European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2026/3697

5.8.2026

P10_TA(2026)0022

Europese technologische soevereiniteit en digitale infrastructuur

Resolutie van het Europees Parlement van 22 januari 2026 over Europese technologische soevereiniteit en de digitale infrastructuur (2025/2007(INI))

(C/2026/3697)

Het Europees Parlement,

gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en met name de artikelen 173, 179 en 190,

gezien de mededeling van de Commissie van 29 januari 2025 getiteld “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025)0030),

gezien het werkprogramma van de Commissie voor 2025 van 11 februari 2025 getiteld “Samen vooruit: Een doortastendere, eenvoudigere, snellere Unie” (COM(2025)0045),

gezien Verordening (EU) 2023/1781 van 13 september 2023 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor maatregelen ter versterking van het Europese halfgeleiderecosysteem en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/694 (chipsverordening) (1),

gezien Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (NIS 2-richtlijn) (2),

gezien het gedetailleerde verslag van het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa) getiteld “Foresight Cybersecurity Threats For 2030 – Update 2024”, gepubliceerd in maart 2024 (3),

gezien Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betreffende horizontale cyberbeveiligingsvereisten voor producten met digitale elementen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 168/2013 en (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (verordening cyberweerbaarheid) (4),

gezien Verordening (EU) 2019/881 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging), en inzake de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 526/2013 (cyberbeveiligingsverordening) (5),

gezien Verordening (EU) 2025/38 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2024 tot vaststelling van maatregelen ter versterking van de solidariteit en de capaciteit in de Unie om cyberdreigingen en -incidenten op te sporen, zich erop voor te bereiden en erop te reageren en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/694 (verordening cybersolidariteit) (6),

gezien Verordening (EU) 2025/37 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2024 tot wijziging van Verordening (EU) 2019/881 wat betreft beheerde beveiligingsdiensten (7),

gezien het Witboek van de Commissie van 21 februari 2024 getiteld “Tegemoetkomen aan de digitale-infrastructuurbehoeften van Europa” (COM(2024)0081),

gezien het verslag van Mario Draghi van 9 september 2024 getiteld “The future of European competitiveness” (De toekomst van het Europese concurrentievermogen),

gezien het verslag van Enrico Letta van 17 april 2024 getiteld “Much more than a market” (Veel meer dan een markt),

gezien de mededeling van de Commissie van 2 juli 2024 getiteld “Staat van het digitale decennium 2024” (COM(2024)0260),

gezien Besluit (EU) 2022/2481 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 tot vaststelling van het beleidsprogramma voor het digitale decennium tot 2030 (8),

gezien Verordening (EU) 2024/903 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot vaststelling van maatregelen voor een hoog niveau van interoperabiliteit van de overheidssector in de Unie (de verordening Interoperabel Europa (9)),

gezien Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie (10),

gezien Verordening (EU) 2024/795 van het Europees Parlement en de Raad van 29 februari 2024 tot oprichting van het platform voor strategische technologieën voor Europa (STEP) en tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG en Verordeningen (EU) 2021/1058, (EU) 2021/1056, (EU) 2021/1057, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) 2021/1060, (EU) 2021/523, (EU) 2021/695, (EU) 2021/697 en (EU) 2021/241 (11),

gezien Verordening (EU) 2023/2854 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 betreffende geharmoniseerde regels inzake eerlijke toegang tot en eerlijk gebruik van gegevens en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (dataverordening) (12),

gezien Verordening (EU) 2024/1309 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 inzake maatregelen om de kosten van de uitrol van elektronischecommunicatienetwerken met gigabitsnelheden te verlagen, tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Richtlijn 2014/61/EU (gigabitinfrastructuurverordening) (13),

gezien Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie) (14),

gezien Verordening (EU) 2021/1153 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot vaststelling van de Connecting Europe Facility en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1316/2013 en (EU) nr. 283/2014 (15),

gezien Verordening (EU) 2021/694 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 tot vaststelling van het programma Digitaal Europa en tot intrekking van Besluit (EU) 2015/2240 (16),

gezien Verordening (EU) 2021/695 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van Horizon Europa – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1290/2013 en (EU) nr. 1291/2013 (17),

gezien Verordening (EU) 2021/696 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van het ruimtevaartprogramma van de Unie, tot oprichting van het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 912/2010, (EU) nr. 1285/2013 en (EU) nr. 377/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU (18),

gezien Verordening (EU) 2023/588 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2023 tot vaststelling van het programma van de Unie voor beveiligde connectiviteit voor de periode 2023-2027 (19),

gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014 (20),

gezien Verordening (EU) 2021/1173 van de Raad van 13 juli 2021 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/1488 (21),

gezien Verordening (EU) 2024/1732 van de Raad van 17 juni 2024 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1173 wat betreft een EuroHPC-initiatief voor start-ups om Europees leiderschap op het gebied van betrouwbare artificiële intelligentie te stimuleren (22),

gezien Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (23),

gezien Verordening (EU) 2024/1183 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014, wat betreft de vaststelling van het Europees kader voor digitale identiteit (24),

gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 21 februari 2025 aan het Europees Parlement en de Raad getiteld “EU-actieplan inzake kabelbeveiliging” (JOIN(2025)0009),

gezien de mededeling van de Commissie van 29 januari 2020 getiteld “Uitrol van beveiligde G5 in de EU – uitvoering van de EU-toolbox” (COM(2020)0050),

gezien de Europese Verklaring over digitale rechten en beginselen voor het digitale decennium wordt toegezegd een Europese manier voor de digitale transformatie te bevorderen, waarbij mensen centraal staan (25),

gezien de mededeling van de Commissie van 30 december 2021 over “Criteria voor de beoordeling van de verenigbaarheid met de interne markt van staatssteun ter bevordering van de verwezenlijking van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang” (IPCEI’s) COM(2021)8481,

gezien artikel 55 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie (A10-0107/2025),

A.

overwegende dat technologische soevereiniteit moet worden beschouwd als de hele waardeketen, gaande van excellentie in onderzoek tot het creëren van gezonde concurrentie en het bereiken van een grotere Europese soevereiniteit;

B.

overwegende dat de EU voor meer dan 80 % van de digitale producten, diensten, infrastructuur en intellectuele eigendom afhankelijk is van niet-EU-landen;

C.

overwegende dat de macht over belangrijke digitale markten geconcentreerd is in de handen van een paar technologische bedrijven en dat zij zeggenschap hebben over de onderliggende internetinfrastructuur, waaronder besturingssystemen, computers, artificiële intelligentie (AI), zoekmachines, socialemediacapaciteit, digitale reclame en betalingsdiensten;

D.

overwegende dat onze technologische soevereiniteit in hoge mate zal afhangen van het vermogen van Europa om de nodige marktvoorwaarden te creëren om Europese bedrijven in staat te stellen te floreren, met elkaar te concurreren en zo de kwaliteit van hun producten te verbeteren;

E.

overwegende dat de EU het risico loopt haar streefcijfers en doelstellingen van het digitale decennium, waaronder de invoering van cloud, big data en AI, niet te halen;

F.

overwegende dat Europese bedrijven een klein aandeel hebben in wereldwijde activiteiten op het gebied van onderzoeks- en ontwikkeling (O&O) op het vlak van software, internettechnologieën en elektronica, terwijl de Verenigde Staten en China in deze sectoren het voortouw nemen;

G.

overwegende dat het digitale kompas, het beleidsprogramma voor het digitale decennium en het kompas voor concurrentievermogen van de Commissie essentiële kaders zijn om het digitale ecosysteem van Europa te versterken, het technologische leiderschap veilig te stellen en de economische veerkracht op lange termijn te waarborgen;

H.

overwegende dat digitale infrastructuur bestaat uit enerzijds hardware-elementen die verband houden met connectiviteit (waaronder glasvezel, 5G en 6G, onderzeese kabels, satellieten en spectrum) en rekenkracht (waaronder halfgeleiders, datacentra, computersystemen met extreem hoge rekenkracht en kwantumtechnologieën) en anderzijds softwarecomponenten, waaronder identiteitsoplossingen, het internet der dingen, cloud- en AI-systemen, alsook de laag tussen beide, waaronder reclame, zoekmachines, betalingen en communicatiesystemen;

I.

overwegende dat het concurrentievermogen van de EU in toenemende mate zal afhangen van de digitalisering van alle sectoren, ondersteund door veerkrachtige, veilige en betrouwbare digitale infrastructuur; merkt in dit verband op dat de digitale eengemaakte markt in dit verband van essentieel belang is, aangezien bedrijven daardoor kunnen groeien en opschalen;

J.

overwegende dat het volledige potentieel van de digitale eengemaakte markt onbenut blijft, aangezien de handel in digitale diensten binnen de EU slechts 8 % van het bbp vertegenwoordigt, wat veel minder is dan de 25 % voor de handel in digitale goederen;

K.

overwegende dat de beschikbaarheid van eID-regelingen en digitale overheidsdiensten en de toegang tot e-gezondheidsdossiers toenemen, maar dat er nog steeds aanzienlijke lacunes zijn in de verlening van privacyvriendelijke, volledig gebruikersgerichte, toegankelijke en soevereine digitale overheidsdiensten tussen de lidstaten als gevolg van verschillen in de invoering van elektronische identificatie (eID);

L.

overwegende dat eID momenteel voor 93 % van de EU-bevolking beschikbaar is, maar dat het een uitdaging blijft om in 2030 100 % digitale overheidsdiensten voor burgers en bedrijven te bereiken;

M.

overwegende dat interoperabiliteit en onderlinge verbondenheid het concurrentievermogen van de Europese economie zouden vergroten en baat zouden kunnen hebben bij beleid zoals “open source eerst” en “publiek geld – publieke code” en de toepassing van gemeenschappelijke en open normen;

N.

overwegende dat digitale infrastructuur van cruciaal belang is voor de Europese industrie, met inbegrip van de automobielindustrie en de mogelijke ontwikkeling van geconnecteerde en autonome voertuigen; overwegende dat robuuste gegevens- en communicatie-infrastructuur nodig is om een veilig ecosysteem voor geconnecteerde en autonome voertuigen te ondersteunen;

O.

overwegende dat glasvezelnetwerken een van de pijlers van de digitale infrastructuur van de EU vormen en snel internet, 5G-netwerken en toekomstige technologische verbeteringen mogelijk maken;

