European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2026/3230

2.7.2026

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Mededeling van de Commissie — “Battery booster”-strategie

(C(2025) 8950 final)

(C/2026/3230)

Rapporteur:

Jason DEGUARA (MT, GRII)

Corapporteur:

Marco MENSINK (NL, cat. 1)

Adviseur

HÜRTGEN Stefanie (adviseur van de rapporteur, groep II)

KAPANTAIDAKIS George (adviseur van de corapporteur, cat. 1)

Raadpleging

Europese Commissie, 24.2.2026

C(2025) 8950 final

Besluit van de voltallige vergadering

22.10.2025

Rechtsgrond

Artikel 52, lid 2, van het reglement van orde

Rechtsgrond

Artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Bevoegde afdeling

Adviescommissie Industriële Reconversie

Goedkeuring door de afdeling

10.3.2026

Goedkeuring door de voltallige vergadering

18.3.2026

Zitting nr.

604

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

196/0/0

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) steunt de inspanningen om de Europese productie van batterijen te versterken en een volledig Europese waardeketen voor batterijen “Made in Europe” op te bouwen. De “Battery Booster”-strategie komt op een cruciaal moment. Het EESC is van mening dat er behoefte is aan een geloofwaardiger financieringsplan voor de langere termijn, duidelijkere prioriteiten, meer aandacht voor andere soorten batterijen dan die voor elektrische voertuigen, krachtigere uitvoeringsinstrumenten en een meer holistische aanpak.

1.2.

Het EESC wijst erop dat “Made in Europe” synoniem moet zijn met hoogwaardige producten en strenge sociale en milieunormen. Specifieke maatregelen om hier in de batterijsector werk van te maken, moeten samen met de relevante belanghebbenden, waaronder de sociale partners, worden ontwikkeld.

1.3.

Het EESC is ingenomen is met de sterke nadruk die wordt gelegd op het mobiliseren van financiële steun om het Europese ecosysteem voor de productie van batterijen te versterken, maar benadrukt dat een echt “booster-effect” alleen kan worden bereikt als de strategie wordt ondersteund door aanzienlijk sterkere en gerichtere EU-financiering. De lidstaten en de Commissie zouden meer middelen moeten uittrekken voor de “Battery Booster”-strategie, onder meer in het volgende meerjarig financieel kader.

1.4.

Het EESC benadrukt dat de strategie een combinatie moet zijn van tijdige financiering, evenredige en praktische voorwaarden, en gelijke behandeling en handhavingsmaatregelen voor EU- en niet-EU-producten en -componenten die in de EU in de handel worden gebracht. Door financiering, vergunningen, markttoegangsinstrumenten en implementatie op elkaar af te stemmen, kunnen projecten worden omgezet in concurrerende productie op gigaschaal, kan de strategische autonomie worden versterkt en kunnen hoogwaardige industriële banen worden ondersteund.

1.5.

Het EESC benadrukt het belang van ondersteuning van kleine en middelgrote ondernemingen, leveranciers en recyclingbedrijven, alsook van grootschalige productiefaciliteiten, ter versterking van hun integratie in het EU-batterij-ecosysteem. Een dergelijke inclusieve aanpak kan industriële ecosystemen versterken, innovatie bevorderen en de werkgelegenheidskansen vergroten.

1.6.

Volgens het EESC kan de strategie tal van banen opleveren in de hele waardeketen voor batterijen, bijvoorbeeld op de gebieden productie, onderzoek en recycling en in aanverwante dienstverlening. Het welslagen ervan zal afhangen van het vermogen van Europa om innovatie om te zetten in industriële toepassingen die economisch levensvatbaar, maatschappelijk verantwoord en veilig voor werknemers zijn. Alle openbare financiële steun moet afhankelijk worden gesteld van hoogwaardige werkgelegenheid, volledige naleving van de EU-normen en afstemming op de doelstellingen van de Europese pijler van sociale rechten.

1.7.

De EU moet relevante kaders ontwikkelen — waaronder het koppelen van voorwaarden inzake technologieoverdracht en lokale inhoud aan staatssteun, aanbestedingen en subsidies — om dergelijke overdrachten te waarborgen en lokale deskundigheid op te bouwen.

