|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2026/3239 |
2.7.2026 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor de periode 2028-2032 ter aanvulling van Horizon Europa, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en tot vaststelling van de bijdrage van de Gemeenschap aan het ITER-project, en tot intrekking van Verordening (Euratom) 2025/1304
(COM(2025) 594 final — 2025/0594 (NLE))
(C/2026/3239)
Rapporteur:
Alena MASTANTUONO|
Adviseur |
Tellervo KYLÄ-HARAKKA-RUONALA (voor de rapporteur — groep I) |
|
Wetgevingsprocedure |
|
|
Raadpleging |
Raad van de Europese Unie, 24.9.2025 |
|
Rechtsgrond |
Artikel 40 Euratom-Verdrag |
|
Documenten van de Europese Commissie |
Samenvatting van COM(2025) 594 final |
|
Bevoegde afdeling |
Vervoer, Energie, Infrastructuur en Informatiemaatschappij |
|
Goedkeuring door de afdeling |
9.3.2026 |
|
Goedkeuring door de voltallige vergadering |
18.3.2026 |
|
Zitting nr. |
604 |
|
Stemuitslag (voor/tegen/onthoudingen) |
209/1/5 |
1. AANBEVELINGEN
HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ (EESC)
|
1.1. |
is ingenomen met het voorgestelde onderzoeks- en opleidingsprogramma van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor 2028-2032 (“het programma”), waarvoor een veelzijdige rol is weggelegd bij het bevorderen van concurrentievermogen, veiligheid en duurzaamheid; benadrukt in dit verband dat het programma naar behoren moet worden gefinancierd en dat alle investeringen, van fundamenteel onderzoek tot volledige uitrol, verhoogd moeten worden; |
|
1.2. |
is van mening dat niet alleen de EU-financiering maar ook de financiering door de lidstaten moet worden verhoogd en dat particuliere financiering moet worden aangetrokken; dringt erop aan dat bedrijven van elke omvang kunnen rekenen op adequate financiering en dat een breed scala aan actoren wordt betrokken bij samenwerkingsverbanden en grensoverschrijdende partnerschappen op het gebied van onderzoek en innovatie, zodat het concurrentievermogen van de Europese industriële ecosystemen en de economische veiligheid van de EU worden versterkt; |
|
1.3. |
wijst op het belang van internationale samenwerking bij de ontwikkeling van nieuwe technologieën en oplossingen, maar erkent ook de noodzaak van een goede risicobeoordeling en goed risicobeheer om ervoor te zorgen dat derden die niet voldoen aan de algemene, op waarden gebaseerde en op veiligheid gerichte criteria van het programma worden uitgesloten en dat bij samenwerking de economische en veiligheidsbelangen van de EU gewaarborgd zijn, ook wat betreft de financiële aspecten en het gebruik van resultaten; |
|
1.4. |
beschouwt de ontwikkeling van fusie-energie als een cruciaal financieringdoel van het programma en acht het belangrijk de rol van de EU in ITER te ondersteunen om het Europese ecosysteem voor fusie-energie in de mondiale context te versterken en vaart te zetten achter de marktintroductie en uitrol van fusie-energie in de EU; |
|
1.5. |
benadrukt de noodzaak van passende financiering voor de ontwikkeling van andere nucleaire technologieën in de energiesector, waaronder kleine en geavanceerde modulaire reactoren (SMR’s en AMR’s), geavanceerde brandstoffen en materialen, en veilige oplossingen voor het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof, vooral wat de splijtstofcyclus betreft; |
|
1.6. |
moedigt aan om middelen te concentreren op de ontwikkeling en toepassing van nucleaire technologieën voor niet-energetische doeleinden, zoals toepassingen in de medische, ruimtevaart-, landbouw- en industriële sector; beschouwt risicopreventie en -paraatheid en de bescherming van mens en milieu tegen veiligheids- en beveiligingsrisico's als transversale doelstellingen van het programma en roept op tot bewustmaking over nucleaire kwesties door middel van communicatie en interactie met vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld; |
|
