|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2026/1530 |
15.4.2026 |
P10_TA(2025)0230
Eendrachtig antwoord op recente Russische schendingen van het luchtruim en bedreigingen van kritieke infrastructuur van de EU-lidstaten
Resolutie van het Europees Parlement van 9 oktober 2025 over een eendrachtig antwoord op recente Russische schendingen van het luchtruim en bedreigingen van kritieke infrastructuur van de EU-lidstaten (2025/2901(RSP))
(C/2026/1530)
Het Europees Parlement,
|
— |
gezien het Handvest van de Verenigde Naties en de fundamentele beginselen van het internationaal recht, |
|
— |
gezien artikel 42, lid 7, en artikel 24, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), |
|
— |
gezien zijn eerdere resoluties over Oekraïne en Rusland, |
|
— |
gezien het witboek getiteld “Witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030” en zijn resolutie van 12 maart 2025 hierover (1), |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2025/1106 van de Raad van 27 mei 2025 tot vaststelling van het instrument “Optreden voor de veiligheid van Europa (SAFE) door middel van versterking van de Europese defensie-industrie” (2), |
|
— |
gezien het voorstel van de Commissie van 5 maart 2024 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma voor de Europese defensie-industrie en van een kader van maatregelen ter waarborging van de tijdige beschikbaarheid en levering van defensieproducten (“EDIP-verordening”) (COM(2024)0150), |
|
— |
gezien zijn eerdere resoluties over Oekraïne en Rusland, met name de resoluties die zijn aangenomen sinds Ruslands grootschalige invasie van Oekraïne in februari 2022 en de annexatie van het schiereiland de Krim op 19 februari 2014, |
|
— |
gezien het internationale rechtskader voor het voorkomen en bestrijden van terrorisme, met inbegrip van resolutie 2341 van de VN-Veiligheidsraad over de bescherming van kritieke infrastructuur tegen terroristische daden, aangenomen op 13 februari 2017, |
|
— |
gezien de toespraak over de Staat van de Unie die Commissievoorzitter Ursula von der Leyen op 10 september 2025 heeft gehouden, |
|
— |
gezien de verklaring van 10 september 2025 van de secretaris-generaal van de NAVO, Mark Rutte, over de schending van het Poolse luchtruim door Russische drones, |
|
— |
gezien de toespraak van de Poolse vicepremier Radosław Sikorski tijdens de spoedzitting van de VN-Veiligheidsraad op 22 september 2025, |
|
— |
gezien de verklaring die de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Kaja Kallas, op 22 september 2025 tijdens de spoedzitting van de VN-Veiligheidsraad aflegde over de schending van het Estse luchtruim, |
|
— |
gezien de verklaring van de Noord-Atlantische Raad van 23 september 2025 over de recente schendingen van het luchtruim door Rusland, |
|
— |
gezien de verklaring die commissaris Andrius Kubilius op 26 september 2025 aflegde na afloop van de videoconferentie op hoog niveau over samenwerking op het gebied van defensie aan de oostelijke flank, |
|
— |
gezien de opmerkingen van de voorzitter van de Raad, António Costa, tijdens de persconferentie na de informele bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders op 1 oktober 2025, |
|
— |
gezien artikel 136, leden 2 en 4, van zijn Reglement, |
|
A. |
overwegende dat Rusland zich de afgelopen jaren herhaaldelijk schuldig heeft gemaakt aan hybride oorlogvoering op het grondgebied van de Unie, waaronder cyberaanvallen, desinformatiecampagnes en verkiezingsinmenging, de inzet van de energievoorziening als wapen, brandstichting, sabotage van kritieke infrastructuur, verstoring en spoofing van wereldwijde satellietnavigatiesystemen (GNSS) (waaronder gps), alsook aan militaire provocaties, waaronder schendingen van het luchtruim door gevechtsvliegtuigen en langeafstandsaanvalsdrones, met als doel de EU-burgers angst aan te jagen, de politieke situatie in de lidstaten te destabiliseren en de steun van de EU aan Oekraïne te verminderen; |
|
B. |
overwegende dat er sinds het begin van de grootschalige Russische invasie van Oekraïne schendingen van het luchtruim van de NAVO en de EU plaatsvinden die een flagrante schending vormen van de soevereiniteit van de lidstaten en het internationaal recht en dat deze onlangs een ongekende piek hebben bereikt, waardoor de vraag rijst of Rusland aan het proberen is de vastberadenheid van de NAVO op de proef te stellen of de aandacht en middelen van de NAVO af te leiden van de oorlog in Oekraïne; |
|
C. |
overwegende dat op 28 juli 2025 een Russische drone met explosieven vanuit Belarus het Litouwse luchtruim is binnengedrongen en is neergestort in een militaire oefenzone op Litouws grondgebied; overwegende dat op 4 oktober 2025 weerballonnen die als “smokkelballonnen” werden gebruikt, vanuit Belarus het Litouwse luchtruim zijn binnengevlogen, waardoor het vliegverkeer van en naar de internationale luchthaven van Vilnius ernstig werd verstoord; |
|
D. |
overwegende dat op 10 september 2025 ongeveer 20 Russische drones in een tijdsbestek van zeven uur zeer ver in het Poolse luchtruim zijn binnendrongen, tot ze uiteindelijk door NAVO-gevechtsvliegtuigen werden neergehaald of neerstortten, en dat dit incident het eerste rechtstreekse militaire treffen tussen de NAVO en Rusland was sinds het begin van de grootschalige invasie; |
|
E. |
overwegende dat op 19 september 2025 drie met wapensystemen toegeruste Russische MiG-31-gevechtsvliegtuigen twaalf minuten lang het Estse luchtruim hebben geschonden, de veiligheidszone boven een Pools booreiland in de Oostzee zijn binnengevlogen zonder zich te storen aan waarschuwingen van F-35-piloten van de NAVO, en uiteindelijk naar het internationale luchtruim zijn teruggeleid; |
|
F. |
