|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2026/1564 |
23.3.2026 |
Arrest van het Hof (Negende kamer) van 29 januari 2026 – Deutsche Bank AG, BHW Bausparkasse AG / ECB
(Zaak C-556/24 P) (1)
(Hogere voorziening - Economisch en monetair beleid - Prudentieel toezicht op kredietinstellingen - Gemeenschappelijk toezichtsmechanisme - Verordening (EU) nr. 1024/2013 - Aan de Europese Centrale Bank (ECB) opgedragen specifieke toezichttaken - Artikel 4 - Vaststelling van prudentiële vereisten - Artikel 16 - Risico verbonden aan onherroepelijke betalingstoezeggingen (EPI’s) die zijn aangegaan ten gunste van de depositogarantiestelsels en de afwikkelingsfondsen - Volledige aftrek van de bedragen die zijn betaald als zekerheid voor EPI’s voor tier 1-kernkapitaal - Discretionaire bevoegdheid van de ECB - Rechterlijke toetsing)
(C/2026/1564)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirantes: Deutsche Bank AG, BHW Bausparkasse AG (vertegenwoordigers: H. Berger, D. Schoo en M. Weber, Rechtsanwälte)
Andere partijen in de procedure: norisbank GmbH (vertegenwoordigers: H. Berger en M. Weber, Rechtsanwälte), Europese Centrale Bank (ECB) (vertegenwoordigers: F. Bonnard, K. Lackhoff en M. Prokop, gemachtigden)
Dictum
|
1) |
De hogere voorziening wordt afgewezen. |
|
2) |
Deutsche Bank AG en BHW Bausparkasse AG worden verwezen in hun eigen kosten en in de kosten van de Europese Centrale Bank. |
(1) PB C, C/2024/5617.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1564/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)