1.7. |
pleit voor voldoende investeringen in de ontwikkeling van vaardigheden en competenties op nucleair gebied, met als doel te zorgen voor zowel talent van wereldklasse als gekwalificeerd personeel; moedigt daartoe aan om nucleaire kwesties in alle onderwijsniveaus te integreren en de aantrekkelijkheid van nucleaire beroepen te vergroten, terwijl ook de grensoverschrijdende mobiliteit en netwerkvorming moeten worden verbeterd door middel van hoogwaardige onderzoeks- en technologie-infrastructuur; |
|
1.8. |
pleit ervoor om bij de vereenvoudigingsaanpak uit te gaan van de begunstigden, in alle administratieve onderdelen van het programma en in alle stadia van de aanvraag- en toekenningsprocedures, en dringt erop aan de procedures en werkprogramma’s gemakkelijk toegankelijk te maken voor alle potentiële begunstigden, waaronder kmo’s; |
|
1.9. |
benadrukt dat er een sterke synergie tot stand moet worden gebracht tussen het programma, het Europees Fonds voor concurrentievermogen (ECF), Horizon Europa en andere relevante EU-fondsen en -programma’s, onder meer door een resultaatgerichte aanpak te volgen, waarbij het wel zaak is rekening te houden met de specifieke kenmerken van het ecosysteem en het beginsel van technologieneutraliteit in acht te nemen. |
2. TOELICHTING
Horizontale argumenten
|
2.1. |
Na de adviezen over het programma voor 2021-2025 (1) en 2026-2027 (2) is dit het meest recente van de reeks EESC-adviezen over de onderzoeks- en opleidingsprogramma’s van Euratom. |
|
2.2. |
Het EESC heeft onlangs ook een aantal andere adviezen over nucleaire thema’s uitgebracht, waarnaar hieronder wordt verwezen. Bovendien levert het EESC met verschillende adviezen, waaronder een over het ECF (3) en een over Horizon Europa (4), die het meest relevant zijn voor het programma in kwestie, input voor de voorbereiding van het nieuwe MFK. |
Argumenten ter ondersteuning van aanbeveling 1.1 — Algemeen
|
2.3. |
Het programma maakt deel uit van het pakket van het volgende meerjarig financieel kader (MFK) en draagt bij tot verschillende prioriteiten van de EU, waaronder concurrentievermogen en alomvattende veiligheid (“alomvattend” bestrijkt de verschillende dimensies van veiligheid). De specifieke doelstellingen van het programma, namelijk het bevorderen van onderzoek naar veilige en innovatieve nucleaire technologieën en het waarborgen van daarmee verband houdende vaardigheden en talenten in de EU, worden goed onderbouwd. Om alle doelstellingen van het programma te verwezenlijken moet ervoor worden gezorgd dat er genoeg financiële middelen zijn om het te kunnen uitvoeren. |
|
2.4. |
Tegelijkertijd is het belangrijk te streven naar synergieën met aanverwante EU-fondsen en -programma’s (zie aanbeveling 1.9) om te kunnen zorgen voor adequate investeringen tijdens de verschillende investeringsfasen, van fundamenteel onderzoek tot innovatie en volledige uitrol. |
|
2.5. |
Samenwerking met andere fondsen is ook noodzakelijk als het om middelen gaat, aangezien de indicatieve financiële middelen van het programma 6,7 miljard EUR voor een looptijd van vijf jaar bedragen. Dat is minder dan 6 % van de middelen voor Horizon Europa en minder dan 4 % van het ECF voor een periode van zeven jaar. |
Argumenten ter ondersteuning van aanbeveling 1.2 (interne samenwerking)
|
2.6. |
Gezien de aanzienlijke investeringsbehoeften in het door het programma bestreken gebied is het zaak dat ook de lidstaten hun inspanningen opvoeren, in aanvulling op de EU-financiering. De geopolitieke, geo-economische en ecologische uitdagingen vragen om een reactie: de lidstaten moeten meer gaan investeren in onderzoek en innovatie in het algemeen, maar ook in nucleaire wetenschap en technologieën. |
|
2.7. |
