|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2026/13 |
16.1.2026 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Europees Economisch en Sociaal Comité
Vermindering van de belemmeringen voor inclusief ondernemerschap, bevordering van innovatie en creëren van gelijke kansen voor iedereen
(initiatiefadvies)
(C/2026/13)
Rapporteur:
Juliane Marie NEIIENDAM|
Adviseurs |
Marine CORNELIS (adviseur van de rapporteur, groep III) Tellervo KYLÄ-HARAKKA-RUONALA (adviseur, groep I) |
|
Besluit van de voltallige vergadering |
27.2.2025 |
|
Rechtsgrond |
Artikel 52, lid 2, van het reglement van orde |
|
Bevoegde afdeling |
Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Burgerschap |
|
Goedkeuring door de afdeling |
3.9.2025 |
|
Goedkeuring door de voltallige vergadering |
18.9.2025 |
|
Zitting nr. |
599 |
|
Stemuitslag (voor/tegen/onthoudingen) |
106/0/1 |
1. Conclusies en aanbevelingen
|
1.1. |
Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) dringt erop aan dat de Europese Commissie en de lidstaten dringend gecoördineerde maatregelen nemen om het onbenutte potentieel van inclusief ondernemerschap te ontsluiten en een eerlijkere, veerkrachtigere economie tot stand te brengen. Om het arbeidspotentieel van de EU ten volle te benutten, moet ondernemerschap een echte kans voor iedereen zijn. Inclusief beleid, gerichte ondersteuning en een toegankelijk ontwerp kunnen gemarginaliseerde en ondervertegenwoordigde groepen, waaronder personen met een handicap of met een psychische aandoening, vrouwen in precaire situaties, lhbtiq+-personen, migranten en leden van etnisch gediscrimineerde groepen zoals de Roma en de Sami, in staat stellen hun talenten in te zetten en innovatie te stimuleren. Inclusief ondernemerschap is zowel een economische kans als een kwestie van sociale rechtvaardigheid en mensenrechten. |
|
1.2. |
Het EESC beveelt de Commissie en de lidstaten aan om inclusie in het ondernemerschapsbeleid te mainstreamen. Inclusief ondernemerschap vereist een brede, holistische aanpak die alle ondernemers in alle sectoren ondersteunt, van traditionele sectoren tot de hightechsector, van de profitsector tot de sociale economie. Ondernemingen van de sociale economie, die met name van vitaal belang zijn voor ondervertegenwoordigde groepen, bevorderen inclusieve bedrijfsmodellen en sociale doelstellingen. Het actieplan voor de Europese sociale economie kan systemische belemmeringen helpen wegnemen door het potentieel van ondernemerschap als motor voor innovatie en cohesie te ontsluiten. |
|
1.3. |
Het EESC dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om financiering toe te wijzen die is afgestemd op starterscentra, financiering te ontwikkelen om risicodelingsgaranties te bieden voor ondervertegenwoordigde bedrijfsoprichters, in microsubsidies te voorzien voor beginnende ondernemers, die met meerdere belemmeringen worden geconfronteerd, bij investeringscriteria rekening te houden met de aspecten gender, handicap, neurodivergentie en leeftijd, en voor kansen te zorgen voor lhbtiq+-ondernemers. Verder beveelt het EESC aan om eerlijkere kredietbeoordelingsmodellen te onderzoeken en te zorgen voor diversiteit in investeringscomités voor door de overheid gesteunde risicokapitaalfinanciering. |
|
1.4. |
Het EESC dringt aan op de systematische uitvoering en monitoring van de Europese toegankelijkheidswet in alle met ondernemerschap verband houdende diensten die onder het toepassingsgebied ervan vallen, met name die waarvoor overheidsfinanciering wordt verstrekt. Toegankelijke bedrijfsinfrastructuur, zoals vereist op grond van de Europese toegankelijkheidswet, is nog steeds niet in alle lidstaten in gelijke mate beschikbaar. Hierbij gaat het zowel om fysieke ruimten als om digitale interfaces zoals digitale toegangspunten, opleidingsplatforms en informatiesystemen. |
|
1.5. |
