European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2026/1382

6.3.2026

Bekendmaking van een aanvraag tot registratie van een naam overeenkomstig artikel 50, lid 2, punt a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen

(C/2026/1382)

Binnen drie maanden na de datum van deze bekendmaking kunnen de autoriteiten van een lidstaat of van een derde land of een natuurlijke of rechtspersoon die een rechtmatig belang heeft en in een derde land gevestigd is of woont, bij de Commissie bezwaar indienen overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) 2024/1143 van het Europees Parlement en de Raad (1).

ENIG DOCUMENT

“Obst vom Bodensee”

EU-nr.: PGI-DE-02820 — 2.12.2021

BOB ( ) BGA (X)

1.   Naam van de BGA

“Obst vom Bodensee”

2.   Lidstaat of derde land

Duitsland

3.   Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel

3.1.   Productcategorie

Categorie 1.6. Vruchten, groenten en granen, vers of bewerkt

Code gecombineerde nomenclatuur

08 – FRUIT; SCHILLEN VAN CITRUSVRUCHTEN EN VAN MELOENEN

0808 — Appelen, peren en kweeperen, vers:

0808 10 — Appelen

0808 30 — Peren

3.2.   Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is

Het gaat hier om fruit, namelijk appelen en peren. De BGA “Obst vom Bodensee” mag worden gebruikt voor appelen van de soort Malus domestica Borkh. en de klonen en mutaties ervan, en voor peren van de soort Pyrus communis en de klonen en mutaties ervan. Beide soorten fruit moeten in het afgebakende geografische gebied worden geteeld en voldoen aan de onderstaande kwalitatieve kenmerken.

In principe zijn beide soorten fruit van klasse I, ingedeeld volgens de relevante huidige EU-verordening die van toepassing is op beide soorten fruit. De kwalitatieve kenmerken kunnen binnen de grenzen van de wettelijke tolerantiewaarden verschillen.

Bovengenoemde soorten fruit van klasse II zijn toegestaan als de waardevermindering ervan tot klasse II uitsluitend te wijten is aan hagelschade, ruwschilligheid of vorstschade, en de marketingcommissie Obst vom Bodensee Marketinggesellschaft mbH aan het begin van het verkoopseizoen erkent dat er een rechtmatig belang bestaat om klasse II in de handel te brengen. Voor biologisch geteeld fruit gelden de overeenkomstige bepalingen van klasse II.

“Obst vom Bodensee” heeft altijd een hogere zuurgraad dan fruit dat wordt geteeld in gebieden met een warmer klimaat. Als het suikergehalte in evenwicht is met de zuurgraad, hebben zoete rassen een bijzonder fruitige smaak. Dit harmonieus evenwicht tussen het suikergehalte (suiker bindt aroma’s) en de zuurgraad (zuur geeft levendigheid) is typisch voor “Obst vom Bodensee”. In het algemeen is “Obst vom Bodensee” dus uitzonderlijk aromatisch. De kleur van het epicarp van “Obst vom Bodensee” is uitstekend en bovengemiddeld, zeker wat betreft de dominante kleur. Dit wordt toegelicht in de onderstaande tabellen.

“Obst vom Bodensee” onderscheidt zich door de volgende kwalitatieve kenmerken:

Appel-

ras

Kaliber

Kleurengroep/minimumvereisten oppervlaktekleur die typisch zijn voor het ras

Minimale Brix-waarde

Minimale zuurgraad (g/l)

Stevigheid

Kg x cm2

Gala

60 -85

Kleurgroep A, B of C afhankelijk van de mutatie: A) 1/2 van de totale oppervlakte rood, B) 1/3 van de totale oppervlakte gemengd rood, C) 1/10 van de totale oppervlakte licht rood, met rode blos of rood gestreept