overwegende dat op 25 september 2025 Hongaarse Gripen-straaljagers vanuit Litouwen zijn ingezet om een formatie van vijf Russische gevechtsvliegtuigen te onderscheppen die vlak bij het NAVO-luchtruim vlogen zonder dat zij de internationale luchtvaartveiligheidsprotocollen volgden; overwegende dat de vliegtuigen ten westen van de Letse kust visueel werden geïdentificeerd waarna ze uit het NAVO-luchtruim werden weggeleid; |
|
G. |
overwegende dat het Roemeense luchtruim sinds februari 2022 elf keer is geschonden door Russische drones en dat er daarnaast al 39 keer delen van drones op Roemeens grondgebied zijn neergekomen; overwegende dat onlangs, op 13 september 2025, een Russische Geran-drone wederom het Roemeense luchtruim heeft geschonden en dat deze drone door twee F-16-gevechtsvliegtuigen is onderschept; overwegende dat soortgelijke incidenten zich ook hebben voorgedaan in de Republiek Moldavië; |
|
H. |
overwegende dat Denemarken, Zweden, Noorwegen, Litouwen, Frankrijk, Duitsland en België te maken hebben gehad met een gecoördineerde aanwezigheid van drones boven of nabij civiele en militaire luchthavens of militaire faciliteiten, waardoor luchthavens tijdelijk werden gesloten; |
|
I. |
overwegende dat de recente reeks incidenten waarbij drones werden gesignaleerd in het Oostzeegebied een aanzienlijke hybride bedreiging vormt voor de veilige en doeltreffende uitvoering van het initiatief voor een gemeenschappelijk Europees luchtruim; overwegende dat deze recente provocaties hebben geleid tot schade aan infrastructuur en tot economische verliezen; |
|
J. |
overwegende dat er mogelijk drones zijn gelanceerd vanaf schepen, waaronder schepen die deel uitmaken van de Russische “schaduwvloot” die in de Oostzee actief is om sancties te omzeilen; |
|
K. |
overwegende dat de Europese leiders hebben aangegeven deze incidenten te beschouwen als opzettelijke door Rusland georkestreerde provocaties en als onderdeel van een patroon van roekeloos en onverantwoord gedrag van Rusland, maar dat Rusland consequent weigert de verantwoordelijkheid voor de incidenten op zich te nemen en, ondanks het bewijsmateriaal, ontkent en de lidstaten beschuldigt van verzinsels, en dat Rusland desinformatie verspreidt om de EU en haar bondgenoten in diskrediet te brengen, waarbij het Oekraïne ten onrechte als schuldige aanwijst; |
|
L. |
overwegende dat NAVO-bondgenoten, waaronder Polen en Estland, naar aanleiding van deze schendingen van het luchtruim artikel 4 van het Noord-Atlantisch Verdrag hebben ingeroepen; overwegende dat de EU-lidstaten deze schendingen van het luchtruim hebben besproken tijdens vergaderingen van hun permanente vertegenwoordigers; |
|
M. |
overwegende dat de NAVO na het Poolse incident de militaire operatie “Eastern Sentry” heeft gelanceerd om kritieke onderzeese infrastructuur in de Baltische Zee te beschermen, het maritieme situationeel bewustzijn als reactie op de Russische sabotage-incidenten te vergroten en haar luchtverdedigingspositie langs de hele oostelijke flank te versterken, en dat Finland, Zweden en Denemarken hebben deelgenomen aan de oefening “Protective Fence 25” om de defensiecapaciteit, afschrikkende werking en defensiegereedheid vanuit verspreide formaties te versterken; |
|
N. |
overwegende dat Rusland sinds 24 februari 2022 een illegale, niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde grootschalige aanvalsoorlog tegen Oekraïne voert, die een flagrante schending vormt van het VN-Handvest en van de grondbeginselen van het internationaal recht en het internationaal humanitair recht; overwegende dat Russische troepen nog steeds op systematische wijze drone- en raketaanvallen uitvoeren op Oekraïense steden, die gericht zijn tegen burgers en waarbij onder meer ambulances en reddingswerkers zijn aangevallen; overwegende dat het gebruik van drones tegen doelwitten met een duidelijk civiel karakter, de verspreiding van beelden van deze moorden en de plaatsing van expliciete bedreigingen op sociale media wijzen op een gecoördineerd overheidsbeleid dat erop gericht is de bevolking angst aan te jagen en te verdrijven uit haar woonplaats; overwegende dat tijdens recente aanvallen gebouwen van de Oekraïense regering zijn getroffen, alsmede de EU-missie en de ambassade van Polen, waaruit blijkt dat het Kremlin op zorgvuldige wijze zijn doelwitten kiest; overwegende dat Rusland iedere maand duizenden drones produceert en bezig is om zijn productiecapaciteit verder op te schalen; |
|
O. |
overwegende dat de veiligheid van Oekraïne verweven is met de Europese, trans-Atlantische en mondiale veiligheid, en dat het de bedoeling van Rusland is ervoor te zorgen dat de NAVO haar aandacht en middelen verschuift van de verlening van steun aan Oekraïne naar de verdediging van haar eigen grondgebied; |
|
P. |
overwegende dat sommige NAVO-landen, waaronder Polen, hebben gewaarschuwd dat zij bereid zijn Russische vliegtuigen die hun luchtruim binnenkomen neer te halen, terwijl de NAVO benadrukt dat een besluit om een binnendringend vliegtuig al dan niet aan te vallen wordt genomen op basis van beschikbare inlichtingen over de dreiging die van de situatie uitgaat, waaronder de intentie en de bewapening; |
|
Q. |
overwegende dat het standpunt van de Verenigde Staten ten aanzien van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne onvoorspelbaar is, waardoor de EU en haar lidstaten de belangrijkste strategische bondgenoten van Oekraïne zijn en er een krachtigere, eensgezinde Europese respons nodig is om de EU-burgers, regionale stabiliteit en internationale vrede te verdedigen; overwegende dat de samenwerking tussen de EU en de VS op het gebied van veiligheid en defensie nog altijd van cruciaal belang is en moet worden versterkt; overwegende dat een doeltreffende afschrikking van Russische agressie robuuste veiligheidsgaranties vereist die gezamenlijk door de EU en de Verenigde Staten worden gecoördineerd; |
