|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2025/5641 |
20.10.2025 |
Bekendmaking van de mededeling van een goedgekeurde standaardwijziging van een productdossier van een geografische aanduiding overeenkomstig artikel 5, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/27 van de Commissie (1)
(C/2025/5641)
MEDEDELING VAN DE GOEDKEURING VAN EEN STANDAARDWIJZIGING
(Artikel 24 van Verordening (EU) 2024/1143)
“Valcalepio”
PDO-IT-A1366-AM03 — 1.8.2025
1. Naam van het product
“Valcalepio”
2. Type geografische aanduiding
|
☒ |
Beschermde oorsprongsbenaming (BOB) |
|
☐ |
Beschermde geografische aanduiding (BGA) |
|
☐ |
Geografische aanduiding (GA) |
3. Sector
|
☐ |
Landbouwproducten |
|
☒ |
Wijnen |
|
☐ |
Gedistilleerde dranken |
4. Land waartoe het geografische gebied behoort
Italië
5. Autoriteit van de lidstaat die de standaardwijziging meedeelt
Ministero dell’agricoltura, della sovranità alimentare e delle foreste (ministerie van Landbouw, Voedselsoevereiniteit en Bosbouw)
6. Kwalificatie als standaardwijziging
De goedkeuring en de mededeling van de standaardwijziging voldoen aan de voorwaarden voor de goedkeuring van een standaardwijziging uit hoofde van Verordening (EU) 2024/1143 en de op grond daarvan vastgestelde bepalingen.
De wijziging voldoet aan de definitie van een standaardwijziging als bedoeld in artikel 24, lid 4, van Verordening (EU) 2024/1143, aangezien zij niet onder de definities van artikel 24, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1143 valt.
7. Beschrijving van de goedgekeurde standaardwijziging(en)
1. Vermelding van de aanduiding “Riserva”
De aanduiding “Riserva” is al in het productdossier opgenomen en is voorbehouden aan “Valcalepio” Rosso met een hoger minimaal alcoholvolumegehalte, een langere ouderingsperiode en specifieke kenmerken bij het in de handel brengen. Om de waarde van Riserva-wijn te verhogen, wordt voorgesteld om van deze wijn een afzonderlijk specifiek type te maken.
Deze wijziging betreft de artikelen 1, 2, 4 en 5 van het productdossier en de rubriek “Wijnbereidingsprocedés - maximumopbrengsten” van het enig document.
2. Wijziging van de rassensamenstelling van “Valcalepio” Rosso
Voorgesteld wordt de rassensamenstelling van “Valcalepio” Rosso te wijzigen en het aandeel merlot in verhouding tot cabernet sauvignon te verhogen. Het minimumaandeel cabernet sauvignon wordt verlaagd van 25 % naar 10 %, en het maximumaandeel merlot wordt verhoogd van 75 % naar 90 %. Deze wijziging is nodig ter beperking van de moeilijkheden in verband met de gevoeligheid van cabernet sauvignon voor houtziekten (met name druivenrot), waardoor ieder jaar meer wijnstokken onproductief worden. Dit leidt tot grotere verliezen, een verschil in leeftijd binnen de wijngaarden en daarmee samenhangende technische en economische problemen. Bovendien wordt voorgesteld in de mogelijkheid te voorzien om tot maximaal 15 % andere inheemse druivenrassen (franconia, incrocio terzi en merera) of druivenrassen die aansluiten bij de lokale traditie (rebo), te gebruiken. Dit versterkt het verband met de omgeving. Wijnbouwers die de voorkeur geven aan een meer internationale assemblage, mogen tot 15 % petit verdot gebruiken. Uit proeverijen door de groepering blijkt dat deze wijzigingen waarschijnlijk geen noemenswaardig effect hebben op de eigenschappen van de wijn, die zeer herkenbaar blijven.
Deze wijziging betreft artikel 2 van het productdossier en het punt “Voornaamste wijndruivenras(sen)” van het enig document.
3. Wijziging van de rassensamenstelling van “Valcalepio” rosso Riserva
Voorgesteld wordt de rassensamenstelling van “Valcalepio” rosso Riserva te wijzigen en het aandeel merlot in verhouding tot cabernet sauvignon te verhogen. Het minimumaandeel cabernet sauvignon wordt verlaagd van 25 % naar 10 %, en het maximumaandeel merlot wordt verhoogd van 75 % naar 90 %. Deze wijziging is nodig ter beperking van de moeilijkheden in verband met de gevoeligheid van cabernet sauvignon voor houtziekten (met name druivenrot), waardoor ieder jaar meer wijnstokken onproductief worden. Dit leidt tot grotere verliezen, een verschil in leeftijd binnen de wijngaarden en daarmee samenhangende technische en economische problemen.
Voor de Riserva mogen geen andere druivenrassen worden gebruikt, zoals wel het geval is voor “Valcalepio” Rosso. Hierdoor blijft het meer “internationale” karakter van de assemblages in Bordeaux-stijl behouden en zijn deze wijnen duidelijker herkenbaar dan “Valcalepio” Rosso.
Deze wijziging heeft betrekking op artikel 2 van het productdossier.
