|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2026/1436 |
31.3.2026 |
P10_TA(2025)0154
Productveiligheid en naleving van de regelgeving in het geval van e-commerce en invoer vanuit niet-EU-landen
Resolutie van het Europees Parlement van 9 juli 2025 over productveiligheid en naleving van de regelgeving in het geval van e-commerce en invoer vanuit niet-EU-landen (2025/2037(INI))
(C/2026/1436)
Het Europees Parlement,
|
— |
gezien het verslag van 31 maart 2022 van de Groep van wijzen over de hervorming van de douane-unie van de EU, getiteld “Putting More Union in the European Customs: Ten proposals to make the EU Customs Union fit for a Geopolitical Europe”, |
|
— |
gezien zijn standpunt van 13 maart 2024 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, tot oprichting van de douaneautoriteit van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 952/2013 (1), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 5 februari 2025 over een uitgebreid EU-instrumentarium voor veilige en duurzame e-commerce (COM(2025)0037), |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2024/3015 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 inzake een verbod op met dwangarbeid vervaardigde producten op de markt van de Unie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 (2), |
|
— |
gezien Richtlijn (EU) 2024/1760 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 en Verordening (EU) 2023/2859 (3), |
|
— |
gezien het verslag van Enrico Letta van april 2024 getiteld “Much more than a market: Speed, Security, Solidarity – Empowering the Single Market to deliver a sustainable future and prosperity for all EU Citizens” (4), |
|
— |
gezien artikel 55 van zijn Reglement, |
|
— |
gezien het advies van de Commissie internationale handel, |
|
— |
gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A10-0133/2025), |
|
A. |
overwegende dat e-commerce de manier heeft veranderd waarop consumenten kopen en interageren met bedrijven wereldwijd, wat ongekende kansen heeft gecreëerd; overwegende dat e-commerce aanzienlijke uitdagingen met zich meebrengt voor het concurrentievermogen van de EU en aanleiding geeft tot bezorgdheid over de rechten, de gezondheid en de veiligheid van consumenten, met name aangezien bepaalde productcategorieën aanleiding geven tot ernstige bezorgdheid over het effect ervan op kwetsbare consumentengroepen; overwegende dat e-commerce milieueffecten teweegbrengt, met name via meer afvalproductie en koolstofemissies als gevolg van vervoer en logistiek; overwegende dat e-commerce de aantrekkelijkheid van kleinhandelaars negatief beïnvloedt en op die manier bijdraagt aan de leegloop van de stadscentra; overwegende dat e-commerce ook sociale gevolgen heeft, met name voor de arbeidsomstandigheden in de opslag- en bezorgsector; |
|
B. |
overwegende dat meer dan 75 % van de consumenten in de EU online winkelt; overwegende dat de voortdurende groei van e-commerce de toegang voor de consument, de kwaliteit en de prijsconcurrentie verbetert; overwegende dat e-commerce de toegangsdrempels tot de markt voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en ondernemers verlaagt, digitale inclusie bevordert, achtergestelde gemeenschappen ondersteunt en bijdraagt tot innovatie, productiviteit en economische groei op de hele interne markt; |
|
C. |
overwegende dat met de toenemende invoer via e-commerce, voornamelijk uit China, de oneerlijke concurrentie is toegenomen door verkopers die zich niet aan de regels houden, de kosten voor naleving van de regelgeving ontduiken en bedrijven die zich wel aan de wet houden ondermijnen door bijvoorbeeld namaakproducten te verkopen; overwegende dat er dringend een eerlijk speelveld moeten worden gecreëerd voor alle bedrijven, met name kmo’s; overwegende dat het cruciaal is ervoor te zorgen dat de handhavingsinspanningen zowel op nationaal als op EU-niveau adequaat worden gefinancierd en toegerust, waarbij moet worden voorkomen dat handhavingstaken al te vaak aan particuliere actoren worden gedelegeerd; |
|
D. |
overwegende dat Europese ondernemingen en met name kmo’s moeten voldoen aan strikte regelgeving en op ongelijke voet concurreren met onlineplatforms voor e-commerce van buiten de EU die deze verplichtingen omzeilen; overwegende dat Europese ondernemingen materiële en personele middelen inzetten om te zorgen voor naleving van de regelgeving en daarbij aanzienlijke administratieve en financiële lasten op zich nemen; |
|
E. |
overwegende dat sommige niet-EU-ondernemingen de Europese gegevensbeschermingsregels, die een hoog niveau van privacy voor consumenten waarborgen, niet naleven door consumentenprofielen op te stellen op basis van persoonsgegevens; overwegende dat versterkte handhaving en samenwerking nodig zijn om de privacy van alle consumenten consistent te beschermen; |
|
F. |
overwegende dat Commissievoorzitter Ursula von der Leyen in haar politieke beleidslijnen 2024-2029 heeft gewezen op de noodzaak om uitdagingen in verband met onlineplatforms aan te pakken zodat zowel consumenten als bedrijven kunnen profiteren van een gelijk speelveld op basis van doeltreffende douane-, belasting- en veiligheidscontroles en duurzaamheidsnormen, en verschillende uitvoerend vicevoorzitters en commissarissen heeft opgedragen die taak te vervullen; |
|
G. |
overwegende dat het proces om het EU-acquis af te stemmen op de onlineomgeving enkele jaren geleden is begonnen en dat veel wetgeving inzake producten, consumentenbescherming en productveiligheid nu bepalingen bevat die zorgen voor stevige waarborgen in het digitale landschap; overwegende dat er ondanks deze inspanningen nog steeds kritieke tekortkomingen zijn die de autoriteiten verhinderen om de volledige toeleveringsketen verantwoordelijk te kunnen houden en de consumenten te kunnen beschermen, en dat die tekortkomingen dringend moeten worden aangepakt; |
|
H. |
overwegende dat de digitaledienstenverordening (5), de verordening algemene productveiligheid (6), de verordening markttoezicht (7) en de verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming (8) bijdragen tot een veiliger en eerlijk klimaat voor e-commerce, mits zij goed worden uitgevoerd en gehandhaafd; overwegende dat consumenten- en andere organisaties en nationale autoriteiten ondanks deze wetgeving hun bezorgdheid hebben geuit over het grote aantal onveilige producten die in de EU zijn aangetroffen en niet voldoen aan de EU-wetgeving inzake productveiligheid en milieu- en chemische normen; overwegende dat een betere financiering en coördinatie van de handhavingsautoriteiten in de lidstaten van cruciaal belang zijn om deze risico’s op doeltreffende wijze aan te pakken; |
|
I. |
overwegende dat e-commerce een aanzienlijke impact kan hebben op consumenten, door hun ongeëvenaard gemak, toegang tot diverse producten en concurrerende prijzen te bieden; overwegende dat e-commerce consumenten ook blootstelt aan risico’s, zoals onveilige producten, een gebrek aan transparantie en manipulatieve praktijken waarbij misbruik wordt gemaakt van hun kwetsbaarheid; |
|
J. |
overwegende dat consumentenbescherming van cruciaal belang is voor de werking van de interne markt van de EU, aangezien zij het vertrouwen en billijke handelspraktijken waarborgt en zo duurzame economische groei en innovatie mogelijk maakt; overwegende dat deze zorgen moeten worden aangepakt om de transparantie, de billijkheid en de verantwoordelijke ontwikkeling van digitale diensten en e-commerce te bevorderen; |
|
K. |
overwegende dat mensen met een achtergestelde sociaal-economische achtergrond, waaronder gezinnen en kinderen met een laag inkomen, vaker worden blootgesteld aan de risico’s van onveilige producten als gevolg van de lagere prijzen, agressieve marketing en brede beschikbaarheid ervan; |
|
L. |
overwegende dat de bezorgdheid over de geschiktheid van douaneprocedures voor e-commerce in het kader van het huidige douanewetboek van de Unie (9) een belangrijke drijfveer was voor het douanehervormingspakket van de Commissie, alsook voor de wetgevingsvoorstellen over de herziening van het douanewetboek van de Unie en de oprichting van een EU-douaneautoriteit, alsook de afschaffing van de vrijstellingsdrempel van 150 EUR (de-minimis) voor de betaling van douanerechten en btw op ingevoerde producten; |
|
M. |
overwegende dat de douaneautoriteiten aanzienlijke investeringen nodig hebben, met name met het oog op voldoende naar behoren opgeleide personeelsleden ter waarborging van de werking van de douanesystemen van de EU, die te maken krijgen met een exponentiële stijging van de behoefte aan douanecontroles; overwegende dat digitale oplossingen zonder de nodige investeringen in personeel niet kunnen leiden tot voordelen op het gebied van efficiëntie en harmonisatie; |
|
N. |
overwegende dat geavanceerde screeningtechnologieën, zoals artificiële intelligentie en blockchain, de capaciteit van douane- en markttoezichtautoriteiten om zendingen met een hoog risico te signaleren en nalevingscontroles op grote schaal te automatiseren, aanzienlijk zouden kunnen vergroten; overwegende dat er grote verschillen tussen de lidstaten bestaan wat de investeringen in dergelijke technologieën betreft; overwegende dat meer financiering, coördinatie en inspanningen op EU-niveau om de interoperabiliteit te waarborgen van cruciaal belang zijn om de uitrol van deze technologieën te versnellen en de algemene efficiëntie en doeltreffendheid van de handhavingsmechanismen te verbeteren; |
