|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2026/3791 |
17.7.2026 |
BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 16 juli 2026
betreffende de voorschriften voor het officiële stageprogramma van de Europese Commissie
(C/2026/3791)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (1), en met name artikel 58, lid 2, punt e),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het officiële stageprogramma van de Commissie biedt een uniek inzicht in haar prioriteiten, beleid en bestuur en stelt stagiairs in staat om uit de eerste hand te ervaren hoe de Commissie en de andere EU-instellingen functioneren. |
|
(2) |
De vaardigheidsunie (2) heeft tot doel hoogwaardige, inclusieve en flexibele stelsels voor onderwijs, opleiding en vaardigheden te ontwikkelen om tekorten aan vaardigheden en vakmensen aan te pakken en het concurrentievermogen van de EU te vergroten. In die mededeling wordt benadrukt dat beroepsonderwijs en -opleidingen aantrekkelijker, excellenter en inclusiever moeten worden gemaakt, zodat dit even gewaardeerde leertrajecten worden als het hoger onderwijs, ook voor vrouwen. |
|
(3) |
In de aanbeveling van de Raad van 10 maart 2014 inzake een kwaliteitskader voor stages (3) wordt aanbevolen de kwaliteit van stages te verbeteren om de overgang van onderwijs, werkloosheid of inactiviteit naar werk te vergemakkelijken. |
|
(4) |
Bepaalde interne uitvoeringsbepalingen en beleidsmaatregelen die van toepassing zijn op het personeel, zoals Besluit C(2023) 8630 betreffende psychologische en seksuele intimidatie (4), moeten ook van toepassing zijn op stagiairs. Deze zijn opgenomen in de bijlage bij dit besluit. |
|
(5) |
In de HR-strategie van de Commissie (5) wordt erkend dat er meer moet worden gedaan om ervoor te zorgen dat de personeelsleden van de Commissie een afspiegeling zijn van de maatschappij die zij dienen. Het doel van dit besluit is om een diversere en inclusievere aanpak van het Blue Book-stageprogramma in te voeren door afgestudeerden van beroepsonderwijs en -opleidingen erbij te betrekken. |
|
(6) |
Met dit besluit wordt het beginsel van non-discriminatie dat is vastgelegd in artikel 1 quinquies van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie (het Statuut) (6) gehandhaafd. |
|
(7) |
Via dit besluit moet worden verzekerd dat stagiairs worden geselecteerd op basis van de strengste normen voor bekwaamheid, efficiëntie en integriteit en gekozen worden uit de onderdanen van de lidstaten van de Unie met inachtneming van de breedst mogelijke geografische basis. Overeenkomstig het besluit van de Commissie betreffende het geografische evenwicht van het personeel van de Commissie (7) ziet het directoraat-generaal Personele Middelen en Veiligheid (DG HR) toe op het geografische evenwicht van de Blue Book-stagiairs en kunnen passende maatregelen worden genomen om aanzienlijke ongelijkheden aan te pakken. Bovendien moeten alle Blue Book-stages toegankelijk zijn voor de onderdanen van kandidaat-lidstaten die onder een pretoetredingsstrategie vallen. |
|
(8) |
Met dit besluit moet worden verzekerd dat geselecteerde stagiairs ten volle kunnen profiteren van het Blue Book-stageprogramma door actief deel te nemen en bij te dragen aan de activiteiten ervan, waarbij zij tegelijkertijd blijk geven van een toereikend niveau van taalvaardigheid in het Engels, Frans of Duits. |
|
(9) |
Via dit besluit moet worden verzekerd dat stages worden aangeboden aan zoveel mogelijk kandidaten die ervoor in aanmerking komen. Daarom moeten de stagemogelijkheden enkel beschikbaar zijn voor kandidaten die minder dan zes weken (42 kalenderdagen) werkervaring hebben bij een instelling, orgaan of agentschap van de Unie. |
|
(10) |
Bij dit besluit worden aanvullende vergoedingen ingevoerd, wordt de termijn voor de vergoeding van de kosten van de reis van en naar de standplaats verkort en wordt de maandelijkse vergoeding aangepast op basis van de standplaats, afhankelijk van de beschikbare middelen. |
|
(11) |
Besluit C(2005) 458 van de Commissie betreffende voorschriften voor de officiële stageregeling van de Europese Commissie en Besluit C(2007) 1221 van de Commissie tot vaststelling van het bedrag van de beurs in het kader van de officiële stageregeling van de Europese Commissie moeten daarom worden ingetrokken en door dit besluit worden vervangen, |
BESLUIT:
HOOFDSTUK I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Toepassingsgebied
Dit besluit bevat regels voor het Blue Book-stageprogramma.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
|
a) |
“Blue Book-stage”: het officiële stageprogramma van de Europese Commissie; |
|
b) |
“stagiair”: een persoon die deelneemt aan het Blue Book-stageprogramma, ongeacht de standplaats; |
|
c) |
“Stagebureau”: de entiteit die verantwoordelijk is voor het administratieve beheer van het Blue Book-stageprogramma; |
|
d) |
“kandidaat”: een persoon die zich formeel heeft aangemeld voor een Blue Book-stage, ongeacht zijn of haar selectiestatus; |
|
e) |
“stageaanbod”: een aanbod van de Commissie om een stageovereenkomst te sluiten; |
|
f) |
“stageovereenkomst”: een contract tussen de Commissie en een stagiair waarin de voorwaarden van het stageprogramma zijn vastgelegd, waaronder de verantwoordelijkheden, verplichtingen en vergoedingen van de stagiair, alsook de rechten en verantwoordelijkheden van de Commissie. |
HOOFDSTUK II
SOORTEN STAGES EN DE BIJBEHORENDE TOELATINGSCRITERIA
Artikel 3
Algemene toelatingscriteria
1. Kandidaten moeten op de begindatum van hun stage ten minste 18 jaar oud zijn.
2. Kandidaten moeten onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie of van een kandidaat-lidstaat die onder een pretoetredingsstrategie valt. Als een dienst in uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde omstandigheden de stageaanvraag van onderdanen van andere derde landen wil aanvaarden, vraagt deze vooraf toestemming bij DG HR.