|
R. |
overwegende dat luchtafweersystemen die bescherming bieden tegen onbemande luchtvaartuigen (unmanned aerial vehicles, UAV’s), gebaseerd zijn op kinetische actie of op elektronische methoden, zoals het verstoren van signalen (“jamming”), met als doel de aansturing van de drone te verbreken en/of de drone te dwingen te landen; |
|
S. |
overwegende dat de Deense autoriteiten ter bescherming van de informele bijeenkomst van de staatshoofden en regeringsleiders van de EU op 1 en 2 oktober 2025 in Kopenhagen, in de periode van 29 september tot en met 3 oktober 2025 alle civiele dronevluchten in het Deense luchtruim hebben verboden; overwegende dat diverse lidstaten Denemarken hebben gesteund bij deze veiligheidsmaatregelen voor de bijeenkomst; |
|
T. |
overwegende dat in de verklaring die de voorzitter van de Raad, António Costa, op 1 oktober 2025 na de informele bijeenkomst van de staatshoofden en regeringsleiders aflegde, duidelijk de bereidheid naar voren komt om de interoperabiliteit van vermogens te verbeteren, evenals een sterke inzet voor het vlaggenschipinitiatief oostflankwacht (“Eastern Flank Watch”), onder meer via de vermogenscoalities die worden gecoördineerd door de respectieve leidende landen, en het initiatief voor een Europese “dronemuur”, waarmee het engagement van de EU en de NAVO voor collectieve verdediging tegen conventionele en hybride dreigingen en het versterken van de veiligheid en stabiliteit van de regio kracht wordt bijgezet; |
|
U. |
overwegende dat de recente schendingen van het luchtruim vragen om een doortastende respons en een omvattende aanpak in de komende routekaart voor defensiegereedheid 2030; |
|
V. |
overwegende dat na de illegale annexatie van de Krim een begin had moeten worden gemaakt met de totstandbrenging van een volwaardige meerlagige luchtafweer; overwegende dat beslissingen, financiering, aanbestedingen, aankoop en operabiliteit tijd vergen; |
|
W. |
overwegende dat het voor Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Roemenië, Slowakije en Zweden van cruciaal belang zou zijn te beschikken over een volwaardige UAV-capaciteit van de EU langs de oostelijke flank van de NAVO, in het Oostzeegebied en in het Zwarte Zeegebied; overwegende dat er in het kader van het huidige en het volgende meerjarig financieel kader (MFK) aanzienlijke middelen beschikbaar moeten worden gesteld voor investeringen in de Europese defensie-industrie om een dergelijke capaciteit te verwezenlijken; |
|
X. |
overwegende dat er dringend maatregelen moeten worden genomen om de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB) te versterken om de industriële productiecapaciteit van de EU op defensiegebied te vergroten, het concurrentievermogen van de Europese defensie-industrie te versterken en de voorzieningszekerheid met betrekking tot defensieproducten te waarborgen; |
|
Y. |
overwegende dat inspanningen en investeringen ter ondersteuning van technologische innovatie en onderzoek op defensiegebied nodig blijven om de EDTIB en de Europese strategische autonomie te ondersteunen; |
|
1. |
betuigt zijn volledige solidariteit met Moldavië en met Denemarken, Zweden, Polen, Litouwen, Letland, Finland, Roemenië, Estland en alle andere lidstaten die te maken hebben met de rechtstreekse bedreigingen, de militaire provocaties en de daden van hybride oorlogvoering van Rusland; is van mening dat de opzettelijke verstoring door Russische actoren van het luchtverkeer van de EU, gericht tegen militaire kritieke diensten en infrastructuur van Europa, en van de werking van de politieke instellingen van de EU en de lidstaten met behulp van UAV’s, het gevaar van escalatie en verkeerde inschattingen met zich meebrengt, levens in gevaar brengt, aangemerkt moet worden als een ernstige schending van de toepasselijke internationale normen en een ernstige bedreiging vormt voor de EU-burgers en voor de vrede en veiligheid in Europa; |
|
2. |
dringt aan op de ontwikkeling van initiatieven die de EU en haar lidstaten in staat stellen gecoördineerde, eendrachtige en evenredige maatregelen te nemen tegen alle schendingen van hun luchtruim, onder meer in de vorm van het neerschieten van luchtvaartuigen die een bedreiging vormen; spreekt zijn krachtige veroordeling uit over de roekeloze, steeds veelvuldiger voorkomende en steeds heviger wordende acties van Rusland waarbij het luchtruim van EU-lidstaten en NAVO-bondgenoten Polen, Estland, Letland, Litouwen en Roemenië wordt geschonden, alsook over de doelbewuste aanwezigheid van drones in de omgeving van kritieke infrastructuur in Denemarken, Zweden en Noorwegen, omdat het hierbij gaat om acties die deel uitmaken van de systematische militaire en hybride oorlogvoering en provocaties van Rusland tegen de EU en haar lidstaten; verklaart dat Rusland de volledige en ondubbelzinnige verantwoordelijkheid draagt voor de acties die hebben plaatsgevonden in het Poolse, Estse en Roemeense luchtruim; |
|
3. |
is ingenomen met de doortastende en evenredige reactie van NAVO-strijdkrachten, waaronder het onderscheppen en uit het Estse luchtruim escorteren van Russische gevechtsvliegtuigen en het neerhalen van Russische drones boven Polen; spreekt zijn waardering uit voor het feit dat de strijdkrachten van een aantal lidstaten en NAVO-partners zo snel en op gecoördineerde wijze in actie zijn gekomen om het Europese luchtruim te beschermen; staat volledig achter de inspanningen van de NAVO om haar vermogens te versterken en haar afschrikking-, luchtverdediging- en collectieve defensiepositie aan haar oostelijke flank te versterken, onder meer door middel van het lanceren van de operatie “Eastern Sentry” en het ontwikkelen van het volledige spectrum aan maatregelen in het kader van deze operatie; |