P.

overwegende dat de EU bij de uitrol van 5G achterloopt om haar doelstellingen voor 2030 te halen, aangezien momenteel slechts ongeveer 64 % van de Europese huishoudens op het glasvezelnet is aangesloten;

Q.

overwegende dat de investeringsbehoeften in de meest geavanceerde connectiviteit in de EU enorm zijn;

R.

overwegende dat het oplossen van uitdagingen in verband met de toegang tot land en netwerken van cruciaal belang is voor de succesvolle uitrol van digitale infrastructuur;

S.

overwegende dat het GOVSATCOM-initiatief van de EU tot doel heeft ervoor te zorgen dat Europese en nationale overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor kritieke beveiligingsinfrastructuren en -taken, op lange termijn kunnen rekenen op veilige, betrouwbare en kosteneffectieve gouvernementele satellietcommunicatiediensten;

T.

overwegende dat chips een cruciale rol spelen bij het vergroten van het concurrentievermogen en de veerkracht van Europa op technologisch gebied;

U.

overwegende dat in het kompas voor concurrentievermogen van de Commissie, de Clean Industrial Deal en het werkprogramma van de Commissie voor 2025 niet of nauwelijks gewag wordt gemaakt van halfgeleidertechnologieën, ondanks het cruciale belang ervan voor de industriële ambities van de EU;

V.

overwegende dat de chipsverordening een ad-hoc-aanpassingsmechanisme was, dat tot doel had bepaalde uitdagingen in verband met tekorten aan halfgeleiders aan te pakken; overwegende dat de actiegebieden ervan voornamelijk beperkt zijn tot geavanceerde halfgeleiders; overwegende dat de inzet van de EU op het gebied van oude halfgeleiders ontoereikend is; overwegende dat de herziening van de chipsverordening naar verwachting plaatsvindt in september 2026;

W.

overwegende dat bestaande Europese regionale clusters in de halfgeleidersector een rol moeten spelen en moeten worden versterkt;

X.

overwegende dat processoren, geheugentechnologieën, grafische verwerkingseenheden (GPU’s) en kwantumchips van cruciaal belang zijn voor de digitale infrastructuur en de veiligheid van de toeleveringsketen in Europa;

Y.

overwegende dat clouddiensten van fundamenteel belang zijn voor een brede reeks computingactiviteiten en computingdiensten die een drijvende kracht achter concurrentievermogen zijn geworden;

Z.

overwegende dat gefedereerde modellen het concurrentievermogen van de markt van de EU kunnen vergroten door de opkomst van belangrijke Europese alternatieven te vergemakkelijken, voortbouwend op de deskundigheid van en aanwezigheid op de lokale markt;

AA.

overwegende dat grootschalige AI-infrastructuur, zoals AI-gigafabrieken, van essentieel belang is om een open en gezamenlijke ontwikkeling van de meest complexe AI-modellen mogelijk te maken;

AB.

overwegende dat de AI-waardeketen nog in ontwikkeling is en dat het aanpakken van de ontwikkeling van AI-modellen slechts een deel daarvan is; overwegende dat Europese AI-oplossingen kunnen worden ontwikkeld met behulp van de Europese publieke en private computinginfrastructuur, waardoor innovatie wordt gestimuleerd, en dat vooral start-ups en kleine bedrijven de begunstigden moeten zijn van toegang tot openbare computinginfrastructuur;

AC.

overwegende dat AI-modellen die tegen matige kosten op algemeen beschikbare hardware kunnen worden gebruikt, meer actoren in staat stellen vorm te geven aan de manier waarop AI-systemen worden gecreëerd en gebruikt, waardoor toepassingen sneller waarde krijgen en een democratischer gebruik van AI mogelijk wordt;

AD.

overwegende dat de uitrol, marketing en inzet van AI momenteel vaak wordt bepaald door een klein aantal grote technologiebedrijven; overwegende dat sommige AI-functies in de EU niet op hetzelfde moment als in niet-EU-landen worden uitgerold, waardoor Europese bedrijven en consumenten een concurrentienadeel ondervinden;

AE.

overwegende dat datacentra een essentieel onderdeel van een geavanceerde digitale samenleving zijn, aangezien ze gedistribueerde verwerking en doeltreffende gegevensopslag mogelijk maken;

AF.

overwegende dat betrouwbare capaciteit en beschikbaarheid van gegevensopslag van essentieel belang zijn voor de veerkracht en ontwikkeling van Europa; overwegende dat de meeste datacentra in Europa niet in handen zijn van Europese bedrijven;

AG.

overwegende dat voor de bouw en exploitatie van grootschalige datacentra aanzienlijke investeringen nodig zijn;

AH.

overwegende dat ongeveer 9 % van het wereldwijde elektriciteitsverbruik toe te schrijven is aan datacentra, clouddiensten en connectiviteit;

AI.

overwegende dat onderzeese kabels kritieke infrastructuur vormen voor mondiale connectiviteit, economische stabiliteit en veiligheid, dat meer dan 99 % van de internationale communicatie via deze kabels verloopt en dat zij kwetsbaar blijven voor fysieke beschadiging, cyberdreigingen en geopolitieke risico’s;

AJ.

overwegende dat veilige en veerkrachtige digitale infrastructuur van cruciaal belang is, met name gezien het toenemende aantal cyberaanvallen tegen de EU, haar lidstaten en haar industrie en samenleving;

AK.

overwegende dat de EU-toolbox voor 5G-cyberbeveiliging belangrijk is om cyberspionage te voorkomen en de toeleveringsketens in de digitale infrastructuur van de EU veerkrachtiger te maken;

AL.

overwegende dat 21 % van de bedrijven naleving en rechtsonzekerheid noemt als een belemmering voor digitale investeringen;

AM.

overwegende dat het “one in, one out”-beginsel ervoor zorgt dat alle door initiatieven van de Commissie veroorzaakte lasten in aanmerking worden genomen en dat administratieve lasten worden gecompenseerd door op hetzelfde beleidsterrein gelijkwaardige lasten weg te nemen;

AN.

overwegende dat duurzaamheid moet worden geïntegreerd in de strategieën voor digitale infrastructuur, gezien de uitdagingen op het gebied van energieverbruik die zich voordoen bij AI, cloud- en kwantumcomputing en datacentra;

AO.

overwegende dat het energieverbruik van datacentra in Europa tegen het einde van dit decennium naar verwachting bijna zal verdrievoudigen, van ongeveer 62 terawattuur (TWh) vandaag tot meer dan 150 TWh, waardoor het zal oplopen van 2 % tot 5 % van het totale Europese stroomverbruik;

AP.

overwegende dat de kloof op het gebied van digitale vaardigheden een groot punt van zorg blijft, aangezien slechts 54 % van de Europese burgers op zijn minst over digitale basisvaardigheden beschikt – ver onder het streefcijfer van 80 % dat is vastgesteld in het beleidsprogramma voor het digitale decennium;

AQ.

overwegende dat het tekort aan ICT-professionals in de EU in 2030 naar verwachting 12 miljoen zal bedragen, waardoor het aantal geschoolde werknemers ver achterblijft bij de EU-doelstelling van 20 miljoen;

AR.

overwegende dat in het verslag “Staat van het digitale decennium 2024” en het Draghi-verslag wordt benadrukt dat dringend moet worden geïnvesteerd in vaardigheden op het gebied van digitalisering en wetenschap, technologie, engineering en wiskunde (STEM) om de technologische capaciteiten en het mondiale concurrentievermogen van Europa in stand te houden;

AS.

overwegende dat 60 % van de bedrijven in de EU aangeeft dat het moeilijk is geschoolde werknemers aan te werven op gebieden als AI, cyberbeveiliging en schone technologieën, wat een aanzienlijke belemmering vormt voor innovatie, het concurrentievermogen en de groene en digitale transitie;

AT.

overwegende dat in de huidige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, waaronder wereldwijde ontslagen en politieke instabiliteit buiten de EU, een kans schuilt om hooggekwalificeerd digitaal talent naar de EU aan te trekken;

AU.

overwegende dat voor het vergroten van het concurrentievermogen en de veerkracht passende financiering nodig is; overwegende dat overheidsfinanciering als katalysator kan fungeren en dat particuliere investeringen en concurrerende marktkrachten van cruciaal belang zijn voor de langetermijnontwikkeling van digitale infrastructuur;

AV.

overwegende dat een robuust, flexibel en op topkwaliteit gericht ecosysteem voor onderzoek en innovatie (O&I) van essentieel belang is om het mondiale concurrentievermogen en leiderschap van de EU op het gebied van strategische technologieën, zoals kwantumtechnologie en AI, te waarborgen;

AW.

overwegende dat normalisatie de kern vormt van een echte Europese digitale en technologische soevereiniteit; overwegende dat normen belangrijker worden als gevolg van de toenemende technologische concurrentie in de hele wereld, met name uit de Verenigde Staten en China;

AX.