3. Tijdens de selectiefase kunnen bepaalde diensten van de Commissie vanwege de aard van de beoogde taken besluiten hun stageplekken niet open te stellen voor voorgeselecteerde kandidaten met de nationaliteit van een derde land, ongeacht lid 2. Deze informatie wordt, zoals die wordt verstrekt door de diensten van de Commissie, bekendgemaakt op een door het Stagebureau beheerde speciale website.
4. Kandidaten die bij aanvang van hun stage langer dan zes weken (42 kalenderdagen) bij een instelling, orgaan of agentschap (8) van de Europese Unie werken of hebben gewerkt, worden van de stage uitgesloten. Hieronder valt elke vorm van stage (formeel of informeel, betaald of onbetaald, voltijds of deeltijds), alsook een post als geaccrediteerde parlementaire medewerker of medewerker van een lid van het Europees Parlement, interne adviseur of onderzoeker, tijdelijke functionaris, arbeidscontractant, uitzendkracht enz.
Artikel 4
Soorten Blue Book-stages en de bijbehorende specifieke toelatingscriteria
1. Er zijn twee soorten stages: beleidsstages bedoeld voor afgestudeerden van het hoger onderwijs en afgestudeerden van beroepsonderwijs en -opleidingen, en vertaalstages.
2. Afhankelijk van het specifieke soort Blue Book-stage moeten kandidaten ook aan de volgende voorwaarden voldoen:
|
2.1. |
Voor de beleidsstages van het Blue Book-programma bedoeld voor afgestudeerden van het hoger onderwijs moeten kandidaten:
|
|
2.2. |
Voor de beleidsstages van het Blue Book-programma bedoeld voor afgestudeerden van beroepsonderwijs en -opleidingen moeten kandidaten:
|
|
2.3. |
Voor de vertaalstages van het Blue Book-programma moeten kandidaten:
|
HOOFDSTUK III
AANMELDINGS-, VOORSELECTIE- EN SELECTIEPROCEDURES
Artikel 5
Aanmelding
1. Het Stagebureau stelt de aanmeldingsprocedure vast en alle aanmeldingen worden overeenkomstig die procedure ingediend. Alle nodige instructies worden bekendgemaakt op een door het Stagebureau beheerde speciale website.
2. Kandidaten kunnen zich slechts één keer aanmelden voor een bepaalde stageperiode.
3. Kandidaten dienen kopieën in van diploma’s of andere certificaten als bewijs van alle vereiste kwalificaties, waaronder van het hoger onderwijs of beroepsonderwijs en -opleidingen, alsook bewijs van professionele en internationale ervaring die zij bij hun aanmelding hebben opgegeven. Wat betreft opgegeven onderwijs of opleidingen die nog niet zijn afgerond, is een officiële verklaring van de desbetreffende instelling of aanbieder vereist.
4. Kandidaten van wie de diploma’s niet in een van de officiële talen van de Europese Unie zijn afgegeven, wordt verzocht een vertaling van deze documenten in het Engels, Frans of Duits bij te leveren.
5. De kennis van de bij de aanmelding opgegeven talen moet met passend bewijs en naar behoren worden aangetoond, bijvoorbeeld door middel van diploma’s of bewijs dat de kandidaat gedurende een bepaalde periode in de desbetreffende taal heeft gestudeerd. Deze eis geldt niet voor de moedertaal van de kandidaat.
6. Het Stagebureau wijst alle aanmeldingen die na de uiterste datum zijn ontvangen automatisch af. Kandidaten dienen alle bewijsstukken in die volgens de vastgestelde procedure vereist zijn. Het Stagebureau aanvaardt geen wijzigingen van de gegevens na de uiterste datum voor aanmeldingen.
Artikel 6
Voorselectie
1. Het belangrijkste doel van de voorselectie is om de diensten van de Commissie een optimale keuze te bieden uit kandidaten met zo veel mogelijk verschillende opleidingsachtergronden en uit een zo groot mogelijk geografisch gebied die onderdaan zijn van een van de lidstaten; hieruit kunnen de diensten hun definitieve selectie maken.
2. Het Stagebureau voert de voorselectie uit volgens de op een speciale website bekendgemaakte richtsnoeren en criteria voor de voorselectie. De voorselectie is vertrouwelijk en de resultaten ervan zijn alleen beschikbaar voor het Stagebureau.
3. Het Stagebureau behoudt zich het recht voor om de voorselectieprocedure en de criteria zo nodig te wijzigen. Het Stagebureau maakt dergelijke wijzigingen vóór het begin van de aanmeldingsperiode bekend op een speciale website.
4. Op basis van de in het aanmeldformulier vermelde informatie wijst het Stagebureau de beste kandidaten aan die aan de selectiecriteria voldoen.
5. Het Stagebureau past de richtcijfers toe overeenkomstig de algemene uitvoeringsbepalingen voor artikel 27 van het Statuut en artikel 12, lid 1, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie.
6. Na de controle van de toelatingsvoorwaarden en de verificatie van de bewijsstukken stelt het Stagebureau de kandidaten in kennis van de voorselectie.