|
4. |
verzoekt de Raad en de Commissie de doeltreffendheid en de impact van de sancties tegen Rusland te vergroten, zodat het vermogen van Rusland om zijn wrede aanvalsoorlog tegen Oekraïne voort te zetten en de veiligheid van andere landen in de onmiddellijke omgeving te bedreigen, definitief wordt verzwakt; dringt aan op de vaststelling van een solide 19e sanctiepakket dat gericht is op de primaire inkomstenbronnen van Rusland; verzoekt de Raad en zijn Amerikaanse partners het sanctiebeleid tegen Rusland te handhaven en uit te breiden, en een soortgelijk sanctiebeleid toe te passen op alle staten die de Russische aanvalsoorlog steunen, waaronder Belarus, Iran en Noord-Korea, en sancties op te leggen aan Chinese entiteiten die goederen voor tweeërlei gebruik en militaire producten leveren die essentieel zijn voor de productie van drones en raketten; dringt aan op gerichte sancties tegen de Russische schaduwvloot en op verdere maatregelen tegen de schaduwvloot, waarbij alle wettelijke mogelijkheden moeten worden benut om haar activiteiten een halt toe te roepen, te belemmeren of te verhinderen, gezien de mogelijke betrokkenheid van de schaduwvloot bij de lancering van drones tegen kritieke infrastructuur; verzoekt de Raad de omzeiling van sancties door kwaadwillende niet-EU-entiteiten die in de EU zijn gevestigd, systematisch aan te pakken door middel van grondig onderzoek en strengere sancties voor entiteiten die de sanctieregels schenden of geen zorgvuldigheid betrachten bij uitvoercontroles en verificatie van eindgebruikers; herhaalt dat elke vorm van steun die door staten als Iran, Noord-Korea of China wordt verleend aan de agressor, rechtstreekse gevolgen moet hebben voor alle andere betrekkingen met deze landen, met inbegrip van de handelsbetrekkingen; |
|
5. |
onderstreept dat de EU en haar lidstaten zich krachtig blijven inzetten voor de op regels gebaseerde internationale orde en voor alle diplomatieke inspanningen die gericht zijn op een alomvattende, rechtvaardige en duurzame vrede voor Oekraïne, met volledige eerbiediging van zijn soevereiniteit, onafhankelijkheid en territoriale integriteit binnen zijn internationaal erkende grenzen; dringt er in dit verband bij de lidstaten en de EU op aan hun diplomatieke initiatieven in multilaterale organisaties, waaronder de VN, nauw en doeltreffend te coördineren om de systematische schendingen van het internationaal recht door Rusland tegen te gaan; |
|
6. |
verzoekt de Commissie en de Raad een actieplan te ontwikkelen met maatregelen om escalatie van de Russische hybride oorlogvoering tegen de EU op het land, in de lucht, op zee en in de onlinewereld tegen te gaan; wijst erop dat dit soort kaders opties zullen bieden voor vergeldingsmaatregelen van de EU die aansluiten bij de ernst en intensiteit van de vijandige activiteiten die tegen de EU worden ondernomen; verzoekt de lidstaten om, in overleg met de NAVO-bondgenoten, de inzetregels voor alle soorten bedreigingen te herzien om ervoor te zorgen dat deze adequaat zijn om te reageren op de meest innovatieve dreigingen; benadrukt dat de EU vastberadenheid moet tonen en duidelijk moet maken dat elke poging van een niet-EU-land om de soevereiniteit van de lidstaten te schenden onmiddellijk zal worden beantwoord met vergeldingsmaatregelen; |
|
7. |
benadrukt dat diverse sabotage- en hybride activiteiten van Rusland tegen de EU aangemerkt moeten worden als door de staat gesteund terrorisme, ook al is de drempel om te kunnen spreken van een gewapende aanval wellicht niet bereikt; benadrukt om die reden dat de beschikbare rechtskaders voor terrorismebestrijding op de vijandige activiteiten van Rusland moeten worden toegepast, omdat die activiteiten de territoriale soevereiniteit van de EU-lidstaten schenden, de integriteit van hun instellingen ondermijnen en de veiligheid van de burgerbevolking rechtstreeks bedreigen; verzoekt de Commissie om, als maatregel ter beperking van het vermogen van Rusland om staatsterrorisme te plegen, de procedure te starten om Rusland aan te merken als derde land met een hoog risico op witwassen en terrorismefinanciering overeenkomstig Verordening (EU) 2016/1675 (3); |
|
8. |
veroordeelt de doelbewuste activiteiten van Rusland in verband met jamming en spoofing van GNSS-signalen (waaronder gps-signalen) in het Oostzeegebied, het Zwarte Zeegebied en andere gebieden, omdat deze activiteiten ernstige veiligheidsrisico’s met zich meebrengen voor de burgerluchtvaart en het zeevervoer; herinnert eraan dat de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie heeft geëist dat Rusland zijn internationale verplichtingen uit hoofde van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart nakomt en ervoor zorgt dat de verstoringen onmiddellijk worden beëindigd; verzoekt de Raad en de Commissie passende maatregelen te nemen om voldoende druk uit te oefenen op Rusland om deze kwaadwillige activiteiten een halt toe te roepen en de stabiliteit van de navigatiesystemen evenals de weerbaarheid van navigatiesystemen tegen verstoringen te versterken; |
|
9. |