1.8.

Het EESC benadrukt dat de opschaling van de batterijproductie gepaard moet gaan met de hoognodige versterking van de ontmantelings- en recyclingcapaciteiten teneinde toekomstige afvalstromen te kunnen verwerken en hoogwaardige secundaire materialen te produceren. Dit vereist investeringen om de recyclinginfrastructuur op te schalen met gerichte financiering voor recyclingtechnologieën van de volgende generatie, versterking en handhaving van inzamelsystemen, met inbegrip van harmonisatie tussen de lidstaten, en maatregelen om recycling economisch aantrekkelijk te maken.

1.9.

Bij O&I-programma’s (Batt4EU, SET-plan, Horizon Europa) moet prioriteit worden gegeven aan proefprojecten/pioniersprojecten voor kritieke chemicaliën voor batterijen (synthese/coating van precursoren, productie van elektrolyten/terugwinning van oplosmiddelen, recyclingchemie) en in de EU vervaardigde machines. Natriumbatterijen moeten ook worden opgenomen in pijler V, en de financiering van de “Battery Booster” moet worden uitgebreid tot andere chemische stoffen dan lithium.

1.10.

Het EESC beveelt aan om specifieke werkstromen op te zetten voor de veiligheid van batterijmaterialen, zoals tests voor de verspreiding op pakketniveau en de ontvlambaarheid van elektrolyten, om duidelijke normen voor aanbesteding en conformiteit vast te stellen. Door samenwerking met het bedrijfsleven, met inbegrip van de sociale partners, en afstemming op EU- en internationale regels kan de veiligheid worden verbeterd, de versnippering van de markt worden beperkt en een efficiënte productie worden ondersteund.

1.11.

Het EESC meent dat de snelle opschaling van de batterijproductie die met de strategie wordt beoogd de behoefte aan robuuste systemen voor gezondheids- en veiligheidsbeheer vergroot. De uitbreiding van de productiecapaciteit moet gepaard gaan met de beschikbaarheid van voldoende personeel, opleiding en investeringen in preventieve maatregelen. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan arbeidsmigranten en mobiele werknemers. Passende handleidingen en informatie over gevaarlijke materialen zijn van essentieel belang om de kennis te vergroten en ongevallen te voorkomen. Even belangrijk zijn adequate arbeidsinspecties om de naleving te waarborgen.

1.12.

Het EESC benadrukt de essentiële rol van werknemers en hun vertegenwoordigers bij het voorkomen van beroepsrisico’s. De sociale dialoog en de participatie van werknemers zijn van cruciaal belang voor het vaststellen van gevaren, met name wanneer nieuwe technologieën, materialen en productiemethoden worden ingevoerd.

2.   Algemene opmerkingen

2.1.

De “Battery Booster”-strategie van de Europese Commissie (“de strategie”), die in het kader van het actieplan voor de autosector is gepresenteerd, heeft tot doel het concurrentievermogen, de veerkracht en de duurzaamheid van de Europese waardeketen voor batterijen te versterken, als essentieel onderdeel van de strategische autonomie van Europa en “Made in Europe”-productie. De strategie steunt op zes onderling verbonden pijlers die een alomvattend kader vormen om het Europese ecosysteem voor batterijen te versterken door investeringen, veerkracht van de toeleveringsketen, innovatie en het creëren van vraag te koppelen ter ondersteuning van duurzame industriële ontwikkeling.

2.2.

De strategie is een antwoord op de toenemende mondiale concurrentie, de stijgende productiekosten en de aanhoudende strategische afhankelijkheden, en ondersteunt tegelijkertijd de transitie naar schone mobiliteit en de verwezenlijking van klimaatneutraliteit. Er is een speciale “Battery Booster”-faciliteit gepland, met 1,5 miljard EUR uit het Innovatiefonds om Europese producenten van batterijcellen te ondersteunen tijdens de cruciale opstartfase, aangevuld met 300 miljoen EUR om de productie van kritieke grondstoffen op te schalen en zo de toeleveringsketen te versterken.

