|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2025/5045 |
22.9.2025 |
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE
Richtsnoeren over de bijzonderheden van de verschillende categorieën wijzigingen en over de toepassing van de procedures die zijn vastgesteld in de hoofdstukken II, II bis, III en IV van Verordening (EG) nr. 1234/2008 van de Commissie betreffende het onderzoek van wijzigingen in de voorwaarden van vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik en voor de volgens deze procedures in te dienen bescheiden
(C/2025/5045)
INHOUDSOPGAVE
|
1. |
INLEIDING | 2 |
|
2. |
PROCEDURELE LEIDRAAD VOOR DE BEHANDELING VAN WIJZIGINGEN | 3 |
| Indiening van een wijzigingsaanvraag | 4 |
|
2.1. |
Kleine wijzigingen van type IA | 5 |
|
2.2. |
Kleine wijzigingen van type IB | 7 |
|
2.3. |
Ingrijpende wijzigingen van type II | 9 |
|
2.4. |
Uitbreidingen | 12 |
|
2.5. |
Jaarlijkse aanpassing van vaccins tegen humane influenza en vaccins tegen humane coronavirussen | 13 |
|
2.6. |
Vaccins voor mensen waarmee een mogelijke of erkende noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid in de Unie kan worden aangepakt | 14 |
|
2.7. |
Urgente beperkende veiligheidsmaatregelen | 15 |
|
2.8. |
Verklaring van naleving in het kader van de verordening geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik | 16 |
|
3. |
PROCEDURELE LEIDRAAD VOOR WERKVERDELING | 16 |
|
3.1. |
Indiening van wijzigingsaanvragen betreffende werkverdeling | 17 |
|
3.2. |
Beoordeling van de werkverdeling waarbij geen geneesmiddelen betrokken zijn waarvoor een gecentraliseerde vergunning is verleend | 17 |
|
3.3. |
Uitkomst van de beoordeling van de werkverdeling waarbij geen geneesmiddelen betrokken zijn waarvoor een gecentraliseerde vergunning is verleend | 17 |
|
3.4. |
Beoordeling van de werkverdeling waarbij centraal toegelaten geneesmiddelen betrokken zijn | 18 |
|
3.5. |
Uitkomst van de beoordeling van de werkverdeling waarbij centraal toegelaten geneesmiddelen betrokken zijn | 18 |
|
4. |
BIJLAGE | 19 |
| BIJLAGE | 22 |
1. INLEIDING
Verordening (EG) nr. 1234/2008 van de Commissie van 24 november 2008 betreffende het onderzoek van wijzigingen in de voorwaarden van vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik (1) (de “verordening inzake wijzigingen”), als gewijzigd, regelt de procedure voor wijzigingen in de voorwaarden van de betreffende vergunningen.
Krachtens artikel 4 van de verordening inzake wijzigingen is de Commissie belast met het opstellen van richtsnoeren over (i) de bijzonderheden van de verschillende categorieën wijzigingen, (ii) de toepassing van de procedures die zijn vastgesteld in de hoofdstukken II, II bis, III en IV van de verordening inzake wijzigingen, alsook (iii) de volgens deze procedures in te dienen bescheiden.
Deze richtsnoeren zijn van toepassing op wijzigingen van vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen die zijn verleend in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (2) en Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad (3). Zij zijn bedoeld om de interpretatie en uitvoering van de verordening inzake wijzigingen te vergemakkelijken. Zij voorzien in bijzonderheden over de toepassing van de desbetreffende procedures, onder meer wat betreft de te nemen stappen vanaf de indiening van een kennisgeving of een aanvraag van een wijziging tot de definitieve uitkomst van de procedure.
De bijlage bij deze richtsnoeren bevat bijzonderheden over de indeling van wijzigingen in de categorieën zoals gedefinieerd in artikel 2 van de verordening inzake wijzigingen: kleine wijzigingen van type IA, kleine wijzigingen van type IB en ingrijpende wijzigingen van type II. Daarnaast voorziet de bijlage in voorkomend geval in nadere bijzonderheden over de wetenschappelijke gegevens die voor specifieke wijzigingen moeten worden ingediend, en de manier waarop deze gegevens moeten worden gedocumenteerd.
De verordening inzake wijzigingen is in 2021 gewijzigd bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/756 van de Commissie (4), en in 2024 bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1701 van de Commissie (5), teneinde de efficiëntie te verbeteren, de administratieve lasten voor de farmaceutische industrie te verminderen en de middelen van de bevoegde instanties beter te benutten door middel van vereenvoudigde en gestroomlijnde procedures, waarbij dezelfde normen voor kwaliteit, werkzaamheid en veiligheid van geneesmiddelen worden gewaarborgd.
