|
13.6.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 203/2 |
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 11 juni 2018
inzake de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie van het in artikel 94, lid 1, onder d), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde enig document en van de verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier voor een naam in de wijnsector
(Vijlen (BOB))
(2018/C 203/02)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 97, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Nederland heeft een aanvraag tot bescherming van de naam „Vijlen” ingediend overeenkomstig deel II, titel II, hoofdstuk I, afdeling 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 97, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 heeft de Commissie die aanvraag onderzocht en zij heeft geconcludeerd dat is voldaan aan de voorwaarden van de artikelen 93 tot en met 96, artikel 97, lid 1, en de artikelen 100, 101 en 102 van die verordening. |
|
(3) |
Om de indiening van bezwaarschriften overeenkomstig artikel 98 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 mogelijk te maken, moet het in artikel 94, lid 1, onder d), van die verordening bedoelde enig document worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, alsook de verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier die heeft plaatsgevonden in de loop van de inleidende nationale procedure voor het onderzoek van de aanvraag tot bescherming van de naam „Vijlen”, |
BESLUIT:
Enig artikel
Het overeenkomstig artikel 94, lid 1, onder d), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 opgestelde enig document en de verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier voor de naam „Vijlen” (BOB) zijn opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
Overeenkomstig artikel 98 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 geeft de bekendmaking van dit besluit het recht om gedurende uiterlijk twee maanden na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie bezwaar te maken tegen de bescherming van de in de eerste alinea van dit artikel genoemde naam.
Gedaan te Brussel, 11 juni 2018.
Voor de Commissie
Phil HOGAN
Lid van de Commissie
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.
BIJLAGE
ENIG DOCUMENT
„Vijlen”
PDO-NL-02168
Datum van aanvraag: 12.2.2016
1. Te registreren naam/namen
„Vijlen”
2. Type geografische aanduiding
BOB — Beschermde oorsprongsbenaming
3. Categorieën van wijnbouwproducten
|
1. |
Wijn |
|
4. |
Mousserende wijn |
|
5. |
Mousserende kwaliteitswijn |
4. Beschrijving van de wijn(en)
Wijncategorie 1 wijn: rood, fruitig, vol
Druivenrassen: de rode rassen op de rassenlijst (de verhouding is jaarafhankelijk)
Kleur: dieprood;
Geur: roodzwart fruit, licht kruidig;
Smaak: fruitig karakter met een volle smaak
Alle kenmerken zijn in overeenstemming met de toepasselijke definities en limieten die zijn vastgesteld in de EU-verordeningen/Nederlandse ministeriële regels.
|
— |
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent) |
|
— |
Maximaal gehalte vluchtige zuren |
|
— |
Maximaal totaalgehalte zwaveldioxide |
|
— |
Maximale verrijking, ontzuren en na toestemming aanzuren |
Suikergehalte tussen 0,5 en 12 gram per liter
Algemene analytische kenmerken
|
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent) |
11,5 |
|
Minimale totale zuurgraad |
63,84 in milli-equivalent per liter |
Wijncategorie 1 wijn: rood, droog, volfruitig, gedeelte barrique
Druivenrassen: de rode rassen op de rassenlijst (de verhouding is jaarafhankelijk)
Kleur: donkerrood
Geur: lichte houttonen, gecombineerd met roodzwart fruit
Smaak: volle tanninestructuur met een fruitige achterkant en een volle structuur
Alle kenmerken zijn in overeenstemming met de toepasselijke definities en limieten die zijn vastgesteld in de EU-verordeningen/Nederlandse ministeriële regels.
