juiste te betalen bedrag te verkrijgen. |
|
(3) |
Het Comité van beheer voor granen heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 3, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1722/93 bedoelde productierestitutie per ton zetmeel wordt vastgesteld op:
|
a) |
10,94 EUR/t voor zetmeel uit maïs, tarwe, gerst, haver, rijst of breukrijst; |
|
b) |
9,62 EUR/t voor aardappelmeel. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 9 juli 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 juli 2004.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.
(2) PB L 329 van 30.12.1995, blz. 18. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 411/2002 (PB L 62 van 5.3.2002, blz. 27).
(3) PB L 159 van 1.7.1993, blz. 112. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 216/2004 (PB L 36 van 7.2.2004, blz. 13).
|
9.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 239/31 |
VERORDENING (EG) Nr. 1266/2004 VAN DE COMMISSIE
van 8 juli 2004
tot beperking van de geldigheidsduur van de uitvoercertificaten voor bepaalde op basis van granen verwerkte producten
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 9,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1342/2003 van de Commissie van 28 juli 2003 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de sector granen en rijst (2), en met name op artikel 7, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1342/2003 is de geldigheidsduur van de uitvoercertificaten met name voor de op basis van maïs verwerkte producten vastgesteld. Deze uitvoercertificaten zijn geldig tot het einde van de vierde maand na de datum van afgifte. De geldigheidsduur wordt vastgesteld in overeenstemming met de behoeften van de markt en de eisen van een goed beheer. |
|
(2) |
Bij de huidige toestand van de markt voor maïs is het wenselijk de afgifte van certificaten te beperken, teneinde geen verplichtingen aan te gaan voor hoeveelheden van het volgende verkoopseizoen. De certificaten die de komende weken worden afgegeven, dienen te worden gereserveerd voor de uitvoer die vóór september 2004 plaatsvindt. Met het oog hierop is het noodzakelijk de geldigheidsduur van de uitvoercertificaten voor uitvoer die tot en met 3 september 2004 plaatsvindt, tijdelijk te beperken. Derhalve is het dienstig tijdelijk af te wijken van het bepaalde in artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1342/2003. |
|
(3) |
Voor een goed beheer van de markt en om speculatie tegen te gaan is het noodzakelijk te bepalen dat de douaneformaliteiten voor de uitvoercertificaten voor op basis van maïs verwerkte producten uiterlijk op 3 september 2004 vervuld moeten zijn, ongeacht of deze uitvoercertificaten bestemd zijn voor rechtstreekse uitvoer of voor uitvoer in het kader van de regeling van de artikelen 4 en 5 van Verordening (EEG) nr. 565/80 van de Raad van 4 maart 1980 betreffende de vooruitbetaling van de uitvoerrestituties voor landbouwproducten (3). Deze beperking houdt een afwijking in van artikel 28, lid 6, en artikel 29, lid 5, van Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie van 15 april 1999 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (4). |
|
(4) |
Om verstoring van de markt te voorkomen, moet de uitvoering van de maatregelen in deze verordening ingaan op de datum waarop deze in werking treedt. |
|
(5) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. In afwijking van artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1342/2003, is de geldigheidsduur van de uitvoercertificaten voor de in de bijlage vermelde producten waarvoor op of na de datum van inwerkingtreding van deze verordening tot en met 27 augustus 2004 aanvragen worden ingediend, beperkt tot en met 3 september 2004.
2. De douaneformaliteiten in verband met de uitvoer moeten voor de bovengenoemde certificaten uiterlijk op 3 september 2004 zijn vervuld.
Deze uiterste datum is eveneens van toepassing op de in artikel 32 van Verordening (EG) nr. 800/1999 bedoelde formaliteiten voor de producten met dergelijke certificaten waarvoor de regeling van Verordening (EEG) nr. 565/80 geldt.
