European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2026/1491

9.4.2026

P10_TA(2025)0171

Versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en de Kirgizische Republiek (resolutie)

Niet-wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 9 september 2025 over het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting namens de Unie van een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Kirgizische Republiek, anderzijds (10724/22 – C10-0057/2024 – 2022/0184M(NLE))

(C/2026/1491)

Het Europees Parlement,

gezien het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van de versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Kirgizische Republiek, anderzijds (10724/22),

gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad op 27 juni 2024 heeft ingediend op grond van de artikelen 207 en 209 in samenhang met artikel 218, lid 6, tweede alinea, punt a), en artikel 218, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C10-0057/2024),

gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Kirgizische Republiek, anderzijds (1) (EPCA),

gezien de gezamenlijke routekaart voor de verdieping van de betrekkingen tussen de EU en Centraal-Azië van 23 oktober 2023,

gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 15 mei 2019, getiteld “De EU en Centraal-Azië: nieuwe kansen voor een sterker partnerschap” (JOIN(2019)0009),

gezien de evaluatieverslagen van de Commissie over het stelsel van algemene preferenties plus (SAP+) van de EU met Kirgizië,

gezien de eerste top EU-Centraal-Azië op 4 april 2025,

gezien de 11e politieke en veiligheidsdialoog op hoog niveau tussen de Europese Unie en de landen van Centraal-Azië, die op 5 juni 2024 plaatsvond in Brussel,

gezien de gezamenlijke persverklaring van de president van de Kirgizische Republiek, Sadyr Zhaparov, en de toenmalige voorzitter van de Europese Raad, Charles Michel, van 3 juni 2023,

gezien de 14e mensenrechtendialoog, die op 25 juni 2024 plaatsvond in Bisjkek,

gezien de 19e bijeenkomst van de samenwerkingsraad EU-Kirgizië, die op 15 november 2022 plaatsvond in Brussel,

gezien de adviezen van de Commissie van Venetië over de recente wetswijzigingen waarmee de persvrijheid wordt ingeperkt en de activiteiten van niet-gouvernementele organisaties in Kirgizië worden gehinderd,

gezien de verslagen over Kirgizië die zijn gepubliceerd door mensenrechtenorganisaties, zoals de annual world reports 2022, 2023 en 2024 van Human Rights Watch,

gezien de in februari 2025 gepubliceerde briefing van het Internationaal Partnerschap voor de mensenrechten (IPHR) over de bescherming van de fundamentele vrijheden en de ruimte voor het maatschappelijk middenveld in Kirgizië,

gezien zijn resolutie van 17 januari 2024 over een EU-strategie voor Centraal-Azië (2),

gezien zijn vorige resoluties over Kirgizië, in het bijzonder die van 19 december 2024 over de mensenrechtensituatie in Kirgizië, met name de zaak van Temirlan Sultanbekov (3),

gezien het bezoek aan Kirgizië van de delegatie van zijn Subcommissie mensenrechten van 25-27 februari 2025,

gezien de verklaring van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Volker Türk, naar aanleiding van zijn officiële bezoek aan Kirgizië van 19-20 maart 2025,

gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

gezien zijn wetgevingsresolutie van 9 september 2025 over het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting namens de Unie van de versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Kirgizische Republiek, anderzijds (4),

gezien artikel 107, lid 2, van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A10-0111/2025),

A.

overwegende dat Kirgizië een belangrijke positie inneemt in Centraal-Azië, een regio van toenemend geopolitiek belang die door de EU wordt erkend als een belangrijke partner waarmee zij tijdens de eerste top EU-Centraal-Azië een gestructureerde dialoog heeft gevoerd;

B.

overwegende dat de EU en Kirgizië sinds de onafhankelijkheid van het land in 1991 partners zijn en met de in 1999 ondertekende partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Kirgizië een omvattend rechtskader voor hun samenwerking tot stand hebben gebracht;

C.

overwegende dat de EU en Kirgizië onlangs zijn overeengekomen hun partnerschap te verdiepen door de versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (EPCA) te ondertekenen, die een modern en ambitieus kader vormt voor het versterken van de dialoog en de samenwerking op belangrijke gebieden als handel en investeringen, duurzame ontwikkeling en connectiviteit, onderzoek en innovatie, onderwijs, het milieu en de klimaatverandering, alsook de rechtsstaat, mensenrechten en het maatschappelijk middenveld;

D.

overwegende dat de EPCA ook nauwere samenwerking op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid zou kunnen bevorderen, met inbegrip van conflictpreventie en crisisbeheersing, risicobeperking, cyberbeveiliging, regionale stabiliteit, ontwapening, non-proliferatie, wapenbeheersing en uitvoercontrole;

E.

overwegende dat de EPCA, waarmee de bestaande partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst van 1999 wordt uitgebreid, op 25 juni 2024 werd ondertekend; overwegende dat de EPCA pas in werking kan treden als deze is goedgekeurd door het Parlement;

F.

overwegende dat Kirgizië sinds 2016 in het kader van het stelsel van algemene preferenties plus (SAP+) unilaterale en preferentiële toegang heeft tot de EU-markt; overwegende dat Kirgizië is toegetreden tot 27 internationale verdragen inzake arbeids- en mensenrechten, milieu- en klimaatbescherming, en goed bestuur, om van deze regeling gebruik te kunnen maken;

G.

overwegende dat de EU in de periode 2021-2027 98 miljoen EUR heeft toegewezen aan de ondersteuning van governance en digitale transformatie, menselijke ontwikkeling en een groene en klimaatbestendige economie in Kirgizië, in overeenstemming met de nationale ontwikkelingsstrategie van de Kirgizische Republiek;

H.

overwegende dat de EU 12 miljoen EUR heeft uitgetrokken om de kwaliteit van de wetgeving te verbeteren en de efficiëntie, onafhankelijkheid, professionaliteit en capaciteiten van de rechterlijke macht en de justitiële diensten in Kirgizië te vergroten, waaruit de bereidheid van de EU blijkt om te investeren in stabiele groei die in overeenstemming is met de rechtsstaat; overwegende dat er nog steeds bezorgdheid bestaat over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, met politiek gemotiveerde zaken die gericht zijn tegen critici van de regering; overwegende dat door de hervorming van het wetboek van strafrecht van de Kirgizische Republiek in 2021 de zwaar bekritiseerde versie van het wetboek van strafrecht van 1997 weer werd ingevoerd, die meer bevoegdheden geeft aan rechtshandhaving en tegelijkertijd de rechten van burgers beperkt;

I.

overwegende dat de EPCA voorziet in samenwerking tussen de EU en Kirgizië om het maatschappelijk middenveld en zijn rol in de economische, sociale en politieke ontwikkeling van een open democratische samenleving te versterken;

J.

overwegende dat Kirgizië de honderdste plaats inneemt in de wereldwijde terrorisme-index voor 2025 van het Institute for Economics and Peace en dat het land is aangemerkt als een land waar terrorisme “geen gevolgen” heeft;

K.

overwegende dat, ondanks het feit dat de regering van Kirgizië herhaaldelijk heeft verklaard gehecht te zijn aan de beginselen van democratie en eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat, mensenrechtenorganisaties de afgelopen jaren hebben gewezen op een achteruitgang van de democratie en een toename van autoritaire praktijken en de vervolging van maatschappelijke organisaties in Kirgizië, onder meer tijdens de onderhandeling over de EPCA en sinds de ondertekening ervan, waarbij Transparency International en Freedom House vaststelden dat Kirgizië zich heeft ontwikkeld van een democratisch bolwerk met een levendig maatschappelijk middenveld tot een gevestigd autoritair regime dat zijn rechtsstelsel gebruikt om critici aan te vallen en waarvan de autoriteiten het machtsevenwicht en het systeem van checks-and-balances verder ondermijnen;