dringt aan op een herziening van het proces voor vermogensplanning van de EU; is ervan overtuigd dat het hoofddoelproces niet alleen crisisbeheersing moet omvatten, maar ook collectieve defensie, met inbegrip van defensievermogens over het volledige spectrum in het kader van de nationale en internationale vermogensdoelstellingen; is van mening dat de EU voor haar lidstaten vereisten voor vermogensverdeling moet overwegen, in overeenstemming met het model van de NAVO; is van mening dat een dergelijk proces kan worden uitgevoerd in het kader van een Europees Semester voor defensie; is van mening dat er dringend werk moet worden gemaakt van een echte Europese defensie-unie, complementair aan de NAVO, en voortbouwend op en verdergaand dan bestaande kaders, zoals dat van het gezamenlijk witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030; onderstreept dat de EU alleen door middel van diepere integratie, coördinatie en het bundelen van middelen een doeltreffend antwoord kan bieden op de toenemende Russische dreiging; herhaalt dat bescherming van de soevereiniteit en de territoriale integriteit van alle lidstaten een fundamenteel beginsel van de EU is, en onderstreept dat er een onmiddellijke, krachtige, eensgezinde en evenredige respons nodig is om de burgers en kritieke infrastructuur te beschermen; |
|
10. |
dringt aan op vooruitgang in de richting van een Europese commando- en controlestructuur die niet alleen dient voor crisisbeheersing in overeenstemming met het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB), maar het equivalent vormt van het Algemeen Hoofdkwartier van de Geallieerde Mogendheden in Europa (SHAPE) van de NAVO; merkt op dat overlapping moet worden voorkomen en dat een dergelijke structuur daarom een aanvulling moet vormen op SHAPE en ervoor kan zorgen dat aan de Militaire Staf van de EU (EUMS) voldoende middelen ter beschikking worden gesteld; benadrukt dat het belangrijk is dat er beter wordt samengewerkt, met inbegrip van de mogelijke oprichting van een permanente interinstitutionele crisiscel voor Rusland, belast met realtime monitoring, snelle informatie-uitwisseling en snelle operationele besluitvorming; is van mening dat de recente schending van het luchtruim van de EU een katalysator is voor snelle en grondige vooruitgang op gebieden als het delen van inlichtingen, gemeenschappelijke logistiek en de interoperabiliteit van veiligheid en gecoördineerde aanbestedingen; dringt aan op steeds nauwere samenwerking tussen de NAVO en de EU om de defensie en afschrikking van Europa te versterken; onderstreept dat er binnen de NAVO een sterke, nauwkeurig omschreven Europese pijler nodig is die in staat is zijn soevereiniteit te verdedigen, de Russische dreiging het hoofd te bieden en autonoom en complementair aan de NAVO op te treden; |
|
11. |
dringt aan op meer coördinatie, eenheid en solidariteit tussen de lidstaten, de EU-instellingen en de NAVO-structuren, voor het monitoren, onderscheppen en neutraliseren van vijandige drones, onder meer door middel van gezamenlijke opleiding, trainingen en oefeningen en de uitwisseling van operationele inlichtingen; benadrukt dat er gezamenlijke commando- en controlecentra moeten worden opgezet voor elk toekomstig initiatief voor UAV’s of de bestrijding van UAV’s; beklemtoont dat alle UAV-vermogens volledig moeten worden geïntegreerd in de conventionele luchtverdedigingsmacht en de interoperabiliteit van de systemen met de geïntegreerde lucht- en raketverdedigingsarchitectuur van de NAVO te waarborgen; pleit ervoor gestructureerde mechanismen op te zetten voor het voortdurend delen van kennis, ook in een EU-NAVO-context, met name op de snel veranderende gebieden van digitale defensie en cybercapaciteiten, met het oog op het stroomlijnen van gezamenlijke oefeningen en van interoperabiliteit tussen de lidstaten; |
|
12. |
roept de EU en haar lidstaten op om autoriteiten uit te rusten met de middelen om drones te bestrijden op locaties met kritieke infrastructuur, zoals luchthavens en energiecentrales; wijst erop dat dergelijke middelen geschikt moeten zijn voor civiele toepassingen en moeten passen in een model van gelaagde verdediging met meerdere systemen die drones op kinetische en elektronische wijze kunnen uitschakelen; |
|
13. |
benadrukt dat de lidstaten langs de oostelijke flank van de NAVO en in het Zwarte Zeegebied moeten worden ondersteund bij de ontwikkeling van vermogens voor het verzamelen van inlichtingen en het opsporen en traceren van dreigingen die hun oorsprong hebben voorbij de buitengrenzen van de EU, zoals hybride operaties, aanvallen op kritieke infrastructuur, de instrumentalisering van migranten of schending van het luchtruim met drones, met als doel het situationeel bewustzijn van de EU en haar vermogen om doeltreffend te anticiperen op dreigingen te vergroten; wijst erop dat dergelijke vermogens dronebewakingssystemen en andere technologieën moeten omvatten die bewaking vanuit de lucht in de grensgebieden van de EU alsook onderschepping van dreigingen die vanuit de lucht binnenkomen mogelijk maken; benadrukt dat een effectief, gelaagd verkennings- en verdedigingssysteem essentieel is voor de bescherming van burgers en kritieke infrastructuur en voor een geslaagde afschrikking; |
|
14. |
verzoekt de lidstaten en het Europees Defensieagentschap (EDA) het project “Geïntegreerd meerlagig lucht- en raketafweersysteem” (IMLAMD) in het kader van de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) met spoed te consolideren, met name gezien de dreiging die uitgaat van goedkope UAV’s en in overeenstemming met de geïntegreerde lucht- en raketverdedigingsarchitectuur van de NAVO, teneinde alle dreigingen die vanuit de lucht de EU binnenkomen, met name aan de oostelijke flank, op te sporen en te onderscheppen; benadrukt dat Europese investeringen in systemen voor langeafstandsprecisiewapens en in betere luchtafweer van cruciaal belang zijn om afschrikking te waarborgen, het risico dat Rusland kwetsbaarheden uitbuit, te beperken, en burgers en kritieke infrastructuur te beschermen; benadrukt dat er voor het Europees Defensiefonds (EDF) hogere financieringspercentages moeten gelden voor projecten die verband houden met deze vermogens, zoals reeds het geval is voor PESCO-projecten; |
|
15. |
