|
ISSN 1725-2598 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 232 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
47e jaargang |
|
Inhoud |
|
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing |
Bladzijde |
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
|
|
|
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing |
|
|
|
|
Raad |
|
|
|
* |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing
|
1.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 232/1 |
VERORDENING (EG) Nr. 1208/2004 VAN DE RAAD
van 28 juni 2004
tot uitbreiding van de definitieve antidumpingmaatregelen ten aanzien van ringbandmechanismen uit de Volksrepubliek China, ingesteld bij Verordening (EG) nr. 119/97, tot ringbandmechanismen die vanuit Vietnam worden ingevoerd
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) (hierna „de basisverordening” genoemd), en met name op artikel 9 en artikel 13,
Gezien het voorstel dat de Commissie na overleg met het Raadgevend Comité heeft ingediend,
Overwegende hetgeen volgt:
1. PROCEDURE
1.1. Bestaande maatregelen
|
(1) |
De Raad heeft bij Verordening (EG) nr. 119/97 (2) (hierna „de oorspronkelijke verordening” genoemd) definitieve antidumpingrechten ingesteld, variërend van 32,5 % tot 39,4 % op bepaalde ringbandmechanismen uit de Volksrepubliek China. |
|
(2) |
Naar aanleiding van een onderzoek (hierna „het anti-absorptieonderzoek” genoemd) dat overeenkomstig artikel 12 van de basisverordening werd uitgevoerd, heeft de Raad deze rechten bij Verordening (EG) nr. 2100/2000 verhoogd. De verhoogde definitieve antidumpingrechten varieerden van 51,2 % tot 78,8 %. |
|
(3) |
In januari 2002 heeft de Commissie, overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening, een procedure ingeleid voor de eventuele herziening van bovengenoemde antidumpingmaatregelen (3) naar aanleiding van het vervallen van die maatregelen. Het onderzoek in het kader van deze procedure loopt momenteel nog. |
1.2. Verzoek
|
(4) |
Op 18 augustus 2003 heeft de Commissie overeenkomstig artikel 13, lid 3, van de basisverordening een verzoek ontvangen om een onderzoek in te stellen naar de mogelijke ontduiking van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van bepaalde ringbandmechanismen uit de Volksrepubliek China. Het verzoek werd ingediend door SX Bürowaren en Ringbuchtechnik Handelsgesellschaft GmbH namens producenten die goed zijn voor een groot deel van de productie van bepaalde ringbandmechanismen in de Gemeenschap. Zij voerden aan dat de antidumpingmaatregelen ten aanzien van ringbandmechanismen uit de Volksrepubliek China werden ontdoken door verzending via Vietnam. |
|
(5) |
Voorts werd aangevoerd dat onvoldoende grond of rechtvaardiging voor een dergelijke wijziging van het handelspatroon leek te bestaan anders dan de antidumpingmaatregelen, waardoor de corrigerende werking van die maatregelen, zowel wat hoeveelheden als prijzen betrof, werd aangetast. Aanzienlijke hoeveelheden van ringbandmechanismen uit Vietnam leken de plaats te hebben ingenomen van ringbandmechanismen uit de Volksrepubliek China. Voorts was er voldoende bewijsmateriaal dat deze toegenomen invoer plaatsvond tegen prijzen die onder de niet-schadelijke prijzen lagen die waren vastgesteld bij het onderzoek dat tot de thans geldende maatregelen had geleid. |
|
(6) |
Tot slot voerden de indieners van het verzoek aan dat de prijzen van de ringbandmechanismen die uit Vietnam werden ingevoerd, dumpingprijzen waren in vergelijking met de normale waarde die eerder voor dat product was vastgesteld. |
1.3. Opening van het onderzoek
|
(7) |
Na in overleg met het Raadgevend Comité te hebben vastgesteld dat er voldoende bewijsmateriaal was om een onderzoek in te stellen overeenkomstig artikel 13 van de basisverordening, leidde de Commissie bij Verordening (EG) nr. 1733/2003 (4) (hierna „de inleidingsverordening” genoemd) een onderzoek in. Overeenkomstig artikel 13, lid 3, en artikel 14, leden 3 en 5, heeft de Commissie de douaneautoriteiten tevens de opdracht gegeven de invoer van bepaalde ringbandmechanismen uit Vietnam, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Vietnam, met ingang van 2 oktober 2003 te registreren. |
1.4. Onderzoek
|
(8) |
De Commissie heeft de autoriteiten van de Volksrepubliek China en Vietnam, de producenten/exporteurs in die landen, de haar bekende importeurs in de Gemeenschap en de producenten in de Gemeenschap die het verzoek hebben ingediend, in kennis gesteld van de opening van het onderzoek. Zij heeft vragenlijsten gezonden naar de producenten/exporteurs in de Volksrepubliek China en Vietnam en naar de in het verzoek genoemde importeurs in de Gemeenschap of die de Commissie van het oorspronkelijke onderzoek bekend waren. De belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld hun standpunt schriftelijk bekend te maken en een verzoek in te dienen om een onderhoud, binnen de in de inleidingsverordening vastgestelde termijn. |
|
(9) |
Eén met een Chinese producent/exporteur verbonden producent/exporteur in Vietnam zond de ingevulde vragenlijst in, terwijl de Chinese producenten/exporteurs de vragenlijst niet beantwoordden. Tevens ontving de Commissie antwoorden op de vragenlijst van vijf niet-verbonden importeurs in de Gemeenschap. |
|
(10) |
De volgende ondernemingen verleenden hun medewerking aan het onderzoek en hebben de vragenlijsten beantwoord:
|
|
(11) |
Bij de volgende bedrijven werd ter plaatse een controlebezoek afgelegd:
|
1.5. Onderzoektijdvak
|
(12) |
Het onderzoek had betrekking op de periode van 1 juli 2002 tot en met 30 juni 2003. Om de wijziging in het handelspatroon te onderzoeken, werden gegevens verzameld over de periode van 1999 tot het onderzoektijdvak. |
2. RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK
2.1. Algemene overwegingen
i) Invoervolume
|
(13) |
De hoeveelheid ringbandmechanismen die volgens de enige medewerkende Vietnamese producent/exporteur, Office Xpress Manufacturing Company Limited (hierna „Office Xpress Manufacturing” genoemd), naar de Gemeenschap was uitgevoerd, bleek aanzienlijk groter (ongeveer 50 %) dan het totale invoervolume van ringbandmechanismen uit Vietnam volgens cijfers van Eurostat over dezelfde periode. De reden hiervoor was dat het opgegeven gewicht niet overeenstemde met het feitelijke gewicht van de zendingen, maar met een raming van het gewicht van de onderdelen. Bovendien bleek er slechts één exporteur van ringbandmechanismen in Vietnam te zijn, d.w.z. Office Xpress Manufacturing. De conclusie was dat de Eurostat-gegevens over de invoer uit Vietnam zeer waarschijnlijk uitsluitend betrekking hadden op de producten van Office Xpress Manufacturing. Daarom werden de Eurostat-gegevens betrouwbaarder geacht dan de gegevens van Office Xpress Manufacturing. |
|
(14) |
De verbonden handelaar in Hongkong van Office Xpress Manufacturing, Hong Kong Stationery Manufacturing Corporation Limited (hierna „Hong Kong Stationery” genoemd), die de producten van Office Xpress Manufacturing naar de Europese Unie uitvoerde, heeft geen gegevens verstrekt over ringbandmechanismen die in de periode voorafgaand aan het onderzoektijdvak zijn uitgevoerd. Omdat er geen meer redelijke informatiebron was met consequent vergelijkbare gegevens, werd gebruikgemaakt van de Eurostat-gegevens om de daadwerkelijk ingevoerde hoeveelheid ringbandmechanismen in het onderzoektijdvak te bepalen en de trends van de invoer uit verschillende bronnen sedert 1999. Tot slot werden de algemene conclusies van Eurostat bevestigd door invoergegevens afkomstig van twee medewerkende, onafhankelijke importeurs. |
ii) Producenten in de Gemeenschap
|
(15) |
Het onderzoek wees uit dat een van de niet-verbonden importeurs in de Gemeenschap in het onderzoektijdvak ook ringbandmechanismen in de Gemeenschap had geproduceerd. Deze onderneming voerde aan dat zij als gevolg van het faillissement en de sluiting van de productiefaciliteiten van een van de indieners van het verzoek, het betrokken product nu voor een groot deel in de Gemeenschap produceert. Daarom zouden de indieners van het verzoek nu niet meer representatief zijn en zou de huidige procedure moeten worden beëindigd zonder de bestaande antidumpingmaatregelen uit te breiden tot ringbandmechanismen uit Vietnam. |
|
(16) |
Artikel 4, lid 1, onder a), van de basisverordening bepaalt evenwel dat producenten die zelf importeur zijn van het product dat met dumping zou worden ingevoerd, kunnen worden uitgesloten van de bedrijfstak van de Gemeenschap. Voorts is het op grond van artikel 13, lid 3, van de basisverordening niet vereist dat een verzoek tot opening van een onderzoek in verband met het ontduiken van de maatregelen wordt ingediend door producenten in de Gemeenschap die een groot deel van de productie van het betrokken product in de Gemeenschap vertegenwoordigen. Het feit dat een producent in de Gemeenschap die bezwaar heeft tegen een dergelijk onderzoek, een groter aandeel zou vertegenwoordigen dan de producent die het verzoek heeft ingediend, is op zich dan ook geen reden om de procedure te beëindigen. Zelfs indien deze importeur tot de bedrijfstak van de Gemeenschap wordt gerekend, zijn de indieners van het verzoek ook na de sluiting van één productiefaciliteit na het onderzoektijdvak nog goed voor de productie van aanzienlijke hoeveelheden en vertegenwoordigen zij een groot deel van de productie van het betrokken product in de Gemeenschap. Het verzoek om de lopende procedure te beëindigen werd derhalve afgewezen. |
2.2. Betrokken product en soortgelijk product
|
(17) |
Het onderzoek heeft betrekking op het in de oorspronkelijke verordening gedefinieerde product, namelijk ringbandmechanismen, ingedeeld onder GN-code ex 8305 10 00. Deze ringbandmechanismen bestaan uit twee rechthoekige stalen platen of -draden waarin ten minste vier halve ringen van staaldraad zijn bevestigd die met een stalen dekplaatje worden samengehouden. Zij kunnen worden geopend hetzij door aan de halve ringen te trekken, hetzij door een klein stalen trekkermechanisme te bedienen dat aan het ringbandmechanisme is bevestigd. Ringbandmechanismen bestaan over het algemeen uit een ring, een plaatje, een omslag, een oog en, indien van toepassing, een trekkermechanisme. |
|
(18) |
Het onderzoek wees uit dat de ringbandmechanismen die uit de Volksrepubliek China naar de Gemeenschap werden uitgevoerd, en de ringbandmechanismen die vanuit Vietnam in de Gemeenschap werden ingevoerd, dezelfde fysieke basiskenmerken en toepassingen hebben. Zij worden derhalve als soortgelijke producten beschouwd in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening. |
2.3. Aard van de ontduiking
2.3.1. Wijziging van het handelspatroon
|
(19) |
Bij het onderzoek bleek dat na de vaststelling van definitieve antidumpingmaatregelen ten aanzien van ringbandmechanismen uit de Volksrepubliek China, en met name na de aanzienlijke verhoging van deze maatregelen in 2000 naar aanleiding van het in overweging 2 genoemde anti-absorptieonderzoek, de invoer van ringbandmechanismen uit de Volksrepubliek China aanzienlijk is gedaald, namelijk van 1 684,3 t in 1999 en 301,9 t in 2002 tot 357,1 t in het onderzoektijdvak. In dezelfde periode steeg de invoer van ringbandmechanismen uit Vietnam aanzienlijk, namelijk van 0 t in 1999, 2000 en 2001 tot 1 105 t in 2002. In het onderzoektijdvak steeg de invoer uit Vietnam verder tot 1 589,2 t. |
|
(20) |
Het verbonden bedrijf van de Vietnamese producent/exporteur die zijn medewerking verleende, Hong Kong Stationery, beschikt bovendien over productiefaciliteiten in China en richtte rond 1998 een productie/assemblagefaciliteit in Indonesië op. Deze faciliteit werd in 2002 gesloten en er vond geen invoer van ringbandmechanismen uit Indonesië plaats tijdens het onderzoektijdvak van dit onderzoek. De oprichting van de Indonesische faciliteit en de hieruit voortvloeiende invoer uit Indonesië waren voor de producenten in de Gemeenschap aanleiding om een verzoek in te dienen tot opening van het onderzoek dat in 2002 leidde tot vaststelling van antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen ten aanzien van het betrokken product uit Indonesië. |
|
(21) |
In maart 2002 is Office Xpress Manufacturing met assemblageactiviteiten in Vietnam begonnen (zie hierna) en steeg de invoer uit Vietnam van 0 tot 1 105 t, waarmee een vergelijkbaar niveau werd bereikt als de invoer uit de Volksrepubliek China in 1999, vóór de belangrijke verhoging van de rechten in 2000 (zie de overwegingen 1 en 2). Deze stijging vond plaats onmiddellijk voordat in 2002 definitieve antidumpingrechten en compenserende rechten werden vastgesteld ten aanzien van ringbandmechanismen uit Indonesië.
