|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2026/1189 |
9.3.2026 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesgerichtshof (Duitsland) op 3 december 2025 – AVG Altersvorsorge Genossenschaft eG i.L. / LS
(Zaak C-776/25, AVG Altersvorsorge)
(C/2026/1189)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesgerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verweerster en verzoekster tot Revision: AVG Altersvorsorge Genossenschaft eG i.L.
Verzoeker en verweerder in Revision: LS
Prejudiciële vragen
|
1) |
Verzet artikel 7, lid 4, eerste volzin, van richtlijn 2002/65/EG (1) zich onder de in het geding relevante omstandigheden tegen een nationale regeling op grond waarvan de herroeping van het lidmaatschap van een coöperatie bij liquidatie ervan is uitgesloten en de consument wordt onderworpen aan de nationale wettelijke bepalingen die van toepassing zijn op de liquidatie van de coöperatie? Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord: |
|
2) |
Staat artikel 7, lid 4, eerste volzin, van richtlijn 2002/65 in de weg aan een nationaal, op rechtspraak gebaseerd rechtsgevolg, waarbij de herroeping van het lidmaatschap van een consument van een coöperatie ertoe leidt dat de herroepende consument een op het tijdstip waarop de herroeping van kracht wordt berekende vordering op de coöperatie krijgt ten bedrage van de waarde van zijn coöperatieve deelneming op het tijdstip van uittreding, die vanwege de economische ontwikkeling van de coöperatie lager kan zijn dan de waarde van zijn inleg? |
(1) Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de richtlijnen 90/619/EEG, 97/7/EG en 98/27/EG van de Raad (PB 2002, L 271, blz. 16).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1189/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)