verzoekt de Commissie nauw samen te werken met de Europese Investeringsbank Groep en het EDA om te zorgen voor een alomvattende aanpak waarin ontwikkeling van vermogens en financiering worden gecombineerd, en haar beleidsinstrumenten op het gebied van defensie en de defensie-industrie aan te passen om ervoor te zorgen dat zij het beoogde doel dienen; verzoekt de lidstaten het personeelsbestand van het EDA aanzienlijk uit te breiden en zijn begroting te verhogen om adequate en tijdige vermogensontwikkeling en gezamenlijke aanbestedingen mogelijk te maken, en verzoekt het EDA een specifieke, flexibele begroting voor UAV’s vast te stellen die de volledige levenscyclus van de vermogens bestrijkt; benadrukt dat er dringend fors moet worden geïnvesteerd in drones en droneafweersystemen; is ingenomen met het gebruik van het SAFE-instrument en de eigenvermogensfaciliteit voor defensie om de productie op te schalen, toeleveringsketens veilig te stellen en de deelname van kleine en middelgrote ondernemingen aan de sector onbemande voertuigen te ondersteunen; |
|
16. |
is ingenomen met het EU-initiatief voor een dronemuur, zoals aangekondigd door Commissievoorzitter Von der Leyen, commissaris Andrius Kubilius en hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid/vicevoorzitter van de Europese Commissie (HV/VV) Kaja Kallas, en het initiatief voor een oostflankwacht, en merkt op dat de ambitieuze termijn die commissaris Kubilius voor de voltooiing ervan heeft genoemd, een snelle uitvoering vereist als onderdeel van een ruimer defensieschild aan de oostelijke flank van de EU en de NAVO, als reactie op herhaalde schendingen van het luchtruim door Rusland, en benadrukt dat moet worden gezorgd voor een alomvattende dekking van alle lidstaten die te maken hebben met directe veiligheidsuitdagingen aan de zuidflank; verzoekt de Commissie, de HV/VV en de lidstaten om, in nauwe samenwerking met de NAVO, vaart te zetten achter de ontwikkeling van een concreet en operationeel plan om te komen tot een snelle uitvoering; verzoekt de Commissie om tijdens de bijeenkomst van de Europese Raad op 23 en 24 oktober 2025 een samenhangend plan te presenteren; erkent de uitdaging die gepaard gaat met de hoge kosten van het onderscheppen van drones en dringt aan op gezamenlijke programma’s ter bevordering van de ontwikkeling van kosteneffectieve vermogens voor de bestrijding van UAV’s; |
|
17. |
doet een oproep aan de Commissie om verzoeken van de lidstaten met betrekking tot de vrijwillige aanpassing van hun nationale herstel- en veerkrachtplannen om tegemoet te komen aan de financieringsvereisten voor de ontwikkeling van UAV-vermogens, snel te behandelen; |
|
18. |
benadrukt de dringende noodzaak van versterkte maritieme bewaking en is van mening dat de nieuwe operationele dimensie van hybride oorlogvoering de integratie van strategieën voor maritieme veiligheid en ter bestrijding van UAV’s vereist, onder meer door middel van verbeterde vermogens voor onderwaterbewaking; is verheugd dat onder leiding van de NAVO operaties van start zijn gegaan, zoals de operatie “Baltic Sentry”, om kritieke onderzeese infrastructuur te beschermen en het maritieme situationeel bewustzijn te vergroten; benadrukt het belang van de EU-strategie voor het Zwarte Zeegebied en de maritieme veiligheidshub, die gericht zijn op verbetering van de maritieme veiligheid en beveiliging; |
|
19. |
verzoekt de Commissie nauwe betrekkingen aan te knopen met de vertegenwoordigers van fabrikanten van UAV’s in de lidstaten, met inbegrip van fabrikanten van UAV’s en satellieten voor tweeërlei gebruik; |
|
20. |
dringt erop aan de grondstoffenvoorziening verder te versterken en te diversifiëren met het oog op de uitbreiding van de productie van UAV’s, en wijst in dit verband op het belang van de EU-verordening kritieke grondstoffen (4), die als uitgangspunt dient voor alomvattende, samenhangende en strategische maatregelen; benadrukt het strategisch belang van de partnerschappen van de EU met Oekraïne, Canada en Latijns-Amerika; |
|
21. |
beklemtoont dat de technologische ontwikkelingen op het gebied van UAV’s flexibiliteit en snelle upgrades vereisen, hetgeen door toekomstige EU-initiatieven moet worden gefaciliteerd; merkt op dat de EU waarschijnlijk de voorkeur zal geven aan geavanceerde, dure en moderne oplossingen die vaak gepaard gaan met grote vertragingen; dringt aan op voortdurende investeringen in defensie-innovatie en -technologie om de EDTIB te ondersteunen en de investerings- en onderzoekstekorten op het gebied van defensietechnologie weg te werken, en merkt op dat de planning van, onderzoek naar en de ontwikkeling, de aankoop en het beheer van vermogens gezamenlijk en vanuit een Europese invalshoek moeten plaatsvinden; benadrukt het strategisch belang van defensiegerelateerde productie en de noodzaak om ervoor te zorgen dat de productie in tijden van crisis snel kan worden opgeschaald; roept de lidstaten op een regelgevingsklimaat en aanbestedingsprocedures na te streven die het bestaande Europese ecosysteem coördineren en integreren met strategische partners; |
|
22. |
merkt op dat UAV-vermogens een aanzienlijk versnelde uitvoering vereisen van de vermogens op het gebied van militaire mobiliteit, alsook de snelle grensoverschrijdende verplaatsing van uitrusting en personeel, met bijzondere aandacht voor grenscontroles, douaneprocedures en inklaringsprocessen; benadrukt dat betere, daadwerkelijke en doeltreffende militaire mobiliteit via alle EU-corridors en grensbescherming absolute voorwaarden zijn voor een geloofwaardige afschrikking; verzoekt de EU-instellingen in te stemmen met de voorgestelde vertienvoudiging van de financiering voor militaire mobiliteit in het volgende meerjarig financieel kader en flink te investeren in infrastructuur voor tweeërlei gebruik, met name in frontlijnregio’s; merkt in dit verband op dat er nog steeds behoefte is aan een militair Schengengebied om het efficiënte verkeer van defensiemiddelen in de hele EU te vergemakkelijken; neemt kennis van het voorstel van de Commissie voor een omnibuswet inzake militaire mobiliteit als onderdeel van de inspanningen om aan deze behoeften tegemoet te komen; |