2.3.

Het EESC steunt het voornemen van de Commissie om de waardeketen van batterijen in de EU te versterken, maar dringt aan op een geloofwaardiger financieringsplan voor de langere termijn, duidelijkere prioriteiten, krachtigere uitvoeringsinstrumenten en een meer holistische aanpak. Er moet meer aandacht worden besteed aan andere soorten batterijen dan die voor elektrische voertuigen: batterijsystemen voor stationaire energieopslag (BESS) vormen een snelgroeiend vraagsegment dat van strategisch belang is voor energiezekerheid en netstabiliteit naarmate de capaciteit aan hernieuwbare energie toeneemt, en dienen onderdeel uit te maken van de strategie.

2.4.

De strategie komt op een cruciaal moment. De Europese batterij-industrie staat centraal in de inspanningen van de EU om haar industriële en klimaatdoelstellingen waar te maken en haar economische veerkracht, energiezekerheid en paraatheid te vergroten. Nu de op regels gebaseerde mondiale geopolitieke en economische orde steeds meer onder druk komt te staan en handel als wapen wordt ingezet, moet de EU haar externe afhankelijkheid verminderen en haar eigen productiecapaciteit opvoeren.

2.5.

De inspanningen van de EU om te komen tot meer strategische autonomie in de batterijproductie zullen niet alleen haar algemene veiligheid vergroten, maar zullen naar verwachting ook economische voordelen opleveren via nieuwe greenfieldinvesteringen die hoogwaardige banen kunnen genereren, terwijl wordt gewaarborgd dat de productie voldoet aan de strenge milieunormen van de EU.

3.   Financiële steun, groene banen en investeringen

3.1.

In de strategie wordt sterk de nadruk gelegd op het mobiliseren van financiële steun om het Europese ecosysteem voor de productie van batterijen te versterken. Het EESC is van mening dat er aanzienlijk meer en doelgerichtere EU-financiering nodig is om een echt “boostereffect” teweeg te brengen.

3.2.

Het huidige pakket van 1,5 miljard EUR — dat voornamelijk in de vorm van renteloze leningen wordt verstrekt — blijft bescheiden in vergelijking met de grootschalige initiële investeringen die nodig zijn om de uitrol van gigafabrieken te versnellen, de doorlooptijd te verkorten en kostenkloven met mondiale concurrenten te dichten. Voor een echte “booster” zijn EU-programma’s nodig die grote industriële investeringen snel en voorspelbaar kunnen ondersteunen en betrouwbare vraagsignalen kunnen genereren in de hele waardeketen voor batterijen, met inbegrip van grondstoffen, chemische componenten, cellen en recycling. Het EESC dringt er bij de lidstaten en de Commissie op aan om meer middelen uit te trekken voor de “Battery Booster”-strategie, ook in het volgende meerjarig financieel kader.

3.3.

Om strategische onafhankelijkheid te bereiken en toegevoegde waarde in Europa te realiseren, moet de EU prioriteit geven aan de in de verordening kritieke grondstoffen omschreven status van strategisch project en aan RESourceEU-financiering voor chemische raffinage- en precursorinstallaties die relevant zijn voor batterijmaterialen (lithium, nikkel, kobalt, mangaan, grafiet). Het grondstoffenmechanisme moet de vraag bundelen en het afnamerisico beperken, niet alleen voor gedolven grondstoffen maar ook voor chemische tussenproducten. Tegelijkertijd zou de publicatie van richtsnoeren voor massabalansboekhouding voor batterijmaterialen tegen het tweede kwartaal van 2026 investeringen in circulaire chemie (waaronder terugwinning van oplosmiddelen, regeneratie van zout en hergebruik van precursoren) mogelijk maken en de uitvoering van de batterijenverordening in overeenstemming brengen met de komende wetgeving op het gebied van de circulaire economie. Deze maatregelen zullen een duurzame opschaling in de hele EU versnellen en tegelijkertijd zorgen voor een consistente, evenredige toepassing op ingevoerde producten en componenten.

3.4.