Het is eveneens van belang om hiervoor particuliere financiering aan te trekken en zowel publieke als particuliere actoren te betrekken bij samenwerkings- en grensoverschrijdende onderzoeks- en innovatiepartnerschappen met bedrijven, onderzoeksinstellingen, universiteiten en andere belanghebbenden. Naast de grote ondernemingen die in deze marktomgeving de toon aangeven, kunnen innovatieve start-ups een waardevolle bijdrage leveren aan de ontwikkeling en toepassing van nucleaire technologie in verschillende onderdelen van waardeketens. Veelzijdige en grensoverschrijdende partnerschappen zijn van vitaal belang voor het versterken van Europese industriële ecosystemen en dus voor het algemene concurrentievermogen en de economische veiligheid van de EU. |
|
2.8. |
Sterke technologische capaciteit is een steeds belangrijkere graadmeter van mondiale invloed en macht. De nucleaire onderzoeksgemeenschap bestaat grotendeels uit grote bedrijven en overheidsinstanties. Daarom is het van cruciaal belang te zorgen voor voldoende middelen voor grote actoren en een impuls te geven aan hun O&O&I-inspanningen. Tegelijkertijd is het zaak om de rol van kleinere ondernemingen, zoals innovatieve start-ups, te versterken. Daartoe zou het maximale financieringspercentage moeten worden vastgesteld op tot 100 % voor ondernemingen van welke omvang dan ook in de onderzoeks- en innovatiefase, en tot 100 % voor kmo’s en tot 70 % voor grote ondernemingen voor innovatiemaatregelen. |
Argumenten ter ondersteuning van aanbeveling 1.3 (internationale samenwerking)
|
2.9. |
Voor de ontwikkeling van nieuwe technologieën en oplossingen zijn aanzienlijke middelen nodig, die zonder internationale samenwerking niet te mobiliseren zijn. De EU moet dan ook samenwerken met derde partijen om haar capaciteit en mondiale rol op nucleair gebied te kunnen uitbouwen. |
|
2.10. |
Wel moeten de risico’s die kleven aan samenwerking met derden goed worden ingeschat en aangepakt. Er moet voor worden gezorgd dat de economische belangen van de EU bij de samenwerking worden behartigd, zowel wat bijdragen als voordelen betreft. Het is ook van cruciaal belang om de economische veiligheid van de EU te waarborgen, onder meer wat betreft de levering van grondstoffen en de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten. |
|
2.11. |
Naast voorwaarden om de directe economische en veiligheidsbelangen van de EU te beschermen, omvatten de voorgestelde criteria voor de deelname van derde landen aan het programma ook algemene op waarden gebaseerde criteria. Deze moeten strikt worden toegepast en landen uitsluiten die niet aan deze criteria voldoen of die de internationale beginselen van vrede en veiligheid schenden. |
Argumenten ter ondersteuning van aanbeveling 1.4 (fusie-energie)
|
2.12. |
Gezien de grote mogelijkheden van fusie-energie is het van essentieel belang om voldoende middelen uit te trekken voor de verdere ontwikkeling ervan. Om wetenschappelijke, technologische en marktbelemmeringen voor de ontwikkeling en toepassing ervan weg te nemen moeten alle investeringsfasen als één geheel worden beschouwd, van onderzoek en proefprojecten tot volledige exploitatie en uitrol, inclusief de nodige infrastructuur. De komende mededeling van de Commissie over de fusiestrategie van de EU moet daarvoor een alomvattend kader bieden. |
|
2.13. |
Voorgesteld wordt een groot deel van de begroting van het programma (4 miljard EUR) toe te wijzen aan de bijdrage van de EU aan het ITER-project. Daar is alle reden toe, omdat vaart moet worden gezet achter de marktintroductie van fusie-energie en het Europese ecosysteem moet worden versterkt. Dit is ook een aanvulling op het Horizon Europa-initiatief voor een “moonshot”-project op het gebied van fusie, dat tot doel heeft de problemen met de uitrol van fusie-energie op het net van de EU aan te pakken. |
Argumenten ter ondersteuning van aanbeveling 1.5 (andere investeringen in kernenergie)
|
2.14. |
