|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2026/1708 |
24.4.2026 |
P10_TA(2025)0299
Bescherming van minderjarigen online
Resolutie van het Europees Parlement van 26 november 2025 inzake de bescherming van minderjarigen online (2025/2060(INI))
(C/2026/1708)
Het Europees Parlement,
|
— |
gezien Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening) (1), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 12 december 2023 over verslavend ontwerp van onlinediensten en consumentenbescherming op de interne markt van de EU (2), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 12 maart 2009 over de bescherming van de consumenten, met name minderjarigen, met betrekking tot het gebruik van videospellen (3), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 18 januari 2023 over consumentenbescherming bij onlinevideospellen: een aanpak op het niveau van de Europese eengemaakte markt (4), |
|
— |
gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind van 20 november 1989 en algemene opmerking nr. 25 (2021) van het VN-Comité voor de Rechten van het Kind van 2 maart 2021 over de rechten van kinderen in verband met de digitale omgeving, |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie) (5), |
|
— |
gezien Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad (“richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) (6), |
|
— |
gezien de geschiktheidscontrole van het EU-consumentenrecht inzake digitale rechtvaardigheid door de Commissie (7), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 17 december 2021 getiteld “Richtsnoeren met betrekking tot de uitlegging en toepassing van Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt” (8) (UCPD-richtsnoeren), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 7 oktober 2025 getiteld “Richtsnoeren inzake maatregelen om een hoog niveau van privacy, veiligheid en beveiliging voor minderjarigen online te waarborgen, overeenkomstig artikel 28, lid 4, van Verordening (EU) 2022/2065” (9), |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (10) (SCB-verordening), |
|
— |
gezien Richtlijn (EU) 2018/1808 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) in het licht van een veranderende marktsituatie (11), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 9 mei 2023 over de tenuitvoerlegging van de herziene richtlijn audiovisuele mediadiensten (12), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 11 mei 2022 getiteld “Een digitaal decennium voor kinderen en jongeren: de nieuwe Europese strategie voor een beter internet voor kinderen (BIK+)” (COM(2022)0212), |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2024/1183 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014, wat betreft de vaststelling van het Europees kader voor digitale identiteit (13) (eIDAS2-verordening), |
|
— |
gezien het voorstel van de Commissie van 6 februari 2024 voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en van materiaal van seksueel misbruik van kinderen, en ter vervanging van Kaderbesluit 2004/68/JBZ van de Raad (COM(2024)0060), |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (14), |
|
— |
gezien artikel 55 van zijn Reglement, |
|
— |
gezien het advies van de Commissie cultuur en onderwijs, |
|
— |
gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A10-0213/2025), |
|
A. |
overwegende dat 97 % van de jongeren dagelijks internet gebruikt; overwegende dat 78 % van de 13- tot 17-jarigen aangeeft ten minste elk uur op hun apparaten te kijken en 46 % aangeeft dat bijna voortdurend te doen (15); overwegende dat 16- tot 24-jarigen gemiddeld meer dan zeven uur per dag op het internet doorbrengen (16); benadrukt dat meer dan de helft van de consumenten in de EU regelmatig videogames speelt en dat bij kinderen van 11 tot 14 jaar dat aandeel zelfs 84 % bedraagt (17); overwegende dat van de minderjarigen die videogames spelen, 64 % gemiddeld tussen 1 en 20 EUR per maand aan games uitgeeft en dat de gemiddelde maandelijkse uitgaven van kinderen en consumenten in het algemeen zijn gestegen van 33 EUR in 2020 tot 39 EUR in 2023 (18); |
|
B. |
overwegende dat een op de vier kinderen en jongeren “problematisch” of “disfunctioneel” smartphonegebruik vertoont, wat betekent dat de gedragspatronen lijken te duiden op een verslaving (19); overwegende dat minderjarigen kwetsbaarder zijn voor door AI gegenereerde inhoud en voor AI-metgezellen en -chatbots, aangezien hun cognitieve capaciteiten nog in ontwikkeling zijn; overwegende dat onderzoek uitwijst dat het regelmatig bekijken van sociale media door tieners mogelijk samenhangt met veranderingen in de neurale gevoeligheid met betrekking tot het anticiperen op sociale beloningen en straffen; overwegende dat uit onderzoek blijkt dat de toename van geestelijke gezondheidsproblemen bij adolescenten in verband kan worden gebracht met buitensporig gebruik van sociale media en dat druk vanuit sociale media een van de vijf voornaamste oorzaken is van geestelijke gezondheidsproblemen bij minderjarigen, zoals toegenomen angstgevoelens en depressie; overwegende dat de Wereldgezondheidsorganisatie een gameverslaving erkent als geestelijke stoornis; overwegende dat uit onderzoek is gebleken dat overmatig gebruik van sociale media gevolgen kan hebben voor de ontwikkeling en capaciteit van de hersenen van minderjarigen; overwegende dat er een verband is gevonden tussen overmatig gebruik van sociale media en een gebrek aan impulsbeheersing; |
|
C. |
overwegende dat burgers, in het bijzonder minderjarigen, steeds vaker gebruikmaken van sociale media, platforms voor het delen van video’s en inhoud en online-aggregators, onder meer om nieuws tot zich te nemen; overwegende dat publieke figuren en influencers die actief zijn op deze onlineplatforms aanzienlijke invloed hebben gekregen op het publieke debat; overwegende dat veel gebruikers, onder wie minderjarigen, het moeilijk vinden om onderscheid te maken tussen juiste en onjuiste informatie in onlinenieuws; overwegende dat het waarborgen van een verantwoorde werking en een verantwoord ontwerp van deze platforms een prioriteit moet zijn, net zoals het bevorderen van kritisch denken en mediawijsheid en digitale geletterdheid bij minderjarigen; |
|
D. |
overwegende dat digitaal onderwijs en mediawijsheid essentieel zijn om minderjarigen beter bestand te maken tegen onlinerisico’s, zoals desinformatie en schadelijke inhoud, en hen tegelijkertijd de vaardigheden bij te brengen om op een verantwoorde en zelfverzekerde manier door de digitale wereld te navigeren, eraan bij te dragen en deze vorm te geven; overwegende dat alomvattende educatieve programma’s en bewustmakingscampagnes cruciaal zijn om minderjarigen, ouders, voogden en opvoeders te informeren over de risico’s en veilige praktijken online; overwegende dat dit gerichte maatregelen voor minderjarigen, ouders, voogden en opvoeders omvat, alsook preventietechnieken, bewustmakingscampagnes en campagnes op het gebied van mediawijsheid en digitale geletterdheid, en informatie over instrumenten om de toegang tot niet bij de leeftijd passende of schadelijke inhoud te beperken; |
|
E. |
overwegende dat digitale technologieën en onlinediensten voordelen kunnen bieden voor minderjarigen door nieuwe mogelijkheden te creëren op het gebied van prestaties, creativiteit en expressie en door onderwijs te ondersteunen; overwegende dat het essentieel is om het recht van minderjarigen op toegang tot het internet te waarborgen, aangezien dit bijdraagt tot hun vrijheid van mening en meningsuiting, van leren en van informatie; overwegende dat minderjarigen geen passieve gebruikers van technologie moeten zijn, maar op actieve wijze de controle over de door hen gebruikte technologieën moeten uitoefenen; overwegende dat mediawijsheid en digitale geletterdheid tegelijkertijd essentiële factoren zijn voor de actieve, creatieve en maatschappelijke participatie van kinderen online, doordat zij zo de vaardigheden verwerven om op een verantwoordelijke en zelfverzekerde manier actief deel te nemen aan de digitale wereld, en er daarbij verder wordt gegaan dan louter risicopreventie; |
|
F. |
overwegende dat de markt voor reclame door influencers in Europa de afgelopen jaren sterk is gegroeid, onder meer door het toenemende belang van socialemediaplatforms, een stijging van de budgetten voor digitale reclame en de toenemende voorkeur van merken voor authentiekere vormen van marketing; overwegende dat bedrijven ernaar streven om jongere, technisch onderlegde consumenten te bereiken en dat influencermarketing daarbij een belangrijke strategie is geworden om merkbekendheid, vertrouwen en geloofwaardigheid op te bouwen; overwegende dat de Europese markt voor influencermarketing de komende vijf jaar naar verwachting zal groeien met een samengesteld jaarlijks groeipercentage van ongeveer 12 % en dat de marktomvang uiterlijk in 2030 naar verwachting 6,4 miljard EUR zal overschrijden, hetgeen duidt op robuuste groeiperspectieven; overwegende dat slechts 20 % van de influencers de commerciële aard van de door hen gedeelde inhoud systematisch aangeeft; |
|
G. |
overwegende dat steeds meer minderjarigen makers van inhoud of kidfluencers worden, wat soms gepaard gaat met commercialisering of vroegtijdige blootstelling aan het publiek, wat kan leiden tot onvrijwillige exploitatie; |
|
H. |
overwegende dat er momenteel geen EU-wetgeving is die uitgebreid aandacht besteedt aan de bescherming van minderjarigen in alle digitale ecosystemen; overwegende dat minderjarigen hetzelfde niveau van bescherming moeten genieten, ongeacht waar zij wonen; overwegende dat onlineplatforms en applicaties verschillende doeleinden en diensten hebben met verschillende ontwerpen, interfaces en functies, wat uiteenlopende risico’s voor minderjarigen met zich mee kan brengen, en dat daarom evenredigheid en een risicogebaseerde beoordeling moeten worden toegepast; overwegende dat minderjarigen online een hoger niveau van bescherming moeten genieten, wat een geharmoniseerde benadering op EU-niveau vereist; overwegende dat de waarborging van een hoger niveau van bescherming van minderjarigen moet worden afgewogen tegen de eerbiediging van hun recht op toegang tot informatie en deelname aan onlinegemeenschappen; |