|
— |
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent) |
|
— |
Maximaal gehalte vluchtige zuren |
|
— |
Maximaal totaalgehalte zwaveldioxide |
|
— |
Maximale verrijking, ontzuren en na toestemming aanzuren |
Suikergehalte tussen 0,5 en 12 gram per liter
Algemene analytische kenmerken
|
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent) |
11,5 |
|
Minimale totale zuurgraad |
63,84 in milli-equivalent per liter |
Wijncategorie 1 wijn: rood, droog, vol, barrique
Druivenrassen: de rode rassen op de rassenlijst (de verhouding is jaarafhankelijk)
Kleur: donkerrood
Geur: lichte houttonen, gecombineerd met roodzwart fruit
Smaak: volle tanninestructuur die door hout wordt versterkt
Alle kenmerken zijn in overeenstemming met de toepasselijke definities en limieten die zijn vastgesteld in de EU-verordeningen/Nederlandse ministeriële regels.
|
— |
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent) |
|
— |
Maximaal gehalte vluchtige zuren |
|
— |
Maximaal totaalgehalte zwaveldioxide |
|
— |
Maximale verrijking, ontzuren en na toestemming aanzuren |
Suikergehalte tussen 0,5 en 8 gram per liter
Algemene analytische kenmerken
|
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent) |
12 |
|
Minimale totale zuurgraad |
63,84 in milli-equivalent per liter |
Wijncategorie 1 wijn: wit, droog, fruitig
Druivenrassen: de witte rassen op de rassenlijst (de verhouding is jaarafhankelijk)
Kleur: wit
Geur: groen, rijp fruit
Smaak: volfruitig met frisse, volle structuur
Alle kenmerken zijn in overeenstemming met de toepasselijke definities en limieten die zijn vastgesteld in de EU-verordeningen/Nederlandse ministeriële regels.
|
— |
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent) |
|
— |
Maximaal gehalte vluchtige zuren |
|
— |
Maximaal totaalgehalte zwaveldioxide |
|
— |
Maximale verrijking, ontzuren en na toestemming aanzuren |
Suikergehalte: tussen 1 en 8 gram per liter
Algemene analytische kenmerken
|
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent) |
10,5 |
|
Minimale totale zuurgraad |
77,14 in milli-equivalent per liter |
Wijncategorie 1 wijn: wit, droog, barrique
Druivenrassen: de witte rassen op de rassenlijst (de verhouding is jaarafhankelijk)
Kleur: wit
Geur: rijp fruit, bloemig met lichte houttonen
Smaak: volfruitig, waarbij de volle structuur door het hout wordt aangevuld; volle afdronk
Alle kenmerken zijn in overeenstemming met de toepasselijke definities en limieten die zijn vastgesteld in de EU-verordeningen/Nederlandse ministeriële regels.
|
— |
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent) |
|
— |
Maximaal gehalte vluchtige zuren |
|
— |
Maximaal totaalgehalte zwaveldioxide |
|
— |
Maximale verrijking, ontzuren en na toestemming aanzuren |
Suikergehalte: tussen 1 en 8 gram per liter
Algemene analytische kenmerken
|
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent) |
11,5 |
|
Minimale totale zuurgraad |
77,14 in milli-equivalent per liter |
Wijncategorie 1 wijn: wit, halfdroog, fruitig
Druivenrassen: de witte rassen op de rassenlijst (de verhouding is jaarafhankelijk)
Kleur: wit
Geur: groen, rijp fruit
Smaak: volfruitig, licht zoetje
Afdronk: frisse fruitige wijn met een mooie zoete afdronk
Alle kenmerken zijn in overeenstemming met de toepasselijke definities en limieten die zijn vastgesteld in de EU-verordeningen/Nederlandse ministeriële regels.
|
— |
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent) |
|
— |
Maximaal gehalte vluchtige zuren |
|
— |
Maximaal totaalgehalte zwaveldioxide |
|
— |
Maximale verrijking, ontzuren en na toestemming aanzuren |
Suikergehalte: tussen 2 en 20 gram per liter
Algemene analytische kenmerken
|
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent) |
10,5 |
|
Minimale totale zuurgraad |
77,14 in milli-equivalent per liter |
Wijncategorie 1 wijn: rosé, volfruitig
Druivenrassen: de rode rassen op de rassenlijst (de verhouding is jaarafhankelijk)
Kleur: lichte rosékleur
Geur: licht kruidig, rood fruit
Smaak: fruitig karakter met toch een volle smaak
Alle kenmerken zijn in overeenstemming met de toepasselijke definities en limieten die zijn vastgesteld in de EU-verordeningen/Nederlandse ministeriële regels.