Artikel 7
Selectie
1. Voorgeselecteerde kandidaten
1.1. Voor de definitieve selectie neemt het Stagebureau de voorgeselecteerde kandidaten op in een databank die beschikbaar is voor alle afdelingen en diensten die deelnemen aan het Blue Book-stageprogramma, hierna het “virtuele Blue Book” genoemd. Het virtuele Blue Book bevat hoogstens drie keer zoveel kandidaten als er stageplaatsen zijn.
1.2. Met het oog op de behoeften van de afdelingen en diensten en de beschikbare begrotingsmiddelen bepaalt het Stagebureau voor elke stageperiode het aantal stageplekken dat aan elke dienst wordt toegewezen. De diensten stellen een gedetailleerde functiebeschrijving op met de belangrijkste voorwaarden en verantwoordelijkheden voor elke plek die zij toegewezen hebben gekregen.
1.3. Het Stagebureau stelt de procedure vast volgens welke de voorgeselecteerde kandidaten op deze functies kunnen solliciteren. Deze procedure wordt bekendgemaakt op een speciale website. Wanneer er geen geschikte kandidaat is gevonden of geen sollicitatie voor een specifieke functie is ontvangen, kunnen de diensten proactief zoeken tussen de voorgeselecteerde kandidaten in het virtuele Blue Book naar geschikte kandidaten die aan de vooraf vastgestelde criteria voor die functies voldoen.
1.4. Het definitieve besluit om kandidaten te selecteren valt uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van de diensten van de Commissie en wordt pas van kracht wanneer het Stagebureau het stageaanbod verzendt.
2. Geselecteerde kandidaten
2.1. Het Stagebureau ondertekent een stageaanbod en stuurt dit ter ondertekening naar alle geselecteerde kandidaten. Zodra het stageaanbod is ondertekend en het Stagebureau het heeft ontvangen, wordt het aanbod als aanvaard beschouwd en als een stageovereenkomst gezien. Geselecteerde kandidaten kunnen voor een bepaalde stageperiode slechts één stageplek aangeboden krijgen.
2.2. Het Stagebureau zorgt ervoor dat geselecteerde kandidaten van buiten de EU alle documenten indienen die de autoriteiten van het land vereisen, zodat de stagiairs er tijdens hun stage legaal kunnen verblijven en werken.
2.3. De geselecteerde kandidaten die een stageaanbod afwijzen, worden uitgesloten van de lopende selectieprocedure.
3. Afgewezen kandidaten
De afgewezen kandidaten kunnen zich voor volgende stageperioden opnieuw aanmelden door een nieuwe aanmelding met bewijsstukken in te dienen.
4. Intrekking
Een kandidaat kan zijn of haar aanmelding in elk stadium van de aanmelding, de voorselectie en de selectie intrekken door het Stagebureau schriftelijk van een dergelijk besluit op de hoogte te brengen. De aanmelding wordt vervolgens niet meer in aanmerking genomen in de volgende fasen van de (voor)selectieprocedure. Deze kandidaten kunnen zich voor volgende stageperioden opnieuw aanmelden door een nieuwe aanmelding met bewijsstukken in te dienen.
5. Verwerking van persoonsgegevens
De selectieprocedure uit hoofde van dit hoofdstuk voldoet in elk stadium van de aanmeldingsprocedure aan Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (9) betreffende persoonsgegevens.
Het Stagebureau gebruikt de documenten van de kandidaten bij volgende stageperioden niet opnieuw.
HOOFDSTUK IV
DUUR VAN DE STAGE EN STAGEPERIODEN
Artikel 8
1. Elke stageperiode duurt vijf maanden.
2. In uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen kan de stage met instemming van de stageverlenende entiteit worden verkort tot minder dan vijf maanden, met een minimumduur van drie maanden. In dergelijke gevallen gaat de stageovereenkomst in op de eerste of de zestiende dag van een bepaalde maand.
3. De beperking uit hoofde van lid 1 is niet van toepassing op stagiairs die uit hoofde van artikel 26 aanblijven als leden van het Verbindingscomité.
4. Er zijn twee stageperioden per jaar:
|
a) |
van 1 maart tot en met 31 juli en |
|
b) |
van 1 oktober tot en met de laatste dag van februari van het daaropvolgende jaar. |
Artikel 9
Voortijdige beëindiging door stagiairs
Stagiairs die hun stage vóór de in de stageovereenkomst vastgestelde einddatum willen beëindigen, zijn verplicht een schriftelijk verzoek in te dienen bij het Stagebureau, binnen de termijnen die zijn vastgesteld en bij aanvang van de stage aan de stagiairs zijn meegedeeld, en nadat zij hun stageadviseur en -coördinator hiervan op de hoogte hebben gebracht.
De stage mag enkel worden beëindigd op de vijftiende of laatste dag van elke maand.
Artikel 10
Voortijdige beëindiging door de Commissie
1. Het Stagebureau kan de stage te allen tijde beëindigen indien blijkt dat de stagiair bij de aanmelding of tijdens de stageperiode in strijd met artikel 5 bewust onjuiste informatie heeft opgegeven of valse verklaringen of documenten heeft ingediend.
2. Naar aanleiding van een gemotiveerd verzoek van de HR-dienst van de stageverlenende entiteit kan het Stagebureau de stage, na een gesprek met de stagiair, te allen tijde beëindigen. Redenen voor het beëindigen van de stage kunnen onder meer een inbreuk op dit besluit, het schenden van de stageovereenkomst of de voorwaarden in de bijlage bij dit besluit, of onvoldoende prestaties of het gedrag van de stagiair zijn.
3. Wanneer een verzoek uit hoofde van lid 2 wordt ingediend wegens onvoldoende prestaties (waaronder ontoereikende taalvaardigheden), worden stagiairs er door hun stageadviseur van in kennis gesteld dat zij onvoldoende prestaties leveren en door het Stagebureau uitgenodigd voor een gesprek om de prestaties te verbeteren. De stage mag alleen worden beëindigd als er in de twee weken na het gesprek geen sprake van verbetering is.