|
I. |
overwegende dat de bescherming van minderjarigen in de digitaledienstenverordening wordt erkend als een belangrijke beleidsdoelstelling van de Unie en dat die verordening belangrijke bepalingen bevat om minderjarigen online beter te beschermen, zoals artikel 14, lid 3, artikel 28, artikel 34, lid 1, punt d), artikel 35, lid 1, punt j), en artikel 44, lid 1, punt j); overwegende dat in de richtsnoeren van de Commissie inzake maatregelen om een hoog niveau van privacy, veiligheid en beveiliging voor minderjarigen online te waarborgen, overeenkomstig artikel 28, lid 4, van Verordening (EU) 2022/2065, de regels inzake de bescherming van minderjarigen online verder worden verduidelijkt; |
|
J. |
overwegende dat in de richtlijn audiovisuele mediadiensten de bescherming van minderjarigen als een belangrijke beleidsdoelstelling wordt beschouwd en dat in deze richtlijn bepalingen zijn opgenomen om de onlineveiligheid van minderjarigen te verbeteren, met name op videoplatforms; |
|
K. |
overwegende dat PEGI (Pan-European Game Information), een Europees classificatiesysteem voor de inhoud van videogames, consumenten en met name ouders kan helpen weloverwogen beslissingen te nemen over de geschiktheid van videogames en apps voor verschillende leeftijdsgroepen; |
|
L. |
overwegende dat uit gegevens uit verschillende EU-landen blijkt dat minderjarigen, soms onvrijwillig, al op zeer jonge leeftijd toegang hebben tot pornografische inhoud; overwegende dat door naar pornografie te kijken kinderen kunnen worden blootgesteld aan gewelddadige en niet bij hun leeftijd passende inhoud, en dat bewezen is dat dit tot meer agressie en seksueel geweld leidt en aanleiding kan geven tot schadelijk seksueel gedrag bij kinderen en tieners; |
|
M. |
overwegende dat in de digitaledienstenverordening wordt erkend dat instrumenten voor ouderlijk toezicht behoren tot de risicobeperkende maatregelen die voor minderjarigen toegankelijke onlineplatforms moeten nemen, zoals bepaald in artikel 35, lid 1, punt j), en dus een belangrijke rol spelen bij het beheersen van de risico’s voor de veiligheid, privacy en het welzijn van minderjarigen in de digitale omgeving; |
|
N. |
overwegende dat het aantal jonge vrouwen dat het slachtoffer wordt van gendergerelateerd geweld elk jaar toeneemt, met name in de onlineomgeving; overwegende dat jonge vrouwen uit de digitale omgeving worden verdreven en hun vrijheid van meningsuiting wordt aangetast door het uitblijven van maatregelen en het aanhoudende misbruik online; |
|
O. |
overwegende dat de huidige EU-wetgeving dringend op doeltreffende wijze moet worden uitgevoerd en gehandhaafd en dat de resterende uitdagingen moeten worden aangepakt om een veilige onlineomgeving te creëren voor alle gebruikers, in het bijzonder voor minderjarigen; overwegende dat samenwerking met de lidstaten noodzakelijk is om een consistente uitvoering en handhaving van de beschermingsmaatregelen in de hele EU te waarborgen; overwegende dat de handhaving van de bestaande EU-wetgeving in de lidstaten nog steeds onvoldoende middelen krijgt toegewezen, wat leidt tot een versnippering van de uitvoering en verschillen in het niveau van bescherming die minderjarigen online moeten krijgen; overwegende dat internationale samenwerking met niet-EU-landen en mondiale organisaties van essentieel belang is om het grensoverschrijdende karakter van onlinerisico’s en -schade aan te pakken; |
|
P. |
overwegende dat verscheidene lidstaten hebben opgeroepen tot een gemeenschappelijke benadering van digitale meerderjarigheid en in dit verband reeds nationale wetgeving hebben aangenomen; |
|
Q. |
overwegende dat het van het allergrootste belang is dat de gegevens van minderjarigen worden beschermd, onder meer door ervoor te zorgen dat hun gegevens niet worden misbruikt of geëxploiteerd en dat bij alle online-interacties een hoog niveau van privacy, veiligheid en beveiliging voor minderjarigen wordt gewaarborgd, in overeenstemming met de digitaledienstenverordening; |
|
R. |
overwegende dat de vrijheid van meningsuiting en van informatie, zoals gewaarborgd door de digitaledienstenverordening, geen belemmering vormt voor de uitvoering van doeltreffende maatregelen ter bescherming van minderjarigen online; |
|
S. |
overwegende dat de Commissie zich er in haar opdrachtbrieven en tijdens hoorzittingen toe heeft verbonden een wet inzake digitale rechtvaardigheid voor te stellen om onethische technieken en commerciële praktijken aan te pakken die verband houden met donkere patronen, marketing door influencers op sociale media, verslavend ontwerp van digitale producten en diensten en onlineprofilering, met name wanneer de kwetsbaarheid van consumenten, onder wie minderjarigen, voor commerciële doeleinden wordt misbruikt; |
Uitvoering en handhaving van bestaande wetgeving
|
1. |
benadrukt dat voor minderjarigen toegankelijke onlineplatforms krachtens de digitaledienstenverordening passende en evenredige maatregelen moeten nemen om ervoor te zorgen dat minderjarigen een hoog niveau van privacy, veiligheid en beveiliging genieten wanneer zij van hun diensten gebruikmaken; |
|
2. |
neemt kennis van de richtsnoeren van de Commissie inzake maatregelen om een hoog niveau van privacy, veiligheid en beveiliging voor minderjarigen online te waarborgen, overeenkomstig artikel 28, lid 4, van de digitaledienstenverordening; is ingenomen met het brede toepassingsgebied van de richtsnoeren, die beginselen omvatten zoals privacy en beveiliging door ontwerp en praktische richtsnoeren voor de toepassing van waarborgmechanismen op basis van een risicogebaseerde aanpak, met inbegrip van de aanbeveling voor platforms met een hoog risico om nauwkeurige en robuuste mechanismen voor leeftijdsverificatie in te voeren die de privacy waarborgen; is bovendien ingenomen met het feit dat in de richtsnoeren steun wordt gegeven aan beschermende standaardinstellingen, de verantwoordelijkheid van aanbieders van apps wordt bevestigd, ongeacht of deze is gedelegeerd aan exploitanten van besturingssystemen, en dat bestaande instrumenten zoals de codes voor onlineveiligheid door ontwerp en effectbeoordelingen op het gebied van kinderrechten worden bevorderd; |
|
3. |
is van mening dat de richtsnoeren van de Commissie verder kunnen worden verbeterd, met name wat betreft de bescherming van minderjarigen tegen verslavend ontwerp, op profilering gebaseerde aanbevelingen en op betrokkenheid gebaseerde aanbevelingen; merkt voorts op dat deze richtsnoeren niet juridisch bindend zijn en dat er mogelijk verdere wetgevingsmaatregelen nodig zijn; |
|
4. |
benadrukt dat het belangrijk is dat de digitaledienstenverordening en andere relevante wetgeving, waaronder de richtlijn audiovisuele mediadiensten, snel worden uitgevoerd en doeltreffend worden gehandhaafd, en dat deze op nationaal niveau volledig worden uitgevoerd, teneinde de doelstelling van een veilige onlineomgeving voor minderjarigen te verwezenlijken; is ingenomen met de lopende onderzoeken van de Commissie in het kader van de digitaledienstenverordening op het gebied van de bescherming van minderjarigen online, waarin met name aandacht wordt besteed aan verslavend gedrag, het “konijnenhol”-fenomeen, instrumenten voor leeftijdsverificatie en aanbevelingssystemen; dringt er bij de Commissie op aan om haar onderzoeken spoedig af te ronden en alle nodige aanvullende maatregelen te nemen, met inbegrip van boetes en doeltreffende corrigerende maatregelen, overeenkomstig de regels die in het kader van de digitaledienstenverordening zijn vastgesteld; |
|
5. |
herinnert eraan dat de Commissie op 27 mei 2025 een formele procedure heeft ingeleid tegen grote pornografische platforms wegens schending van de verplichtingen die voortvloeien uit digitaledienstenverordening; benadrukt dat het onderzoek van de Commissie specifiek gericht is op de bescherming van minderjarigen online en het gebrek aan doeltreffende maatregelen om de leeftijd van gebruikers te verifiëren; herinnert eraan dat pornografische inhoud, evenals gewelddadige inhoud en inhoud die vrouwonvriendelijke, racistische of homofobe opvattingen bestendigt, zeer ernstige lichamelijke, sociale en emotionele gevolgen kan hebben voor minderjarigen, met een schadelijke uitwerking op hun psychologische ontwikkeling; |
|
6. |
wijst op het belang van gecoördineerde acties van het samenwerkingsnetwerk voor consumentenbescherming (SCB-netwerk) op het gebied van de bescherming van minderjarigen online, die zich met name richten op reclameboodschappen die rechtstreeks tot minderjarigen zijn gericht, het gebruik van agressieve handelspraktijken, het gebrek aan duidelijke en transparante informatie en influencermarketing; |
|
7. |
uit zijn bezorgdheid over de verspreiding van gevaarlijke trends en uitdagingen op onlineplatforms, met inbegrip van gerichte desinformatiecampagnes, en wijst erop dat deze schadelijk kunnen zijn voor minderjarigen; benadrukt het gebrek aan bewustzijn bij ouders en voogden, die vaak maar in beperkte mate kunnen reageren voordat er schade wordt aangericht; dringt er bij onlineplatforms op aan proactief de risico’s voor minderjarigen te beoordelen, in overeenstemming met de bestaande wetgeving, en opkomende gevaarlijke trends en uitdagingen op te sporen; verzoekt de Commissie in samenwerking met de centra voor een veiliger internet een doeltreffend mechanisme voor snelle waarschuwingen op EU-niveau in te stellen om dergelijke problemen op te sporen en platforms te verplichten deze problemen te beperken; verzoekt de Commissie om met een voorstel te komen waarbij platforms verplicht worden informatiepanelen met contactgegevens van ondersteunende diensten van derden weer te geven, zoals organisaties voor hulp bij eetstoornissen of voor zelfmoordpreventie; |
|
8. |
spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat minderjarigen via onlineplatforms worden geronseld door criminele netwerken; is bezorgd over het gebrek aan ambitieuzere risicobeperkende maatregelen ter bescherming van minderjarigen, met name wat betreft melding en actie, hypergepersonaliseerde en op betrokkenheid gebaseerde aanbevelingsalgoritmen die tot verslavend gedrag leiden, en donkere patronen; neemt met bezorgdheid kennis van de trend die onlangs bij sommige grote onlineplatforms is vastgesteld, waarbij deze de strikte praktijken voor inhoudsmoderatie op hun platforms lijken te versoepelen; uit zijn ernstige bezorgdheid dat een dergelijke versoepeling ertoe kan leiden dat minderjarigen en andere kwetsbare gebruikers in grotere mate worden blootgesteld aan schadelijke, illegale of ongepaste inhoud, waardoor de inspanningen voor een veilige onlineomgeving worden ondermijnd; |
|
9. |
benadrukt het belang van de bepalingen inzake risicobeoordeling in de digitaledienstenverordening en wijst erop dat de risicobeoordelingen die door zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines in het kader van de verordening worden uitgevoerd met betrekking tot de veiligheid van minderjarigen online, vaak ontoereikend zijn, niet voldoende gedetailleerd zijn en niet verder gaan dan de informatie die voor het publiek beschikbaar is, geen degelijk onafhankelijk toezicht inhouden en de risico’s voor minderjarigen onderschatten; verzoekt de Commissie ten volle gebruik te maken van de instrumenten die in het kader van de digitaledienstenverordening beschikbaar zijn om deze kwesties aan te pakken en ervoor te zorgen dat de verplichtingen inzake risicobeoordeling en de daarmee samenhangende risicobeperkende maatregelen volledig worden nagekomen; verzoekt de Commissie om, in het kader van haar handhavingsbevoegdheden uit hoofde van de digitaledienstenverordening, ook na te gaan of onlineplatforms aan hun eigen voorwaarden voldoen; verzoekt de Commissie om bij wijze van laatste redmiddel te overwegen websites of applicaties die de regels voortdurend overtreden, te verbieden; verzoekt de Commissie om richtsnoeren, criteria, benchmarks en een duidelijk kader voor onafhankelijke controles te verstrekken; |
|
10. |
verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat risicobeoordelingen robuuster worden door te specificeren welke informatie, gegevens en beoordelingen moeten worden opgenomen in systeemrisicobeoordelingen, zoals gegevens over inkomsten uit gepersonaliseerde versus niet-gepersonaliseerde reclame voor kinderen en een beoordeling van eventuele risico’s voor minderjarigen en de invloed van algoritmen op de gebruikerservaring van minderjarigen, met name de manier waarop algoritmen minderjarigen kunnen blootstellen aan illegale inhoud of verslavende ontwerpkenmerken; benadrukt dat het belangrijk is om minderjarigen, voogden en alle relevante deskundigen bij risicobeoordelingen te betrekken om te waarborgen dat bij het ontwerpen van de dienst naar behoren rekening wordt gehouden met de belangen en behoeften van minderjarigen; spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de aanhoudende nalatigheid van grote digitale platforms om minderjarigen binnen hun diensten naar behoren te beschermen, hetgeen aan het licht is gekomen door klokkenluiders die ernstige inbreuken en schadelijke praktijken hebben onthuld; verzoekt de Commissie actief samen te werken met klokkenluiders die hun bezorgdheid hebben geuit over de bescherming van minderjarigen op digitale platforms en zo voordeel te halen uit hun deskundigheid en inzichten, teneinde de doeltreffendheid van het EU-beleid en de handhavingsmechanismen ter bescherming van minderjarigen online te verbeteren; |
|
11. |
herinnert eraan dat de Commissie en de lidstaten een gedeelde verantwoordelijkheid hebben voor de handhaving van de digitaledienstenverordening; uit zijn bezorgdheid over het feit dat er in verscheidene lidstaten aanzienlijke vertragingen zijn bij het aanwijzen en/of machtigen van digitaledienstencoördinatoren, waardoor de bescherming van consumenten, onder wie minderjarigen, in de hele EU aanzienlijk wordt ondermijnd; is ingenomen met het feit dat er inbreukprocedures zijn ingeleid tegen een aantal lidstaten die hebben nagelaten digitaledienstencoördinatoren aan te wijzen en/of te machtigen; dringt er bij de lidstaten die dit nog niet hebben gedaan op aan om onverwijld digitaledienstencoördinatoren aan te wijzen en te machtigen, en om voldoende middelen toe te wijzen aan digitaledienstencoördinatoren en andere autoriteiten die betrokken zijn bij de handhaving van de digitaledienstenverordening; benadrukt dat er in het kader van het meerjarig financieel kader voor moet worden gezorgd dat de autoriteiten over alle nodige middelen beschikken om hun werkzaamheden naar behoren en doeltreffend uit te voeren; |
|
12. |
roept de Commissie ertoe op om ervoor te zorgen dat de lidstaten een geharmoniseerde aanpak hanteren bij de uitvoering van handhavingsmaatregelen, onder meer door middel van geharmoniseerde operationele procedures voor digitaledienstencoördinatoren, teneinde versnippering van de interne markt te voorkomen; verzoekt de Commissie, de raad van digitaledienstencoördinatoren en de bevoegde nationale autoriteiten nauwlettend toe te zien op de doeltreffendheid van de maatregelen die onlineplatforms nemen om minderjarigen te beschermen, en deze te evalueren; dringt er bij de Commissie op aan de samenwerking tussen digitaledienstencoördinatoren en SCB-autoriteiten op het niveau van de lidstaten te vergemakkelijken en richtsnoeren te verstrekken om de lidstaten te helpen deze samenwerking te structureren; |
|
13. |
is ingenomen met de handhavingsinspanningen van het SCB-netwerk op het gebied van consumentenbescherming, met name e-commerce en videogames, om minderjarigen te beschermen tegen schadelijke praktijken, alsook met de voortdurende dialoog met de videogamesector; dringt er bij de Commissie op aan een herziening van de SCB-verordening voor te stellen om ervoor te zorgen dat de Commissie in gevallen van wijdverbreide inbreuken op de EU-consumentenwetgeving over gecentraliseerde onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden in de hele EU beschikt; |
|
14. |
is ingenomen met de geschiktheidscontrole van het consumentenrecht inzake “digitale rechtvaardigheid” door de Commissie; wijst erop dat sommige kwesties met betrekking tot de bescherming van consumenten online nog steeds niet zijn aangepakt, waarbij minderjarigen als bijzonder kwetsbaar worden beschouwd voor oneerlijke en manipulatieve onlinepraktijken; verzoekt de Commissie om minderjarigen online beter te beschermen door middel van de komende verordening digitale rechtvaardigheid; is van mening dat persuasieve technologieën die door onlineactoren worden gebruikt, zoals gerichte reclame, influencermarketing, verslavend ontwerp, lootboxes, inappvaluta’s in videogames en donkere patronen, onder de verordening digitale rechtvaardigheid moeten vallen, die mazen in de wetgeving moet dichten en in overeenstemming moet zijn met de huidige rechtsinstrumenten om consumenten, in het bijzonder minderjarigen, online beter te beschermen, waarbij rekening moet worden gehouden met de noodzaak om onnodige regeldruk te voorkomen; |
Leeftijdsverificatie
|
15. |
merkt op dat er momenteel sprake is van een versnipperde aanpak ten aanzien van leeftijdsgarantiemaatregelen (leeftijdsverificatie, -raming en eigen verklaring) in de EU, en dat dit leidt tot versnippering van de interne markt; erkent dat sommige lidstaten geavanceerde maatregelen hebben genomen om minderjarigen online beter te beschermen; betreurt het dat de verschillende nationale benaderingen kunnen leiden tot een ongelijk niveau van bescherming van minderjarigen in de EU; erkent het belang van de lopende discussies over dit onderwerp op zowel nationaal als EU-niveau teneinde te bepalen hoe deze uitdaging het best op EU-niveau kan worden aangepakt; |
|
16. |
benadrukt dat de culturele normen, maatschappelijke waarden en publieke gevoeligheden met betrekking tot digitale hulpmiddelen en gegevensgebruik aanzienlijk verschillen tussen de lidstaten, hetgeen van invloed is op de wijze waarop samenlevingen aankijken tegen maatregelen zoals leeftijdsverificatie en die maatregelen aanvaarden en vertrouwen; wijst erop dat deze verschillen zorgvuldig in overweging moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat initiatieven op Europees niveau rekening houden met de nationale context en het vertrouwen van het publiek, en tegelijkertijd te zorgen voor doeltreffende instrumenten om minderjarigen te beschermen; |
|
17. |
is ingenomen met de risicogebaseerde benadering van de Commissie in haar richtsnoeren voor doeltreffende, evenredige en de privacy eerbiedigende mechanismen voor leeftijdsgarantie om minderjarigen online te beschermen in overeenstemming met de digitaledienstenverordening; wijst erop dat de Commissie het gebruik van toegangsbeperkingen, ondersteund door leeftijdsverificatiemethoden, beschouwt als een passende en evenredige maatregel om een hoog niveau van privacy, veiligheid en beveiliging voor minderjarigen te waarborgen; verzoekt de Commissie om, indien nodig, passende wetgevingsmaatregelen voor te stellen om rechtszekerheid te verschaffen en te zorgen voor een geharmoniseerde benadering voor veilige en betrouwbare mechanismen voor leeftijdsgarantie, rekening houdend met de richtsnoeren van de Commissie inzake de bescherming van minderjarigen in de hele EU, en om een gelijk niveau van bescherming van minderjarigen in de Unie te waarborgen; |
|
18. |
neemt evenwel kennis van de zorgen over mechanismen voor leeftijdsgarantie in verband met mogelijke onbedoelde gevolgen voor de vrijheden en rechten van het kind; dringt er daarom op aan dat alle wetgevende maatregelen met betrekking tot mechanismen voor leeftijdsgarantie grondig worden beoordeeld op hun gevolgen voor de grondrechten, om te voorkomen dat surveillancemethoden worden ingevoerd, en om ervoor te zorgen dat bij alle voorgestelde oplossingen prioriteit wordt gegeven aan de meest doeltreffende en privacybeschermende maatregelen en dat deze alleen worden getroffen wanneer dat strikt noodzakelijk en evenredig is en gepaard gaat met robuuste waarborgen; |