Om het concurrentievermogen op het gebied van voor batterijen kritieke chemicaliën te herstellen en de samenhang tussen de waardeketens te waarborgen, moet de EU dringend iets doen aan de zeer hoge energiekosten die van invloed zijn op de EU-industrie, en ook NACE 20.14 en, in voorkomend geval, NACE 20.16 opnieuw opnemen in de compensatie van indirecte kosten in het kader van het ETS, en de toegang tot PPA’s/CFD’s voor energie-intensieve chemische fabrieken vergemakkelijken. Gerichte en evenredige steun, in combinatie met eerlijke concurrentie en gelijkwaardige eisen voor invoer van buiten de EU, zou ook moeten worden gegeven voor upstream-activiteiten in de batterijchemie, waarbij kan worden gedacht aan CAM/AAM-voorloperchemie, elektrolyten, terugwinning van oplosmiddelen, bindmiddelen, separatoren, zouten en raffinage van zwarte massa.

3.5.

Het EESC benadrukt het belang van een beleidskader dat lokale baten veiligstelt en de Europese deskundigheid versterkt, door te eisen dat buitenlandse investeringen in de strategische batterijproductie (met inbegrip van chemische installaties) voldoen aan de regels op het gebied van governance, technologische kennisdeling, vaardigheden van arbeidskrachten en integratie van de toeleveringsketen. De Commissie moet de verordening buitenlandse subsidies en aanverwante instrumenten aanscherpen om verstoringen aan te pakken en eerlijke concurrentie op de eengemaakte markt en gelijke behandeling van marktdeelnemers uit de EU en uit derde landen te waarborgen. Specifieke EU-financieringsinstrumenten, waaronder het Innovatiefonds, zouden moeten worden gebruikt om investeringen in de productie van batterijcellen en -onderdelen minder risicovol te maken.

3.6.

Het EESC benadrukt dat kleine en middelgrote ondernemingen, die een aanzienlijk deel van de sector uitmaken en in de eerste plaats fungeren als kritieke leveranciers van machines, robotica, componenten en recyclingoplossingen, gerichte steun moeten krijgen om hun integratie in het EU-ecosysteem voor batterijen te versterken en de veerkracht van de hele waardeketen te waarborgen, ook buiten de grootschalige celproductie. Een dergelijke inclusieve aanpak kan industriële ecosystemen versterken, innovatie bevorderen en de werkgelegenheidskansen vergroten.

3.7.

Het EESC steunt de inspanningen van de Commissie om de productie van batterijen in Europa te versterken en een EU-waardeketen voor batterijen op te bouwen, maar wijst erop dat “Made in Europe” synoniem moet zijn met hoogwaardige producten en strenge sociale en milieunormen. Een plan om een batterijsector “Made in Europe” te verwezenlijken moet samen met de relevante belanghebbenden, waaronder de sociale partners, worden ontwikkeld. Inspanningen om de productiekosten en administratieve lasten te verminderen mogen niet leiden tot een verzwakking van de arbeids-, sociale en veiligheidsnormen. Vereenvoudigingsmaatregelen moeten gepaard gaan met robuuste handhavings- en monitoringmechanismen.

3.8.

De strategie kan tal van banen opleveren in de hele waardeketen voor batterijen, met inbegrip van productie, onderzoek, recycling en aanverwante diensten. Alle openbare financiële steun moet afhankelijk worden gesteld van hoogwaardige werkgelegenheid, volledige naleving van de EU-normen en afstemming op de doelstellingen van de Europese pijler van sociale rechten. Het EESC dringt aan op transparante monitoring van de sociale en werkgelegenheidseffecten van financiële steunmaatregelen, met inbegrip van de gevolgen ervan voor de kwaliteit van banen, vaardigheidsvereisten en arbeidsomstandigheden.

3.9.

De strategie biedt ook mogelijkheden om groene banen te ondersteunen die verband houden met recycling, secondlifetoepassingen en oplossingen voor de circulaire economie, activiteiten die strategische afhankelijkheden kunnen verminderen en tegelijkertijd geschoolde werkgelegenheid kunnen creëren in downstreamsegmenten van de waardeketen.

3.10.

