European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2026/2545

22.5.2026

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 904/2010 betreffende de toegang van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) tot gegevens over de belasting over de toegevoegde waarde op het niveau van de Unie

(COM(2025) 685 final – 2025/0348 (CNS))

(C/2026/2545)

Rapporteur:

Justyna Kalina OCHĘDZAN

Adviseur

Samuel CORNELLA

Raadpleging

Raad van de Europese Unie, 20 november 2025

Rechtsgrond

Artikelen 113 en 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Documenten van de Europese Commissie

COM (2025) 685 final – 2025/0348 (CNS)

Relevante duurzameontwikkelings-doelstellingen (SDG’s)

SDG 8 – Bevorder aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor iedereen

Bevoegde afdeling

Economische en Monetaire Unie, Economische en Sociale Samenhang

Goedkeuring door de afdeling

5.2.2026

Goedkeuring door de voltallige vergadering

18.2.2026

Zitting nr.

603

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

201/0/1

1.   AANBEVELINGEN

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC)

1.1.

staat volledig achter de inspanningen van de Commissie om een meer alomvattende en holistische aanpak van btw-fraude te bevorderen door het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) toegang te verlenen tot gegevens over de belasting over de toegevoegde waarde (btw) uit hoofde van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad (1);

1.2.

erkent dat het voor de bestrijding van de belangrijkste vormen van btw-fraude noodzakelijk is de bevoegde autoriteiten in staat te stellen vlot voor de btw relevante informatie in meerdere lidstaten te verzamelen, te gebruiken en te vergelijken, zodat de bevoegde belastingautoriteiten sneller op frauduleuze activiteiten kunnen reageren;

1.3.

waardeert dat het voorstel van de Commissie volgt op een ex-postevaluatie van de regels die van toepassing zijn op grond van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad en rekening houdt met de feedback van de lidstaten. Het EESC wijst er echter op dat er met betrekking tot dit voorstel geen effectbeoordeling is uitgevoerd, al erkent het dat dit te wijten is aan het dringende karakter van het verzoek van de lidstaten om het toepasselijke rechtskader zo snel mogelijk te verbeteren, met name gezien de voordelen van een betere fraudebestrijding;

1.4.

merkt op dat het voorstel volledig in overeenstemming is met het subsidiariteitsbeginsel, aangezien versterking van de rol van het EOM en OLAF bij de toegang tot btw-gegevens niet kan worden bereikt op het niveau van de lidstaten noch door middel van niet-wetgevingsinstrumenten, en duidelijk een alomvattende Europese aanpak vereist die gericht is op het verbeteren van het relevante rechtskader van de EU;

1.5.

is van mening dat het voorstel in overeenstemming is met het evenredigheidsbeginsel, aangezien het gerichte wijzigingen van de bestaande regels inhoudt, die gebaseerd zijn op een ex-postevaluatie van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad en op raadplegingen van belanghebbenden, en het voorstel geen aanvullende rapportageverplichtingen of nalevingskosten met zich meebrengt voor Europese burgers of bedrijven. Het voorstel is ook beperkt tot btw-inlichtingen die reeds worden uitgewisseld in het kader van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad;

1.6.

is ingenomen met het voornemen van de Commissie om de samenwerking tussen de betrokken autoriteiten die btw-fraude bestrijden, te versterken, met inbegrip van de mogelijkheid om de samenwerking tussen Europol en Eurofisc binnen het kader van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad te intensiveren, en dringt aan op verdere versterking van de gestructureerde samenwerking tussen alle bevoegde autoriteiten die betrokken zijn bij het doeltreffend aanpakken van de gebrekkige naleving en de gederfde inkomsten op btw-gebied;

1.7.

onderstreept dat een doeltreffender optreden tegen btw-fraude eerlijke concurrentie op de interne markt helpt te herstellen, ten voordele van bedrijven die zich aan de regels houden en anders benadeeld zouden worden door frauduleuze marktdeelnemers;

1.8.