Overwegende dat de EU heeft toegezegd te onderhandelen over uitgebreide overeenkomsten inzake digitale handel die de ontwikkeling van veilige, veerkrachtige en concurrerende digitale infrastructuur met partnerlanden moet bevorderen;

AY.

overwegende dat de Commissie baanbrekende overeenkomsten inzake digitale handel met Zuid-Korea en Singapore heeft aangekondigd, wat een belangrijk precedent schept voor toekomstige overeenkomsten;

AZ.

overwegende dat het Parlement en de Raad overeenstemming hebben bereikt over de horizontale EU-bepalingen inzake grensoverschrijdende gegevensstromen en de bescherming van persoonsgegevens en privacy in de titel over digitale handel van handelsovereenkomsten van de EU, die door de Commissie zijn goedgekeurd en een belangrijk instrument blijven met betrekking tot digitale handel en de oprichting van nieuwe overeenkomsten inzake digitale handel;

Algemene inleiding

1.

benadrukt dat Europese soevereiniteit het vermogen inhoudt om capaciteit, veerkracht en veiligheid op te bouwen door strategische afhankelijkheid te verminderen en afhankelijkheid van buitenlandse actoren en dienstverleners die als enige een dienst aanbieden te voorkomen en kritieke technologieën en infrastructuur te beschermen; dringt aan op de ontwikkeling van een alomvattend risicobeoordelingskader om afhankelijkheden in de hele digitale waardeketen te monitoren en aan te pakken; onderstreept dat een dergelijk kader als basis moet dienen om de paraatheid en veerkracht van de EU te waarborgen door het Europees industriebeleid te versterken en de binnenlandse O&O- en productiecapaciteiten op het gebied van strategische technologieën te stimuleren;

2.

is van mening dat technologische soevereiniteit het vermogen inhoudt om de digitale technologieën te ontwerpen, te ontwikkelen en op te schalen die nodig zijn voor het concurrentievermogen van onze economie, het welzijn van onze burgers en de open strategische autonomie van de EU in een geglobaliseerde wereld; is van mening dat dit onder meer omvat dat de EU autonome beslissingen kan nemen, kan samenwerken met betrouwbare niet-EU-landen en -entiteiten, toeleveringsketens kan diversifiëren en versterken en het concept van openheid en interoperabiliteit kan bevorderen, om ervoor te zorgen dat Europa een aantrekkelijke hub voor investeringen blijft;

3.

erkent dat de concentratie van macht bij niet-EU-bedrijven toeneemt, waardoor Europa minder goed in staat is om te innoveren, te concurreren en de controle over zijn digitale economie, samenleving en democratie te behouden; is bezorgd over de buitensporige afhankelijkheid van niet-EU-actoren op kritieke gebieden zoals cloudinfrastructuur, halfgeleiders, AI en cyberbeveiliging, waardoor marktconcentratie en buitenlandse zeggenschap het concurrentievermogen, de democratische veerkracht en de veiligheid van Europa dreigen te ondermijnen;

4.

onderstreept nogmaals dat de EU soeverein moet blijven bij de handhaving van haar wetgeving, met name op digitaal gebied; veroordeelt ten stelligste de door de Verenigde Staten opgelegde reisverboden aan de vooraanstaande vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld Imran Ahmed, Clare Melford, Anna-Lena von Hodenberg en Josephine Ballon, die met hun werk bijdragen tot een veiligere digitale omgeving voor iedereen en digitale platforms ter verantwoording roepen, alsook het door de Verenigde Staten opgelegde reisverbod aan voormalig EU-commissaris Thierry Breton, die een sleutelrol heeft gespeeld bij de vaststelling van de digitale regelgeving van de EU, en dringt aan op intrekking van deze reisverboden; verzoekt de Commissie en de lidstaten daadkrachtig op deze ongekende aanvallen te reageren; neemt kennis van de recente handhavingsmaatregelen die zijn genomen in het kader van de digitaledienstenverordenin (26) wegens inbreuken op transparantie- en risicobeperkingsverplichtingen, zoals het opleggen van een boete van 120 miljoen EUR aan X; herinnert eraan dat de handhaving van de digitale wetgeving van de EU tot doel heeft de naleving van het EU-recht en de bescherming van de grondrechten te waarborgen, en niet om politieke meningen te reguleren; onderstreept dat de invoering van nieuwe functies door zeer grote onlineplatforms, met inbegrip van functies die zijn gebaseerd op generatieve AI, hand in hand moet gaan met passende waarborgen en risicobeperkende maatregelen om de volledige naleving van het EU-recht te garanderen, en met name om te voorkomen dat illegale of gemanipuleerde inhoud wordt verspreid; laakt de steun van bepaalde politieke partijen — zoals de AfD, Reconquête, Fidesz of Konfederacja — die narratieven van buiten de EU herhalen en de digitale wetgeving en democratische waarden van de EU verzwakken;

5.

is van mening dat de ambities van de EU op het gebied van industriële technologie gericht moeten zijn op belangrijke strategische technologieën van de toekomst, zoals halfgeleidertechnologieën of kwantumtechnologie, die bijdragen tot de strategische autonomie van de EU en essentieel zijn voor onze groene, digitale en defensietransitie;

6.

erkent de verschuiving in het geopolitieke landschap en de kansen die daaruit ontstaan voor de marktvraag naar Europese producten en diensten; ziet dit als een kans om Europa als wereldleider op het gebied van betrouwbare en veilige digitale oplossingen te positioneren;

7.

onderstreept dat een ondersteunend regelgevingskader moet worden bevorderd dat innovatie, investeringen en de ontwikkeling van geavanceerde technologieën in Europa aanmoedigt, en dat EU-eindgebruikers tegelijkertijd moeten worden beschermd tegen de gevolgen van extraterritorialiteit;

8.

erkent dat er voor het digitale ecosysteem een alomvattend Europees industriebeleid nodig is dat alle relevante beleidsterreinen omvat, zoals markttoegang, normalisatie, O&O, investeringen, handel en internationale samenwerking; verzoekt de Commissie dit alomvattende beleid te ontwikkelen met als doel schadelijke strategische afhankelijkheid te verminderen, binnenlandse waardeketens te versterken en te zorgen voor een veilig, betrouwbaar en innovatiegedreven digitaal ecosysteem dat de Europese waarden eerbiedigt;

9.

herinnert eraan dat de markten voor hightechproducten en digitale diensten sterk afhankelijk zijn van externe toeleveringsketens, wat risico’s voor de soevereiniteit en veerkracht met zich meebrengt; benadrukt het belang van het vergroten van de industriële capaciteit en technologische expertise op het gebied van opkomende en disruptieve technologieën om de open strategische autonomie van de EU te ondersteunen;

10.

benadrukt dat voor de stimulering van de Europese technologische soevereiniteit in een tijdperk van snelle technologische ontwikkeling meer innovatie en de commercialisering nodig is om de nodige capaciteiten op te bouwen; benadrukt dat Europa moet veranderen om een wereldwijd aantrekkelijk en flexibel ondernemingsklimaat tot stand te brengen, door de bureaucratie te verminderen, de voorspelbaarheid van de regelgeving te vergroten en ondernemerschap en het nemen van risico’s te bevorderen;

11.

erkent dat open strategische autonomie en democratische veerkracht centraal moeten staan in de agenda van de Commissie en dat in een alomvattende aanpak aandacht moet uitgaan naar aanbestedingen, financiering en institutionele kaders voor de lange termijn om soevereine digitale infrastructuur op kritieke gebieden tot stand te brengen;

12.

verzoekt de Commissie een uitgebreide lijst van kritieke afhankelijkheden op het gebied van digitale infrastructuur en technologieën te analyseren en op te stellen, waarbij ten minste opslagdiensten, identiteits- en betalingssystemen, communicatieplatforms, alsook de software, protocollen en normen ter ondersteuning daarvan worden beoordeeld, en maatregelen voor te stellen ter bevordering van de markttoegang voor producten en diensten met een sterk positief effect op de technologische soevereiniteit, veerkracht en duurzaamheid van de EU; is in dit verband van mening dat het gebruik van specifieke gunningscriteria bij overheidsopdrachten kan worden bevorderd op gebieden waar dergelijke kritieke afhankelijkheden bestaan; is van mening dat dergelijke criteria de concurrentie kunnen helpen stimuleren en de Europese technologische soevereiniteit kunnen vergroten door waar mogelijk de aankoop van Europese digitale producten en diensten te vergemakkelijken;

Digitale openbare infrastructuur

13.

is er vast van overtuigd dat digitale infrastructuur de ruggengraat van onze economie vormt en dat er dus een basislaag van digitale openbare infrastructuur moet zijn die soevereiniteit en een concurrentievriendelijk marktklimaat waarborgt; merkt op dat de markt deze basislaag op veel belangrijke gebieden niet heeft ontwikkeld, wat heeft geleid tot monopolies en afhankelijkheid van buitenlandse spelers; onderstreept dat de EU, om deze kloof te dichten, het voortouw moet nemen bij het creëren van een sterke basis voor digitale openbare infrastructuur door lagen digitale technologieën te creëren die bestaan uit halfgeleiders, connectiviteitsoplossingen, cloudinfrastructuur, software, gegevens en AI; is van mening dat Europese digitale openbare infrastructuur gebaseerd moet zijn op eerlijke en concurrerende economische modellen en dat er daarbij gebruik moet worden gemaakt van governancemodellen waarbij noch particuliere bedrijven noch overheden gecentraliseerde controle hebben; is van mening dat de infrastructuur gebaseerd moet zijn op gemeenschappelijke en open normen en dat daarbij interoperabiliteit en onderlinge verbondenheid moet worden omarmd, met als doel afhankelijkheid van één gebruiker of één aanbieder te voorkomen en innovatie te stimuleren door het pad te effenen voor nieuwkomers op de markt, en dat hierbij privacy en beveiliging door standaardinstellingen moeten worden gewaarborgd;

14.

is van mening dat de uitrol van digitale openbare infrastructuur gericht moet zijn op gebieden waar kritieke afhankelijkheden bestaan, zoals vastgesteld in de uitgebreide lijst van de Commissie; verzoekt de Commissie een gedetailleerd en uitgebreid plan voor de oprichting van Europese digitale openbare infrastructuur op te stellen, door vast te stellen welke technologieën het geschiktst zijn voor Europese actie, en dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan passende middelen uit te trekken voor de uitrol van Europese digitale openbare infrastructuur;

15.

benadrukt dat de Europese digitale openbare infrastructuur moet worden gestimuleerd door gecoördineerde actie op EU-niveau om de aanwezigheid en het concurrentievermogen van Europese aanbieders en een concurrerende marktomgeving te waarborgen; onderstreept dat deze doelstellingen niet alleen door middel van regelgeving zullen worden verwezenlijkt en aanzienlijke overheidsinvesteringen zullen vergen; erkent dat in het komende meerjarig financieel kader (MFK) aanvullende financiering voor dit doeleinde moet worden opgenomen, waarbij de nadruk moet liggen op de EU-meerwaarde en de basislaag van de Europese digitale openbare infrastructuur moet worden gefinancierd;

16.

erkent dat de EU zich er in het kader van het komende MFK toe moet verbinden om meer uit te geven ter verwezenlijking van technologische soevereiniteit; benadrukt dat dit een specifieke toewijzing moet omvatten voor de ontwikkeling en uitrol van de hierboven beschreven lagen van de digitale openbare infrastructuur die zijn vastgesteld in de uitgebreide lijst van de Commissie, alsook aanvullende middelen om te zorgen voor een concurrentievriendelijke marktomgeving op andere digitale gebieden;

17.