Overheidsinvesteringen moeten ook het industriële leiderschap van Europa helpen waarborgen en zorgen voor duurzame industriële ontwikkeling en regionale cohesie. Het EESC dringt aan op een evenwichtige geografische spreiding van de ondersteunde projecten, zodat de voordelen over alle lidstaten en regio’s worden verdeeld en de bestaande industriële ecosystemen worden versterkt, binnen het kader van een alomvattend Europees industriebeleid.

4.   Innovatie en technologie

4.1.

Het EESC erkent dat innovatie een hoeksteen is van de strategie en een belangrijke aanjager van het concurrentievermogen in de Europese batterijsector. Voortdurende technologische vooruitgang is van essentieel belang om de prestaties, duurzaamheid en kostenefficiëntie van batterijen te verbeteren.

4.2.

Bij O&I-programma’s (Batt4EU, SET-plan, Horizon Europa) moet prioriteit worden gegeven aan proefprojecten/pioniersprojecten voor kritieke chemicaliën voor batterijen (synthese/coating van precursoren, productie van elektrolyten/terugwinning van oplosmiddelen, recyclingchemie) en in de EU vervaardigde machines. O&I op het gebied van materiaalveiligheid en duurzaamheid (bijvoorbeeld polymeren en elektrolytformuleringen met hoge brandprestaties en recyclebaarheid), ondersteund door standaardisering en praktische richtsnoeren en relevante opleiding op het gebied van procesveiligheid via academies voor een nettonulindustrie, zal een veilige en efficiënte opschaling in heel Europa mogelijk maken.

4.3.

Het EESC heeft gewezen op de voordelen van de ontwikkeling van een sector voor de productie van natriumbatterijen als strategische aanvulling op lithiumbatterijen (1). Natriumbatterijen zouden moeten worden opgenomen in pijler V, en de financiering van de “Battery Booster” zou moeten worden uitgebreid tot andere chemische stoffen dan lithium.

4.4.

Digitalisering en geavanceerde productietechnologieën bieden aanzienlijke kansen om de efficiëntie en kwaliteit van de productie te optimaliseren. Het EESC wijst erop dat de invoering ervan gepaard moet gaan met passende opleidingen en aanpassingen in de werkorganisatie.

4.5.

De ontwikkeling van vaardigheden is een belangrijke aanjager van innovatie. Het EESC benadrukt de noodzaak van permanente opleiding en omscholing om aan de veranderende technologische eisen te voldoen en de veilige werking van nieuwe processen en apparatuur te waarborgen.

4.6.

Het innovatiebeleid moet de samenwerking tussen de industrie, onderzoeksinstellingen en aanbieders van opleidingen bevorderen door kennisoverdracht te stimuleren en de toepassing van nieuwe technologieën op industriële schaal te versnellen.

4.7.

Standaardisering en harmonisatie van duurzaamheids- en prestatiecriteria kunnen innovatie verder ondersteunen door voorspelbare marktvoorwaarden te creëren en investeringen in hoogwaardige technologieën aan te moedigen. Het EESC beveelt aan om specifieke werkstromen op te zetten voor de veiligheid van batterijmaterialen, zoals tests voor de verspreiding op pakketniveau en de ontvlambaarheid van elektrolyten, om duidelijke normen voor aanbesteding en conformiteit te kunnen vaststellen. Door samenwerking met het bedrijfsleven, met inbegrip van de sociale partners, en afstemming op EU- en internationale regels zou de veiligheid worden verbeterd, de versnippering van de markt worden beperkt en een efficiënte productie worden ondersteund.

4.8.

Het EESC merkt op dat, in tegenstelling tot China en de VS, waar strenge voorwaarden gelden voor de overdracht van intellectuele eigendom, lokale O&O en de ontwikkeling van arbeidskrachten, de EU momenteel geen regels of vereisten heeft voor technologieoverdracht, lokale inhoud of de ontwikkeling van vaardigheden bij joint ventures of buitenlandse investeringen. De EU moet relevante kaders ontwikkelen, waaronder voorwaarden inzake technologieoverdracht en lokale inhoud in het geval van staatssteun, aanbestedingen en subsidies, om dergelijke overdrachten te garanderen en lokale deskundigheid op te bouwen, teneinde te voorkomen dat de EU een assemblagecentrum wordt in plaats van een leider op het gebied van batterijtechnologie.

