|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2026/1065 |
2.3.2026 |
Hogere voorziening ingesteld op 19 november 2025 door Martijn Frederik Nouwen tegen het arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 10 september 2025 in zaak T-255/24, Nouwen tegen Raad
(Zaak C-740/25 P)
(C/2026/1065)
Procestaal: Nederlands
Partijen
Rekwirant: Martijn Frederik Nouwen (vertegenwoordiger: M. Weijers, advocaat)
Andere partij in de procedure: Raad van de Europese Unie
Conclusies
Rekwirant verzoekt het Hof:
|
— |
het arrest van het Gerecht gedeeltelijk te vernietigen; |
|
— |
zelf definitief uitspraak te doen over de kwesties waarop deze hogere voorziening betrekking heeft; en |
|
— |
de Raad verwijzen in de kosten van rekwirant |
Middelen en voornaamste argumenten
Het verzoek in hogere voorziening betreft de uitleg en toepassing van de weigeringsgronden van artikel 4(1)(a) ten derde en vierde van de Transparantieverordening (1).
Rekwirant stelt zich op het standpunt dat het Gerecht een te ruime uitleg aan die weigeringsgronden heeft gegeven door te oordelen dat zij ook van toepassing zijn op passages (met opmerkingen en individuele standpunten van lidstaten) die niet noodzakelijk tot uiting komen in c.q. overeenkomen met het definitieve standpunt van de Raad. Daarnaast stelt rekwirant zich op het standpunt dat de gegeven motivering een dergelijke weigering niet kan dragen.
Het Gerecht had daarom moeten oordelen dat de verplichting tot gedeeltelijke toegang ook geldt voor passages die (opmerkingen en individuele standpunten van de betrokken lidstaten bevatten die) niet noodzakelijk overeenkomen met c.q. tot uiting komen in het definitieve standpunt van de Raad.
(1) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie; PB 2001, L145, blz. 43.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1065/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)