L.

overwegende dat Kirgizië op de 146e plaats staat van de 180 landen in de corruptieperceptie-index 2024 van Transparency International; overwegende dat, op initiatief van president Japarov, de wet inzake overheidsopdrachten is gewijzigd om staatsbedrijven in staat te stellen aanbestedingsprocedures te omzeilen; overwegende dat er geen passend toezicht is op de overheidsuitgaven vanwege een gebrek aan toegang tot dergelijke informatie; overwegende dat overheidsmiddelen en nationale middelen door de regerende elites worden gebruikt om hun macht te consolideren, afwijkende meningen het zwijgen op te leggen en hervormingen te weerstaan;

M.

overwegende dat mensenrechtenverdediger, onderzoeksjournalist en oprichter van het mediakanaal Temirov Live, Bolot Temirov, zijn Kirgizische burgerschap is ontnomen en gedwongen is het land te verlaten als vergelding voor zijn onderzoek naar grootschalige corruptie; overwegende dat in januari 2024 ten minste elf van zijn collega’s zijn gearresteerd, waaronder Makhabat Tajibek kyzy, Azamat Ishenbekov, Aike Beishekeyeva en Aktilek Kaparov;

N.

overwegende dat in juli 2025 de onafhankelijke journalist en activist Kanyshai Mamyrkulova werd veroordeeld tot vier jaar voorwaardelijke gevangenisstraf als vergelding voor haar berichten op sociale media waarin kritiek op de regering werd geuit; overwegende dat elf personen met banden met het onafhankelijke mediakanaal Kloop in juni 2025 gevangen werden gezet vanwege de onderzoekswerkzaamheden van Kloop en omdat zij zouden samenwerken met Bolot Temirov, en dat Aleksandr Aleksandrov en Zhoomart Duulatov nog steeds gevangen worden gehouden; overwegende dat mensenrechtenactivist Rita Karasartova in voorlopige hechtenis zit sinds april 2025;

O.

overwegende dat in propaganda van de Kirgizische regering valse narratieven zijn gebruikt om onafhankelijke media in de ogen van de samenleving in diskrediet te brengen en deze als “vijanden van het volk” en “slaven van het Westen” af te schilderen;

P.

overwegende dat de situatie wat betreft democratische normen en de mensenrechten in Kirgizië de afgelopen jaren op alarmerende wijze is verslechterd; overwegende dat Kirgizië van de 72e naar de 144e plaats op de wereldindex voor persvrijheid van Verslaggevers zonder Grenzen is gezakt; overwegende dat Kirgizië het land is waar tot 2025 de persvrijheid het meest is ingeperkt;

Q.

overwegende dat de Kirgizische autoriteiten Aprel TV willen sluiten; overwegende dat, zoals het Comité voor de Bescherming van Journalisten heeft verklaard, uit het dossier van de aanklagers blijkt dat de autoriteiten proberen het mediakanaal te sluiten op basis van beschuldigingen dat de kritische berichtgeving van het kanaal de autoriteiten “in een kwaad daglicht stelt” en “het gezag van de regering ondermijnt”;

R.

overwegende dat het Parlement in zijn resoluties van 13 juli 2023 (5) en 19 december 2024 zijn bezorgdheid heeft geuit over de vervolging van oppositiepartijen en onafhankelijke media; overwegende dat de vervolging van leden van de sociaaldemocratische partij (SDK) voortduurt, ondanks herhaalde oproepen om vrije en eerlijke verkiezingen te waarborgen; overwegende dat de leider van de SDK, Temirlan Sultanbekov, en twee andere leden, Irina Karamushkina en Roza Turksever, nog steeds gevangen worden gehouden; overwegende dat er aanleiding is tot bezorgdheid over de gezondheidstoestand van Temirlan Sultanbekov na zijn langdurige hongerstaking;

S.

overwegende dat Kirgizische rechterlijke instanties meerdere veroordelingen hebben uitgesproken in verband met de gebeurtenissen in Koi Tash in 2019, waarbij veiligheidstroepen probeerden het voormalig staatshoofd in zijn woning gevangen te nemen en waarbij sprake was van gewelddadige confrontaties; overwegende dat er sinds 2022 een rechtszaak wordt gevoerd over deze gebeurtenissen en dat de personen die worden aangeklaagd, te weten de voormalig president en een aantal voormalige ambtenaren en andere politici, worden beschuldigd van het aanzetten tot onrust, corruptie en witwaspraktijken; overwegende dat er bezorgdheid is geuit over de politisering van de rechterlijke macht en de inzet van strafrechtelijke procedures tegen leden van de oppositie; overwegende dat het uiterst zorgwekkend is dat de verdachten zouden zijn gemarteld en aan onmenselijke behandelingen zouden zijn onderworpen;

T.

overwegende dat het Kirgizische parlement in maart 2024 de op Russische leest geschoeide wet inzake buitenlandse vertegenwoordigers heeft aangenomen, op grond waarvan organisaties zonder winstoogmerk die financiering uit het buitenland ontvangen en in de brede zin van de wet politiek actief zijn, verplicht zijn zich te laten registreren als “buitenlandse vertegenwoordigers”, en op grond waarvan journalisten, mensenrechtenactivisten en andere medewerkers van organisaties zonder winstoogmerk worden gediscrimineerd en gestigmatiseerd en aan opdringerig toezicht, zware rapportagevereisten en buitensporige boetes worden onderworpen; overwegende dat deze wet repressieve wetgeving in andere autoritaire regimes navolgt en kan worden beschouwd als een voorbode van verdere pogingen om onafhankelijke maatschappelijke organisaties en media te onderdrukken;

U.

overwegende dat het hardhandig optreden tegen de mensenrechten met name op lhbtiq+-personen is gericht; overwegende dat het nieuwe wetgevingslandschap van Kirgizië, samen met de bredere politieke verschuiving en repressie, het werk van lhbtiq+-rechtenorganisaties en -activisten feitelijk heeft gedecimeerd, waarbij belangrijke organisaties volledig zijn opgeheven; overwegende dat Kirgizië op 14 augustus 2023 discriminerende bepalingen tegen de lhbtiq+-gemeenschap heeft aangenomen onder het voorwendsel minderjarigen te beschermen tegen “schadelijke informatie”; overwegende dat in het wetsvoorstel ter bestrijding van discriminatie dat onlangs door de Kirgizische hoge raad is besproken, seksuele gerichtheid en genderidentiteit niet als beschermde categorieën zijn opgenomen;

V.

overwegende dat de op 6 oktober 2023 aangenomen wet, op grond waarvan de president van Kirgizië bevoegd is om uitspraken van het grondwettelijk hof ongedaan te maken indien deze in strijd zijn met zijn eigen opvatting van “morele waarden”, de scheiding der machten als fundamenteel onderdeel van de rechtsstaat fundamenteel verzwakt en een uitholling vormt van de rechterlijke onafhankelijkheid in Kirgizië;

W.

overwegende dat het staatscomité voor nationale veiligheid is uitgegroeid tot een van de machtigste instanties in Kirgizië en dat dit comité in de praktijk vaak een centrale rol speelt bij de besluitvorming, en in sommige gevallen gekozen functionarissen overschaduwt; overwegende dat deze praktijk van ongecontroleerde macht ertoe heeft geleid dat er feitelijk sprake is van een tweeledig gezag, waardoor de democratische instellingen worden ondermijnd en een situatie is ontstaan waarin angst heerst en afwijkende meningen niet worden getolereerd; overwegende dat de Kirgizische regering moet waarborgen dat de activiteiten van genoemd comité onderworpen zijn aan onafhankelijk gerechtelijk en parlementair toezicht;

X.