4. Wijziging van de rassensamenstelling van “Valcalepio” Moscato Passito
Voorgesteld wordt de rassensamenstelling van “Valcalepio” Moscato Passito te wijzigen door het minimumaandeel moscato te verlagen van 100 % naar 85 % en de mogelijkheid toe te voegen om tot maximaal 15 % andere druivenrassen te gebruiken die in de regio Lombardije mogen worden geteeld. Hierdoor kunnen nieuwe nuances in het organoleptische profiel worden geïntroduceerd. Dit geeft de wijnen meer onderscheidende kenmerken, met name ten opzichte van Moscato di Scanzo AOCG, en biedt producenten de mogelijkheid hun productie zo nodig licht te verhogen.
Deze wijziging heeft betrekking op artikel 2 van het productdossier.
5. Schrapping van de vermelding dat de bodems overwegend een kiezel-kleitextuur hebben
In het hele productiegebied van “Valcalepio” is de bodem overwegend kleiachtig. Het is dus overbodig te vermelden dat de bodems overwegend een kiezel-kleitextuur hebben. Ter vereenvoudiging van de tekst wordt daarom voorgesteld deze vermelding te schrappen.
Deze wijziging heeft betrekking op artikel 4 van het productdossier.
6. Verhoging van de hoogtegrens
De hoogtegrens wordt verhoogd van 500 naar 600 meter boven zeeniveau voor de teelt van alle blauwe druivenrassen, en van 600 naar 700 meter boven zeeniveau voor de teelt van chardonnay, pinot bianco en pinot grigio.
De hoogtegrens van het teeltgebied moet worden verhoogd om in de zomerperiode te kunnen profiteren van koelere temperaturen. Deze wijziging is nodig ter beperking van de problemen die verband houden met de opwarming van de aarde. Die versnelt de fysiologische processen van de wijnstok, veroorzaakt warmte- en waterstress en leidt tot verslechtering van de analytische en organoleptische kenmerken van de most. Hoe lager de wijnstokken worden geteeld, hoe sterker deze effecten zijn.
Deze wijziging heeft betrekking op artikel 4 van het productdossier.
7. Verduidelijking van de mogelijkheid om aanvullende irrigatie te gebruiken
Hoewel de wetgeving in deze mogelijkheid voorziet, werd het noodzakelijk geacht deze te verduidelijken.
Deze wijziging heeft betrekking op artikel 4 van het productdossier.
8. Invoering van de maximale druivenopbrengst per hectare voor “Valcalepio” Riserva en verhoging van de maximale druivenopbrengst per hectare voor “Valcalepio” Bianco en “Valcalepio” Moscato Passito
Voor het nieuwe type “Valcalepio” Riserva is een maximale druivenopbrengst van 9 ton per hectare ingevoerd. Deze opbrengst is lager dan die van “Valcalepio” Rosso (terwijl de maximale opbrengst tot dusver identiek was voor de aanduiding Riserva), om te benadrukken dat de Riserva afkomstig moet zijn van wijnstokken en druiven van hogere kwaliteit, die al in de wijngaarden worden geselecteerd.
Voorgesteld wordt de maximumopbrengst voor “Valcalepio” Bianco te verhogen van 9 ton per hectare naar 10 ton per hectare. Dit bevordert een hogere zuurgraad die de witte wijnen hun frisse en aangename karakter verleent, maar die doorgaans afneemt bij stijgende temperaturen.
Voorgesteld wordt de maximumopbrengst voor “Valcalepio” Moscato Passito te verhogen van 6,5 ton per hectare naar 7 ton per hectare, en tegelijkertijd de persopbrengst te verlagen (van 40 % naar 35 %). Deze wijziging zorgt voor de productie van most van betere kwaliteit en een algemene verlaging van de uiteindelijke wijnopbrengst per oppervlakte-eenheid.
Deze wijziging betreft artikel 4 van het productdossier en de rubriek “Wijnbereidingsprocedés — Maximumopbrengsten” van het enig document.
9. Toevoeging van de persopbrengst voor “Valcalepio” Riserva en verlaging van de persopbrengst voor “Valcalepio” Moscato Passito
Voor het nieuwe type “Valcalepio” Riserva is een persopbrengst van 70 % ingevoerd.
Volgend op de verhoging van de druivenopbrengst voor “Valcalepio” Moscato Passito met 0,5 ton is de persopbrengst verlaagd van 40 % naar 35 %.
Door deze wijziging sluit het productdossier beter aan op de praktijksituatie in de wijnkelders. De persopbrengst bedraagt over het algemeen 30 tot 35 % voor dit type wijn.
Deze wijziging heeft betrekking op artikel 5 van het productdossier.
10. Bestemming van het overschot van de wijnbereiding
Voor “Valcalepio” Bianco en “Valcalepio” Rosso is de bestemming van het overschot van de wijnbereiding aangegeven. Het aandeel tussen 70 % en 75 % kan worden geherclassificeerd als IGT Bergamasca.
Deze wijziging betreft artikel 5 van het productdossier.
11. Wijziging van de datum van het in de handel brengen voor consumptie van “Valcalepio” Moscato Passito
De datum van het in de handel brengen voor consumptie van “Valcalepio” Moscato Passito is vervroegd van 12 mei naar 1 april.
Deze geringe vervroeging heeft geen gevolgen voor het organoleptische profiel van de wijn en is commercieel gezien handiger.
Deze wijziging betreft artikel 5 van het productdossier en de rubriek “Wijnbereidingsprocedés — Specifieke oenologische procedés” van het enig document.