|
|
(22) |
Het handelspatroon tussen enerzijds de Gemeenschap en anderzijds de Volksrepubliek China en Vietnam had derhalve wijzigingen ondergaan en de invoer van ringbandmechanismen uit Vietnam had de plaats ingenomen van de invoer van ringbandmechanismen uit de Volksrepubliek China. |
|
(23) |
De Vietnamese exporteur voerde aan dat er geen verband was tussen de beëindiging van de export van de gelieerde onderneming in de Volksrepubliek China en het begin van zijn activiteiten in Vietnam, gelet op de tijdsduur tussen beide gebeurtenissen. De wijziging van het handelspatroon zou niet zijn veroorzaakt door de oprichting van een fabriek in Vietnam. Er konden evenwel geen nauwkeurige cijfers worden verkregen over de uitvoer van de gelieerde Chinese onderneming voorafgaand aan het onderzoektijdvak en het exportvolume van deze onderneming kon dan ook niet worden vastgesteld. Daarom kan niet met zekerheid worden gesteld dat de uitvoer van ringbandmechanismen door de gelieerde Chinese onderneming ophield voordat de activiteiten in Vietnam begonnen, zoals werd beweerd. In ieder geval, het loutere feit dat de uitvoer uit China ophield voordat de activiteiten in Vietnam een aanvang namen, heeft geen invloed op de conclusie dat er een wijziging is opgetreden in het handelspatroon. Bij het huidige onderzoek werd duidelijk vastgesteld dat de invoer uit Vietnam in de plaats is getreden van de invoer uit de Volksrepubliek China. Dit was een duidelijke wijziging in het handelspatroon in de zin van artikel 13 van de basisverordening, ongeacht het feit dat de invoer uit China onmiddellijk of slechts na enige tijd door de invoer uit Vietnam werd vervangen. Het argument van de Vietnamese exporteur moest daarom worden afgewezen. |
|
(24) |
De Vietnamese exporteur stelde dat geen conclusies konden worden getrokken betreffende de in artikel 13, lid 2, onder b), van de basisverordening genoemde criteria, daar de Commissie niet specifiek om gegevens had verzocht over de assemblagekosten in Vietnam. |
|
(25) |
Er wordt op gewezen dat de bevindingen werden gebaseerd op de antwoorden op de vragenlijsten van de betrokken ondernemingen en de gegevens die ter plaatse werden verzameld. De betrokken ondernemingen hebben de Commissie deze gegevens desgevraagd vrijwillig verstrekt en slechts aan de hand van deze gegevens, waaronder die over de productiekosten, en in de context van onderhavig onderzoek werden conclusies getrokken ten aanzien van de criteria in artikel 13, lid 2, onder b), van de basisverordening. Bovenvermeld argument moest dus worden afgewezen. |
2.3.2. Praktijk, proces of werk
|
(26) |
De Vietnamese productie/assemblagefaciliteit van Office Xpress Manufacturing, de enige medewerkende exporteur, werd in januari 2000 geregistreerd en in maart 2002 daadwerkelijk in bedrijf gesteld. |
|
(27) |
Zowel de machines als de apparatuur die in Vietnam werden gebruikt bleken afkomstig te zijn van verbonden bedrijven die zich bezighouden met ringbandmechanismen in de Volksrepubliek China of die eerder in Indonesië waren gevestigd. De overdracht van apparatuur uit Indonesië en de Volksrepubliek China naar Vietnam begon in februari 2002, net voordat definitieve maatregelen werden genomen ten aanzien van ringbandmechanismen uit Indonesië en na de instelling van definitieve antidumpingrechten op dit product uit China. |
|
(28) |
Bij het onderzoek bleek tevens dat de onderdelen voor ringbandmechanismen die de Vietnamese exporteur in het onderzoektijdvak nodig had, alle waren vervaardigd door de verbonden bedrijven in de Volksrepubliek China, het land dat aan maatregelen was onderworpen. In sommige gevallen werden de onderdelen ingevoerd in half geassembleerde vorm, zoals halve ringen met het plaatje. |
|
(29) |
De Commissie onderzocht welke de waarde was van de onderdelen uit China in de totale waarde van de onderdelen van het geassembleerde product, overeenkomstig artikel 13, lid 2, onder b), van de basisverordening. Bij de waarde van de onderdelen, zowel van de ingevoerde als van het totale geassembleerde product, werd uitgegaan van de aankoopwaarde van alle ringbandonderdelen zoals ringen, plaatje, omslag, oog en trekkermechanisme. |
|
(30) |
Op deze basis bleek de waarde van de door Office Xpress Manufacturing uit de Volksrepubliek China ingevoerde onderdelen aanzienlijk meer te vertegenwoordigen dan 60 % van de totale waarde van het geassembleerde product. Vrijwel alle onderdelen van het geassembleerde product waren in het onderzoektijdvak door Office Xpress Manufacturing aangekocht bij verbonden bedrijven in China. |
|
(31) |
De Commissie onderzocht tevens de toegevoegde waarde van Office Xpress Manufacturing bij de assemblage in het onderzoektijdvak. Zij bracht de uitgaven in verband met het intermediaire verbruik, d.w.z. alle uitgaven aan leveranciers en de uitgaven die nodig zijn om het bedrijf te runnen en het betrokken product te vervaardigen (zoals levering van goederen en diensten), in mindering op de netto-omzet, met uitzondering van de inkomsten van de verkoop van schroot. De waarde die Office Xpress Manufacturing had toegevoegd aan de onderdelen die in het onderzoektijdvak waren aangekocht, bleek aanzienlijk minder te zijn dan 25 % van de fabricagekosten van de onderneming. |
|
(32) |
De activiteiten in Vietnam moeten dan ook worden beschouwd als assemblageactiviteiten in de zin van artikel 13, lid 2, van de basisverordening. |
2.3.3. Geen voldoende reden of economische rechtvaardiging behoudens het antidumpingrecht
|
(33) |
De hierboven beschreven wijziging van het handelspatroon viel samen met het begin van de assemblage van ringbandmechanismen in Vietnam; voor deze wijziging in het handelspatroon kon geen economische rechtvaardiging worden vastgesteld. De onderneming kocht al haar ringbandmechanismenonderdelen namelijk aan bij verbonden bedrijven in China en de waarde die in Vietnam werd toegevoegd was gering. Voorts ligt het in de lijn der verwachtingen dat eventuele economische voordelen van de assemblage van producten in Vietnam tot uitdrukking zouden komen in de gehele verkoop van die producten door de groep. Het bleek echter dat alleen de verkoop van ringbandmechanismen naar de Gemeenschap vanuit Vietnam geschiedde, terwijl de levering aan andere markten rechtstreeks uit de Volksrepubliek China bleef plaatsvinden. De onderneming gaf zelfs toe dat de verkoop naar de Gemeenschap alleen vanuit Vietnam plaatsvond als gevolg van de antidumpingrechten op ringbandmechanismen uit de Volksrepubliek China. |
|
(34) |
Orders van EG-afnemers werden ontvangen door de verbonden handelaar Hong Kong Stationery die aan Office Xpress Manufacturing in Vietnam en diens verbonden bedrijven in China doorgaf welke onderdelen en assemblages nodig waren. De onderdelen werden vervolgens naar Vietnam verzonden, waar het eindproduct werd geassembleerd. Voor de verkoop aan andere derde landen dan de Gemeenschap werd echter een andere werkwijze gevolgd, waarbij het eindproduct volledig in China werd vervaardigd. |
|
(35) |
Alle in Vietnam geassembleerde producten waren bestemd voor de EG-markt en werden uitgevoerd via de verbonden handelaar in Hongkong die de facturen voor de afnemers in de Gemeenschap opstelt. Zoals reeds vermeld, werden de voor derde landen bestemde ringbandmechanismen in de Volksrepubliek China vervaardigd en rechtstreeks vanuit dit land uitgevoerd. |
|
(36) |
De Vietnamese exporteur voerde aan dat het bedrijf zich in Vietnam had gevestigd omwille van de gunstige voorwaarden voor buitenlandse investeerders en de verbeterde infrastructuur. Voorts zouden de loonkosten daar veel lager zijn dan in andere landen in het Verre Oosten. Ten slotte zouden de in Vietnam geassembleerde ringbandmechanismen uitsluitend naar de Gemeenschap worden uitgevoerd vanwege de bijzondere marktsituatie in de Gemeenschap wat betreft vraag, producttypes en prijzen. |
|
(37) |
Er kon evenwel geen bewijsmateriaal worden voorgelegd betreffende de voordelen voor buitenlandse investeerders in Vietnam waaruit zou blijken dat hiermee rekening was gehouden bij het besluit om het bedrijf in dat land te vestigen. De bijzondere omstandigheden van dit geval, met name het tijdstip waarop het bedrijf actief werd en het soort werkzaamheden, wijzen er evenwel op dat de antidumpingmaatregelen ten aanzien van het product uit China de reden waren voor de verplaatsing naar Vietnam. |
|
(38) |
Er kon evenmin bewijsmateriaal worden voorgelegd ter staving van het argument inzake de loonkosten of dat dit een doorslaggevende factor was geweest bij het besluit om de productie naar Vietnam te verplaatsen. Zelfs indien de loonkosten in Vietnam aanzienlijk lager zouden zijn dan in China, kon dit geen grote rol hebben gespeeld daar de loonkosten slechts een klein deel uitmaken van de kosten van ringbandmechanismen (gemiddeld ongeveer 3 % van de fabricagekosten). Deze factor kan op zich dus geen voldoende reden zijn in de zin van artikel 13 van de basisverordening. |
|
(39) |
De bijzondere marktsituatie in de Gemeenschap kon evenmin worden aangetoond en dit argument moest dus worden afgewezen. |
|
(40) |
De wijziging in het handelspatroon tussen de betrokken exportlanden en de Gemeenschap bleek dan ook het gevolg te zijn van assemblage van Chinese onderdelen in Vietnam, waarvoor geen andere economische rechtvaardiging kon worden gevonden dan het recht op ringbandmechanismen uit de Volksrepubliek China. |
2.3.4. Aantasting van de corrigerende werking van het antidumpingrecht
|
(41) |
Onderzocht werd of de invoer van ringbandmechanismen uit Vietnam qua prijzen en/of hoeveelheden de corrigerende werking van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van ringbandmechanismen uit China heeft aangetast. |
|
(42) |
Uit onderzoek van de handelsstromen bleek dat de wijziging van het patroon van de invoer in de Gemeenschap die zich voordeed nadat definitieve maatregelen waren genomen ten aanzien van de invoer uit China en Indonesië, de corrigerende werking van de antidumpingmaatregelen heeft aangetast wat betreft de hoeveelheden die in de Gemeenschap werden ingevoerd. Het Vietnamese bedrijf voerde in het onderzoektijdvak van dit onderzoek namelijk aanzienlijk meer uit naar de Gemeenschap dan haar verbonden bedrijf in de Volksrepubliek China in het onderzoektijdvak van het oorspronkelijke onderzoek. |
|
(43) |
De prijzen van de uit Vietnam verzonden ringbandmechanismen voor niet-verbonden afnemers in de Gemeenschap bleken over het algemeen lager te zijn dan de prijzen van ringbandmechanismen afkomstig van het verbonden bedrijf in de Volksrepubliek China in het onderzoektijdvak van het oorspronkelijke onderzoek. Voorts waren de prijzen van het Vietnamese product lager dan de schademarge die bij het oorspronkelijke onderzoek voor de EG-producenten was vastgesteld. |
|
(44) |
De Vietnamese exporteur voerde aan dat de Commissie niet had onderzocht of de invoer van ringbandmechanismen uit Vietnam de werking van de antidumpingrechten had aangetast vanuit het gezichtspunt van de EG-producenten, namelijk of de invoer uit Vietnam duidelijk nadelig was voor die producenten. Er zou met name geen deugdelijke beoordeling zijn gemaakt van de concurrentievoorwaarden op de markt en of daarin sinds de instelling van de oorspronkelijke rechten wijzigingen hadden plaatsgevonden. |
|
(45) |
Volgens de basisverordening behoeft een dergelijke beoordeling in het kader van een onderzoek als het onderhavige evenwel niet te worden uitgevoerd. Bij onderhavig onderzoek behoeft slechts te worden vastgesteld of bij de invoer uit Vietnam de rechten zijn ontdoken die voor het product uit China zijn vastgesteld. Zoals hierboven vermeld, bleek dit inderdaad het geval te zijn. De corrigerende werking van de antidumpingrechten was door de invoer uit Vietnam aangetast, gezien de grote hoeveelheden die uit Vietnam werden ingevoerd tegen prijzen die zelfs lager waren dan die in het oorspronkelijke onderzoektijdvak. Dit argument werd daarom afgewezen. |
|
(46) |
De invoer van het betrokken product uit Vietnam heeft de corrigerende werking van het antidumpingrecht aangetast zowel wat betreft de prijzen als de hoeveelheden. |
2.3.5. Bewijs van dumping
|
(47) |
Overeenkomstig artikel 13, lid 1, van de basisverordening werd tot slot onderzocht of dumping kon worden aangetoond in vergelijking met de eerder vastgestelde normale waarde. Daarom werden de exportprijzen van de medewerkende Vietnamese producent/exporteur in het onderzoektijdvak vergeleken met de normale waarde die was vastgesteld bij het oorspronkelijke onderzoek. |
|
(48) |
Om een billijke vergelijking te kunnen maken tussen de normale waarde en de exportprijs werden correcties toegepast om rekening te houden met verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. Deze correcties vonden plaats overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening voor de kosten van vervoer, verzekering en krediet. |
|
(49) |
Overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening werd de gewogen gemiddelde normale waarde die was vastgesteld bij het oorspronkelijke onderzoek, vergeleken met het gewogen gemiddelde van de exportprijzen in het onderzoektijdvak en uitgedrukt in procenten van de cif-prijs, grens Gemeenschap, vóór inklaring. Bij deze vergelijking bleek dat er sprake was van aanzienlijke dumping. |
|
(50) |
Een niet-verbonden importeur betoogde dat de Commissie de dumpingmarge niet kon vaststellen aan de hand van de normale waarde zoals deze was vastgesteld in het oorspronkelijke onderzoek, maar gebruik moest maken van de normale waarde die moet worden vastgesteld in het kader van het lopende onderzoek bij het vervallen van de maatregelen. De Vietnamese exporteur voerde aan dat de Commissie de normale waarde moest vaststellen aan de hand van de kosten in Vietnam. |
|
(51) |
Overeenkomstig artikel 13 van de basisverordening moet worden onderzocht of er sprake is van dumping door vergelijking met de eerder vastgestelde normale waarde. In het lopende herzieningsonderzoek bij het vervallen van maatregelen zijn nog geen conclusies getrokken die in het huidige onderzoek zouden kunnen worden gebruikt. Deze verzoeken werden derhalve afgewezen. |
2.4. Belang van de Gemeenschap
|
(52) |
Een onafhankelijke importeur stelde dat, hoewel zulks niet uitdrukkelijk in artikel 13 van de basisverordening was vermeld, het belang van de Gemeenschap nauwkeurig onderzocht had moeten worden en dat daarbij met name rekening had moeten worden gehouden met het feit dat de omstandigheden sinds de instelling van de definitieve maatregelen waren gewijzigd. |
|
(53) |
Bij het oorspronkelijke onderzoek bleek dat de antidumpingmaatregelen niet tegen het belang van de Gemeenschap waren. Volgens artikel 13 behoeft niet weer te worden onderzocht of de omstandigheden, wat het belang van de Gemeenschap betreft, sinds de instelling van de maatregelen zijn gewijzigd. Ongeacht het feit of een dergelijk onderzoek dient plaats te vinden, wordt opgemerkt dat geen enkele belanghebbende elementen heeft aangevoerd waaruit zou blijken dat de maatregelen niet meer in het belang van de Gemeenschap zijn. Daarom wordt geconcludeerd dat het eveneens in het belang van de Gemeenschap is, om de ontduiking van rechten tegen te gaan waardoor de corrigerende werking van die rechten wordt aangetast, de rechten tot Vietnam uit te breiden. Dit argument moet dus worden afgewezen. |
3. CONCLUSIES
|
(54) |
Het huidige onderzoek werd ingeleid naar aanleiding van een verzoek van de bedrijfstak van de Gemeenschap, dat voldoende bewijsmateriaal bevatte over de wederverzending van ringbandmechanismen uit de Volksrepubliek China via Vietnam. Uit het voorgaande blijkt dat de maatregelen worden ontdoken door verzending van ringbandmechanismen uit China via Vietnam. Onderdelen worden uit de Volksrepubliek China naar Vietnam verzonden en aldaar geassembleerd, voordat het eindproduct naar de Gemeenschap wordt uitgevoerd. Omdat ontduiking is vastgesteld, wordt voorgesteld de bestaande antidumpingmaatregelen ten aanzien van het betrokken product uit de Volksrepubliek China uit te breiden tot het betrokken product dat vanuit Vietnam in de Gemeenschap wordt ingevoerd, al dan niet aangegeven als zijnde van oorsprong uit Vietnam. |
|
(55) |
De uit te breiden maatregelen zijn de maatregelen die zijn vastgesteld bij artikel 1, lid 2, van de oorspronkelijke verordening, zoals gewijzigd in het kader van de anti-absorptieprocedure, en zijn als volgt:
|
|
(56) |
Overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening moeten uitgebreide maatregelen worden toegepast op goederen waarvan de invoer werd geregistreerd. Daarom moeten de rechten worden geheven van de uit Vietnam ingevoerde ringbandmechanismen waarvan de invoer overeenkomstig de inleidingsverordening werd geregistreerd. |
4. VERZOEK OM VRIJSTELLING
|
(57) |
De enige exporteur die medewerking verleende, diende een verzoek in om vrijstelling van het voorgestelde uitgebreide antidumpingrecht overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening. |
|
(58) |
Bij het onderzoek is gebleken dat deze onderneming de maatregelen heeft ontdoken die zijn ingesteld op het betrokken product uit de Volksrepubliek China. Het verzoek om vrijstelling dient dan ook overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening te worden geweigerd. |
|
(59) |
Hoewel tijdens dit onderzoek geen enkele andere exporteur van ringbandmechanismen naar de Gemeenschap werd aangetroffen in Vietnam, dienen andere exporteurs die voornemens zijn een verzoek in te dienen om vrijstelling van het uitgebreide antidumpingrecht, overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening een vragenlijst in te vullen zodat de Commissie kan nagaan of zij daadwerkelijk in aanmerking komen voor een dergelijke vrijstelling. Deze vrijstelling kan worden verleend nadat een onderzoek is ingesteld naar de marktsituatie van het betrokken product, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad, aan- en verkoop, de waarschijnlijkheid dat de praktijken waarvoor geen voldoende reden of economische rechtvaardiging bestaat, zullen worden voortgezet, en het bewijsmateriaal inzake dumping. De Commissie verricht doorgaans ook een controle ter plaatse. Het verzoek dient onverwijld aan de Commissie te worden gericht met alle relevante informatie, met name over eventuele wijzigingen in de activiteiten van de onderneming in verband met de productie en de uitvoer van het betrokken product, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De definitieve antidumpingrechten die zijn ingesteld bij Verordening (EG) nr. 119/97 op ringbandmechanismen, ingedeeld onder GN-code ex 8305 10 00, uit de Volksrepubliek China, worden hierbij uitgebreid tot ringbandmechanismen die uit Vietnam zijn verzonden, al dan niet aangegeven als van oorsprong zijnde uit Vietnam (Taric-codes 8305100011 en 8305100021).
Voor de doeleinden van deze verordening bestaan ringbandmechanismen uit twee rechthoekige stalen plaatjes of -draden met, hierop bevestigd, minstens vier halve ringen van staaldraad die met een stalen dekplaatje samen worden gehouden. Het mechanisme kan worden geopend hetzij door aan de halve ringen te trekken, hetzij door een klein stalen trekkermechanisme te bedienen dat aan het mechanisme voor ringbanden is bevestigd.
2. De bij lid 1 uitgebreide rechten worden geheven van de in lid 1 beschreven goederen waarvan de invoer overeenkomstig artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 384/96 is geregistreerd.
3. De voor douanerechten geldende bepalingen zijn op dit recht van toepassing.
Artikel 2
1. Verzoeken om vrijstelling van het bij artikel 1 uitgebreide recht dienen schriftelijk, in een van de officiële talen van de Gemeenschap, aan het volgende adres te worden gericht en te worden ondertekend door een persoon die bevoegd is de indiener van het verzoek te vertegenwoordigen:
|
Commissie van de Europese Gemeenschappen |
|
Directoraat-generaal Handel |
|
Directoraat B |
|
Kamer J-79 05/17 |
|
B-1049 Brussel |
|
Fax (32-2) 295 65 05 |
|
Telex COMEU B 21877. |
2. Na overleg in het Raadgevend Comité kan de Commissie vrijstelling verlenen van het bij artikel 1 uitgebreide recht aan ondernemingen die de antidumpingmaatregelen, ingesteld bij Verordening (EG) nr. 119/97, niet ontduiken.
Artikel 3
De douaneautoriteiten wordt hierbij de opdracht gegeven de bij artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1733/2003 ingestelde registratie van de invoer te beëindigen.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Luxemburg, 28 juni 2004.
Voor de Raad
De voorzitter
M. CULLEN
(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).
(2) PB L 22 van 24.1.1997, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2100/2000 (PB L 250 van 5.10.2000, blz. 1).
(3) PB C 21 van 24.1.2002, blz. 25.
(4) PB L 249 van 1.10.2003, blz. 24.
|
1.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 232/9 |
VERORDENING (EG) Nr. 1209/2004 VAN DE COMMISSIE
van 30 juni 2004
tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 juni 2004.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw
(1) PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1947/2002 (PB L 299 van 1.11.2002, blz. 17).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 30 juni 2004 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
|
(in EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0707 00 05 |
052 |
101,8 |
|
999 |
101,8 |
|
|
0709 90 70 |
052 |
83,4 |
|
999 |
83,4 |
|
|
0805 50 10 |
382 |
55,6 |
|
388 |
57,9 |
|
|
508 |
49,3 |
|
|
528 |
60,1 |
|
|
999 |
55,7 |
|
|
0808 10 20, 0808 10 50, 0808 10 90 |
388 |
85,5 |
|
400 |
105,4 |
|
|
404 |
106,8 |
|
|
508 |
70,1 |
|
|
512 |
74,9 |
|
|
528 |
72,2 |
|
|
720 |
76,7 |
|
|
804 |
93,7 |
|
|
999 |
85,7 |
|
|
0809 10 00 |
052 |
231,3 |
|
092 |
165,3 |
|
|
624 |
104,3 |
|
|
999 |
167,0 |
|
|
0809 20 95 |
052 |
347,6 |
|
068 |
127,8 |
|
|
400 |
366,6 |
|
|
616 |
146,8 |
|
|
999 |
247,2 |
|
|
0809 30 10, 0809 30 90 |
052 |
152,4 |
|
624 |
106,1 |
|
|
999 |
129,3 |
|
|
0809 40 05 |
052 |
107,2 |
|
512 |
96,4 |
|
|
624 |
191,1 |
|
|
999 |
131,6 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). De code „999” staat voor „andere oorsprong”.
|
1.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 232/11 |
VERORDENING (EG) Nr. 1210/2004 VAN DE COMMISSIE
van 30 juni 2004
tot vaststelling van de representatieve prijzen en de aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2004/2005
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), en met name op artikel 24, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 1423/95 van de Commissie van 23 juni 1995 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de invoer van producten uit de sector suiker, andere dan melasse (2) is bepaald dat de cif-invoerprijzen voor witte suiker en voor ruwe suiker, vastgesteld overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 784/68 van de Commissie (3), worden beschouwd als „representatieve prijzen”. Deze prijzen gelden voor de standaardkwaliteit zoals gedefinieerd in bijlage I, punt I en II van Verordening (EG) nr. 1260/2001. |
|
(2) |
Bij de vaststelling van deze representatieve prijzen moet rekening worden gehouden met alle in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 784/68 genoemde gegevens, behalve in de in artikel 3 van die verordening genoemde gevallen. |
|
(3) |
Voor de aanpassing van prijzen die geen betrekking hebben op de standaardkwaliteit, dienen voor witte suiker de overeenkomstig artikel 5, lid 1, onder a), van Verordening (EEG) nr. 784/68 vastgestelde toeslagen of kortingen op de in aanmerking genomen aanbiedingen te worden toegepast. Voor ruwe suiker moeten de aanpassingscoëfficiënten worden toegepast zoals omschreven in artikel 5, lid 1, onder b). |
|
(4) |
Indien er een verschil is tussen de reactieprijs voor het betrokken product en de representatieve prijs, moeten aanvullende invoerrechten worden vastgesteld overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1423/95. |
|
(5) |
De representatieve prijzen en de aanvullende invoerrechten voor de betrokken producten moeten worden vastgesteld overeenkomstig artikel 1, lid 2, tweede alinea, en artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1423/95. |
|
(6) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor suiker, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De representatieve prijzen en de aanvullende invoerrechten voor de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1423/95 bedoelde producten worden voor het verkoopseizoen 2004/2005 vastgesteld zoals aangegeven in de bijlage.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 juni 2004.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw
(1) PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 39/2004 van de Commissie (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 16).
(2) PB L 141 van 24.6.1995, blz. 16. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 624/98. (PB L 85 van 20.3.1998, blz. 5).
(3) PB L 145 van 27.6.1968, blz. 10. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 260/96. (PB L 34 van 13.2.1996, blz. 16).
BIJLAGE
Representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en producten van GN-code 1702 90 99 voor het verkoopseizoen 2004/2005
|
(in euro’s) |
||
|
GN-code |
Representatieve prijs per 100 kg nettogewicht van het betrokken product |
Aanvullend invoerrecht per 100 kg nettogewicht van het betrokken product |
|
1701 11 10 (1) |
17,39 |
7,61 |
|
1701 11 90 (1) |
17,39 |
13,77 |
|
1701 12 10 (1) |
17,39 |
7,42 |
|
1701 12 90 (1) |
17,39 |
13,26 |
|
1701 91 00 (2) |
19,64 |
16,66 |
|
1701 99 10 (2) |
19,64 |
11,21 |
|
1701 99 90 (2) |
19,64 |
11,21 |
|
1702 90 99 (3) |
0,20 |
0,44 |
(1) Vastgesteld voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage I, punt II, bij Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad (PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1).
(2) Vastgesteld voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage I, punt I, bij Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad (PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1).