overwegende dat Kirgizië steeds meer investeert in de bevordering van gendergelijkheid en empowerment van vrouwen, met name via belangrijke nationale kaders zoals de nationale strategie voor gendergelijkheid tot 2030; overwegende dat Kirgizië nog steeds te maken heeft met hoge percentages huiselijk geweld, dat meer dan 20 % van de huwelijken in Kirgizië plaatsvindt via “ala kachuu” (bruidenroof) en dat vrouwen slechts 22 % van de parlementaire zetels hebben, ondanks de bestaande genderquota; overwegende dat vrouwen gemiddeld 25 % minder verdienen dan mannen, aangezien zij voornamelijk werkzaam zijn in laagbetaalde sectoren zoals onderwijs, gezondheidszorg en sociale diensten;

Y.

overwegende dat de Kirgizische autoriteiten acties hebben ondernomen die de vrijheid van meningsuiting in het land beperken, en journalisten, bloggers, dichters en reguliere gebruikers van sociale media hebben gearresteerd, langdurig in voorlopige hechtenis hebben genomen of gevangen hebben gezet wegens kritiek op de leiding van het land of de situatie in het land, en ook een bekroond onderzoeksmediakanaal hebben opgeheven;

Z.

overwegende dat Kirgizië in 2014 het VN-Verdrag over de rechten van personen met een handicap heeft geratificeerd; overwegende dat er voorlopige stappen zijn gezet om de toegankelijkheid voor personen met een handicap te verbeteren en het concept van inclusief onderwijs in te voeren, hoewel er nog uitdagingen blijven bestaan, met name met betrekking tot institutionalisering van personen met een handicap;

AA.

overwegende dat de wet inzake “onjuiste informatie” van 24 augustus 2021 is ingezet tegen onafhankelijke media en critici van de regering; overwegende dat de hoge raad van Kirgizië op 10 april 2025 wijzigingen van de wet heeft goedgekeurd die voorzien in administratieve sancties voor de verspreiding van “onjuiste informatie” op sociale media;

AB.

overwegende dat de hoge raad van Kirgizië zich momenteel buigt over het opnieuw strafbaar stellen van het bezit van “extremistisch” materiaal, wat voorheen is misbruikt tegen vreedzame religieuze beroepsbeoefenaars en wat vanwege de vage formulering van het wetsvoorstel kan worden gebruikt om degenen die legitieme politieke uitlatingen doen het zwijgen op te leggen;

AC.

overwegende dat op 1 januari 2025 twee nieuwe wetten inzake godsdienstvrijheid in werking zijn getreden; overwegende dat deze wetten elke niet-geregistreerde uitoefening van de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging blijven verbieden en het voor gemeenschappen met minder dan 500 volwassen leden onmogelijk maken een wettelijke status te verwerven;

AD.

overwegende dat de nalatigheid van Kirgizische rechtshandhavingsinstanties in reactie op een campagne van intimidatie en pesterijen journalisten en mensenrechtenwerkers ertoe heeft gedwongen het land te ontvluchten;

AE.

overwegende dat de Kirgizische autoriteiten vluchtelingen uit Rusland het zwijgen heeft opgelegd, heeft gearresteerd, vastgehouden en uitgeleverd wegens protest tegen de oorlog in Oekraïne, hetgeen in strijd is met de verplichting van Kirgizië uit hoofde van het VN-Verdrag betreffende de status van vluchtelingen om mensen niet terug te sturen naar landen waar hun leven of vrijheid wordt bedreigd vanwege hun politieke opvattingen, of waar er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat zij het risico lopen te worden blootgesteld aan ernstige schendingen van de mensenrechten, zoals foltering of andere vormen van wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing;

AF.

overwegende dat de president van Kirgizië en de president van Tadzjikistan op 13 maart 2025 een overeenkomst inzake grensafbakening hebben ondertekend, waarmee de grenzen tussen beide landen wettelijk worden erkend en de ontwikkeling van grensoverschrijdende wegen en energie-infrastructuur mogelijk wordt gemaakt, hetgeen bijdraagt tot regionale stabiliteit en mogelijkheden voor nauwere grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van energie, vervoer en handel; overwegende dat de overeenkomst inzake grensafbakening zelf niet openbaar is gemaakt en niet is opengesteld voor openbare raadplegingen;

AG.

overwegende dat de leiders van Kirgizië, Tadzjikistan en Oezbekistan op 31 maart 2025 de “Khujand Declaration of Eternal Friendship” hebben ondertekend;

AH.

overwegende dat de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Volker Türk, de aandacht heeft gevestigd op de verontrustende tekenen van democratische achteruitgang in Kirgizië in de afgelopen jaren, met bijzondere nadruk op de toenemende beperkingen voor het maatschappelijk middenveld en de onafhankelijke journalistiek;

AI.

overwegende dat Centraal-Azië nog geen horizontale regionale kaders heeft gecreëerd die niet door externe actoren die hun eigen geopolitieke voordelen nastreven worden gedomineerd;

AJ.

overwegende dat Kirgizië van oudsher nauwe en onderling verweven betrekkingen met Rusland onderhoudt, en dat beide landen lid zijn van de Euraziatische Economische Unie, de Organisatie van het Verdrag inzake collectieve veiligheid en het Gemenebest van Onafhankelijke Staten; overwegende dat de Kirgizische president Sadyr Japarov in oktober 2023 de Russische president Vladimir Poetin heeft ontvangen in Bisjkek, tijdens de eerste buitenlandse reis van Poetin sinds het Internationaal Strafhof een aanhoudingsbevel tegen hem heeft uitgevaardigd; overwegende dat Kirgizië, samen met andere Centraal-Aziatische landen, een doorvoerpunt is geworden om sancties die aan Rusland zijn opgelegd wegens zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne te omzeilen; overwegende dat de uitvoer van geavanceerde technologie en producten voor tweeërlei gebruik naar Kirgizië — die vervolgens naar Rusland worden uitgevoerd — aanzienlijk is toegenomen; overwegende dat Kirgizië zich heeft onthouden van stemming of zich achter Rusland schaarde bij stemming over talrijke VN-resoluties betreffende de mensenrechten, en met name betreffende de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne; overwegende dat Kirgizië heeft besloten deel te nemen aan de militaire oefening Zapad 2025 van Rusland en Belarus nabij de grens met de EU;

AK.

overwegende dat de OJSC Keremet Bank, gevestigd in Kirgizië, betrokken was bij een opzet tot sanctieontduiking met de Russische staatsdefensiebank Promsvyazbank Public Joint Stock Company (PSB) om grensoverschrijdende overdrachten namens PSB te vergemakkelijken; overwegende dat het Kirgizische ministerie van Financiën in 2024 een meerderheidsbelang in Keremet Bank heeft verkocht aan een Russische oligarch met banden met de Russische regering; overwegende dat de Verenigde Staten Keremet Bank sancties heeft opgelegd;

AL.

overwegende dat de in Kirgizië gevestigde Bakai Bank OJSC Kyrgyzstan in oktober 2024 in België een civiele procedure heeft aangespannen tegen de Open Dialogue Foundation (ODF) wegens vermeende reputatieschade als gevolg van twee in 2023 door de ODF gepubliceerde rapporten waarin wordt gesteld dat bepaalde Kirgizische banken, waaronder Bakai Bank, Russische onderdanen hebben geholpen bij het omzeilen van sancties; overwegende dat Bakai Bank OJSC Kirgizië een schadevergoeding van 1 050 000 EUR eist, vermeerderd met bijkomende geldelijke sancties in geval van niet-naleving van een toekomstige rechtelijke beslissing; overwegende dat de bank zich pas 18 maanden na de publicatie van de rapporten tot de rechter heeft gewend, wat erop wijst dat er geen onmiddellijke reputatieschade is; overwegende dat de Brusselse ondernemingsrechtbank in juli 2025 alle voorlopige maatregelen waarom werd verzocht door de verzoekende partij, zijnde de verwijdering van de publicaties van de ODF uit 2023, heeft afgewezen; overwegende dat deze zaak kan worden aangemerkt als een SLAPP-zaak tegen een maatschappelijke organisatie;