Artikel 11
Onderbreking van de stage
1. Naar aanleiding van een gemotiveerd schriftelijk verzoek van de stagiair kan het Stagebureau in uitzonderlijke gevallen een onderbreking van hoogstens twee maanden toestaan, op voorwaarde dat de totale actieve stageperiode ten minste drie maanden bedraagt.
2. De stagevergoeding en andere betalingen worden voor de desbetreffende periode opgeschort en de stagiair heeft geen recht op vergoeding van tijdens de onderbreking gemaakte reiskosten of kosten voor de ziekte- en ongevallenverzekering. De ziektekosten waarvoor de stagiair tijdens deze periode een terugbetalingsverzoek indient, worden niet vergoed.
3. De stagiair mag enkel tot het einde van de oorspronkelijke stageperiode terugkeren om de stage te voltooien.
HOOFDSTUK V
FINANCIËLE ASPECTEN
Artikel 12
Maandelijkse vergoeding
1. Maandelijkse vergoeding
1.1. Stagiairs ontvangen een maandelijkse vergoeding. De maandelijkse vergoeding voor stagiairs bedraagt 25 % van het basissalaris van een ambtenaar in rang AD5, salaristrap 1. De basisvergoeding wordt voor elke stageperiode aan het begin van de aanmeldingsperiode bekendgemaakt op een door het Stagebureau beheerde speciale website.
1.2. Naar aanleiding van de jaarlijkse of tussentijdse aanpassing van de basissalarissen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie kan de maandelijkse vergoeding voor de volgende periode worden bijgesteld om deze in overeenstemming te brengen met het aangepaste niveau van het in punt 1.1 bedoelde basissalaris. De bijgestelde maandelijkse vergoeding blijft ongewijzigd gedurende de stageperiode.
2. Aanpassingen voor andere locaties wegens de kosten van levensonderhoud
Op de maandelijkse vergoeding van de stagiairs die op een andere locatie dan Brussel of Luxemburg werken, wordt de aanpassingscoëfficiënt toegepast die op grond van artikel 64 van het Statuut op die locaties van toepassing is. Het bijgestelde bedrag van de stagevergoeding wordt bekendgemaakt op een door het Stagebureau beheerde speciale website.
3. Voortijdige beëindiging op verzoek van stagiairs
Met uitzondering van gevallen van beëindiging op grond van artikel 28 zijn stagiairs van wie de stage vóór de in de stageovereenkomst vermelde einddatum eindigt, verplicht het deel van de maandelijkse vergoeding terug te betalen dat zij na de beëindigingsdatum ontvangen. De premies van de ziektekosten- en ongevallenverzekeringen die al op de maandelijkse vergoeding in mindering zijn gebracht, worden niet terugbetaald.
Artikel 13
Reiskostenvergoeding
1. Afhankelijk van de beschikbare middelen ontvangen stagiairs een reiskostenvergoeding als tegemoetkoming in de kosten van de reis naar en van de standplaats aan het begin en het einde van hun stage. Deze vergoeding wordt eenmalig uitgekeerd aan het begin van de stage.
2. De reiskostenvergoeding wordt door DG HR vastgesteld op basis van de gemiddelde afstand tussen de hoofdsteden van de EU en Brussel, d.w.z. 1 300 km, en het overeenkomstige in het Erasmus+-programma bepaalde bedrag. Het precieze bedrag wordt bekendgemaakt op een door het Stagebureau beheerde speciale website.
3. Wanneer stagiairs ervoor kiezen de stage te beëindigen voordat zij de minimale stageperiode hebben voltooid om andere redenen dan ernstige ziekte of overmacht, vordert het Stagebureau de helft van de betaalde reisvergoeding terug.
Artikel 14
Verblijfsvergoeding voor stagiairs in Luxemburg
1. Afhankelijk van de beschikbare middelen ontvangen stagiairs die bij de diensten van de Commissie in Luxemburg zijn aangesteld en tijdens hun stage in het Groothertogdom Luxemburg wonen, een aanvullende verblijfsvergoeding om de kosten van de huisvesting gedeeltelijk te dekken. Deze vergoeding wordt samen met de maandelijkse vergoeding betaald na indiening van de relevante documenten waaruit blijkt dat de stagiair tijdens de stage in Luxemburg woont.
2. Het bedrag van de verblijfsvergoeding komt overeen met 20 % van de maandelijkse vergoeding voor elke stageperiode en wordt aan het begin van elke aanmeldingsperiode bekendgemaakt op een door het Stagebureau beheerde speciale website.
Artikel 15
Maaltijdvergoeding en vergoeding voor het openbaar vervoer
Als er geen andere steun voor maaltijden en openbaar vervoer beschikbaar is, kunnen stagiairs, afhankelijk van de beschikbare middelen, een maandelijkse vergoeding ontvangen als tegemoetkoming in de kosten van de maaltijden en het openbaar vervoer. Het bedrag van deze vergoeding komt overeen met 5 % van de maandelijkse vergoeding en wordt aan het begin van elke aanmeldingsperiode bekendgemaakt op een door het Stagebureau beheerde speciale website. De vergoeding wordt samen met de maandelijkse vergoeding betaald.
Artikel 16
Dagvergoeding en reiskostenvergoeding voor reizen van de standplaats naar Brussel in het kader van de stage
1. Stagiairs die niet in Brussel zijn aangesteld, hebben recht op een reiskostenvergoeding wanneer zij door het Stagebureau officieel worden uitgenodigd om een specifiek evenement en/of een specifieke opleiding in Brussel bij te wonen.