(3) Vastgesteld per procentpunt sacharosegehalte.
|
1.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 232/13 |
VERORDENING (EG) Nr. 1211/2004 VAN DE COMMISSIE
van 30 juni 2004
tot vaststelling van de productierestitutie voor in de chemische industrie gebruikte witte suiker voor de periode van 1 tot en met 31 juli 2004
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), en met name op artikel 7, lid 5, vijfde streepje,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 kan worden besloten om restituties bij de productie te verlenen voor de in artikel 1, lid 1, onder a) en f), genoemde producten, voor de onder d) van dat lid genoemde stropen, en voor chemisch zuivere fructose (levulose) van GN-code 1702 50 00 als tussenproduct, die zich in een van de in artikel 23, lid 2, van het Verdrag bedoelde situaties bevinden en worden gebruikt bij de vervaardiging van bepaalde producten van de chemische industrie. |
|
(2) |
Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1265/2001 van de Commissie van 27 juni 2001 houdende vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad, wat de productierestitutie voor bepaalde in de chemische industrie gebruikte producten van de sector suiker betreft (2) worden deze restituties bepaald op basis van de voor witte suiker vastgestelde restitutie. |
|
(3) |
In artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1265/2001 is bepaald dat de productierestitutie voor witte suiker maandelijks wordt vastgesteld voor perioden die op de eerste van iedere maand beginnen. |
|
(4) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor suiker, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1265/2001 bedoelde productierestitutie voor witte suiker wordt voor de periode van 1 tot en met 31 juli 2004 vastgesteld op 43,062 euro/100 kg nettogewicht.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 juni 2004.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 39/2004 van de Commissie (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 16).
(2) PB L 178 van 30.6.2001, blz. 63.
|
1.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 232/14 |
VERORDENING (EG) Nr. 1212/2004 VAN DE COMMISSIE
van 30 juni 2004
betreffende de afgifte van invoercertificaten voor rietsuiker in het kader van bepaalde tariefcontingenten en preferentiële overeenkomsten
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 1095/96 van de Raad van 18 juni 1996 betreffende de tenuitvoerlegging van de concessies in de lijst CXL die is opgesteld naar aanleiding van de voltooiing van de onderhandelingen in het kader van artikel XXIV, lid 6, van de GATT (2),
Gelet op Verordening (EG) nr. 1159/2003 van de Commissie van 30 juni 2003 tot vaststelling, voor de verkoopseizoenen 2003/2004, 2004/2005 en 2005/2006, van de uitvoeringsbepalingen voor de invoer van rietsuiker in het kader van bepaalde tariefcontingenten en preferentiële overeenkomsten en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1464/95 en (EG) nr. 779/96 (3), en met name op artikel 5, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1159/2003 zijn de voorwaarden vastgesteld voor de bepaling van de leveringsverplichtingen tegen nulrecht van de producten van GN-code 1701, uitgedrukt in wittesuikerequivalent, voor invoer van oorsprong uit de landen die het ACS-protocol en de overeenkomst met India hebben ondertekend. |
|
(2) |
Bij artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1159/2003 zijn de voorwaarden vastgesteld voor de bepaling van de tariefcontingenten tegen nulrecht van de producten van GN-code 1701 11 10, uitgedrukt in wittesuikerequivalent, voor invoer van oorsprong uit de landen die het ACS-protocol en de overeenkomst met India hebben ondertekend. |
|
(3) |
Bij artikel 22 van Verordening (EG) nr. 1159/2003 zijn tariefcontingenten tegen een recht van 98 EUR per ton geopend voor de invoer van producten van GN-code 1701 11 10 uit Brazilië, Cuba en andere derde landen. |
|
(4) |
Overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1159/2003 zijn in de week van 21 juni tot en met 25 juni 2004 bij de bevoegde instanties aanvragen ingediend voor de afgifte van invoercertificaten voor een totale hoeveelheid die groter is dan de overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1159/2003 per land vastgestelde verplicht te leveren hoeveelheid voor preferentiële suiker ACS-India. |
|
(5) |
De Commissie moet derhalve een verlagingscoëfficiënt vaststellen voor de afgifte van certificaten naar rato van de beschikbare hoeveelheid en melden dat de betrokken maximumhoeveelheid is bereikt, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de van 21 juni tot en met 25 juni 2004 op grond van artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1159/2003 ingediende aanvragen voor invoercertificaten worden de certificaten afgegeven voor maximaal de in de bijlage bij deze verordening aangegeven hoeveelheden.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 juni 2004.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw
(1) PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Verordening laastelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 39/2004 van de Commissie (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 2).
(2) PB L 146 van 20.6.1996, blz. 1.
(3) PB L 162 van 1.7.2003, blz. 25. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 96/2004 (PB L 15 van 22.1.2004, blz. 3).
BIJLAGE
Preferentiële suiker ACS — INDIA
Titel II van Verordening (EG) nr. 1159/2003
Verkoopseizoen 2003/2004
|
Betrokken land |
Percentage van de aangevraagde hoeveelheden waarvoor certificaten worden afgegeven in de week van 21 juni tot en met 25 juni 2004 |
Maximumhoeveelheid |
|
Barbados |
100 |
|
|
Belize |
0 |
Bereikt |
|
Congo |
0 |
Bereikt |
|
Fiji |
0 |
Bereikt |
|
Guyana |
0 |
Bereikt |
|
India |
0 |
Bereikt |
|
Ivoorkust |
0 |
Bereikt |
|
Jamaica |
100 |
|
|
Kenia |
100 |
|
|
Madagaskar |
100 |
|
|
Malawi |
0 |
Bereikt |
|
Mauritius |
0 |
Bereikt |
|
Saint Kitts en Nevis |
0 |
Bereikt |
|
Swaziland |
0 |
Bereikt |
|
Tanzania |
100 |
|
|
Trinidad en Tobago |
100 |
|
|
Zambia |
100 |
|
|
Zimbabwe |
0 |
Bereikt |
Verkoopseizoen 2004/2005
|
Betrokken land |
Percentage van de aangevraagde hoeveelheden waarvoor certificaten worden afgegeven in de week van 21 juni tot en met 25 juni 2004 |
Maximumhoeveelheid |
|
Barbados |
100 |
|
|
Belize |
100 |
|
|
Congo |
100 |
|
|
Fiji |
100 |
|
|
Guyana |
100 |
|
|
India |
0 |
Bereikt |
|
Ivoorkust |
100 |
|
|
Jamaica |
100 |
|
|
Kenia |
100 |
|
|
Madagaskar |
100 |
|
|
Malawi |
100 |
|
|
Mauritius |
100 |
|
|
Saint Kitts en Nevis |
100 |
|
|
Swaziland |
100 |
|
|
Tanzania |
100 |
|
|
Trinidad en Tobago |
100 |
|
|
Zambia |
100 |
|
|
Zimbabwe |
97,3420 |
Bereikt |
Bijzondere preferentiële suiker
Titel III van Verordening (EG) nr. 1159/2003
Verkoopseizoen 2003/2004
Contingent geopend voor de in artikel 39 van Verordening (EG) nr. 1260/2001 opgenomen lidstaten, behalve Slovenië
|
Betrokken land |
Percentage van de aangevraagde hoeveelheden waarvoor certificaten worden afgegeven in de week van 21 juni tot en met 25 juni 2004 |
Maximumhoeveelheid |
|
India |
100 |
|
|
ACS |
0 |
Bereikt |
Bijzondere preferentiële suiker
Titel III van Verordening (EG) nr. 1159/2003
Verkoopseizoen 2003/2004
Contingent geopend voor Slovenië
|
Betrokken land |
Percentage van de aangevraagde hoeveelheden waarvoor certificaten worden afgegeven in de week van 21 juni tot en met 25 juni 2004 |
Maximumhoeveelheid |
|
ACS |
100 |
Bereikt |
Suiker CXL-concessies
Titel IV van Verordening (EG) nr. 1159/2003
Verkoopseizoen 2003/2004
|
Betrokken land |
Percentage van de aangevraagde hoeveelheden waarvoor certificaten worden afgegeven in de week van 21 juni tot en met 25 juni 2004 |
Maximumhoeveelheid |
|
Brazilië |
0 |
Bereikt |
|
Cuba |
0 |
Bereikt |
|
Andere derde landen |
0 |
Bereikt |
|
1.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 232/17 |
VERORDENING (EG) Nr. 1213/2004 VAN DE COMMISSIE
van 30 juni 2004
houdende opening van tariefcontingenten voor de invoer van bijzondere preferentiële ruwe rietsuiker uit de ACS-landen en uit India voor de voorziening van de raffinaderijen in de periode van 1 juli 2004 tot en met 28 februari 2005
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), en met name op artikel 39, lid 6,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In artikel 39, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 is bepaald dat, met het oog op een adequate voorziening van de raffinaderijen in de Gemeenschap, tijdens de verkoopseizoenen 2001/2002 tot en met 2005/2006 een bijzonder, verlaagd recht wordt toegepast bij invoer van ruwe rietsuiker van oorsprong uit staten waarmee de Gemeenschap preferentiële leveringsovereenkomsten heeft gesloten. Tot nu toe zijn bij Besluit 2001/870/EG van de Raad (2) dergelijke overeenkomsten gesloten met enerzijds de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (ACS-landen) die worden genoemd in Protocol nr. 3 betreffende ACS-suiker dat is gehecht aan bijlage V bij de Partnerschapsovereenkomst ACS-EG (3), en anderzijds de Republiek India. |
|
(2) |
In de bij Besluit 2001/870/EG gesloten overeenkomsten in de vorm van een briefwisseling is bepaald dat de betrokken raffinaderijen een minimumaankoopprijs moeten betalen die gelijk is aan de gegarandeerde prijs voor ruwe suiker, verlaagd met de voor het betrokken verkoopseizoen vastgestelde aanpassingssteun. Het is derhalve dienstig deze minimumprijs vast te stellen, met inachtneming van de voor het verkoopseizoen 2004/2005 geldende elementen. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 39 van Verordening (EG) nr. 1260/2001 wordt aan de hand van een jaarlijkse op ramingen berustende communautaire voorzieningsbalans vastgesteld hoeveel bijzondere preferentiële suiker moet worden ingevoerd. Uit deze voorzieningsbalans blijkt dat ruwe suiker moet worden ingevoerd en voor het verkoopseizoen 2004/2005 tariefcontingenten met het bijzondere, verlaagde recht waarin de bovenbedoelde overeenkomsten voorzien, moeten worden geopend om gedurende een deel van voornoemd verkoopseizoen de behoeften van de raffinaderijen in de Gemeenschap te kunnen dekken. |
|
(4) |
Gelet op de productieramingen voor ruwe rietsuiker die nu voor het verkoopseizoen 2004/2005 beschikbaar zijn, en op de volgens de op ramingen berustende voorzieningsbalans ontbrekende hoeveelheden, is het dienstig de hoeveelheden vast te stellen die mogen worden ingevoerd in de periode van 1 juli 2004 tot en met 28 februari 2005. |
|
(5) |
Gepreciseerd dient te worden dat voor de nieuwe contingenten de bepalingen moeten worden toegepast van Verordening (EG) nr. 1159/2003 van de Commissie van 30 juni 2003 tot vaststelling, voor de verkoopseizoenen 2003/2004, 2004/2005 en 2005/2006, van de uitvoeringsbepalingen voor de invoer van rietsuiker in het kader van bepaalde tariefcontingenten en preferentiële overeenkomsten en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1464/95 en (EG) nr. 779/96 (4). |
|
(6) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor suiker, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de periode van 1 juli 2004 tot en met 28 februari 2005 worden in het kader van Besluit 2001/870/EG de volgende contingenten geopend voor de invoer van voor raffinage bestemde ruwe rietsuiker van GN-code 1701 11 10:
|
a) |
een tariefcontingent van 138 000 ton, uitgedrukt in witte suiker, van oorsprong uit de ACS-landen die de bij Besluit 2001/870/EG goedgekeurde overeenkomst in de vorm van een briefwisseling hebben ondertekend; |
|
b) |
een tariefcontingent van 10 000 ton, uitgedrukt in witte suiker, van oorsprong uit India. |
Artikel 2
1. Het bij invoer van de in artikel 1 vermelde hoeveelheden toe te passen bijzondere, verlaagde recht per 100 kg ruwe suiker van de standaardkwaliteit wordt vastgesteld op 0 EUR.
2. De door de raffinadeurs in de Gemeenschap te betalen minimumaankoopprijs wordt voor de in artikel 1 genoemde periode vastgesteld op 49,68 euro per 100 kg ruwe suiker van de standaardkwaliteit.
Artikel 3
Verordening (EG) nr. 1159/2003 is van toepassing voor de bij deze verordening geopende tariefcontingenten.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 juni 2004.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 39/2004 van de Commissie (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 16).
(2) PB L 325 van 8.12.2001, blz. 21.
(3) PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.