Het EESC beveelt aan dat de lidstaten ondernemerschap opnemen in nationale leerplannen en dat de Commissie toegankelijke, gerichte opleidingen voor ondervertegenwoordigde groepen ondersteunt, wat van cruciaal belang is om inclusief ondernemerschap te realiseren. Ondernemerschap vereist zowel menselijke capaciteit als materiële ondersteuning, dus investeren in vaardigheden is cruciaal om ieders positie, ook die van kwetsbare mensen, te versterken en potentieel te ontsluiten. |
|
1.6. |
Het EESC dringt aan op een doeltreffende monitoring van de richtlijn tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep, met bijzondere aandacht voor lhbtiq+-personen, en pleit voor inclusieve overheidsopdrachten om kwetsbare ondernemers te ondersteunen. Bij het ondersteunen van ondernemerschap moet rekening worden gehouden met de specifieke uitdagingen waarmee vrouwen en lhbtiq+-personen worden geconfronteerd, door middel van genderbudgettering, het uitsplitsen van gegevens, gerichte subsidies en mentoring, aangevuld met kinderopvang en diensten voor langdurige zorg waarin de lidstaten moeten voorzien. Er moet ook worden voorzien in de behoeften van zowel jongere als oudere ondernemers, door middel van intergenerationeel co-ondernemerschap en bedrijfsoverdrachten. |
|
1.7. |
Het EESC dringt aan op het waarborgen van gelijke voorwaarden voor ondernemerschap en sociale bescherming in alle sectoren. De Commissie moet het wettelijk kader van onzeker sekswerk onderzoeken en nagaan of er specifieke maatregelen voor sekswerk nodig zijn. Iedereen moet recht hebben op veilige, legale en ondersteunde toegangspunten tot economische empowerment. |
|
1.8. |
Het EESC blijft pleiten voor doeltreffende instrumenten om discriminatie te bestrijden, ook buiten de arbeidswereld, en dringt er bij de medewetgevers op aan het voorstel voor een horizontale richtlijn gelijke behandeling goed te keuren. Het pleit ook voor een intersectionaliteitsbenadering in de komende strategie voor gendergelijkheid 2026-2030. |
|
1.9. |
Het EESC roept de Commissie en de lidstaten op om de regelgeving voor ondernemers eenvoudig, duidelijk en begrijpelijk te maken en de administratieve lasten te verminderen. Vereenvoudiging van het regelgevingskader en vermindering van de administratieve lasten zijn weliswaar van cruciaal belang voor alle ondernemingen, maar dit geldt des te meer voor kwetsbare ondernemers, die met veel extra uitdagingen te kampen hebben. |
|
1.10. |
Het EESC roept de lidstaten op nationale contactpunten op te richten ter ondersteuning van zelfstandig ondernemerschap en de grensoverschrijdende erkenning van de rechten van mensen met een handicap en de rechten als zelfstandig ondernemer in het kader van de Europese gehandicaptenkaart te verbeteren. Sterkere coördinatie en beter toezicht zijn essentieel om inclusief ondernemerschap in de hele EU te ondersteunen. |
|
1.11. |
Het EESC dringt er bij de Europese Commissie en de lidstaten op aan de beginselen van universeel ontwerp, toegankelijkheid, intersectionaliteit en handelingsvaardigheid in het ondernemerschapsbeleid te mainstreamen; inclusief ondernemerschap is er niet om te voorzien in bijzondere gevallen: het is de maatstaf om ervoor te zorgen dat onze economie billijk, veerkrachtig en toekomstklaar is. Alle initiatieven, of ze nu betrekking hebben op financiering, opleiding, regelgeving of evaluatie, moeten worden beoordeeld vanuit het oogpunt van inclusiviteit. |
2. Inleiding
|
2.1. |
Dit advies bevat aanbevelingen over hoe de belemmeringen voor zelfstandig ondernemerschap voor kwetsbare groepen kunnen worden verminderd en hoe inclusievere ondernemersecosystemen kunnen worden gestimuleerd, in overeenstemming met de waarden van de EU van gelijkheid, innovatie en sociale rechtvaardigheid. Er wordt verwezen naar de relevante EU-kaders om een uitgebreider overzicht te geven van het huidige beleid, hiaten in kaart te brengen en oplossingen voor te stellen. |
|
2.2. |