Door de toegenomen noodzaak van voorzieningszekerheid en decarbonisatie van energiesystemen is kernenergie een aantrekkelijkere optie voor de energieproductie geworden, al kunnen de lidstaten wel hun eigen energiemix kiezen. De vervanging van fossiele brandstoffen door koolstofvrije en koolstofarme energiebronnen betreft niet alleen de energieproductie, maar maakt ook deel uit van de decarbonisatie-inspanningen van verschillende industrieën en andere energieverbruikers. Dit vraagt om meer investeringen in de ontwikkeling en toepassing van innovatieve, veilige en betrouwbare nucleaire technologieën en systemen, zoals het EESC al schreef in zijn advies (5) over de mededeling van de Commissie (6) over het indicatief programma op het gebied van kernenergie voor 2025. |
|
2.15. |
Kleine modulaire reactoren (SMR’s) en geavanceerde modulaire reactoren (AMR’s) zijn voorbeelden van technologieën met een steeds groter potentieel. SMR’s worden inmiddels beschouwd als een schone en flexibele oplossing om elektriciteit en warmte op te wekken voor huishoudelijk en industrieel gebruik, waaronder de productie van waterstof. Met haar strategische actieplan wil de Europese industriële alliantie voor kleine modulaire reactoren (7) dergelijke reactoren uitrollen en zo de EU-industrie helpen om te groeien en wereldwijd de concurrentie te kunnen aangaan. Het actieplan moet EU-financiering krijgen, onder meer via het Euratom-programma. Het is ook een basis voor de op handen zijnde strategie van de Europese Commissie voor kleine modulaire reactoren. |
|
2.16. |
Aangezien kernsplijtingstechnologieën nu al de klimaatdoelstellingen van de EU op korte, middellange en lange termijn kunnen helpen verwezenlijken, verdienen zij meer erkenning: voor kernsplijting moeten meer middelen worden uitgetrokken en, in het kader van de verordening tot vaststelling van een kader voor het traceren van begrotingsuitgaven en voor begrotingsprestaties en andere horizontale regels voor de programma’s en activiteiten van de Unie, moet er een klimaatmitigatiecoëfficiënt van 100 % aan worden toegewezen. Innovatieve activiteiten in verband met kernsplijtingstechnologieën (SMR’s, AMR’s, splijtstofcyclus enz.) moeten ook in aanmerking komen voor moonshot-projecten in het kader van Horizon Europa. |
|
2.17. |
Er moet ook werk worden gemaakt van een veiliger beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof (8). Gezien de geopolitieke uitdagingen in verband met een zekere splijtstofvoorziening, alsook om de milieuveiligheid te verbeteren, zijn er specifieke maatregelen nodig om de splijtstofcyclus verder te ontwikkelen. Aangezien er voor een veilig en door veiligheidscontroles gewaarborgd beheer van radioactief afval dient te worden gezorgd, moet de capaciteit van Eurad 2 (Europees gezamenlijk programma voor het beheer van radioactief afval) worden vergroot, zodat samen met de betrokken maatschappelijke organisaties dynamischer kan worden ingespeeld op veranderende behoeften en beleidswijzigingen op dit gebied. |
|
2.18. |
Al met al moet in het programma rekening worden gehouden met de behoeften die zich aandienen tijdens de gehele levensduur van nucleaire materialen, technologieën en installaties, waaronder de levering van grondstoffen, productie, logistiek, ontmanteling en afvalbeheer. Ook zijn geavanceerde oplossingen nodig om de exploitatie van bestaande installaties veilig te houden en nog veiliger te maken. |
|
2.19. |
Het is ook belangrijk om gewag te maken van de verschillende actoren die actief zijn in de waardeketens en aandacht aan hun respectieve rol te schenken. Kmo’s spelen bijvoorbeeld een cruciale rol in allerlei delen van waardeketens die verband houden met nucleaire technologieën. Zij zijn ook actief in een breed scala van sectoren. |
Argumenten ter ondersteuning van aanbeveling 1.6 (niet-energetische toepassingen)
|
2.20. |