(4) PB L 162 van 1.7.2003, blz. 25. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 96/2004 (PB L 15 van 22.1.2004, blz. 3).
|
1.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 232/19 |
VERORDENING (EG) Nr. 1214/2004 VAN DE COMMISSIE
van 30 juni 2004
tot afwijking van Verordening (EG) nr. 2424/1999 houdende nadere bepalingen voor de toepassing van een bij Verordening (EG) nr. 2249/1999 van de Raad vastgesteld tariefcontingent voor de invoer van gedroogd rundvlees zonder been
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (1), en met name op artikel 32, lid 1,
Gelet op Besluit 2002/309/EG, Euratom van de Raad en, wat betreft de overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking, van de Commissie van 4 april 2002 betreffende de sluiting van zeven overeenkomsten met de Zwitserse Bondsstaat (2) en met name op artikel 5, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 2424/1999 van de Commissie (3) is op meerjarenbasis een tariefcontingent voor de invoer van gedroogd rundvlees zonder been uit Zwitserland geopend voor een hoeveelheid van 700 ton per jaarperiode, die telkens loopt van 1 juli tot en met 30 juni van het daaropvolgende jaar. |
|
(2) |
Sinds de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 2424/1999 is de definitieve versie van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten in werking getreden. Die overeenkomst is namens de Europese Gemeenschap goedgekeurd bij Besluit 2002/309/EG, Euratom. |
|
(3) |
Die overeenkomst voorziet in de invoer, vrij van douanerechten, van 1 200 ton rundvlees zonder been, gedroogd, van GN-code ex 0210 20 90 per jaar. In verband met de BSE-crisis hebben partijen evenwel in de gemeenschappelijke verklaring betreffende de vleessector (4), die is opgenomen in de slotakte bij die overeenkomst, verklaard dat de Gemeenschap bij wijze van uitzondering een aan het ad-valoremrecht onderworpen en van het specifiek recht vrijgesteld autonoom jaarcontingent van 700 ton netto opent voor gedroogd rundvlees. |
|
(4) |
Oorspronkelijk was bepaald dat deze uitzondering zou gelden gedurende één jaar vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst, maar dat de situatie opnieuw zou worden bekeken indien de restrictieve invoermaatregelen die sommige lidstaten ten aanzien van Zwitserland hadden genomen, aan het einde van die periode niet zouden zijn opgeheven. |
|
(5) |
In de eerste vergadering van het Gemengd Landbouwcomité op 12 december 2002 in Brussel hebben partijen hun standpunt zoals uiteengezet in de gemeenschappelijke verklaring herhaald. |
|
(6) |
De situatie is inderdaad één jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst opnieuw bekeken in de tweede vergadering van het Gemengd Landbouwcomité op 11 juni 2003 in Bern, waar toen werd geconcludeerd dat de situatie nog niet was veranderd zodat de in de overeenkomst vastgestelde preferenties voor vleesproducten niet ten uitvoer konden worden gelegd, maar dat de autonome maatregelen van de gemeenschappelijke verklaring dienden te worden voortgezet. |
|
(7) |
Het Gemengd Landbouwcomité heeft in zijn derde vergadering op 4 december 2003 in Brussel geconcludeerd dat, na de vaststelling van Besluit nr. 2/2003 van het bij de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten opgerichte Gemengd Veterinair Comité van 25 november 2003 tot wijziging van de aanhangsels 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 11 van bijlage 11 bij de overeenkomst (5), en de daaropvolgende opheffing door de lidstaten van de restrictieve maatregelen ten aanzien van Zwitserland de in de overeenkomst vastgestelde concessies zo spoedig mogelijk dienden te worden toegepast. Omdat daarbij de toe te passen oorsprongsregels veranderen, waren beide partijen echter van mening dat de marktdeelnemers voldoende tijd moet worden gegeven om zich aan te passen en om passende maatregelen te nemen met betrekking tot eventuele voorraden, zodat is besloten dat die toepassing zal ingaan op 1 januari 2005. |
|
(8) |
Daarom moet een regeling worden getroffen voor de resterende maanden van het jaar 2004 voordat een nieuwe regeling voor de tenuitvoerlegging van de concessies met ingang van 1 januari 2005 zal worden ingesteld. |
|
(9) |
De autonome concessie betreft de invoer van een jaarlijkse hoeveelheid van 700 ton. De hoeveelheid voor de maanden juli tot en met december 2004 dient te worden beperkt tot de helft daarvan. Mochten in het jaar 2004 invoercertificaten zijn afgegeven voor minder dan 700 ton, dan dient het verschil te worden toegevoegd aan de voor het jaar 2005 beschikbare hoeveelheden. Die situatie moet na afloop van het jaar 2004 opnieuw worden bezien. |
|
(10) |
Daarom dienen de nodige afwijkingen van Verordening (EG) nr. 2424/1999 te worden vastgesteld. |
|
(11) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor rundvlees, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. In afwijking van artikel 1, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2424/1999 wordt een communautair tariefcontingent voor gedroogd rundvlees zonder been van GN-code ex 0210 20 90 geopend voor een hoeveelheid van 350 ton voor de periode van 1 juli tot en met 31 december 2004.
2. In afwijking van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2424/1999 eindigt de geldigheidsduur van de op of na 1 juli 2004 afgegeven echtheidscertificaten en invoercertificaten uiterlijk op 31 december 2004.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 juni 2004.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1).
(2) PB L 114 van 30.4.2002, blz. 1.
(3) PB L 294 van 16.11.1999, blz. 13. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2589/1999 (PB L 315 van 9.12.1999, blz. 6).
(4) PB L 114 van 30.4.2002, blz. 352.
(5) Besluit 2004/78/EG (PB L 23 van 28.1.2004, blz. 27).
|
1.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 232/21 |
VERORDENING (EG) Nr. 1215/2004 VAN DE COMMISSIE
van 30 juni 2004
tot wijziging van onderdelen van het productdossier voor een benaming die is opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1107/96 betreffende de registratie van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen (Scotch Beef)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad van 14 juli 1992 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name op artikel 9,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 2081/92 hebben de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk om wijzigingen van de beschrijving en de werkwijze voor het verkrijgen van het product verzocht voor de benaming „Scotch Beef” die als beschermde geografische aanduiding is geregistreerd bij Verordening (EG) nr. 1107/96 van de Commissie van 12 juni 1996 betreffende de registratie van de geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen in het kader van de procedure van artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad (2). |
|
(2) |
Na onderzoek van de gevraagde wijzigingen is geoordeeld dat deze niet gering zijn. |
|
(3) |
Omdat het niet om geringe wijzigingen gaat, is op grond van artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 2081/92 de procedure van artikel 6 van die verordening van overeenkomstige toepassing. |
|
(4) |
Geoordeeld werd dat het in dit geval gaat om wijzigingen die in overeenstemming zijn met Verordening (EEG) nr. 2081/92. Bij de Commissie zijn geen bezwaren als bedoeld in artikel 7 van die verordening ingediend naar aanleiding van de bekendmaking van die wijzigingen in het Publicatieblad van de Europese Unie (3). |
|
(5) |
Bijgevolg moeten die wijzigingen worden geregistreerd en in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in bijlage I bij de onderhavige verordening vermelde wijzigingen worden geregistreerd en worden overeenkomstig artikel 6, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 2081/92 bekendgemaakt.
De geconsolideerde samenvatting die de belangrijkste gegevens uit het productdossier bevat, is opgenomen in bijlage II bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 juni 2004.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 208 van 24.7.1992, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 1).
(2) PB L 148 van 21.6.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 526/2004 (PB L 85 van 23.3.2004, blz. 3).
(3) PB C 99 van 25.4.2003, blz. 2 (Scotch Beef).
BIJLAGE I
Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad
WIJZIGING VAN HET PRODUCTDOSSIER VOOR EEN BESCHERMDE GEOGRAFISCHE AANDUIDING (artikel 9)
EG-NUMMER: UK/0274/25.1.1994
1.
2.
Naam
Beschrijving
Geografisch gebied
Bewijs van de oorsprong
Werkwijze voor het verkrijgen van het product
Verband
Etikettering
Nationale eisen
3.
Beschrijving
Om beter aan te sluiten bij de huidige gang van zaken, rekening te houden met het belang dat de consument hecht aan een transparantere etikettering, en de kwaliteit van Scotch Beef te verbeteren, wordt de bestaande beschrijving:
„Het product is afkomstig van runderen die in het aangewezen gebied worden afgemest gedurende ten minste drie maanden, en in dat gebied worden geslacht en opgemaakt.”
vervangen door:
„Het product is afkomstig van runderen die in het aangewezen geografische gebied zijn geboren, daar gedurende hun gehele leven zijn opgefokt en daar zijn geslacht en opgemaakt. De dieren moeten zijn geproduceerd en geslacht in overeenstemming met aan Europese norm EN 45011 (ISO-handleiding 65) beantwoordende kwaliteitsborgingssystemen waarbij normen en beoordelingscriteria en frequenties worden gehanteerd die overeenkomen met die welke door de aanvrager zijn vastgesteld.”.
Werkwijze voor het verkrijgen van het product
Als gevolg van de hierboven aangegeven wijziging van de beschrijving moeten ook de gegevens over de werkwijze voor het verkrijgen van het product worden gewijzigd. Bovendien werd, toen de oorspronkelijke aanvraag werd ingediend, nagenoeg geen Scotch Beef in bevroren staat verkocht. Hoewel dit nog steeds niet op grote schaal gebeurt, wenst de aanvrager de zin „Er mogen alleen verse of gekoelde producten worden verkocht.” te schrappen zodat Scotch Beef ook in bevroren staat kan worden verkocht mocht een verwerker dit willen.
Daarom wordt de bestaande formulering:
„De runderen worden in Schotland afgemest gedurende een periode van ten minste drie maanden. Zij worden geslacht en opgemaakt in overeenstemming met het productdossier. Er mogen alleen verse of gekoelde producten worden verkocht.”
vervangen door:
„De runderen worden geboren in het aangewezen geografische gebied en worden daar gedurende hun gehele leven opgefokt. Zij worden geproduceerd en geslacht in overeenstemming met aan Europese norm EN 45011 (ISO-handleiding 65) beantwoordende kwaliteitsborgingssystemen waarbij normen en beoordelingscriteria en frequenties worden gehanteerd die overeenkomen met die welke door de aanvrager zijn vastgesteld. Zij worden in het genoemde gebied geslacht en opgemaakt in overeenstemming met het productdossier.”.
BIJLAGE II
GECONSOLIDEERDE SAMENVATTING
Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad
„SCOTCH BEEF”
EG-NUMMER: UK/0274/25.1.1994
BOB ( ) BGA (X)
Deze samenvatting is opgesteld voor informatieve doeleinden. Voor volledige informatie, met name ten behoeve van de producenten van het product met de betrokken BOB of BGA, dient de volledige versie van het productdossier te worden geraadpleegd hetzij op nationaal niveau, hetzij bij de bevoegde diensten van de Europese Commissie (1).
1. Bevoegde dienst van de lidstaat :
|
Naam |
: |
Department of Environment, Food and Rural Affairs Food Chain Marketing and Competitiveness Division |
|||||
|
Adres |
: |
|
|||||
|
Tel. |
: |
(40-207) 238 66 87 |
|||||
|
Fax |
: |
(40-207) 238 57 28 |
|||||
|
|
: |
rlf.feedback@defra.gsi.gov.uk |
2. Groepering :
|
2.1. |
|
|
2.2. |
|
|
2.3. |
Samenstelling : producenten (8 969), verwerkers (32), anderen (310) |
3. Productcategorie : categorie 1.1 — Vers vlees (en verse slachtafvallen)
4. Overzicht van het productdossier : (samenvatting van de in artikel 4, lid 2, voorgeschreven gegevens)
4.1. Naam : „Scotch Beef”
4.2. Beschrijving : Het product is afkomstig van runderen die in het aangewezen geografische gebied zijn geboren, daar gedurende hun gehele leven zijn opgefokt en daar zijn geslacht en opgemaakt. De dieren moeten zijn geproduceerd en geslacht in overeenstemming met aan Europese norm EN 45011 (ISO-handleiding 65) beantwoordende kwaliteitsborgingssystemen waarbij normen en beoordelingscriteria en frequenties worden gehanteerd die overeenkomen met die welke door de aanvrager zijn vastgesteld.
4.3. Geografisch gebied : Het aangewezen gebied omvat het Schotse vasteland, de eilanden langs de westkust, de Orkney-eilanden en de Shetlandeilanden.
4.4. Bewijs van de oorsprong : Scotch Beef is sinds de 19e eeuw befaamd voor zijn superieure kwaliteit die het te danken heeft aan de traditionele wijze van voeren van de runderen. Op de vleesmarkt heeft het zich een uitstekende reputatie verworven, niet alleen in het Verenigd Koninkrijk maar ook daarbuiten.
4.5. Werkwijze voor het verkrijgen van het product : De runderen worden geboren in het aangewezen geografische gebied en worden daar gedurende hun gehele leven opgefokt. Zij worden geproduceerd en geslacht in overeenstemming met aan Europese norm EN 45011 (ISO-handleiding 65) beantwoordende kwaliteitsborgingssystemen waarbij normen en beoordelingscriteria en frequenties worden gehanteerd die overeenkomen met die welke door de aanvrager zijn vastgesteld. Zij worden in het genoemde gebied geslacht en opgemaakt in overeenstemming met het productdossier.
4.6. Verband : De kwaliteit en de bijzondere eigenschappen van Scotch Beef zijn te danken aan het feit dat de runderen op extensieve wijze worden geweid op de typische Schotse graslanden.