EPCA tussen de EU en Kirgizië

1.

is met name in het licht van de afronding van de onderhandelingen en de ondertekening van de EPCA, ondanks de gedeelde belangen bij de versterking van de belangrijke politieke en handelsbetrekkingen tussen de EU en Kirgizië, bezorgd over de verslechterende situatie van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat in Kirgizië; dringt er in dit verband bij de Kirgizische autoriteiten op aan fundamentele vrijheden te eerbiedigen en te handhaven, met name de vrijheid van de media en de vrijheid van meningsuiting, en een klimaat van samenwerking en betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en lokale gemeenschappen bij openbare raadplegingen en besluitvormingsprocessen te bevorderen; acht het van groot belang dat het Parlement nauw wordt betrokken bij het toezicht op de uitvoering van alle onderdelen van de EPCA; verlangt dat beide partijen bij de overeenkomst binnen twee jaar effectief beoordelen in hoeverre de wezenlijke onderdelen zijn uitgevoerd, en daarbij duidelijke benchmarks voor de mensenrechten en tijdschema’s vastleggen; verzoekt de Commissie het Parlement de resultaten van deze evaluaties voor te leggen; verwacht dat de Kirgizische regering, gezien de recente achteruitgang op deze fronten en in de aanloop naar de stemming over de EPCA in het Europees Parlement en de daaropvolgende uitvoering ervan, een aantal concrete stappen zal ondernemen om de in dit verslag genoemde dringende punten van zorg aan te pakken, zoals de vrijlating van politieke gevangenen en de intrekking van onlangs aangenomen repressieve wetgeving; is van mening dat een negatieve beoordeling van de uitvoering van deze wezenlijke onderdelen ertoe kan leiden dat artikel 316 van de EPCA in werking treedt;

Betrekkingen tussen de EU en Kirgizië

2.

is ingenomen met de reeds lang bestaande en strategische betrekkingen tussen de EU en Kirgizië, alsook met de toenemende samenwerking en uitwisseling; wijst erop dat Kirgizië de op twee na grootste handelspartner van de EU in Centraal-Azië is; herhaalt zijn toezegging om met het land en zijn partners in Centraal-Azië samen te werken om vrede, veiligheid, stabiliteit, welvaart, democratie en duurzame ontwikkeling te waarborgen;

3.

is ingenomen met de resultaten van de eerste top EU-Centraal-Azië in Samarkand op 4 april 2025; is ingenomen met de inzet van de partijen voor regionale en mondiale stabiliteit, voor de bevordering en bescherming van de rechtsstaat, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, en voor de aanpak van klimaatactie, connectiviteit en onderwijs; neemt tevens kennis van de 20e ministeriële bijeenkomst van de EU en Centraal-Azië in Ashgabat op 27 maart 2025;

4.

benadrukt dat moet worden samengewerkt om groene initiatieven op basis van een duurzame markteconomie, innovatie in de particuliere sector, milieubeheer op lange termijn, systemen voor vroegtijdige waarschuwing bij natuurrampen, een koolstofarme ontwikkeling en de overgang naar hernieuwbare energiebronnen te bevorderen; benadrukt dat Kirgizië zich ervoor inzet om op mondiale platforms programma’s te bevorderen voor de bescherming van berggebieden, met inbegrip van het behoud van bergecosystemen, de bescherming van het milieu en de ontwikkeling van duurzaam toerisme en duurzame berggemeenschappen; benadrukt dat investeringen in de doelstellingen van Kirgizië op het gebied van groene energie aanzienlijk zouden bijdragen tot het verminderen van de regionale energieafhankelijkheid van het land en het aanpakken van milieu-uitdagingen; prijst de betrokkenheid van de Kirgizische Republiek bij het Team Europa-initiatief voor water, energie en klimaatverandering;

5.

steunt de inspanningen van Kirgizië op het gebied van duurzame ontwikkeling door zijn initiatieven af te stemmen op de nationale ontwikkelingsstrategie 2018-2040 van het land, naast de Global Gateway-strategie en de strategie voor Centraal-Azië van de EU; wijst erop dat in het partnerschap tussen de EU en Kirgizië prioriteit wordt gegeven aan governance en digitale transformatie om de transparantie en efficiëntie van het openbaar bestuur te vergroten;

6.

is ingenomen met de initiatieven van Team Europa om een groene en klimaatbestendige economie op te bouwen om milieuproblemen aan te pakken en duurzame groei te bevorderen; wijst op de recente ondertekening van de overeenkomst tussen het Kirgizische ministerie van Financiën en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, die het Kirgizische programma voor klimaatbestendige waterdiensten zal versterken;

7.

verzoekt de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) gezamenlijke samenwerkingsinitiatieven te blijven bevorderen op strategische gebieden zoals energie-infrastructuur (met name in de waterkrachtsector), duurzame ontwikkeling en cultuur, en daarbij voort te bouwen op de positieve ervaringen van de lidstaten die reeds actief zijn in de regio;

8.

benadrukt het belang van nauwere samenwerking op het gebied van kritieke grondstoffen, die als strategisch belangrijk zijn aangemerkt voor het waarborgen van veilige, duurzame en gediversifieerde toeleveringsketens; neemt kennis van de goedkeuring van de gezamenlijke intentieverklaring van de EU en Centraal-Azië over kritieke grondstoffen tijdens de eerste top EU-Centraal-Azië, alsook van het voorstel van Kirgizië om een partnerschap met de EU tot stand te brengen voor de ontwikkeling van kritieke grondstoffen;

9.

merkt op dat het Erasmus+-programma een belangrijke rol heeft gespeeld bij het bevorderen van academische uitwisselingen; is ingenomen met de steun van de EU voor digitalisering en onderwijs in het land en dringt aan op het opzetten van een programma voor de uitwisseling van ondernemers op het gebied van digitale transformatie en de groene transitie; benadrukt dat het belangrijk is convergentie en gecoördineerde hervormingen in het hoger onderwijs te bevorderen, bijvoorbeeld door het Kirgizische nationale kwalificatiekader af te stemmen op het Europees kwalificatiekader; benadrukt dat academische en culturele uitwisselingen tussen Kirgizië en de EU-lidstaten moeten worden bevorderd en dat Kirgizische jongeren actief moeten worden betrokken bij niet-formeel onderwijs en programma’s van het maatschappelijk middenveld; onderstreept het belang van het versterken van academische en beroepsuitwisselingen, voortbouwend op de onderwijsovereenkomst van 2024;

10.

veroordeelt met klem het besluit van de Kirgizische autoriteiten om het onafhankelijke toezichtsorgaan ter voorkoming van foltering, het nationaal centrum voor de voorkoming van foltering, zonder openbare raadpleging en op niet transparante wijze te ontbinden en te laten opgaan in het bureau van de ombudsman, waardoor het niet langer onafhankelijk is; is ingenomen met de verklaring van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten, waarin hij zijn ernstige bezorgdheid hierover uitspreekt en de Kirgizische autoriteiten oproept om deze koers te staken; dringt er bij de autoriteiten op aan het Statuut van Rome volledig te ratificeren en ten uitvoer te leggen;

11.

wijst erop dat de EU reeds 12 miljoen EUR heeft uitgetrokken om de hervorming van het rechtsstelsel van Kirgizië te ondersteunen, waarmee de inzet van de EU voor de institutionele ontwikkeling van het land wordt bevestigd; benadrukt dat het belangrijk is te blijven investeren in institutionele opbouw, transparantie en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht;