is van mening dat bij de financiering in het kader van het komende MFK prioriteit moet worden gegeven aan actieve capaciteitsopbouw op belangrijke hardware-, software- en dienstengebieden, met inbegrip van high-performance computing, kwantumcomputing, versleuteling en communicatie, connectiviteit, cloud-, data-, web- en AI-ecosystemen en digitale bibliotheken;

18.

is van mening dat het Europese digitale openbare infrastructuur gebaseerd moet zijn op de waarden van de EU en open moet blijven staan voor gelijkgestemde niet-EU-partners; verzoekt de Commissie en de lidstaten hun inspanningen in het kader van het ontwikkelingsprogramma van de VN met betrekking tot openbare digitale infrastructuur voort te zetten en een extra impuls te geven;

19.

erkent dat e-overheidsdiensten van cruciaal belang zijn voor een efficiënte, veilige en toegankelijke openbare dienstverlening en is van mening dat ze moeten worden ontworpen om digitale identificatie, het delen van overheidsgegevens en het doen van betalingen in de overheidssector te vergemakkelijken zonder de markten te verstoren of bestaande oplossingen voor de particuliere sector te ondermijnen; benadrukt dat de aanpak van de EU ten aanzien van e-overheidsdiensten gericht moet zijn op het versterken van de digitale interactie tussen overheden en burgers en tussen overheden en bedrijven, en tegelijkertijd vertrouwen, interoperabiliteit en toegankelijkheid moet waarborgen; is daarom van mening dat een veilige en naadloze toegang tot openbare diensten een vertrouwenskader voor elektronische identificatie vereist en is ingenomen met de aankondiging van een portemonnee voor ondernemingen die tot doel heeft de interconnectie tussen bedrijven en overheden aanzienlijk te vereenvoudigen;

20.

dringt bij de Commissie aan op verdere ontwikkeling van gegevensplatforms van algemeen belang en veilige grensoverschrijdende gegevensuitwisseling tussen publieke en private entiteiten mogelijk te maken, met name voor toepassingen op het gebied van gezondheidszorg, stadsplanning en milieumonitoring; verzoekt de Commissie de interoperabiliteit tussen gegevensplatforms van algemeen belang en sectorspecifieke gegevensplatforms te bevorderen, waarbij een naadloze gegevensstroom wordt gewaarborgd en de administratieve lasten tot een minimum worden beperkt; merkt op dat dit kan worden bereikt door gebruik te maken van bestaande marktgestuurde oplossingen die innovatie bevorderen, vertrouwen behouden en privacy- en veiligheidsnormen handhaven;

21.

erkent dat Europese burgers op grond van het huidige rechtskader het recht hebben om hun persoonsgegevens te controleren en dat gegevens die binnen de EU worden gegenereerd in overeenstemming met het EU-recht moeten worden verwerkt; benadrukt dat de bescherming van persoonsgegevens en van de privacy van essentieel belang is om vertrouwen te kweken in de digitale economie, zodat Europese consumenten er met vertrouwen aan kunnen deelnemen, ongeacht waar hun gegevens worden verwerkt; benadrukt dat Europese bedrijven – met name kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) – gegevens op rechtmatige, ethische en veilige wijze moeten kunnen gebruiken om duurzame groei en concurrentievermogen te stimuleren;

Digitale infrastructuur

22.

wijst erop dat digitale infrastructuur de ruggengraat van de Europese economie en samenleving vormt en dat het belang ervan zal blijven toenemen; verzoekt de Commissie een uitgebreide beoordeling van de samenstelling van de Europese digitale infrastructuur in de gevraagde lijst van kritieke afhankelijkheden op te nemen, om de stand van zaken adequaat te analyseren, risico’s te beoordelen en maatregelen te coördineren;

23.

is van mening dat het voor de versterking van de digitale infrastructuur van essentieel belang is om op kritieke gebieden initiatieven voor capaciteitsopbouw op EU-niveau uit te voeren; is van mening dat deze initiatieven gericht moeten zijn op de ontwikkeling van een basislaag van openbare infrastructuur, zoals een netwerk van AI-gigafabrieken en een Europees webindexeringsmodel; is van oordeel dat deze basislaag bedrijven in staat zal stellen hun bedrijfsmodellen te ontwikkelen en gegevenssoevereiniteit een impuls zal geven; wijst op de door de EU gecreëerde digitale oplossingen, zoals de Europese digitale identiteit, die innovatieve infrastructuur kunnen bieden aan de digitale economie van de EU;

24.

erkent het strategische belang van kritieke digitale infrastructuur en de noodzaak om de beveiliging en de veerkracht ervan te versterken; begrijpt dat kritieke digitale infrastructuur onder meer bestaat uit (terrestrische en onderzeese) kabels, gsm-masten, satellietcommunicatiesystemen, spectrum- en radioapparatuur, cloudservers die gevoelige informatie bevatten, en datacentra die gevoelige informatie verwerken, alsook bepaalde software-elementen, met inbegrip van beveiligingssoftware ter bescherming van kritieke netwerken en datacentra;

25.

benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat deze infrastructuur onder de jurisdictie van de EU valt, wat betekent dat deze volledig in overeenstemming is met het EU-recht; benadrukt het belang van privacy en beveiliging door ontwerp; verzoekt de Commissie daarom wetgeving in te voeren om de risico’s van leveranciers met een hoog risico uit niet-EU-landen te beperken, met inbegrip van de risico’s die uitgaan van energieleveranciers die onder buitenlandse zeggenschap staan;

26.

verzoekt de Commissie bij de voorbereiding van toekomstige wetgevingsvoorstellen en het komende MFK haar inspanningen te concentreren op de verdieping van de eengemaakte markt, in overeenstemming met de aanbeveling in het verslag van Enrico Letta getiteld “Much more than a market” en in het verslag van Mario Draghi getiteld “The future of European competitiveness”, met als doel het potentieel van de digitale eengemaakte markt te ontsluiten;

27.

neemt kennis van de aanbeveling in deze twee verslagen dat de EU een omslag moet maken van het bevorderen van connectiviteit in de EU naar de totstandbrenging van een eengemaakte markt voor elektronische communicatie en connectiviteit; is voorstander van een vereenvoudigd, geharmoniseerd en innovatievriendelijk kader voor telecommunicatie waarin eerlijke concurrentie en de toegankelijkheid van infrastructuur wordt gewaarborgd;

28.

is ingenomen met het witboek van de Commissie “Tegemoetkomen aan de digitale-infrastructuurbehoeften van Europa”, waarin drie pijlers worden geschetst: totstandbrenging van het “3C-netwerk” – “Connected Collaborative Computing”, voltooiing van de digitale eengemaakte markt en veilige en veerkrachtige digitale infrastructuren voor Europa;

29.

beschouwt het witboek en het daaropvolgende raadplegingsproces als onderdeel van de voorbereiding van de voor deze zittingsperiode geplande wetgevingsinitiatieven, waaronder de digitalenetwerkenverordening; verzoekt de Commissie digitale infrastructuur hierbij breder te bekijken en te erkennen dat digitale infrastructuur uit veel meer elementen bestaat dan louter connectiviteit; onderstreept dat elke nieuwe digitale beleidsmaatregel vergezeld moet gaan van een effectbeoordeling;

30.

dringt er bij de Commissie op aan de telecommunicatieregels te vereenvoudigen en te harmoniseren als onderdeel van de komende digitalenetwerkenverordening en het bredere digitale pakket;

31.

verzoekt de Commissie een EU-wetgevingshandeling inzake cloud- en AI-ontwikkeling voor te stellen om de Europese gegevensinfrastructuur te versterken en Europese cloudproviders te bevorderen; benadrukt dat deze handeling gericht moet zijn op de actieve opbouw van een Europese eengemaakte markt voor cloud en AI;

32.

erkent dat er voor de uitrol van geavanceerde digitale infrastructuur in de hele EU aanzienlijke investeringen nodig zijn en erkent dat zowel publieke als private financiering essentieel is om dit doel te bereiken; uit zijn bezorgdheid over het aanhoudende tekort aan durfkapitaal en investeringsfinanciering in Europa, hetgeen de technologische soevereiniteit ondermijnt; verzoekt de Commissie de publiek-private investeringsinstrumenten aanzienlijk op te schalen, met inbegrip van durfkapitaal, strategische platforms en specifieke financieringsinstrumenten voor start-ups en scale-ups in kritieke technologiesectoren; benadrukt dat het belangrijk is overheidsopdrachten te benutten om de uitrol en schaalvergroting van open en interoperabele digitale oplossingen te ondersteunen en ervoor te zorgen dat particulier kapitaal, mededinging en innovatie de belangrijkste aanjagers van de digitale transformatie van Europa op de middellange en lange termijn worden;

Snelle connectiviteit

33.

is van mening dat de op stapel staande digitalenetwerkenverordening de doelstelling moet ondersteunen om alle consumenten in de EU uiterlijk in 2030 hoogwaardige connectiviteit te bieden, met name in afgelegen en plattelandsgebieden, en om administratieve belemmeringen voor de uitrol van 5G, 6G en veilige, snelle breedband weg te nemen;

34.

erkent de toenemende convergentie van telecommunicatie-infrastructuur met cloud- en edgetechnologieën en is van mening dat open radiotoegangsnetwerken geavanceerde technologische oplossingen kunnen bieden, de kosten kunnen verlagen en de interoperabiliteit van connectiviteit kunnen verbeteren; is van mening dat de toekomst van connectiviteit berust op complementariteit van diverse technologieën zoals 5G/6G, wifi en satelliet, waarbij naadloze integratie zowel het bedrijfsleven als de consument ten goede komt;

35.

erkent dat connectiviteitsnetwerken zich snel ontwikkelen tot platforms voor innovatie, doordat cloud- en edgediensten centraal staan in hun transformatie, en dat zij in toenemende mate afhankelijk zullen zijn van cloudcomputing, AI, virtualisatie en andere technologieën;

36.

dringt aan op ambitieuze doelstellingen op het gebied van de ontwikkeling en innovatie van draadloze communicatienetwerken, waarbij de noodzaak wordt erkend van een brede aanpak die cloudcomputing, AI, edgecomputing en kwantumcomputing omvat; benadrukt dat het innovatie-ecosysteem voor elektronische communicatie, met name voor verticaal geïntegreerde telecommunicatie, marktgestuurd moet blijven, en dringt erop aan dat toekomstige regelgevingsmaatregelen gebaseerd zijn op een grondige, op kennis gebaseerde effectbeoordeling van de huidige regelgeving;