benadrukt dat de verwerking van en de toegang tot btw-gegevens volledig in overeenstemming moeten zijn met de toepasselijke wet- en regelgeving en met het beginsel van minimale gegevensverwerking, waarbij in het onderhavige geval terdege rekening moet worden gehouden met de gelijktijdige toepasselijkheid van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG), Verordening (EU) 2018/1725 (2), die van toepassing is op de EU-instellingen, en de specifieke gegevensbeschermingsregeling van hoofdstuk VIII van de EOM-verordening, die bijzondere aandacht vereist;

1.9.

hecht, vanuit een ander en breder perspectief, zijn steun aan het voorstel van de Commissie, aangezien het een grotere inning oplevert van financiële middelen die onder meer bijdragen aan de eigen middelen van de EU; dit is van strategisch belang nu de Commissie en de lidstaten actief debatteren over de invoering van nieuwe middelen om de langetermijndoelstellingen van de EU te ondersteunen.

2.   TOELICHTING

2.1.

Het voorstel van de Commissie heeft tot doel het EOM en OLAF toegang te verlenen tot btw-gegevens die op EU-niveau worden uitgewisseld in het kader van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad. Het doel van het voorstel is te zorgen voor samenhang tussen de EOM-verordening en de OLAF-verordening enerzijds en Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de btw anderzijds.

Algemene evaluatie

2.2.

Het EESC staat volledig achter de inspanningen van de Commissie om een meer alomvattende en holistische aanpak van btw-fraude te bevorderen door het EOM en OLAF toegang te verlenen tot gegevens over de btw uit hoofde van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad. De gederfde inkomsten als gevolg van intracommunautaire ploffraude (MTIC, wat staat voor “missing trader intra-Community” fraude) worden door de Commissie geraamd op een bedrag van tussen de 12,5 en 32,8 miljard EUR per jaar. Aangezien elk jaar slechts 2,5 miljard EUR van deze “btw-kloof” via Eurofisc wordt ontdekt, moeten de inspanningen ter bestrijding van btw-fraude, die ten koste gaat van zowel de belastinginkomsten als bedrijven die zich wel aan de wet houden, worden opgevoerd.

2.3.

Willen de belangrijkste vormen van btw-fraude bestreden kunnen worden, dan moet ervoor worden gezorgd dat inlichtingen die reeds tussen de lidstaten worden uitgewisseld, vlotter toegankelijk zijn en gebruikt worden, zodat de bevoegde autoriteiten sneller op frauduleuze activiteiten kunnen reageren. Verscheidene recente onderzoeken van het EOM, in meer dan de helft van de lidstaten, hebben de noodzaak hiervan aangetoond. Een voorbeeld daarvan is de zaak-Calypso, waarbij criminele netwerken de EU-markt overspoelen met goederen die op frauduleuze wijze uit China worden ingevoerd en in 17 lidstaten douanerechten en btw ontduiken.

2.4.

Met het voorstel krijgen het EOM en OLAF vlot toegang tot centraal beheerde btw-gegevens, wat van cruciaal belang is om btw-fraude snel en doeltreffend te bestrijden en de beperkingen van het huidige ingewikkelde systeem, dat gebaseerd is op veel bilaterale samenwerking met nationale belastingautoriteiten, aan te pakken. Tegelijkertijd wordt de samenwerking via bestaande mechanismen als uitgangspunt genomen en verder uitgebouwd. Het gaat daarbij met name om Eurofisc, dat een centrale rol speelt bij de coördinatie van de uitwisseling, analyse en follow-up van inlichtingen over btw-fraude tussen de lidstaten. Het EESC is dan ook van mening dat het voorstel doeltreffend is wat betreft het versterken van de samenwerking tussen belastingautoriteiten bij de bestrijding van btw-fraude en dat het in overeenstemming is met het beginsel van administratieve vereenvoudiging.

2.5.