12.

uit, gezien de wijdverbreide corruptie in Kirgizië, zijn bezorgdheid over het transparante en efficiënte gebruik van de EU-bijstand van 98 miljoen EUR voor de periode 2021-2027; verzoekt de Kirgizische autoriteiten gedetailleerde verslagen te publiceren over het gebruik van EU-middelen en de samenwerking met internationale fraudebestrijdingsorganen, zoals het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), te versterken om de mondiale normen voor het beheer van fondsen te handhaven en krachtige fraudebestrijdingsmaatregelen uit te voeren die de financiële belangen van de EU beschermen; verzoekt de Commissie en andere relevante EU-instellingen te zorgen voor de hoogst mogelijke mate van toezicht op het gebruik van EU-middelen en te overwegen aanvullende middelen toe te wijzen ter versterking van de financiële en operationele capaciteit van de Kirgizische agentschappen die bij het beheer ervan betrokken zijn;

13.

benadrukt het belang van een betere informatie-uitwisseling over terroristische dreigingen, volledige naleving van de internationale financieringsnormen voor terrorismebestrijding en de uitvoering van krachtige maatregelen om de verwerving, de overdracht en het gebruik van chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair materiaal voor terroristische doeleinden te voorkomen;

14.

onderstreept dat het belangrijk is om samen te werken met alle relevante belanghebbenden, de samenwerking tussen bevoegde agentschappen te bevorderen en de nationale wetgeving in overeenstemming te brengen met de internationale normen inzake transparantie om onderzoek in te stellen naar financiële misdrijven en goed ondernemingsbestuur te bevorderen; dringt er bij de Kirgizische autoriteiten op aan meer inspanningen te leveren om corruptie uit te roeien en de strijd tegen corruptie niet te gebruiken als excuus voor hardhandig optreden tegen maatschappelijke organisaties en critici van de regering;

15.

verzoekt de Kirgizische Republiek zijn technische voorschriften te herzien en de samenwerking op het gebied van normen, metrologie, markttoezicht, accreditatie en conformiteitsbeoordelingsprocedures te versterken om de wederzijdse markttoegang te bevorderen, de bilaterale handel met de EU te verdiepen en een eerlijke behandeling van beleggers te waarborgen; dringt er bij Kirgizië op aan beperkende maatregelen te vermijden die EU-investeerders zouden kunnen benadelen;

Regionale samenwerking en mondiale uitdagingen

16.

is van mening dat Centraal-Azië een regio van strategisch belang voor de EU is op het gebied van veiligheid, connectiviteit, energiediversificatie, conflictoplossing en de verdediging van de multilaterale, op regels gebaseerde internationale orde, vooral op een historisch moment dat gekenmerkt wordt door ingrijpende geopolitieke veranderingen; moedigt de EU aan haar samenwerking met Centraal-Azië op politiek, economisch en veiligheidsgebied te intensiveren in overeenstemming met de waarden van democratie, mensenrechten en de rechtsstaat die ten grondslag liggen aan het extern optreden van de EU; benadrukt dat verdere samenwerking van de EU met de Centraal-Aziatische landen niet ten koste mag gaan van deze waarden; benadrukt de noodzaak van een intensievere dialoog en meer samenwerking op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid, met inbegrip van cyberbeveiliging, regionale stabiliteit, crisisbeheersing, ontwapening en wapenbeheersing, in overeenstemming met de beginselen van het internationaal recht en het VN-Handvest;

17.

onderstreept dat de EU en Centraal-Azië worden geconfronteerd met ingrijpende mondiale en regionale geopolitieke verschuivingen en uitdagingen; benadrukt in dit verband dat moet worden toegewerkt naar gestructureerde en wederzijds voordelige samenwerking op lange termijn in aangelegenheden van gemeenschappelijk belang; moedigt de EU ten zeerste aan haar betrekkingen met Centraal-Azië te intensiveren, gezien het geostrategische belang van de regio, en een strategisch partnerschap met Centraal-Azië te bevorderen door de samenwerking op politiek en economisch niveau uit te breiden; is ingenomen met het toegenomen contact op hoog niveau tussen de EU en Centraal-Azië;

18.

wijst erop dat het multilateralisme en de op regels gebaseerde orde zowel in de EU als in de Kirgizische Republiek te maken krijgen met toenemende, historische uitdagingen, bijvoorbeeld door de illegale Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne; neemt met bezorgdheid kennis van de neutrale houding van Kirgizië en andere landen in de regio ten aanzien van het conflict, en moedigt de Kirgizische autoriteiten aan de internationale normen te handhaven en bij te dragen aan regionale inspanningen om de soevereiniteit en territoriale integriteit te waarborgen; wijst op de invloed van Rusland in de regio, ondanks de inspanningen van Centraal-Aziatische landen om hun buitenlandse betrekkingen te diversifiëren; betreurt dat Kirgizië de illegale Russische invasie van Oekraïne niet heeft veroordeeld;

19.

betreurt het ten zeerste dat de Kirgizische autoriteiten hebben besloten om deel te nemen aan de militaire oefening Zapad 2025 van Rusland en Belarus nabij de grens met de EU en is van mening dat deze actie onverenigbaar is met hun uitgesproken intentie om een nauwer partnerschap met de EU tot stand te brengen;

20.

betreurt de actieve rol van Kirgizische ondernemingen en banken, zoals Keremet Bank, bij het helpen van Rusland om sancties te ontwijken en technologie en goederen voor tweeërlei gebruik te verkrijgen voor zijn oorlogsinspanningen tegen Oekraïne; betreurt de recente poging van Bakai Bank OJSC om een strategische rechtszaak tegen publieke participatie aan te spannen ten aanzien van de Open Dialogue Foundation; dringt er bij de Kirgizische autoriteiten op aan verdere maatregelen te nemen om de doorvoer van aan sancties onderworpen goederen naar Rusland via Kirgizië stop te zetten, zoals de handhaving van strengere vergunningsvereisten en het betrachten van passende zorgvuldigheid ten aanzien van ondernemingen die betrokken zijn bij de handel in goederen voor tweeërlei gebruik; benadrukt dat het niet aanpakken van de uitvoer van technologieën voor tweeërlei gebruik kan leiden tot secundaire sancties; verzoekt de Commissie het huidige niveau van ontduiking van sancties door Rusland met behulp van actoren in Centraal-Aziatische landen te beoordelen en concrete oplossingen voor te stellen voor de aanpak hiervan; beveelt aan een werkgroep op te richten die zich bezighoudt met de monitoring en tracering van de handel in goederen voor tweeërlei gebruik;

21.

betreurt dat Kirgizië, ondanks zijn toezegging om de democratische beginselen, de rechtsstaat, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden te eerbiedigen, zoals overeengekomen in de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst met de EU, zijn standpunten niet afstemt op die van democratische landen, met name de EU-lidstaten, bij stemmingen in de Algemene Vergadering van de VN;

22.

betreurt dat de Turks-Cypriotische separatistische entiteit de status van waarnemer heeft gekregen van de Organisatie van Turkmeense Staten (OTS) en aanwezig was op de OTS-top in Bisjkek; herhaalt dat de Centraal-Aziatische staten, met inbegrip van de Kirgizische Republiek, zich, als onderdeel van de gezamenlijke verklaring naar aanleiding van de eerste top EU-Centraal-Azië in Samarkand, hebben verbonden tot de desbetreffende resoluties 541 (1983) en 550 (1984) van de Veiligheidsraad van de VN;

23.

