|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2026/1989 |
13.4.2026 |
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 12 februari 2026 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Lietuvos vyriausiasis administracinis teismas – Litouwen) – VšĮ “Vilniaus tarptautinė mokykla” / Valstybinė kalbos inspekcija
(Zaak C-48/24) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Artikel 49 VWEU - Vrijheid van vestiging - Werkingssfeer - Economische activiteit - Erkenning van beroepskwalificaties - Richtlijn 2005/36/EG - Artikel 53 - Talenkennis - Nationale regelgeving die de eis stelt dat de in dienst van een particuliere onderwijsinstelling zijnde leraren en administratieve medewerkers die regelmatig in contact staan met het publiek en met de administratieve autoriteiten, de officiële taal beheersen - Artikel 4, lid 2, VEU - Nationale identiteit van een lidstaat - Bescherming en bevordering van de officiële taal van een lidstaat - Particuliere onderwijsinstelling die internationale onderwijsprogramma’s aanbiedt - Noodzakelijkheidsvoorwaarde - Evenredigheidsbeginsel - Vereiste van beheersing van de officiële taal zonder mogelijkheid tot uitzondering of versoepeling)
(C/2026/1989)
Procestaal: Litouws
Verwijzende rechter
Lietuvos vyriausiasis administracinis teismas
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: VšĮ “Vilniaus tarptautinė mokykla”
Verwerende partij: Valstybinė kalbos inspekcija
Dictum
|
1) |
Artikel 49 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het van toepassing is op de situatie van een particuliere onderwijsinstelling die in een lidstaat is gevestigd en waarin een onderdaan van een andere lidstaat een deelneming heeft die hem in staat stelt een zekere invloed op de beslissingen van de onderwijsinstelling uit te oefenen en de activiteiten ervan te bepalen, wanneer deze onderwijsinstelling in de lidstaat waar zij is gevestigd tegen vergoeding een internationaal programma voor secundair onderwijs en de International Baccalaureate-programma’s voor Primary Years en Middle Years aanbiedt. |
|
2) |
Artikel 49 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het, in een situatie die binnen de werkingssfeer ervan valt, niet in de weg staat aan de regeling van een lidstaat op grond waarvan een particuliere onderwijsinstelling die in een andere taal dan de officiële taal van die lidstaat een internationaal programma voor secundair onderwijs en de International Baccalaureate-programma’s voor Primary Years en Middle Years aanbiedt, verplicht is om na te gaan of haar leerkrachten en administratieve medewerkers die regelmatig in contact staan met het publiek en met de administratieve autoriteiten, voldoen aan de eis dat die officiële taal op gemiddeld niveau wordt beheerst, op voorwaarde dat die regeling wordt gerechtvaardigd door een doelstelling van bescherming en bevordering van die officiële taal en noodzakelijk is voor, en evenredig is aan de verwezenlijking van die doelstelling. Aan deze voorwaarde is niet voldaan wanneer die regeling, zonder mogelijkheid van een uitzondering of een versoepeling, van toepassing is op alle personen waarop zij is gericht en hen verplicht om, teneinde aan te tonen dat zij over het vereiste niveau van beheersing van de officiële taal beschikken, een certificaat over te leggen dat door een instelling van de betrokken lidstaat is afgegeven op basis van taaltesten die op het grondgebied van die lidstaat zijn afgenomen. |
|
3) |
Artikel 53, lid 1, van richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, zoals gewijzigd bij richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013, gelezen in het licht van artikel 49 VWEU, moet aldus worden uitgelegd dat het, in een situatie die binnen de werkingssfeer ervan valt, niet in de weg staat aan de regeling van een lidstaat op grond waarvan de leerkrachten van een private onderwijsinstelling die een programma voor internationaal secundair onderwijs alsmede International Baccalaureate-programma’s voor Primary Years en Middle Years aanbiedt in een andere taal dan de officiële taal van die lidstaat, verplicht zijn om die officiële taal op gemiddeld niveau te beheersen, op voorwaarde dat die regeling wordt gerechtvaardigd door een doelstelling van bescherming en bevordering van die officiële taal en noodzakelijk is voor, en evenredig is aan de verwezenlijking van die doelstelling. Aan deze voorwaarde is niet voldaan wanneer die regeling, zonder mogelijkheid van een uitzondering of een versoepeling, van toepassing is op alle personen waarop zij is gericht en hen verplicht om, teneinde aan te tonen dat zij over het vereiste niveau van beheersing van de officiële taal beschikken, een certificaat over te leggen dat door een instelling van de betrokken lidstaat is afgegeven op basis van taaltesten die op het grondgebied van die lidstaat zijn afgenomen. |
(1) PB C, C/2024/2593.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1989/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)