11,5

1,5

5

Minneiska / SweeTango®

60 -90

B) 1/3 van de totale oppervlakte gemengd rood

11,5

2,5

5

Sunspark / Sprizzle®

60 -90

B) 1/3 van de totale oppervlakte gemengd rood

11,5

1,5

5,5

Caudle / Cameo®

60 -85

Kleurgroep A of B afhankelijk van de mutatie: A) 1/2 van de totale oppervlakte rood, B) 1/3 van de totale oppervlakte gemengd rood

11,5

2

4,5

Fuji / KIKU®

60 -95

Kleurgroep A of B afhankelijk van de mutatie: A) 1/2 van de totale oppervlakte rood, B) 1/3 van de totale oppervlakte gemengd rood

11,5

1

5,5

Prem A96 / Rockit®

40 -70

M — miniatuurvariëteit

B) 1/3 van de totale oppervlakte gemengd rood

11,5

2

6,5

Elstar

60 -90

C) 1/10 van de totale oppervlakte licht rood, met rode blos of rood gestreept

11,5

2,5

4,5

Pinova / Evelina®

60 -90

B) 1/3 van de totale oppervlakte gemengd rood

11,5

2,5

6

Jonagold

60 -90

C) 1/10 van de totale oppervlakte licht rood, met rode blos of rood gestreept

11,5

2,5

4,5

Red jonagold / Red Jonaprince®

60 -90

C) 1/10 van de totale oppervlakte licht rood, met rode blos of rood gestreept

11,5

2,5

4,5

Nicoter / Kanzi®

60 -90

B) 1/3 van de totale oppervlakte gemengd rood

11,5

4

6

SQ159 / Natyra® / Magic Star®

60 -90

A) 1/3 van de totale oppervlakte gemengd rood

12

3

4,5

Xeleven / Swing®

60 -85

A) 1/3 van de totale oppervlakte gemengd rood

12

3,5

7,5

Boskoop

60 -90

B) 1/3 van de totale oppervlakte gemengd rood, variëteit met ruwschilligheid

11,5

3

4,5

HS 66 / Fräulein®

60 -90

B) 1/3 van de totale oppervlakte gemengd rood

11,5

3,5

6


Peren-

ras

Kaliber

Kleurengroep/minimumvereisten oppervlaktekleur die typisch zijn voor het ras

Minimale Brix-waarde

Minimale zuurgraad (g/l)

Stevigheid

Kg x cm2

Alexander lukas

55 -90

50 % gladde ruwschilligheid

11

Niet gemeten bij peren

4

Conference

55 -90

50 % gladde ruwschilligheid

11,5

Niet gemeten bij peren

4

Cepuna / Migo®

60 -85

50 % gladde ruwschilligheid

11,5

Niet gemeten bij peren

4

Williams christ

55 -85

50 % gladde ruwschilligheid

10,5

Niet gemeten bij peren

4

Xenia®

60 -95

50 % gladde ruwschilligheid

11,5

Niet gemeten bij peren

5

3.3.   Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong) en grondstoffen (alleen voor verwerkte producten)

3.4.   Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden

De volgende specifieke onderdelen van het productieproces moeten in het afgebakende geografische gebied plaatsvinden:

Fruitteelt

3.5.   Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken, enz. van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst

Alle procedures in de registratiepunten/pakstations — registratie, opslag, sortering, verpakking en verzending — worden uitgevoerd in overeenstemming met de vereisten van de kwaliteitsborgingssystemen Qualitätszeichen Baden-Württemberg [kwaliteitskeurmerk van Baden-Württemberg] en IFS en hebben de bijbehorende certificaten.

Bijgevolg zijn de volgende activiteiten deel van de procedures:

Er worden controles uitgevoerd van de naleving van de voorschriften van de EU-handelsnorm of de VN/ECE-norm, de bovengenoemde fruitgrootten en eventuele afwijkingen daarvan. De resultaten van die controles worden gedocumenteerd.

Wegwerpverpakkingen worden gerecycled of er wordt gebruikgemaakt van herbruikbare verpakkingen die voldoen aan de industrienormen.