4.9.

Het EESC wijst op het belang van innovatie die de duurzaamheid en veiligheid verbetert zonder extra administratieve lasten met zich mee te brengen. Innovatie moet worden afgestemd op bredere industriële en sociale doelstellingen, zodat technologische vooruitgang bijdraagt tot fatsoenlijk werk, milieubescherming en concurrentievermogen op lange termijn. Innovatiefinanciering moet projecten ondersteunen die aandacht besteden aan gezondheid en veiligheid op het werk, waaronder de ergonomische inrichting van de werkplek en verminderde blootstelling aan gevaarlijke stoffen.

4.10.

Recycling is van cruciaal belang voor de milieudoelstellingen en de strategische autonomie van Europa. Het EESC merkt op dat de EU niet over voldoende faciliteiten noch over de nodige technologie voor het recyclen van batterijen beschikt, met name met het oog op de hoeveelheid afgedankte batterijen van elektrische voertuigen die tegen 2030 wordt verwacht. De Europese Rekenkamer heeft ook gewaarschuwd dat de meeste recyclingdoelstellingen van de EU niet de recycling van afzonderlijke grondstoffen en evenmin het gebruik van gerecyclede grondstoffen stimuleren, en heeft gewezen op de knelpunten die het concurrentievermogen van de EU-recyclingindustrie belemmeren (2). Het EESC dringt aan op een holistische aanpak om de productie van batterijen te stimuleren, en wijst erop dat er tegelijkertijd dringend behoefte is aan schaalvergroting om toekomstige afvalstromen te kunnen verwerken en hoogwaardige secundaire materialen te produceren.

4.11.

Het EESC benadrukt dat het classificeren van afgedankte lithium-ionbatterijen en zwarte massa als gevaarlijk afval vanaf december 2026 en het verbod op uitvoer naar niet-OESO-landen alleen doeltreffend zullen zijn als de EU ervoor zorgt dat deze stromen efficiënt binnen de eengemaakte markt kunnen worden verplaatst. Zo niet dreigt de EU interne knelpunten te creëren: ophoping van voorraden, vertragingen in de behandeling en perverse prikkels, waaronder illegale stromen, ondanks het uitvoerverbod.

4.12.

Het EESC dringt aan op maatregelen die conforme verplaatsingen binnen de EU naar vergunde installaties vergemakkelijken, waarbij de volledige keten wordt gedekt, van inzameling en transport van afgedankte batterijen naar voorbehandelingslocaties (demonteren, diagnostiek, veilige opslag) tot het verdere transport van zwarte massa naar raffinage- en terugwinningsinstallaties.

4.13.

Tot slot is het EESC van mening dat het welslagen van de strategie zal afhangen van het vermogen van Europa om innovatie om te zetten in industriële toepassingen die economisch levensvatbaar, maatschappelijk verantwoord en veilig voor werknemers zijn.

5.   Gezondheid en veiligheid

5.1.

Gezondheid en veiligheid op het werk moeten een fundamentele pijler vormen van de strategie en de ontwikkeling van de Europese waardeketen voor batterijen. Hoewel activiteiten in verband met batterijen, waaronder productie, assemblage, recycling en verwerking van grondstoffen, onderworpen zijn aan hecht verankerde wetgeving op het gebied van veiligheid op het werk, merkt het EESC op dat de snelle opschaling van gigafabrieken voor batterijen in sommige lidstaten heeft geleid tot aanzienlijke beroepsrisico’s (3), waaronder ongevallen. Het benadrukt dat de snelle opschaling van de batterijproductie die met de strategie wordt beoogd de behoefte aan robuuste systemen voor gezondheids- en veiligheidsbeheer vergroot. Opschaling van de productiecapaciteit moet daarom gepaard gaan met de beschikbaarheid van voldoende personeel, opleiding en investeringen in preventieve maatregelen, waarbij bijzondere aandacht moet worden besteed aan mobiele werknemers en arbeidsmigranten en moet worden gezorgd voor adequate handleidingen en informatie over gevaarlijke materialen om de kennis te vergroten en ongevallen te voorkomen.

