European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2025/5351

13.10.2025

Beroep ingesteld op 16 juli 2025 – Patriotes.eu/Parlement

(Zaak T-470/25)

(C/2025/5351)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Patriotes.eu (Parijs, Frankrijk) (vertegenwoordiger: P. Prigent, advocaat)

Verwerende partij: Europees Parlement

Conclusies

De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:

nietigverklaring van het niet aan verzoeker ter kennis gebrachte besluit dat blijkt uit de notulen van de vergadering van 10 maart 2025 van het Bureau van het Europees Parlement. Dat Bureau neemt daarin “kennis van de informatie in de nota d.d. 4 maart 2025 van de secretaris-generaal over de eindverslagen van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen voor het begrotingsjaar 2023 (PE 766.112/BUR en bijlagen); neemt kennis van de analyse en conclusies van de gedelegeerd ordonnateur met betrekking tot de herindeling van bepaalde uitgaven als onvergoedbaar of niet-subsidiabel; hecht zijn goedkeuring aan de eindverslagen en de financiële memoranda van alle twintig begunstigden, rekening houdend met de voorgestelde aanpassingen; bepaalt voor alle tien de Europese politieke partijen de definitieve financieringsbedragen voor het begrotingsjaar 2022, zoals vastgesteld in bijlage 1 bij de nota van de secretaris-generaal, en geeft de gedelegeerd ordonnateur de opdracht de desbetreffende bedragen terug te vorderen onder de in die nota gespecificeerde voorwaarden; bepaalt voor alle tien de Europese politieke partijen de voor vergoeding in aanmerking komende kosten, het eerste deel van het definitieve financieringsbedrag voor het begrotingsjaar 2023 en het bedrag van de ongebruikte financiering die voor het begrotingsjaar 2023 was toegekend, dat moet worden overgedragen naar het begrotingsjaar 2024, zoals vastgesteld in bijlage 1 bij de nota van de secretaris-generaal, en geeft de gedelegeerd ordonnateur de opdracht de desbetreffende bedragen terug te vorderen onder de in die nota gespecificeerde voorwaarden”;

veroordeling van het Europees Parlement tot betaling van 9 600 EUR aan Patriotes.eu als advocatenhonoraria voor de uitoefening van zijn rechten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van het beroep voert verzoeker tien middelen aan.

1.

Eerste middel: schending van artikel 8 van het besluit van1 juli 2019 tot vaststelling van de wijze van toepassing van verordening (EU, Euratom) nr.1141/2014 (1), op grond waarvan een besluit over de begroting van een politieke partij uiterlijk op 30 september van het volgende jaar moet worden genomen. Als een dergelijke formaliteit niet wordt nageleefd, is het bezwarende besluit nietig. Het besluit betreffende de begroting 2023 van verzoeker is op 10 maart 2025 vastgesteld zonder dat deze vertraging werd gerechtvaardigd door de behandeling van een verzoek om informatie aan verzoeker.

2.

Tweede middel: schending van het vereiste van motivering van bezwarende besluiten, aangezien het bestreden besluit geen enkele motivering bevat.

3.

Derde middel: schending van de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie, aangezien het Bureau van het Parlement heeft bepaald dat soortgelijke campagnes van andere partijen wel voor vergoeding in aanmerking kwamen.

4.

Vierde middel: schending van de rechten van de verdediging, aangezien het bestreden besluit is vastgesteld nadat het secretariaat-generaal van het Parlement een deel van verzoekers betoog in het aan het Bureau van het Parlement voorgelegde dossier had afgekeurd.

5.

Vijfde middel: schending van het beginsel van onpartijdigheid, aangezien het Bureau van het Parlement ermee heeft ingestemd om een uitspraak te doen ondanks het feit dat de secretaris-generaal de opmerkingen van verzoeker duidelijk heeft ingekort in de versie van de correspondentie tussen hen die aan het Bureau is voorgelegd.

6.

Zesde middel: schending van het beginsel van onpartijdigheid, aangezien het bestreden besluit afkomstig is van een orgaan dat uitsluitend bestaat uit verklaarde tegenstanders van verzoeker, die in tegenstelling tot alle andere partijen van het Parlement daarin niet vertegenwoordigd was.

7.

Zevende middel: schending van het beginsel van onpartijdigheid, aangezien volgens het bestreden besluit van het Bureau van het Parlement andere soortgelijke campagnes van andere politieke partijen voor vergoeding in aanmerking kwamen.

8.

Achtste middel: schending van het beginsel van onpartijdigheid wegens alle bovengenoemde omstandigheden.

9.

Negende middel: onjuiste kwalificatie, aangezien het litigieuze affiche niet daadwerkelijk bedoeld was om een nationale politieke leider of een nationale partij te promoten.

10.

Tiende middel: kennelijke beoordelingsfout en een verdraaiing van de feiten, aangezien het litigieuze affiche niet daadwerkelijk bedoeld was om een nationale politieke leider of een nationale partij te promoten.


(1)  Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (PB 2014, L 317, blz. 1).


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5351/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)