37.

erkent dat concurrentie tussen exploitanten van elke omvang een belangrijke aanjager blijft voor investeringen in connectiviteitsnetwerken; verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat kopernetwerken geleidelijk worden afgeschaft ten gunste van glasvezel- of 5G-technologieën, met name wanneer regelmatig onderhoud of netwerkupdates nodig zijn, zodat de verschuiving op haalbare wijze plaatsvindt en aanbieders logistiek en financieel vooruit kunnen plannen;

38.

benadrukt dat alle consumenten in de EU toegang moeten hebben tot adequate hoogwaardige, betrouwbare en betaalbare connectiviteit, zodat de vraag naar connectiviteitsdiensten toeneemt; verzoekt de Commissie en de lidstaten digitale netwerken uit te breiden en te moderniseren, met name in plattelandsgebieden, en publiek-private investeringen in breedband en de uitrol van 5G en 6G te ondersteunen, met behoud van cyberbeveiligingsnormen en de beginselen van veilig ontwerp;

39.

is ervan overtuigd dat het toekomstige MFK fondsen moet omvatten voor de grootschalige uitrol van netwerkinfrastructuur om de bestaande uitrolkloof te dichten teneinde de doelstellingen van het digitale decennium 2030 te verwezenlijken, en om in de hele EU 5G-dekking voor burgers te verwezenlijken en ervoor te zorgen dat Industrie 4.0-instrumenten met succes worden ingevoerd, aangezien infrastructuur voor digitale connectiviteit, zoals glasvezel, 5G en 6G, in de toekomst cruciaal zal zijn voor het concurrentievermogen van de industrie;

Glasvezel

40.

benadrukt het belang van een snellere uitrol van glasvezelnetwerken en moderne draadloze communicatiesystemen die snelle, veilige en betrouwbare digitale diensten kunnen leveren;

41.

erkent dat prioriteit moet worden gegeven aan directe glasvezelverbindingen voor woningen, bedrijven en openbare instellingen om te zorgen voor ultrasnelle en betrouwbare connectiviteit, en dat netwerken tegelijk met openbare werken zoals weg-, water- en elektriciteitswerkzaamheden moeten worden aangelegd om de uitrol van glasvezel te stroomlijnen;

42.

is ingenomen met de invoering van de gigabitinfrastructuurverordening, die tegemoetkomt aan de toenemende behoefte aan snellere, betrouwbare en gegevensintensieve connectiviteit; erkent het belang van het gedeelde gebruik van kabelgoten en palen voor de aanleg van netwerken met zeer hoge capaciteit om de middelen te optimaliseren en de kosten te verlagen; dringt er bij de lidstaten op aan de vergunningsprocedures te stroomlijnen en de regelgeving te harmoniseren om de financiële en administratieve belemmeringen voor de uitbreiding van glasvezelinfrastructuur te verminderen;

5G en 6G

43.

is van mening dat particuliere investeringen essentieel zijn voor de uitrol van elektronische-communicatienetwerken, 5G en 6G, die voldoende geavanceerd zijn op het gebied van transmissie, snelheid, opslagcapaciteit, edgecomputing en interoperabiliteit;

44.

benadrukt dat de handhaving en uitvoering van de gigabitinfrastructuurverordening verder noodzakelijk is voor de oprichting van één loket voor vergunningen, een gecentraliseerd digitaal vergunningsproces om vertragingen bij de aanleg van infrastructuur te beperken, en de toepassing van uniforme regels voor toegang tot infrastructuur, prijsstelling en milieueffectbeoordelingen; roept in dit verband op tot krachtige inspanningen op dit gebied;

45.

is van mening dat de EU in alle sectoren van kritieke infrastructuur een sterke bescherming van de cyberveiligheid nodig heeft, met strengere maatregelen om de risico’s van leveranciers met een hoog risico in 5G- en 6G-netwerken te verminderen, te zorgen voor een fijnmazige uitrol van kleine cellen en macrotorens, met name in stedelijke en plattelandsgebieden met een inconsistente dekking, en ervoor te zorgen dat de infrastructuur duurzaam en energie-efficiënt is om het mondiale concurrentievermogen van Europa in de digitale economie te ondersteunen;

Spectrum

46.

verzoekt de Commissie en de lidstaten toe te werken naar een betere coördinatie van spectrumtoewijzingen, met name door de vrijgave van nieuwe frequenties eerder vast te stellen en te harmoniseren, te beginnen met 6 Ghz-frequenties; dringt aan op een radiospectrumbeleid dat investeringen in Europa bevordert, onder meer door de harmonisatie van het spectrumtoewijzingsbeleid in de lidstaten om de uitrol van 5G te versnellen op basis van beste praktijken, de bevordering van langere licentieperioden en toegang tot nieuw spectrum, zoals de bovenste 6 GHz-band, om aan de toekomstige vraag te voldoen en 6G mogelijk te maken; is van mening dat een gezamenlijke inspanning van publieke en private entiteiten noodzakelijk is om het concurrentievermogen van Europa te vergroten en niet achter te blijven bij de snelst groeiende netwerken ter wereld, d.w.z. in China en Zuid-Korea;

Satellieten en satellietcommunicatiesystemen

47.

onderstreept het belang van satellietcommunicatie voor de ontwikkeling van de digitale infrastructuur van de EU, het vergroten van de veerkracht ervan, het versterken van de capaciteiten van EU-actoren en het verminderen van de afhankelijkheid van aanbieders van buiten de EU, met name op het gebied van defensie; benadrukt de noodzaak om consumenten in afgelegen en plattelandsgebieden alternatieve connectiviteitsoplossingen te bieden;

48.

wijst op de strategische rol van het ruimtevaartprogramma van de EU, als een van de pijlers van de soevereiniteit van de EU, bij het voorzien in geavanceerde en veilige plaatsbepalings-, navigatie- en tijdsbepalingsdiensten van Galileo, Egnos en kosteneffectieve satellietcommunicatiediensten voor GOVSATCOM; merkt op dat de EU en haar lidstaten wat hun satellietcapaciteiten betreft hierdoor meer op eigen benen kunnen staan, onder meer op het gebied van geolocatie, aardobservatie, ruimtebewaking en connectiviteit; is met name verheugd over de EU-programma’s GOVSATCOM en IRIS2, die tot doel hebben ervoor te zorgen dat Europese en nationale overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor kritieke beveiligingsinfrastructuren en -taken, op korte en lange termijn kunnen rekenen op veilige, betrouwbare en kosteneffectieve gouvernementele satellietcommunicatiediensten;

49.

betreurt de sterke afhankelijkheid van gegevens van buiten de EU voor het volgen en bewaken van ruimteobjecten; benadrukt dat Europa dringend zijn eigen capaciteiten en infrastructuur op het gebied van omgevingsbewustzijn in de ruimte (Space Situational Awareness – SSA) moet versterken om open strategische autonomie en veiligheid te waarborgen; verzoekt de Commissie en de lidstaten aanzienlijk meer te investeren in surveillance- en volgmiddelen die eigendom zijn van de EU, en doeltreffende mechanismen te ontwikkelen voor informatie-uitwisseling tussen de lidstaten, zodat Europa zijn kritieke ruimte-infrastructuur onafhankelijk kan monitoren en beschermen;

50.

benadrukt hoe belangrijk het is dat de particuliere sector betrokken is bij lanceertechnologieën om de uitrol van IRIS2 verder te versnellen; benadrukt hoe belangrijk het is een robuuste en concurrerende Europese lanceersector te bevorderen door middel van een grotere betrokkenheid van de particuliere sector en steun voor upstream- en downstreamindustrieën; verzoekt de Commissie een Europees industriebeleid op het gebied van de ruimtevaart te bevorderen dat de soevereiniteit inzake ruimtevaarttechnologieën en -diensten versterkt door strategische afhankelijkheden te verminderen en de operationele governance van Europese ruimtevaartprogramma’s te verbeteren;

51.

dringt daarom aan op concrete maatregelen om de levering van satellietdiensten in heel Europa te bevorderen, onder meer door gemeenschappelijke procedures en voorwaarden vast te stellen; dringt tegelijkertijd aan op eerlijke concurrentie, met duidelijke en afdwingbare regels voor alle satellietconstellaties die toegang hebben tot de EU-markt;

52.

merkt op dat er momenteel verschillende problemen zijn met latentie in satellietnetwerken, en erkent dat de integratie van satellietnetwerken met 5G- en in de toekomst 6G-technologieën van cruciaal belang is om het bereik en de betrouwbaarheid van terrestrische netwerken te vergroten;

Krachtige computersystemen

53.

erkent de vooruitgang die de afgelopen jaren is geboekt bij het verbeteren van high-performance computing (HPC); verzoekt de Commissie in de HPC-centra van de EU voortdurend rekenkracht te integreren en te versterken, met name om de training van AI-modellen te verbeteren en voorbereidingen te treffen voor toekomstige vooruitgang op het gebied van supercomputing;

54.

verzoekt de Commissie een gecoördineerde strategie te ontwikkelen om de kloof te dichten tussen de geavanceerde HPC-technologie van Europa en de praktische en schaalbare toepassing ervan in alle sectoren, onder meer door een openbaar netwerk voor supercomputing tot stand te brengen; merkt op dat deze strategie de samenwerking tussen overheidsinstellingen en partners uit de particuliere sector, met inbegrip van kmo’s, moet bevorderen om ervoor te zorgen dat de HPC-capaciteiten van Europa een belangrijke aanjager van economisch concurrentievermogen en technologische soevereiniteit worden;

55.

wijst erop dat HPC-centra moeten zorgen voor toegankelijkheid voor ontwikkelaars en exploitanten van AI-basismodellen, generatieve AI en toegepaste AI; merkt op dat de EuroHPC-centra beschikbaar moeten zijn voor dit soort gebruik en met name voor kmo’s, start-ups en scale-ups; benadrukt dat dit naadloos moet worden aangevuld met initiatieven om de ontwikkeling en uitrol van AI in de EU mogelijk te maken;

56.