|
23. |
beklemtoont dat er streefdoelen nodig zijn voor de ontwikkeling van zowel UAV’s als maatregelen ter bestrijding van UAV’s, om te zorgen voor alomvattende UAV-vermogens; verzoekt de Commissie vrijstellingen van de EU-milieuwetgeving voor te stellen voor productiefaciliteiten waar UAV’s worden geproduceerd; |
|
24. |
verzoekt de lidstaten en de Commissie zich ten volle in te zetten voor de wijziging van relevante EU- en nationale regelgevingskaders om toekomstige vermogens voor UAV’s en de bestrijding van UAV’s te faciliteren, met name met het oog op de betrokkenheid van strijdkrachten; is ingenomen met alle concrete projecten die erop gericht zijn vermogenstekorten op het gebied van oorlogvoering met drones en drone-afweer weg te werken, en een meerlagige diepe zone van technologisch geavanceerde systemen te creëren; verzoekt de lidstaten te overwegen gebruik te maken van het kader voor Europese defensieprojecten van gemeenschappelijk belang om deze projecten op te zetten; |
|
25. |
benadrukt dat de overduidelijke provocaties van Rusland een actieve strategie van hybride oorlogsvoering zijn om angst en achterdocht te zaaien, en bedoeld zijn om de samenlevingen van de EU-lidstaten en NAVO-bondgenoten op de proef te stellen en te destabiliseren; benadrukt daarom het belang van maatschappelijke veerkracht en paraatheid, zoals benadrukt in de aanbevelingen van het rapport-Niinistö over de civiele en militaire paraatheid van Europa; verzoekt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor een snelle uitvoering van de Europese strategie voor interne veiligheid (ProtectEU) en de paraatheidsstrategie om te zorgen voor een alomvattende gereedheid en bescherming tegen dreigingen die worden veroorzaakt door schending door Rusland van het Europese luchtruim en andere dreigingen; benadrukt dat er in dit verband voldoende EU-financiering nodig is in het kader van het huidige en het volgende MFK; pleit voor de ontwikkeling van alomvattende nationale civiele defensiestrategieën tegen bedreigingen vanuit de lucht en met raketten, met inbegrip van UAV’s, om voor paraatheid te zorgen op nationaal, regionaal, gemeentelijk, gemeenschaps- en gezinsniveau, met de nadruk op systemen voor vroegtijdige waarschuwing voor de lokale bevolking, duidelijke instructies inzake reactie en beschermde ruimten (beschutting); |
|
26. |
herinnert eraan dat, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 833/2014 (5), luchtvaartuigen die in Rusland zijn geregistreerd of door Russische luchtvaartmaatschappijen worden geëxploiteerd, niet naar de Europese Unie mogen vliegen, met beperkte uitzonderingen; herinnert eraan dat momenteel geen EU-luchtvaartmaatschappijen naar, van of boven het luchtruim van de Russische Federatie vliegen, nadat vlucht 17 van Malaysia Airlines werd neergehaald, maar wijst erop dat een aantal luchtvervoerders uit landen buiten de EU dit toch blijven doen ondanks de risico’s van de oorlog en het feit dat ze Rusland vergoedingen moeten betalen om over te vliegen; benadrukt dat deze overvliegkosten Rusland jaarlijks naar schatting 18 miljoen EUR opleveren alleen al voor vluchten van Chinese luchtvaartmaatschappijen die vertrekken vanaf Schiphol; herinnert eraan dat het luchtvervoer tussen de EU en China momenteel wordt geregeld door bilaterale overeenkomsten tussen de lidstaten en China; verzoekt de Commissie en de lidstaten om, in het licht van de grootschalige aanvalsoorlog in Oekraïne, de bilaterale overeenkomsten te herevalueren en maatregelen voor te stellen om te voorkomen dat Rusland profijt trekt van overvliegkosten; |
|
27. |
benadrukt dat er behoefte is aan een sterkere civiel-militaire coördinatie van het luchtruim; benadrukt in dit verband dat een holistische aanpak nodig is, waarbij ook aandacht wordt besteed aan een betere uitrusting van politiediensten en civiele autoriteiten met middelen om drones te detecteren en af te weren; steunt de uitbreiding van gezamenlijke simulatie- en interceptieoefeningen, met de deelname van civiele, rechtshandhavings- en militaire organisaties, om voor een grotere paraatheid te zorgen voor bedreigingen op verschillende terreinen; benadrukt dat dergelijke oefeningen regelmatig moeten worden gehouden, met het oog op het waarborgen van permanente paraatheid en interoperabiliteit; |
|
28. |
verzoekt de Commissie en de lidstaten gezamenlijk veilige, betrouwbare en veerkrachtige communicatie- en informatie-uitwisselingssystemen te ontwikkelen die door rechtshandhavingsinstanties, veiligheidsdiensten en civiele instellingen kunnen worden gebruikt voor veiligheidsgerelateerde aangelegenheden, met name in tijden van crisis; wijst nogmaals op het belang van het verbeteren van de cyberveiligheid en de strategische communicatie over risico’s en beschermingsmaatregelen om de collectieve veerkracht te versterken; |
|
29. |
verzoekt de lidstaten artikel 42, lid 7, VEU te activeren wanneer dit soort uitgesproken agressieve acties neerkomen op een gewapende aanval of een rol spelen bij de voorbereiding van een dreigende aanval; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan operationele procedures en mechanismen vast te stellen voor het geval dat een lidstaat artikel 42, lid 7, VEU in werking stelt; |
|
30. |
dringt erop aan de oostgrens van de EU te versterken, in het licht van de voortdurende druk die Rusland en Belarus uitoefenen op de buitengrenzen van de EU via de instrumentalisering van migranten, zodat de lidstaten snel en flexibel kunnen worden ondersteund door tegemoet te komen aan eventuele technologische en operationele lacunes die zich voordoen, hetzij in de lucht, op het land of in het water; |