Het product wordt geproduceerd, opgeslagen en verpakt overeenkomstig de richtsnoeren voor het kwaliteitskeurmerk van Baden-Württemberg, alsook die van QS-GAP of GLOBALG.A.P., en heeft certificaten hiervan. De kwaliteitsborgingssystemen van het kwaliteitskeurmerk van Baden-Württemberg, IFS en QS zijn van toepassing op het in de handel brengen van het product. Dat betekent met name dat aan de kwaliteitsvereisten moet worden voldaan, bijvoorbeeld wat betreft de productie, de bemesting, de gewas- en bodembescherming, de etikettering, de opslag, het vervoer en de verpakking, en wat betreft het in de handel brengen, de controle van binnenkomende goederen, de etikettering, het productdossier, de traceerbaarheid en het uitgaan van goederen.

Omdat de kwaliteitsnormen de onderscheidende kwaliteit van het fruit garanderen, moet de registratie plaatsvinden op registratiepunten/pakstations in het afgebakende geografische gebied. Het gaat hierbij om de visuele controle van de productveiligheid, de kwaliteit, de volledigheid en de gaafheid van het fruit, de registratie van de productie, de geleverde hoeveelheden en de kwaliteitsnormen, de vermelding van de opslagfaciliteit, de etikettering van de afzonderlijke kisten in geval van levering door de producent en de sortering naar grootte en kleur.

3.6.   Specifieke voorschriften betreffende de etikettering van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst

4.   Beknopte beschrijving van het afgebakende geografische gebied

Met de benaming “Obst vom Bodensee” wordt fruit aangeduid dat in de regio rond het Bodenmeer wordt geproduceerd. De geografische grenzen van het geografische gebied worden gevormd door de districten Bodenseekreis, Konstanz, Ravensburg en Lindau.

5.   Verband met het geografische gebied

Het verband tussen “Obst vom Bodensee” en het geografische gebied is gebaseerd op de kwaliteit dankzij de specifieke klimatologische en geografische omstandigheden en op de kennis die de producenten geleidelijk tijdens de lange traditie van de teelt hebben opgebouwd en ontwikkeld.

1)   Specificiteit van het geografische gebied

Hoogteligging

Het productiegebied van het Bodenmeer ligt op een hoogte van 400-700 m boven het zeeniveau.

Temperatuur

De gemiddelde jaartemperatuur bedraagt 8-9 °C, met een zeer grote gemiddelde jaarlijkse temperatuurvariatie van 18-19 K. Het fruitproductiegebied wordt beïnvloed door het Azorenhoog, in het bijzonder tijdens het groeiseizoen. In oktober zijn de maandelijkse gemiddelden bij het meer zelf het hoogst. De bovenste luchtlagen zijn nog steeds relatief warm. Via het Azorenhoog komt lucht die boven de Golfstroom is verwarmd naar Europa, wat leidt tot zacht weer dat bevorderlijk is voor de groei van planten. De genoemde hoge gemiddelde temperaturen hebben een zichtbare invloed op het geografische gebied. Dat is ondanks recente algemene klimaatveranderingen niet veranderd. Relatief koelere nachten worden nog steeds gevolgd door warme dagen, zeker in de late zomer en herfst, en dus tijdens de periode waarin het fruit rijpt. Dat zorgt voor de grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht die kenmerkend zijn voor het Bodenmeer.

Bodemkenmerken en -kwaliteit

Het Bodenmeer fungeert als thermisch reservoir dat de warmte in de zomer vasthoudt en in de herfst- en wintermaanden vrijgeeft. Deze unieke klimatologische omstandigheden zijn kenmerkend voor het Bodenmeer en ideaal voor de appel- en perenteelt, in het bijzonder voor het groeiproces.

