European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2026/1556

23.3.2026

Arrest van het Hof (Grote kamer) van 27 januari 2026 – Europese Commissie / Hongarije

(Zaak C-271/23)  (1)

(Niet-nakoming - Artikel 258 VWEU - Ontvankelijkheid - Besluit (EU) 2021/3 - Standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen op de hervatte drieënzestigste zitting van de door de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties opgerichte Commissie Verdovende Middelen over het opnemen van cannabis en cannabisgerelateerde stoffen in de lijsten die gehecht zijn aan het Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen van 1961, zoals gewijzigd bij het protocol van 1972, en aan het Verdrag inzake psychotrope stoffen van 1971 - Standpunt en stemming van een lidstaat die niet in overeenstemming zijn met het standpunt van de Unie - Artikel 4, lid 3, VEU - Beginsel van loyale samenwerking - Gevolgen van het verweten gedrag bij het verstrijken van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn - Aanhoudende gevolgen voor de eenheid en de samenhang van het internationale optreden van de Unie - Artikel 3, lid 2, VWEU - Exclusieve externe bevoegdheid - Aantasting van de gemeenschappelijke regels of wijziging van de strekking ervan - Ter verdediging aangevoerde exceptie van onwettigheid - Niet-ontvankelijkheid)

(C/2026/1556)

Procestaal: Hongaars

Partijen

Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: L. Baumgart, M. Carpus-Carcea en Zs. Teleki, gemachtigden)

Verwerende partij: Hongarije (vertegenwoordiger: M. Z. Fehér et G. Koós, gemachtigden)

Dictum

1)

Door zich op de hervatte drieënzestigste zitting van de Commissie Verdovende Middelen van de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties over de herindeling van cannabis en cannabisgerelateerde stoffen in de lijsten niet aan te sluiten bij het standpunt van de Europese Unie, is Hongarije ten eerste de verplichtingen niet nagekomen die op deze lidstaat rusten krachtens besluit (EU) 2021/3 van de Raad van 23 november 2020 betreffende het namens de Europese Unie op de hervatte drieënzestigste zitting van de Commissie Verdovende Middelen in te nemen standpunt over het opnemen van cannabis en cannabisgerelateerde stoffen in de lijsten die gehecht zijn aan het Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen van 1961, zoals gewijzigd bij het Protocol van 1972, en aan het Verdrag inzake psychotrope stoffen van 1971, welk besluit overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU, gelezen in samenhang met artikel 288, vierde alinea, VWEU, bindend is voor Hongarije, heeft Hongarije ten tweede de in artikel 3, lid 2, VWEU neergelegde exclusieve externe bevoegdheid van de Europese Unie geschonden, en heeft het ten derde het in artikel 4, lid 3, VEU neergelegde beginsel van loyale samenwerking geschonden.

2)

Hongarije wordt verwezen in de kosten.


(1)   PB C 216 van 19.6.2023.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1556/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)