European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2026/2219

27.4.2026

Beroep ingesteld op 4 maart 2026 – Europese Commissie/Tsjechische Republiek

(Zaak C-168/26)

(C/2026/2219)

Procestaal: Tsjechisch

Partijen

Verzoekende partijen: Europese Commissie (vertegenwoordigers: O. Gariazzo en K. Walker, gemachtigden)

Verwerende partij: Tsjechische Republiek

Conclusies van verzoekster

vaststellen dat de Tsjechische Republiek, op 3 januari 2025, niet heeft voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens de artikelen 51 en 52 van verordening (EU) 2022/2065; en

de Tsjechische Republiek verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad (1) betreffende de eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening) stelt regels vast op grond waarvan de lidstaten hun digitaledienstencoördinator de bevoegdheden moeten verlenen die nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken uit hoofde van die verordening, en de sanctieregeling moeten vaststellen voor de inbreuken op die verordening.

De lidstaten spelen een essentiële rol bij de uitvoering van verordening (EU) 2022/2065 en bij het toezicht op en de handhaving ervan. Meer bepaald is de lidstaat waar de hoofdvestiging van de aanbieder van tussenhandelsdiensten is gevestigd exclusief bevoegd voor het toezicht op en de handhaving van verordening (EU) 2022/2065, met uitzondering van (i) de exclusieve bevoegdheid van de Commissie voor het toezicht op en de handhaving van de in afdeling 5 van hoofdstuk III van deze verordening vervatte verplichtingen, ten aanzien van aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines, alsmede (ii) de bevoegdheid van de Commissie, wanneer zij een procedure voor dezelfde inbreuk heeft ingeleid, voor het toezicht op en de handhaving van de andere uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen (dat wil zeggen die welke niet in afdeling 5 van hoofdstuk III zijn opgenomen) ten aanzien van deze zeer grote aanbieders.

Overeenkomstig artikel 51, leden 1 tot en met 3, van verordening (EU) 2022/2065 moeten de digitaledienstencoördinatoren, om hun taken uit hoofde van die verordening te kunnen uitvoeren, beschikken over de nodige bevoegdheden om onderzoek te verrichten en de in die bepaling genoemde maatregelen te laten nemen en uitvoeren. Voorts moeten de lidstaten overeenkomstig artikel 51, lid 6, van verordening (EU) 2022/2065 onder meer de specifieke regels en procedures vastleggen voor de uitoefening van de bevoegdheden krachtens artikel 51, leden 1 tot en met 3, van die verordening.

Overeenkomstig artikel 52 van verordening (EU) 2022/2065 voorzien de lidstaten in voorschriften inzake sancties die gelden voor inbreuken op deze verordening door binnen hun bevoegdheid vallende aanbieders van tussenhandelsdiensten en nemen zij de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties in overeenstemming met artikel 51 worden toegepast. Voorts stellen de lidstaten overeenkomstig artikel 52, lid 2, van verordening (EU) 2022/2065 de Commissie in kennis van die voorschriften en maatregelen, en stellen zij haar onverwijld in kennis van alle latere wijzigingen daarvan. Artikel 52, leden 3 en 4, van verordening (EU) 2022/2065 bepaalt vervolgens de voorwaarde waaraan de regels inzake sancties moeten voldoen.

Op 24 april 2024 heeft de Commissie de Tsjechische Republiek een aanmaning gestuurd. Op 3 oktober 2024 heeft de Commissie de Tsjechische Republiek een met redenen omkleed advies toegezonden. De Tsjechische Republiek heeft echter nog steeds niet de maatregelen genomen die nodig zijn om aan haar verplichtingen krachtens de artikelen 51 en 52 van verordening (EU) 2022/2065 te voldoen, hetgeen niet door de Tsjechische autoriteiten wordt betwist. De Commissie verzoekt derhalve het Hof om, overeenkomstig artikel 258 VWEU en aangezien de Tsjechische Republiek niet de vereiste maatregelen heeft genomen en het met redenen omklede advies niet heeft opgevolgd, vast te stellen dat deze lidstaat de verplichtingen die op hem rusten krachtens de artikelen 51 en 52 van verordening (EU) 2022/2065 niet is nagekomen en hem te verwijzen in de kosten van de procedure.


(1)   PB 2022, L 277, blz. 1.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/2219/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)