Het EESC waardeert dat het voorstel van de Commissie volgt op een ex-postevaluatie van de regels die van toepassing zijn op grond van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad en rekening houdt met de feedback van de lidstaten. Het EESC wijst er echter op dat er met betrekking tot dit voorstel geen effectbeoordeling is uitgevoerd, al erkent het dat dit te wijten is aan het dringende karakter van het verzoek van de lidstaten om het toepasselijke rechtskader zo snel mogelijk te verbeteren. Tegelijkertijd worden met het voorstel geen nieuwe rapportage- of nalevingsverplichtingen voor marktdeelnemers ingevoerd en zijn de gevolgen ervan voor de begroting zeer beperkt.

Beginselen van subsidiariteit en evenredigheid

2.6.

Het EESC is het ermee eens dat het voorstel volledig in overeenstemming is met het subsidiariteitsbeginsel, aangezien versterking van de rol van het EOM en OLAF bij de toegang tot btw-gegevens niet kan worden bereikt op het niveau van de lidstaten noch door middel van niet-wetgevingsinstrumenten, en duidelijk een alomvattende Europese aanpak vereist die gericht is op het verbeteren van het relevante rechtskader op Unieniveau.

2.7.

Het voorstel van de Commissie lijkt ook in overeenstemming te zijn met het evenredigheidsbeginsel, aangezien het gerichte wijzigingen van de bestaande toepasselijke regels inhoudt op basis van een ex-postevaluatie van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad en op raadplegingen van belanghebbenden, en het voorstel geen aanvullende rapportageverplichtingen of nalevingskosten met zich meebrengt voor Europese burgers of bedrijven. In dit verband moet worden opgemerkt dat het voorstel strikt gericht is op het verbeteren van de administratieve samenwerking en het gebruik van inlichtingen die reeds tussen belastingautoriteiten worden uitgewisseld, en geen uitbreiding van de categorieën verzamelde btw-gegevens inhoudt.

Verdere administratieve samenwerking en gegevensbescherming

2.8.

De Commissie merkt op dat haar voorstel geen afbreuk doet aan de mogelijkheid van nauwere samenwerking tussen Europol en Eurofisc in de context van de herziening van de EU-fraudebestrijdingsarchitectuur en de herziening van het mandaat van Europol, zoals beoogd in het kader van ProtectEU. Het EESC is ingenomen met dit proces en dringt er bij de Commissie op aan de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten verder te versterken om de gebrekkige naleving en de gederfde inkomsten op btw-gebied doeltreffend aan te pakken.

2.9.

Btw-gegevens kunnen persoonsgegevens omvatten, wat betekent dat de inspanningen om btw-fraude te monitoren ook betrekking kunnen hebben op gegevens over Europese burgers en bedrijven die zich wel aan de wet houden, ook al zit de georganiseerde misdaad meestal achter btw-fraude. Het EESC benadrukt dat de verwerking van en de toegang tot btw-gegevens volledig in overeenstemming moeten zijn met de toepasselijke wet- en regelgeving en met het beginsel van minimale gegevensverwerking. In het onderhavige geval is het rechtskader bijzonder complex, gezien de gelijktijdige toepasselijkheid van de AVG, Verordening (EU) 2018/1725, die van toepassing is op de EU-instellingen, en de specifieke gegevensbeschermingsregeling van hoofdstuk VIII van de EOM-verordening, die bijzondere aandacht vereist.

Btw-fraude en financiële eigen middelen van de EU

2.10.

In het voorstel van de Commissie wordt verwezen naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaak C-105/14, waarin het Hof oordeelde dat de financiële belangen van de Unie ook de ontvangsten van de Unie omvatten die voortvloeien uit de toepassing van een uniform percentage op de btw-grondslag die op uniforme wijze is vastgesteld volgens voorschriften van de Unie. Vanuit dit oogpunt hecht het EESC zijn steun aan het voorstel van de Commissie omdat het ook een grotere inning zal opleveren van financiële middelen die bijdragen aan de eigen middelen van de EU. Dit is van strategisch belang nu de Commissie en de lidstaten debatteren over de invoering van nieuwe middelen om de langetermijndoelstellingen van de EU te ondersteunen.

Brussel, 18 februari 2026.

De voorzitter

van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Séamus BOLAND


(1)  Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (PB L 268 van 12.10.2010, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2010/904/oj).

(2)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/2545/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)