Neerslag

De neerslag in het westelijke deel van het Bodenmeer varieert van 750 mm tot 800 mm per jaar. In het oostelijke deel stijgt het tot 1 400 mm per jaar afhankelijk van de hoogte. De appelen gedijen in een vochtige en gematigde klimaatzone, namelijk in gebieden met een hoge neerslag- en luchtvochtigheidsgraad, zoals het gebied rond het Bodenmeer. Het heeft een gemiddelde neerslag van 950 mm en een hoge vochtigheidsgraad, en geniet ook voldoende warmte en zonneschijn, waardoor het de appelen de optimale omstandigheden biedt om te groeien. Ongeveer twee derde van de neerslag valt tijdens het groeiseizoen. Dat betekent niet alleen dat volledig aan de waterbehoefte van de pitfruitbomen wordt voldaan, maar ook dat er een overschot is voor de met gras begroeide bodem.

Dankzij de aanhoudende en overvloedige watertoevoer die kenmerkend is voor het Bodenmeer en de bijbehorende optimale opname van mineralen groeit het fruit tijdens de groeifase gestaag en neemt het mineralen volop op. Daarom treden er tijdens de opslag minder fysiologische ziekten op.

Risico op vorst en koude lucht

Gemiddeld komt vorst gedurende tachtig tot negentig dagen per jaar voor, met regionale verschillen. In de winter geeft het Bodenmeer de warmte vrij die het in de zomer heeft opgeslagen. Dat voorkomt ernstige vorstschade aan de fruitgewassen.

Ook de late vorst die tijdens de bloeiperiode wordt gevreesd, wordt grotendeels tegengehouden door de rol van het Bodenmeer als thermisch reservoir. Gezien de hoogte vindt de bloei in het gebied rond het Bodenmeer later plaats dan in de andere fruitteeltgebieden in Zuidwest-Duitsland.

Wind

Het klimaat van het Bodenmeer wordt voornamelijk beïnvloed door een landwind en een meerbries. De meerbries komt overdag voor en is het sterkst in de zomer, met name in augustus en september. Koelere luchtmassa’s worden van het meer naar de kust geblazen. De landwinden waaien voornamelijk ’s nachts en tijdens de wintermaanden. Het thermisch reservoir van het meer vermindert de kracht van de winden, die in de winter vaak hard zijn. Dat beperkt ernstige vorst, die de bomen kan beschadigen.

2)   Specificiteit van het product

“Obst vom Bodensee” wordt gekenmerkt door kwaliteitscriteria zoals sterke kleuren, een intens aroma en een resistente schil, en vaak kleincellig fruit. Dat wordt al ongeveer negentig jaar herhaaldelijk bevestigd in wetenschappelijke publicaties. “Kleincellig” betekent in dit verband dat de celstructuur fijner is, wat een positief effect heeft op de textuur van het vruchtvlees, het aroma en de smaak.

3)   Causaal verband

De klimatologische omstandigheden en de kwaliteit van de bodem in de regio rond het Bodenmeer, in combinatie met een jarenlange nauwgezette kwaliteitsaanpak, maken het mogelijk om “Obst vom Bodensee” van bijzonder hoge kwaliteit te produceren.

De kwaliteitsaanpak werd in een vroeg stadium ingevoerd en de producentengroeperingen controleren of hun leden die naleven. Zo wordt een grote hoeveelheid “Obst vom Bodensee” van consistent hoogwaardige kwaliteit geproduceerd die geschikt is voor de groot- en detailhandel. “Obst vom Bodensee” groeide daardoor uit tot een vaste waarde en werd bekend in Duitsland en daarbuiten. De locatie bevordert de groei van fijncellig fruit. Dipl. Ing. Agr. Karl Stoll van ETH Zürich vertelt in een andere context dat de teelt van veel groter fruit nadelig kan zijn voor de kwaliteit ervan, bijvoorbeeld door de afvlakking van het aroma enz. Hij zegt daarbij dat het ras cox orange, dat is aangepast aan het koelere meerklimaat, groter wordt in zeer warme teeltgebieden, maar zo zijn specifieke aroma verliest.

