|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2026/2209 |
27.4.2026 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond (Nederland) op 27 januari 2026 – NA tegen Minister van Asiel en Migratie
(Zaak C-32/26, Lodring (1) )
(C/2026/2209)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond
Partijen in het hoofdgeding
Verzoeker: NA
Verweerder: Minister van Asiel en Migratie
Prejudiciële vraag
Dient artikel 5 van richtlijn 2008/115 (2), gelezen in samenhang met artikelen 1, 4 en 19, tweede lid, van het Handvest van de Grondrechten, aldus te worden uitgelegd dat artikel 5 van richtlijn 2008/115 de verplichting voor de autoriteiten omvat om, alvorens een terugkeerbesluit jegens een ernstig zieke vreemdeling vast te stellen, na te gaan of de medische behandeling die noodzakelijk is om een situatie als bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de Grondrechten te voorkomen, feitelijk toegankelijk zal zijn voor deze ernstige zieke vreemdeling in het derde land waar de terugkeerverplichting op ziet?
(1) De naam van de onderhavige zaak is een fictieve naam, die niet overeenkomt met de werkelijke naam van enige partij in de procedure.
(2) Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB 2008, L 348, blz. 98).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/2209/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)