|
O. |
overwegende dat digitale instrumenten zoals artificiële intelligentie en het internet der dingen kunnen helpen bij het opsporen van niet-conforme producten, maar dat het gebruik ervan de persoonlijke levenssfeer van de consument moet eerbiedigen en niet mag leiden tot een algemene monitoring van gebruikers; |
|
P. |
overwegende dat in de mededeling van de Commissie van 5 februari 2025 over een uitgebreid EU-instrumentarium voor veilige en duurzame e-commerce wordt benadrukt dat het volume e-commercegoederen dat EU-consumenten op onlineplatforms van buiten de EU kopen, naar verwachting snel zal blijven stijgen, dankzij de huidige vrijstelling van douanerechten voor zendingen met een geringe waarde (tot 150 EUR); |
De toename van niet-conforme goederen in de e-commerce
|
1. |
wijst erop dat EU-consumenten steeds vaker aankopen doen op onlineplatforms van buiten de EU in omgevingen die gericht zijn op handelsverkeer tussen bedrijven en de consument en opkomende omgevingen tussen fabrikanten en de consument en omgevingen voor directe verkoop aan de consument; benadrukt dat het aantal schadelijke producten op de interne markt escaleert en dat EU-consumenten jaarlijks 19,3 miljard EUR verspillen aan de aankoop van gevaarlijke producten die verwondingen kunnen veroorzaken en schadelijk zijn voor onze economieën, zoals wordt beschreven in het verslag-Letta over de toekomst van de interne markt (10); |
|
2. |
merkt op dat de EU-invoer van e-commerceartikelen die onder de vrijstellingsdrempel van 150 EUR vielen, in 2024 goed was voor 4,6 miljard EUR en voor 91 % afkomstig was uit China, wat neerkomt op 12 miljoen kleine e-commerceartikelen per dag, wat bijna het dubbele is van het bedrag voor 2023 (2,4 miljard EUR), en meer dan het driedubbele van het bedrag voor 2022 (1,4 miljard EUR); merkt op dat deze toename de nalevingsproblemen heeft vergroot, vooral op het gebied van productveiligheid, en dat markttoezichtautoriteiten en onafhankelijke onderzoeken wijzen op een alarmerend hoge niet-naleving; |
|
3. |
benadrukt dat de meeste onveilige en illegale producten in grote hoeveelheden naar de EU worden verzonden in individuele en vaak kleine pakketten die via onlineplatforms van niet-EU-landen, en met name China, aan EU-consumenten worden verkocht; benadrukt dat het moeilijk is om dergelijke producten te controleren, met name voor de douaneautoriteiten op de plaatsen van binnenkomst die zich meestal in grote havens en logistieke luchthavens voor e-commerce bevinden; benadrukt dat het hierdoor nagenoeg onmogelijk wordt om te voorkomen dat dergelijke producten de EU binnenkomen en het steeds meer moeilijker wordt voor de markttoezichtautoriteiten om dergelijke producten op te sporen en van de interne markt te verwijderen, en ook voor de consumentenautoriteiten om dit te doen zodra de producten de consument in de EU bereiken; |
|
4. |
wijst erop dat de snelle groei van e-commerce aanzienlijke gevolgen heeft voor het milieu door bijvoorbeeld een toename van het verpakkingsafval, de grotere koolstofvoetafdruk van producten van lage kwaliteit en met een korte levensduur en de verzending ervan, alsook problemen met afvalbeheer en niet-recyclebare materialen; benadrukt in dit verband dat de milieuwetgeving moet worden nageleefd en dat duurzame consumptiepatronen moeten worden aangemoedigd; |
|
5. |
wijst erop dat sommige onlinemarktplaatsen van buiten de EU zijn beschuldigd van dwangarbeid; benadrukt in dit verband dat Verordening (EU) 2024/3015 verbiedt dat producten die met dwangarbeid zijn vervaardigd, op de markt van de EU worden gebracht, en dat die verordening zodra die wordt toegepast doeltreffend moet worden gehandhaafd, ook voor onlineverkoop; |
|
6. |
merkt op dat Verordening (EU) 2023/2411 (11) betreffende de bescherming van geografische aanduidingen voor ambachtelijke en industriële producten op 1 december 2025 in werking treedt; wijst erop dat geografische aanduidingen het gevaar lopen geen effect te sorteren als ze niet gepaard gaan met adequate promotie en bescherming, met name met betrekking tot de markten van niet-EU-landen; verzoekt de Commissie, samen met de douaneautoriteiten van de lidstaten, derhalve de controles te versterken die gericht zijn op het onderscheppen van producten die de regels inzake geografische aanduidingen schenden; |
|
7. |
spreekt zijn bezorgdheid uit over het heersende bedrijfsmodel van bepaalde grote onlineplatforms van buiten de EU, dat gebaseerd is op de snelle, grootschalige productie en distributie van snelle en ultrasnelle mode, waarbij snelheid en lage kosten voorrang krijgen boven duurzaamheid, veiligheid en kwaliteit; betreurt het dat veel van deze producten niet voldoen aan de EU-wetgeving, maar dat verkopers die de regels niet naleven, vaak ontkomen aan echte handhaving of sancties; wijst erop dat dergelijke praktijken neerkomen op sociale en milieudumping en leiden tot een aanhoudend en oneerlijk concurrentievoordeel voor deze platforms van buiten de EU, waardoor Europese ondernemingen, met name kmo’s en micro-ondernemingen, onder onevenredige druk komen te staan; benadrukt dat dit de ontwikkeling van de textiel- en kledingsector in de EU belemmert; |
Kruispunten op het gebied van e-commerce: het aangaan van uitdagingen op het gebied van naleving
|
8. |
erkent dat de EU een robuust nalevingskader heeft vastgesteld, dat ook van toepassing is op producten die online worden verkocht, maar dat er nog meer moet worden gedaan met het oog op de volledige handhaving van dit nalevingskader; benadrukt in dit verband het belang van de digitaledienstenverordening, de digitalemarktenverordening, de verordening markttoezicht, de verordening algemene productveiligheid, de regelgeving inzake consumentenbescherming en diverse product- en milieuwetgeving; benadrukt dat markttoezichtautoriteiten problemen ondervinden om deze regelgevingen toe te passen op onlineplatforms – zoals blijkt uit het onlangs gepubliceerde evaluatieverslag van de Commissie inzake de uitvoering van artikel 4 van Verordening (EU) 2019/1020 –, met name wanneer grote hoeveelheden van een product worden verkocht en in kleine pakketten worden verzonden; is van mening dat de digitaledienstenverordening en andere regelgeving strikt moeten worden uitgevoerd om onveilige, niet-conforme en nagemaakte producten te bestrijden; |
|
9. |
wijst erop dat het bestaande nalevingskader moet worden uitgevoerd en dat deze maatregelen moeten worden geëvalueerd wanneer nieuwe regelgeving wordt overwogen, waaronder nieuwe verplichtingen voor onlinemarktplaatsen; |
|
10. |
merkt op dat fysieke controles met name onpraktisch zijn voor kleine pakketten die rechtstreeks naar de eindgebruiker worden verzonden en dat de douaneautoriteiten derhalve voornamelijk zullen blijven inzetten op controles van de documentatie in plaats van inspecties van de producten zelf; |
|
11. |
merkt op dat er aanzienlijke lacunes zijn op het gebied van handhaving doordat douane- en markttoezichtautoriteiten over beperkte middelen beschikken en onvoldoende gedigitaliseerd zijn, dat het de lidstaten ontbreekt aan personele middelen en geharmoniseerde en interoperabele technologische instrumenten en dat er onvoldoende gegevens worden uitgewisseld en onvoldoende wordt samengewerkt en gecoördineerd tussen douaneautoriteiten, platforms en entiteiten voor markttoezicht; is zich ervan bewust dat de mogelijkheden van fysieke inspecties onvermijdelijk en inherent begrensd zijn gezien het aantal e-commercepakketten dat de EU binnenkomt; |
|
12. |
is van mening dat tests met mystery shoppers door markttoezichtautoriteiten, zoals voorgesteld in de mededeling van de Commissie over e-commerce, een belangrijk instrument zijn om de naleving te controleren voor de producten die via onlineplatforms worden verkocht; wijst er echter op dat als verkopers buiten de EU gevestigd zijn of niet traceerbaar zijn en als er nepadressen worden gebruikt voor verantwoordelijke personen, er geen aansprakelijke rechtspersoon is en markttoezichtautoriteiten niet handhavend kunnen optreden; |
|
13. |
is van mening dat EU-fabrikanten en detailhandelaren, met name kmo’s, te maken krijgen met oneerlijke concurrentie als gevolg van platforms van niet-EU-landen waarmee fabrikanten van buiten de EU en hun niet-conforme producten gemakkelijk toegang krijgen tot de markt van de EU door de toepasselijke regelgeving en normen te omzeilen; benadrukt dat EU-fabrikanten weliswaar strikte veiligheids-, milieu- en kwaliteitsregels moeten naleven, maar dat veel producten van geringe waarde die via deze platforms worden verkocht, aan douane- en markttoezichtcontroles ontsnappen door de manier waarop zij naar de EU worden verzonden; uit zijn bezorgdheid over het feit dat sommige van deze platforms en handelaren van buiten de EU deze lacune bewust benutten waardoor niet-conforme invoerproducten ongecontroleerd op de interne markt van de EU kunnen worden gebracht en Europese fabrikanten, groot- en detailhandelaren worden benadeeld, waardoor hun concurrentievermogen afneemt en zij minder goed in staat zijn te innoveren, hetgeen ertoe kan leiden dat veel micro-ondernemingen en kleine ondernemingen verdwijnen; |
|
14. |