is ingenomen met de oprichting van nieuwe AI-fabrieken; onderstreept dat AI-fabrieken EuroHPC-supercomputers zullen upgraden om computercapaciteit voor AI te leveren en start-ups en scale-ups te ondersteunen bij de training en grootschalige ontwikkeling van betrouwbare AI-modellen voor algemene doeleinden;

Hardware voor rekenkracht: halfgeleiders, chips en kwantumchips

57.

is van mening dat er dringend actie moet worden ondernomen om de binnenlandse productie van halfgeleiders in de EU te stimuleren, de veerkracht van de toeleveringsketen te verbeteren door strategische mondiale partnerschappen op te zetten, start-ups en innovatie aan te moedigen, grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van de ontwikkeling van geavanceerde halfgeleiders te bevorderen en financiële stimulansen, steun op regelgevingsgebied en markttoegang te bieden;

58.

benadrukt dat er rechtszekerheid nodig is om de ontwikkeling van halfgeleiders te ondersteunen, veilige toeleveringsketens voor kritieke grondstoffen te waarborgen en verstoringen als gevolg van onzekerheden over investeringen te voorkomen;

59.

dringt erop aan dat het grootste politieke belang wordt gehecht aan het waarborgen van een toereikend aanbod aan AI-chips in de EU en dat dit centraal staat in het EU-beleid voor de digitale industrie; wijst op de toenemende vraag naar AI-chips als gevolg van de uitbreiding van toepassingen op het gebied van cloudcomputing, edgeapparatuur, autonome systemen en generatieve AI;

60.

verzoekt de Commissie te reageren op de nieuwe geopolitieke realiteit en het gebruik van digitale toeleveringsketens als pressiemiddelen; dringt er bij de Commissie op aan via onderhandelingen een oplossing te vinden voor het verbod van de VS op de uitvoer van AI-chips naar 16 EU-lidstaten;

61.

verzoekt de Commissie geavanceerde AI-chips, met inbegrip van het ontwerp en de productie ervan, centraal te stellen bij de herziening van de chipsverordening; verzoekt de Commissie de herziening dit jaar voor te leggen en daarin een langetermijnstrategie op te nemen die gebaseerd is op de huidige geopolitieke realiteit en die Europa strategisch onmisbaar maakt door middel van technologisch leiderschap, adequate productiecapaciteiten en een sterk ecosysteem voor onderzoek en ontwikkeling, hetgeen van essentieel belang zal zijn om de Europese soevereiniteit in steeds woeliger tijden veilig te stellen; acht het van cruciaal belang om de interactie tussen onderzoek, opleiding, leveranciers en een robuuste openbare infrastructuur te versterken om het proces van onderzoek, ontwikkeling, tests en uiteindelijk volledige productie te versnellen;

62.

is van mening dat de EU haar inspanningen op het gebied van de ontwikkeling van kwantumchips moet opvoeren als zij industriële innovaties inzake kwantumtechnologie in de EU sneller op de markt wil brengen;

63.

verzoekt de Commissie steun te verlenen aan de productie in de EU van veelgebruikte chips, bijvoorbeeld voor elektronische apparaten en auto’s; dringt aan op steun voor de ontwikkeling van chips die het energieverbruik van de digitale sector verminderen;

64.

onderstreept dat de prestaties van de circulaire economie moeten worden ondersteund en wijst erop dat ICT-producten en andere elektronica deel uitmaken van de prioritaire productgroepen in het werkplan dat uiterlijk in april 2025 in het kader van Verordening (EU) 2024/1781 (27) moet worden goedgekeurd;

65.

is van mening dat in het kader van het komende MFK aanvullende financiering moet worden toegewezen aan de ontwikkeling van productiecapaciteit voor halfgeleiders en andere halfgeleidertechnologieën en -processen van de volgende generatie (bv. fotonische chips, wide-bandgap-chips en ontwerp, fabricage, tests, assemblage en geavanceerde behuizing) binnen de EU;

Clouddiensten

66.

erkent dat er op de markt behoefte is aan soevereine oplossingen die voor bepaalde categorieën gevoelige gegevens meer controle over gegevens bieden, en erkent de risico’s die verbonden zijn aan de afhankelijkheid van dominante spelers die als enige een dienst aanbieden; dringt aan op een strategie om de afhankelijkheid van buitenlandse cloudproviders te verminderen en tegelijkertijd Europese alternatieven te bevorderen;

67.

merkt op dat de besprekingen over de EU-regeling voor cyberbeveiligingscertificering voor clouddiensten niets hebben opgeleverd; wijst erop dat hier soevereiniteitsoverwegingen meespelen, met name in verband met de extraterritorialiteit van bindende wettelijke regelingen, die niet kunnen worden opgelost door middel van technische besprekingen; verzoekt de Commissie een definitie van soevereine cloud en het toepassingsgebied daarvan voor te stellen in de geplande wetgevingshandeling inzake cloud- en AI-ontwikkeling;

68.

merkt op dat gegevensopslag, rekenkracht en gedistribueerde computerinfrastructuur gewaarborgd moeten worden; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat cloudgebruikers oplossingen kunnen kiezen die aan hun behoeften voldoen, door dringend belemmeringen voor het overstappen naar een andere aanbieder weg te nemen, door middel van multicloudstrategieën aanbieders te diversifiëren, en een concurrerende Europese cloudmarkt te bevorderen, zodat de afhankelijkheid van spelers die als enige een dienst aanbieden wordt verminderd en de digitale soevereiniteit wordt vergroot;

69.

verzoekt de Commissie initiatieven als 8ra en de IPCEI-CIS te benutten ter bevordering van gedecentraliseerde cloud- en edge-infrastructuur, die soevereiniteit in de hand werken en ertoe bijdragen de afhankelijkheid van buitenlandse aanbieders te verminderen, de veerkracht te waarborgen en tegelijkertijd de operationele flexibiliteit binnen Europa te vergroten;

AI-systemen

70.

is ingenomen met het InvestAI-initiatief, met inbegrip van de AI-gigafabrieken; benadrukt dat Europa zich moet positioneren als wereldleider op het gebied van training van AI-modellen, wetenschappelijk onderzoek en kwantumcomputing; is vastbesloten de ontwikkeling van AI verder te ondersteunen door initiatieven zoals AI-fabrieken te lanceren om rekenkracht te leveren aan start-ups, scale-ups en onderzoekers;

71.

verzoekt de Commissie het ontwerp en de ontwikkeling van Europese AI verder te ondersteunen en beleid en maatregelen vast te stellen zodat de Europese industriesectoren hun gegevens en de uitrol van AI ten volle kunnen benutten;

72.

benadrukt dat de vertraagde uitrol van door AI aangestuurde innovaties de technologische vooruitgang, het concurrentievermogen en de digitale transformatie in de EU belemmert;

73.

verwacht dat het publiek-private financieringsmodel ongekende particuliere investeringen in AI zal ontsluiten, waardoor start-ups en de industrie toegang krijgen tot supercomputers;

Kwantumtechnologie

74.

erkent dat er dringend een duidelijke routekaart moet worden opgesteld voor de ontwikkeling van kwantumtechnologie, met inbegrip van kwantumcomputing en kwantumencryptie, om ervoor te zorgen dat publieke en particuliere investeringen leiden tot concrete commerciële toepassingen;

75.

verzoekt de Commissie een beoordeling uit te voeren van de bestaande nationale kaders voor kwantumtestomgevingen en van de wijze waarop de bestaande wetgeving daarop van toepassing is om een versnippering van de markt te voorkomen; is ingenomen met de aankondiging van de kwantumstrategie en de wetgevingshandeling inzake kwantumcomputing in het kompas voor concurrentievermogen van de Commissie;

76.

dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat de wetgevingshandeling inzake kwantumcomputing, vergezeld van een effectbeoordeling, Europa positioneert als de toonaangevende regio voor excellentie en innovatie inzake kwantumcomputing, door te investeren in O&O en innovatie, financiering vrij te maken om het Europese kwantumecosysteem en de bijbehorende capaciteiten en productie op te schalen, en ervoor te zorgen dat Europa’s toonaangevende kwantumonderzoek in Europa op de markt wordt gebracht; onderstreept dat deze wetgevingshandeling concrete technologische toepassingen moet opleveren door beleid te bevorderen dat de technologische rijpheid versnelt en de overgang van onderzoek naar commercieel succes vergemakkelijkt;

77.

dringt aan op gerichte investeringen, industriële samenwerking en regelgevingskaders ter ondersteuning van de ontwikkeling, schaalvergroting en marktintroductie van kwantumtechnologieën in belangrijke sectoren;

78.

dringt aan op een gecoördineerde EU-strategie voor post-kwantumcryptografie om gegevens te beschermen tegen toekomstige cyberdreigingen;

Datacentra

79.

verzoekt de Commissie ecosystemen voor het delen van sectorspecifieke gegevens binnen industriële sectoren te ondersteunen en zo samenwerking te bevorderen en innovatie te stimuleren, waarbij gegevenssoevereiniteit behouden blijft en de naleving van EU-regelgeving gewaarborgd wordt, zoals uiteengezet in de dataverordening; dringt bij de Commissie aan op krachtige handhaving om ervoor te zorgen dat dominante marktspelers geen oneerlijke voorwaarden opleggen aan kmo’s en middelgrote ondernemingen bij de toegang tot en het delen van gegevens;

80.

is van mening dat er moet worden gezorgd voor onderling verbonden infrastructuur die datacentra in staat zou stellen volgens gemeenschappelijke normen met snelle connectiviteit efficiënt samen te werken zonder afbreuk te doen aan flexibiliteit, veiligheid en schaalbaarheid; is van mening dat dit onderling verbonden systeem zou helpen zorgen voor gespreide redundantie, zodat gegevens en diensten ook beschikbaar blijven wanneer een datacentrum faalt;

81.

verzoekt de Commissie prioriteit te geven aan interoperabiliteit tussen platforms, zodat gegevens naadloos kunnen worden geïntegreerd in bedrijven en sectoren, in overeenstemming met de vereisten van de dataverordening, die gegevensoverdraagbaarheid en interoperabiliteit voor cloud- en edgediensten verplicht stelt; benadrukt dat deze bepalingen krachtdadig moeten worden gehandhaafd om afhankelijkheid van één aanbieder te voorkomen en ervoor te zorgen dat Europese industriële ecosystemen zonder technische of contractuele belemmeringen gegevensgestuurde innovatie kunnen benutten;

82.