Er moet meer aandacht worden besteed aan de mogelijkheden die nucleaire wetenschap en technologieën bieden in tal van andere sectoren dan alleen de elektriciteitsproductie, zoals toepassingen van ioniserende straling in de gezondheidszorg, de landbouw, de ruimtevaart en de industrie. Die zijn ook relevant voor de lidstaten die geen kernenergie gebruiken in hun energiemix. |
|
2.21. |
In de gezondheidssector zijn radiologische en nucleaire technologieën van groot belang voor alle stadia van de bestrijding van kanker, waaronder opsporing, diagnose, behandeling en zorg. Om aan de groeiende vraag naar radio-isotopen in de gezondheidszorg te kunnen voldoen moeten diverse problemen worden opgelost: de grote afhankelijkheid van derde landen voor bepaalde belangrijke bronmaterialen, de veroudering van onderzoeksreactoren en de vertragingen bij de uitvoering van plannen om er nieuwe te bouwen, en het feit dat relevante regelgeving, zoals die voor nucleaire aangelegenheden, farmaceutica en vervoer, niet op een geharmoniseerde manier in de EU wordt toegepast. |
|
2.22. |
Wat dit betreft zijn concrete vorderingen nodig bij de uitvoering van de strategische agenda voor medische toepassingen van ioniserende straling (Samira) en het Europees initiatief voor een radio-isotopencentrum (ERVI) in samenhang met het Europees kankerbestrijdingsplan. Zo kan ERVI afhankelijkheden doeltreffender aanpakken en in Europa hoogactief laagverrijkt uranium (HALEU) en stabiele isotopencapaciteiten opbouwen (9). |
|
2.23. |
De bescherming van mens en milieu moet in het programma over de hele lijn in aanmerking worden genomen, zowel voor de onderdelen die op energie als voor de onderdelen die op andere onderwerpen betrekking hebben. Hoewel de preventie van veiligheidsrisico’s prioriteit moet zijn, dienen ook voldoende middelen te worden uitgetrokken om de paraatheid in uitzonderlijke situaties, zoals stralingsongevallen, te verbeteren. Het is bovendien van essentieel belang om veiligheidsrisico’s als gevolg van illegaal vervoer en gebruik van radioactief materiaal te voorkomen en erop voorbereid te zijn. |
|
2.24. |
Aangezien nucleaire technologieën zich op tal van manieren doen gelden in de economie en de samenleving, moet via communicatie en interactie met verschillende actoren uit het maatschappelijk middenveld, onder wie vertegenwoordigers van ondernemingen, werknemers en burgers in het algemeen, voor meer kennis over nucleaire kwesties en de doelstellingen en resultaten van het programma worden gezorgd. |
Argumenten ter ondersteuning van aanbeveling 1.7 (vaardigheden en talent)
|
2.25. |
De beschikbaarheid van talent van wereldklasse op nucleair gebied is voor de EU voorwaarde om wereldwijd een sterke rol te gaan en te blijven spelen. Nodig hiervoor zijn onderwijs op hoog niveau en een onderzoeks- en innovatieomgeving die excellentie bevordert en toegang biedt tot geavanceerde onderzoeks- en technologie-infrastructuur. Het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) speelt hierbij een cruciale rol. |
|
2.26. |
Bovendien vereist succes op nucleair gebied gekwalificeerde professionals en personeel voor praktische taken, variërend van inspecteurs en procesmedewerkers voor energiecentrales tot medisch en zorgpersoneel. Daarom is het van cruciaal belang dat er in het programma voldoende middelen worden uitgetrokken voor de ontwikkeling van vaardigheden en competenties, die een aanvulling moeten vormen op de nationale investeringen in onderwijs en opleiding. |
|
2.27. |
Om de juiste mentaliteit te kweken en vaardigheden en competenties naar een bestendig peil te tillen moeten mensen niet alleen op een algemene manier bewust worden gemaakt van nucleaire kwesties, maar dienen deze ook een vaste plaats te krijgen in het onderwijs op alle niveaus, van basisschool tot beroepsopleidingen en hoger onderwijs, en moet er daarnaast worden gezorgd voor gerichte werkgerelateerde competentieverwerving. Onderwijs in STEM-vakken is een basis voor de verdere ontwikkeling van vaardigheden voor iedereen. |