4.7. Controlestructuur :
|
Naam |
: |
Scottish Food Quality Certification |
|||||
|
Adres |
: |
|
|||||
|
Tel. |
: |
(44-131) 335 66 15 |
|||||
|
Fax |
: |
(44-131) 335 66 01 |
|||||
|
|
: |
enquiries@sfqc.co.uk |
4.8. Etikettering : BGA
4.9. Nationale eisen : —
(1) Europese Commissie, Directoraat-generaal Landbouw, Eenheid Kwaliteitsbeleid voor landbouwproducten — B-1049 Brussel.
|
1.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 232/25 |
VERORDENING (EG) Nr. 1216/2004 VAN DE COMMISSIE
van 30 juni 2004
tot vaststelling van de afgeleide interventieprijzen voor witte suiker voor het verkoopseizoen 2004/2005
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), en met name op artikel 2, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In artikel 2, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1260/2001 is voor de verkoopseizoenen 2001/2002 tot en met 2005/2006 de interventieprijs voor witte suiker vastgesteld op 631,9 EUR per ton voor de gebieden zonder tekort. |
|
(2) |
In artikel 2, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1260/2001 is bepaald dat voor ieder gebied met een tekort elk jaar een afgeleide interventieprijs voor witte suiker moet worden vastgesteld. Bij deze vaststelling moet rekening worden gehouden met de regionale verschillen in de suikerprijs waarvan mag worden aangenomen dat ze zich bij een normale oogst en een vrij handelsverkeer in suiker zullen voordoen in de veronderstelling dat de prijsvorming op de markt normaal verloopt en rekening houdend met de ervaring en met de kosten voor het vervoer van suiker van de overschotgebieden naar de tekortgebieden. |
|
(3) |
Om te constateren of het om een tekortgebied gaat, moeten prognoses worden gemaakt op basis van door de lidstaten meegedeelde gegevens over enerzijds de ontwikkeling van het verbruik in het lopende verkoopseizoen en anderzijds de vooruitzichten voor de ontwikkeling van de beschikbare productie in het volgende verkoopseizoen. Bijgevolg kan een regio slechts als een tekortgebied worden beschouwd als uit deze prognoses met zekerheid een tekortsituatie blijkt. |
|
(4) |
Op basis hiervan valt voor de productiegebieden in Griekenland, Spanje, Ierland en het Verenigd Koninkrijk, Italië, Portugal en Finland een tekort te verwachten. |
|
(5) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor suiker, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de gebieden met een tekort in de Gemeenschap wordt de afgeleide interventieprijs voor witte suiker voor het verkoopseizoen 2004/2005 vastgesteld op:
|
a) |
655,30 EUR per ton voor alle gebieden in Griekenland; |
|
b) |
648,80 EUR per ton voor alle gebieden in Spanje; |
|
c) |
646,50 EUR per ton voor alle gebieden in Ierland en het Verenigd Koninkrijk; |
|
d) |
655,30 EUR per ton voor alle gebieden in Italië; |
|
e) |
646,50 EUR per ton voor alle gebieden in Portugal; |
|
f) |
646,50 EUR per ton voor alle gebieden in Finland. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 juni 2004.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 39/2004 van de Commissie (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 16).
|
1.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 232/26 |
VERORDENING (EG) Nr. 1217/2004 VAN DE COMMISSIE
van 29 juni 2004
houdende vaststelling van eenheidswaarden voor de bepaling van de douanewaarde van bepaalde aan bederf onderhevige goederen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 (1) tot vaststelling van het communautair douanewetboek,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 (2) houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92, inzonderheid op artikel 173, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In de artikelen 173 tot en met 177 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 is bepaald dat de Commissie periodieke eenheidswaarden vaststelt voor de producten die zijn omschreven in de in bijlage 26 van genoemde verordening opgenomen klasse-indeling. |
|
(2) |
De toepassing van de regels en maatstaven bepaald in voornoemde artikelen op de gegevens die overeenkomstig het bepaalde in artikel 173, lid 2, van voornoemde verordening aan de Commissie zijn medegedeeld, leidt ertoe voor de betrokken producten de eenheidswaarden vast te stellen die zijn vermeld in de bijlage bij de onderhavige verordening, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De eenheidswaarden bedoeld in artikel 173, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2454/93 worden vastgesteld zoals in de in de bijlage opgenomen lijst vermeld.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 2 juli 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 29 juni 2004.
Voor de Commissie
Erkki LIIKANEN
Lid van de Commissie
(1) PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2700/2000 (PB L 311 van 12.12.2000, blz. 17).
(2) PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2286/2003 van de Commissie (PB L 343 van 31.12.2003, blz. 1).
BIJLAGE
|
Rubriek |
Omschrijving |
Bedrag van de eenheidswaarden/100 kg netto |
|||||||
|
Soort, variëteit, GN-code |
EUR LTL SEK |
CYP LVL GBP |
CZK MTL |
DKK PLN |
EEK SIT |
HUF SKK |
|||
|
1.10 |
Nieuwe aardappelen (primeurs) 0701 90 50 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||||
|
— |
— |
|
|
|
|
||||
|
1.30 |
Uien (andere dan plantuitjes) 0703 10 19 |
25,14 |
14,62 |
796,01 |
186,85 |
393,37 |
6 360,62 |
||
|
86,81 |
16,47 |
10,70 |
114,84 |
6 024,74 |
1 002,82 |
||||
|
230,01 |
16,76 |
|
|
|
|
||||
|
1.40 |
Knoflook 0703 20 00 |
125,76 |
73,13 |
3 981,85 |
934,66 |
1 967,74 |
31 817,58 |
||
|
434,23 |
82,40 |
53,54 |
574,46 |
30 137,41 |
5 016,36 |
||||
|
1 150,56 |
83,83 |
|
|
|
|
||||
|
1.50 |
Prei ex 0703 90 00 |
45,21 |
26,29 |
1 431,44 |
336,00 |
707,38 |
11 438,13 |
||
|
156,10 |
29,62 |
19,25 |
206,51 |
10 834,12 |
1 803,34 |
||||
|
413,62 |
30,14 |
|
|
|
|
||||
|
1.60 |
Bloemkool 0704 10 00 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
1.80 |
Witte kool en rode kool 0704 90 10 |
41,98 |
24,41 |
1 329,17 |
312,00 |
656,84 |
10 620,94 |
||
|
144,95 |
27,51 |
17,87 |
191,76 |
10 060,09 |
1 674,50 |
||||
|
384,07 |
27,98 |
|
|
|
|
||||
|
1.90 |
Broccoli (Brassica oleracea L. convar. botrytis (L.) Alef var. italica Plenck) ex 0704 90 90 |
61,43 |
35,72 |
1 945,00 |
456,55 |
961,17 |
15 541,79 |
||
|
212,11 |
40,25 |
26,15 |
280,61 |
14 721,09 |
2 450,32 |
||||
|
562,01 |
40,95 |
|
|
|
|
||||
|
1.100 |
Chinese kool ex 0704 90 90 |
75,36 |
43,82 |
2 386,05 |
560,08 |
1 179,13 |
19 066,08 |
||
|
260,20 |
49,38 |
32,08 |
344,24 |
18 059,27 |
3 005,96 |
||||
|
689,45 |
50,23 |
|
|
|
|
||||
|
1.110 |
Kropsla 0705 11 00 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
1.130 |
Wortelen ex 0706 10 00 |
26,74 |
15,55 |
846,64 |
198,73 |
418,39 |
6 765,22 |
||
|
92,33 |
17,52 |
11,38 |
122,15 |
6 407,97 |
1 066,61 |
||||
|
244,64 |
17,82 |
|
|
|
|
||||
|
1.140 |
Radijs ex 0706 90 90 |
44,01 |
25,59 |
1 393,44 |
327,08 |
688,61 |
11 134,53 |
||
|
151,96 |
28,84 |
18,74 |
201,03 |
10 546,56 |
1 755,47 |
||||
|
402,64 |
29,34 |
|
|
|
|
||||
|
1.160 |
Erwten (Pisum sativum), peultjes daaronder begrepen 0708 10 00 |
374,31 |
217,66 |
11 851,39 |
2 781,87 |
5 856,67 |
94 700,30 |
||
|
1 292,42 |
245,25 |
159,34 |
1 709,81 |
89 699,53 |
14 930,46 |
||||
|
3 424,48 |
249,51 |
|
|
|
|
||||
|
1.170 |
Bonen: |
|
|
|
|
|
|
||
|
1.170.1 |
|
119,93 |
69,74 |
3 797,38 |
891,36 |
1 876,57 |
30 343,53 |
||
|
414,11 |
78,58 |
51,06 |
547,85 |
28 741,20 |
4 783,96 |
||||
|
1 097,26 |
79,95 |
|
|
|
|
||||
|
1.170.2 |
|
126,14 |
73,35 |
3 993,84 |
937,47 |
1 973,66 |
31 913,42 |
||
|
435,54 |
82,65 |
53,70 |
576,19 |
30 228,19 |
5 031,47 |
||||
|
1 154,03 |
84,08 |
|
|
|
|
||||
|
1.180 |
Tuinbonen ex 0708 90 00 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
1.190 |
Artisjokken 0709 10 00 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
1.200 |
Asperges: |
|
|
|
|
|
|
||
|
1.200.1 |
|
375,21 |
218,19 |
11 880,05 |
2 788,60 |
5 870,83 |
94 929,32 |
||
|
1 295,54 |
245,84 |
159,73 |
1 713,94 |
89 916,45 |
14 966,56 |
||||
|
3 432,76 |
250,12 |
|
|
|
|
||||
|
1.200.2 |
|
281,45 |
163,66 |
8 911,27 |
2 091,74 |
4 403,74 |
71 206,85 |
||
|
971,79 |
184,41 |
119,81 |
1 285,64 |
67 446,68 |
11 226,48 |
||||
|
2 574,93 |
187,61 |
|
|
|
|
||||
|
1.210 |
Aubergines 0709 30 00 |
89,80 |
52,22 |
2 843,36 |
667,42 |
1 405,12 |
22 720,29 |
||
|
310,07 |
58,84 |
38,23 |
410,21 |
21 520,51 |
3 582,08 |
||||
|
821,59 |
59,86 |
|
|
|
|
||||
|
1.220 |
Bleekselderij (Apium graveolens L., var. dulce (Mill.) Pers.) ex 0709 40 00 |
90,50 |
52,63 |
2 865,57 |
672,63 |
1 416,10 |
22 897,76 |
||
|
312,50 |
59,30 |
38,53 |
413,42 |
21 688,62 |
3 610,06 |
||||
|
828,01 |
60,33 |
|
|
|
|
||||
|
1.230 |
Cantharellen 0709 59 10 |
806,38 |
468,91 |
25 531,60 |
5 993,02 |
12 617,11 |
204 014,14 |
||
|
2 784,27 |
528,34 |
343,28 |
3 683,46 |
193 240,90 |
32 164,89 |
||||
|
7 377,41 |
537,53 |
|
|
|
|
||||
|
1.240 |
Niet-scherp smakende pepers 0709 60 10 |
136,93 |
79,62 |
4 335,39 |
1 017,64 |
2 142,45 |
34 642,58 |
||
|
472,78 |
89,71 |
58,29 |
625,47 |
32 813,23 |
5 461,75 |
||||
|
1 252,72 |
91,28 |
|
|
|
|
||||
|
1.250 |
Venkel 0709 90 50 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
1.270 |
Bataten (zoete aardappelen), geheel, vers (bestemd voor menselijke consumptie) 0714 20 10 |
88,42 |
51,41 |
2 799,43 |
657,11 |
1 383,41 |
22 369,27 |
||
|
305,28 |
57,93 |
37,64 |
403,88 |
21 188,03 |
3 526,74 |
||||
|
808,90 |
58,94 |
|
|
|
|
||||
|
2.10 |
Kastanjes (Castanea spp.), vers ex 0802 40 00 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
2.30 |
Ananassen, vers ex 0804 30 00 |
83,47 |
48,54 |
2 642,91 |
620,37 |
1 306,06 |
21 118,57 |
||
|
288,21 |
54,69 |
35,53 |
381,29 |
20 003,37 |
3 329,56 |
||||
|
763,67 |
55,64 |
|
|
|
|
||||
|
2.40 |
Avocaten, vers ex 0804 40 00 |
148,80 |
86,53 |
4 711,24 |
1 105,87 |
2 328,18 |
37 645,89 |
||
|
513,77 |
97,49 |
63,34 |
679,69 |
35 657,95 |
5 935,25 |
||||
|
1 361,32 |
99,19 |
|
|
|
|
||||
|
2.50 |
Guaves en manga's, vers ex 0804 50 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
2.60 |
Sinaasappelen, andere dan pomeransen (bittere oranjeappelen), vers: |
|
|
|
|
|
|
||
|
2.60.1 |
|
48,60 |
28,26 |
1 538,77 |
361,20 |
760,42 |
12 295,80 |
||
|
167,81 |
31,84 |
20,69 |
222,00 |
11 646,50 |
1 938,56 |
||||
|
444,63 |
32,40 |
|
|
|
|
||||
|
2.60.2 |
|
56,97 |
33,13 |
1 803,63 |
423,36 |
891,31 |
14 412,15 |
||
|
196,69 |
37,32 |
24,25 |
260,21 |
13 651,09 |
2 272,22 |
||||
|
521,16 |
37,97 |
|
|
|
|
||||
|
2.60.3 |
|
48,60 |
28,26 |
1 538,77 |
361,20 |
760,42 |
12 295,80 |
||
|
167,81 |
31,84 |
20,69 |
222,00 |
11 646,50 |
1 938,56 |
||||
|
444,63 |
32,40 |
|
|
|
|
||||
|
2.70 |
Mandarijnen (tangerines en satsuma's daaronder begrepen), vers; clementines, wilkings en dergelijke kruisingen van citrusvruchten, vers: |
|
|
|
|
|
|
||
|
2.70.1 |
|
75,89 |
44,13 |
2 402,93 |
564,04 |
1 187,47 |
19 200,95 |
||
|
262,04 |
49,73 |
32,31 |
346,67 |
18 187,02 |
3 027,22 |
||||
|
694,33 |
50,59 |
|
|
|
|
||||
|
2.70.2 |
|
52,75 |
30,68 |
1 670,32 |
392,07 |
825,43 |
13 346,94 |
||
|
182,15 |
34,56 |
22,46 |
240,98 |
12 642,14 |
2 104,28 |
||||
|
482,64 |
35,17 |
|
|
|
|
||||
|
2.70.3 |
|
24,73 |
14,38 |
783,00 |
183,79 |
386,94 |
6 256,69 |
||
|
85,39 |
16,20 |
10,53 |
112,96 |
5 926,30 |
986,43 |
||||
|
226,25 |
16,49 |
|
|
|
|
||||
|
2.70.4 |
|
80,60 |
46,87 |
2 551,96 |
599,02 |
1 261,12 |
20 391,80 |
||
|
278,30 |
52,81 |
34,31 |
368,17 |
19 314,98 |
3 214,97 |
||||
|