|
— |
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent) |
|
— |
Maximaal gehalte vluchtige zuren |
|
— |
Maximaal totaalgehalte zwaveldioxide |
|
— |
Maximale verrijking, ontzuren en na toestemming aanzuren |
Suikergehalte: tussen 1 en 12 gram per liter
Algemene analytische kenmerken
|
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent) |
10 |
|
Minimale totale zuurgraad |
63,84 in milli-equivalent per liter |
Wijncategorie 4 mousserende wijn: wit, volfruitig
Druivenrassen: de witte rassen op de rassenlijst (de verhouding is jaarafhankelijk)
Kleur: wit
Geur: groen, rijp fruit
Smaak: kleine belletjes, frisfruitig met een vollere structuur
Alle kenmerken zijn in overeenstemming met de toepasselijke definities en limieten die zijn vastgesteld in de EU-verordeningen/Nederlandse ministeriële regels.
|
— |
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent) |
|
— |
Maximaal gehalte vluchtige zuren |
|
— |
Maximaal totaalgehalte zwaveldioxide |
|
— |
Maximale verrijking, ontzuren en na toestemming aanzuren |
Suikergehalte: tussen 0 en 22 gram per liter
Algemene analytische kenmerken
|
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent) |
10,5 |
|
Minimale totale zuurgraad |
79,8 in milli-equivalent per liter |
Wijncategorie 4 mousserende wijn: rosé, volfruitig
Druivenrassen: de rode rassen op de rassenlijst (de verhouding is jaarafhankelijk)
Kleur: roze
Geur: rijp rood fruit
Smaak: kleine belletjes, frisfruitig met een vollere structuur
Alle kenmerken zijn in overeenstemming met de toepasselijke definities en limieten die zijn vastgesteld in de EU-verordeningen/Nederlandse ministeriële regels.
|
— |
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent) |
|
— |
Maximaal gehalte vluchtige zuren |
|
— |
Maximaal totaalgehalte zwaveldioxide |
|
— |
Maximale verrijking, ontzuren en na toestemming aanzuren |
Suikergehalte: tussen 0 en 22 gram per liter
Algemene analytische kenmerken
|
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent) |
10,5 |
|
Minimale totale zuurgraad |
79,8 in milli-equivalent per liter |
Wijncategorie 5 mousserende kwaliteitswijn: wit, volfruitig
Druivenrassen: de witte rassen op de rassenlijst (de verhouding is jaarafhankelijk)
Kleur: wit
Geur: groen, rijp fruit
Smaak: kleine belletjes, frisfruitig met een vollere structuur
Alle kenmerken zijn in overeenstemming met de toepasselijke definities en limieten die zijn vastgesteld in de EU-verordeningen/Nederlandse ministeriële regels.
|
— |
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent) |
|
— |
Maximaal gehalte vluchtige zuren |
|
— |
Maximaal totaalgehalte zwaveldioxide |
|
— |
Maximale verrijking, ontzuren en na toestemming aanzuren |
Suikergehalte: tussen 0 en 22 gram per liter
Algemene analytische kenmerken
|
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent) |
10,5 |
|
Minimale totale zuurgraad |
79,8 in milli-equivalent per liter |
Wijncategorie 5 mousserende kwaliteitswijn: rosé, volfruitig
Druivenrassen: de rode rassen op de rassenlijst (de verhouding is jaarafhankelijk)
Kleur: roze
Geur: rijp en rood fruit
Smaak: kleine belletjes, frisfruitig met een vollere structuur
Alle kenmerken zijn in overeenstemming met de toepasselijke definities en limieten die zijn vastgesteld in de EU-verordeningen/Nederlandse ministeriële regels.