Het EESC erkent het aanzienlijke onbenutte potentieel van inclusief ondernemerschap als aanjager van economische groei, innovatie en sociale integratie. Ondernemerschap kan de economische activiteit stimuleren, kwaliteitsbanen scheppen, de positie van gemarginaliseerde en ondervertegenwoordigde groepen versterken, ongelijkheden verminderen en de democratische participatie versterken. |
|
2.3. |
Ondernemerschap is vaak niet alleen een zinvolle en gewenste mogelijkheid, maar kan voor mensen die door gezondheidsomstandigheden, of door structurele belemmeringen en discriminatie, niet voltijds of regelmatig kunnen werken en daardoor zijn uitgesloten van de traditionele arbeidsmarkt, ook de enige haalbare manier zijn om een inkomen te vergaren. Kwetsbare groepen worden vaak met grotere belemmeringen geconfronteerd en hebben ondersteuning op maat nodig. Elke ondernemer heeft behoefte aan financiering en andere middelen, toegang tot markten, relevante competenties en vaardigheden, en mogelijkheden om te netwerken en samen te werken met andere ondernemers en belanghebbenden. |
|
2.4. |
Personen met een handicap of een psychische aandoening, vrouwen die met structurele ongelijkheden kampen, lhbtiq+-personen, migranten en leden van op grond van etniciteit gediscrimineerde groepen (zoals de Roma en de Sami en andere geracialiseerde groepen) worden nog steeds geconfronteerd met langdurige nadelen die hun oorsprong vinden in structurele belemmeringen die ongelijkheden, culturele stereotypen en blinde vlekken in het beleid veroorzaken (1). Deze groepen zijn zogenaamde “missing entrepreneurs”, en zijn systematisch ondervertegenwoordigd in de cijfers voor zelfstandig ondernemerschap in de EU, met verschillen tussen de lidstaten (2). Er moet ook speciale aandacht worden besteed aan zowel jongeren als ouderen waar het aankomt op inclusief ondernemerschap. |
3. Belemmeringen voor kwetsbare ondernemers
3.1. Personen met een handicap of een psychische aandoening
|
3.1.1. |
Volgens Eurostat (3) hebben 101 miljoen mensen in de EU (oftewel één op de vier volwassenen) een of andere vorm van handicap. Ongeveer 84 miljoen mensen kampen met geestelijke gezondheidsproblemen (4), wat neerkomt op één op de zes (5). Beide groepen worden in de hele EU geconfronteerd met hardnekkige structurele en institutionele belemmeringen voor zelfstandig en inclusief ondernemerschap (6), waaronder sociale stigmatisering, discriminatie, uitsluiting en een gebrek aan gerichte steun. |
|
3.1.2. |
De arbeidsparticipatie (7) van personen met een handicap blijft aanzienlijk lager (slechts 50 %) dan die van mensen zonder handicap (74,8 %), en zowel mensen met een handicap als mensen met geestelijke gezondheidsproblemen zijn ondervertegenwoordigd in de cijfers voor zelfstandig ondernemerschap, deels als gevolg van systemische negatieve prikkels en beperkte ondersteuning op maat. Een grote belemmering is de zogenaamde “uitkeringsval”; daarvan is sprake wanneer het risico om met een handicap verband houdende sociale uitkeringen te verliezen zwaarder kan doorwegen dan de potentiële voordelen van een activiteit als zelfstandige. |
|
3.1.3. |
Er zijn nog steeds verschillen tussen de afzonderlijke lidstaten wat betreft toegankelijke fysieke en digitale bedrijfsinfrastructuur. Ondersteuningsmechanismen, zoals programma’s voor bedrijfsontwikkeling, accelerators en opleidingen in ondernemerschap, zijn zelden aangepast aan de specifieke behoeften van personen met zintuiglijke, cognitieve of mobiliteitsbeperkingen (8). In het ondernemerschapsbeleid en bij de ondersteuning van ecosystemen voor ondernemerschap wordt zelden rekening gehouden met de specifieke behoeften van personen met een psychosociale handicap of chronische geestelijke gezondheidsproblemen. Bezuinigingen op openbare diensten kunnen ook leiden tot een gebrek aan beschikbare diensten en personeel om personen met speciale behoeften te ondersteunen. |
|
3.1.4. |