2. Naast deze vergoeding hebben stagiairs van wie de standplaats en woonplaats niet Brussel is, onder dezelfde voorwaarden als bepaald in lid 1, recht op een dagvergoeding die overeenkomt met de dagvergoeding die voor België is vastgesteld uit hoofde van artikel 13 van bijlage VII bij het Statuut.
3. De dagvergoeding is gelijk aan de dagvergoeding die voor statutair personeel is vastgesteld in Besluit C(2025) 2495 van de Commissie betreffende de algemene uitvoeringsbepalingen van de artikelen 11, 12 en 13 van bijlage VII bij het Statuut van de ambtenaren en toegestane reizen. De voorwaarden en de te volgen procedure worden vastgesteld door het Stagebureau.
Artikel 17
Noodfonds
DG HR kan besluiten een ad-hocbetaling toe te kennen aan stagiairs of hun familieleden in geval van een uitzonderlijk moeilijke situatie of in uitzonderlijke omstandigheden (zoals een ernstig ongeval of het overlijden van een stagiair).
Artikel 18
Belastingen en sociale premies
De stagevergoedingen vallen niet onder Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 van de Raad (10), die wel van toepassing is op ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie. Stagiairs zijn als enige verantwoordelijk voor de aangifte en betaling van eventuele belastingen en sociale premies op grond van de toepasselijke wetgeving in hun fiscale woonplaats. Aan het einde van de stage verstrekt het Stagebureau een schriftelijke verklaring met het totale bedrag van de ontvangen vergoedingen, waarin ook wordt vermeld dat de Commissie geen belastingen en sociale premies heeft betaald.
HOOFDSTUK VI
BEVEILIGING
Artikel 19
Gerubriceerde EU-gegevens en beveiliging van communicatie- en informatiesystemen
Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (11), Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende veiligheid binnen de Commissie (12), Besluit (EU, Euratom) 2017/46 van de Commissie van 10 januari 2017 over de beveiliging van communicatie- en informatiesystemen binnen de Europese Commissie (13) en toekomstige besluiten van de Commissie op hetzelfde gebied zijn van toepassing op stagiairs.
Artikel 20
Antecedentenonderzoek voor onderdanen van derde landen
Wanneer een dienst van de Commissie een onderdaan van een derde land wil selecteren voor een stageplek en hem of haar toegang moet verlenen tot informatie of netwerken van de Commissie, voert het directoraat Beveiliging van DG HR op verzoek van het Stagebureau een antecedentenonderzoek uit om de mogelijke risico’s te beoordelen en risicobeperkende maatregelen voor te stellen.
HOOFDSTUK VII
STAGIAIRS MET EEN HANDICAP
Artikel 21
Toelage voor stagiairs met een handicap
1. Als stagiairs met een handicap bewijs indienen van de erkenning van hun handicap door een bevoegde nationale autoriteit, komen zij in aanmerking voor een aanvullende toelage van hoogstens 50 % van de maandelijkse vergoeding. De procedure voor het aanvragen van deze toelage wordt bekendgemaakt op de website van het Stagebureau.
2. In uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen (als stagiairs bijvoorbeeld een persoonlijke hulpverlener nodig hebben) kan aanvullende financiële steun worden verleend. De maandelijkse vergoeding, de toelage voor stagiairs met een handicap en de aanvullende financiële steun mogen samen echter niet meer bedragen dan het equivalent van tweemaal de maandelijkse vergoeding.
Artikel 22
Redelijke aanpassingen
1. De diensten van de Commissie zorgen voor redelijke aanpassingen voor stagiairs met een erkende handicap die wordt aangetoond met een gehandicaptencertificaat dat is afgegeven door een bevoegde nationale autoriteit.
2. Onder “redelijke aanpassingen” wordt verstaan passende maatregelen om zo nodig te verzekeren dat een stagiair met een handicap toegang heeft tot en deel kan nemen aan het Blue Book-stageprogramma, tenzij dergelijke maatregelen voor de Commissie een onevenredige last zouden vormen.
Artikel 23
Positieve actie
DG HR kan positieve maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat kandidaten met een handicap toegang hebben tot het stageprogramma, zodat er ook in de praktijk sprake van volledige gelijkheid is. De voorwaarden voor dergelijke maatregelen zullen worden bekendgemaakt op een door het Stagebureau beheerde website.
HOOFDSTUK VIII
RECHTEN EN VERPLICHTINGEN
Artikel 24
Rechten en verplichtingen van de stagiairs
DG HR ziet toe op de naleving van de regels voor de Blue Book-stages die zijn opgenomen in de bijlage bij dit besluit, in de stageovereenkomst of in enig ander ter uitvoering van dit besluit vastgesteld document, waaronder formulieren voor de aangifte van belangenconflicten.
Artikel 25
Vertegenwoordiging van stagiairs
Stagiairs kunnen een Stagecomité oprichten. De leden worden gekozen uit en door de stagiairs; het is hun taak de stagiairs te vertegenwoordigen, hen zo nodig bij te staan en activiteiten te organiseren tijdens de stage. Het Stagecomité handelt overeenkomstig zijn eigen statuut, onafhankelijk van het Stagebureau.
Artikel 26
Verbindingscomité
Het Stagebureau kan maximaal zes stagiairs toestaan aan het einde van de stageperiode die begint in oktober een maand langer te blijven en kan maximaal vijf stagiairs toestaan aan het einde van de stageperiode die begint in maart drie maanden langer te blijven, om de overgang naar de volgende stageperiode te vergemakkelijken en de nieuwe stagiairs te helpen bij het selecteren van de leden van hun Stagecomité.