12. Wijziging van de chemische, fysische en organoleptische parameters van “Valcalepio” Moscato Passito
De verwijzing naar een “lichte nasmaak van amandel” is geschrapt om de beschrijving beter af te stemmen op het profiel van de wijnen die momenteel op de markt beschikbaar zijn.
De verwijzingen naar het minimale effectieve alcoholvolumegehalte en het maximale restsuikergehalte zijn geschrapt om de producenten meer keuzevrijheid te geven.
Deze wijziging betreft artikel 6 van het productdossier en het punt “Beschrijving van de wijn(en)” van het enig document.
13. Schrapping van de beperkingen voor typen sluitingen en flessen, en verhoging van de maximumcapaciteit van flessen voor “Valcalepio” Moscato Passito
Er mogen voortaan andere sluitingen dan de traditionele kurkdop worden gebruikt en elke flesvorm is voortaan toegestaan. Dit zorgt voor meer keuzevrijheid en commerciële mogelijkheden.
Daarnaast is de maximumcapaciteit van flessen voor “Valcalepio” Moscato Passito verhoogd van 0,75 liter naar 3,0 liter om meer consumptiemogelijkheden en commerciële vrijheid te bieden.
Deze wijziging heeft betrekking op artikel 7 van het productdossier.
14. Actualisering van de gegevens van de controle-instantie
Overeenkomstig de wijzigingen die na de inwerkingtreding van Verordening (EU) 2024/1143 in Verordening (EU) nr. 1308/2013 zijn aangebracht, is het niet langer verplicht om in het productdossier de naam en het adres te vermelden van de autoriteiten of instanties die verantwoordelijk zijn voor de controle op de naleving van de bepalingen van het productdossier, of hun bevoegdheden.
Daarnaast moeten de lidstaten op grond van artikel 40, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1143 de naam en het adres van de in artikel 39, lid 3, van die verordening bedoelde bevoegde autoriteiten, gedelegeerde instanties en natuurlijke personen openbaar maken voor elk met een geografische aanduiding aangeduid product en die informatie actueel houden.
Daarom is het artikel met de gegevens van de controle-instantie gewijzigd en zijn deze gegevens vervangen door een verwijzing naar de bekendmaking ervan op de officiële website van de bevoegde autoriteit van de lidstaat.
Deze wijziging betreft artikel 10 van het productdossier, maar heeft geen enkel gevolg voor het enig document.
15. Formele wijzigingen in het productdossier
Er zijn formele wijzigingen aangebracht in de artikelen van het productdossier.
ENIG DOCUMENT
1. Naam van het product
Valcalepio
2. Type geografische aanduiding
BOB — beschermde oorsprongsbenaming
3. Categorieën wijnbouwproducten
|
1. |
Wijn |
|
15. |
Wijn van ingedroogde druiven |
3.1. Code van de gecombineerde nomenclatuur
22 — DRANKEN, ALCOHOLHOUDENDE VLOEISTOFFEN EN AZIJN
2204 — Wijn van verse druiven, wijn waaraan alcohol is toegevoegd daaronder begrepen; druivenmost, andere dan die bedoeld bij post 2009
4. Beschrijving van de wijn(en)
4.1. “Valcalepio” Bianco
BEKNOPTE BESCHRIJVING
Kleur: strogeel van wisselende intensiteit;
Geur: delicaat, karakteristiek; smaak: droog, harmonieus, karakteristiek;
Minimaal totaal alcoholvolumegehalte: 11,50 % vol;
Minimaal niet-reducerend extract: 18,0 g/l.
Analytische parameters die niet zijn vermeld in de onderstaande tabel, voldoen aan de grenswaarden die zijn vastgelegd in nationale en EU-wetgeving.
Algemene analytische kenmerken
|
— |
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent): — |
|
— |
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent): — |
|
— |
Minimale totale zuurgraad: 4,5 gram wijnsteenzuur per liter |
|
— |
Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter): — |
|
— |
Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter): — |
4.2. “Valcalepio” Rosso
BEKNOPTE BESCHRIJVING
Kleur: robijnrood van wisselende intensiteit;
Geur: intens, aangenaam, karakteristiek;
Smaak: droog, vol, harmonieus, lange afdronk;
Minimaal totaal alcoholvolumegehalte: 11,50 % vol;
Minimaal niet-reducerend extract: 22,00 g/l.
Analytische parameters die niet zijn vermeld in de onderstaande tabel, voldoen aan de grenswaarden die zijn vastgelegd in nationale en EU-wetgeving.
Algemene analytische kenmerken
|
— |
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent): — |
|
— |
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent): — |
|
— |
Minimale totale zuurgraad: 5 gram wijnsteenzuur per liter |
|
— |
Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter): — |
|
— |
Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter): — |
4.3. “Valcalepio” Rosso Riserva
BEKNOPTE BESCHRIJVING
Kleur: robijnrood van wisselende intensiteit, neigend naar granaatrood;
Geur: etherisch, intens, karakteristiek; smaak: droog, veel body, fluweelachtig, harmonieus, lange afdronk;
Minimaal totaal alcoholvolumegehalte: 12,50 % vol;
Minimaal niet-reducerend extract: 22,0 g/l.
Analytische parameters die niet zijn vermeld in de onderstaande tabel, voldoen aan de grenswaarden die zijn vastgelegd in nationale en EU-wetgeving.