benadrukt dat EU-fabrikanten de facto onderworpen zijn aan een aanzienlijk strenger markttoezicht dan fabrikanten van buiten de EU die EU-consumenten bereiken via platforms voor e-commerce; betreurt ten zeerste het verlies van marktaandeel en banen als gevolg van de toestroom van goedkopere producten die niet voldoen aan de Europese normen, met name op het gebied van veiligheid en kwaliteit, en van andere illegale producten die vanuit niet-EU-landen worden aangevoerd, met directe gevolgen voor kmo’s in de EU en voor de positie van EU-ondernemingen en hun vermogen om te investeren en winstgevend te blijven; |
|
15. |
beklemtoont het verschil tussen onlineplatforms die als tussenpersoon optreden en onlineplatforms die als importeur optreden; merkt met name op dat de platforms voor e-commerce in de EU die als importeur optreden, nalevingskosten moeten betalen waardoor hun detailhandelsprijzen met ongeveer 40 % stijgen, wat gevolgen heeft voor eindgebruikers; benadrukt dat in de EU gevestigde importeurs te maken hebben met strengere verplichtingen en hogere kosten, terwijl tussenplatforms verkopers van buiten de EU in staat stellen rechtstreeks naar consumenten in de EU te verzenden zonder de naleving te garanderen; |
|
16. |
erkent dat e-commerceplatforms onderworpen zijn aan verschillende verplichtingen krachtens de digitaledienstenverordening en de verordening algemene productveiligheid, en in specifieke omstandigheden aansprakelijk kunnen worden gesteld in het kader van de richtlijn productaansprakelijkheid (12); herinnert er in dit verband aan dat onlineplatforms aansprakelijk zijn als zij hun specifieke verplichtingen als tussenpersoon niet nakomen; is evenwel van mening dat de consument in alle gevallen verhaal moet kunnen halen; benadrukt in dit verband dat wanneer de fabrikant buiten de EU is gevestigd en er geen importeur, gemachtigde vertegenwoordiger of fulfilmentdienstverlener kan worden geïdentificeerd, onlinemarktplaatsen passende en evenredige remedies moeten bieden aan consumenten wanneer zij niet voldoen aan de digitaledienstenverordening, met name de artikelen 30 en 31, of aan artikel 22 van de verordening algemene productveiligheid; |
|
17. |
benadrukt dat onlinemarktplaatsen worden verzocht hun handelaren te traceren in het kader van de digitaledienstenverordening (“ken uw zakelijke klant”), wat handelaren moet ontmoedigen om onveilige of nagemaakte goederen te verkopen, en verplicht zijn te voldoen aan de regels inzake op conformiteit gericht ontwerp om de algemene traceerbaarheid te vergroten; benadrukt het gebrek aan verantwoordingsplicht van onlineplatforms in het geval van onvindbare verkopers of verkopers die buiten de jurisdictie van de EU zijn gevestigd; stelt vast dat het beginsel “ken uw zakelijke klant” vaak niet wordt nageleefd en dat op socialemediaplatforms steeds vaker nieuwe verkooppraktijken opduiken, waar deze verplichting niet doeltreffend wordt opgelegd, waardoor verkopers van buiten de EU niet-conforme goederen rechtstreeks aan EU-consumenten kunnen aanbieden; wijst er derhalve op dat onlineplatforms alles in het werk moeten stellen om de volledige traceerbaarheid van verkopers en producten te waarborgen, door te voorkomen dat aanbiedingen verschijnen zonder geverifieerde gegevens over de productconformiteit; |
|
18. |
benadrukt dat de informatie over verantwoordelijke marktdeelnemers in de EU overeenkomstig de verordening algemene productveiligheid, die optreden namens een handelaar of platform van buiten de EU, vaak onjuist is of ontbreekt; merkt op dat zelfs als deze informatie beschikbaar is, de verantwoordelijke persoon in de EU mogelijk niet aansprakelijk is, met name wanneer de verantwoordelijke persoon een gemachtigde vertegenwoordiger is; is bezorgd over het feit dat markttoezichtautoriteiten melden dat zij aanzienlijke moeilijkheden ondervinden om deze handelaren van buiten de EU te bereiken en het EU-recht te handhaven, en dat zelfs wanneer contact wordt gelegd, het vaak niet mogelijk is om sancties aan hen op te leggen; |
|
19. |
is van mening dat het opzetten van een databank van de verantwoordelijke personen in de EU om verificaties via realtime kruiscontroles mogelijk te maken, samen met het instellen van een accreditatieprocedure voor hen, de transparantie kan vergroten en de verantwoordingsplicht in de hele invoerketen van e-commerce kan versterken; |
|
20. |
is er voorstander van dat consumentenorganisaties onderzoeks- en handhavingsmaatregelen ontwikkelen en dat consumentenautoriteiten in de EU, als onderdeel van het SCB-netwerk en op grond van de digitaledienstenverordening, onderzoeken instellen tegen onlineplatforms van buiten de EU wegens mogelijke inbreuken op de productveiligheids- en consumentenwetgeving van de EU; is bezorgd over de trage voortgang van deze onderzoeken en dringt aan op een snelle afronding ervan; benadrukt dat handhaving een afschrikkende werking moet hebben, onder meer via passende sancties om naleving af te dwingen; benadrukt in dit verband dat op nationaal en EU-niveau bijzondere aandacht moet uitgaan naar terugkerende gevallen van niet-naleving die bij eerdere controles van soortgelijke producten aan het licht zijn gekomen, onder meer door voorlopige maatregelen op te leggen; wijst erop dat nauwlettend moet worden gecontroleerd of door onlineplatforms gedane toezeggingen worden gehandhaafd en doeltreffend zijn; |
|
21. |
dringt er bij de Commissie en de SCB-autoriteiten op aan een gestructureerde dialoog over handhaving aan te gaan met consumentenvertegenwoordigers, handelaren en andere belanghebbenden om systematische inbreuken vast te stellen die een krachtigere handhaving vereisen; |
|
22. |
merkt op dat het voor de EU-autoriteiten ingewikkeld is om het EU-recht te handhaven wanneer de marktdeelnemers buiten de EU gevestigd zijn; benadrukt de noodzaak van betere internationale samenwerkingsovereenkomsten, met name met grote exporteurs uit de e-commerce; |
Krachtig handhavingsbeleid in de strijd tegen niet-conforme e-commerceproducten
Dringende behoefte aan maatregelen op korte termijn
|
23. |
dringt er bij de lidstaten op aan meer financiering en middelen vrij te maken voor markttoezicht-, douane-, consumentenbeschermings- en digitaledienstenautoriteiten, zodat zij de uitdagingen die onveilige en illegale producten opleveren, beter kunnen aanpakken; verzoekt de Commissie een krachtigere samenwerking en informatie- en gegevensuitwisseling tussen bevoegde autoriteiten, waaronder tussen markttoezicht- en douaneautoriteiten, te ondersteunen en wijst erop dat de samenwerking tussen verschillende sectoren moet worden verbeterd; dringt er bij de lidstaten op aan te zorgen voor een doeltreffende coördinatie tussen de verschillende markttoezichtautoriteiten op hun grondgebied en de bevoegdheden van de verbindingsbureaus te versterken; benadrukt dat de lidstaten en de EU de verantwoordelijkheid hebben om ervoor te zorgen dat de markttoezicht- en douaneautoriteiten over voldoende middelen en opleiding beschikken en zodanig zijn uitgerust dat zij in staat zijn hun taak te vervullen, met inbegrip van passende onderzoeksbevoegdheden; |
|
24. |
verzoekt de markttoezichtautoriteiten om meer middelen te investeren in gezamenlijke of gecoördineerde activiteiten met andere lidstaten of relevante autoriteiten en met name het aantal en de frequentie van gecoördineerde handhavingsmaatregelen zoals sweeps, mystery shopping en collegiale toetsingen te verhogen; dringt er bij de relevante autoriteiten op aan om actief deel te nemen aan deze activiteiten en dringt er bij de Commissie op aan haar coördinatiebevoegdheden ten volle te benutten; |
|
25. |
is ingenomen met het voornemen van de Commissie om de controles van douane- en markttoezichtautoriteiten te coördineren in het kader van prioritaire controlegebieden die gericht zijn op producten uit niet-EU-landen die aanzienlijke veiligheidsrisico’s en een risico op niet-naleving inhouden; benadrukt dat dit initiatief waardevolle gegevens over risicoprofielen moet opleveren, die kunnen worden gebruikt bij verdere handhavingsactiviteiten en bij de oplegging van boeten aan niet-conforme actoren; verzoekt de Commissie de samenwerking binnen het Unienetwerk voor productconformiteit te versterken en de EU-financiering voor douanesamenwerking in het kader van het Douaneprogramma en voor markttoezichtactiviteiten in het kader van het programma voor de interne markt te verhogen; wijst erop dat het gebrek aan passende middelen de effectieve uitrol van instrumenten, zoals het wijdverbreide gebruik van tests met mystery shoppers door markttoezichtautoriteiten of het gebruik van betrouwbare flaggers krachtens de digitaledienstenverordening, belemmert; wijst de Commissie erop dat er, naast de bestaande testfaciliteiten voor speelgoed en radioapparatuur, dringend behoefte is aan meer testfaciliteiten voor e-commercegoederen, zoals voor batterijen, textiel, cosmetica, elektrische apparaten en andere producten; verzoekt de lidstaten voldoende middelen uit te trekken om een hogere capaciteit van de testfaciliteiten te garanderen en om meer te investeren in apparatuur voor het opsporen van onveilige en illegale goederen; |
|
26. |
benadrukt dat de lidstaten om redenen van gegevens en beveiliging verkopers met een hoog risico moeten verbieden actief te zijn in hun kritieke infrastructuur en systemen voor grensbeveiliging, waaronder de aankoop van apparatuur voor veiligheidsonderzoek en het scannen van vracht op luchthavens en in havens; |
|
27. |