|
— |
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent) |
|
— |
Maximaal gehalte vluchtige zuren |
|
— |
Maximaal totaalgehalte zwaveldioxide |
|
— |
Maximale verrijking, ontzuren en na toestemming aanzuren |
Suikergehalte: tussen 0 en 22 gram per liter
Algemene analytische kenmerken
|
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent) |
10,5 |
|
Minimale totale zuurgraad |
79,8 in milli-equivalent per liter |
5. Wijnbereidingsprocedés
a. Essentiële oenologische procedés
Wijncategorie 1 wijn: rood, fruitig, vol
Specifiek oenologisch procedé: minimaal vier dagen pulpgisting
Wijncategorie 1 wijn: rood, droog, volfruitig, gedeelte barrique
Specifiek oenologisch procedé: minimaal vier dagen pulpgisting, minimaal 30 % van de wijn dient op hout te worden opgevoed
Wijncategorie 1 wijn: rood, droog, vol, barrique
Specifiek oenologisch procedé: minimaal zes dagen pulpgisting. De wijn dient te worden opgevoed op hout, waarbij de wijn minimaal negen maanden gelagerd blijft op barrique (minimaal 50 % nieuw hout)
Wijncategorie 1 wijn: wit, droog, fruitig
Specifiek oenologisch procedé: koude fermentatie onder de 18 °C (uitzonderingen: temperatuurverhoging in het begin van de gisting en wijnen die moeilijk gisten)
Wijncategorie 1 wijn: wit, droog, barrique
Specifiek oenologisch procedé: koude fermentatie onder de 18 °C (uitzonderingen temperatuurverhoging in het begin van de gisting en wijnen die moeilijk gisten), houtlagering van minimaal zes maanden op barrique, 50 % nieuw hout
Wijncategorie 1 wijn: wit, halfdroog, fruitig
Specifiek oenologisch procedé: koude fermentatie onder de 18 °C (uitzonderingen: temperatuurverhoging in het begin van de gisting en wijnen die moeilijk gisten)
Wijncategorie 1 wijn: rosé, volfruitig
Specifiek oenologisch procedé: koude fermentatie onder de 18 °C (uitzonderingen: temperatuurverhoging in het begin van de gisting en wijnen die moeilijk gisten)
Wijncategorie 4 mousserende wijn: wit, volfruitig
Specifiek oenologisch procedé: koude fermentatie onder de 18 °C (uitzonderingen: temperatuurverhoging in het begin van de gisting en wijnen die moeilijk gisten), traditionele methode
Wijncategorie 4 mousserende wijn: rosé, volfruitig
Specifiek oenologisch procedé: koude fermentatie onder de 18 °C (uitzonderingen: temperatuurverhoging in het begin van de gisting en wijnen die moeilijk gisten), traditionele methode
Wijncategorie 5 mousserende kwaliteitswijn: wit, volfruitig
Specifiek oenologisch procedé: koude fermentatie onder de 18 °C (uitzonderingen: temperatuurverhoging in het begin van de gisting en wijnen die moeilijk gisten), traditionele methode
Wijncategorie 5 mousserende kwaliteitswijn: rosé, volfruitig
Specifiek oenologisch procedé: koude fermentatie onder de 18 °C (uitzonderingen: temperatuurverhoging in het begin van de gisting en wijnen die moeilijk gisten), traditionele methode
b. Maximumopbrengsten
Rood Cabernet Cortis
50 hectoliter per hectare
Rood Monarch
50 hectoliter per hectare
Rood Pinot Noir
50 hectoliter per hectare
Rood Pinotin
50 hectoliter per hectare
Rood Baron
50 hectoliter per hectare
Wit Souvignier Gris
55 hectoliter per hectare
Wit Johanniter
55 hectoliter per hectare
Wit Solaris
55 hectoliter per hectare
Wit Pinot Gris
55 hectoliter per hectare
Wit Chardonnay
55 hectoliter per hectare
Wit Cabernet Blanc
55 hectoliter per hectare
Wit Muscaris
55 hectoliter per hectare
6. Afgebakend gebied
Het oorsprongsgebied van „Vijlen” is in zijn geheel gelegen in de drielandengemeente Vaals, in de deelgemeente Vijlen.