|
19. |
verzoekt de Commissie te zorgen voor consistentie op het gebied van de veiligheid van minderjarigen online in de verschillende onderdelen van de EU-wetgeving op dit gebied; |
|
20. |
benadrukt dat mechanismen voor leeftijdsgarantie geen wondermiddel zijn om minderjarigen te beschermen tegen de talloze risico’s die ze online lopen; benadrukt dat dergelijke instrumenten geen afbreuk doen aan de verantwoordelijkheid van platforms om ervoor te zorgen dat hun producten veilig en geschikt voor kinderen zijn door ontwerp of door standaardinstellingen; moedigt de ontwikkeling aan van versies van socialemediadiensten die geschikt zijn voor minderjarigen; |
|
21. |
wijst op het initiatief van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen om een panel van deskundigen op te richten dat met spoed onder meer de kwestie van digitale leeftijdsgrenzen moet beoordelen en moet bepalen op welke onlinediensten die van toepassing zouden moeten zijn; |
|
22. |
is van mening dat de Commissie, wanneer zij bevestiging van de leeftijd van gebruikers verlangt, alleen het gebruik van de meest nauwkeurige, robuuste en privacybeschermende mechanismen mag eisen; is van mening dat dergelijke mechanismen systematisch moeten worden ingevoerd voor onlineplatforms of digitale diensten die producten of diensten verkopen waarvoor een leeftijdsgrens geldt krachtens EU- of nationale wetgeving, en voor sociale mediaplatforms, videoplatforms en AI-chatbots, die een risico vormen voor minderjarigen; |
|
23. |
moedigt samenwerking aan tussen de lidstaten die reeds digitale hulpmiddelen voor effectieve leeftijdsverificatie hebben ontwikkeld en de Commissie, teneinde op EU-niveau een krachtig en effectief instrument voor leeftijdsverificatie te ontwikkelen, waarbij de technische specificaties van de eIDAS2-verordening volledig worden nageleefd; |
|
24. |
is ingenomen met de inspanningen van de Commissie om een EU-brede oplossing te bieden door een app voor leeftijdsverificatie en de Europese portemonnee voor digitale identiteit (eID) te ontwikkelen; beveelt de Commissie aan verder te investeren in systemen die de privacy beschermen, zoals “zero-knowledge proof”-protocollen, op basis van de beginselen van minimale blootstelling en gegevensminimalisatie; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de gebruikte mechanismen voor leeftijdsgarantie nauwkeurig, doeltreffend, betrouwbaar, robuust, niet-intrusief, privacyvriendelijk en door ontwerp niet-discriminerend zijn en geen stimulans vormen voor de ontwikkeling van technologieën die gebaseerd zijn op het surveilleren van gebruikers, met name minderjarigen, of op het gebruik van andere onethische technologische praktijken; |
|
25. |
benadrukt dat personen toegang moeten krijgen tot onlineplatforms die standaard gebruikmaken van de eenvoudigste, veiligste en meest privacyvriendelijke optie; is van mening dat de eID-portemonnee tot dusverre aan deze doelstellingen voldoet; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat leeftijdsgarantiemechanismen die in de handel worden gebracht om toegang tot onlinediensten mogelijk te maken, niet gebaseerd zijn op het volgen of profileren van personen, en voldoen aan een maximaal niveau van privacy en nauwkeurigheid voor de verificatie van de leeftijd van de gebruikers; benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat onlineplatforms alleen een ja of nee als antwoord krijgen op de vraag of een gebruiker een bepaalde leeftijd heeft, in plaats van de gebruiker te identificeren; verzoekt de Commissie een beginsel van niet-koppelbaarheid in te voeren om ervoor te zorgen dat noch overheden, noch onlineplatforms kunnen traceren voor welke dienst gebruikers hun instrument voor leeftijdsgarantie hebben toegepast; |
|
26. |
wijst erop dat het de primaire verantwoordelijkheid van de aanbieder is om te zorgen voor een doeltreffende leeftijdsgarantie voor minderjarigen die toegang hebben tot zijn dienst; is ingenomen met het standpunt van de Commissie dat het de verantwoordelijkheid van de aanbieder blijft om ervoor te zorgen dat de door een derde partij gebruikte methode doeltreffend is; |
|
27. |
wijst erop dat verscheidene aanbieders van onlineplatforms mechanismen hebben ingevoerd om te controleren en/of te verifiëren wie toegang heeft tot hun diensten, en dat sommige aanbieders ernstige problemen hebben wat nauwkeurigheid en privacy betreft of gebruikmaken van onethische of vooringenomen mechanismen; merkt voorts op dat sommige onlineplatforms in hun algemene voorwaarden reeds hebben verklaard dat hun diensten niet kunnen worden gebruikt door minderjarigen jonger dan 13 jaar; benadrukt dat ondanks deze mechanismen minderjarigen in grote mate worden blootgesteld aan inhoud die niet geschikt is voor hun leeftijd, dergelijke inhoud hen actief wordt aanbevolen of specifiek op hen gericht is, en minderjarigen aan risico’s blootgesteld worden zoals verslaving aan sociale media, videoplatforms of videogames; benadrukt dat de huidige mechanismen gemakkelijk kunnen worden omzeild en dat het gebruik ervan moet worden aangevuld met sterke en passende waarborgen om een toereikende mate van bescherming van minderjarigen online te garanderen; |
|
28. |
dringt aan op de invoering van een geharmoniseerde Europese digitale leeftijdsgrens van 16 jaar als standaarddrempel waaronder toegang tot online sociale mediaplatforms niet mag worden toegestaan tenzij ouders of voogden hun kinderen daartoe toestemming hebben gegeven; dringt erop aan dat dezelfde leeftijdsgrens geldt voor videoplatforms en AI-chatbots die een risico vormen voor minderjarigen; dringt voorts aan op een geharmoniseerde Europese digitale leeftijdsgrens van 13 jaar, waaronder minderjarigen geen toegang hebben tot sociale mediaplatforms; verzoekt het door voorzitter von der Leyen ingestelde panel van deskundigen om in het kader van hun mandaat de toepassing van een leeftijdsgrens van 13 jaar voor videodiensten en AI-chatbots te beoordelen; wijst erop dat deze drempel zou dienen als een beschermende maatregel om ouders te ondersteunen bij het beheren van de digitale aanwezigheid van hun kinderen en het waarborgen van leeftijdsgeschikte online activiteiten; |
|
29. |
verzoekt daarom de Commissie te overwegen het hoger management persoonlijk aansprakelijk te stellen voor ernstige en aanhoudende niet-naleving van de bepalingen inzake de bescherming van minderjarigen van de artikelen 34 en 35 van de digitaledienstenverordening, teneinde tot een betere naleving aan te zetten; |
|
30. |
benadrukt dat, ook al voeren onlineplatforms mechanismen voor leeftijdsgarantie in, meer maatregelen nodig zijn om onlinediensten veilig te maken voor met name minderjarigen, maar ook voor de rest van de samenleving; concludeert dat verslavende kenmerken en andere problematische mechanismen niet mogen blijven bestaan en dringend moeten worden aangepakt; |
Ouderlijk toezicht
|
31. |
pleit voor meer samenwerking tussen ouders en aanbieders van communicatiediensten, mediabedrijven, uitgevers en ontwikkelaars van videogames en onlineplatforms, bij het vaststellen van bedreigingen voor de veiligheid van kinderen online en het uitwisselen van beste praktijken op dit gebied; |
|
32. |
benadrukt dat de digitaledienstenverordening voorschrijft dat onlineplatforms ervoor moeten zorgen dat er doeltreffende waarborgen zijn om kwetsbare groepen, zoals minderjarigen, te beschermen; benadrukt dat aanbieders van voor minderjarigen toegankelijke onlineplatforms eenvoudig te begrijpen en gebruiksvriendelijke maatregelen voor ouderlijk toezicht kunnen invoeren om ouders en voogden te helpen minderjarigen te beschermen tegen het risico van blootstelling aan schadelijke inhoud; herinnert eraan dat de richtlijn audiovisuele mediadiensten soortgelijke verplichtingen oplegt aan videoplatforms; benadrukt dat maatregelen voor ouderlijk toezicht doeltreffend moeten zijn en moeten worden ontworpen met het oog op privacy, en buitensporige controle van de onlineactiviteiten van minderjarigen moeten voorkomen; is van mening dat het gebruik van deze hulpmiddelen voor ouders facultatief moet zijn; benadrukt dat hulpmiddelen voor ouderlijk toezicht geen afbreuk doen aan de verantwoordelijkheid van onlineplatforms om ervoor te zorgen dat hun producten veilig en geschikt zijn voor minderjarigen door ontwerp of door standaardinstellingen, bijvoorbeeld door standaard de hoogste beveiligings- en privacyinstellingen in te stellen voor accounts van minderjarigen, of door duidelijke en beknopte, gemakkelijk te vinden meldingsmechanismen op te zetten, met name voor minderjarigen; |
|
33. |
uit zijn bezorgdheid over het feit dat ouders vaak niet over de kennis, vaardigheden, en adequate en efficiënte hulpmiddelen beschikken om de onlineactiviteiten van minderjarigen te monitoren en te beheren of niet op de hoogte zijn van de hulpmiddelen die hun ter beschikking staan; merkt op dat zelfs wanneer hulpmiddelen voor ouderlijk toezicht worden gebruikt, deze niet altijd gemakkelijk te vinden of te bedienen zijn en dat minderjarigen ze gemakkelijk kunnen omzeilen; benadrukt dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat dergelijke instrumenten gebruiksvriendelijk, intuïtief, gemakkelijk te vinden en bevattelijk zijn voor alle ouders en verzorgers, ook die met een handicap; dringt er bij de platforms op aan om meer verantwoordelijkheid te nemen voor het bevorderen en verbeteren van de doeltreffendheid van systemen voor ouderlijk toezicht, en verzoekt hen relevante gegevens over de doeltreffendheid van deze systemen te publiceren; |
|
34. |