Algemene analytische kenmerken
|
— |
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent): — |
|
— |
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent): — |
|
— |
Minimale totale zuurgraad: 5 gram wijnsteenzuur |
|
— |
Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter): — |
|
— |
Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter): — |
4.4. “Valcalepio” Moscato Passito
BEKNOPTE BESCHRIJVING
Kleur: robijnrood van wisselende intensiteit, eventueel neigend naar kersenrood met granaatrode reflecties;
Geur: delicaat, aromatisch, intens, karakteristiek;
Smaak: zoet, aangenaam, harmonieus;
Minimaal totaal alcoholvolumegehalte: 17,00 % vol;
Minimaal restsuikergehalte: 30,0 g/l;
Minimaal niet-reducerend extract: 22,0 g/l.
Analytische parameters die niet zijn vermeld in de onderstaande tabel, voldoen aan de grenswaarden die zijn vastgelegd in nationale en EU-wetgeving.
Algemene analytische kenmerken
|
— |
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent): — |
|
— |
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent): — |
|
— |
Minimale totale zuurgraad: 5,5 gram wijnsteenzuur per liter |
|
— |
Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter): — |
|
— |
Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter): — |
5. Wijnbereidingsprocedés
5.1. Specifieke oenologische procedés
1. Minimale ouderingsperiode voor “Valcalepio” Rosso
Specifiek oenologisch procedé
Wijn met de BOB “Valcalepio” Rosso moet ten minste één jaar ouderen, voordat hij in de handel wordt gebracht, waarvan ten minste drie maanden in houten vaten, te rekenen vanaf 1 november van het productiejaar van de druiven.
2. Minimale ouderingsperiode voor “Valcalepio” Rosso Riserva
Specifiek oenologisch procedé
“Valcalepio” Riserva moet ten minste drie jaar ouderen, voordat de wijn in de handel wordt gebracht, waarvan ten minste één jaar in eikenhouten vaten. Deze wijn mag vanaf 1 november van het derde jaar na het oogstjaar in de handel worden gebracht.
3. Minimale ouderingsperiode voor “Valcalepio” Moscato Passito
Specifiek oenologisch procedé
“Valcalepio” Moscato Passito mag niet in de handel worden gebracht vóór 1 april van het tweede jaar na het productiejaar van de druiven.
5.2. Maximumopbrengsten
|
1. |
BOB “Valcalepio” Bianco 10 000 kilogram druiven per hectare |
|
2. |
BOB “Valcalepio” Rosso 10 000 kilogram druiven per hectare |
|
3. |
BOB “Valcalepio” Rosso Riserva 9 000 kilogram druiven per hectare |
|
4. |
BOB “Valcalepio” Moscato Passito 7 000 kilogram druiven per hectare |
6. Afgebakend geografisch gebied
Druiven die zijn bestemd voor de productie van wijnen met de BOB “Valcalepio”, moeten worden geproduceerd in het volgende afgebakende gebied: vanaf het punt waar de stroom van de Rino uitmondt in het Iseomeer in de gemeente Predore, loopt de grens stroomopwaarts langs de stroom tot aan het pad dat naar I Vasti leidt. De grens volgt dit pad in westelijke richting tot aan de Duago-vallei en passeert daarbij de hoogtelijnen van 340, 504 en 501 meter. Vervolgens volgt de grens het pad langs de flank van de heuvel tot aan de bestuurlijke grens van de gemeenten Sarnico en Predore. De grens blijft het pad volgen tot aan de Canola-vallei en bereikt in de vallei kort de hoogtelijn van 225 meter. Daarna volgt de grens die hoogtelijn tot aan het pad naar La Forcella, vlakbij Villaggio Holiday. Van daaruit volgt de grens het pad naar La Forcella tot een hoogte van 398 meter, waarna de grens langs de gemeentelijke weg loopt die eerst de bestuurlijke grens tussen de gemeenten Sarnico en Viadanica kruist en vervolgens een hoogte van 360 meter bereikt. Vanaf dit punt loopt de grenslijn verder in noordelijke richting tot aan Valle Maggiore op een hoogte van 333 meter. Dan buigt de grens af naar het zuidoosten en volgt de weg naar de gehuchten Scotti, Riva en Case Rasetti, waarna hij verder loopt tot aan de beek Guerna in de buurt van de hoogtelijn van 308 meter. De grens volgt de beek stroomopwaarts, en loopt door Ambrogi, Forno en Dumengoni tot aan Segrone Basso. Vanaf daar volgt de grens het pad in westelijke richting tot aan de weg naar Colli di San Fermo op 500 meter hoogte. De grens blijft in zuidwestelijke richting langs die weg lopen tot 548 meter hoogte. Vervolgens volgt hij de landweg tot 576 meter hoogte in de plaats Costa, en komt hij uit bij Rio Valle Fienile Biboli op 604 meter. Vanaf dit punt volgt de grens het pad richting Mascherpigna, tot aan Col Croce op 669 meter, waar hij de bestuurlijke grens tussen de gemeenten Foresto Sparso en Berzo San Fermo kruist. Hij volgt de grens tot aan Campo Alto, loopt vervolgens langs de bestuurlijke grens tussen