|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2026/2692 |
26.5.2026 |
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 12 maart 2026 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal de première instance du Luxembourg – België) – BX / Belgische Staat
(Zaak C-150/25 (1) , Marhaux (2) )
(Prejudiciële verwijzing - Artikel 45 VWEU - Vrij verkeer van werknemers - Inkomstenbelasting - In een andere lidstaat ontvangen beroepsinkomsten - Vrijstelling met progressievoorbehoud in de woonstaat - Niet-toepassing van een bilateraal verdrag ter voorkoming van dubbele belasting door de andere overeenkomstsluitende staat - Verlies van een deel van de belastingvoordelen die verband houden met de persoonlijke en gezinssituatie van de belastingplichtige)
(C/2026/2692)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Tribunal de première instance du Luxembourg
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: BX
Verwerende partij: Belgische Staat
Dictum
Artikel 45 VWEU
moet aldus worden uitgelegd dat
het zich verzet tegen een nationale regeling waarvan de toepassing tot gevolg heeft dat het voordeel van de fiscale aftrek waarmee wordt beoogd rekening te houden met de persoonlijke en gezinssituatie van belastingplichtigen die ingezetenen zijn van een eerste lidstaat, gedeeltelijk verloren gaat, in een situatie waarin zij beroepsinkomsten ontvangen in een tweede lidstaat en die inkomsten in de eerste lidstaat vrijgesteld zijn van belastingen op grond van een bilateraal belastingverdrag, terwijl ingezeten belastingplichtigen die geen inkomsten genieten uit een andere lidstaat volledig recht hebben op deze aftrek, wanneer het verlies van dat deel van deze aftrek op grond van dit bilateraal belastingverdrag in de tweede lidstaat had moeten worden gecompenseerd door de daaraan gekoppelde mogelijkheid om in de tweede lidstaat een soortgelijke aftrek te verkrijgen, evenredig aan de in die lidstaat ontvangen inkomsten, maar dit niet het geval is geweest wegens de manier waarop de tweede lidstaat dat verdrag heeft toegepast, tenzij er redenen van algemeen belang bestaan die een dergelijk verlies kunnen rechtvaardigen.
(1) PB C, C/2025/3029.
(2) Dit is een fictieve naam, die niet overeenkomt met de werkelijke naam van enige partij in de procedure.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/2692/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)