benadrukt dat aanbieders van onlinemarktplaatsen op grond van de verordening algemene productveiligheid verplicht zijn om een centraal contactpunt op te richten, zich te registreren bij de Safety Gate Portal en de informatie over hun centrale contactpunt op het portaal te vermelden; verzoekt de Commissie deze en andere verplichtingen van onlinemarktplaatsen doeltreffend te handhaven en de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten te ondersteunen bij de uitvoering van de verordening algemene productveiligheid en de verordening markttoezicht; merkt op dat bij de verordening algemene productveiligheid is voorzien in rechtstreekse gegevensuitwisselingen tussen handhavingsautoriteiten en e-commerceplatforms; is evenwel van mening dat opdat deze systemen doeltreffend zouden werken, er een rechtstreekse verbinding met de douaneautoriteiten moet worden ingesteld; |
|
28. |
merkt op dat het huidige systeem meer reactief dan preventief is, aangezien de autoriteiten pas ingrijpen nadat gevaarlijke producten al zijn verkocht aan consumenten, in plaats van de distributie ervan te voorkomen; herinnert eraan dat aanbieders van onlinemarktplaatsen in het kader van de verordening algemene productveiligheid worden aangemoedigd om producten te controleren aan de hand van de Safety Gate Portal alvorens de producten op hun interfaces te vermelden; benadrukt dat willekeurige steekproeven alleen doeltreffend kunnen zijn als ze regelmatig worden uitgevoerd; |
|
29. |
benadrukt dat voor verschillende kritieke producten die online worden verkocht het digitale productpaspoort (DPP) snel moet worden ingevoerd om de handhaving van de bestaande wetgeving te versterken; dringt er bij de Commissie op aan zo spoedig mogelijk de nodige secundaire wetgeving inzake het DPP te presenteren, met name voor textiel, speelgoed, cosmetica, elektronica en andere producten met een hoog non-conformiteitspercentage en bijbehorende risico’s; verzoekt de Commissie om de vereisten, het technische ontwerp en de werking van het DPP continu als een prioriteit te beoordelen in het kader van de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten (13); verzoekt de Commissie de ondernemingen te ondersteunen, in het bijzonder micro-ondernemingen en kmo’s, bij de invoering van het digitaal productpaspoort; |
|
30. |
stelt voor om het DPP en een vroegtijdige nalevingscontrole te verplichten voor alle producten die via e-commerce worden ingevoerd, met inbegrip van gedetailleerde kwaliteits- en nalevingsgegevens die rechtstreeks in de EU-douanedatahub moeten worden geïntegreerd, zodat autoriteiten informatie over producten vooraf kunnen screenen voordat deze op de interne markt worden gebracht; |
|
31. |
dringt er bij de lidstaten op aan aanzienlijke inspanningen te leveren om de douanecontroles op te voeren en de risicoanalyse te verbeteren, aangezien het opsporen en verwijderen van niet-conforme goederen ervoor kan zorgen dat het gevaar voor de EU-consument afneemt en de economische belangen van EU-bedrijven beter worden beschermd; benadrukt dat de invoering in de douanerisicoanalyse van een vermoeden van niet-conformiteit voor goederen die identiek zijn aan goederen die reeds niet-conform zijn bevonden, de controles door de douaneautoriteiten zou kunnen vergemakkelijken en de kostenefficiëntie zou kunnen verbeteren; wijst erop dat de douanecentra moeten worden versterkt zodat ze beter zijn toegerust voor de afhandeling van het grote aantal kleine pakketten die moeilijk te controleren zijn met behulp van traditionele methoden, met inbegrip van geavanceerde screeningtechnologieën om verdachte pakketten op de plaats van binnenkomst te identificeren; vraagt om striktere nalevingscontroles en steekproefsgewijze controles door de autoriteiten op vervoer met een hoog tonnage; dringt er voorts bij de lidstaten op aan de mate van digitalisering van de invoerprocedures bij de douaneautoriteiten aanzienlijk te verhogen teneinde de bestaande regelgeving uit te voeren en de douaneprocedures te versnellen, in het bijzonder gelet op het grote aantal pakketten; |
|
32. |
benadrukt dat ondernemingen, met name kmo’s, dringend behoefte hebben aan duidelijke richtsnoeren van de Commissie voor de effectieve uitvoering van de verordening algemene productveiligheid, met inbegrip van een toelichting bij de wisselwerking tussen deze verordening en overlappende regelgeving, zoals de digitaledienstenverordening, de verordening markttoezicht, de richtlijn productaansprakelijkheid en sectorspecifieke wetten inzake speelgoed, cosmetica en detergentia; verzoekt de Commissie die richtsnoeren vóór het einde van de eerste helft van 2025 uit te vaardigen, zodat bedrijven ze gemakkelijker kunnen naleven; is van mening dat in het beoordelingsverslag over de interactie van de digitaledienstenverordening met andere rechtshandelingen, dat op 17 november 2025 moet worden ingediend, rekening moet worden gehouden met andere wetgeving, met name wat betreft productconformiteit, de verplichtingen van onlinemarktplaatsen, de regels inzake handhaving en mogelijke toekomstige verbeteringen op het gebied van vereenvoudiging en uitvoering; verzoekt de Commissie alle mogelijke verdere maatregelen te verkennen, met inbegrip van de evaluatie van sectorale wetgeving, die nodig is om te zorgen voor juridische voorspelbaarheid en ervoor te zorgen dat er geen mazen in de wet of handhavingslacunes blijven bestaan wat betreft de rechtstreekse invoer uit niet-EU-landen via onlinemarktplaatsen; |
|
33. |
verzoekt de relevante nationale autoriteiten om het bestaande, recent aangenomen handhavingsinstrumentarium ten volle te gebruiken, met name in verband met de bepalingen inzake e-commerce in de verordening markttoezicht, de verordening algemene productveiligheid en de digitaledienstenverordening, zoals verwijderingsbevelen, verboden, het beperken van het op de markt brengen van producten of het van de markt halen van producten, terugroepingen en sancties als maatregelen om de toename van illegale, niet-conforme invoer uit niet-EU-landen tegen te gaan; |
|
34. |
benadrukt dat de maatregelen voor handhaving van de regelgeving die worden genomen tegen actoren die zich niet aan de wet houden, geen onevenredige belasting mogen vormen voor actoren die dat wel doen en geen onbedoelde schade mogen berokkenen aan de tweedehandsmarkt; |
|
35. |
wijst erop dat de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten moet worden gewaarborgd in het licht van het toenemende aantal niet-Europese namaakgoederen op e-commerceplatforms; merkt op dat deze praktijken het concurrentievermogen van Europese ondernemingen schaden en een risico vormen voor innovatie en voor de stimulansen voor onderzoek en ontwikkeling; verzoekt om strengere maatregelen tegen de onlineverkoop van namaakgoederen; dringt er bij de Commissie op aan duidelijke richtsnoeren uit te vaardigen over betrouwbare flaggers en benadrukt dat rechtenhouders moeten worden erkend als in aanmerking komende betrouwbare flaggers wanneer zij voldoen aan de criteria van artikel 22 van de digitaledienstenverordening; |
|
36. |
wijst erop dat de lidstaten beter gebruik moeten maken van de beschikbare pakketten boeten en sancties die kunnen worden opgelegd aan marktdeelnemers, alsook van de andere beschikbare instrumenten, waaronder voorlopige maatregelen, teneinde een afschrikkend effect te creëren dat marktdeelnemers ervan weerhoudt inbreuk op de toepasselijke wetgeving te plegen; |
|
37. |
dringt er bij de Commissie op aan zo snel mogelijk doeltreffende maatregelen te nemen, waaronder wetgevingsmaatregelen wanneer er duidelijk sprake is van mazen in de wetgeving, die voor rechtszekerheid en een gelijk speelveld voor Europese ondernemingen zorgen, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan kmo’s; |
De behoefte aan hervormingen van de regelgeving
|
38. |
dringt aan op het wegnemen van belemmeringen voor de handhaving van consumentenrechten, zoals wettelijke garantieclaims en het recht om goederen terug te sturen; verzoekt de Commissie de SCB-verordening onverwijld te herzien, aangezien dit van fundamenteel belang zal zijn voor een doeltreffendere grensoverschrijdende handhaving van het EU-consumentenrecht en voor de bestrijding van onveilige producten; verzoekt de Commissie in dit verband te voorzien in duidelijke maatregelen om de handhavingsbevoegdheden ten aanzien van handelaren en platforms van buiten de EU verder te versterken en te zorgen voor een betere coördinatie van EU- en nationale maatregelen en de uitwisseling van informatie tussen autoriteiten evenals met autoriteiten in niet-EU-landen; benadrukt dat de opzet van het Europees Mededingingsnetwerk als voorbeeld kan dienen voor de handhaving en de informatie-uitwisseling bij vermoedelijke inbreuken die gevolgen hebben voor meerdere lidstaten, met name met het oog op een doeltreffende bestrijding van niet-conforme producten; wijst erop dat de Commissie directe bevoegdheden moet krijgen om bepaalde schendingen van het consumentenrecht met grote gevolgen te onderzoeken en te bestraffen, en zo te zorgen voor een meer doeltreffende, gelijktijdige en uniforme handhaving en sanctionering in het kader van het EU-consumentenrecht; |
|
39. |
merkt op dat de SCB-verordening handhavingsautoriteiten reeds machtigt om op te treden tegen handelaren die zich niet aan de regels houden en lidstaten zelfs de mogelijkheid biedt om sancties en voorlopige maatregelen op te leggen, zoals het beperken van de toegang tot de website; erkent evenwel dat de beperking is dat deze maatregel voor elk land afzonderlijk moet worden genomen in plaats van op EU-niveau, waarbij elk land zijn eigen sancties toepast, waardoor inbreuken ongelijke gevolgen hebben; |