de gemeenten Entratico en Berzo San Fermo, en daarna langs de bestuurlijke grens tussen Entratico en Borgo di Terzo tot aan de rivier Cherio. De grens volgt de rivier stroomafwaarts tot aan het punt waar de rivier samenvloeit met de beek Bragazzo. Daar loopt de grens omhoog langs de beek tot aan het gehucht Costa, waar hij verder het pad volgt dat langs de helling boven Redonina loopt, de bestuurlijke grens tussen de gemeenten Luzzana en Trescore Balneario kruist, en dan verder loopt tot Madonna del Mirabile op 482 meter hoogte via de bron La Piazzola op 412 meter hoogte. Vanaf Madonna del Mirabile volgt de grens de hoogtelijn van 400 meter tot aan Val di Carpan en loopt dan westwaarts over het pad naar Sant’Ambrogio. De grens kruist de bestuurlijke grens tussen de gemeenten Trescore Balneario en Cenate Sopra, en loopt vervolgens langs de landweg naar Cascina Zagni. Van daaruit volgt hij het pad in noordelijke richting naar de Cop-bron, en komt dan via een hoogte van 620 meter en 508 meter en de plaatsen Plasso en Foppa uit in het dal van Calchera. De grens loopt verder door Locanda via de hoogtelijnen van 398 en 454 meter tot aan Ca’ Pessina (537 meter hoogte). Van daaruit volgt de grens het pad dat via Pian Bianchet en een hoogte van 583 meter en 686 meter de bestuurlijke grens tussen de gemeenten Cenate Sopra en Scanzorosciate overschrijdt, tot een hoogte van 502 meter. Hier loopt de grens richting het westen en volgt hij het bestaande pad, dat de bestuurlijke grens tussen de gemeenten Scanzorosciate en Nembro kruist, tot een hoogte van 633 meter. Dan volgt de grens het pad in noordwestelijke richting tot aan de brug over de rivier de Serio, die hij helemaal volgt langs de bestuurlijke grens tussen de gemeenten Nembro en Villa al Serio, tot aan de bestuurlijke grens tussen de gemeenten Nembro en Alzano Lombardo. Hij volgt deze in noordelijke richting tot een hoogte van 378 meter, loopt vervolgens naar het westen tot een hoogte van 698 meter, en daarna naar het zuiden tot aan Cascina Frontale. Vanaf daar volgt de grens de weg tussen Alzano en Lonno in de richting van Mottarello, en dan de weg naar Brumano, die hij in noordelijke richting volgt tot een hoogte van 559 meter. Daar volgt de grens het pad dat vanaf een hoogte van 559 meter de Nese-vallei doorkruist, om uit te komen op een hoogte van 551 meter. Vervolgens volgt hij de nieuw aangelegde weg richting Monte di Nese tot aan de splitsing met de weg naar Olera. Van daaruit loopt de grens verder langs de weg tussen Olera en Busa tot aan Stocchi. Bij Stocchi loopt hij verder langs de bestuurlijke grens tussen Ponteranica en Alzano Lombardo, daarna langs de grens tussen Ponteranica en Ranica, en dan langs de grens tussen Ponteranica en Torre Boldone, tot een hoogte van 657 meter, waarna hij de weg naar Ca’ della Maresana volgt. Vanaf daar volgt hij het pad dat via een hoogte van 486 en 437 meter bij de beek Morla uitkomt. Hij volgt de beek omhoog tot een hoogte van 558 meter (Buso della Porta). Dan volgt de grens het bestaande pad tot aan Castello della Moretta, waarna hij in noordoostelijke richting verder gaat langs de landweg naar Ca’ del Latte. De grens volgt die lijn, langs Roccolo en over de grens tussen Ponteranica en Sorisole op 760 meter hoogte, tot een hoogte van 644 meter bij Comunelli Catene Val di Bareden. Vervolgens loopt de grens langs de dalweg verder tot aan via Botta op 524 meter hoogte. Daar loopt de grens verder langs het pad dat door Monti della Calchera loopt tot aan de landweg van Colle Barbino, die hij volgt tot een hoogte van 432 meter. Vanaf daar volgt de grens even de hoogtelijn van 432 meter tot aan de bestuurlijke grens tussen de gemeenten Sorisole en Villa d’Almé, waarna hij het pad volgt dat langs Foresto Secondo, Piazzola en Cascina Belvedere loopt en uitkomt bij Bruntino Alto. Van daaruit volgt hij de lijn naar het Algua-aquaduct op een hoogte van 368 meter. De grens volgt het aquaduct tot Ventolosa, waarna hij kort de weg van Valle Brembana volgt tot aan de kruising met de weg naar Valle Imagna. Hij volgt die weg tot hij de rivier Brembo en de bestuurlijke grens tussen Almenno San Salvatore en Villa d’Almé kruist. Hij volgt deze grens stroomopwaarts langs de rivier Brembo tot aan het punt waar de rivier samenvloeit met de beek Imagna, waar hij de grens tussen Almenno San Salvatore en Ubiale Clanezzo kruist, die hij volgt tot aan de grens tussen Strozza en Ubiale Clanezzo. Vervolgens loopt hij verder langs de bestuurlijke grens tussen Strozza en Almenno San Salvatore tot aan het bestaande pad naar Ca’ Madonnina, dat hij volgt. Hij kruist de grens tussen Almenno San