European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2025/5486

13.10.2025

Samenstelling van de Grote kamer en van de Middelgrote kamer

(C/2025/5486)

Tijdens zijn voltallige vergadering van 22 september 2025 heeft het Gerecht een besluit vastgesteld waarbij, overeenkomstig artikel 15, lid 2, en artikel 15 bis, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering, de wijze is bepaald waarop voor de periode van 22 september 2025 tot en met 31 augustus 2028 de rechters worden aangewezen die deel uitmaken van de Grote kamer en de Middelgrote kamer. Bij dit besluit wordt het besluit van 9 oktober 2024 betreffende de samenstelling van de Grote kamer en de Middelgrote kamer (1) ingetrokken en vervangen.

Grote kamer

De vijftien rechters die deel uitmaken van de Grote kamer worden bepaald als volgt:

voor de behandeling van rechtstreekse beroepen die uitsluitend vragen opwerpen betreffende een bepaalde aangelegenheid in de zin van artikel 25 van het Reglement voor de procesvoering, de president van het Gerecht, de vicepresident, de rechters van de rechtsprekende formatie van drie rechters waaraan de zaak aanvankelijk was toegewezen en de twee rechters die aan deze formatie van drie rechters hadden moeten worden toegevoegd indien de zaak was toegewezen aan een rechtsprekende formatie van vijf rechters, twee kamerpresidenten die bij toerbeurt worden aangewezen uit degenen die de kamers voorzitten die belast zijn met de kennisneming van zaken die dezelfde aangelegenheid betreffen, alsmede zes rechters die bij toerbeurt worden aangewezen uit de rechters in het Gerecht die zitting hebben in de kamers die belast zijn met de kennisneming van zaken die dezelfde aangelegenheid betreffen, de kamerpresidenten uitgezonderd, afwisselend op basis van de bij artikel 8 van het Reglement voor de procesvoering vastgestelde rangorde en de daaraan omgekeerde rangorde;

voor de behandeling van de overige rechtstreekse beroepen, de president van het Gerecht, de vicepresident, de rechters van de rechtsprekende formatie van drie rechters waaraan de zaak aanvankelijk was toegewezen en de twee rechters die aan deze formatie van drie rechters hadden moeten worden toegevoegd indien de zaak was toegewezen aan een rechtsprekende formatie van vijf rechters, twee kamerpresidenten die bij toerbeurt worden aangewezen, alsmede zes rechters die bij toerbeurt worden aangewezen uit alle rechters in het Gerecht, de kamerpresidenten uitgezonderd, afwisselend op basis van de bij artikel 8 van het Reglement voor de procesvoering vastgestelde rangorde en de daaraan omgekeerde rangorde;

voor de behandeling van rechtstreekse beroepen die bij twee verschillende kamers aanhangig zijn, die naar een formatie van vijf rechters zijn verwezen of kunnen worden verwezen en die identieke of soortgelijke rechtsvragen opwerpen, de president van het Gerecht, de vicepresident, de rechters van de twee rechtsprekende formaties van vijf rechters waarnaar de zaken zijn verwezen of kunnen worden verwezen, alsmede drie kamerpresidenten die bij toerbeurt worden aangewezen, bij voorrang uit degenen die de kamers voorzitten die belast zijn met de kennisneming van zaken die dezelfde aangelegenheid betreffen;

voor de behandeling van verzoeken om een prejudiciële beslissing, de president van het Gerecht, de vicepresident, de rechters van de rechtsprekende formatie van vijf rechters waaraan de zaak aanvankelijk was toegewezen, en de vijf rechters die zijn toegewezen aan de andere kamer die belast is met verzoeken om een prejudiciële beslissing, met uitzondering van de rechter die is gekozen om in deze zaken de taak van advocaat-generaal te vervullen, alsmede drie kamerpresidenten die bij toerbeurt worden aangewezen.

Middelgrote kamer

De negen rechters die deel uitmaken van de Middelgrote kamer worden bepaald als volgt:

voor de behandeling van rechtstreekse beroepen die uitsluitend vragen opwerpen betreffende een bepaalde aangelegenheid in de zin van artikel 25 van het Reglement voor de procesvoering, de vicepresident van het Gerecht, de rechters van de rechtsprekende formatie van drie rechters waaraan de zaak aanvankelijk was toegewezen en de twee rechters die aan deze formatie van drie rechters hadden moeten worden toegevoegd indien de zaak was toegewezen aan een rechtsprekende formatie van vijf rechters, een kamerpresident die bij toerbeurt wordt aangewezen uit degenen die de kamers voorzitten die belast zijn met de kennisneming van zaken die dezelfde aangelegenheid betreffen, alsmede twee rechters die bij toerbeurt worden aangewezen uit de rechters in het Gerecht die zitting hebben in de andere kamers die belast zijn met de kennisneming van zaken die dezelfde aangelegenheid betreffen, de kamerpresidenten uitgezonderd, afwisselend op basis van de bij artikel 8 van het Reglement voor de procesvoering vastgestelde rangorde en de daaraan omgekeerde rangorde;

voor de behandeling van de overige rechtstreekse beroepen, de vicepresident van het Gerecht, de rechters van de rechtsprekende formatie van drie rechters waaraan de zaak aanvankelijk was toegewezen en de twee rechters die aan deze formatie van drie rechters hadden moeten worden toegevoegd indien de zaak was toegewezen aan een rechtsprekende formatie van vijf rechters, een kamerpresident die bij toerbeurt wordt aangewezen, alsmede twee rechters die bij toerbeurt worden aangewezen uit alle rechters in het Gerecht, de kamerpresidenten uitgezonderd, afwisselend op basis van de bij artikel 8 van het Reglement voor de procesvoering vastgestelde rangorde en de daaraan omgekeerde rangorde;

voor de behandeling van verzoeken om een prejudiciële beslissing, de vicepresident van het Gerecht, de rechters van de rechtsprekende formatie van vijf rechters waaraan de zaak aanvankelijk was toegewezen, de president van de andere kamer die belast is met verzoeken om een prejudiciële beslissing en twee rechters die deel uitmaken van de rechtsprekende formatie in deze zaken, zitting hebbend met vijf rechters, afwisselend op basis van de bij artikel 8 van het Reglement voor de procesvoering vastgestelde rangorde en de daaraan omgekeerde rangorde.

Voor de samenstelling van de Grote kamer en voor de samenstelling van de Middelgrote kamer geldt één en dezelfde toerbeurtregeling in zaken die respectievelijk betrekking hebben op:

aangelegenheden bedoeld in het eerste streepje voor de samenstelling van de Grote kamer en in het eerste streepje voor de samenstelling van de Middelgrote kamer;

aangelegenheden bedoeld in het tweede streepje voor de samenstelling van de Grote kamer en in het tweede streepje voor de samenstelling van de Middelgrote kamer, en

aangelegenheden bedoeld in het vierde streepje voor de samenstelling van de Grote kamer en in het derde streepje voor de samenstelling van de Middelgrote kamer.


(1)   PB C, C/2024/6452, 28.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6452/oj.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5486/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)