herinnert aan het plan van de Commissie om datacentra tegen 2030 klimaatneutraal en zeer energie-efficiënt te maken; is van mening dat de integratie van datacentra in het energiesysteem moet worden verbeterd, waarbij de nadruk moet liggen op het hergebruik van warmte en het leveren van flexibiliteitsdiensten om in te spelen op de behoeften van het elektriciteitsnet; erkent dat onderzoek naar koeling en energie-efficiënte processoren moet worden gestimuleerd, waarbij bijzondere aandacht moet worden besteed aan de ondersteuning van EU-datacentra; dringt er bij de Commissie op aan te zorgen voor een duidelijke en consistente tenuitvoerlegging van de bestaande wettelijke vereisten voor exploitanten van datacentra in de EU-wetgeving en de lidstaten;

83.

verzoekt de Commissie en de lidstaten meer doelgerichte overheidsinvesteringen te doen en particuliere investeringen in digitale infrastructuur te stimuleren om de groei en modernisering van datacentra mogelijk te maken;

Onderzeese kabels

84.

verzoekt de Commissie gecoördineerde maatregelen te nemen om onderzeese kabels te beschermen, kabels beter te beveiligen en de reparatiecapaciteit te vergroten; benadrukt dat er verder moet worden geïnvesteerd in de aanleg van nieuwe onderzeese kabels om redundantie te waarborgen; is ingenomen met de rol van de EU bij de medefinanciering van dergelijke projecten om de digitale infrastructuur en connectiviteit in de lidstaten te verbeteren; verzoekt de Commissie mogelijke synergieën tussen het onderhoud van onderzeese digitale en energie-infrastructuur te onderzoeken;

85.

benadrukt dat de EU en de lidstaten werk moeten maken van een grotere reparatiecapaciteit en betere mechanismen om te reageren op beschadigingen van onderzeese kabels, die essentieel zijn om veilige en ononderbroken communicatie in stand te houden; onderstreept het belang van internationale samenwerking om gesaboteerde kabels te herstellen en de nodige investeringen mogelijk te maken en dringt erop aan een EU-vloot voor snelle reparatie op te richten om te zorgen voor een snel herstel en operationele continuïteit in geval van verstoringen; verzoekt de Commissie regelgevingsmaatregelen te beoordelen om eerlijke toegang en veiligheid te waarborgen, ongeacht of de infrastructuur particulier of publiek eigendom is;

86.

is ingenomen met de goedkeuring van het actieplan inzake kabelbeveiliging, dat rond vier pijlers zal worden georganiseerd: preventie, opsporing, respons en reparatie, en afschrikking; benadrukt het belang van een volledige en tijdige tenuitvoerlegging daarvan; dringt in de huidige geopolitieke context aan op meer investeringen in technologieën om de beveiliging en robuustheid van onderzeese en offshore-infrastructuur te verbeteren;

87.

verzoekt de Commissie onderzoek en innovatie te bevorderen om geavanceerde technologische innovaties op het gebied van kabelbeveiliging mogelijk te maken, met inbegrip van systemen voor vroegtijdige waarschuwing en op AI gebaseerde dreigingsevaluaties;

88.

dringt er bij de Commissie op aan de beschikbare instrumenten ter bevordering van particuliere investeringen ter ondersteuning van kabelprojecten van Europees belang (CPEI’s) te herzien; verzoekt de Commissie onderzeese kabelprojecten op te nemen in de lijst van IPCEI’s; erkent dat de aanvraag- en administratieve procedure voor IPCEI’s moet worden gestroomlijnd en vereenvoudigd;

Cyberbeveiliging

89.

herinnert aan de wetgevingswerkzaamheden die tijdens de vorige zittingsperiode zijn verricht om de cyberbeveiliging in de EU aanzienlijk te verbeteren; is met name ingenomen met de vaststelling van de verordening cyberweerbaarheid, de verordening cybersolidariteit en de NIS 2-richtlijn; benadrukt dat deze maatregelen op geharmoniseerde wijze en tijdig uitgevoerd en gehandhaafd moeten worden;

90.

verzoekt de Commissie een evaluatieverslag over de cyberbeveiligingsverordening voor te leggen en een wetgevingshandeling voor te stellen om deze te herzien teneinde het cyberbeveiligingskader van de EU te versterken, met bijzondere aandacht voor de wisselwerking tussen soevereiniteit en veiligheid; verzoekt de Commissie voorts de bescherming van strategische en kritieke infrastructuur te verbeteren, buitenlandse inmenging van entiteiten die onderworpen zijn aan extraterritoriale wetgeving te voorkomen, en het goedkeuringsproces voor EU-regelingen voor cyberbeveiligingscertificering te versnellen; dringt erop aan het mandaat van Enisa te versterken om crisisrespons te coördineren, toezicht te houden op cyberbeveiligingscertificering voor kritieke infrastructuur en te zorgen voor een uniforme toepassing van cyberbeveiligingsnormen in de hele eengemaakte markt;

91.

benadrukt hoe belangrijk de komende Europese strategie voor interne veiligheid is om de cyberbeveiliging en de bescherming van kritieke infrastructuur te versterken;

92.

stelt met bezorgdheid vast dat volgens het tweede verslag over de vorderingen van de lidstaten bij de uitvoering van de EU-toolbox inzake 5G-cyberbeveiliging 14 lidstaten nog geen beperkingen ten aanzien van leveranciers met een hoog risico hebben ingevoerd, wat hun beveiliging bijzonder kwetsbaar maakt; dringt aan op de volledige uitvoering van de EU-toolbox voor 5G-beveiliging om de afhankelijkheid van leveranciers met een hoog risico te verminderen; verzoekt de Commissie de toolbox bindend te maken, met name met betrekking tot leveranciers met een hoog risico in het kader van kritieke infrastructuur;

Vereenvoudiging

93.

merkt op dat de EU, om daadwerkelijk technologische soevereiniteit tot stand te brengen, over levensvatbare commerciële alternatieven moet beschikken; benadrukt dat de EU dringend werk moet maken van een uitgebreid programma van vereenvoudiging en vermindering van bureaucratie om een innovatievriendelijke omgeving te bevorderen die concurrerende Europese alternatieven voor de dominante mondiale digitale spelers stimuleert; onderstreept dat buitensporige administratieve lasten, versnipperde regelgevingskaders, een onvolledige digitale eengemaakte markt en te complexe nalevingsprocedures onevenredig grote gevolgen hebben voor Europese start-ups, scale-ups en kmo’s, waardoor hun vermogen om op mondiaal niveau te concurreren wordt beperkt; erkent dat de EU daarom prioriteit moet geven aan stroomlijning van de regelgeving en verdieping van de digitale eengemaakte markt, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de wetgeving evenredig en innovatiegericht is en de ontwikkeling van Europese technologische oplossingen niet belemmert;

94.

benadrukt dat nieuwe wetgevingsvoorstellen met de beginselen van betere regelgeving moeten stroken, zodat elke nieuwe digitale beleidsmaatregel die het concurrentievermogen beïnvloedt, vergezeld gaat van een effectbeoordeling, met inbegrip van een kmo-, kleine midcap- en concurrentievermogenstoets, waarbij wordt geëvalueerd of een bepaald wetgevingsinstrument noodzakelijk en evenredig is en geen onnodige lasten met zich meebrengt voor bedrijven, en met name kmo’s, en welke gevolgen het heeft voor het concurrentievermogen, de investeringsvooruitzichten en het welzijn van de consument;

95.

benadrukt dat een vereenvoudiging van de EU-wetgeving de grondrechten van burgers en bedrijven en dus de rechtszekerheid niet in gevaar mag brengen; is van mening dat vereenvoudigingen niet overhaast of zonder behoorlijke overweging, raadpleging en effectbeoordeling mogen worden voorgesteld;

96.

is ingenomen met de toezegging van de Commissie om het beginsel van lastenverlichting voor bedrijven volledig toe te passen in de EU-wetgeving; verzoekt de Commissie daarom alles in het werk te stellen om bedrijven met minder kosten en administratieve lasten op te zadelen in vergelijking met de voordelen die zouden voortvloeien uit eventuele nieuwe regelgevingsvereisten die op hetzelfde beleidsterrein op EU-niveau worden ingevoerd, zodat belemmeringen voor markttoegang worden weggenomen om Europese bedrijven te helpen bij schaalvergroting en groei;

97.

verzoekt de Commissie te zorgen voor een consistente vereenvoudiging, uitvoering en handhaving van de digitale wetgeving van de EU door middel van het digitale pakket en daarbij definities en rapportageprocedures te stroomlijnen, te bekijken hoe de rapportageverplichtingen kunnen worden verlicht, en de kloof tussen het bedrijfsleven en de overheid te verkleinen;

98.

is van mening dat het ondersteunen van bedrijven en innovatoren om in Europa te blijven door in de EU een aantrekkelijk en flexibel ondernemingsklimaat tot stand te brengen van cruciaal belang is om de technologische soevereiniteit te vergroten; benadrukt in dit verband dat overregulering en administratieve lasten moeten worden voorkomen en dat de EU-regels duidelijk, consistent, voorspelbaar, evenredig en technologieneutraal moeten zijn, zodat de regelgevingsomgeving wereldwijd gezien concurrerend blijft; is van mening dat nieuwe methoden voor het plaatsen van overheidsopdrachten en de ontwikkeling van testomgevingen en proeftuinen voor regelgeving ook moeten bijdragen tot een innovatievriendelijk kader;

99.

is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een 28e wettelijke regeling en erkent dat één enkele, geharmoniseerde reeks EU-brede regels een doorbraak zou betekenen voor investeringen en innovatie op digitaal gebied; is van mening dat het verminderen van de versnippering van de regelgeving in 27 nationale rechtsstelsels particuliere investeringen zal stimuleren, de nalevingskosten zal verlagen en de uitrol van digitale infrastructuur, producten en diensten van de volgende generatie zal versnellen; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat dit kader specifiek betrekking heeft op juridische belemmeringen in de digitale sector, zoals vergunningsprocedures en grensoverschrijdende gegevensstromen, teneinde een echte digitale eengemaakte markt tot stand te brengen;

100.

dringt er bij de Commissie op aan één loket op te zetten om de aanvraagprocedure voor toegang van de particuliere sector tot EU-financieringsmechanismen te vereenvoudigen en ervoor te zorgen dat particuliere ondernemingen, kmo’s en start-ups gemakkelijker kunnen deelnemen aan programma’s voor digitale investeringen;