stelt vast dat de betrekkingen moeten worden versterkt om diepgaandere, nauwere en op waarden gebaseerde samenwerking te bevorderen bij het aanpakken van gemeenschappelijke dreigingen en het verwezenlijken van gemeenschappelijke doelstellingen wereldwijd;

24.

is ingenomen met initiatieven ter versterking van de trans-Kaspische vervoerscorridor en neemt nota van het coördinatieplatform voor de corridor;

25.

wijst op de rol van de EU als belangrijke donor van hulp aan de regio; benadrukt dat de inspanningen van de EU ter ondersteuning van de ontwikkelingssamenwerking in Centraal-Azië, met name Kirgizië, moeten worden opgevoerd in het kader van de onlangs ondertekende EPCA;

26.

is ingenomen met de tussen Kirgizië en Tadzjikistan gesloten grensovereenkomst en de recente ratificatie ervan; dringt er bij beide partijen op aan de nodige stappen te ondernemen om de overeenkomst ten uitvoer te leggen, onder meer door overleg te plegen met de lokale bevolkingen, en maatregelen te nemen om de grensoverschrijdende samenwerking te versterken en de grensgemeenschappen te ondersteunen die het hardst zijn getroffen door het recente grensoverschrijdende conflict; is ingenomen met de financiële steun van de EU voor de bouw van faciliteiten in de regio Sughd van Tadzjikistan, die aan Kirgizië grenst; verzoekt de Kirgizische autoriteiten de ernstige misdrijven die tijdens het gewapende conflict van september 2022 plaatsvonden en die door onafhankelijke waarnemers zijn gedocumenteerd, te onderzoeken en de daders ter verantwoording te roepen;

27.

is ingenomen met de eerste trilaterale top van Kirgizië, Tadzjikistan en Oezbekistan zonder bemiddeling door externe actoren; is ingenomen met het streven van Centraal-Azië om de regionale banden te versterken en een horizontale samenwerkingsarchitectuur in de regio op te zetten zonder de assertieve betrokkenheid van externe mogendheden;

Mensenrechten, democratie en de rechtsstaat

28.

benadrukt dat de stabiliteit, duurzame ontwikkeling en veiligheid worden versterkt wanneer de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat worden geëerbiedigd, aangezien dit bijdraagt tot het scheppen van rechtszekerheid, voorspelbaarheid en sterke instellingen; wijst erop dat sterke democratische rechtskaders en juridische instellingen bijdragen tot innovatie, handel, investeringen en economische expansie en tegelijkertijd zorgen voor inclusieve ontwikkeling en gelijke toegang tot sociale en economische rechten, en vermindering van sociale ongelijkheid, en onontbeerlijk zijn om veerkrachtige samenlevingen op te bouwen die bestand zijn tegen autoritaire invloed en externe destabilisatie;

29.

moedigt Kirgizië aan alomvattende antidiscriminatiewetgeving vast te stellen die seksuele gerichtheid, gender, handicap en etniciteit als beschermde categorieën omvat; benadrukt dat de bescherming van minderheden in Kirgizië een veelzijdige strategie vereist om de onderliggende oorzaken van discriminatie aan te pakken, met inbegrip van bestaande belemmeringen bij de toegang tot de rechter;

30.

is ingenomen met de wetgevingshandelingen ter verbetering van de bescherming tegen huiselijk, seksueel en gendergerelateerd geweld; verzoekt de Kirgizische regering ervoor te zorgen dat de wet consequent wordt gehandhaafd en dat daders formeel worden beschuldigd van de desbetreffende misdrijven, en te blijven werken aan de uitbanning van gendergerelateerd en huiselijk geweld;

31.

is bezorgd over de inwerkingtreding van nieuwe wetgeving die de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging in Kirgizië beperkt, omdat deze het toezicht en de controle van de staat op religieuze groeperingen versterkt door het opzetten van een staatsregister voor religieuze entiteiten en gebouwen, het invoeren van boetes voor het dragen van bepaalde religieuze kleding, zoals de nikab, in overheidsinstellingen en openbare plaatsen, en het toezicht op religieus onderwijs vergroot; verzoekt de Kirgizische autoriteiten ervoor te zorgen dat de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging in het land wordt beschermd, in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen en -verbintenissen in het kader van de Universele Verklaring van de rechten van de mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten;

32.

moedigt de Kirgizische regering aan een nationaal actieplan voor de mensenrechten te ontwikkelen met betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld, in overeenstemming met de aanbevelingen van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten;

33.

verzoekt de Kirgizische regering alle onrechtmatig gedetineerde of vastgehouden journalisten, bloggers en activisten onvoorwaardelijk vrij te laten, waaronder Kanyshai Mamyrkulova en degenen die banden hebben met Temirov Live, zoals Makhabat Tajibek kyzy, en Aike Beishekeyeva en Aktilek Kaparov, en alle aanklachten tegen hen in te trekken, alsmede het staatsburgerschap van Bolot Temirov terug te geven en zich verre te houden van andere onwettige praktijken, zoals de pogingen om het kind van Temirov bij de familie weg te halen en onder toezicht van de staat te plaatsen, en alles in het werk te stellen om Temirov en zijn kind te herenigen, omdat dit in het belang van het kind is; hekelt de veroordeling in oktober 2024 van de journalisten Azamat Ishenbekov en Makhabat Tajibek kyzy van het platform Temirov Live, dat bekendstaat om zijn onderzoeken naar corruptie, tot vijf en zes jaar gevangenisstraf; wijst op het advies van de VN-werkgroep inzake willekeurige detentie waarin de detentie van journalisten van Temirov Live als willekeurig wordt erkend; is ingenomen met de gratie voor de journalist en Temirov Live-medewerker Azamat Ishenbekov en de activist Zarina Torokulova, die werden veroordeeld wegens “aanzetten tot massale onrust”; dringt er bij de Kirgizische regering op aan om de aanbevelingen van de VN-werkgroep in haar advies nr. 57/2024 volledig op te volgen;

34.

dringt er bij de Kirgizische regering op aan ervoor te zorgen dat de beginselen van vrije en eerlijke verkiezingen worden nageleefd door het recht om zich verkiesbaar te stellen en campagne te voeren te waarborgen, en tegelijkertijd de administratieve neutraliteit ten aanzien van alle politieke partijen gedurende de huidige verkiezingscyclus te handhaven, in overeenstemming met de internationale normen; veroordeelt ten stelligste de campagne van de Kirgizische regering van intimidatie en gerechtelijke vervolging van oppositiepartijen, met name de SDK, die door de Kirgizische autoriteiten werd uitgesloten van deelname aan de lokale verkiezingen van november 2024 in Bisjkek; merkt op dat er in het Kirgizische parlement besprekingen over de hervorming van het kiesstelsel hebben plaatsgevonden; is uiterst bezorgd over de gevolgen van de wetgeving die door het Kirgizische parlement is aangenomen en op grond waarvan het voor personen met een strafblad verboden is belangrijke overheidsfuncties te bekleden, zich kandidaat te stellen voor het presidentschap of zich verkiesbaar te stellen voor het parlement, omdat deze wetgeving selectief kan worden toegepast met als doel politieke tegenstanders en personen uit het maatschappelijk middenveld uit het openbare leven te weren;

35.

betreurt ten zeerste de detentie van Temirlan Sultanbekov, Irina Karamushkina en Roza Turksever op 13 november 2024, en verzoekt de Kirgizische regering dringend een einde te maken aan hun politiek gemotiveerde vervolging door alle beperkingen op hun respectieve straffen in te trekken; veroordeelt het feit dat de procedures tegen hen dubieuze praktijken, een gebrek aan juridische bescherming vanaf het begin en de schending van hun recht op een eerlijk proces omvatten; wijst erop dat het onderzoek werd geopend op grond van een geluidsopname van onbekende oorsprong, die als belangrijkste bewijs diende en waarvoor geen rechterlijke toestemming is verleend; betreurt dat hun rechtszaken met gesloten deuren zijn gehouden zonder geluids- of video-opnamen; hekelt het feit dat de voorwaarden voor hun voorwaardelijke invrijheidstelling onevenredig zijn en inbreuk maken op hun recht om deel te nemen aan openbare aangelegenheden;