Deze richtsnoeren vervangen de richtsnoeren van 2013 over de bijzonderheden van de verschillende categorieën wijzigingen en over de toepassing van de procedures die zijn vastgesteld in de hoofdstukken II, IIa, III en IV van Verordening (EG) nr. 1234/2008 van 24 november 2008 betreffende het onderzoek van wijzigingen in de voorwaarden van vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik en geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik en voor de volgens deze procedures in te dienen bescheiden (6) (de “richtsnoeren van 2013”).
De huidige richtsnoeren zijn in overeenstemming met de wijziging van 2024 van de verordening inzake wijzigingen en zijn van toepassing met ingang van 15 januari 2026. Indieningen van vóór die datum moeten in overeenstemming zijn met de richtsnoeren van 2013.
De huidige richtsnoeren worden geactualiseerd overeenkomstig artikel 4 van de verordening inzake wijzigingen, rekening houdend met de in artikel 5 bedoelde aanbevelingen van het Bureau over onvoorziene wijzigingen die leiden tot een nieuwe indeling van wijzigingen.
De Commissie publiceert de elektronische versie van de huidige richtsnoeren op haar website. Die versie bevat mogelijk nieuwe indelingen van wijzigingen en de actualiseringen van de richtsnoeren.
De definities van de termen die in deze richtsnoeren worden gebruikt, komen overeen met de definities in Richtlijn 2001/83/EG, Verordening (EG) nr. 726/2004 en de verordening inzake wijzigingen.
Voor de toepassing van deze richtsnoeren wordt verstaan onder:
|
|
“gecentraliseerde procedure”: de procedure voor het verlenen van vergunningen voor het in de handel brengen die in Verordening (EG) nr. 726/2004 is vastgesteld; |
|
|
“procedure voor wederzijdse erkenning” en “gedecentraliseerde procedure”: de procedure voor het verlenen van vergunningen voor het in de handel brengen die in hoofdstuk 4 van Richtlijn 2001/83/EG is vastgesteld; |
|
|
“zuiver nationale procedure”: de procedure voor het verlenen van vergunningen voor het in de handel brengen door een lidstaat in overeenstemming met Richtlijn 2001/83/EG, buiten de procedure voor wederzijdse erkenning en de gedecentraliseerde procedure; |
|
|
“centraal toegelaten geneesmiddelen”: alle vergunningen voor het in de handel brengen die zijn verleend in overeenstemming met de hierboven beschreven gecentraliseerde procedure; |
|
|
“nationaal toegelaten geneesmiddelen”: alle vergunningen voor het in de handel brengen die zijn verleend in overeenstemming met de hierboven beschreven procedure voor wederzijdse erkenning, gedecentraliseerde procedure en zuiver nationale procedure; |
|
|
“wijzigingen volgens de procedure voor wederzijdse erkenning”: de wijzigingsprocedures die worden gevolgd voor aanvragen betreffende vergunningen voor het in de handel brengen die zijn verleend in overeenstemming met hoofdstuk 4 van Richtlijn 2001/83/EG zoals hierboven beschreven (zowel via de “procedure voor wederzijdse erkenning” als via de “gedecentraliseerde procedure”); |
|
|
“betrokken lidstaat”: overeenkomstig artikel 2, punt 6, van de verordening inzake wijzigingen, een lidstaat waarvan de bevoegde instantie een vergunning voor het in de handel brengen van het geneesmiddel in kwestie heeft verleend; |
|
|
“andere betrokken lidstaten”: alle betrokken lidstaten behalve de referentielidstaat; |
|
|
“nationale bevoegde instantie”: overeenkomstig artikel 2, punt 9, van de verordening inzake wijzigingen, de bevoegde instantie van de lidstaat die een vergunning voor het in de handel brengen heeft verleend via een zuiver nationale procedure; |
|
|
“het Bureau”: het Europees Geneesmiddelenbureau; |
|
|
“relevante instantie”: de bevoegde instantie van elke betrokken lidstaat of, in geval van centraal toegelaten geneesmiddelen, het Bureau; en |
|
|
“referentie-instantie”: wat supergroepering en de werkverdelingsprocedure betreft, het Bureau, wanneer ten minste één van de desbetreffende vergunningen voor het in de handel brengen een gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen is, of de door de vergunninghouder gekozen bevoegde instantie van de lidstaat waarbij die bevoegde instantie die keuze heeft aanvaard, of, in de andere gevallen, de bevoegde instantie die door de coördinatiegroep wordt gekozen, indien geen van de bevoegde instanties van de lidstaten ermee instemt om als referentie-instantie op te treden. |
2. PROCEDURELE LEIDRAAD VOOR DE BEHANDELING VAN WIJZIGINGEN
In vergunningen voor het in de handel brengen worden de voorwaarden vastgesteld waaronder een geneesmiddel in de EU in de handel mag worden gebracht. Deze vergunningen bestaan uit:
|
— |
een besluit tot verlening van de vergunning voor het in de handel brengen (met inbegrip van de samenvatting van de productkenmerken en eventuele voorwaarden, verplichtingen of beperkingen die van invloed zijn op de vergunning voor het in de handel brengen, of veranderingen in de etikettering of de bijsluiter die verband houden met veranderingen in de samenvatting van de productkenmerken) dat door de relevante instantie is afgegeven; en |
|
— |
een technisch dossier met de gegevens die de houder van de vergunning heeft ingediend in overeenstemming met artikel 8, lid 3, en de artikelen 9 tot en met 11 van Richtlijn 2001/83/EG, bijlage I bij die richtlijn, artikel 6 van Verordening (EG) nr. 726/2004 en artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1394/2007 (7). |
De verordening inzake wijzigingen regelt de procedures voor wijziging van het besluit tot verlening van de vergunning voor het in de handel brengen en van het technisch dossier.