is van mening dat hulpmiddelen voor ouderlijk toezicht een oplossing zijn om de blootstelling van kinderen aan ongepaste inhoud, diensten of buitensporige schermtijd te beperken, maar dat die instrumenten versnipperd blijven over verschillende platforms en apparaten en voor de gemiddelde ouder of voogd vaak moeilijk effectief te gebruiken zijn; verzoekt de Commissie onlineplatforms en andere digitale diensten aan te moedigen interoperabele hulpmiddelen voor ouderlijk toezicht te ontwikkelen, met inbegrip van een basisreeks interoperabele functies, om versnippering van besturingssystemen en apparaten te ondervangen en ouders in staat te stellen de toegang van hun kinderen tot apparaten en toepassingen te beheren, ongeacht het merk of het besturingssysteem; is van mening dat deze aanpak ook deel moet uitmaken van de geactualiseerde Commissierichtsnoeren van inzake de bescherming van minderjarigen; |
|
35. |
benadrukt het belang van bestaande voorlichtingscampagnes van bepaalde lidstaten om ouders en voogden te ondersteunen bij het waarborgen van de veiligheid van minderjarigen op internet en socialemediaplatforms aan de hand van informatie en bewustmaking over het gebruik van hulpmiddelen voor ouderlijk toezicht; |
De lacunes in de huidige EU-wetgeving opvullen
Digitale verslaving
|
36. |
erkent dat bepaalde ontwerpkenmerken ook enkele voordelen met zich mee kunnen brengen, zoals het helpen van gebruikers bij het vinden van relevante en hoogwaardige inhoud en het mogelijk maken van een door gebruikers gestuurde beoordeling van de kwaliteit van de inhoud; benadrukt evenwel dat verslavend gebruik van digitale producten en diensten het risico van economische, lichamelijke en geestelijke schade voor minderjarigen met zich meebrengt; wijst erop dat verslavende ontwerpkenmerken vaak inherent zijn aan het bedrijfsmodel van platforms, met name sociale media, maar ook aan bepaalde onlinediensten en onlinegames, en dat ze ook worden gebruikt door dienstverleners die niet binnen het toepassingsgebied van de digitaledienstenverordening vallen, wat leidt tot commerciële uitbuiting van minderjarigen; wijst er voorts op dat sommige verslavende ontwerpkenmerken ook tot uiting kunnen komen in algoritmische aanbevelingssystemen die voorrang geven aan emotieve, extreme, ongepaste of (hyper)gepersonaliseerde inhoud om de betrokkenheid van gebruikers te maximaliseren; vreest dat onlineplatforms minderjarigen steeds vaker in schadelijke “rabit holes” van toxische content kunnen doen belanden of misbruik kunnen maken van de kwetsbaarheid van minderjarigen voor reclamedoeleinden; merkt op dat de Commissie reeds onderzoeken heeft ingesteld naar verslavende ontwerpen in het kader van de digitaledienstenverordening; dringt aan op de doeltreffende handhaving van bestaande bepalingen in het kader van de digitaledienstenverordening die betrekking hebben op verslavende ontwerpkenmerken als onderdeel van de verplichtingen inzake risicobeoordeling en -beperking; verzoekt de Commissie wetgeving voor te stellen die leeftijdsgeschikte ontwerpen, veiligheid door ontwerp en door standaardinstellingen verplicht stelt en van alle platforms en andere handelaren verlangt dat ze de nodige risicogebaseerde beveiligingen inbouwen in hun aanbevelingssystemen, aanbevelingsalgoritmen op basis van betrokkenheid voor minderjarigen verbieden, de meest schadelijke verslavende praktijken verbieden en andere verslavende ontwerpkenmerken standaard uitschakelen voor minderjarigen, waar nodig; |
|
37. |
benadrukt dat kenmerken als “eindeloos scrollen” (20), “autoplay” (21), “pull to refresh”, verdwijnende verhalen, beloningen en stimulansen voor continu of herhaald gebruik en sancties voor inactiviteit, streaks en buitensporige pushmeldingen en op gokken gelijkende mechanismen (“lootboxes”) en schadelijke gamificationpraktijken door middel van ontwerp bedoeld zijn om de besluitvorming van minderjarigen te beïnvloeden en hen te lokken met manipulatieve strategieën die erop gericht zijn hun betrokkenheid en de hoeveelheid tijd en geld die zij online besteden, te vergroten; wijst erop dat dergelijke kenmerken een negatieve invloed kunnen hebben op het vermogen van minderjarigen om zich te concentreren en op een gezonde manier om te gaan met online-inhoud; wijst erop dat kenmerken zoals autoplay al worden gebruikt voor video-inhoud die gericht is op minderjarigen; herhaalt de oproep van het Parlement om verslavend ontwerp in alle onlinediensten en voor alle leeftijden doeltreffend aan te pakken bij de herziening van de wetgeving inzake consumentenbescherming en dringt in dat verband aan op ambitieuze maatregelen op EU-niveau; |
|
38. |
benadrukt dat bepaalde kenmerken van digitale diensten, zoals het “like”-mechanisme, cyclische sociale erkenning en leesbevestigingen, kunnen worden gezien als iets dat goedkeuring zoekend gedrag en sociale vergelijking stimuleert en zelfacceptatie en zelfwaarde ondergraaft wanneer de gewenste feedback uitblijft, en wijst erop dat ze door onlineplatforms en handelaren worden gebruikt als een krachtige motivator voor betrokkenheid, met name van minderjarigen; |
|
39. |
verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de aanbevelingssystemen van aanbieders van socialemediaplatforms en videoplatforms minderjarigen geen inhoud voorstellen op basis van profilering; wijst erop dat dit de geestelijke gezondheid van minderjarigen helpt beschermen, verslavingsgedrag vermindert en betekenisvollere offline-ervaringen stimuleert; |
|
40. |
benadrukt de effecten van buitensporige schermtijd en problematisch smartphonegebruik op de geestelijke en lichamelijke gezondheid; is ingenomen met de aankondiging van de voorzitter van de Commissie in haar toespraak over de Staat van de Unie 2025 om voor het einde van het jaar een panel van deskundigen bijeen te roepen voor de toegang van kinderen tot sociale media; verzoekt de Commissie dringend een dergelijk panel bijeen te roepen en ervoor te zorgen dat het samenwerkt met de Wereldgezondheidsorganisatie en de nationale gezondheidsautoriteiten van de lidstaten, alsook met vertegenwoordigers van jongeren en ouders, teneinde Europese, empirisch onderbouwde en geavanceerde richtsnoeren inzake schermtijd voor minderjarigen uit te vaardigen om de bescherming van minderjarigen als onlineconsumenten te verbeteren, voortbouwend op het werk dat reeds is verricht in Frankrijk, Zweden en Nederland; merkt op dat deze richtsnoeren aanwijzingen moeten bevatten over leeftijdsgeschikt schermgebruik, waaronder maximale tijd per leeftijd, aanbevelingen per type onlinedienst uitgesplitst naar verschillende leeftijdscategorieën, een aanbevolen minimumleeftijd voor het gebruik van smartphones en, in voorkomend geval, andere apparaten, en bijvoorbeeld aanbevelingen voor het gebruik van smartphones op scholen; benadrukt de urgentie om voortgang te boeken met de bevindingen van het EU-brede onderzoek naar de bredere impact van sociale media, dat meer aandacht zou moeten besteden aan schermtijd en als basis zou kunnen dienen voor verdere maatregelen ter bescherming van minderjarigen; roept de Commissie en de lidstaten op om de kwestie aan te pakken van het vertroebelen van de controle van gebruikers over de tijd die zij online doorbrengen en overmatige schermtijd, en ouders bewust te maken van de gevolgen en risico’s van overmatige schermtijd en problematisch internetgebruik, indien van toepassing, op basis van deze richtsnoeren; |
|
41. |
onderstreept het groeiende probleem van de online verspreiding van extreme inhoud die als illegaal kan worden beschouwd; nauw verband houdt met het commerciële ontwerp van bepaalde onlineplatforms, die functies kunnen bevatten die digitale verslaving bevorderen, de betrokkenheid maximaliseren en een negatieve invloed hebben op het maatschappelijk debat; merkt op dat minderjarigen bijzonder kwetsbaar kunnen zijn voor dergelijke inhoud als gevolg van ontwikkelingsfactoren, zoals verhoogde emotionele reactiviteit, een gebrek aan kritisch beoordelingsvermogen en beperkte impulsbeheersing; benadrukt dat, aangezien minderjarigen veel tijd online doorbrengen, hun blootstelling aan extreme online-inhoud geleidelijk kan bijdragen tot de normalisering van bepaalde vormen van extremisme; is van mening dat dit groeiende probleem dringend moet worden aangepakt in het kader van de risicobeoordelingen en risicobeperkende maatregelen uit hoofde van de artikelen 34 en 35 van de digitaledienstenverordening, waarin gendergerelateerd geweld, bescherming van minderjarigen, geestelijk welzijn en het belang van inhoudsmoderatie en algoritmische versterking in dit verband uitdrukkelijk worden genoemd; merkt op dat er de afgelopen jaren een opvallende toename is geweest van extremistische activiteiten onder minderjarigen; |
Donkere patronen
|
42. |
benadrukt dat 97 % (22) van de populairste websites en apps die door consumenten in de EU worden gebruikt, ten minste één donker patroon gebruikt; benadrukt dat minderjarigen bijzonder kwetsbaar zijn voor donkere patronen; wijst erop dat minderjarigen vanwege hun ontwikkelingsfase en psychologische kwetsbaarheden gemakkelijker worden gemanipuleerd om bijvoorbeeld persoonsgegevens te delen of onbedoelde onlineaankopen te doen of applicaties te installeren; benadrukt de noodzaak van krachtige handhaving van de relevante bepalingen van met name de richtlijn oneerlijke handelspraktijken en de digitaledienstenverordening om manipulatief interface-ontwerp te voorkomen, met name wanneer kwetsbare gebruikers de doelgroep zijn; |
|
43. |
wijst erop dat er geen alomvattende EU-verordening inzake donkere patronen bestaat; wijst erop dat de EU stappen heeft gezet om donkere patronen aan te pakken via verschillende rechtsinstrumenten, zoals de richtlijn oneerlijke handelspraktijken en de digitaledienstenverordening; benadrukt evenwel dat het verbod op donkere patronen in de digitaledienstenverordening alleen van toepassing is op onlineplatforms, terwijl donkere patronen in alle sectoren op grote schaal worden gebruikt; herinnert eraan dat de richtlijn oneerlijke handelspraktijken voorziet in een algemeen verbod op donkere patronen en dat de zwarte lijst van deze richtlijn alleen bepaalde donkere patronen rechtstreeks verbiedt en dat geen van de huidige verboden specifiek betrekking heeft op digitale interfaces; vreest dat dit leidt tot rechtsonzekerheid voor consumenten, met inbegrip van minderjarigen, bedrijven en autoriteiten; |