HOOFDSTUK IX
SLOTBEPALINGEN
Artikel 27
Klachten
Stagiairs die een besluit willen aanvechten dat uit hoofde van dit besluit is genomen, kunnen contact opnemen met het Stagebureau. Het Stagebureau antwoordt de stagiairs zo spoedig mogelijk.
Stagiairs die van oordeel zijn dat zij het slachtoffer zijn geweest van wanbestuur, hebben het recht om een klacht in te dienen bij de Europese Ombudsman nadat zij hun beschuldigingen schriftelijk bij het Stagebureau hebben ingediend. Het Stagebureau antwoordt de stagiairs zo spoedig mogelijk.
Artikel 28
Overmacht
In geval van overmacht kan het Stagebureau de stageovereenkomst onderbreken, beëindigen of wijzigen wanneer niet kan worden voldaan aan de voorwaarden om de doelstellingen van de stage te verwezenlijken.
Artikel 29
Uitvoering en monitoring
DG HR is verantwoordelijk voor de doeltreffende uitvoering en monitoring van dit besluit binnen de diensten van de Commissie en zorgt voor de consequente toepassing ervan.
Artikel 30
Intrekking
1. Besluit C(2005) 458 van de Commissie betreffende voorschriften voor de officiële stageregeling van de Europese Commissie en Besluit C(2007) 1221 van de Commissie tot vaststelling van het bedrag van de beurs in het kader van de officiële stageregeling van de Europese Commissie worden ingetrokken.
2. De in lid 1 genoemde besluiten blijven van toepassing op stages waarvoor de aanmeldingsprocedure vóór de vaststelling van dit besluit is begonnen.
Artikel 31
Datum van vankrachtwording en toepassing
Dit besluit wordt van kracht op de dag van de vaststelling ervan en is van toepassing vanaf het begin van de aanmeldfase van de eerste stageperiode na die datum.
Gedaan te Brussel, 16 juli 2026.
Voor de Commissie
Piotr SERAFIN
Lid van de Commissie
(1) PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.
(2) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “De vaardigheidsunie”, COM(2025) 90 final van 5 maart 2025.
(3) PB C 88 van 27.3.2014, blz. 1.
(4) Besluit van de Commissie van 12 december 2023 betreffende de preventie en bestrijding van psychologische en seksuele intimidatie, en tot intrekking van Besluit C(2006) 1624/3 (Commission Decision of 12 December 2023 on the prevention of and fight against psychological and sexual harassment, and repealing Decision C(2006) 1624/3) (C(2023) 8630).
(5) Mededeling aan de Commissie “Een nieuwe HR-strategie voor de Commissie” (C(2022) 2229).
(6) Vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen, alsmede van bijzondere maatregelen welke tijdelijk op de ambtenaren van de Commissie van toepassing zijn (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1).
(7) Besluit van de Commissie van 6 november 2025 houdende algemene uitvoeringsbepalingen voor artikel 27 van het Statuut van ambtenaren van de Europese Unie en artikel 12, lid 1, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie (Commission Decision of 6 November 2025 on the general provisions for implementing Article 27 of the Staff Regulations of Officials of the European Union and Article 12(1) of the Conditions of Employment of Other Servants of the European Union) (C(2025) 7357).
(8) De volledige lijst van instellingen, organen en agentschappen van de Unie kan worden geraadpleegd op de websites van de Europese Unie: Profielen van EU-instellingen en -organen | Europese Unie.
(9) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj).
(10) Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van de voorwaarden en de wijze van heffing van de belasting ten bate van de Europese Gemeenschappen (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 8, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1968/260/oj).
(11) PB L 23 van 17.3.2015, blz. 53, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2015/444/oj.
(12) PB L 72 van 17.3.2015, blz. 41, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2015/443/oj.
(13) PB L 6 van 11.1.2017, blz. 40, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2017/46/oj.
BIJLAGE
Voorwaarden voor het Blue Book-stageprogramma
1. Algemene arbeidsvoorwaarden
1.1. Plaats van de stage
De stages vinden plaats op de locatie van de dienst van de Commissie waar de stagiair is aangesteld.
De regelingen voor hybride werken die van toepassing zijn op ambtenaren en andere personeelsleden zoals is bepaald bij artikel 10 van Besluit C(2022) 1788 van de Commissie, zijn ook van toepassing op stagiairs. Stagiairs mogen dus telewerk en werk op kantoor combineren. Zij mogen ook hoogstens vijf dagen per stageperiode telewerken vanuit een plaats buiten hun standplaats, mits zij daarvoor toestemming krijgen van hun leidinggevende.
1.2. Werktijden en verlofdagen
De werktijden zijn die welke gelden voor ambtenaren en andere personeelsleden, zoals bepaald in artikel 5, lid 1, van Besluit C(2022) 1788 van de Commissie. Stagiairs hebben recht op dezelfde feestdagen als ambtenaren van de Commissie. Stagiairs registreren hun dagelijkse werktijden en mogen overuren compenseren, maar kunnen daarmee geen extra verlof opbouwen.
Stagiairs hebben recht op twee verlofdagen per stagemaand. Dit recht wordt naar rato van de duur van de stage verworven, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand. De stagiair ontvangt geen vergoeding voor verlofdagen die tijdens de stage niet zijn opgenomen. Resterende verlofdagen kunnen niet naar een nieuw contract worden overgedragen.
2. Gezondheid en veiligheid
2.1. Afwezigheid
2.1.1. Afwezigheid wegens ziekte
In geval van ziekte brengen stagiairs hun stageadviseurs daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte. Als zij langer dan drie kalenderdagen ziek zijn, laten de stagiairs een medisch attest zien waaruit blijkt hoe lang zij waarschijnlijk afwezig zullen zijn. Stagiairs kunnen in het belang van de dienst en gezien de zorgvuldigheidsplicht worden onderworpen aan medische controles.