|
40. |
merkt op dat er tussen de lidstaten verschillen bestaan in de handhaving, wat leidt tot inefficiëntie; dringt aan op een betere coördinatie van de handhaving en het toezicht op de naleving, op een doeltreffende informatie-uitwisseling tussen de lidstaten en op een meer uniforme toepassing van het EU-acquis; verzoekt de Commissie de verordening markttoezicht te evalueren, met name de behoefte aan een EU-markttoezichtautoriteit die zorgt voor consistentie en de activiteiten van de betrokken nationale markttoezichtautoriteiten operationeel ondersteunt en de samenwerking met de nieuwe EU-douaneautoriteit bevordert, alsook de uitvoering van artikel 4 van de verordening markttoezicht, waarin de voor de naleving van de productconformiteit verantwoordelijke marktdeelnemers in de EU worden gedefinieerd; wijst erop dat de aangewezen verantwoordelijke marktdeelnemers tot op vandaag vaak niet in staat zijn om consumenten verhaalmogelijkheden of schadeloosstelling te bieden, met name wanneer zij gemachtigde vertegenwoordiger zijn; |
|
41. |
steunt de ambitie van de Commissie om snel vooruitgang te boeken in de komende interinstitutionele onderhandelingen met het Parlement en de Raad over de hervorming van het douanewetboek van de Unie en de twee voorstellen voor besluiten van de Raad tot afschaffing van de drempel voor vrijstelling van douanerechten voor goederen met een waarde van minder dan 150 EUR; dringt er daarom bij de lidstaten op aan de onderhandelingsprocedure in de Raad te versnellen, en wijst daarbij op de dringende behoefte aan een douanehervorming om het concurrentievermogen van de EU en de bescherming van de EU-consument veilig te stellen; benadrukt evenwel dat schrapping van de drempel een noodzakelijke stap is, maar geen alomvattende oplossing, aangezien douaneautoriteiten nog steeds maar een beperkt percentage van de pakketten zullen kunnen controleren; wijst erop dat de vrijstelling van de douanerechten onmiddellijk moet worden afgeschaft voor ingevoerde producten met een hoog risico wat betreft de product- en de consumentenveiligheid; benadrukt dat de douanehervorming moet zorgen voor samenhang tussen de regelgevingskaders, waarbij met name overlappingen of conflicten met de digitaledienstenverordening moeten worden vermeden, en benadrukt de essentiële rol die douaneautoriteiten spelen bij het opsporen van niet-conforme en onveilige producten; |
|
42. |
benadrukt dat de hervorming van het douanewetboek van de Unie ervoor zal zorgen dat de douaneautoriteiten de nodige instrumenten krijgen om beter toezicht te houden op en controles uit te voeren op goederen die de EU binnenkomen, de interne markt en de douane-unie worden versterkt, onveilige en illegale producten beter worden opgespoord en een gelijk speelveld tot stand wordt gebracht tussen marktdeelnemers; is in dit verband ingenomen met het voorstel in het kader van het douanewetboek van de Unie om een mechanisme voor samenwerking met markttoezichtautoriteiten op te zetten dat zal leiden tot doeltreffendere productcontroles; benadrukt het belang van een betere douane-infrastructuur en van meer personeel voor een doeltreffend beheer van e-commerce; benadrukt de behoefte aan vereenvoudigde nalevingsprocessen die specifiek zijn toegesneden op kmo’s; verzoekt de lidstaten om geautomatiseerde, toekomstgerichte douaneafhandelingssystemen in te voeren, bijvoorbeeld door platforms te verplichten tot automatische registratie en douaneafhandeling op de plaats van verkoop; |
|
43. |
is bezorgd dat sommige handelaren van buiten de EU de EU-douanecontroles omzeilen door goederen in te klaren op de plaats van oorsprong; wijst erop dat handelsondernemingen van buiten de EU er vaak de voorkeur aan geven boetes te betalen in plaats van pakketten bij aankomst bij de EU-douane te openen, omdat zij hun zendingen willen uitladen en meteen willen vertrekken; is ernstig bezorgd over het feit dat douaneautoriteiten constateren dat veel pakketten niet of onjuist zijn aangegeven en soms frauduleus worden geëtiketteerd; benadrukt dat deze aspecten bij de hervorming van het douanewetboek van de Unie eveneens moeten worden aangepakt; |
|
44. |
neemt kennis van de bezorgdheid van het ECC-netwerk over het bedrijfsmodel van dropshipping, dat uitdagingen met zich meebrengt op het gebied van consumentenbescherming, productveiligheid en naleving van de regelgeving; betreurt dat consumenten vaak worden geconfronteerd met misleidende praktijken, problemen bij het retourneren van producten en onverwachte douanerechten, terwijl een aanzienlijk deel van de via dropshipping verkochte producten niet voldoet aan de EU-veiligheidsnormen; wijst erop dat dropshipping de handhaving bemoeilijkt vanwege ontraceerbare bedrijven en grensoverschrijdende complexiteit, terwijl de naleving van de regels inzake btw en gegevensbescherming belangrijke aandachtspunten blijven; merkt op dat dropshipping, in combinatie met marketing door influencers, de transparantieproblemen, reputatierisico’s en inconsistente resultaten kan verergeren; verzoekt de Commissie na te gaan hoe de problematiek van dropshipping kan worden aangepakt; |
|
45. |
benadrukt dat het concept van een “gelijkgestelde importeur” bedoeld is om een gelijk speelveld te garanderen voor zowel EU-onlineplatforms als niet-EU-onlineplatforms; merkt op dat deze maatregel er in het geval van onlineverkoop van buiten de EU voor zou zorgen dat klanten van onlineplatforms van buiten de EU niet als importeurs zouden worden beschouwd, zoals in het kader van het huidige douanewetboek van de Unie het geval is, terwijl een platform of handelaar van buiten de EU in plaats daarvan als de “gelijkgestelde importeur” zou worden beschouwd; is van mening dat de verantwoordelijkheden van de “gelijkgestelde importeur” duidelijk moeten worden omschreven en in overeenstemming moeten zijn met de bepalingen van de digitaledienstenverordening; benadrukt dat het feit dat platforms worden belast met het innen van de btw en douanerechten op de plaats van verkoop in plaats van bij binnenkomst in de EU, fraude en belastingontduiking zal verminderen; |
|
46. |
uit zijn bezorgdheid over het facultatieve karakter van de regeling inzake het éénloketsysteem bij invoer (IOSS) voor alle onlinemarktdeelnemers, wat afwijkt van de oorspronkelijke doelstellingen van het initiatief inzake btw in het digitale tijdperk; benadrukt de noodzaak van aanvullende maatregelen om de robuustheid van het systeem te versterken en mogelijk misbruik te beteugelen; dringt er bij de Commissie op aan nauw samen te werken met de belanghebbenden om het IOSS te beschermen tegen frauduleuze praktijken; beveelt aan dat dergelijke waarborgen zowel uitgebreid als gestroomlijnd zijn om fraude effectief te ontmoedigen en tegelijkertijd buitensporige administratieve lasten te vermijden; wijst erop dat de toepassing van het IOSS moet worden uitgebreid tot goederen boven de drempel voor vrijstelling van douanerechten van 150 EUR om onderwaardering te voorkomen en eerlijke concurrentie te waarborgen; |
|
47. |
dringt aan op de oprichting van een nieuwe EU-douaneautoriteit in 2026 om de douaneautoriteiten van de lidstaten deskundige ondersteuning te bieden; benadrukt dat de EU-douaneautoriteit in het kader van haar coördinerende taak ook de test- en controlecapaciteiten van de douane- en markttoezichtautoriteiten in en tussen de lidstaten in kaart moet brengen en moet worden gemachtigd om onaangekondigde inspecties te verrichten om mogelijke onveilige of niet-conforme producten op te sporen en sancties op te leggen in geval van niet-naleving; merkt op dat de nieuwe EU-douanedatahub zal bijdragen tot een nauwere samenwerking tussen de EU-douaneautoriteit en de douane- en andere autoriteiten door gegevensuitwisseling en de interoperabiliteit van nationale IT-systemen, en zo gecoördineerde controles en de opsporing van niet-conforme producten zal vergemakkelijken; vindt dat het van essentieel belang is de functionaliteiten van het douane-éénloketsysteem volledig te integreren in de EU-douanedatahub; wijst erop dat het in de context van de voorgestelde EU-douaneautoriteit belangrijk is regelmatig te overleggen met vertegenwoordigers van verschillende belanghebbenden om de EU-douaneautoriteit vroegtijdig te waarschuwen; |
|
48. |
benadrukt dat, gezien de urgentie, de verschillende verplichtingen die in het kader van de herziening van het douanewetboek van de Unie zijn gepland, sneller in werking moeten treden, zoals de oprichting van de EU-douanedatahub; verzoekt de Commissie onmiddellijk een begin te maken met de voorbereidende werkzaamheden die nodig zijn voor de oprichting van de EU-douanedatahub, om de voorbereiding van zijn functionaliteiten voor e-commerce in 2026 te versnellen; |
|
49. |