|
44. |
dringt er daarom bij de Commissie op aan de onderlinge samenhang van bestaande wetgeving inzake donkere patronen te verduidelijken en te overwegen de lijst van oneerlijke handelspraktijken in bijlage I bij de richtlijn oneerlijke handelspraktijken te herzien om waar nodig verdere juridische lacunes op te vullen; wijst met name op praktijken zoals bepaalde keuzes meer op de voorgrond plaatsen wanneer consumenten wordt gevraagd een beslissing te nemen, consumenten vragen een keuze te maken die reeds is gemaakt, het belemmeren van vrije keuze, bijvoorbeeld door alle signalen dat het tijd is om te stoppen te verwijderen, het moeilijk maken om de standaardinstellingen te wijzigen, emotionele taal gebruiken om consumenten in de richting van bepaalde keuzes te sturen, dubbelzinnige taal gebruiken om consumenten in verwarring te brengen wanneer hun wordt gevraagd een beslissing te nemen, en een gevoel van urgentie creëren door ten onrechte aan te geven dat andere gebruikers momenteel ook geïnteresseerd zijn in bepaalde producten of diensten of dat er nog maar een paar artikelen beschikbaar zijn, of ten onrechte aangeven dat veel gebruikers onlangs een bepaald product hebben gekocht; |
Videogames
|
45. |
wijst erop dat onlinevideogames binnen het toepassingsgebied van de digitaledienstenverordening vallen voor zover ze als tussenhandeldienst of platform kunnen worden aangemerkt; verzoekt de Commissie de betreffende bepalingen van de digitaledienstenverordening krachtig te handhaven; benadrukt evenwel dat aanbieders van onlinevideogames die niet als tussenhandeldienst of platform worden aangemerkt, niet aan de regels van de digitaledienstenverordening onderworpen zijn; verzoekt de Commissie, in voorkomend geval, te zorgen voor verplichtingen die gelijkwaardig zijn aan de digitaledienstenverordening voor alle onlinevideogames, ongeacht of aanbieders al dan niet als onlineplatform in de zin van de digitaledienstenverordening worden aangemerkt; verzoekt de Commissie beoordelingen van de effecten op kinderen verplicht te stellen voor onlinegames die gericht zijn op minderjarigen, zodat risico’s voor kinderen voortdurend kunnen worden vastgesteld en beperkt; |
|
46. |
wijst op de inzet van de videogamesector op het gebied van zelfregulering, zoals blijkt uit de invoering van leeftijdsaanbevelingssystemen, die een rol spelen bij de bescherming van een jonger publiek en de bevordering van verantwoorde gamingpraktijken; herinnert eraan dat alle in Europa geleverde videogames in overeenstemming moeten zijn met de PEGI-gedragsregels; |
|
47. |
uit zijn bezorgdheid over het feit dat videogames in toenemende mate een commerciële omgeving voor minderjarigen zijn, vaak ongewenste uitgaven aanmoedigen en gepaard gaan met de verkoop van virtuele artikelen, waaronder op toeval gebaseerde beloningen en gokachtige mechanismen zoals lootboxes, en met het gebruik van intermediaire virtuele in-appvaluta’s, die het moeilijk kunnen maken de werkelijke waarde van de transactie en de werkelijke prijs van elke afzonderlijke aankoop te beoordelen; |
|
48. |
benadrukt dat videogames met chatboxen die communicatie tussen gebruikers mogelijk maken, een gevaar vormen voor kinderen en hen kwetsbaar maken om op slinkse wijze te worden gedwongen om artikelen te kopen en persoonsgegevens, waaronder bankgegevens, te delen; |
|
49. |
betreurt het dat er geen EU-wetgeving bestaat die specifiek kenmerken zoals virtuele items of in-appvaluta’s reguleert; wijst erop dat bepaalde lidstaten nationale wetten hebben aangenomen om gaming verder te reguleren en dat dit leidt tot marktversnippering, wat nadelig is voor consumenten en EU-bedrijven; verzoekt de Commissie deze nationale initiatieven te beoordelen om te bepalen of een initiatief op EU-niveau nodig is om marktversnippering te voorkomen en een geharmoniseerd en hoog beschermingsniveau in de hele Unie te waarborgen; |
|
50. |
merkt op dat veel minderjarigen toeschouwers zijn bij e-sportcompetities; betreurt, naast de legitieme sponsoring van e-sportteams of -competities, de toename van sponsoring van e-sportspelers, -teams of -competities door websites van derden die het mogelijk maken virtuele artikelen te ruilen of voor echt geld te kopen en te verkopen door middel van automatiseringssoftware (bots), waardoor de economieën in het spel worden verstoord en eerlijke concurrentie wordt ondermijnd; herinnert eraan dat deze praktijk vaak in strijd is met de voorwaarden van uitgevers van videogames; verzoekt uitgevers van videogames maatregelen te nemen om deze praktijken te beletten wanneer er sprake is van een inbreuk op de algemene voorwaarden; |
|
51. |
benadrukt dat minderjarigen met een handicap onlinevideogames moeten kunnen spelen; neemt kennis van de inspanningen van videogamebedrijven op het gebied van toegankelijkheid en moedigt videogamebedrijven aan om hun inspanningen voort te zetten; verzoekt de Commissie om samen met uitgevers van videogames initiatieven voor te stellen om de toegankelijkheid van onlinevideogames voor personen met een handicap te verbeteren; |
|
52. |
dringt er bij de Commissie op aan een hoog niveau van bescherming te waarborgen voor minderjarigen die videogames spelen, met name door “lootboxes” en andere willekeurige inhoud zoals raden van fortuin, prijzenwielen en kaartspelen in ruil voor echt geld te verbieden in games waartoe minderjarigen waarschijnlijk toegang zullen hebben, en de risico’s aan te pakken in verband met in-appvaluta’s, microtransacties en “pay-to-progress”- en “pay-to-win”-mechanismen die toegankelijk zijn voor minderjarigen en zodanig kunnen worden gepresenteerd dat zij aanzetten tot overbesteding of gokgedrag, of die deel uitmaken van de kerndynamiek van de game en derhalve aan de gebruikers worden opgedrongen; |
Speelgoed
|
53. |
benadrukt dat speelgoed met artificiële intelligentie (AI) risico’s kan inhouden voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van kinderen, alsook voor de privacy, gegevensbescherming en veiligheid; benadrukt dat speelgoed dat als veiligheidscomponenten AI-systemen bevat, overeenkomstig de op stapel staande verordening betreffende de veiligheid van speelgoed (23) wordt beschouwd als AI-systemen met een hoog risico en een conformiteitsbeoordeling door een derde partij vereist, tenzij de relevante geharmoniseerde normen zijn toegepast; verzoekt fabrikanten te zorgen voor naleving van zowel de verordening betreffende de veiligheid van speelgoed als de verordening artificiële intelligentie (AI-verordening), en daarbij een doeltreffend risicobeheer, transparantie, menselijk toezicht en robuust gegevensbeheer toe te passen om minderjarigen online te beschermen; |
Gerichte reclame
|
54. |
wijst erop dat het volgen van minderjarigen en het versturen van gerichte reclame de asymmetrie tussen minderjarigen enerzijds en handelaren en aanbieders van digitale diensten anderzijds vergroot en tot een hoger risico op oneerlijke handelspraktijken, met name manipulatie, leidt; wijst erop dat het volgen van minderjarigen online ook een veiligheidsrisico kan inhouden, bijvoorbeeld doordat het hen kwetsbaarder maakt voor fraude, manipulatie of buitenlandse beïnvloeding als de over hen verzamelde gegevens tegen hen worden gebruikt; wijst erop dat minderjarigen in dit opzicht bijzonder kwetsbaar zijn omdat zij gemakkelijker kunnen worden uitgebuit of misleid; verzoekt de Commissie en de lidstaten daarom bijzondere aandacht te besteden aan het voortbestaan van dergelijke risico’s, met name in toekomstige initiatieven; |
|
55. |
benadrukt dat, ondanks de bestaande wettelijke bescherming in de digitaledienstenverordening, uit studies is gebleken dat minderjarigen nog steeds via proxycategorieën met advertenties kunnen worden benaderd; benadrukt dat uit onderzoek is gebleken dat veel reclamepraktijken verdekt en frauduleus zijn en derhalve in het bijzonder voor minderjarigen misleidend kunnen zijn (24); verzoekt de Commissie bijzondere aandacht te besteden aan dergelijke mogelijke omzeiling van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken wanneer het gaat om de bescherming van minderjarigen bij de handhaving van de relevante bepalingen van de digitaledienstenverordening, en mogelijke tekortkomingen aan te pakken; |
|
56. |
benadrukt dat minderjarigen meer bescherming nodig hebben tegen gedragsmonitoring, -profilering en -beïnvloeding; wijst erop dat de digitaledienstenverordening op minderjarigen gerichte reclame op basis van profilering op onlineplatforms verbiedt; verzoekt de Commissie een onderzoek in te stellen wanneer dit verbod wordt geschonden; wijst erop dat dit verbod momenteel niet geldt voor andere handelaren en digitale diensten die gepersonaliseerde reclame zouden kunnen maken; benadrukt dat minderjarigen een hoog en consistent niveau van bescherming moeten genieten, ongeacht het soort dienst; verzoekt de Commissie soortgelijke verplichtingen in te voeren die voor alle digitale diensten en handelaren gelden; |
|
57. |
benadrukt dat mededelingen van algemeen belang, zoals het promoten van hulplijnen voor de bescherming van minderjarigen, weliswaar via soortgelijke kanalen en technieken als reclame kunnen worden verspreid, maar daarom niet altijd reclame zijn, vooral als het hoofddoel ervan is om het publiek te informeren of van nut te zijn en niet om commercieel gewin te behalen; merkt echter op dat het verbod op gerichte reclame voor minderjarigen, zoals vastgelegd in de digitaledienstenverordening, dergelijke mededelingen kan verhinderen; verzoekt de Commissie deze kwestie te beoordelen en na te gaan hoe dergelijke mededelingen van algemeen belang die gericht zijn op de bescherming van minderjarigen doeltreffend kunnen blijven worden verspreid; |
Marketing door influencers