737,39 |
53,73 |
|
|
|
|
||||
|
2.85 |
Lemmetjes (Citrus aurantifolia, Citrus latifolia), vers 0805 50 90 |
90,28 |
52,50 |
2 858,35 |
670,94 |
1 412,53 |
22 840,11 |
||
|
311,71 |
59,15 |
38,43 |
412,38 |
21 634,00 |
3 600,97 |
||||
|
825,93 |
60,18 |
|
|
|
|
||||
|
2.90 |
Pompelmoezen en pomelo's of grapefruit, vers: |
|
|
|
|
|
|
||
|
2.90.1 |
|
55,91 |
32,51 |
1 770,11 |
415,50 |
874,75 |
14 144,34 |
||
|
193,03 |
36,63 |
23,80 |
255,38 |
13 397,43 |
2 230,00 |
||||
|
511,48 |
37,27 |
|
|
|
|
||||
|
2.90.2 |
|
65,29 |
37,97 |
2 067,15 |
485,22 |
1 021,54 |
16 517,89 |
||
|
225,43 |
42,78 |
27,79 |
298,23 |
15 645,64 |
2 604,21 |
||||
|
597,31 |
43,52 |
|
|
|
|
||||
|
2.100 |
Druiven voor tafelgebruik 0806 10 10 |
156,68 |
91,11 |
4 960,93 |
1 164,47 |
2 451,57 |
39 641,03 |
||
|
541,00 |
102,66 |
66,70 |
715,72 |
37 547,73 |
6 249,81 |
||||
|
1 433,47 |
104,45 |
|
|
|
|
||||
|
2.110 |
Watermeloenen 0807 11 00 |
42,35 |
24,63 |
1 340,88 |
314,74 |
662,63 |
10 714,52 |
||
|
146,23 |
27,75 |
18,03 |
193,45 |
10 148,73 |
1 689,25 |
||||
|
387,45 |
28,23 |
|
|
|
|
||||
|
2.120 |
Andere meloenen: |
|
|
|
|
|
|
||
|
2.120.1 |
|
47,12 |
27,40 |
1 491,91 |
350,20 |
737,27 |
11 921,36 |
||
|
162,70 |
30,87 |
20,06 |
215,24 |
11 291,84 |
1 879,52 |
||||
|
431,09 |
31,41 |
|
|
|
|
||||
|
2.120.2 |
|
88,90 |
51,70 |
2 814,76 |
660,71 |
1 390,99 |
22 491,75 |
||
|
306,95 |
58,25 |
37,84 |
406,09 |
21 304,04 |
3 546,05 |
||||
|
813,33 |
59,26 |
|
|
|
|
||||
|
2.140 |
Peren: |
|
|
|
|
|
|
||
|
2.140.1 |
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||||
|
— |
— |
|
|
|
|
||||
|
2.140.2 |
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||||
|
— |
— |
|
|
|
|
||||
|
2.150 |
Abrikozen 0809 10 00 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||||
|
— |
— |
|
|
|
|
||||
|
2.160 |
Kersen 0809 20 95 0809 20 05 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
2.170 |
Perziken 0809 30 90 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||||
|
— |
— |
|
|
|
|
||||
|
2.180 |
Nectarines ex 0809 30 10 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||||
|
— |
— |
|
|
|
|
||||
|
2.190 |
Pruimen 0809 40 05 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||||
|
— |
— |
|
|
|
|
||||
|
2.200 |
Aardbeien 0810 10 00 |
112,40 |
65,36 |
3 558,81 |
835,36 |
1 758,68 |
28 437,20 |
||
|
388,09 |
73,64 |
47,85 |
513,43 |
26 935,54 |
4 483,41 |
||||
|
1 028,33 |
74,93 |
|
|
|
|
||||
|
2.205 |
Frambozen 0810 20 10 |
304,95 |
177,33 |
9 655,33 |
2 266,39 |
4 771,43 |
77 152,35 |
||
|
1 052,93 |
199,80 |
129,82 |
1 392,98 |
73 078,22 |
12 163,85 |
||||
|
2 789,93 |
203,28 |
|
|
|
|
||||
|
2.210 |
Blauwe bosbessen (vruchten van de Vaccinium myrtillus) 0810 40 30 |
1 605,61 |
933,66 |
50 836,82 |
11 932,89 |
25 122,34 |
406 219,33 |
||
|
5 543,85 |
1 052,00 |
683,51 |
7 334,27 |
384 768,38 |
64 044,57 |
||||
|
14 689,40 |
1 070,30 |
|
|
|
|
||||
|
2.220 |
Kiwi's (Actinidia chinensis Planch.) 0810 50 00 |
105,19 |
61,17 |
3 330,49 |
781,76 |
1 645,85 |
26 612,77 |
||
|
363,20 |
68,92 |
44,78 |
480,49 |
25 207,44 |
4 195,77 |
||||
|
962,35 |
70,12 |
|
|
|
|
||||
|
2.230 |
Granaatappels ex 0810 90 95 |
253,43 |
147,37 |
8 024,10 |
1 883,49 |
3 965,32 |
64 117,79 |
||
|
875,04 |
166,05 |
107,89 |
1 157,64 |
60 731,97 |
10 108,82 |
||||
|
2 318,58 |
168,94 |
|
|
|
|
||||
|
2.240 |
Kaki-appels (daaronder begrepen sharonvrucht) ex 0810 90 95 |
285,47 |
166,00 |
9 038,64 |
2 121,63 |
4 466,68 |
72 224,62 |
||
|
985,68 |
187,04 |
121,53 |
1 304,01 |
68 410,70 |
11 386,94 |
||||
|
2 611,73 |
190,30 |
|
|
|
|
||||
|
2.250 |
Litchis ex 0810 90 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
1.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 232/32 |
VERORDENING (EG) Nr. 1218/2004 VAN DE COMMISSIE
van 30 juni 2004
tot vaststelling van de wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op het aan de Akte van Toetreding van Griekenland gehechte Protocol nr. 4 betreffende katoen, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1050/2001 van de Raad (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 1051/2001 van de Raad van 22 mei 2001 betreffende de steun voor de katoenproductie (2), en met name op artikel 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1051/2001 wordt op gezette tijden een wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen bepaald, rekening houdende met de historische verhouding tussen de in aanmerking genomen wereldmarktprijs voor geëgreneerde katoen en de berekende prijs voor niet-geëgreneerde katoen. Deze historische verhouding is vastgesteld in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1591/2001 van de Commissie van 2 augustus 2001, houdende uitvoeringsbepalingen van de steunregeling voor katoen (3). Als de wereldmarktprijs niet op die wijze kan worden bepaald, wordt hij bepaald op basis van de laatst vastgestelde prijs. |
|
(2) |
Krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1051/2001 wordt de wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen bepaald voor een product met bepaalde kenmerken, waarbij rekening wordt gehouden met de gunstigste, voor de werkelijke markttendens representatief geachte aanbiedingen en noteringen. Om deze prijs te bepalen, wordt het gemiddelde berekend van de aanbiedingen en noteringen op één of meer Europese beurzen voor in een haven van Noord-Europa cif-geleverde producten uit de verschillende, voor de internationale handel als meest representatief beschouwde productielanden. Evenwel is bepaald dat deze criteria voor het bepalen van de wereldmarktprijs voor geëgreneerde katoen worden aangepast, om rekening te houden met de verschillen op grond van de kwaliteit van het geleverde product en de aard van de aanbiedingen en noteringen. In artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr 1591/2001 is bepaald welke aanpassingen kunnen plaatsvinden. |
|
(3) |
Op grond van bovenbedoelde criteria moet de wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen op het hieronder aangegeven niveau worden vastgesteld, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1051/2001 bedoelde wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen wordt vastgesteld op 22,224 EUR/100 kg.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 juni 2004.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw
(1) PB L 148 van 1.6.2001, blz. 1.
(2) PB L 148 van 1.6.2001, blz. 3.
(3) PB L 210 van 3.8.2001, blz. 10. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1486/2002 (PB L 223 van 20.8.2002, blz. 3).
|
1.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 232/33 |
VERORDENING (EG) Nr. 1219/2004 VAN DE COMMISSIE
van 30 juni 2004
tot vaststelling van de productierestitutie voor olijfolie die wordt gebruikt voor de vervaardiging van bepaalde conserven
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten (1), en met name op artikel 20 bis,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In artikel 20 bis van Verordening nr. 136/66/EEG is bepaald dat een productierestitutie wordt verleend voor olijfolie die wordt gebruikt voor de vervaardiging van bepaalde conserven. Krachtens artikel 20 bis, lid 6, en onverminderd het bepaalde in lid 3 daarvan, wordt het bedrag van deze restitutie om de twee maanden door de Commissie vastgesteld. |
|
(2) |
Volgens artikel 20 bis, lid 2, van voornoemde verordening wordt de restitutie vastgesteld op basis van het verschil tussen de prijzen op de wereldmarkt en die op de markt van de Gemeenschap, waarbij rekening wordt gehouden met de invoerbelasting voor olijfolie, van GN-code 1509 90 00 en de factoren die in aanmerking zijn genomen bij de vaststelling van de uitvoerrestituties voor bovenbedoelde olijfolie tijdens een referentieperiode. Het is dienstig de periode van twee maanden die onmiddellijk voorafgaat aan de periode waarin de productierestitutie wordt toegekend als referentieperiode aan te merken. |
|
(3) |
De toepassing van de bovenbedoelde criteria leidt tot het vaststellen van de restitutie zoals hieronder aangegeven, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de maanden juli en augustus 2004 bedraagt de in artikel 20 bis, lid 2, van Verordening nr. 136/66/EEG bedoelde productierestitutie 44,00 EUR/100 kg.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 juni 2004.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw
(1) PB 172 van 30.9.1966, blz. 3025/66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1513/2001 (PB L 201 van 26.7.2001, blz. 4).
|
1.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 232/34 |
VERORDENING (EG) Nr. 1220/2004 VAN DE COMMISSIE
van 30 juni 2004
tot vaststelling van de invoerrechten in de sector rijst
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3072/95 van de Raad van 22 december 1995 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 1503/96 van de Commissie van 29 juli 1996 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 3072/95 van de Raad met betrekking tot de invoerrechten in de rijstsector (2), en met name op artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In artikel 11 van Verordening (EG) nr. 3072/95 is bepaald dat bij de invoer van de in artikel 1 van die verordening bedoelde producten de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief worden geheven. Voor de producten als bedoeld in lid 2 van dat artikel is het invoerrecht echter gelijk aan de interventieprijs voor deze producten bij de invoer, verhoogd met een bepaald percentage naargelang het om gedopte of volwitte rijst gaat, en verminderd met de invoerprijs, voorzover dit recht niet hoger is dan dat van het gemeenschappelijk douanetarief. |
|
(2) |
In artikel 12, lid 3, van Verordening (EG) nr. 3072/95 is bepaald dat de cif-invoerprijzen worden berekend op basis van de representatieve prijzen voor het betrokken product op de wereldmarkt of op de invoermarkt voor het product in de Gemeenschap. |
|
(3) |
Bij Verordening (EG) nr. 1503/96 zijn bepalingen vastgesteld voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 3072/95 ten aanzien van de invoerrechten in de sector rijst. |
|
(4) |
De vastgestelde invoerrechten zijn van toepassing totdat een nieuwe vaststelling in werking treedt. De invoerrechten blijven ook van kracht als in de twee weken die aan de volgende periodieke vaststelling voorafgaan geen enkele notering beschikbaar is voor de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1503/96 bedoelde referentiebron. |
|
(5) |
Voor het normaal functioneren van het stelsel van invoerrechten, moeten deze rechten worden berekend aan de hand van de in een referentieperiode geconstateerde marktkoersen. |
|
(6) |
De toepassing van de tweede alinea van artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1503/96 leidt ertoe het invoerrecht, vastgesteld vanaf 24 juni 2004 bij Verordening (EG) nr. 1157/2004 van de Commissie (3), aan te passen zoals vermeld in de bijlagen bij deze verordening, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 11, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 3072/95 bedoelde invoerrechten in de sector rijst worden aangepast overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1503/96 en zijn vastgesteld in bijlage I bij deze verordening aan de hand van de in bijlage II vermelde elementen.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 juni 2004.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw
(1) PB L 329 van 30.12.1995, blz. 18. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 411/2002 (PB L 62 van 5.3.2002, blz. 27).
