European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2025/6310

1.12.2025

Beroep ingesteld op 10 oktober 2025 – Redbird Corporate Services/Raad

(Zaak T-700/25)

(C/2025/6310)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Redbird Corporate Services Ltd (Ebène, Mauritius) (vertegenwoordiger: B. Lebrun, advocaat)

Verwerende partij: Raad van de Europese Unie

Conclusies

De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:

op grond van artikel 263 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie over te gaan tot nietigverklaring van:

besluit (GBVB) 2025/1478 van de Raad van 18 juli 2025 tot wijziging van besluit 2014/145/GBVB betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (1) en uitvoeringsverordening (EU) 2025/1476 van de Raad van 18 juli 2025 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 269/2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (2), voor zover de naam van Redbird Corporate Services Ltd is opgenomen op de lijst van personen, entiteiten en lichamen waarop die beperkende maatregelen van toepassing zijn;

besluit van de Raad van de Europese Unie (ref. SGS 25/2603) van 23 juli 2025, ter kennis gebracht bij aangetekende brief van 21 augustus 2025, waarbij Redbird Corporate Services Ltd in kennis is gesteld van haar opname op de lijst van personen, entiteiten en lichamen waarop beperkende maatregelen van toepassing zijn die zijn opgenomen in i) de bijlage bij besluit 2014/145/GBVB, als gewijzigd bij besluit (GBVB) 2025/1478, en ii) bijlage I bij verordening (EU) nr. 269/2014, als uitgevoerd bij uitvoeringsverordening (EU) 2025/1476; en

besluit van de Raad van de Europese Unie (ref. SGS 25/3544) van 18 september 2025, waarvan kennis is gegeven bij e-mail van 18 september 2025 en per aangetekende brief van 9 oktober 2025, waarbij Redbird Corporate Services Ltd in kennis is gesteld van de weigering om haar opname op de lijst van personen, entiteiten en lichamen die onderworpen zijn aan beperkende maatregelen die zijn opgenomen in i) de bijlage bij besluit 2014/145/GBVB, zoals gewijzigd bij besluit (GBVB) 2025/1478, en ii) bijlage I bij verordening (EU) nr. 269/2014, zoals uitgevoerd bij uitvoeringsverordening (EU) 2025/1476, te heroverwegen;

de verwerende partij te verwijzen in alle kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster acht middelen aan.

1.

Eerste middel: niet-nakoming van de motiveringsplicht en niet-naleving van de criteria voor de aanwijzing van de personen op wie de betrokken beperkende maatregelen van toepassing zijn. Met dit middel wordt de Raad verweten dat hij verzoeksters opname op de lijst heeft gebaseerd op grieven tegen Sapang Shipping Inc. en het schip ARGENT, zonder uiteen te zetten van welke feiten verzoekster specifiek wordt beschuldigd. In strijd met de criteria van artikel 3, lid 1, onder k), van verordening (EU) nr. 269/2014 stelt de Raad ten onrechte de zuiver administratieve functie van “erkend agent” in het Mauritiaanse recht gelijk aan een vorm van operationele deelname of actieve ondersteuning.

2.

Tweede middel: schending van het recht om te worden gehoord, van de rechten van de verdediging en van het recht op effectieve rechterlijke bescherming. Met dit middel wordt de Raad verweten dat hij verzoekster niet in kennis heeft gesteld van dossier WK 7656/25 vóór haar opname op de lijst, dat hij de overgelegde opmerkingen en stukken niet heeft onderzocht en dat hij essentiële bewijzen buiten beschouwing heeft gelaten waaruit blijkt dat er geen enkele band bestaat met Sapang Shipping Inc.

3.

Derde middel: kennelijk onjuiste beoordeling van de feiten van de onderhavige zaak, aangezien er geen bewijs is dat verzoekster een schip bezat, controleerde of exploiteerde, of dat zij materiële, technische of financiële steun heeft verleend aan een activiteit die verband houdt met de Russische Federatie. De opname berust op een automatische en ongefundeerde gelijkstelling van verzoekster met Sapang Shipping Inc.

4.

Vierde middel: schending van het eigendomsrecht. Met dit middel wordt de Raad verweten dat hij verzoeksters eigendomsrecht heeft geschonden door haar onrechtmatige opname op de lijst. De bevriezing van de tegoeden van verzoekster, een vennootschap in Mauritius die geen band heeft met Rusland, vormt een ernstige en ongerechtvaardigde inmenging in haar grondrechten zoals gewaarborgd door artikel 17 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: “Handvest”) en artikel 1 van Protocol nr. 1 bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

5.

Vijfde middel: schending van het evenredigheidsbeginsel, aangezien de opname van verzoekster op de lijst noch noodzakelijk is voor, noch evenredig is aan de doelstellingen van de sanctieregeling, aangezien de vennootschap geen enkele rol heeft gespeeld bij de aan Sapang Shipping Inc. verweten activiteiten en maatregelen hadden kunnen worden vastgesteld die haar rechten minder aantasten.

6.

Zesde middel: schending van het internationale recht, aangezien de opname van verzoekster, een vennootschap van een derde land die geen enkele territoriale of economische band met de Europese Unie heeft, neerkomt op een extraterritoriale sanctie die in strijd is met de in het Handvest van de Verenigde Naties neergelegde beginselen van territorialiteit en niet-inmenging.

7.

Zevende middel: misbruik van bevoegdheid, doordat de Raad de regeling van de beperkende maatregelen niet heeft gebruikt om de in artikel 3 van verordening (EU) nr. 269/2014 genoemde doelstellingen te bereiken, maar om zonder onderscheid buitenlandse tussenpersonen te treffen die geen reële band hebben met de bestrafte activiteiten, hetgeen misbruik van doel oplevert.

8.

Achtste middel: schending van de geheimhoudingsplicht. Met dit middel wordt de Raad verweten dat hij het heroverwegingsbesluit met betrekking tot verzoekster per vergissing heeft doorgezonden aan niet-gemachtigde derden-advocaten, waardoor hij de artikelen 7 en 47 van het Handvest en artikel 339 VWEU heeft geschonden. Verzoekster is van mening dat deze openbaarmaking van vertrouwelijke informatie haar procedurele rechten heeft aangetast.


(1)  Besluit (GBVB) 2025/1478 van de Raad van 18 juli 2025 tot wijziging van besluit 2014/145/GBVB betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L, 2025/1478).

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1476 van de Raad van 18 juli 2025 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 269/2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L, 2025/1476).


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/6310/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)