De beschermde oorsprongsbenaming „Vijlen” is alleen van toepassing op het grondgebied in Vijlen met een bodem van löss in de bovenste laag samen met drie grondlagen, die gezamenlijk dit unieke terroir vormen. Naast de bovengenoemde lössgrond kent dit specifieke gebied de lagen kleefaarde, grof grind en vuursteeneluvium.
Het gebied van de BOB „Vijlen” bestrijkt 419 ha.
7. Voornaamste wijndruiven
|
|
Souvignier Gris B |
|
|
Pinotin N |
|
|
Muscaris B |
|
|
Cabernet Blanc B (VB-91-26-1) |
|
|
Baron N |
|
|
Solaris |
|
|
Pinot noir N |
|
|
Pinot Gris G |
|
|
Monarch |
|
|
Johanniter B |
|
|
Chardonnay B |
|
|
Cabernet Cortis |
8. Beschrijving van het (de) verband(en)
Bodem
Het geografische gebied van de BOB „Vijlen” kenmerkt zich vooral door zogenaamde vuursteenhellinggronden, bestaande uit vuursteeneluvium met daarnaast löss, kleefaarde en grind, en waar geen oude Maasafzettingen voorkomen.
De bodem in dit gebied onderscheidt zich van de bodem in het geografische gebied van „Mergelland”, waarvan de löss, mergel (zacht gesteente) en maaskiezel de voornaamste bestanddelen zijn en waar de sedimenten van de rivier de Maas een belangrijke rol spelen. Het geografische gebied van de BOB „Vijlen” wordt echter niet gekenmerkt door deze sedimenten van de Maas. Die komen voor tot noordelijk van de heuvelkam (ten noorden van Vijlen). De bodem in dit gebied, die dus op een andere wijze is ontstaan, kenmerkt zich door vuursteeneluvium (de oplossingsrest van kalksteen, bestaande uit een mengsel van zeer veel verweerde vuursteen en wisselende hoeveelheden klei, leem en kleefaarde) en kleefaarde (net als vuursteeneluvium een verweringsrest van kalksteen, maar voornamelijk bestaande uit (zware) klei met weinig of geen vuursteen, omdat het ontstaan is uit kalkgesteente met een laag vuursteengehalte). Het onderscheid wordt nog vergroot door de klimatologische omstandigheden (de hogere ligging met de omliggende heuvels).