(2) PB L 189 van 30.7.1996, blz. 71. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2294/2003 (PB L 340 van 24.12.2003, blz. 12).
(3) PB L 223 van 24.6.2004, blz. 31.
BIJLAGE I
Invoerrechten voor rijst en breukrijst
|
(in EUR/t) |
|||||
|
GN-code |
Invoerrechten (5) |
||||
|
Derde landen (behalve ACS en Bangladesh) (3) |
Bangladesh (4) |
Basmati India en Pakistan (6) |
Egypte (8) |
||
|
1006 10 21 |
69,51 |
101,16 |
|
158,25 |
|
|
1006 10 23 |
69,51 |
101,16 |
|
158,25 |
|
|
1006 10 25 |
69,51 |
101,16 |
|
158,25 |
|
|
1006 10 27 |
69,51 |
101,16 |
|
158,25 |
|
|
1006 10 92 |
69,51 |
101,16 |
|
158,25 |
|
|
1006 10 94 |
69,51 |
101,16 |
|
158,25 |
|
|
1006 10 96 |
69,51 |
101,16 |
|
158,25 |
|
|
1006 10 98 |
69,51 |
101,16 |
|
158,25 |
|
|
1006 20 11 |
264,00 |
88,06 |
127,66 |
|
198,00 |
|
1006 20 13 |
264,00 |
88,06 |
127,66 |
|
198,00 |
|
1006 20 15 |
264,00 |
88,06 |
127,66 |
|
198,00 |
|
1006 20 17 |
177,63 |
57,83 |
84,47 |
0,00 |
133,22 |
|
1006 20 92 |
264,00 |
88,06 |
127,66 |
|
198,00 |
|
1006 20 94 |
264,00 |
88,06 |
127,66 |
|
198,00 |
|
1006 20 96 |
264,00 |
88,06 |
127,66 |
|
198,00 |
|
1006 20 98 |
177,63 |
57,83 |
84,47 |
0,00 |
133,22 |
|
1006 30 21 |
416,00 |
133,21 |
193,09 |
|
312,00 |
|
1006 30 23 |
416,00 |
133,21 |
193,09 |
|
312,00 |
|
1006 30 25 |
416,00 |
133,21 |
193,09 |
|
312,00 |
|
1006 30 27 |
133,21 |
193,09 |
|
312,00 |
|
|
1006 30 42 |
416,00 |
133,21 |
193,09 |
|
312,00 |
|
1006 30 44 |
416,00 |
133,21 |
193,09 |
|
312,00 |
|
1006 30 46 |
416,00 |
133,21 |
193,09 |
|
312,00 |
|
1006 30 48 |
133,21 |
193,09 |
|
312,00 |
|
|
1006 30 61 |
416,00 |
133,21 |
193,09 |
|
312,00 |
|
1006 30 63 |
416,00 |
133,21 |
193,09 |
|
312,00 |
|
1006 30 65 |
416,00 |
133,21 |
193,09 |
|
312,00 |
|
1006 30 67 |
133,21 |
193,09 |
|
312,00 |
|
|
1006 30 92 |
416,00 |
133,21 |
193,09 |
|
312,00 |
|
1006 30 94 |
416,00 |
133,21 |
193,09 |
|
312,00 |
|
1006 30 96 |
416,00 |
133,21 |
193,09 |
|
312,00 |
|
1006 30 98 |
133,21 |
193,09 |
|
312,00 |
|
|
1006 40 00 |
41,18 |
|
96,00 |
||
(1) Het invoerrecht op rijst van oorsprong uit de ACS-staten wordt toegepast overeenkomstig de in Verordening (EG) nr. 2286/2002 van de Raad (PB L 348 van 21.12.2002, blz. 5) en Verordening (EG) nr. 638/2003 van de Commissie (PB L 93 van 10.4.2003, blz. 3) vastgestelde regelingen.
(2) Overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1706/98 worden de invoerrechten niet toegepast op producten van oorsprong uit de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan die rechtstreeks in het overzeese departement Réunion worden ingevoerd
(3) Het recht bij invoer van rijst in het overzeese departement Réunion is vastgesteld in artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 3072/95.
(4) Het invoerrecht op rijst, met uitzondering van breukrijst (GN-code 1006 40 00), van oorsprong uit Bangladesh, wordt toegepast overeenkomstig de in Verordening (EEG) nr. 3491/90 van de Raad (PB L 337 van 4.12.1990, blz. 1) en de gewijzigde Verordening (EEG) nr. 862/91 van de Commissie (PB L 88 van 9.4.1991, blz. 7) vastgestelde regelingen.
(5) De invoer van producten van oorsprong uit de LGO is vrijgesteld van invoerrechten overeenkomstig artikel 101, lid 1, van het gewijzigde Besluit 91/482/EEG van de Raad (PB L 263 van 19.9.1991, blz. 1).
(6) Voor gedopte Basmati-rijst, van oorsprong uit India en Pakistan, wordt een vermindering van 250 EUR/t toegepast (artikel 4 bis van de gewijzigde Verordening (EG) nr. 1503/96).
(7) Recht van het gemeenschappelijk douanetarief.
(8) Het invoerrecht op rijst van oorsprong en herkomst uit Egypte wordt toegepast overeenkomstig de in Verordening (EG) nr. 2184/96 van de Raad (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 1) en Verordening (EG) nr. 196/97 van de Commissie (PB L 31 van 1.2.1997, blz. 53) vastgestelde regelingen.
BIJLAGE II
Berekening van de invoerrechten in de sector rijst
|
|
Padie |
Indica-rijst |
Japonica-rijst |
Breukrijst |
||||
|
Gedopt |
Volwit |
Gedopt |
Volwit |
|||||
|
177,63 |
416,00 |
264,00 |
416,00 |
||||
| 2. Berekeningselementen: |
||||||||
|
— |
373,80 |
220,64 |
295,83 |
378,01 |
— |
||
|
— |
— |
— |
271,18 |
353,36 |
— |
||
|
— |
— |
— |
24,65 |
24,65 |
— |
||
|
— |
USDA en operateurs |
USDA en operateurs |
Operateurs |
Operateurs |
— |
||
(1) Recht van het gemeenschappelijk douanetarief.
|
1.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 232/37 |
VERORDENING (EG) Nr. 1221/2004 VAN DE COMMISSIE
van 30 juni 2004
tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad van 30 juni 1992 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 1249/96 van de Commissie van 28 juni 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (2), en met name op artikel 2, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In artikel 10 van Verordening (EEG) nr. 1766/92 is bepaald dat bij de invoer van de in artikel 1 van die verordening bedoelde producten de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief worden geheven. Voor de producten als bedoeld in lid 2 van dat artikel is het invoerrecht echter gelijk aan de interventieprijs voor deze producten bij de invoer, verhoogd met 55 % en verminderd met de cif-invoerprijs van de betrokken zending. Dit invoerrecht mag echter niet hoger zijn dan het recht van het gemeenschappelijk douanetarief. |
|
(2) |
In artikel 10, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1766/92 is bepaald dat de cif-invoerprijzen worden berekend aan de hand van de representatieve prijzen voor het betrokken product op de wereldmarkt. |
|
(3) |
Bij Verordening (EG) nr. 1249/96 zijn bepalingen vastgesteld voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 1766/92 ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen. |
|
(4) |
De vastgestelde invoerrechten zijn van toepassing totdat een nieuwe vaststelling in werking treedt. |
|
(5) |
Voor het normaal functioneren van het stelsel van invoerrechten moeten deze rechten voor de zwevende valuta's worden berekend aan de hand van de in een referentieperiode geconstateerde representatieve marktkoersen. |
|
(6) |
De toepassing van Verordening (EG) nr. 1249/96 leidt ertoe de invoerrechten vast te stellen zoals vermeld in bijlage I bij deze verordening, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 10, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1766/92 bedoelde invoerrechten in de sector granen worden vastgesteld in bijlage I bij deze verordening en zijn bepaald aan de hand van de in bijlage II vermelde elementen.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 juni 2004.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw
(1) PB L 181 van 1.7.1992, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1104/2003 (PB L 158 van 27.6.2003, blz. 1).
(2) PB L 161 van 29.6.1996, blz. 125. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1110/2003 (PB L 158 van 27.6.2003, blz. 12).
BIJLAGE I
Invoerrechten voor de in artikel 10, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1766/92 bedoelde producten
|
GN-code |
Omschrijving |
Invoerrecht (1) (in EUR/ton) |
|
1001 10 00 |
Harde tarwe van hoge kwaliteit |
0,00 |
|
van gemiddelde kwaliteit |
0,00 |
|
|
van lage kwaliteit |
1,44 |
|
|
1001 90 91 |
Zachte tarwe, zaaigoed |
0,00 |
|
ex 1001 90 99 |
Zachte tarwe van hoge kwaliteit, andere dan voor zaaidoeleinden |
0,00 |
|
1002 00 00 |
Rogge |
20,79 |
|
1005 10 90 |
Maïs, zaaigoed, andere dan hybriden |
49,87 |
|
1005 90 00 |
Maïs, andere dan zaaigoed (2) |
49,87 |
|
1007 00 90 |
Graansorgho, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden |
30,88 |
(1) Voor producten die via de Atlantische Oceaan of het Suezkanaal in de Gemeenschap worden aangevoerd (artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1249/96) komt de importeur in aanmerking voor een verlaging van het invoerrecht met:
|
— |
3 EUR/t, als de loshaven aan de Middellandse Zee ligt, of |
|
— |
2 EUR/t, als de loshaven in Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Estland, Letland, Litouen, Polen, Finland, Zweden of aan de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland ligt. |
(2) De importeur komt in aanmerking voor een forfaitaire verlaging van het invoerrecht met 24 EUR/t, als aan de in artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1249/96 vastgestelde voorwaarden is voldaan.
BIJLAGE II
Berekeningselementen
periode van 16.6.2004 tot en met 29.6.2004
|
1. |
Gemiddelden over de referentieperiode bepaald in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96:
|
|
2. |
Gemiddelden over de referentieperiode bepaald in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96: Vrachttarieven/kosten: Golf van Mexico-Rotterdam: 18,98 EUR/t; Grote Meren-Rotterdam: 30,41 EUR/t. |
|
3. |
|
(1) Een korting van 10 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
(2) Een korting van 30 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
(3) Premie van 14 EUR/t inbegrepen (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
(4) Fob Duluth.
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing
Raad
|
1.7.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 232/40 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 28 juni 2004
over het verzoek van Burkina Faso te mogen toetreden tot het Protocol betreffende ACS suiker
(2004/527/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 133 in samenhang met artikel 300, lid 2, eerste zin,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In de gemeenschappelijke verklaring over Protocol nr. 3 betreffende ACS-suiker bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst (1) is bepaald dat elk verzoek van een staat in Afrika, het Caribische gebied of de Stille Oceaan (ACS) die partij is bij de overeenkomst, maar in dat protocol niet uitdrukkelijk is vermeld, en die aan de bepalingen ervan wil deelnemen, wordt onderzocht. |
|
(2) |
Burkina Faso is een ACS-staat die partij is bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst, en heeft in november 2000 verzocht aan de bepalingen van het genoemde protocol te mogen deelnemen. |
|
(3) |
Bij schrijven van 30 september 2002 hebben de ACS-staten te kennen gegeven in te stemmen met de toetreding van Burkina Faso tot het genoemde protocol. |
|
(4) |
Een onderzoek van het verzoek van Burkina Faso heeft uitgewezen dat dit land geen netto-exporteur van suiker is en niet in staat is om op permanente basis suiker uit te voeren. |
|
(5) |
Deze conclusie dient schriftelijk aan Burkina Faso te worden meegedeeld, |
BESLUIT:
Enig artikel
Het verzoek van Burkina Faso te mogen toetreden tot Protocol nr. 3 betreffende ACS-suiker bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst wordt niet ingewilligd.
De in de bijlage opgenomen brief wordt aan Burkina Faso gezonden.
Gedaan te Luxemburg, 28 juni 2004.
Voor de Raad
De voorzitter
M. CULLEN
(1) PB L 317 van 15.12.2000, blz. 269.
BIJLAGE
Brussel,
Excellentie,
Ik heb de eer te verwijzen naar uw brief van 8 november 2000 waarin is verzocht te mogen toetreden tot het Protocol betreffende ACS-suiker. Overeenkomstig de gemeenschappelijke verklaring bij het Protocol betreffende ACS-suiker heeft de Europese Gemeenschap uw verzoek onderzocht en zij is tot de conclusie gekomen dat het momenteel voor Burkina Faso niet mogelijk is om op permanente basis aan de verplichtingen van het protocol te voldoen. In eerdere gevallen is het vermogen om aan die verplichtingen te voldoen gedefinieerd als het feit dat het betrokken land een netto-exporteur van suiker was.
Tot mijn spijt kan de Gemeenschap daarom het verzoek van Burkina Faso om tot het Protocol betreffende ACS-suiker te mogen toetreden niet inwilligen.
Een afschrift van deze brief wordt toegezonden aan de secretaris-generaal van de ACS-staten.
Gelieve, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.
Namens de Raad van de Europese Unie