Ondernemers met geestelijke gezondheidsproblemen worden ook geconfronteerd met stigmatisering en vooroordelen in zakelijke netwerken en financieringsinstellingen. Financieringsregelingen hebben vaak subsidiabiliteitscriteria die mensen met episodische of fluctuerende gezondheidsproblemen uitsluiten. Opleidings-, mentorschaps- en financiële instrumenten zijn zelden flexibel genoeg om rekening te houden met perioden van verminderde functionaliteit of gezondheidsgerelateerde werkonderbrekingen (9). Slechte coördinatie tussen gezondheidszorgs- en arbeidsbemiddelingsdiensten kan ertoe leiden dat mensen in perioden van ziekte of herstel geen adequate ondersteuning krijgen. Bovendien maken complexe procedures en trage betalingen voor medische behandelingen of gerelateerde uitkeringen het nog moeilijker om zowel zakelijke verantwoordelijkheden als persoonlijke verplichtingen, zoals huishoudelijke taken en de zorg voor een gezin, te beheren. |
|
3.1.5. |
Het ondernemerschapsecosysteem gaat vaak uit van een consistente productiviteit en beschikbaarheid, zonder rekening te houden met niet-lineaire werkpatronen of flexibele bedrijfsmodellen die geschikt kunnen zijn voor mensen met een handicap of geestelijke gezondheidsproblemen. Nieuwe ondernemingen van de sociale economie, die het nastreven van sociale doelstellingen voorrang geven boven winst, kunnen belangrijke factoren zijn voor het scheppen van toegankelijke trajecten naar hoogwaardige werkgelegenheid en ondernemingskansen voor zowel personen met een handicap als personen met geestelijke gezondheidsproblemen. Financiële steun door middel van gerichte subsidies kan het ook mogelijk maken om te voorzien in redelijke aanpassingen, zodat inclusieve werkgelegenheid en inclusief ondernemerschap voor deze doelgroep worden gewaarborgd. |
|
3.1.6. |
Relevante EU-kaders:
|
3.2. Vrouwen
|
3.2.1. |
Vrouwelijke ondernemers, met name wanneer zij zorgtaken vervullen (10) en/of er bij hen sprake is van intersectionele kwetsbaarheden zoals een handicap of een migratieachtergrond, worden geconfronteerd met meerlagige structurele en sociaal-economische uitdagingen, zoals een beperkte toegang tot kapitaal, een gebrek aan adequate en betaalbare kinderopvang, ouderenzorg en langdurige zorg, en uitsluiting van door mannen gedomineerde innovatienetwerken. Slechts 30 % van de ondernemers in de EU is vrouw en dat percentage ligt nog lager onder vrouwen met een handicap of geestelijke gezondheidsproblemen (11). |
|
3.2.2. |
Toegang tot financiering blijft een belangrijk obstakel. In 2020 ging slechts 2,3 % van de durfkapitaalfinanciering in Europa naar volledig vrouwelijke teams (12). |
|
3.2.3. |
Bovendien worden vrouwen vaak uitgesloten van innovatie-ecosystemen zonder inclusieve structuren of mentorschapsmogelijkheden. Culturele stereotypen, met name in traditionele of plattelandsgemeenschappen, versterken de genderrollen en ontmoedigen vrouwelijk ondernemerschap. |
|
3.2.4. |
Relevante EU-kaders:
|
3.3. Personen met onzeker en gecriminaliseerd werk
|
3.3.1. |
Sommige zelfstandigen, zoals sekswerkers, wier status in veel gevallen juridisch onduidelijk is of wier activiteiten zelfs worden gecriminaliseerd, worden nog steeds systematisch uitgesloten van ondernemerschapsprogramma’s, financiële regelingen en sociale bescherming als gevolg van structurele stigmatisering en wettelijke bepalingen die veilige, legale en ondersteunde toegang tot economische empowerment verhinderen. |
|
3.3.2. |
Relevant EU-kader:
|
3.4. Gender- en identiteitsgerelateerde kwesties
|
3.4.1. |
Veel lhbtiq+-ondernemers, met name trans-, non-binaire en genderdiverse personen, worden uitgesloten van ondernemersondersteuning (17) vanwege een gebrek aan wettelijke gendererkenning, discriminerende behandeling door financiële instellingen en onzichtbaarheid van gegevens. |
|
3.4.2. |
Relevant EU-kader:
|
3.5. Kwesties in verband met ras of etnische afstamming: Roma en Sami
|
3.5.1. |
