|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2026/1365 |
16.3.2026 |
Beroep ingesteld op 29 januari 2026 – HS/Commissie
(Zaak T-60/26)
(C/2026/1365)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: HS (vertegenwoordiger: L. Levi en A. Champetier, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Hof:
|
— |
het besluit van 20 december [2024] nietig te verklaren voor zover de verzoekende partij daarbij met ingang van 16 april 2019 een invaliditeitsuitkering is toegekend voor een tijdvak van slechts één jaar en vier maanden; |
|
— |
voor zover nodig ook het besluit van 22 oktober 2025 tot afwijzing van de klacht van de verzoekende partij van 17 maart 2025 nietig te verklaren; |
|
— |
de verzoekende partij een vergoeding toe te kennen voor de immateriële schade, die ex aequo et bono kan worden geraamd op 50 000 EUR; |
|
— |
verweerster te verwijzen in alle kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij drie middelen aan.
|
1. |
Eerste middel: schending van de toepasselijke procedureregels – schending van het collegialiteitsbeginsel. |
|
2. |
Tweede middel: schending van het begrip invaliditeit en van artikel 78 van het Ambtenarenstatuut – ontoereikende motivering – verzuim om bepaalde gegevens in aanmerking te nemen. |
|
3. |
Derde middel: probleem in verband met toegang tot persoonsgegevens en een gebrek aan transparantie. |
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1365/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)