Veranderingen in de etikettering of de bijsluiter die niet samenhangen met de samenvatting van de productkenmerken, vallen echter niet onder de procedures uit hoofde van de verordening inzake wijzigingen, in welk geval in plaats daarvan de procedures uit hoofde van artikel 61, lid 3, van Richtlijn 2001/83/EG moeten worden toegepast.
Deze richtsnoeren bestrijken wijzigingen in de volgende categorieën, zoals omschreven in artikel 2 van de verordening inzake wijzigingen:
|
— |
kleine wijzigingen van type IA; |
|
— |
kleine wijzigingen van type IB; |
|
— |
ingrijpende wijzigingen van type II; |
|
— |
uitbreidingen; |
|
— |
urgente beperkende veiligheidsmaatregelen. |
Indiening van een wijzigingsaanvraag
De wijzigingsaanvraag moet elektronisch in de eCTD-indeling (8) worden ingediend overeenkomstig de door de relevante instantie vastgestelde voorschriften, en moet de onderdelen bevatten die vermeld staan in bijlage IV bij de verordening inzake wijzigingen, en als volgt worden gepresenteerd, in overeenstemming met de passende koppen en nummering van “The rules governing medicinal products in the European Union”, deel 2B, Notice to applicants (hierna “EU-CTD-indeling” (9) genoemd):
|
— |
een begeleidende brief; |
|
— |
het ingevulde elektronische EU-formulier voor een wijzigingsaanvraag (“electronic application form”, eAF, beschikbaar op https://esubmission.ema.europa.eu), met daarin onder meer (i) de bijzonderheden van de betrokken vergunningen voor het in de handel brengen, (ii) een beschrijving van alle ingediende wijzigingen, (iii) de wijzigingscode zoals bepaald in de bijlage bij deze richtsnoeren, de elektronische versie daarvan of een aanbeveling die is afgegeven krachtens artikel 5 van de verordening inzake wijzigingen, en (iv) in voorkomend geval een bevestiging dat aan alle documentatievereisten is voldaan; |
|
— |
voor alle veranderingen waar de indiening betrekking op heeft, moet een gedetailleerde tabel van huidige en voorgestelde specificaties worden verstrekt. Indien een wijziging het gevolg is van of verband houdt met een andere wijziging, dient er een beschrijving van het verband tussen deze wijzigingen te worden geleverd in het daarvoor bestemde deel van het eAF. Indien een wijziging als niet-ingedeeld wordt beschouwd, dient een uitvoerige motivering voor de indiening als een kleine wijziging van type IB (of op verzoek van de houder bij indiening van de wijziging, als een ingrijpende wijziging van type II) te worden bijgevoegd. Wanneer een verzoek betreffende een kleine wijziging van type IA wordt ingediend, dient de datum van uitvoering te worden verstrekt, alsook een bevestiging dat aan alle voorwaarden is voldaan; |
|
— |
de relevante documentatie of gegevens ter ondersteuning van de voorgestelde wijziging, waaronder in voorkomend geval documentatie die in de bijlage bij deze richtsnoeren is gespecificeerd, dienen te worden verstrekt. Wanneer de wijziging van invloed is op de samenvatting van de productkenmerken, de etikettering, de bijsluiter of de verplichtingen en voorwaarden van een centraal toegelaten geneesmiddel, dienen de herziene samenvatting van de productkenmerken, de etikettering en de bijsluiter (“de productinformatie”) in het juiste formaat te worden bijgevoegd. Bij kleine wijzigingen van type IA of IB moeten bovendien op het moment van indiening vertalingen van de productinformatie worden verstrekt. In alle andere gevallen dienen deze onmiddellijk na afgifte van een gunstig advies over de procedure voor centraal toegelaten geneesmiddelen te worden verstrekt, dan wel binnen zeven (7) dagen na het verstrijken van de procedure voor wederzijdse erkenning of de gedecentraliseerde procedure. Als de wijziging van invloed is op het algehele ontwerp en de leesbaarheid van de buiten- en primaire verpakking of de bijsluiter, moeten aan de relevante instanties modellen of monsters worden geleverd. |
|
— |