dringt er bij de Commissie op aan de effecten te beoordelen van het verschijnsel waarbij e-commerceartikelen in bulk naar de EU worden verzonden en waarbij handelaren van buiten de EU op hun beurt voor dergelijke goederen entrepots in de EU oprichten voordat de producten in pakketten worden verpakt voor de levering aan klanten; wijst erop dat de verzending van e-commerceartikelen in bulk en de opslag ervan in entrepots in de EU ervoor zouden zorgen dat de douane- en markttoezichtautoriteiten een strenger toezicht kunnen uitoefenen en niet-conforme goederen beter kunnen controleren en opsporen dan het geval is bij zendingen van afzonderlijke pakketten; verzoekt de Commissie en de lidstaten alle mogelijke opties te overwegen om dergelijke praktijken te stimuleren, met inbegrip van een vereenvoudigde regeling voor Trust&Check-ondernemers en kosten-batenanalysen voor stimuleringsregelingen; merkt voorts op dat bulkverzending wellicht niet haalbaar is voor alle handelaren van buiten de EU, met name voor handelaren die actief zijn op de markt voor verkoop van consumenten aan consumenten (C2C) of de tweedehandsmarkt; benadrukt dat bij deze aanpak een evenwicht moet worden gevonden tussen de nalevingsvoordelen en de praktische vereisten van marktdeelnemers in de e-commerce, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat er geen logistieke knelpunten ontstaan of dat verschillende bedrijfsmodellen onnodig worden belast; |
|
50. |
erkent dat de Commissie een non-paper heeft uitgebracht over de invoering van een niet-discriminerende behandelingstaks voor e-commerceartikelen, die door de douaneautoriteiten in rekening moet worden gebracht voor in het kader van verkoop op afstand verkochte goederen, teneinde de hogere toezichtskosten te dekken die de douaneautoriteiten maken voor het controleren van de gegevens, het uitvoeren van risicoanalysen, het verrichten van documenten- en fysieke controles en met name de financiering van de EU-douaneautoriteit en de datahub; dringt er bij de lidstaten op aan geen eenzijdige taksen in rekening te brengen om versnippering van de douane-unie te voorkomen; benadrukt dat in het voorstel een vast tarief van 2 EUR wordt voorgesteld voor elk artikel dat rechtstreeks aan de klant wordt geleverd en een lager tarief van 0,50 EUR voor Trust&Check-ondernemers die optreden als douane-entrepot voor verkoop op afstand binnen de EU; verzoekt de Commissie naar behoren te evalueren of het voorgestelde bedrag in overeenstemming is met de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en of het volstaat en evenredig is om de doelstellingen te verwezenlijken; dringt erop aan deze behandelingstaks niet in rekening te brengen bij de consument; |
|
51. |
wijst op de enorme kosten voor afvalbeheer en productvernietiging die voortvloeien uit het grote aantal niet-conforme en onveilige producten dat via e-commerce uit niet-EU-landen wordt ingevoerd; benadrukt dat een groot deel van deze producten niet-recyclebaar is, schadelijk is voor het milieu of niet voldoet aan de toepasselijke wetgeving inzake chemische stoffen, hetgeen de milieukosten voor de overheid nog verder opdrijft; verzoekt de Commissie derhalve de nodige maatregelen te evalueren om de milieueffecten van de e-commerceactiviteiten van niet-EU-landen te beperken, waaronder de haalbaarheid van een afvalbeheerbijdrage voor alle producten die via onlinemarktplaatsen van niet-EU-landen worden verkocht, om ervoor te zorgen dat de milieukosten niet door de EU-belastingbetalers worden gedragen; |
|
52. |
wijst erop dat onsamenhangende sancties en uiteenlopende handhavingsstrategieën voor niet-naleving in de verschillende lidstaten tot “grensshoppen” of “douaneshoppen” leiden; is voorstander van een minimale harmonisatie van inbreuken en niet-strafrechtelijke sancties voor niet-naleving in de lidstaten en via de EU-douaneautoriteit, omdat zo zou worden voorkomen dat er zwakke plaatsen van binnenkomst zouden ontstaan in het douanegebied van de EU; benadrukt dat dit de opzet van een gemeenschappelijk kader voor minimale harmonisatie moet inhouden, om de bestaande mazen in de wetgeving te dichten en zo de uitdagingen op het gebied van e-commerce aan te pakken; benadrukt dat de lidstaten aanvullende sancties kunnen opleggen die zijn afgestemd op de nationale context; |
|
53. |
merkt op dat de Commissie bepaalde onlinemarktplaatsen van buiten de EU onder de loep neemt omdat zij manipulatieve praktijken hanteren, waaronder donkere patronen, verslavende ontwerpkenmerken, misleidende marketing door influencers en de verspreiding van valse of misleidende onlinerecensies; erkent dat oneerlijke handelspraktijken volgens het verslag van de geschiktheidscontrole op het gebied van digitale rechtvaardigheid consumenten elk jaar bijna 8 miljard EUR kosten en dat het gebruik van oneerlijke technieken om consumenten, en met name kwetsbare consumenten en kinderen, aan te zetten tot impulsaankopen leidt tot overconsumptie en overbesteding; verzoekt de Commissie deze kwesties aan te pakken in de aanstaande verordening digitale rechtvaardigheid, tenzij ze al onder bestaande wetgeving vallen, teneinde oneerlijke praktijken doeltreffend te bestrijden en bestaande mazen in de wet te dichten, en tegelijkertijd te zorgen voor overeenstemming met de bestaande rechtskaders en onnodige regeldruk te vermijden; |
|
54. |
benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat nieuwe door de Commissie voorgestelde initiatieven op het gebied van handhaving of naleving van de douanewetgeving niet leiden tot bijkomende administratieve lasten voor Europese bedrijven, met name kmo’s; |
|
55. |
wijst op de belangrijke taak van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) op het gebied van grensoverschrijdend onderzoek naar douaneovertredingen, waaronder met name fraude waarbij de prijs van producten op onrechtmatige wijze wordt ondergewaardeerd teneinde te vermijden dat invoerrechten moeten worden betaald; benadrukt dat de grootschalige ontduiking van douanerechten, onder meer via frauduleuze e-commerceaangiften en onderwaardering, alsook het vermijden van controles en “forumshopping”, doeltreffend moeten worden bestreden door middel van strafrechtelijke onderzoeken door het EOM, met de steun van de douaneautoriteiten; wijst erop dat het robuuste rechtskader van het EOM voor grensoverschrijdende onderzoeken moet worden benut om de criminele netwerken achter dergelijke operaties te ontmantelen; |
Aanvullende handhavingsmaatregelen
|
56. |
verzoekt de Commissie en de bevoegde nationale autoriteiten de digitaledienstenverordening krachtig te handhaven wat betreft de verantwoordelijkheid van onlinemarktplaatsen, in het bijzonder hun verplichtingen op het gebied van aanbevelingssystemen, interfaceontwerp, het recht op informatie, de regels inzake op conformiteit gericht ontwerp om de algehele traceerbaarheid te vergroten, en hun verplichting uit hoofde van het beginsel “ken uw zakelijke klant”; benadrukt dat de naleving van deze verplichtingen handelaren die zich niet aan de regels houden moet ontmoedigen hun producten in de EU aan te bieden via marktplaatsen of shoppingdiensten van sociale media die tot deze categorie behoren, en verzoekt de Commissie praktische ondersteuning te bieden bij de opsporing van handelaren die zich niet aan de EU-regels houden; wijst op de noodzaak van een op de digitaledienstenverordening gebaseerd netwerk van betrouwbare flaggers voor illegale producten en e-commerce om ervoor te zorgen dat platforms hun verplichtingen daadwerkelijk nakomen; |
|
57. |
benadrukt dat het van cruciaal belang is de samenwerking en coördinatie met de nationale bevoegde autoriteiten te verbeteren; verzoekt om meer samenwerking tussen alle relevante autoriteiten, zoals de autoriteiten van de lidstaten, de douaneautoriteiten en de consumentenbeschermingsautoriteiten, en om een sterkere coördinatie tussen alle opgerichte deskundigengroepen; wijst erop dat de onderzoeksmaatregelen tegen niet-conforme onlinemarktplaatsen in het kader van de digitaledienstenverordening resultaten moeten opleveren en moeten leiden tot afschrikkende sancties teneinde te voorkomen dat niet-conforme producten worden aangeboden; benadrukt het belang van deze onderzoeken om systeemrisico’s, nalevingsfouten, de verspreiding van illegale inhoud, verslavende ontwerpkenmerken, donkere patronen en het gebruik van influencers voor manipulatieve reclame aan te pakken; |
|
58. |
verzoekt de handhavingsautoriteiten het toezicht en de handhavingsmaatregelen met betrekking tot nieuwe verkoopkanalen te versterken; beveelt aan om de bevoegde autoriteiten toe te rusten met passende middelen, technologische instrumenten en grensoverschrijdende samenwerkingsmechanismen om handelaren die zich niet aan de regels houden en die via sociale media en andere nieuwe platforms opereren, op doeltreffende wijze op te sporen en tegen hen op te treden; |
|
59. |
stelt voor dat verkopers op onlinemarktplaatsen een retouradres en contactpunt binnen de EU ter beschikking moeten stellen zodat consumenten niet-conforme goederen gemakkelijk en zonder onnodige kosten kunnen terugsturen en de autoriteiten het goed kunnen inspecteren; is van mening dat het aan de onlinemarktplaatsen is om dit te controleren en dat zij verantwoordelijk moeten worden gehouden voor de handhaving; |
|
60. |
acht het dringend noodzakelijk dat de doeltreffendheid van de bepaling inzake de “verantwoordelijke voor producten die in de Unie in de handel zijn gebracht” grondig wordt geëvalueerd, met name die van handelaren van buiten de EU, en dat daarbij wordt voortgebouwd op de resultaten van het evaluatieverslag over artikel 4 van de verordening markttoezicht; verzoekt de Commissie om in haar toekomstige maatregelen te overwegen om handelaren van buiten de EU te verplichten een verantwoordelijke persoon in de EU aan te wijzen die verhoogd juridisch en financieel aansprakelijk is; |
|
61. |
