|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2026/2893 |
8.6.2026 |
Arrest van het Gerecht (Tweede kamer, zitting hebbend met vijf rechters) van 15 april 2026 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Lietuvos Aukščiausiasis Teismas – Litouwen) – Strafzaak tegen A.K. en “Tabako lapai” UAB
(Zaak T-190/25 (1) , Tabako lapai)
(Prejudiciële verwijzing - Fiscale bepalingen - Accijns - Accijns op tabaksfabricaten - Artikel 5, lid 1, van richtlijn 2011/64/EU - Uitlegging van het begrip “rooktabak” - Inaanmerkingneming van de bepalingen van de gecombineerde nomenclatuur en de toelichtingen - Geldigheid - Rechtszekerheid - Legaliteitsbeginsel inzake delicten en straffen)
(C/2026/2893)
Procestaal: Litouws
Verwijzende rechter
Lietuvos Aukščiausiasis Teismas
Partijen in het hoofdgeding
A.K. en “Tabako lapai” UAB
in tegenwoordigheid van: Lietuvos Respublikos generalinė prokuratūra
Dictum
|
1) |
Artikel 5, lid 1, onder a), van richtlijn 2011/64/EU van de Raad van 21 juni 2011 betreffende de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabricaten moet aldus worden uitgelegd dat, om een product als “rooktabak” in de zin van deze bepaling aan te merken, niet hoeft te worden uitgegaan van de posten van de gecombineerde nomenclatuur die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 254/2000 van de Raad van 31 januari 2000, in de versie die voortvloeit uit uitvoeringsverordening (EU) 2017/1925 van de Commissie van 12 oktober 2017, en van de toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Unie. |
|
2) |
Uit het onderzoek van de aspecten waarop de derde vraag betrekking heeft, is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van richtlijn 2011/64, uitvoeringsverordening 2017/1925 en de toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Unie kunnen aantasten in het licht van het algemene rechtszekerheidsbeginsel en het in artikel 49, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verankerde legaliteitsbeginsel inzake delicten en straffen. |
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/2893/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)