Salvatore en Almenno San Bartolomeo en loopt vervolgens door Ca’ Puricchio, Albelasco, Cageroli en Camutaglio tot aan de bestuurlijke grens tussen Almenno San Bartolomeo en Palazzago. Hij volgt deze grens zuidwaarts tot aan de brug over de beek Borgogna. De grens volgt deze beek stroomopwaarts tot aan de brug bij de parochiekerk van Palazzago op de weg naar het gehucht Brocchione. Daarna volgt de grens de loop van de beek stroomopwaarts, tot aan het pad ten westen van Monte Brocchione. Dit komt uit op het pad tussen Brocchione en Monte Valmora. De grens volgt dit pad tot aan de bestuurlijke grens tussen de gemeenten Palazzago en Pontida, en loopt vervolgens langs de grens tussen die gemeenten tot aan de grens met de gemeente Caprino Bergamasco. Van daaruit volgt hij de grens tussen die gemeente en Pontida, tot aan de rijksweg van Bergamo naar Lecco, waarna hij in oostelijke richting langs die weg loopt naar het klooster van Pontida, en dan de weg van het klooster naar het gehucht Canto volgt. Vervolgens loopt hij langs het pad naar Cascina Porcile tot aan de bestuurlijke grens tussen Pontida en Sotto il Monte Giovanni XXIII, die hij volgt tot aan de grens met Carvico. Van daaruit volgt hij de grens tussen Carvico en Pontida tot aan de bestuurlijke grens met Villa d’Adda, en dan de grens tussen Villa d’Adda en Pontida tot aan de weg van Odiago naar Villa d’Adda. De grens volgt die weg tot aan Villa d’Adda, Carvico, Brusicco en Gerole Catolare, en vervolgens het pad van die weg naar het gehucht Piana. Van daaruit volgt de grens de weg naar Camaitone, tot aan de weg tussen Villa Gromo en Camozzaglio, die hij volgt tot aan de kruising met de weg naar Ca’ Rossa. De grens loopt richting Ca’ Rossa en volgt daarna het pad en de landweg naar Mapello. Van daaruit volgt hij de weg van Mapello naar Ambivere tot aan de grens met de gemeente Palazzago, en dan de grens tussen Palazzago en Ambivere tot aan de weg Val San Martino. De grens loopt daarna verder langs de weg naar Brughiera en Gromlongo tot aan de kruising met de weg naar Baracche. Hij volgt de weg tot aan die plaats en loopt dan langs de weg tussen San Sosimo en Palazzago via Barzana, tot aan de grens tussen Palazzago en Barzana. Hij volgt die grens tot aan de grens met de gemeente Almenno San Bartolomeo en loopt vervolgens langs de beek Lesina tot aan de gemeenteweg tussen Barzana en Almenno San Bartolomeo. De grens volgt deze weg tot aan Quadrivio. Van daaruit volgt hij de landweg die langs de begraafplaats van Almenno San Bartolomeo loopt tot aan de beek Tornago. De grens volgt de beek tot het punt waar deze samenvloeit met de rivier Brembo. Daarna loopt hij langs de bestuurlijke grens van de gemeenten Almé en Paladina tot aan de beek Guisa op een hoogte van 281 meter. Van daaruit loopt hij verder langs de weg die via Sombreno, de hoogtelijnen van 277 en 275 meter en Cascina Merleta, uitkomt in Cascina Morlani op circa 287 meter hoogte. Daar volgt hij de bestuurlijke grens tussen de gemeenten Valbrembo en Mozzo in westelijke richting tot een hoogte van 257 meter. Vanaf dat punt loopt hij langs de weg verder in zuidelijke richting, via de hoogtelijn van 254 meter, het centrum van Mozzo en de hoogtelijn van 251 meter, tot aan de spoorlijn tussen Bergamo en Ponte San Pietro. De grens loopt verder in westelijke richting langs de spoorlijn tot aan het station van Bergamo op een hoogte van 248 meter. Vervolgens loopt hij in noordoostelijke richting langs de buiten gebruik gestelde spoorlijn (gemarkeerd met zwarte streepjes), die deel uitmaakt van de Valle Seriana-lijn, via de hoogtelijnen van 261, 269 en 278 meter tot aan de bestuurlijke grens tussen de gemeenten Torre Boldone en Ranica. Hij loopt verder langs die grens tot aan het zogeheten Roggia Guidana-kanaal, en dan langs de grens tussen de gemeenten Ranica en Gorle tot aan de rivier de Serio. Daarna loopt de grens in noordoostelijke richting langs de nieuwe weg naar Scanzorosciate tot aan het kanaal Roggia Borgogna, dat hij in zuidoostelijke richting volgt via de hoogtelijnen van 247 en 250 meter. Hij komt uit op de rondweg en volgt deze tot aan de SS42 (Via del Tonale e della Mendola). Vanaf dit punt volgt de grens de SS42 in westelijke richting tot aan de bestuurlijke grens tussen de gemeenten Albano Sant’Alessandro en Pedrengo. Hij volgt deze grens kort in zuidelijke richting tot aan de spoorlijn tussen Bergamo en Brescia, die hij in westelijke richting volgt tot aan de weg naar Comonte. De grens loopt in zuidelijke richting verder langs die weg, via de hoogtelijn van 246 meter en de plaats Comonte. Hij loopt tot aan de weg naar Brusaporto en Bagnatica