In vak 22 van deze certificaten moet één van de volgende vermeldingen worden aangebracht:
|
— |
Limitación establecida en el apartado 2 del artículo 1 del Reglamento (CE) no 1266/2004 |
|
— |
Omezení stanovené na základě čl. 1 ods. 2 nařízení (ES) č. 1266/2004 |
|
— |
Begrænsning, jf. artikel 1, stk. 2, i forordning (EF) nr. 1266/2004 |
|
— |
Kürzung der Gültigkeitsdauer gemäß Artikel 1 Absatz 2 der Verordnung (EG) Nr. 1266/2004 |
|
— |
Piirang on ette nähtud määruse (EÜ) nr 1266/2004 artikli 1 lõike 2 alusel. |
|
— |
Περιορισμός που προβλέπεται στο άρθρο 1 παράγραφος 2 του κανονισμού (ΕΚ) αριθ. 1266/2004 |
|
— |
Limitation provided for in Article 1(2) of Regulation (EC) No 1266/2004 |
|
— |
Limitation prévue à l'article 1er, paragraphe 2, du règlement (CE) no 1266/2004 |
|
— |
Limitazione prevista all'articolo 1, paragrafo 2 del regolamento (CE) n. 1266/2004 |
|
— |
Ierobežojums paredzēts Regulas (EK) Nr. 1266/2004 1. panta 2. punktā |
|
— |
Apribojimas numatytas Reglamento (EB) Nr. 1266/2004 1 straipsnio 2 dalyje |
|
— |
Korlátozott érvényességi időtartam az 1266/2004/EK rendelet 1. cikk (2) bekezdésének megfelelően |
|
— |
Limitazzjoni ipprovduta fl-Artikolu 1 (2) tar-Regolament (KE) Nru 1266/2004 |
|
— |
Beperking als bepaald in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1266/2004 |
|
— |
Ograniczenie przewidziane w art. 1 ust. 2 rozporządzenia (WE) nr 1266/2004 |
|
— |
Limitação estabelecida no n.o 2 do artigo 1.o do Regulamento (CE) n.o 1266/2004 |
|
— |
Obmedzenie stanovené článkom 1 ods. 2 nariadenia (ES) č. 1266/2004 |
|
— |
Omejitev določena v členu 1(2) Uredbe (ES) št. 1266/2004 |
|
— |
Asetuksen (EY) N:o 1266/2004 1 artiklan 2 kohdassa säädetty rajoitus |
|
— |
Begränsning enligt artikel 1.2 i förordning (EG) nr 1266/2004. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 9 juli 2004.
Zij is van toepassing op alle certificaten die op of na de datum van inwerkingtreding worden aangevraagd.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 juli 2004.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.
(2) PB L 189 van 29.7.2003, blz. 12. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1092/2004 (PB L 209 van 11.6.2004, blz. 9).
(3) PB L 62 van 7.3.1980, blz. 5. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 444/2003 (PB L 67 van 12.3.2003, blz. 3).
(4) PB L 102 van 17.4.1999, blz. 11. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 671/2004 (PB L 105 van 14.4.2004, blz. 5).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 8 juli 2004 tot beperking van de geldigheidsduur van de uitvoercertificaten voor bepaalde op basis van granen verwerkte producten
|
GN-code |
Omschrijving |
|
|
Maïsproducten, met inbegrip van: |
|
1102 20 |
maïsmeel |
|
1103 13 |
gries en griesmeel van maïs |
|
1103 29 40 |
maïspellets |
|
1104 19 50 |
maïsvlokken |
|
1104 23 |
op andere wijze bewerkte maïs (bijv. gepeld, gepareld, gesneden of gebroken) |
|
1108 12 00 |
maïszetmeel |
|
1108 13 00 |
aardappelzetmeel |
|
9.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 239/33 |
VERORDENING (EG) Nr. 1267/2004 VAN DE COMMISSIE
van 8 juli 2004
tot vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten die moeten worden toegepast op de specifieke referentiehoeveelheden van de traditionele marktdeelnemers en de specifieke toewijzingen van de niet traditionele marktdeelnemers in het kader van de extra hoeveelheid voor de invoer van bananen in de nieuwe lidstaten voor de periode van 1 mei tot en met 31 december 2004
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 838/2004 van de Commissie van 28 april 2004 betreffende overgangsmaatregelen voor de invoer van bananen in de Gemeenschap in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (1), en met name op artikel 6, lid 2, en artikel 7, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 838/2004 is de extra hoeveelheid die voor de periode van 1 mei tot en met 31 december 2004 beschikbaar is voor de invoer van bananen in de nieuwe lidstaten, vastgesteld op 300 000 ton, waarvan 249 000 ton voor de traditionele marktdeelnemers en 51 000 ton voor de niet traditionele marktdeelnemers. |
|
(2) |
In afwachting van de resultaten van controles en verificaties van documenten en bewijsstukken die de marktdeelnemers hebben ingediend op grond van artikel 6 van Verordening (EG) nr. 414/2004 (2) of van de nationale bepalingen die de nieuwe lidstaten daartoe vóór de toetreding hebben vastgesteld, is in de artikelen 5, 6 en 7 van Verordening (EG) nr. 838/2004 bepaald dat voor elke marktdeelnemer al naar het geval een voorlopige referentiehoeveelheid of een voorlopige toewijzing wordt vastgesteld opdat begin mei invoercertificaten kunnen worden afgegeven voor een eerste tranche van de extra hoeveelheid. Daartoe zijn bij Verordening (EG) nr. 839/2004 (3) de aanpassingscoëfficiënten vastgesteld die nodig zijn voor de bepaling van de voorlopige individuele hoeveelheden van de marktdeelnemers. |