5.2.

Het EESC benadrukt dat de EU-regelgeving inzake gezondheid en veiligheid op het werk consequent moet worden toegepast en gehandhaafd. Het benadrukt het belang van duidelijke vereisten en een eerlijke behandeling van alle marktdeelnemers en producten, inclusief ingevoerde batterijen en onderdelen die in de EU worden verkocht, met name om conformiteit met de EU-normen te waarborgen. Om versnippering van de markt te voorkomen en billijkheid te bevorderen, moet bij de uitvoering prioriteit worden gegeven aan praktische richtsnoeren en wederzijdse erkenning van gelijkwaardige normen.

5.3.

Risicobeoordeling, ook met betrekking tot opkomende risico’s, is een hoeksteen van preventie. Het EESC is voorstander van risicobeoordelingspraktijken die rekening houden met technologische ontwikkelingen en nieuwe materialen, maar tegelijkertijd dubbel werk voorkomen. Richtsnoeren moeten efficiënte documentatie en erkenning van gelijkwaardige benaderingen bevorderen, zodat nalevingszekerheid en concurrentievermogen voor EU-fabrikanten worden gewaarborgd, met gelijke verwachtingen voor niet-EU-producenten wier goederen de eengemaakte markt betreden.

5.4.

Chemische veiligheid blijft onder de bestaande EU-wetgeving (bijvoorbeeld Reach/CLP en regels ter bescherming van werknemers) vallen. De uitvoering moet risicogebaseerd en evenredig blijven, met de nadruk op veilige omgang (met name met gevaarlijke chemische stoffen), opslag en monitoring, en op het stimuleren van vervanging, waar dit technisch haalbaar is en de prestaties niet nadelig beïnvloedt. Het EESC pleit ervoor om innovatiefinanciering te koppelen aan projecten die ergonomisch ontwerp en minder blootstelling aan gevaarlijke materialen omvatten, en om het gebruik van digitale instrumenten voor realtime risicomonitoring en voorspellende veiligheidssystemen te ontwikkelen.

5.5.

Het EESC dringt aan op gelijke handhaving voor alle marktdeelnemers, ook waar het gaat om ingevoerde batterijen en onderdelen, om concurrentieverstoringen te voorkomen en hoge normen te handhaven zonder dat dit extra lasten op EU-niveau met zich meebrengt.

5.6.

Het EESC benadrukt de essentiële rol van werknemers en hun vertegenwoordigers bij het voorkomen van beroepsrisico’s. De sociale dialoog, met inbegrip van collectieve onderhandelingen, en werknemersparticipatie zijn van cruciaal belang voor het vaststellen van gevaren, met name wanneer nieuwe technologieën, materialen en productiemethoden worden ingevoerd. Werknemers moeten een passende basis- en voortgezette opleiding krijgen die is afgestemd op hun specifieke taken.

5.7.

Het EESC wijst op het belang van handhaving, waarbij arbeidsinspectiediensten en bevoegde autoriteiten over voldoende middelen moeten beschikken om de naleving van de wetgeving inzake gezondheid en veiligheid op het werk te kunnen waarborgen, met name in nieuwe en snel groeiende industriële sectoren.

Brussel, 18 maart 2026.

De voorzitter

van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Séamus BOLAND


(1)  EESC-advies Versterking van de strategische autonomie van de EU en ontwikkeling van een groenere en blauwere economie: het potentieel van de productiesector voor natriumbatterijen (PB C, C/2026/2542, 22.5.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/2542/oj).

(2)   Speciaal verslag 04/2026: Kritieke grondstoffen voor de energietransitie — Geen rotsvast beleid.

(3)  Bijvoorbeeld blootstelling aan chemische stoffen (zoals 1-methyl-2-pyrrolidon), stof, dampen, elektrische gevaren, brandrisico’s en fysiek belastende taken.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/3230/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)