|
2.28. |
Ook moeten beroepen in de nucleaire sector aantrekkelijker worden gemaakt, met name voor jongeren, en moeten vrouwen worden aangemoedigd om daar een baan te zoeken. Na de lonen in de olie- en gassector zijn die in de nucleaire sector volgens de analyse van het IEA (10) de hoogste in de energiesector. Het aandeel van vrouwen in leidinggevende functies in de nucleaire sector ontwikkelt zich veelbelovend en ligt nu boven het gemiddelde van 25 % voor de hele economie. |
|
2.29. |
De lidstaten moet meer gaan samenwerken om nationale inspanningen aan te vullen en wat talent en vaardigheden betreft synergieën en extra voordelen te genereren. Ook is meer internationale samenwerking nodig, waaronder intensievere samenwerking op het gebied van onderzoek, ter versterking van de wetenschappelijke en technologische excellentie en de uitwisseling van praktische expertise. De beschikbaarheid van en de toegang tot onderzoeks- en innovatie-infrastructuur van hoog niveau zijn van cruciaal belang om de mobiliteit en netwerkvorming van talent te verbeteren. |
Argumenten ter ondersteuning van aanbeveling 1.8 (vereenvoudiging)
|
2.30. |
Vereenvoudiging moet overkoepelend streven zijn in alle administratieve onderdelen van het programma en in alle stadia van het proces, van werkprogramma’s tot aanvraag- en toekenningsprocedures. Vereenvoudigingsmaatregelen moeten vooral uitgaan van de begunstigden: er moet voor gezorgd worden dat de procedures en werkprogramma’s gemakkelijk toegankelijk en begrijpelijk zijn voor het hele scala van begunstigden, waaronder kmo’s (11). |
|
2.31. |
Er moet ook voor worden gezorgd dat de opzet en governance van het programma duidelijk en gestroomlijnd zijn, wat het voor de begunstigden ook gemakkelijker maakt om wegwijs te worden in de procedures. Verder zijn duidelijke en transparante regels voor de toekenning van subsidies en een stimulerend algeheel financieringskader van cruciaal belang voor potentiële begunstigden. Dat betekent dat een goed evenwicht nodig is tussen voorspelbaarheid en flexibiliteit. |
Argumenten ter ondersteuning van aanbeveling 1.9 (synergie)
|
2.32. |
In artikel 7 van de ontwerpverordening wordt voorgesteld de synergieën tussen het Euratom-programma en andere EU-programma’s te versterken en staat dat een en hetzelfde project zowel Euratom-financiering als een bijdrage uit andere Europese financieringsbronnen kan ontvangen. Een sterkere synergie tussen verschillende financieringsinstrumenten — zoals het ECF, Horizon Europa en andere relevante EU-fondsen en -programma’s — is zeer welkom. Aangezien het programma betrekking heeft op alle vier beleidsgebieden van het ECF, van de schone en de digitale transitie tot gezondheids- en ruimtevaartkwesties, moet bij al deze onderwerpen naar synergieën en voordelen worden gekeken. |
|
2.33. |
Voor haalbare synergieën is het zaak om voor de financiering een resultaatgerichte aanpak te hanteren en het beginsel van technologieneutraliteit onverkort toe te passen. |
3. VOORGESTELDE WIJZIGINGEN OP HET WETGEVINGSVOORSTEL VAN DE EUROPESE COMMISSIE
Wijzigingsvoorstel 1
(houdt verband met aanbeveling 1.3)
tot wijziging van artikel 8, lid 3, punt b)
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het EESC |
|
Artikel 8, lid 3, punt b) |
Artikel 8, lid 3, punt b) |
|
zij hechten aan een op regels gebaseerde open markteconomie, met inbegrip van een rechtvaardige en billijke benadering inzake intellectuele-eigendomsrechten en eerbiediging van de mensenrechten, ondersteund door democratische instellingen; |
zij hechten aan een op regels gebaseerde open markteconomie, met inbegrip van een rechtvaardige en billijke benadering inzake intellectuele-eigendomsrechten en eerbiediging van de mensenrechten, ondersteund door democratische instellingen, en eerbiediging van internationale beginselen inzake vrede en veiligheid ; |
Motivering
Zie paragraaf 2.11.