De afwezigheid wegens ziekte waarvoor geen medisch attest is vereist, mag gedurende de gehele stageperiode niet meer dan zes dagen in totaal bedragen.
Binnen vijf kalenderdagen vanaf de eerste dag van afwezigheid stuurt de stagiair een medisch attest naar de eenheid voor medische afwezigheid van de Commissie. Indien een stagiair tijdens de stage in totaal meer dan vijf dagen zonder medisch attest afwezig is wegens ziekte, laat hij of zij voor elke verdere afwezigheid wegens ziekte een medisch attest zien.
2.1.2. Ongeoorloofde afwezigheid
Wanneer stagiairs zonder opgave van redenen of zonder kennisgeving aan hun stageadviseur afwezig zijn, stelt de dienst van de Commissie waar de stagiair is aangesteld het Stagebureau daarvan op de hoogte.
Wanneer stagiairs hun ongeoorloofde afwezigheid niet kunnen rechtvaardigen, worden de dagen dat zij afwezig zijn, afgetrokken van hun resterende verlofdagen door de desbetreffende dienst.
Het Stagebureau vordert eventuele te veel betaalde maandelijkse vergoeding en andere vergoedingen terug.
2.2. Psychosociale steun
Stagiairs kunnen psychosociale steun krijgen van de medische dienst van de Commissie. Stagiairs kunnen contact opnemen met de psychosociale teams op hun werkplek om een afspraak te maken.
Psychosociale steun is vertrouwelijk, kosteloos en moet worden beschouwd als enkel steun op korte termijn, die niet in de plaats kan komen van gespecialiseerde of langdurige hulpverlening.
2.3. Ziektekostenverzekering
Een ziektekostenverzekering is verplicht voor alle stagiairs. Bij aanvang van de stage tonen de stagiairs aan dat zij gedurende de gehele stage verzekerd zijn tegen ziektekosten. Stagiairs die geen ziektekostenverzekering hebben, worden automatisch verzekerd onder de voorwaarden van de verzekeringsraamovereenkomst van de Commissie. In dat geval betalen stagiairs een derde van de premie, die automatisch in mindering wordt gebracht op de maandelijkse vergoeding.
2.4. Ongevallenverzekering
Onder de voorwaarden van de verzekeringsraamovereenkomst van de Commissie zijn stagiairs tegen ongevallen verzekerd. Stagiairs betalen een tiende van de premie, die automatisch wordt in mindering wordt gebracht op de maandelijkse vergoeding. Het resterende deel van de premie is voor rekening van de Commissie.
3. Rechten en verplichtingen van de stagiairs
3.1. Ethische gedragingen
Stagiairs houden zich aan de instructies van hun stageadviseurs, hun hiërarchische meerderen en het Stagebureau.
Stagiairs aanvaarden zonder voorafgaande toestemming van het Stagebureau geen geschenken of gebaren van gastvrijheid die zij in hun hoedanigheid van stagiair ontvangen.
Een geschenk of gebaar van gastvrijheid met een geschatte waarde van hoogstens 50 EUR mag echter wel worden aanvaard; hiervoor wordt geacht toestemming te zijn verleend. Indien stagiairs een geschenk of gebaar van gastvrijheid aangeboden krijgen met een geschatte waarde van meer dan 50 EUR, vragen zij het Stagebureau om toestemming alvorens dit te aanvaarden. Toestemming wordt in geen geval verleend als de waarde meer dan 150 EUR bedraagt. Stagiairs moeten vermijden dat zij meerdere geschenken en gebaren van gastvrijheid aanvaarden (ook als deze een waarde van minder dan 50 EUR hebben en ongeacht de herkomst), aangezien dit tot een belangenconflict kan leiden.
Tijdens de stage mogen stagiairs zonder voorafgaande toestemming van het Stagebureau in hun hoedanigheid van stagiair geen eerbewijs of onderscheiding aanvaarden van een overheid of een andere entiteit.
3.2. Belangenconflicten
Stagiairs behandelen geen aangelegenheden waarbij zij, direct of indirect, enig persoonlijk belang hebben, met name van familiale of financiële aard, dat hun onafhankelijkheid in het gedrang zou kunnen brengen.
Wanneer stagiairs bij hun taken een in lid 1 bedoelde aangelegenheid moeten behandelen, stellen zij hun stageadviseur daarvan onmiddellijk in kennis. De stageadviseur legt de kwestie voor aan de bevoegde dienst of het Stagebureau, die passende maatregelen kunnen nemen.
Vóór het begin van de stage kan de dienst van de Commissie waar de stagiair is aangesteld hem of haar verzoeken een specifieke belangenverklaring te ondertekenen, die is goedgekeurd door de entiteit die op het niveau van de Commissie verantwoordelijk is voor ethiek. De dienst van de Commissie waar de stagiair is aangesteld, kan, eventueel met de hulp van het Stagebureau, de nodige risicobeperkende maatregelen nemen.
3.3. Psychologische en seksuele intimidatie
Stagiairs onthouden zich van iedere vorm van psychologische of seksuele intimidatie.
Stagiairs die te maken hebben gehad met intimidatie op de werkvloer, kunnen zich overeenkomstig de informele procedure van titel II, hoofdstuk II, van Besluit C(2023) 8630 van de Commissie richten tot de hoofdvertrouwenspersoon of, overeenkomstig Besluit C(2019) 4231 van de Commissie, tot het Bureau voor onderzoek en disciplinaire zaken van de Commissie.
Stagiairs die worden beschuldigd van intimidatie kunnen onder meer worden onderworpen aan een voorlopige beoordeling en een administratief onderzoek.