ter hoogte van de aanduiding van 7 000 km. Daarna loopt de grens verder in zuidoostelijke richting langs die weg, langs de hoogtelijn van 232 meter, Brusaporto, de hoogtelijn van 223 meter en Bagnatica, tot aan de kruising met de weg naar Montello op 217 meter. De grens loopt verder in noordoostelijke richting langs de weg naar Montello en kruist de spoorlijn tussen Bergamo en Brescia op een hoogte van 222 meter. De grens volgt de spoorlijn in zuidoostelijke richting, via de hoogtelijnen van 228 en 227 meter, tot aan de rivier Cherio (226 meter hoogte). Dan loopt de grens zuidwaarts langs de rivier de Cherio tot aan de snelweg tussen Bergamo en Brescia, waarna hij de snelweg in zuidoostelijke richting volgt tot aan de spoorlijn tussen Bergamo en Brescia op een hoogte van 201 meter. Van daaruit loopt hij in zuidoostelijke richting langs de spoorlijn tot aan de grens tussen de provincies Bergamo en Brescia. Vervolgens loopt hij noordwaarts langs die provinciegrens tot aan de brug over de rivier de Oglio in de gemeente Sarnico, op ongeveer 188 meter hoogte. De grens loopt dan langs de oever van het Iseomeer in de provincie Bergamo in oostelijke richting tot aan de monding van de Rino in de gemeente Predore: het beginpunt. De volgende twee gebieden zijn uitgesloten van het bovengenoemde gebied:
|
1. |
Het gebied dat wordt begrensd door een lijn vanaf de begraafplaats van Palazzago, langs de weg richting het gehucht Brocchione tot aan de brug waar het pad naar Monte Picco begint. De lijn volgt dit pad tot aan Monte Picco, daarna het pad naar Cascina Posvolta en dan het pad naar Montebello. Vanaf daar loopt de lijn stroomafwaarts langs de beek Borgogna tot aan de grens tussen Barzana en Palazzago. Die volgt de lijn tot aan de grens met Almenno San Bartolomeo. Vervolgens loopt de lijn stroomopwaarts langs de beek Lesina tot aan het gehucht Carosso en terug naar de begraafplaats van Palazzago. |
|
2. |
Het gebied dat wordt begrensd door een lijn vanaf de grens tussen de gemeenten Mapello en Ambivere. De lijn volgt de weg tussen deze twee plaatsen tot aan de grens tussen Ambivere en Palazzago. Daarna loopt hij langs die grens tot aan Baracchino, vervolgens langs de weg tussen Brughiera, Gromlongo en Cerchiera, en vanaf daar langs de weg van Valle San Martino tot aan het klooster van Pontida. Daar volgt de lijn de weg naar het gehucht Canto tot een hoogte van 357 meter en dan volgt hij het pad en de landweg langs de bergkam tussen Valle San Martino en Val di Gerra tot aan de weg naar Canto. De lijn loopt langs die weg tot aan Canto en volgt dan het pad van Canto naar Cascina Porcile. Daar volgt hij eerst de bestuurlijke grens tussen de gemeenten Pontida en Sotto il Monte Giovanni XXIII, en dan de grens tussen Mapello en Ambivere, waarna de lijn uitkomt bij de weg tussen Mapello en Ambivere. |
7. Voornaamste wijndruivenras(sen)
Cabernet sauvignon N. – Cabernet
Chardonnay B.
Franconia N.
Incrocio Terzi no 1 N.
Merera N.
Merlot N.
Moscato di Scanzo N. – Moscato
Petit verdot N.
Pinot bianco B. – Pinot
Pinot grigio – Pinot
Rebo N.
8. Beschrijving van het (de) verband(en)
BOB “Valcalepio”
Natuurlijke factoren die van belang zijn voor het verband
Het geografische gebied is heuvelachtig en wordt in het noorden begrensd door de Orobische Alpen, in het oosten door het Iseomeer en in het westen door de Monte Canto. De belangrijkste geologische formaties in de heuvels van Bergamo zijn de radiolarieten van Selcifero Lombardo, Maiolica di Bruntino, typische Sass de la Luna (of Pietra di Luna) en kalkrijke Sass de la Luna, fijnkorrelige turbidieten, hogere zwarte pelieten, rode pelieten, Pontida Flysch, Sarnico-zandsteen, Pietra di Credaro, Bergamo Flysch, fragipan en alluviale bodems. In het algemeen overheersen in het heuvelachtige gebied ten noordwesten van Bergamo schist-kleibodems, terwijl langs de heuvels in het oosten tot aan het Iseomeer voornamelijk verschillende klei-kalksteenformaties voorkomen.
De regio Bergamo kent drie belangrijke klimaatzones: de westelijke heuvels, de oostelijke heuvels en het gebied Trescore Balneario (het dalgebied).
Menselijke factoren die bijdragen aan het verband
“In agrarisch opzicht was Bergamo een wijnbouwstad. Tot het einde van de elfde eeuw bestond bijna vier vijfde van het bebouwde areaal uit wijngaarden. […] Zelfs in de directe omgeving van de stad, in de buitenwijken, waren er meer wijngaarden dan gemiddeld: bijna een derde van de landbouwgrond werd gebruikt voor de productie van wijn”, Janut, J., Bergamo, 568-1098. Uit dezelfde tekst blijkt ook dat er meer land wordt gebruikt voor wijnstokken (vinea) dan voor andere gewassen (campus).