De warme herfst is zeer gunstig voor de rijping van “Obst vom Bodensee” en voor de wijnbouw. De grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht zorgen voor een goede kleur en een intens aroma. Bovendien heeft het Bodenmeer met zijn bijzondere omvang (63 km lang, 40 km breed, met een maximale diepte van 251 m) en als op twee na grootste meer in Midden-Europa een uitzonderlijk groot watervolume. Dat betekent dat het matigende en vertragingseffect ervan op de omgevingstemperatuur ook uitzonderlijk groot is. Die geografische en klimatologische specificiteit heeft een duidelijke invloed op het daar geteelde fruit en leidt tot de bovengemiddelde kleur en het intense aroma. De anthocyanen van de flavonoïdengroep zijn namelijk in wezen verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de kleurpigmenten in de schil van het fruit. Met name de temperatuur tijdens de rijping van het fruit heeft een aanzienlijke invloed op de anthocyaansynthese, omdat de accumulatie van kleurgevende stoffen nauw samenhangt met de heersende nachttemperaturen. Koelere nachten, gevolgd door warme dagen, wat typisch is voor het Bodenmeer in de late zomer en herfst, bevorderen de vorming van een sterke schilkleur in “Obst vom Bodensee”. De grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht in de regio rond het Bodenmeer zorgen dus voor de ideale omstandigheden voor de vorming van de sterke schilkleur. De stevigheid van de schil is ook te danken aan de hogere accumulatie van anthocyanen. Bovendien hangt de celdeling af van de temperatuur. De grote temperatuurvariatie leidt tot gunstige omstandigheden tijdens de celdelingsfase en de daaropvolgende celgroeifase. Omdat het gematigde meerklimaat extreem weer voorkomt, wordt ook een uniforme celgroei gewaarborgd. De natuurlijke omstandigheden leiden dus tot kleincellig fruit of fruit met een fijnere celstructuur met de hierboven beschreven specifieke kenmerken van “Obst vom Bodensee”.

De weersomstandigheden in de regio rond het Bodenmeer dragen ook bij tot de ontwikkeling van de kwaliteit van de smaak. Uit studies naar het sensorische aspect van het fruit blijkt dat de suiker- en zuursamenstelling een belangrijke rol spelen bij de kwaliteit van de smaak van “Obst vom Bodensee”. Zowel de accumulatie van verschillende suikers en zuren in “Obst vom Bodensee” als gevolg van de snelheid van de fotosynthese van de bomen, als de afbraak ervan, die wordt veroorzaakt door de ademhaling van het fruit, zijn temperatuurgebonden processen. De warme dagtemperaturen en de overvloedige zonneschijn in de regio rond het Bodenmeer bevorderen de fotosynthese van de bomen en bijgevolg de productie van suiker en zuur. De relatief lagere nachttemperaturen vertragen het proces van celrespiratie van het fruit. “Obst vom Bodensee” geeft de voorkeur aan organische zuren als substraat voor celrespiratie. Daarom kan worden geconcludeerd dat de klimatologische omstandigheden in de regio rond het Bodenmeer de zuurvorming in “Obst vom Bodensee” bevorderen en bijdragen tot de relatief beperkte afbraak van de zuren. Dat betekent dat het fruit een hogere zuur-suikerverhouding heeft en dat “Obst vom Bodensee” dus een unieke en zure smaak heeft.

Dankzij de specifieke geografische ligging zijn er zeer weinig mislukte oogsten door vorst of instroom van koude lucht. Tijdens het groeiseizoen zijn er dankzij de wind minder plagen en droogt het fruit sneller.

Er worden regelmatig aanbevelingen voor de teelt opgesteld en bijgewerkt volgens de laatste ontwikkelingen in de sector. Dat gebeurt door een tripartiet adviessysteem met hooggekwalificeerde officiële adviseurs voor alle plattelandsdistricten in het beschermde gebied, particuliere consultants en gespecialiseerde fruitteeltadviseurs van de coöperaties, gecoördineerd en wetenschappelijk gemonitord door het Kompetenzzentrum Obstbau — Bodensee (KOB) [kenniscentrum voor fruitteelt]. Genetisch gemodificeerde rassen zijn uitgesloten. In overeenstemming met de vereisten van geïntegreerde en gecontroleerde teelt wordt de voorkeur gegeven aan biologische gewasbeschermingsmaatregelen en mechanische onkruidbestrijding.