36.

dringt er bij de Kirgizische regering op aan geen politiek gemotiveerde vervolgingen in te stellen of ongepaste druk uit te oefenen op de politieke oppositie en afwijkende stemmen, zoals de SDK; benadrukt dat politieke pluriformiteit een noodzakelijk onderdeel is van elke moderne democratie en moet worden geëerbiedigd om de legitimiteit en stabiliteit op lange termijn te handhaven;

37.

verzoekt de Kirgizische autoriteiten het recht op vreedzame vergadering te waarborgen door het verbod op protesten in het stadscentrum van Bisjkek op te heffen, dat werd ingesteld naar aanleiding van een verzoek van de Russische ambassade om een einde te maken aan de anti-oorlogsdemonstraties bij haar gebouwen in 2022;

38.

is ermee ingenomen dat Klara Sooronkulova, Gulnara Dzhurabayeva, Asya Sasykbayeva en andere leden van het Comité ter bescherming van het waterreservoir Kempir-Abad zijn vrijgesproken; dringt er bij de Kirgizische regering op aan haar beroep tegen de beslissing van de rechtbank van eerste aanleg in te trekken en de politiek gemotiveerde vervolging te beëindigen;

39.

veroordeelt met klem, en dringt er bij de Kirgizische autoriteiten op aan een einde te maken aan, het aanhoudende en toenemende hardhandig optreden tegen het maatschappelijk middenveld, alsook de inspanningen van Kirgizische autoriteiten om de onafhankelijke media te onderdrukken en de oppositie de mond te snoeren door middel van een combinatie van juridische, administratieve en dwangmaatregelen; dringt er bij de autoriteiten op aan een klimaat van samenwerking, met de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en lokale gemeenschappen bij openbare raadplegingen en besluitvormingsprocessen, te bevorderen; betreurt met name de politiek gemotiveerde detentie van mensenrechtenactivist Rita Karasartova, die sinds april 2025 in voorlopige hechtenis zit zonder dat er onderzoeksmaatregelen zijn genomen, wat in strijd is met de procedurele normen, en wier zaak door de autoriteiten als geheim is aangemerkt, waardoor haar verdediging geen kopie van het bewijsmateriaal kan krijgen en haar proces, dat na twee eerdere uitstellen gepland staat voor augustus 2025, achter gesloten deuren zal plaatsvinden, en dringt aan op haar dringende vrijlating; betreurt de onevenredig zware straf opgelegd aan mensenrechtenactiviste Kanyshai Mamyrkulova, die is veroordeeld tot vier jaar voorwaardelijk met een avondklok, een verbod heeft om het land te verlaten en beperkingen en toezicht moet dulden op haar online publicaties, vanwege een bericht op sociale media waarin zij kritiek uitte op de Kirgizische regering; betreurt voorts de voorwaardelijke veroordeling van Joomart Karabaev, een linguïst en voormalig deskundige aan de Nationale Academie van Wetenschappen, vanwege het “aanzetten tot onrust” op basis van berichten op sociale media waarin hij corruptie binnen justitie aan de kaak stelde; geeft uiting aan zijn bewondering voor het Kirgizische maatschappelijk middenveld en de Kirgizische onafhankelijke media, die ondanks de vervolging, en met grote persoonlijke risico’s nog steeds tot de meest levendige maatschappelijke organisaties in Centraal-Azië behoren;

40.

verzoekt de EU-lidstaten en de EU-instellingen om Kirgizische maatschappelijke organisaties, mensenrechtenverdedigers en -advocaten, lhbtiq+- en milieuactivisten, onafhankelijke media en bloggers te ondersteunen, hun ernstige bezorgdheid te uiten over de verslechtering van de mensenrechten in Kirgizië in al hun uitwisselingen met de autoriteiten van het land, en de SAP+-voordelen van het land opnieuw te beoordelen en passende maatregelen te nemen, waaronder sancties in het kader van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (“EU-Magnitski-wet”), als laatste redmiddel, indien Kirgizië volhardt in het niet nakomen van zijn verbintenissen uit hoofde van internationale verdragen;

41.

betreurt verschillende recente gevallen van buiten Kirgizië gevestigde critici van de Kirgizische regering die worden bedreigd met uitlevering aan Kirgizië, waar zij het risico lopen op politiek gemotiveerde arrestaties, opsluiting en foltering als vergelding voor hun kritiek; hekelt de zaak van de verbannen activist Tilekmat Kurenov, die onlangs uit de Verenigde Arabische Emiraten is uitgeleverd aan Kirgizië, waar hij eerder vanwege zijn activisme werd blootgesteld aan politiek gemotiveerde opsluiting, foltering en bedreigingen;

42.

verlangt dat de Kirgizische regering de op Russische leest geschoeide wet inzake buitenlandse vertegenwoordigers intrekt, aangezien deze wet het maatschappelijk middenveld ernstig belemmert bij de uitvoering van legitieme werkzaamheden van algemeen belang en bij het werken zonder onnodige inmenging en intimidatie, en tegelijkertijd een veilige werkomgeving te waarborgen, en in strijd is met de internationale verplichtingen van Kirgizië uit hoofde van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en zijn verbintenissen als EU-partner in het kader van de EPCA; dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat de programma’s en initiatieven van de EU niet in het gedrang komen door de voorgestelde wetten, die de vrijheid van meningsuiting en de activiteiten van niet-gouvernementele organisaties kunnen beperken;

43.

dringt er bij Kirgizië op aan de vrijheid en pluriformiteit, die de fundamentele voorwaarden voor democratie zijn, van de media te eerbiedigen en te beschermen, en ervan af te zien onafhankelijke media tot sluiten te dwingen, zoals in het geval van Kloop, of niet-onderbouwde aanklachten tegen hen in te dienen als gevolg van hun onderzoeksjournalistiek en kritische berichtgeving; veroordeelt met klem het recente harde optreden tegen Kloop en dringt erop aan dat de nog vastzittende journalisten met banden met Kloop, te weten Aleksandr Aleksandrov en Zhoomart Duulatov, onvoorwaardelijk worden vrijgelaten en dat er een einde gemaakt wordt aan de vervolging en intimidatie van de medewerkers van Kloop; stelt tevreden vast dat mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International en het Media Action Platform Kyrgyzstan het harde optreden als onderdeel van omvattender inspanningen om de onafhankelijke journalistiek in het land te muilkorven, hebben veroordeeld; verzoekt de Kirgizische autoriteiten onafhankelijke mediaprofessionals toe te staan hun werk uit te voeren, te waarborgen dat journalisten en verslaggevers niet worden geconfronteerd met revanchistische vervolging wegens hun professionele activiteiten, met inbegrip van onderzoeksjournalistiek, en om verslaggevers die voor hun berichtgeving zouden kunnen worden lastiggevallen, passende bescherming te bieden; verzoekt de Commissie en de EU-lidstaten ervoor te zorgen dat de activiteiten van de Kirgizische dienst Radio Free Europe/Radio Liberty worden voortgezet;

44.

verzoekt de EDEO en de EU-delegatie in Kirgizië actief te zijn bij het bedrijven van publieksdiplomatie en valse narratieven aan te pakken die door de Kirgizische autoriteiten worden verspreid, met name die welke de waarden en het beleid van de EU verkeerd weergeven met als doel onafhankelijke media en het maatschappelijk middenveld in diskrediet te brengen; dringt er bij de diplomaten van de EU en de lidstaten in Kirgizië op aan deel te nemen aan politiek gemotiveerde processen en steun te verlenen aan de onterecht vervolgde personen en hun families;

