|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2026/2265 |
27.4.2026 |
Beroep ingesteld op 2 maart 2026 – UIV Servizi/REA
(Zaak T-152/26)
(C/2026/2265)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Unione Italiana Vini Servizi Soc. coop. (UIV Servizi) (Milaan, Italië) (vertegenwoordigers: B. Bonafini, G. Martini, D. Rovetta en V. Villante, advocaten)
Verwerende partij: Europees Uitvoerend Agentschap onderzoek (REA)
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
|
— |
het besluit van 19 december 2025 van het Europees Uitvoerend Agentschap onderzoek (REA) [Ref. Ares (2025)11437043] inzake de uitsluiting van Unione Italiana Vini Società Cooperativa van deelname aan alle gunningsprocedures die vallen onder verordening (EU, Euratom) 2024/2509 en verordening (EU) 2018/1877 van de Raad, en haar uitsluiting van de inzet van EU-fondsen, nietig te verklaren voor zover het betrekking heeft op verzoekster; |
|
— |
de artikelen 1, 2 en 3 van het besluit van 19 december 2025 van het Europees Uitvoerend Agentschap onderzoek (REA) [Ref. Ares (2025)11437043] inzake de uitsluiting van Unione Italiana Vini Società Cooperativa van deelname aan alle gunningsprocedures die vallen onder verordening (EU, Euratom) 2024/2509 en verordening (EU) 2018/1877 van de Raad, en haar uitsluiting van de inzet van EU-fondsen, nietig te verklaren voor zover het betrekking heeft op verzoekster; |
|
— |
verwerende partij te veroordelen tot betaling aan verzoekster van een bedrag van 2 085 000 EUR ter vergoeding van de geleden materiële en immateriële schade; |
|
— |
verwerende partij te verwijzen in de kosten van de onderhavige procedure. |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van het beroep voert verzoekster zes middelen aan.
|
1. |
Onjuiste beoordeling en uitlegging van de artikelen 5.3.3 en 10 van de subsidieovereenkomst “Native Grapes Academy (NGA)” en van artikel 192, lid 1, punt 3, onder c), van het Financieel Reglement van 2018. |
|
2. |
Geen beoordeling van de gronden waarop het beroep bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is gebaseerd; schending van de artikelen 6 en 13 EVRM; verzuim van de Italiaanse Corte di cassazione (hoogste rechter in burgerlijke en strafzaken, Italië) om een prejudiciële vraag te stellen krachtens artikel 267 VWEU. |
|
3. |
Onjuiste beoordeling en onjuist gebruik van het concept “schuldbekentenissen in ruil voor strafvermindering” naar Italiaans recht; onjuiste uitlegging en toepassing van artikel 136, lid 1, onder d), i), van het Financieel Reglement van 2018; niet-nakoming van de motiveringsplicht overeenkomstig artikel 296 VWEU; exceptie van onwettigheid op basis van artikel 277 VWEU; schending van het legaliteitsbeginsel en evenredigheidsbeginsel op het gebied van delicten en straffen krachtens artikel 49 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. |
|
4. |
Schending van de grondrechten van de verzoekende partij; schending van het recht om te worden gehoord en van de rechten van de verdediging; schending van het recht op behoorlijk bestuur; schending van de artikelen 41 en 48 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; niet-nakoming van wezenlijke vormvoorschriften; niet-nakoming van de motiveringsplicht overeenkomstig artikel 296 VWEU; exceptie van onwettigheid op basis van artikel 277 VWEU. |
|
5. |
Schending van het evenredigheidsbeginsel; schending van artikel 5, lid 4, VEU; exceptie van onwettigheid op basis van artikel 277 VWEU; schending van artikel 136, lid 6, onder a), van het Financieel Reglement van 2018; schending van het ne bis in idem-beginsel; schending van artikel 50 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. |
|
6. |
Niet-nakoming van wezenlijke vormvoorschriften. |
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/2265/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)