Door raciale of etnische minderheden geleide ondernemingen en tot deze minderheden behorende ondernemers worden nog steeds geconfronteerd met systemische belemmeringen voor bedrijfsontwikkeling, waaronder ongelijke toegang tot kapitaal, opleiding en marktkansen. Deze uitdagingen zijn terug te voeren op vooroordelen ten aanzien van de Roma en de Sami en andere geracialiseerde groepen, onderinvesteringen en een gebrek aan erkenning voor de economische handelingsvaardigheid van deze gemeenschappen, met name in het geval van vrouwen en jongeren. |
|
3.5.2. |
Relevante EU-kaders:
|
4. Structurele en beleidsmatige kwesties met het oog op inclusief ondernemerschap
|
4.1. |
De Europese arbeidsmarkten veranderen als gevolg van digitalisering, demografische verschuivingen en platformwerk. Hierbij komen lacunes in de sociale bescherming van zelfstandigen aan het licht (19). Hoewel zelfstandige arbeid de positie van ondervertegenwoordigde groepen kan versterken, kampen velen met beperkte juridische en financiële bescherming en met complexe nationale regels. Zonder adequate vangnetten kan (schijn)zelfstandig ondernemerschap kwetsbare mensen in precaire situaties brengen, waardoor ondernemerschap wordt ontmoedigd. De overheidsdiensten van de lidstaten en de desbetreffende EU-strategieën moeten niet alleen actieve inclusie op de arbeidsmarkt bevorderen, maar ook hoogwaardige steun bieden voor het oprichten van ondernemingen, voor ondernemerschap en voor mede-eigendom van sociale ondernemingen, met name ten behoeve van werklozen. |
|
4.2. |
Toegang tot sociale bescherming voor zelfstandigen: beginsel 12 van de EPSR bepaalt dat “ongeacht de aard en de duur van hun arbeidsrelatie werknemers en, onder vergelijkbare voorwaarden, zelfstandigen recht hebben op adequate sociale bescherming”. De toegang tot gezondheidszorg, invaliditeitsuitkeringen, ouderschaps- en moederschapsverlof en werkloosheidsuitkeringen en pensioenen verschilt echter van lidstaat tot lidstaat. Eurofound (20) meldt dat ongeveer 50 % van de zelfstandigen in de EU niet of slechts in beperkte mate gedekt is tegen deze belangrijke sociale risico’s (21). Hoewel de EU richtsnoeren voor het beleid kan bieden, blijven de socialezekerheidsstelsels een nationale bevoegdheid. |
|
4.3. |
In het geval van zelfstandige arbeid in de digitale sector en via platforms (bijvoorbeeld op freelance-basis of via apps) kunnen de grenzen tussen werknemers en zelfstandigen vervagen. Veel platformwerkers worden mogelijk ten onrechte als zelfstandigen aangemerkt. Dit beperkt hun rechten, onderhandelingspositie en toegang tot collectieve vertegenwoordiging. De Commissie heeft richtsnoeren verstrekt voor de toepassing van het EU-mededingingsrecht op collectieve overeenkomsten met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van zelfstandigen zonder werknemers (2022). Het EESC pleit voor een consistente toepassing en monitoring van deze richtsnoeren. |
|
4.4. |
Het EESC merkt op dat de richtlijn inzake platformwerk van kracht is geworden en dat de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen uiterlijk op 2 december 2026 moeten implementeren. De richtlijn houdt echter niet volledig rekening met inclusief ondernemerschap. |
|
4.5. |
Steun voor ondernemerschap houdt zelden rekening met intersectionele belemmeringen. Een transvrouw met een migratieachtergrond en een handicap wordt bijvoorbeeld geconfronteerd met nog meer administratieve, sociale en juridische belemmeringen, zoals een gebrek aan wettelijke erkenning van haar/hun genderidentiteit, problemen bij het doen gelden van rechten als persoon met een handicap over de grenzen heen, en racisme, transfobie of vreemdelingenhaat in bedrijfsomgevingen. In een inclusief ondernemerschapsbeleid moet rekening worden gehouden met deze overlappende vormen van uitsluiting. Veel nationale en EU-strategieën, waaronder de EU-strategie voor gendergelijkheid 2020-2025, de strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030 en het EU-actieplan tegen rascisme 2020-2025 verwijzen naar arbeid maar niet naar arbeid als zelfstandige. |