merkt op dat de post- en andere bezorgdiensten ingrijpende veranderingen ondergaan door de snelle groei van e-commerce; uit zijn bezorgdheid over het feit dat het systeem van eindkosten van de Wereldpostunie in de praktijk niet van toepassing is op e-commercestromen; merkt op dat de Chinese e-commercebedrijven hierdoor, door de aantallen zendingen, rechtstreeks commerciële overeenkomsten sluiten met de EU-postdiensten, voor uitzonderlijk aantrekkelijke bezorgingstarieven die lager liggen dan die voor de levering van in de EU vervaardigde goederen, wat leidt tot een verdere versnippering van de interne markt voor postdiensten; dringt er bij de Commissie op aan de gevolgen van e-commerce voor de postdiensten en de interne markt te evalueren en na te gaan hoe de postdiensten kunnen bijdragen tot de versterking van de interne markt en de consumenten ten goede kunnen komen, en tot het algehele concurrentievermogen van de EU; |
|
62. |
is ingenomen met de goedkeuring van de hervormingen van de btw in het digitale tijdperk, die een aanzienlijke stap vormen in de richting van een modernisering van de btw-inning in de e-commercesector; benadrukt het belang van één btw-identificatienummer voor onlinemarktplaatsen en voor Europese fabrikanten, dat hen in staat zal stellen op een gelijk speelveld te concurreren doordat de naleving van de btw-regels in alle lidstaten wordt vereenvoudigd; benadrukt dat deze maatregel ook de invoer en opslag van goederen in bulk in de EU kan vergemakkelijken, hetgeen het gebruik van versnipperde grensoverschrijdende zendingen zal beperken en ervoor zal zorgen dat diensten met toegevoegde waarde, zoals fulfilment en logistiek, op de interne markt plaatsvinden; wijst erop dat deze hervormingen de naleving van de belastingwetgeving zullen versterken, de administratieve lasten zullen verlichten en de handhaving zullen verbeteren en tegelijkertijd de eerlijke concurrentie zullen ondersteunen en de toeleveringsketens in de EU zullen versterken; verzoekt de Commissie en de lidstaten om de effectieve uitvoering van deze maatregelen te waarborgen om de voordelen ervan voor Europese bedrijven en consumenten te maximaliseren; |
|
63. |
verzoekt de Commissie om maatregelen te overwegen die gericht zijn op het verminderen van onnodige regelgevings- en administratieve nalevingslasten voor EU-fabrikanten, met name voor kmo’s, teneinde het speelveld gelijker te maken en deze fabrikanten in staat te stellen beter te concurreren met mondiale concurrenten die met efficiëntere nalevingsnormen werken; |
|
64. |
verzoekt de Commissie de internationale samenwerking met gelijkgezinde landen te versterken om beste praktijken uit te wisselen, gemeenschappelijke uitdagingen en risico’s vast te stellen en gezamenlijke acties op het gebied van e-commerce te ontwikkelen; |
|
65. |
is in dit verband ingenomen met het initiatief voor een gezamenlijke verklaring van de WTO voor e-handel; merkt op dat de overeenkomst consumenten en bedrijven ten goede zal komen door grensoverschrijdende elektronische transacties te vergemakkelijken, belemmeringen voor digitale handel te verminderen en innovatie op het gebied van e-commerce te bevorderen; benadrukt echter dat de overeenkomst slechts een basis is en moedigt de Commissie aan om in onderhandelingen met partners te streven naar ambitieuze handelsovereenkomsten om te zorgen voor bindende bepalingen inzake e-commerce; |
Intensiever gebruik van IT-instrumenten
|
66. |
is ingenomen met het feit dat de Commissie een project voorbereidt om bestaande databanken, waaronder het informatie- en communicatiesysteem voor markttoezicht, de Safety Gate van de EU en het douanerisicobeheersysteem, te stroomlijnen en om te vormen tot een gemeenschappelijk interoperabel systeem waarin alle informatie over de veiligheid van producten, de opsporing van namaakproducten en meldingen van ongevallen wordt verzameld, en om ervoor te zorgen dat deze interoperabel zijn met het DPP en de toekomstige EU-douanedatahub; verzoekt de Commissie informatie te publiceren over het tijdschema voor de uitvoering en de middelen die voor dit initiatief nodig zijn; |
|
67. |
steunt het voornemen van de Commissie om markttoezichtautoriteiten toegang te geven tot het e-Surveillance Webcrawler-instrument om signaleren dat bepaalde gevaarlijke producten opnieuw opduiken; verzoekt de Commissie zo spoedig mogelijk een andere webcrawler beschikbaar te stellen om nieuwe producten op de lijst te kunnen vinden, teneinde niet-conforme producten te signaleren voordat zij bij de consument terechtkomen; |
|
68. |
is er voorstander van artificiële intelligentie, blockchain en het internet der dingen op verantwoorde wijze te gebruiken om productoverzichten op platforms voor e-commerce te scannen en te analyseren, douane- en markttoezichtinspecties en risico-identificatie te automatiseren en productconformiteitsdatabanken te integreren voor realtimecontroles tussen markttoezichtautoriteiten en douaneautoriteiten, in overeenstemming met de nationale en de EU-wetgeving; merkt echter op dat de hoge uitvoeringskosten van deze technologieën een belemmering blijven vormen; merkt op dat de volledige uitrol van deze technologieën zal leiden tot een efficiëntere afhandeling, met name voor goederen van geringe waarde en het grote aantal pakketten met veel verschillende artikelen die de controlemogelijkheden beperken; |
|
69. |
verzoekt de Commissie en de lidstaten beste praktijken uit te wisselen en stimulansen te vinden om de nationale autoriteiten de nodige financiering en ondersteuning te bieden teneinde een verantwoord gebruik van technologische oplossingen te bevorderen; stelt voor artificiële intelligentie, blockchain en het internet der dingen te gebruiken om productoverzichten op platforms voor e-commerce te scannen en te analyseren, inspecties en risicoprofilering te automatiseren en productconformiteitsdatabanken te integreren voor realtimecontroles door verschillende autoriteiten; |
|
70. |
benadrukt dat de lidstaten de douanecontroles op met name zendingen van geringe waarde moeten versterken door op risico gebaseerde beoordelingssystemen en digitale tracering in te voeren om te voorkomen dat niet-conforme producten de douanecontroles omzeilen; verzoekt de lidstaten geautomatiseerde processen naar een hoger plan te tillen, bijvoorbeeld via geautomatiseerde scans van etiketten bij de verwerking van pakketten bij de douane; |
|
71. |
beseft dat sommige onlinemarktplaatsen ook gebruikmaken van een aantal IT-instrumenten om onveilige en illegale producten die op hun platform worden aangetroffen, op te sporen en te verwijderen; benadrukt echter dat onlinemarktplaatsen verder moeten investeren in en meer gebruik moeten maken van deze IT-instrumenten om daadwerkelijk te voorkomen dat onveilige en illegale producten op hun platform worden verkocht; verzoekt de Commissie in dat verband onlinemarktplaatsen te blijven stimuleren IT-instrumenten te gebruiken, met volledige inachtneming van artikel 8 van de digitaledienstenverordening, waarin is bepaald dat er geen algemene verplichting bestaat tot monitoring van de informatie die aanbieders van tussenhandeldiensten doorgeven of opslaan; |
|
72. |
stelt voor dat, onverminderd het in de digitaledienstenverordening verankerde beginsel dat verleners van onlinetussenhandeldiensten niet mogen worden onderworpen aan een monitoringverplichting met betrekking tot verplichtingen van algemene aard, onlinetussenhandelaren die zich bezighouden met de verkoop, promotie of distributie van producten op de EU-markt, zelf het gebruik van risicogebaseerde digitale monitoringsystemen moeten overwegen om de aanwezigheid van illegale inhoud (presentatie, beschrijving of te koop aanbieden van illegale of gevaarlijke producten) op te sporen en te voorkomen; wijst erop dat het belangrijk is snelleresponsmechanismen in te voeren om ervoor te zorgen dat specifieke illegale inhoud permanent wordt verwijderd zodra aanbieders van onlinetussenhandeldiensten ervan op de hoogte raken dat dergelijke illegale inhoud op hun interfaces wordt aangeboden, en dat aanbieders van hostingdiensten alle nodige maatregelen moeten nemen om te voorkomen dat dezelfde of vergelijkbare illegale inhoud opnieuw op hun platform verschijnt; |
Verbetering van het bewustzijn en de voorlichting van de consument
|
73. |
benadrukt dat de EU-consumenten en de Europese kmo’s die zich bezighouden met invoeractiviteiten vaak onvoldoende op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren van potentieel onveilige producten en de schade die zij kunnen veroorzaken; wijst erop dat consumenten steeds vaker te maken krijgen met handelaren die, ondanks hun wettelijke verplichtingen, consumenten vaak niet laten weten dat hun producten buiten de EU worden gemaakt en van buiten de EU worden verzonden; erkent dat er bij EU-consumenten vraag is naar goedkopere producten, die worden gekocht op onlinemarktplaatsen buiten de EU vanwege hun veel lagere productiekosten en voorwaarden waar bedrijven en onlineplatforms in de EU niet tegen kunnen concurreren; wijst erop dat onlinemarktplaatsen manipulatieve ontwerptechnieken (donkere patronen) kunnen gebruiken om aankoopbeslissingen te beïnvloeden; waarschuwt voor de risico’s van dwangmatig koopgedrag, financiële problemen en de ophoping van onnodige goederen; verzoekt de Commissie en de lidstaten voorlichtings- en bewustmakingscampagnes te organiseren over de onlineaankoop van onveilige producten en de mogelijke gevolgen daarvan voor de gezondheid, de persoonlijke levenssfeer, het milieu en het concurrentievermogen, en daarbij speciale aandacht te besteden aan kwetsbare consumenten en in tijden van hoog verbruik; |
