|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2026/3294 |
29.6.2026 |
Hogere voorziening ingesteld op 24 april 2026 door BW tegen het arrest van het Gerecht (Vijfde kamer) van 25 februari 2026 in zaak T-1180/23, BW tegen Europol en Eurojust
(Zaak C-399/26 P)
(C/2026/3294)
Procestaal: Nederlands
Partijen
Rekwirant: BW (vertegenwoordiger: J. Reisinger, advocaat)
Andere partijen in de procedure: Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving, Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken, Koninkrijk België, Koninkrijk Spanje, Koninkrijk der Nederlanden
Conclusies
Rekwirant verzoekt dat het Hof:
|
— |
het arrest gedeeltelijk vernietigt (voor wat betreft de gestelde immateriële schade als gevolg van de onrechtmatige verwerking van data); |
|
— |
recht doet ten aanzien van de rekwirant door
|
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van het beroep voert de rekwirant aan dat haar eerste middel ten onrechte ongegrond is verklaard voor zover het gaat om het verweten handelen door Europol. Het verzoek om schadevergoeding was wat het eerste middel betreft gestoeld op het verwijt dat Europol door de (initiële) verkrijging en (verdere) verwerking van de Sky ECC-data, inclusief de data die aan verzoeker worden toegeschreven, fundamentele regels van de Europese Unie heeft geschonden, in het bijzonder het recht op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het recht op bescherming van persoonsgegevens, zoals beschermd in het Handvest van de EU en verder uitgewerkt in lagere regelgeving.
De ongegrondverklaring door het Gerecht bestaat uit het oordeel dat sprake is geweest van handelen binnen het kader van een gemeenschappelijk onderzoeksteam dat het doel nastreefde van het identificeren en vervolgen van (alle) gebruikers van de Sky ECC-telecommunicatiedienst. Namens de rekwirant was bij het Gerecht betoogd dat dit doel niet gerechtvaardigd was. Het Gerecht ziet dat doel wel als gerechtvaardigd, en verwerpt aldus het betoog van de rekwirant. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, is volgens de rekwirant sprake van een beslissing die
a. niet (zonder meer) juist is en (zonder meer) getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, althans
b. niet (zonder meer) begrijpelijk en/of toereikend is gemotiveerd, gelet op de vereiste belangenafweging om te kunnen spreken van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer (door de verwerking van persoonsgegevens, in bulk) die niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit/noodzakelijkheid en evenredigheid en dus niet (zonder meer) gerechtvaardigd is.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/3294/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)