Klimaat en omgeving
De belangrijkste klimaatkenmerken in dit gebied zijn:
|
— |
Het klimaat in het gebied wordt minder direct beïnvloed door de zee en heeft meer landklimaataspecten (minder gematigd dan aan zee, hetgeen men ziet in de temperaturen). |
|
— |
De wijngaarden liggen op een hoogte van 170 tot 220 meter boven NAP, op zuidelijke hellingen, omsloten door heuvels, hetgeen een klein microklimaat creëert. |
|
— |
De hogere ligging, omgeven door dalen, maakt dat de nachttemperatuur vaak hoger is (betere afbouw van de zuren). |
|
— |
De hoogte zorgt ook voor minder mistvorming, vooral in september en oktober, hetgeen minder vocht betekent en daardoor minder last van botrytis. |
|
— |
De ligging aan de lijzijde van de Eifel en de Ardennen maakt dat het BOB-gebied niet vaak wordt getroffen door regen en hagel. |
Menselijke aspecten (teelt en vinificatie)
Om de kwaliteit gunstig te beïnvloeden zijn er bepaalde keuzes gemaakt voor de teelt/vinificatie van de druiven (menselijke aspecten):
|
— |
Bij het planten houdt men ongeveer twee vierkante meter per plant aan (genoeg voedingsstoffen). |
|
— |
Gebruik van een teeltwijze die zorgt voor een goede blad/druif-verhouding (voldoende fotosynthese), met een handmatige snoei (selectie van de beste eenjarige loten om op die manier een goede loofwand te krijgen met een maximale opname van zonlicht). |
|
— |
Dit wordt nog versterkt door het aanhouden van minimaal 1 meter bladzone boven de druivenzone. |
|
— |
Ontbladeren van de druivenzone zodat het zonlicht en wind er makkelijk bij kunnen, waardoor de trossen ook snel drogen bij vochtig weer. |
|
— |
Wanneer nodig trosdunning om de kwaliteit van de overblijvende druiven te bevorderen. |
|
— |
Handmatige oogst (selectie van druiven). |
|
— |
Wat de vinificatie betreft, zie de bovengenoemde essentiële oenologische procedés. |
Causaal verband
Het verband wordt gekenmerkt door de volgende onderscheidende aspecten van het gebied:
De bodem bestaat uit de unieke combinatie van vuursteeneluvium met daarnaast löss, kleefaarde en grind. Men vindt hier geen oude Maasafzettingen.
Vuursteeneluvium afzonderlijk wordt enkel aangetroffen in kleine zones in het zuidoostelijke deel van Zuid-Limburg tegen de Belgische grens, o.a. op de zg. laat-tertiaire schiervlakte. Op steile hellingen is het een belangrijke component van de vuursteenhellinggronden. De gronden bevatten veel grillig gevormde, 2 tot 10 cm grote vuurstenen.
Alleen in het geografische gebied van de BOB „Vijlen” is er de unieke combinatie van vuursteeneluvium/löss met kleefaarde en grind.
Deze bodem heeft een kenmerkende invloed op de daar geteelde druiven door een langer seizoen (warmteopname van de stenen) en de vochtvasthoudende eigenschappen van de löss (vermijden van droogte).
De hoge ligging omringd door heuvels maakt dat de hellingen/het plateau met de wijngaarden de volgende klimaatkenmerken hebben die de teelt van de druiven duidelijk gunstig beïnvloeden (rijpere druif wat betreft suiker/zuur/aroma’s) en resulteren in vollere wijnen met meer aroma:
|
— |
hogere nachttemperaturen die zorgen voor een betere zuurafbouw; |
|
— |
minder mist/dauw (zakt naar de dalen); |
|
— |
het niet tot nauwelijks voorkomen van zware regen/hagel door de ligging aan de lijzijde van de Ardennen. |
De wijnen komen tot stand door een unieke combinatie van rassen en de gerelateerde menselijke aspecten (teelt/vinificatie), waarbij mooie cuvees van nieuwe en klassieke rassen worden gemaakt.
Daarnaast worden deze bodem-, klimaat- en teeltkenmerken gecombineerd met een voor Nederland unieke manier van vinificeren. Namelijk door het gebruik van vier boven elkaar liggende kelders wordt de wijn door middel van zwaartekracht overgeheveld, waardoor minder pompgangen nodig zijn. Vervolgens wordt de wijn in kleinere tanks gevinificeerd om zo optimaal gebruik te maken van verschillende vinificatietechnieken (zie essentiële oenologische procedés) met als doel om elk jaar een wijn te maken die voller en expressief van smaak is.
De organoleptische en analytische kenmerken zijn het resultaat van de combinatie van de bodem, het klimaat en menselijke aspecten (teelt en vinificatie), die zorgen voor rode wijnen met een volle tanninestructuur en witte/roséwijnen die vooral volfruitig zijn.
9. Andere essentiële voorwaarden
—
Link naar het productdossier
https://www.rvo.nl/sites/default/files/2015/12/Productdossier%20BOB%20Vijlen.pdf