|
74. |
beveelt aan de consumptie van tweedehandsproducten te bevorderen, als duurzame aanpak om tegemoet te komen aan de behoefte van EU-consumenten aan betaalbare goederen; wijst erop dat het hergebruik van tweedehandsproducten als een belangrijke factor om het potentieel van de circulaire economie te ontgrendelen moet worden bevorderd en gestimuleerd; |
|
75. |
verzoekt de Commissie en de lidstaten de vereisten inzake ecologisch ontwerp voor textiel en andere producten in het kader van de verordening duurzame producten en de bepalingen van de richtlijn wat betreft het versterken van de positie van de consument voor de groene transitie (14) strikt te handhaven om ervoor te zorgen dat consumenten beter worden geïnformeerd over duurzaamheidsaspecten, zoals milieueffecten, energieverbruik, repareerbaarheid en duurzaamheid van op onlinemarktplaatsen gekochte producten; |
|
76. |
is van mening dat consumentenautoriteiten, -organisaties, brancheverenigingen en kamers van koophandel moeten worden aangemoedigd om grote, gecoördineerde bewustmakingscampagnes te houden over consumentenrechten, potentiële risico’s, met inbegrip van de mogelijkheden voor collectief verhaal, en verhaalsmogelijkheden bij onlineaankopen, met name op onlineplatforms buiten de EU; wijst erop dat ook het bewustzijn over de milieu-, gezondheids- en sociale gevolgen van niet-duurzame bedrijfspraktijken moet worden vergroot en dat consumenten moeten worden gewaarschuwd over de rol van nieuwe reclametechnieken, zoals influencers en digitale opinieleiders, bij de beeldvorming over de veiligheid en betrouwbaarheid van producten; verzoekt de Commissie een coördinerende rol op zich te nemen, zoals vermeld in haar mededeling van 5 februari 2025 over e-commerce, en na te gaan welke mogelijkheden er zijn om grensoverschrijdende voorlichtingscampagnes te financieren die in samenwerking met onderzoekers, het maatschappelijk middenveld en andere relevante belanghebbenden worden ontwikkeld; |
Overwegingen op het gebied van handel en ontwikkeling
|
77. |
verzoekt de Commissie haar ambitieniveau te concretiseren in multilaterale overeenkomsten met internationale partners, aangezien onveilige producten niet alleen een Europese, maar ook een mondiale uitdaging vormen; herhaalt dat de EU-douaneautoriteit, zoals uiteengezet in het standpunt van het Parlement inzake de herziening van het douanewetboek van de Unie, werkafspraken moet maken met de autoriteiten van niet-EU-landen en met internationale organisaties; wijst erop dat dergelijke regelingen de EU-douaneautoriteit in staat moeten stellen informatie, met inbegrip van beste praktijken, uit te wisselen met autoriteiten van niet-EU-landen en internationale organisaties en om gezamenlijke activiteiten uit te voeren; pleit voor een verdere deelname aan de werkgroep van Conferentie van de VN inzake handel en ontwikkeling voor de veiligheid van consumentenproducten, die een cruciale rol speelt bij de ontwikkeling van beste praktijken voor grensoverschrijdende handhaving; |
|
78. |
verzoekt de Commissie de samenwerking met internationale partners te verdiepen, binnen fora zoals de WTO, de Werelddouaneorganisatie (WDO) en de G7, om tegenwicht te bieden aan de invloed van China en te zorgen voor wederkerigheid en op regels gebaseerde handel; verzoekt de Commissie uitdrukkelijk solide en afdwingbare verplichtingen op te nemen ter bestrijding van dwangarbeid bij de herziening van en de heronderhandeling over bestaande handels- en investeringsovereenkomsten; benadrukt dat er sterkere mechanismen voor de samenwerking tussen de EU en China en transparante voorschriften inzake certificering nodig zijn om te waarborgen dat de regels worden nageleefd; |
|
79. |
benadrukt dat er in de toekomst bij onderhandelingen over EU-handelsovereenkomsten rekening moet worden gehouden met dienst- en productveiligheid en er bepalingen inzake de naleving van regelgeving moeten worden overwogen; wijst erop dat niet-conforme invoer pas doeltreffend kan worden tegengegaan met behulp van specifieke regelgevingsdialogen en samenwerking door middel van administratieve regelingen, betere samenwerking op het gebied van handhaving door de douane, de traceerbaarheid van verzendingen volgens de strengste normen en uitgebreide regelingen inzake het delen van gegevens tussen douaneautoriteiten; |
|
80. |
dringt er bij de Commissie op aan proactief op te treden en snel doelgerichte handelsbeschermingsinstrumenten toe te passen, waaronder antisubsidieonderzoek, om de nadelige gevolgen voor Europese bedrijven tegen te gaan; beklemtoont dat dergelijke maatregelen nauw moeten worden afgestemd met belangrijke internationale partners, om ervoor te zorgen dat ze daadwerkelijk wereldwijd worden gehandhaafd en markten ten opzichte van elkaar even billijk worden behandeld; |
|
81. |
spoort de Commissie ertoe aan de diplomatieke inspanningen en samenwerking op internationale fora, met name de WTO, de WDO en de G7, op te voeren om een tegengewicht te bieden aan de strategische uitbreiding van China naar e-governancekaders, waaronder de digitale Zijderoute; benadrukt dat internationale normalisatie-instellingen open, transparantere en verantwoorde regels voor digitale handel moeten opstellen om te voorkomen dat het internet versnipperd raakt en om de risico’s van restrictieve e-governancemodellen te verminderen; |
|
82. |
is ingenomen met het gezamenlijk initiatief van de WTO inzake elektronische handel en ziet het als een essentiële stap naar wereldwijde regels inzake digitale handel; wijst echter op de huidige beperkingen ervan, met name wat betreft douanetransparantie; dringt er bij de Commissie met klem op aan te pleiten voor krachtigere, bindende bepalingen om te waarborgen dat het initiatief doeltreffend wordt uitgevoerd en in het rechtskader van de WTO wordt opgenomen, en betere wereldwijde nalevingsnormen te waarborgen; |
|
83. |
benadrukt dat er internationale capaciteitsopbouwinitiatieven nodig zijn om ontwikkelingslanden te helpen op duurzame en conforme wijze aan de digitale handel deel te nemen; dringt er bij de Commissie op aan nauw samen te werken met internationale organisaties, met name de WTO, om de regelgevingskaders en technische bijstand in verband met e-commerce in ontwikkelingslanden te versterken;
° ° ° |
|
84. |
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie. |
(1) PB C, C/2025/1035, 27.2.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1035/oj.
(2) PB L, 2024/3015, 12.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/3015/oj.
(3) PB L, 2024/1760, 5.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1760/oj.
(4) Letta, E., “Much more than a market: Speed, Security, Solidarity – Empowering the Single Market to deliver a sustainable future and prosperity for all EU Citizens”, april 2024, https://www.consilium.europa.eu/media/ny3j24sm/much-more-than-a-market-report-by-enrico-letta.pdf.
(5) Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening) (PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj).
(6) Verordening (EU) 2023/988 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 inzake algemene productveiligheid, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 87/357/EEG van de Raad (PB L 135 van 23.5.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/988/oj).
(7) Verordening (EU) 2019/1020 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van Richtlijn 2004/42/EG en de Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en (EU) nr. 305/2011 (PB L 169 van 25.6.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1020/oj).
(8) Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 345 van 27.12.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/2394/oj).
(9) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/952/oj).
(10) Letta, E., “Much more than a market: Speed, Security, Solidarity – Empowering the Single Market to deliver a sustainable future and prosperity for all EU Citizens”, april 2024.
(11) Verordening (EU) 2023/2411 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 betreffende de bescherming van geografische aanduidingen voor ambachtelijke en industriële producten en tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2017/1001 en (EU) 2019/1753 (PB L, 2023/2411, 27.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2411/oj
(12) Richtlijn (EU) 2024/2853 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 inzake aansprakelijkheid voor gebrekkige producten en tot intrekking van Richtlijn 85/374/EEG (PB L, 2024/2853, 18.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/2853/oj).
(13) Verordening (EU) 2024/1781 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van vereisten inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2020/1828 en Verordening (EU) 2023/1542, en tot intrekking van Richtlijn 2009/125/EG, (PB L, 2024/1781, 28.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1781/oj).
(14) Richtlijn (EU) 2024/825 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2005/29/EG en 2011/83/EU wat betreft het versterken van de positie van de consument voor de groene transitie door middel van betere informatie en door middel van bescherming tegen oneerlijke praktijken (PB L, 2024/825, 6.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/825/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1436/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)