45.

veroordeelt de pogingen van de Kirgizische autoriteiten om Aprel TV te sluiten door intrekking van de uitzendvergunning en stopzetting van de socialemedia-activiteiten van het kanaal op basis van een onderzoek door het staatscomité voor nationale veiligheid van Kirgizië; betreurt de uitspraak van 9 juli 2025 van de rechterlijke instantie van het Oktyabr-district van Bisjkek, waarbij werd bevolen dat de zender moest worden opgeheven en zijn socialemediapagina’s moesten worden verwijderd, waardoor de zender in feite werd gesloten; betreurt deze acties in een context van blokkering van mediakanalen op onrechtmatige gronden;

46.

uit zijn bezorgdheid over het opnieuw strafbaar stellen van laster en smaad in de wetgeving, en verzoekt de Kirgizische regering deze bepalingen niet te misbruiken om journalisten en legitieme politieke oppositie aan te pakken; verzoekt de autoriteiten deze wetgeving te herzien in overeenstemming met de aanbevelingen van de Commissie van Venetië; spreekt verder zijn bezorgdheid uit over het door de presidentiële administratie voorgestelde wetsontwerp tot wijziging van het wetboek van strafrecht, met name de wijzigingen in artikel 18, waarin wordt gedefinieerd wat een misdrijf is, aangezien hierbij een zorgwekkende formulering wordt geïntroduceerd die kan leiden tot juridische misstanden door het opheffen van aansprakelijkheid en het rechtvaardigen van illegale handelingen door ambtenaren, wetshandhavers en functionarissen van het staatscomité voor nationale veiligheid (GKNB);

47.

verzoekt de Kirgizische autoriteiten de wet inzake “onjuiste informatie” en de wet die “lhbt-propaganda” verbiedt in te trekken, aangezien die haaks staan op de verplichtingen van Kirgizië uit hoofde van het internationaal recht en systematisch zijn gebruikt om kritische stemmen, waaronder journalisten en actoren uit het maatschappelijk middenveld, het zwijgen op te leggen; betreurt ten zeerste de definitieve goedkeuring van de controversiële wet inzake massamedia, waarvan mediadeskundigen en maatschappelijke organisaties zeggen dat deze zal leiden tot repressieve mediacontrole, en dringt er bij de Kirgizische autoriteiten op aan ervoor te zorgen dat de wet inzake massamedia volledig in overeenstemming is met de internationale normen en niet leidt tot schendingen van de mediavrijheid of de vrijheid van meningsuiting;

48.

verzoekt de Kirgizische regering journalisten, medewerkers van niet-gouvernementele organisaties en activisten te beschermen tegen intimidatie en pesterijen, ook degenen die in gevangenschap worden geconfronteerd met doodsbedreigingen en andere veiligheidsdreigingen, en verzoekt de EU-delegatie dergelijke bedreigingen nauwlettend te monitoren en regelmatig verslag uit te brengen over de situatie van personen die gevaar lopen; betreurt de invallen, het blokkeren van nieuwssites en de vervolging van journalisten en bloggers door de regering; veroordeelt de opheffing door de rechtbank van de organisatie achter het onderzoeksplatform Kloop vanwege vermeende “negatieve” berichtgeving; betreurt de oproep van president Japarov om Radio Free Europe/Radio Liberty van Kirgizië op te heffen, die hij beschuldigt van het verspreiden van valse informatie;

49.

verzoekt de Kirgizische regering nadrukkelijk het bezit van “extremistisch” materiaal niet strafbaar te stellen, aangezien mensenrechtenorganisaties hebben gewaarschuwd dat dit de vrijheid van meningsuiting in Kirgizië verder zou kunnen inperken, in het licht van mogelijk misbruik van de wet, en om duidelijke juridische waarborgen te handhaven om misbruik van wetten te voorkomen die openbare oproepen tot extremistische activiteiten bestraffen; dringt er bij de hoge raad van Kirgizië op aan het recht op vrijheid van meningsuiting te handhaven en herinnert eraan dat de bestrijding van “onjuiste informatie” niet mag leiden tot hardhandig optreden tegen onafhankelijke media, de oppositie en anderen die kritisch staan tegenover de regering;

50.

dringt er bij de Kirgizische regering op aan de rechtsstaat, de scheiding der machten en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht overeenkomstig internationale normen te versterken, procedures in te stellen om de prestaties van de rechterlijke macht te meten, het publieke toezicht te verbeteren en de transparantie binnen de rechterlijke macht te vergroten, en de betrokkenheid van de rechterlijke macht bij het maatschappelijk middenveld en andere overheidssectoren te versterken; verzoekt de Kirgizische autoriteiten meer inspanningen te leveren om gelijke toegang tot de rechter, het recht op een eerlijk proces en de uitoefening van het recht op een eerlijk proces te waarborgen;

51.

is bezorgd over het grote aantal gevallen van voorlopige hechtenis, waarop de Kirgizische ombudspersoon Dzhamilia Dzhamanbaeva heeft gewezen, en herhaalt de oproep van de ombudsman aan Kirgizische wetshandhavings- en rechterlijke instanties om zich te houden aan internationale normen, waaronder de standaardminimumregels van de VN inzake niet tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen;

52.

neemt kennis van de hervormingen van het penitentiaire stelsel die de afgelopen jaren zijn gerealiseerd, met name wat betreft de ontwikkeling van de proeftijd, de digitalisering van verschillende processen en de invoering van alternatieve preventieve maatregelen; betreurt echter gevallen van mishandeling van gevangenen en moedigt de Kirgizische autoriteiten aan alle nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat gevangenen niet te maken krijgen met onmenselijke of vernederende behandeling of omstandigheden en adequate gezondheidszorg ontvangen met waarborging van de veiligheids- en beveiligingsvoorwaarden;

53.

onderstreept dat er nieuwe wetgeving moet worden ontwikkeld op het gebied van bestuursrecht en justitie, met inbegrip van de hervorming van het openbaar bestuur en alternatieve geschillenbeslechting, en dat de professionele capaciteiten van vertegenwoordigers van het openbaar bestuur en de rechterlijke macht moeten worden versterkt, wat deels kan worden bereikt door e-governancesystemen in te voeren;

54.

verzoekt de Kirgizische autoriteiten de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te handhaven en ervoor te zorgen dat advocaten niet worden blootgesteld aan inmenging of intimidatie als gevolg van het vervullen van hun professionele taken, met inbegrip van de verdediging van hun cliënten in politiek gevoelige zaken;

55.

prijst de deelname van Kirgizië aan het programma voor de rechtsstaat in Centraal-Azië, dat onder andere nationale inspanningen ter voorkoming en bestrijding van corruptie en het witwassen van geld heeft ondersteund, en dat beoefenaars van juridische beroepen bewuster heeft gemaakt van mensenrechtennormen;

56.

neemt kennis van de terugverwijzing van de controversiële wet inzake grondbezit naar het Kirgizische parlement door president Japarov, na openbare protesten tegen deze wet;

°

° °

57.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Kirgizische Republiek


(1)   PB L, 2024/2141, 13.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2024/2141/oj.

(2)   PB C, C/2024/5718, 17.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5718/oj.

(3)   PB C, C/2025/1969, 11.4.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1969/oj.

(4)  Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0170.

(5)  Resolutie van het Europees Parlement van 13 juli 2023 over aanbevelingen voor de hervorming van de regels van het Europees Parlement inzake transparantie, integriteit, verantwoordingsplicht en corruptiebestrijding (PB C, C/2024/4011, 17.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4011/oj ).


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1491/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)