|
58. |
wijst erop dat het consumentenrecht van de EU de problemen met marketing door influencers slechts gedeeltelijk ondervangt en dat het promoten van een onrealistische levensstijl en gevaarlijke of ongezonde producten of diensten voor minderjarigen door influencers en de schadelijke handelspraktijken in verband met marketing door influencers nog steeds een realiteit zijn; |
|
59. |
wijst ook op het zorgwekkende gebruik van afbeeldingen van minderjarigen door “ouderinfluencers” of “gezinsinfluencers” buiten elk rechts- of ethisch kader, vaak in ruil voor financiële beloning, hetgeen ernstige vragen oproept over toestemming, privacy en de commerciële uitbuiting van minderjarigen; |
|
60. |
benadrukt dat hoewel socialemediaplatforms minimumleeftijdsvereisten hebben, minderjarigen onder deze leeftijd erop geraken en als kidfluencers actief zijn; benadrukt deze wijdverspreide aanwezigheid van minderjarigen en de toenemende trend van kidfluencing onder minderjarigen van alle leeftijden; |
|
61. |
benadrukt dat volgers van kidfluencers doorgaans zelf minderjarigen zijn; wijst erop dat het zeer waarschijnlijk is dat minderjarigen via marketing door kidfluencers rechtstreeks worden aangezet om geadverteerde producten te kopen of om hun ouders of andere volwassenen ertoe te overhalen die producten voor hen te kopen, hetgeen in strijd is met de richtlijn oneerlijke handelspraktijken (25); wijst erop dat te betwijfelen valt of kidfluencers op de hoogte zijn van de wettelijke regels die op hun activiteiten van toepassing zijn; |
|
62. |
benadrukt de uitdagingen waarmee minderjarigen kunnen worden geconfronteerd als influencers of hoofdpersonen van de door een andere influencer gegenereerde inhoud (d.w.z. sharenting); wijst erop dat deze activiteit kidfluencers afhankelijk maakt van platforms, van feedback uit de gemeenschap zoals “likes”, van kijkcijfers/beoordelingen en van de druk om voortdurend inhoud te creëren voor commercieel gewin; |
|
63. |
verzoekt de Commissie minderjarigen te beschermen tegen commerciële uitbuiting, onder meer door platforms te verbieden munt te slaan uit of financiële of materiële stimulansen te bieden voor kidfluencing; benadrukt dat bepaalde lidstaten hun bestaande nationale wettelijke regelingen ter bescherming van kindacteurs hebben uitgebreid tot minderjarige influencers; verzoekt de lidstaten te overwegen gelijkwaardige niveaus van bescherming van minderjarigen vast te stellen door een soortgelijk regelgevingskader toe te passen; |
|
64. |
benadrukt dat consumenten, met inbegrip van minderjarigen, te maken hebben met een gebrek aan transparantie over de betaalde promotie van producten door influencers op sociale media en moeite hebben om commerciële en niet-commerciële inhoud van elkaar te onderscheiden; benadrukt dat een aantal lidstaten is begonnen op nationaal niveau regels voor influencers vast te stellen; onderstreept dat er een EU-breed transparantie- en bekendmakingsmechanisme nodig is voor reclame-inhoud die door influencers wordt gepromoot; onderstreept voorts dat de gefragmenteerde toepassing en handhaving van de bestaande regels moet worden teruggedrongen en dat de consumentenregels van de EU verder moeten worden aangescherpt; wijst erop dat transparantieverplichtingen gepaard moeten gaan met duidelijke regels over de wijze waarop betaalde inhoud aan consumenten, met name minderjarigen, moet worden getoond, aangezien steeds meer wordt erkend dat er behoefte is aan verdere transparantieverplichtingen en aan meer harmonisatie op de interne markt; |
|
65. |
is ingenomen met de Influencer Legal Hub van de Commissie, die hulpmiddelen en opleidingen biedt om influencers en andere relevante partijen te helpen de EU-wetgeving inzake consumenten en reclame te begrijpen en na te leven; |
|
66. |
verzoekt de Commissie merken aan te moedigen om samen te werken met influencers die vrijwillig gecertificeerd kunnen zijn om ervoor te zorgen dat zij kennis hebben van de op hun activiteiten toepasselijke wettelijke regels, zodat merken die samenwerken met gecertificeerde influencers ervan op aan kunnen dat hun producten op een wettelijk conforme manier op de markt worden gebracht en gebruikers meer vertrouwen kunnen stellen in influencers; |
|
67. |
herinnert eraan dat de richtlijn audiovisuele mediadiensten minderjarigen bescherming biedt tegen commerciële communicatie die gedrag aanmoedigt dat schadelijk is voor de gezondheid of veiligheid van een persoon; merkt echter op dat die richtlijn op influencers van toepassing is voor zover zij als aanbieders van mediadiensten worden aangemerkt; benadrukt dat daarom niet alle influencers onder de richtlijn audiovisuele mediadiensten vallen; merkt voorts op dat de Commissie in haar richtsnoeren van 2021 in verband met de richtlijn oneerlijke handelspraktijken heeft verduidelijkt dat influencers onder deze richtlijn kunnen vallen, met inbegrip van het verbod op misleidende en oneerlijke handelspraktijken; merkt echter op dat de Commissie in de geschiktheidscontrole inzake digitale rechtvaardigheid van 2024 heeft geconcludeerd dat er nog steeds rechtsonzekerheid over de toepasselijke regels heerst en dat er een risico op versnippering van de regelgeving bestaat; verzoekt de Commissie daarom verder te beoordelen of er rechtsonzekerheid moet worden aangepakt, onder meer door een geharmoniseerde definitie van “influencermarketing” vast te stellen, en in voorkomend geval het verbod op handelspraktijken aan te scherpen waarbij influencers producten, trends, uitdagingen of gedragingen promoten die minderjarigen in gevaar kunnen brengen, met inbegrip van gezondheidsrisico’s of financiële risico’s; |
|
68. |
spreekt zijn bezorgdheid uit over de snelle verspreiding van door AI gegenereerde inhoud waarin bekende persoonlijkheden, makers van online-inhoud en merken worden geïmiteerd, waarbij het vertrouwen van gebruikers wordt misbruikt voor commercieel gewin of voor de verspreiding van desinformatie; verzoekt de Commissie dit soort oplichting en identiteitsmisbruik in het kader van de digitaledienstenverordening en de AI-verordening als onderdeel van mogelijke systeemrisico’s te bestempelen, en te overwegen maatregelen te nemen om minderjarigen tegen misleiding en bedrog te beschermen en om bedrijven en consumenten die van deze oplichting en identiteitsmisbruik het slachtoffer zijn, verhaalmogelijkheden te bieden; |
|
69. |
verzoekt de Commissie de EU-regels aan te passen, onder meer door de verantwoordelijkheden van platforms, influencers en andere actoren in de waardeketen, zoals hun agentschappen, en de merken waarvan de producten en diensten worden gepromoot, waar nodig te verduidelijken; |
Artificiële intelligentie
|
70. |
wijst erop dat generatieve AI-tools steeds gemakkelijker toegankelijk worden, ook voor minderjarigen; wijst op de risico’s met betrekking tot transparantie, trainingsgegevens, manipulatie en antropomorfe AI, deepfakes, gezelschapschatbots en AI-agenten, die allemaal een vertekend beeld van de werkelijkheid kunnen geven, tot misinformatie kunnen leiden of de geestelijke gezondheid kunnen schaden, wat in sommige gevallen reeds tot grote tragedies, waaronder zelfmoorden, heeft geleid of gebruikers ertoe heeft gebracht onbedoelde onlineaankopen te doen en persoonsgegevens te delen; waarschuwt in het bijzonder voor het misbruik van online beschikbare afbeeldingen van kinderen, die door AI-technologieën kunnen worden gebruikt voor ongepaste of schadelijke doeleinden, waaronder het creëren van gemanipuleerde of beledigende inhoud; is zeer bezorgd over het feit dat ondernemingen hun inspanningen zijn beginnen terug te schroeven om AI-modellen te testen op veiligheid en grondrechten (26), waardoor minderjarigen een bijzonder risico lopen bij hun interactie met AI; benadrukt in dit verband hoe belangrijk het is de AI-verordening uit te voeren en doeltreffend te handhaven; |
|
71. |
wijst erop dat door AI ondersteunde applicaties gegevens van kinderen kunnen verzamelen en verwerken zonder de geïnformeerde toestemming of zonder medeweten van het kind of zijn wettelijke voogden, in het bijzonder met betrekking tot de rechten van het kind als betrokkene; |
|
72. |
wijst op de mogelijke risico’s dat generatieve AI-programma’s worden gebruikt door kinderlokkers om gemakkelijker kinderen te lokken en seksueel te misbruiken, of om er geseksualiseerd deepfakemateriaal van minderjarigen mee te maken, waarvan leeftijdsgenoten gebruikmaken bij cyberpesten, en benadrukt dat de dienstverleners en platforms die deze tools beschikbaar stellen, dit moeten verhinderen; |
|
73. |
erkent dat er een aanzienlijke dreiging uitgaat van door AI ondersteunde naaktapplicaties, waarmee gebruikers gemanipuleerde afbeeldingen van personen kunnen aanmaken zonder hun toestemming, hetgeen een inbreuk vormt op hun privacy en waardigheid; erkent dat dergelijke technologieën gendergerelateerd cybergeweld in de hand kunnen werken; verzoekt de Commissie dringend de ethische en juridische uitdagingen aan te pakken die deze technologieën met zich meebrengen; |
|
74. |
benadrukt dat minderjarigen bijzonder kwetsbaar zijn voor verslavende ontwerpkenmerken van interactieve AI-applicaties en games, die vaak doelbewust zijn ontwikkeld met het oog op zo veel mogelijk interactie; benadrukt dat AI-gestuurde aanbevelingsalgoritmen tot buitensporige schermtijd kunnen leiden en afhankelijkheid kunnen veroorzaken, hetgeen de cognitieve, emotionele en sociale ontwikkeling van minderjarigen in de weg kan staan en de ontwikkeling van individuele vaardigheden en competenties kan belemmeren; |
|
75. |