“Geen enkele andere berg is je zo dierbaar, liederlijke Bacchus”, Del Brolo, M., Liber Pergaminus, 1110-1112. “De bodem is zeer vruchtbaar en brengt uitstekende wijnen voort […]”, Sansovino, F., Ritratto delle più nobili et famose città d’Italia, 1575. “[…] wat de kwaliteit betreft, deden de wijnen niet onder voor die uit de omliggende gebieden. De dalen van de Brembo en Serio waren beplant met wijngaarden waar uitstekende rode en witte wijnen werden bereid, die binnen een jaar tot rijpheid kwamen en tien jaar lang goed bleven.”, Bacci, A., Storia dei Vini d’Italia, 1596. “[…] Het gebied is rijk aan uitstekende wijnen, kastanjes, vlees, kazen, boter […]”, Bisaccioni, M., Relationi et descrittioni universali et particolari del mondo, 1664. Quinzani schrijft dat in veel verkoopakten die in vroegere tijden waren opgesteld, werd verwezen naar wijngaarden en grond die was beplant met wijnstokken. Daaruit blijkt dat wijn in die tijd werd geproduceerd en gebruikt als betaalmiddel. “[…] Toen Attone het landgoed Almenno in 1187 op bevel van het Hof van Rome aan de bisschop van Bergamo schonk, schijnt Attone als voorwaarde te hebben gesteld dat de bisschop de kanunniken van S. Alessandro elk jaar na Pasen vier rammen, wijn, brood, meel en eieren zou geven om ravioli te maken […]”, Ronchetti, G., Memorie. Marengoni stelt dat wijn “het resultaat is van het huwelijk tussen de omgeving en de menselijke vaardigheden: de heuvels van Bergamo en de wijnbouwers konden dus alleen wijnen produceren zoals Valcalepio en Moscato di Scanzo”. In de veertiende eeuw beschreef Pier dì Crescenzi in zijn werk Opus Ruralium Commodorum de manier waarop de inwoners van Bergamo wijnstokken verbouwden. Een indicatie van de waarde die de inwoners van Bergamo aan wijn hechtten, is het geschil tussen de Welfen en de Ghibellijnen over het aantal wagens (98 volgens de Ghibellijnen en 60 volgens de Welfen) dat werd gestolen tijdens de plundering van de huizen van de Ghibellijnen van Scanzo door de Welfen. Op 27 februari 1398 schreef de kroniekschrijver Castello Castelli hierover in zijn Chronicon Bergomense Guelpho-Ghibelllinum: ab anno 1378 usque ad annum 1407. In 1569 schreef Agostino Gallo uit Brescia in zijn boek Le venti giornate dell’agricoltura e dei piaceri della villa in het hoofdstuk “Hoe uitstekend de wijnstokken worden geplant rond Bergamo” over de uitstekende techniek die wordt gebruikt voor de teelt van wijnstokken. Luciano Malachini schrijft in zijn boek Aspetti geo-morfologici della Val Calepio: “Een goede inwoner van Bergamo die gevraagd wordt om Val Calepio te beschrijven, zou zeker denken aan de wijnen die daar worden geproduceerd. De hellingen van de heuvels zijn namelijk overdekt met weelderige wijngaarden, die weliswaar minder bekend zijn dan die uit andere gebieden die commercieel beter georganiseerd zijn, maar niet van mindere kwaliteit zijn.” Bruno Marengoni heeft ook geschreven over de geschiedenis van de wijnbouw in de regio Bergamo, onder meer in een essay met de titel Viticoltura Bergamasca in het eerder genoemde werk van Quinzani: “[…] Er zijn veel wijnbouwgebieden met een geschiedenis die even ver teruggaat als de regio Bergamo.
Sommige daarvan hebben zelfs een hogere opbrengst. Er zijn echter maar weinig gebieden die zich kunnen laten voorstaan op een dergelijke kwaliteitsverbetering door de jaren heen.”
De verschillende typen en gebruikte druivenrassen verlenen de wijnen van de BOB “Valcalepio” specifieke organoleptische kenmerken, zoals beschreven in artikel 6 van het productdossier, waardoor ze duidelijk herkenbaar zijn en kunnen worden herleid tot hun geografische omgeving.
De kwaliteit en organoleptische kenmerken van de BOB-wijnen zijn toe te schrijven aan de geografische omgeving, met inbegrip van de menselijke factoren die van invloed zijn op het gehele productieproces. De bodemeigenschappen, het klimaat en de traditionele landbouw- en oenologische procedés van de regio Bergamo geven deze wijnen hun specifieke eigenschappen. Vanuit analytisch en organoleptisch oogpunt hebben de wijnen de intrinsieke kenmerken van de druivenrassen waarvan ze worden gemaakt, die voortkomen uit het klimaat en de omgeving waarin ze worden geteeld.
9. Andere essentiële voorwaarden (verpakking, etikettering, andere vereisten)
—
Link naar het productdossier
https://www.masaf.gov.it/flex/cm/pages/ServeBLOB.php/L/IT/IDPagina/23144
(1) Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/27 van de Commissie van 30 oktober 2024 tot aanvulling van Verordening (EU) 2024/1143 van het Europees Parlement en de Raad met regels inzake de registratie en bescherming van geografische aanduidingen, gegarandeerde traditionele specialiteiten en facultatieve kwaliteitsaanduidingen en tot intrekking van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 664/2014 (PB L, 2025/27, 15.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2025/27/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5641/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)