Energie

101.

benadrukt dat datacentra de elektriciteitsnetten nog meer onder druk zullen zetten, waardoor het absoluut noodzakelijk is deze te versterken door middel van anticiperende investeringen; benadrukt dat datacentra ook kunnen helpen het net te stabiliseren door deel te nemen aan flexibiliteit aan de vraagzijde; dringt aan op maatregelen om dergelijke bijdragen te stimuleren op basis van de uitvoering van de herziening van de hervorming van de Europese elektriciteitsmarkt;

102.

verzoekt de Commissie en de lidstaten instrumenten voor te stellen en toe te passen die zorgen voor een ordelijke planning van de escalerende vraag naar energie van datacentra, zodat hun strategische vestiging in de buurt van beschikbare energiebronnen wordt bevorderd en zo de afhankelijkheid van de bredere netwerkinfrastructuur tot een minimum wordt beperkt;

103.

erkent dat glasvezel energie-efficiënter is dan traditionele kopernetwerken; erkent dat het belangrijk is het energieverbruik bij datatransmissie te verminderen en stabiliteit en efficiëntie op lange termijn te waarborgen;

104.

verzoekt de Commissie te zorgen voor een betrouwbare en toereikende voorziening van schone energie en nettonultechnologie ter ondersteuning van de digitale infrastructuur van de toekomst;

Vaardigheden

105.

erkent dat er dringend behoefte is aan meer geschoolde professionals op digitaal gebied om de strategische doelstellingen van de EU te verwezenlijken; verzoekt de lidstaten nationale strategieën en stimulansen te ontwikkelen om Europees talent te behouden en ’s werelds beste digitale professionals aan te trekken, en zo de innovatiecapaciteit en het technologische leiderschap van de EU te versterken;

106.

benadrukt dat het belangrijk is de kloof op het gebied van digitale en STEM-vaardigheden te dichten om de technologische veerkracht, de innovatiecapaciteit en de open strategische autonomie te vergroten; verzoekt de lidstaten meer te investeren in digitaal onderwijs, bijscholing en omscholing, met name op gebieden die van essentieel belang zijn voor de groene en de digitale transitie; is er voorstander van prioriteit te geven aan investeringen om tekorten aan digitale vaardigheden aan te pakken, met name op het gebied van AI, cyberbeveiliging, gegevensanalyse en schone technologieën, teneinde innovatie en technologische soevereiniteit te ondersteunen;

107.

dringt aan op gecoördineerde strategieën op nationaal niveau om de toegang tot hoogwaardig STEM-onderwijs te verbeteren, een leven lang leren te bevorderen en talent voor ICT en aanverwante gebieden aan te trekken; moedigt partnerschappen tussen overheidsinstellingen, het bedrijfsleven en onderwijsaanbieders aan om ervoor te zorgen dat de leerplannen en de veranderende marktbehoeften op elkaar worden afgestemd;

108.

dringt aan op meer inspanningen om de digitale geletterdheid en vaardigheden in alle geledingen van de samenleving te verbeteren, met bijzondere aandacht voor vroegtijdig STEM-onderwijs, beroepsonderwijs en -opleiding en een leven lang leren op het gebied van digitale technologieën; beveelt aan de nationale onderwijs- en opleidingsstrategieën af te stemmen op de doelstelling van het digitale decennium van de EU dat 80 % van de bevolking tegen 2030 over digitale basisvaardigheden beschikt, met de nadruk op genderinclusief beleid om de deelname van vrouwen op het gebied van ICT en STEM te vergroten; verzoekt de EU-instellingen concrete stappen te ondernemen om de toezeggingen na te komen die zijn vervat in de Europese verklaring over digitale rechten en beginselen voor het digitale decennium, zowel binnen het EU-kader als in het kader van de samenwerking van de Unie met derde landen;

109.

steunt de vaststelling van een gemeenschappelijk EU-certificeringskader voor digitale en technische vaardigheden om de erkenning en overdraagbaarheid van kwalificaties tussen de lidstaten te verbeteren;

110.

moedigt de Europese Investeringsbank en nationale ontwikkelingsinstellingen ertoe aan om het behoud van digitaal talent te ondersteunen door gezamenlijk te investeren in Europese deeptech-start-ups, om ervoor te zorgen dat door de EU gefinancierde innovatie binnen de regio blijft en bijdraagt tot de technologische soevereiniteit van Europa;

Onderzoek en innovatie

111.

erkent dat het belangrijk is de kloof tussen onderzoek en commercialisering te overbruggen, en verzoekt de Commissie de valorisatie van innovatie in de EU te verbeteren;

112.

meent dat het vermogen van Europa om onderzoek om te zetten in marktklare oplossingen van cruciaal belang is om de nodige vermogens op te bouwen en de afhankelijkheid van technologieën van buiten de EU te verminderen;

113.

benadrukt dat financiering strategisch moet worden toegewezen om oplossingen die de technologische veerkracht van Europa versterken en innovatie stimuleren, sneller te ontwikkelen en op de markt te brengen; onderstreept hoe belangrijk een flexibelere, op excellentie gebaseerde financieringsstructuur is, met name om onderzoek beter om te zetten in industriële toepassingen; pleit voor meer investeringen in onderzoek en innovatie om de kennis en technologische capaciteiten van Europa te versterken en dringt erop aan dat de EU-financiering voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie gebaseerd is op open concurrentie en excellentie;

114.

benadrukt dat er beleid nodig is ter ondersteuning van industriële innovatie, met inbegrip van gerichte investeringen in belangrijke strategische technologieën waarmee Europa wereldwijd het voortouw kan nemen, zoals kwantumcomputing, om een innovatie-ecosysteem op te bouwen;

115.

is van mening dat particuliere investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie van het grootste belang zijn en dringt er bij de EU op aan stimulansen te creëren die een doeltreffend hefboomeffect hebben op particuliere financiering voor de ontwikkeling van kritieke technologieën, onder meer via publiek-private partnerschappen;

116.

benadrukt dat er dringend behoefte is aan sterkere stimulansen om kapitaal van de particuliere sector aan te trekken voor technologiegestuurde innovatie; moedigt de lidstaten aan om gerichte belastingprikkels, vereenvoudiging van de regelgeving en risicodelingsinstrumenten in te voeren om private equity aan te trekken in de technologische en de digitale sector; benadrukt dat grensoverschrijdende kapitaalstromen binnen de eengemaakte markt moeten worden gestroomlijnd om de toegang tot financiering voor innovatieve Europese start-ups te vergemakkelijken;

Normen

117.

is er stellig van overtuigd dat het bevorderen van interoperabiliteit en EU-normen van cruciaal belang is om het concurrentievermogen in de technologiesector te bevorderen, aangezien dit ervoor zorgt dat producten met elkaar kunnen worden verbonden en onderling kunnen communiceren, waardoor innovatie en open markten worden bevorderd; herinnert eraan dat zowel interoperabiliteit als gemeenschappelijke technologische normen de weg vrijmaken voor de werking van de eengemaakte markt;

118.

onderstreept dat de Commissie haar betrokkenheid bij bestaande mondiale normalisatiestructuren moet vergroten en zich moet richten op de internationale overname van Europese normen via een bottom-up benadering, zonder te vervallen in centralisatie;

Partnerschappen

119.

is ingenomen met de toezegging van de EU om te onderhandelen over overeenkomsten inzake digitale handel die de ontwikkeling van veilige en concurrerende digitale infrastructuur met partnerlanden vergemakkelijken; moedigt de Commissie ertoe aan meer inspanningen te leveren om met andere partnerlanden over dergelijke overeenkomsten te onderhandelen;

120.

verzoekt de Commissie de technische samenwerking in multilaterale fora zoals de G7, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling en de Wereldhandelsorganisatie (WTO) te versnellen om mondiale normen te ontwikkelen voor digitale governance, AI-regelgeving, grensoverschrijdende gegevensstromen en opkomende technologieën;

121.

dringt er bij de Commissie op aan vaart te zetten achter de onderhandelingen over een permanente oplossing voor het WTO-moratorium op elektronische handel om de invoering van digitale invoerheffingen te voorkomen en ervoor te zorgen dat de internationale digitale handel open, voorspelbaar en bevorderlijk voor innovatie blijft;

°

° °

122.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


(1)   PB L 229 van 18.9.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/1781/oj.

(2)   PB L 333 van 27.12.2022, blz. 80, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2555/oj.

(3)   https://www.enisa.europa.eu/publications/foresight-cybersecurity-threats-for-2030-update-2024.

(4)   PB L, 2024/2847, 20.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2847/oj.

(5)   PB L 151 van 7.6.2019, blz. 15, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/881/oj.

(6)   PB L, 2025/38, 15.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/38/oj.

(7)   PB L, 2025/37, 15.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/37/oj.

(8)   PB L 323 van 19.12.2022, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2022/2481/oj.

(9)   PB L, 2024/903, 22.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/903/oj.

(10)   PB L 172 van 26.6.2019, blz. 56, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/1024/oj.

(11)   PB L, 2024/795, 29.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/795/oj.

(12)   PB L, 2023/2854, 22.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2854/oj.

(13)   PB L, 2024/1309, 8.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1309/oj.

(14)   PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj.

(15)   PB L 249 van 14.7.2021, blz. 38, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1153/oj.

(16)   PB L 166 van 11.5.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/694/oj.

(17)   PB L 170 van 12.5.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/695/oj.

(18)   PB L 170 van 12.5.2021, blz. 69, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/696/oj.

(19)   PB L 79 van 17.3.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/588/oj.

(20)   PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.

(21)   PB L 256 van 19.7.2021, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1173/oj.

(22)   PB L, 2024/1732, 19.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1732/oj.

(23)   PB L 321 van 17.12.2018, blz. 36, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2018/1972/oj.

(24)   PB L, 2024/1183, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1183/oj.

(25)   PB C 23 van 23.1.2023, blz. 1.

(26)  Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening) (PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj).

(27)  Verordening (EU) 2024/1781 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van vereisten inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2020/1828 en Verordening (EU) 2023/1542, en tot intrekking van Richtlijn 2009/125/EG (PB L, 2024/1781, 28.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1781/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/3697/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)