|
(3) |
Na afloop van die controlewerkzaamheden dienen overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van de gewijzigde Verordening (EG) nr. 838/2004 de aanpassingscoëfficiënten te worden vastgesteld die de bevoegde nationale autoriteiten nodig hebben voor de bepaling van de specifieke referentiehoeveelheden van de traditionele marktdeelnemers en de specifieke toewijzingen van de niet-traditionele marktdeelnemers voor de periode van 1 mei tot en met 31 december 2004. |
|
(4) |
Volgens de door de nationale autoriteiten meegedeelde gegevens bedragen de specifieke referentiehoeveelheden van de traditionele marktdeelnemers in totaal 574 641,499 ton en bedragen de door de niet-traditionele marktdeelnemers aangevraagde specifieke toewijzingen in totaal 203 401,506 ton. |
|
(5) |
Bijgevolg dienen op basis van de extra hoeveelheid en van de door de lidstaten meegedeelde gegevens de bovenbedoelde aanpassingscoëfficiënten te worden vastgesteld. Opdat de marktdeelnemers in juli 2004 tijdig certificaataanvragen voor een tweede tranche kunnen indienen, moeten de bepalingen van deze verordening onmiddellijk in werking treden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In het kader van de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 838/2004 vastgestelde extra hoeveelheid die voor de periode van 1 mei tot en met 31 december 2004 beschikbaar is voor de invoer van bananen in de nieuwe lidstaten, wordt
|
a) |
de in artikel 6, lid 2, van die verordening bedoelde aanpassingscoëfficiënt die moet worden toegepast op de specifieke referentiehoeveelheid van elke traditionele marktdeelnemer, vastgesteld op 0,64964; |
|
b) |
de in artikel 7, lid 1, van die verordening bedoelde aanpassingscoëfficiënt die moet worden toegepast op het verzoek om een specifieke toewijzing van elke niet-traditionele marktdeelnemer, vastgesteld op 0,25073. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 juli 2004.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw
(1) PB L 127 van 29.4.2004, blz. 52. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1260/2004 (Zie bladzijde 16 van dit Publicatieblad).
(2) PB L 68 van 6.3.2004, blz. 6. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 689/2004 (PB L 106 van 15.4.2004, blz. 17).
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing
Raad
|
9.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 239/35 |
BESLUIT THEMIS/1/2004 VAN HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ
van 30 juni 2004
betreffende de benoeming van het hoofd van de missie van de Rechtsstaatmissie van de Europese Unie in Georgië, in het kader van het EVDB, EUJUST THEMIS
(2004/540/GBVB)
HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ,
Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 25, lid 3,
Gelet op Gemeenschappelijk Optreden 2004/523/GBVB van 28 juni 2004 betreffende de Rechtsstaatmissie van de Europese Unie in Georgië, EUJUST THEMIS (1), en met name op artikel 98, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In artikel 9, lid 1, van Gemeenschappelijk Optreden 2004/523/GBVB staat dat de Raad het Politiek en Veiligheidscomité machtigt de relevante besluiten te nemen overeenkomstig artikel 25 van het VEU, met inbegrip van de benoeming op voorstel van de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger, van een hoofd van de missie. |
|
(2) |
De secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger heeft de benoeming van mevrouw Sylvie PANTZ voorgesteld, |
BESLUIT:
Artikel 1
Mevrouw Sylvie PANTZ wordt benoemd tot hoofd van de missie van de Rechtsstaatmissie van de EU in Georgië, in het kader van het EVDB, EUJUST THEMIS.
Artikel 2
Dit besluit wordt van kracht op de dag van zijn aanneming.
Het is van toepassing tot en met 14 juli 2005.
Gedaan te Brussel, 30 juni 2004.
Voor het Politiek en Veiligheidscomité
De voorzitter
D. KELLEHER
Rectificaties
|
9.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 239/36 |
Rectificatie van Verordening (EG) nr. 1264/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1164/94 tot oprichting van een Cohesiefonds
( Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen L 161 van 26 juni 1999 )
Bladzijde 59, artikel 1, punt 5 (artikel 5, derde alinea van Verordening (EG) nr. 1164/94):
in plaats van:
„De totale jaarlijkse ontvangsten uit het Cohesiefonds in het kader van deze verordening mogen — in combinatie met de uit de Structuurfondsen verstrekte bijstand — niet meer dan 4 % van het BNP van de lidstaat bedragen.”.
te lezen:
„De totale jaarlijkse ontvangsten uit het Cohesiefonds in het kader van deze verordening mogen — in combinatie met de uit de Structuurfondsen verstrekte bijstand — niet meer dan 4 % van het BBP van de lidstaat bedragen.”.