Een voorbeeld van de menselijke invloeden op het product en de onderscheidende kwaliteit ervan is het bovengenoemde tripartiete adviessysteem. De lange traditie op dat gebied is zeer uitzonderlijk. In de regio rond het Bodenmeer werd rond 800 al fruit geteeld, met name in kloostertuinen. Rond 1900 begon de commerciële fruitteelt en werden de eerste fruitteeltconsultants betrokken. In 1910 werd in het district Lindau de Königlich Bayerische Obst- und Weinbauschule [koninklijke Beierse school voor fruitteelt en wijnbouw] opgericht. De snoeitechniek voor fruitbomen rond het Bodenmeer werd toen ontwikkeld en boomverzorgers werden opgeleid. Die nauwgezette zorg voor de bomen leidde tot betere en consistentere opbrengsten. Dankzij de oprichting van een experimenteerstation door de Universiteit van Hohenheim in Bavendorf in het district Ravensburg in 1959 werd de wetenschappelijke monitoring van de fruitteelt rond het Bodenmeer al vroeg ondersteund. Het fundamenteel onderzoek werd in de praktijk gebracht dankzij toegepast onderzoek en consultancy. In 1989 werd een maturiteitsindex ontwikkeld, waarin de refractometerwaarde als kwaliteitskenmerk van het fruit in aanmerking wordt genomen in combinatie met de stevigheid van het vruchtvlees en de afbraak van zetmeel als rijpheidskenmerken. Zo wordt de optimale rijpheidsdatum van “Obst vom Bodensee” bepaald. Producenten in de regio, van tuiniers die gespecialiseerd zijn in de fruitteelt tot deskundige fruittelers, brengen al die knowhow in de praktijk. Tegelijkertijd zorgt de producentengroepering er via evenementen, beurzen, nieuwsbrieven en richtlijnen voor dat alle producenten op de hoogte zijn van de aanbevelingen voor de teelt volgens de laatste ontwikkelingen in de sector. Die aanbevelingen worden opgesteld en bijgewerkt door een tripartiet adviessysteem met hooggekwalificeerde officiële adviseurs, particuliere adviseurs en gespecialiseerde fruitteeltadviseurs van de coöperaties, en gecoördineerd door het Kompetenzzentrum Obstbau – Bodensee (KOB). Dat zorgt ervoor dat de beste “Obst vom Bodensee” van onderscheidende kwaliteit in de herfst wordt geoogst.

De optimale oogsttijden voor “Obst vom Bodensee” worden fenologisch en op rassenspecifieke basis bepaald met behulp van relevante wetenschappelijke methoden. Om de kwaliteit van het fruit te behouden, wordt “Obst vom Bodensee” onmiddellijk bij een ultralaag zuurstofgehalte (ULO) of onder gecontroleerde atmosfeer (CA) opgeslagen, of op een soortgelijke manier.

Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier

https://urldefense.com/v3/__https://register.dpma.de/DPMAregister/geo/detail.detailtabelle.pdfdownload/42159__;!!DOxrgLBm!EkSkt8GnMkAOteOH6Qq1lEl7_CU3TG9jxYGGjBovwQ4o6jv3OclvBcr909CLpPT7LVCZlNDdgIhjwICq449zE2J5IBLCvNuTxbf6q-U$


(1)  Verordening (EU) 2024/1143 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende geografische aanduidingen voor wijn, gedistilleerde dranken en landbouwproducten, evenals gegarandeerde traditionele specialiteiten en facultatieve kwaliteitsaanduidingen voor landbouwproducten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013, (EU) 2019/787 en (EU) 2019/1753 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1151/2012 (PB L, 2024/1143, 23.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1143/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1382/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)