|
4.6. |
Het voorstel voor een horizontale richtlijn gelijke behandeling heeft tot doel de bescherming tegen discriminatie uit te breiden tot andere gebieden dan arbeid, zoals huisvesting, onderwijs en toegang tot diensten. Het EESC steunt het voorstel en blijft aandacht vragen voor het bestrijden van discriminatie (22), die wordt versterkt door intersectionaliteit, en voor de hiermee samenhangende sociale en juridische belemmeringen. |
|
4.7. |
Ondersteunende diensten voor ondernemerschap, zoals starterscentra, mentorschap en financiering, volgen vaak een uniform model dat in het voordeel speelt van mensen met een hogere opleiding, financiële middelen en sterke netwerken. Bij deze gestandaardiseerde aanpak worden mensen met cognitieve of zintuiglijke beperkingen (die aangepaste communicatieformaten behoeven) vaak uitgesloten, net als ondernemers met geestelijke gezondheidsproblemen (die baat kunnen hebben bij flexibele tijdschema’s, ondersteunende mentoring of traumabewuste praktijken) en mensen met beperkte digitale vaardigheden of een beperkte toegang tot digitale technologieën. |
|
4.8. |
Weinig programma’s passen de beginselen van universeel ontwerp toe, het idee dat diensten en omgevingen zoveel mogelijk door iedereen moeten kunnen worden gebruikt, zonder dat aanpassing nodig is. Dit leidt tot structurele uitsluiting, die zich uitstrekt van sollicitatieprocedures tot bedrijfsopleidingen en onlineplatforms. |
|
4.9. |
Ondernemerschap is afhankelijk van het innovatievermogen van mensen, maar ongelijke toegang tot onderwijs, om- en bijscholing en opleiding blijft een structurele belemmering voor kwetsbare groepen. |
Brussel, 18 september 2025.
De voorzitter
van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Oliver RÖPKE
(1) Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité — Bevordering van de maatschappelijke integratie van personen met een handicap en gedeeltelijk arbeidsongeschikten (verkennend advies op verzoek van het Hongaarse voorzitterschap) (PB C, C/2024/6875, 28.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6875/oj).
(3) Handicaps in de EU: feiten en cijfers.
(5) The transversality of mental health in a “European Health Union”.
(8) Entrepreneurship Training Programs for Individuals with Disabilities.
(9) Psychosocial disability: a European perspective on challenges and solutions.
(10) Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité — Zorgen voor een balans tussen werk en privéleven voor iedereen, uitgaande van behoeften: hoe adequate flexibele arbeidsomstandigheden de solidariteit tussen generaties en empowerment van vrouwen kunnen ondersteunen (verkennend advies op verzoek van het Hongaarse voorzitterschap) (PB C, C/2025/116, 10.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/116/oj).
(13) PB L 6 van 10.1.1979, blz. 24.
(14) PB L 204 van 26.7.2006, blz. 23.
(15) PB L 180 van 15.7.2010, blz. 1.
(16) PB L 101 van 15.4.2011, blz. 1.
(17) Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (2024).
(18) Europese Commissie (2021).
(19) Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité — Toegang tot sociale bescherming voor zelfstandigen — analyse, beperkingen en ruimte voor verbetering (verkennend advies op verzoek van het Poolse voorzitterschap) (PB C, C/2025/2964, 16.6.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/2964/oj).
(21) Conclusies van de Raad over sociale bescherming voor zelfstandigen.
(22) Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité — Nieuw actieplan voor de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten (initiatiefadvies) (PB C, C/2025/4203, 20.8.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/4203/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/13/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)