Wijzigingsvoorstel 2
(houdt verband met aanbeveling 1.5)
aanvullende specifieke doelstelling in artikel 3, lid 2, na punt b)
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het EESC |
|
|
Artikel 3, lid 2, punt b), aanvullende letter |
|
|
het inzetten op onderzoek en ontwikkeling op het gebied van innovatieve en veilige oplossingen voor kernsplijtingsenergie, met inbegrip van reactorsystemen en de gehele splijtstofcyclus; |
Motivering
Zie paragrafen 2.14-2.19
Wijzigingsvoorstel 3
(houdt verband met aanbeveling 1.5)
aanvullende specifieke doelstelling in de bijlage, na specifieke doelstellingen 2 a) en 2 b)
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het EESC |
||
|
|
Artikel 3, lid 2, punt b), aanvullende letter |
||
|
|
Naast de activiteiten die relevant zijn voor kernsplijtingsenergie, vermeld onder specifieke doelstelling 2 c) en specifieke doelstelling 2 d) (veiligheid en beveiliging, afvalbeheer, vaardigheden en competenties) |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
Motivering
Zie paragrafen 2.14-2.19
Wijzigingsvoorstel 4
(houdt verband met aanbeveling 1.7)
tot wijziging van artikel 3, lid 2, punt d)
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het EESC |
|
Artikel 3, lid 2, punt d) |
Artikel 3, lid 2, punt d) |
|
het ontwikkelen, behouden en benutten van deskundigheid en competenties op nucleaire gebied via onderwijs en opleiding en het ondersteunen van de toegang tot geavanceerde onderzoeksinfrastructuur, waarbij de duurzaamheid op de lange termijn en de operationele excellentie ervan moeten worden gewaarborgd; en |
het ontwikkelen, behouden en benutten van deskundigheid en competenties op nucleaire gebied via bewustmaking , onderwijs op alle niveaus en opleiding , en het ondersteunen van de toegang tot geavanceerde onderzoeksinfrastructuur, waarbij de duurzaamheid op de lange termijn en de operationele excellentie ervan moeten worden gewaarborgd; en |
Motivering
Zie paragrafen 2.25-2.29.
Wijzigingsvoorstel 5
(houdt verband met aanbevelingen 1.6 en 1.7)
toevoeging van een nieuw punt vi) onder Specifieke doelstelling 2 d) in de bijlage
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het EESC |
||
|
|
|
Motivering
Zie de paragrafen 2.24 en 2.27.
Wijzigingsvoorstel 6
(houdt verband met aanbeveling 1.2)
Toevoeging van een nieuw lid aan artikel 12, na lid 2.
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het EESC |
|
|
Nieuw lid na lid 2 van artikel 12 |
|
|
In afwijking van artikel 27 van Verordening [tot vaststelling van het kaderprogramma Horizon Europa] kan in de fase van onderzoeks- en innovatiemaatregelen tot 100 % van de totale subsidiabele kosten van een actie in het kader van het Euratom-programma worden vergoed voor zowel kmo’s als andere juridische entiteiten met winstoogmerk. |
Motivering
Zie paragraaf 2.8.
Brussel, 18 maart 2026.
De voorzitter
van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Séamus BOLAND
(1) PB C, C/2019/110, 22.3.2019.
(2) PB C, C/2025/2968, 16.6.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/2968/oj.
(3) PB C, C/2026/873, 27.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/873/oj.
(4) EESC-advies over “Horizon Europe” (PB C, C/2026/1973, 28.4.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1973/oj).
(5) PB C, C/2026/883, 27.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/883/oj.
(7) European Industrial Alliance on Small Modular Reactors Unveils Strategic Action Plan.
(8) PB C, C/2025/110, 10.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/110/oj.
(9) PB C, C/2024/4661, 9.8.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4661/oj.
(10) IEA, World Energy Employment 2025.
(11) Zie ook PB C, C/2026/873, 27.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/873/oj.
BIJLAGE
WETGEVINGSVOETAFDRUK
LIJST VAN BELANGENVERTEGENWOORDIGERS VAN WIE DE RAPPORTEUR INPUT HEEFT ONTVANGEN
Onderstaande lijst is op zuiver vrijwillige basis opgesteld onder de exclusieve verantwoordelijkheid van de rapporteur. De rapporteur heeft, bij de voorbereiding van advies TEN/864 — Euratom-programma voor onderzoek en opleiding 2028-2032 — input ontvangen van de volgende belangenvertegenwoordigers (organisaties en/of zelfstandigen):
|
Organisaties en/of zelfstandigen |
|
Newcleo |
|
nucleareurope |
|
Orano |
|
Urenco |
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/3239/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)