3.4. Nevenactiviteiten
Stagiairs moeten vooraf al dan niet betaalde nevenactiviteiten vermelden die tijdens de stage zullen worden verricht, inclusief activiteiten die al vóór het begin van de stage zijn begonnen.
Voor dergelijke activiteiten is vooraf schriftelijke goedkeuring vereist van de stageadviseur en de dienst van de Commissie waar de stagiair wordt aangesteld, nadat de tijdsinvestering is beoordeeld en er is vastgesteld dat er geen sprake is van een belangenconflict. De goedkeuring kan voorwaardelijk zijn of kan eventueel worden geweigerd. Elke latere verandering in de omstandigheden (bijvoorbeeld in de aard, omvang, tijdsinvestering, vergoeding) wordt onmiddellijk ter kennis gebracht van de dienst van de Commissie waar de stagiair is aangesteld en het Stagebureau voor een nieuwe beoordeling.
3.5. Vrijheid van meningsuiting, publicaties en sociale media
Stagiairs hebben recht op vrijheid van meningsuiting, die met inachtneming van de beginselen van loyaliteit en onpartijdigheid wordt uitgeoefend. Zij onthouden zich ervan zonder toestemming informatie bekend te maken die zij tijdens hun stage hebben ontvangen, tenzij die informatie al openbaar is gemaakt of voor het publiek toegankelijk is.
Stagiairs onthouden zich van gedragingen die de waardigheid van de instelling kunnen ondermijnen of de indruk kunnen wekken dat zij namens de instelling spreken, met name bij uitingen in het openbaar, contact met media of deelname aan openbare evenementen.
Stagiairs die voornemens zijn om, alleen of samen met anderen, informatie over de werkzaamheden van de Unie of over de taken van de stagiairs te publiceren of te laten publiceren, stellen de dienst van de Commissie waar de stagiair is aangesteld en het Stagebureau daarvan uiterlijk dertig dagen vóór de publicatie op de hoogte. De dienst van de Commissie waar de stagiair is aangesteld kan bezwaar maken tegen de publicatie na raadpleging van het Stagebureau en, indien de aangelegenheid de gerechtvaardigde belangen van de Unie ernstig kan schaden, de entiteit die verantwoordelijk is voor ethiek.
Stagiairs houden zich aan de interne richtsnoeren van de Commissie over het gebruik van sociale media.
3.6. Gerechtelijke procedures
Indien stagiairs wordt verzocht te getuigen in gerechtelijke procedures in verband met hun werk bij de Commissie, vragen zij vooraf toestemming aan het Stagebureau, dat de desbetreffende dienst raadpleegt. Toestemming kan slechts worden geweigerd indien de belangen van de Unie dit vereisen en als weigering niet zou leiden tot strafrechtelijke gevolgen voor de betrokken stagiair.
Wanneer een nationale gerechtelijke of politiële autoriteit zonder voorafgaande kennisgeving een dergelijk verzoek doet en de procedurele geheimhouding moet worden gehandhaafd, wordt de geheimhoudingsplicht enkel opgeheven na een formele dagvaarding. De geheimhoudingsplicht blijft na afloop van de stage gelden.
3.7. Klokkenluiden, corruptie en onregelmatigheden
Stagiairs die tijdens de uitvoering van hun taken of in verband daarmee feiten vernemen die het bestaan doen vermoeden van mogelijke onwettige activiteiten, waaronder fraude of corruptie, waardoor de belangen van de Unie worden geschaad, of van gedragingen in verband met de uitvoering van beroepswerkzaamheden die zouden kunnen wijzen op ernstig plichtsverzuim door ambtenaren of andere personeelsleden van de Unie, handelen overeenkomstig de artikelen 22 bis en 22 ter van het Statuut en de uitvoeringsvoorschriften daarvan.
3.8. Intellectuele-eigendomsrechten
Alle intellectuele-eigendomsrechten in verband met werkzaamheden die tijdens de stages worden verricht, worden overgedragen aan de Commissie. Alle rechten die verband houden met hetgeen door stagiairs bij de uitvoering van hun taken is verricht, vallen toe aan de Europese Unie wanneer deze verrichtingen met haar activiteiten verband houden.
3.9. Persoonlijk gebruik van diensten op het gebied van informatie- en communicatietechnologie
De diensten van de Commissie op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT) worden uitsluitend verleend voor professionele doeleinden in verband met de uitvoering van de taken van de stagiairs. Persoonlijk gebruik van deze diensten kan alleen worden toegestaan als het om beperkt en redelijk gebruik gaat en niet in strijd is met de bepalingen van dit punt of met interne documenten over het gebruik van ICT-diensten bij de Commissie, waaronder de richtsnoeren voor het personeel over het gebruik van de diensten van de Commissie op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT) (1).
In de volgende gevallen onthouden stagiairs zich van persoonlijk gebruik van ICT-diensten:
|
— |
wanneer dergelijk gebruik nadelige gevolgen zou kunnen hebben voor hun werk of het werk van collega’s; |
|
— |
wanneer dit het imago of de reputatie van de Commissie dreigt te schaden; |
|
— |
wanneer dit aanzienlijke uitgaven voor de Commissie met zich meebrengt of aanzienlijke middelen vergt; |
|
— |
wanneer dit niet in overeenstemming is met de wettelijke of ethische verplichtingen die van toepassing zijn op stagiairs; |
|
— |
wanneer het gaat om omvangrijke persoonlijke multimediabestanden. |
(1) Administratieve mededelingen over personeelszaken — InfoAdm N° 24-2016 (18.05.2016), GUIDELINES FOR STAFF ON THE USE OF THE COMMISSION’S INFORMATION AN…
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/3791/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)