|
31. |
dringt erop aan de defensiesamenwerking met Oekraïne aanzienlijk te intensiveren, met name op het gebied van dronetechnologie en tegenmaatregelen, en in dat kader ook de industriële samenwerking tussen de lidstaten en Oekraïne te versterken; verzoekt de Commissie en de lidstaten en hun defensie-industrieën te overwegen de Oekraïense defensiesector te ondersteunen, erin te investeren en er samenwerkingsverbanden mee aan te gaan, teneinde het volledige potentieel van de productiecapaciteiten in Oekraïne te benutten, naar het voorbeeld van het “Deense model”; dringt er bij de lidstaten en hun defensie-industrieën joint ventures op te zetten en partnerschappen met Oekraïne te ontwikkelen voor de gezamenlijke ontwikkeling van defensieproducten in de EU, met name op het gebied van drones, droneafweertechnologieën en langeafstandsaanvalsvermogens; |
|
32. |
is ingenomen met de aankondiging van de Oekraïense president Volodymyr Zelensky dat Oekraïne een begin zal maken met de buitenlandse productie en uitvoer van door eigendomsrechten beschermde defensietechnologieën naar voorkeurspartners binnen Europa en de NAVO; erkent de aanzienlijke kennis en ervaring die Oekraïne heeft opgedaan op het gebied van de productie van drones en droneafweertechnologieën en verwacht van de EU en haar lidstaten dat zij van deze deskundigheid en kennis leren, wijzend op de potentiële bijdrage van de militaire en industriële knowhow die Oekraïne tijdens de Russische invasie heeft opgebouwd; verzoekt de Commissie om samen met het EDA te zorgen voor coördinatie van de aankoop van licenties voor UAV’s van Oekraïne om de lidstaten die dat willen in staat te stellen de UAV’s te produceren; verzoekt de lidstaten de samenwerking te formaliseren en structuren op te zetten om de uitwisseling van ervaringen, technische kennis en beste praktijken te vergemakkelijken, ook in het kader van de EU en de NAVO; dringt aan op samenwerking tussen de EU en de NAVO bij het institutionaliseren van de lessen die kunnen worden getrokken uit de ervaring die Oekraïne heeft opgedaan op het slagveld, door de doctrinale en technologische innovaties te integreren in hun voorbereidingen op moderne gevechtsomstandigheden; |
|
33. |
dringt erop aan de EDIP-wetgeving snel af te ronden en deze samen met het SAFE-instrument te gebruiken om financiële middelen vrij te maken om te leren van Oekraïne en Oekraïne bij UAV-oorlogsvoering te ondersteunen; erkent de rol die de Drone Coalition momenteel speelt bij de standaardisering van UAV’s, haar cruciale hulp aan Oekraïne en de rol die zij speelt om ervoor te zorgen dat de lidstaten gelijke tred houden met de snel veranderende vereisten op het slagveld; |
|
34. |
herhaalt dat de recente agressieve acties van Rusland de EU en haar lidstaten er niet van mogen en zullen weerhouden om vast te houden aan hun blijvende verbintenis om Oekraïne te steunen bij de uitoefening van het inherente recht van het land op zelfverdediging, erop wijzend dat de veiligheid van Oekraïne bijdraagt tot die van Europa als geheel; benadrukt dat het van cruciaal belang is Oekraïne te helpen bij de versterking van zijn luchtafweervermogens, aangezien een militair treffen in het Oekraïense luchtruim het risico vermindert dat drones het grondgebied van de EU bereiken; is van mening dat de uitkomst van de oorlog en het standpunt van de internationale gemeenschap een cruciale rol zullen spelen bij het beïnvloeden van toekomstige agressieve acties van Rusland in Europa en daarbuiten; dringt er bij alle lidstaten op aan onmiddellijk aanvullende militaire steun te verlenen en over te gaan tot de gezamenlijke aankoop van extra vermogens voor Oekraïne, met name munitie voor luchtafweer; roept op tot opheffing van de beperkingen op de inzet van aan Oekraïne geleverde westerse wapensystemen tegen militaire doelen op Russisch grondgebied, aangezien die worden gebruikt voor aanvallen op Oekraïense burgers en kritieke civiele infrastructuur; |
|
35. |
herhaalt zijn oproep aan de lidstaten om, samen met hun G7-partners, onmiddellijk hun goedkeuring te hechten aan het voorstel van de Commissie om alle bevroren Russische activa te gebruiken als basis voor een aanzienlijke subsidie en lening aan Oekraïne, waarbij de terugbetaling afhankelijk is van toekomstige herstelbetalingen door Rusland, omdat dit een juridisch solide en in financieel opzicht goede manier is om de EU-steun voor de militaire behoeften van Oekraïne, waaronder de behoeften op het gebied van droneafweer, op peil te houden of zelfs te verhogen; |
|
36. |
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de NAVO en de president en het parlement van Oekraïne. |
(1) PB C, C/2025/3151, 20.6.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/3151/oj.
(2) PB L, 2025/1106, 28.5.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/1106/oj.
(3) Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1675 van de Commissie van 14 juli 2016 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad door de identificatie van derde landen met een hoog risico die strategische tekortkomingen vertonen (PB L 254 van 20.9.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2016/1675/oj).
(4) Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 (PB L, 2024/1252, 3.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1252/oj).
(5) Verordening (EU) nr. 833/2014 van de Raad van 31 juli 2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 229 van 31.7.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/833/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1530/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)