wijst erop dat de AI-verordening een belangrijk instrument is om de systeemrisico’s van AI-systemen aan te pakken, met name voor de volksgezondheid, de (openbare) veiligheid, de grondrechten of de samenleving als geheel (27), en om een minimaal niveau van veiligheid en betrouwbaarheid voor AI in de EU vast te stellen, met inbegrip van AI-systemen die worden gebruikt bij het genereren van inhoud, aanbevelingssystemen en gebruikersbetrokkenheid op onlineplatforms; dringt aan op een snelle uitvoering en handhaving van de verplichtingen die uit de AI-verordening voortvloeien, om te zorgen voor veilige en betrouwbare AI die ook veilig is voor minderjarigen; verzoekt de Commissie en de autoriteiten van de lidstaten de bepalingen van de AI-verordening met betrekking tot manipulatieve en misleidende chatbots vastberaden te handhaven; |
|
76. |
wijst op het cruciale belang van de gedragscode inzake AI voor algemene doeleinden als hoeksteen voor de doeltreffende uitvoering van de in de AI-verordening uiteengezette verplichtingen inzake de beperking van systeemrisico’s, met name om de grondrechten te beschermen en de risico’s voor minderjarigen aan te pakken; |
|
77. |
merkt op dat AI-agenten, -metgezellen en -chatbots voor minderjarigen steeds vaker online voorkomen en aanzienlijke risico’s kunnen inhouden voor de rechten van minderjarigen en een gezonde ontwikkeling; benadrukt dat de Commissie, in het kader van haar lopende evaluatie van de consumentenwetgeving, aanvullende waarborgen, transparantienormen en een verbod op mensachtige kenmerken moet overwegen, om te voorkomen dat kinderen ertoe worden aangezet om aankopen te doen, en om ervoor te zorgen dat kinderen zich gemakkelijk kunnen losmaken van AI-chatbots; |
|
78. |
verzoekt de lidstaten met spoed bevoegde autoriteiten aan te wijzen die belast zijn met de handhaving van het verbod op bepaalde praktijken, en de AI-verordening ambitieus en doeltreffend te handhaven, in het bijzonder maar niet uitsluitend wat de bepalingen met betrekking tot de bescherming van minderjarigen betreft; benadrukt dat de bevoegde autoriteiten bijzondere aandacht moeten besteden aan AI-systemen, met name die welke door socialemediaplatforms worden ingezet, en moeten onderzoeken of AI-systemen die waarschijnlijk door minderjarigen zullen worden gebruikt, de kwetsbaarheden van minderjarigen uitbuiten of hun gedrag verstoren op een wijze die ertoe leidt of waarvan redelijkerwijze te verwachten is dat deze ertoe zal leiden dat deze of andere personen aanzienlijke schade oplopen, zoals verboden door de AI-verordening; |
|
79. |
acht het voorts van belang onderzoek op het gebied van AI voor en met kinderen te ondersteunen en stimulansen te bevorderen om de digitale kloof te verkleinen; |
Mediawijsheid, digitale geletterdheid en educatie op dat vlak
|
80. |
erkent het belang van mediawijsheid en digitale geletterdheid om minderjarigen in staat te stellen op veilige en verantwoorde wijze door de onlinewereld te navigeren en daarbij kritisch na te denken; wijst erop dat de lidstaten en de Europese Unie de bevoegdheid hebben om specifieke maatregelen op dit gebied vast te stellen, ook met betrekking tot onderwijs; bepleit mediawijsheid en digitale geletterdheid in de nationale leerplannen op te nemen en regelmatig opleidingsprogramma’s voor leerkrachten en opleiders te ontwikkelen; benadrukt dat mediawijsheid moet worden gekoppeld aan basisvaardigheden, zoals leesbegrip, en onderstreept dat AI-geletterdheid en digitale geletterdheid belangrijke voorwaarden zijn om een veiliger internetomgeving te creëren en onlinerisico’s te herkennen; wijst erop dat zowel de mogelijke schade als de beschikbare schadebeperkende instrumenten moeten worden beoordeeld, terwijl ook moet worden onderzocht welke positieve rol digitale omgevingen kunnen spelen bij de toegang tot informatie, onderwijs en burgerparticipatie; erkent de rol van publieke media bij het aanbieden van diverse, hoogwaardige inhoud aan minderjarigen, om educatieve en culturele doelstellingen te versterken; beveelt aan dat digitale platforms educatief materiaal en culturele diversiteit promoten, met name van Europese makers en overheidsinstellingen; |
|
81. |
onderstreept dat de bescherming van minderjarigen online een gedeelde verantwoordelijkheid is die de betrokkenheid vereist van ouders, voogden, overheidsdiensten, platforms en scholen; benadrukt dat daarvoor voldoende middelen nodig zijn, en roept op tot gestructureerde samenwerking tussen onderwijsstelsels, digitale platforms en regelgevende instanties om hoogwaardige programma’s voor digitale geletterdheid en mediawijsheid te kunnen aanbieden; verzoekt de Commissie de uitwisseling van beste praktijken en grensoverschrijdende samenwerking aan te moedigen om veilige en verantwoorde onlineomgevingen te waarborgen; |
|
82. |
benadrukt dat ouders en voogden passende opleiding en begeleiding moeten krijgen om hen te helpen de digitale ervaring van hun kinderen te ondersteunen; dringt aan op door de EU gefinancierde opleidings- en bewustmakingsinitiatieven voor ouders, voogden, leerkrachten en opleiders, onder meer over de gevolgen van buitensporig gebruik van sociale media, blootstelling aan schadelijke inhoud en onlineverslaving; wijst erop dat minderjarigen bijzonder kwetsbaar zijn voor online-desinformatie, vanwege hun ontwikkelingsfase en het feit dat hun mediawijsheid en kritisch denkvermogen nog in ontwikkeling zijn; benadrukt dat er dringend aan de leeftijd aangepaste bewustmakingscampagnes op scholen nodig zijn om minderjarigen in staat te stellen onlinerisico’s te herkennen en te melden; moedigt onlineplatforms en digitaledienstverleners aan vrijwillige maatregelen en instrumenten in te voeren die de digitale vaardigheden, het kritisch denkvermogen en de digitale geletterdheid van minderjarigen helpen te versterken en ouders of voogden ondersteunen bij het begeleiden van hun onlineactiviteiten; wijst erop dat de meest kwetsbare kinderen offline vaak ook online het meest kwetsbaar zijn, en benadrukt dat kwetsbare kinderen, waaronder kinderen uit gezinnen met een laag inkomen of met een handicap, gerichte ondersteuning moeten krijgen; pleit ervoor om minderjarigen die digitale inhoud maken, op hun leeftijd afgestemde ondersteuning te bieden om hen wegwijs te maken, met richtsnoeren voor leerkrachten en jeugdwerkers, en ethische richtsnoeren op te stellen voor beelden en verhalen van kinderen online; ° ° ° |
|
83. |
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsook aan de regeringen en parlementen van de lidstaten. |
(1) PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj.
(2) PB C, C/2024/4164, 2.8.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4164/oj.
(3) PB C 87 E van 1.4.2010, blz. 122.
(4) PB C 214 van 16.6.2023, blz. 15.
(5) PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj.
(6) PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2005/29/oj.
(7) Werkdocument van de diensten van de Commissie van 3 oktober 2024 getiteld “Fitness Check of EU consumer law on digital fairness” (SWD(2024)0230).
(8) PB C 526 van 29.12.2021, blz. 1.
(9) PB C, C/2025/5519, 10.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5519/oj.
(10) PB L 345 van 27.12.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/2394/oj.
(11) PB L 303 van 28.11.2018, blz. 69, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2018/1808/oj.
(12) PB C, C/2023/1062, 15.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/1062/oj.
(13) PB L, 2024/1183, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1183/oj.
(14) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj.
(15) Maza, M.T., Fox, K.A., Kwon, S.J., Flannery, J.E., Lindquist, K.A., et al., “Association of Habitual Checking Behaviors on Social Media With Longitudinal Functional Brain Development”, JAMA Network, 2023, https://jamanetwork.com/journals/jamapediatrics/fullarticle/2799812.
(16) Statista, “Average daily time spent using the internet by 3rd quarter 2024, by age and gender”, 22 mei 2023, https://www.statista.com/statistics/1378510/daily-time-spent-online-worldwide-by-age-and-gender/.
(17) Europees Bureau van Consumentenverenigingen, “Consumer groups denounce video games’ manipulative spending tactics”, 2024, https://www.beuc.eu/press-releases/consumer-groups-denounce-video-games-manipulative-spending-tactics.
(18) Europees Bureau van Consumentenverenigingen, “Monetising Play – Regulating in-Game and in-APP Premium currencies”, 2024, https://www.beuc.eu/sites/default/files/publications/BEUC-X-2024-061_Monetising_play_Regulating_in_game_and_in_app_premium_currencies.pdf.
(19) Lopez-Fernandez, O., en Kuss, D., “Harmful Internet Use Part I: Internet addiction and problematic use”, studie uitgevoerd in opdracht van de afdeling Wetenschappelijke Toekomstverkenningen van de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement, 31 januari 2019, blz. 51.
(20) Het elimineren van natuurlijke pauzemomenten door automatisch en continu nieuwe inhoud te tonen terwijl de consument naar beneden scrolt.
(21) Automatisch afspelen van nieuwe inhoud.
(22) Europese Commissie: Directoraat-generaal Justitie en Consumentenzaken, Lupiáñez-Villanueva, F. et al., “Behavioural study on unfair commercial practices in the digital environment – Dark patterns and manipulative personalisation – Final report”, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2022.
(23) Voorstel van de Commissie van 28 juli 2023 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de veiligheid van speelgoed en tot intrekking van Richtlijn 2009/48/EG (COM(2023)0462), waarover het Parlement en de Raad in april 2025 een voorlopig akkoord hebben bereikt.
(24) Auer, V., Krickl, J., Hölzl, I., Beltzung, L., “#KEINEWERBUNG? Schleichwerbung und problematische Marketingkommunikation auf TikTok”, 2025, https://wien.arbeiterkammer.at/beratung/konsumentenschutz/achtungfalle/Schleichwerbung_auf_Tiktok_202505.pdf.
(25) Punt 28 van bijlage I bij de richtlijn oneerlijke handelspraktijken.
(26) Once, L., “OpenAI slashes AI model safety testing time”, 2025, https://news.outsourceaccelerator.com/openai-safety-testing-time/#:~:text=CALIFORNIA%2C%20UNITED%20STATES%20%E2%80%94%20OpenAI%20has,being%20rushed%20without%20adequate%20safeguards.
(27) Artikel 3, punt 65, van de verordening artificiële intelligentie.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1708/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)