In het geval van (super)groepering van wijzigingen betreffende verscheidene vergunningen voor het in de handel brengen, of van een werkverdelingsprocedure, moeten een gemeenschappelijke begeleidende brief en eAF worden ingediend, samen met ondersteunende documentatie voor iedere aangevraagde wijziging en, in voorkomend geval, herziene productinformatie voor elk betrokken geneesmiddel. Zo kunnen de relevante instanties zorg dragen voor de aanpassing van het dossier van elke vergunning die deel uitmaakt van de (super)groepering of werkverdelingsprocedure met de relevante gewijzigde of nieuwe informatie; |
|
— |
in het geval van wijzigingen waar de bevoegde instantie om verzoekt vanwege nieuwe ingediende gegevens, bijvoorbeeld als gevolg van omstandigheden die na vergunning zijn opgetreden of van verplichtingen aangaande geneesmiddelenbewaking, dient een kopie van het verzoek bij de begeleidende brief te worden gevoegd; |
|
— |
in het geval van een ingrijpende wijziging van type II of een uitbreiding van de vergunning voor het in de handel brengen, dienen een actualisering van of een addendum bij algemene samenvattingen betreffende de kwaliteit en, in voorkomend geval, niet-klinische en klinische overzichten te worden verstrekt. Wanneer niet-klinische of klinische onderzoeksverslagen worden ingediend, moet een samenvatting hiervan worden opgenomen in module 2, zelfs als het er maar één is; |
|
— |
in het geval van een uitbreiding van de vergunning voor het in de handel brengen, moet er relevante documentatie ter ondersteuning van de voorgestelde uitbreiding worden verstrekt. Advies over relevante aanvullende studies die nodig zijn voor deze uitbreidingen is te vinden in bijlage II bij hoofdstuk 1 van deel 2A van de “Notice to applicants” (10). Daarnaast moet een volledige module 1 worden verstrekt, met motiveringen voor de afwezigheid van gegevens of documenten, opgenomen in het relevante deel van module 1. |
Nadere bijzonderheden over de technische voorschriften betreffende de indiening van wijzigingsaanvragen zijn te vinden op de websites van het Bureau en van de coördinatiegroep CMD(h) (11).
Indien de relevante instantie hierom vraagt, dient de vergunninghouder alle informatie die verband houdt met de uitvoering van een specifieke wijziging onmiddellijk te verschaffen.
Indien een groep wijzigingen bestaat uit verschillende typen, moet de groep worden ingediend en behandeld overeenkomstig het “hoogste” type in de groep.
In gerechtvaardigde gevallen kunnen het Bureau en de CMD(h), naargelang het geval, kennisgeven van bepaalde gevallen waarin met elkaar verband houdende veranderingen aanvaardbaar zouden zijn binnen één wijzigingsaanvraag, zonder dat sprake is van groepering.
2.1. Kleine wijzigingen van type IA
Dit deel voorziet in een leidraad voor de toepassing van de artikelen 7, 7 bis, 8, 11, 13 bis, 13 quinquies, 13 sexies, 14, 17, 23 en 24 van de verordening inzake wijzigingen, op kleine wijzigingen van type IA.
De verordening inzake wijzigingen en de bijlage bij deze richtsnoeren bevatten een lijst met veranderingen die als kleine wijzigingen van type IA moeten worden beschouwd.
In de bijlage bij deze richtsnoeren wordt duidelijkheid verschaft over de voorwaarden waaronder voor een verandering de kennisgevingsprocedure van type IA mag worden gevolgd en wordt gespecificeerd welke kleine wijzigingen van type IA onmiddellijk na uitvoering ter kennis dienen te worden gebracht.
2.1.1. Indiening van een aanvraag voor kleine wijzigingen van type IA
Kleine wijzigingen van type IA hoeven niet vooraf door de bevoegde instanties te worden onderzocht voordat ze door de vergunninghouder kunnen worden uitgevoerd. Een kennisgeving van een kleine wijziging van type IA moet echter uiterlijk twaalf maanden na de datum van uitvoering tegelijkertijd bij alle relevante instanties worden ingediend.
Kleine wijzigingen van type IA die overeenkomstig de bijlage bij deze richtsnoeren onmiddellijke kennisgeving vereisen, moeten in tegenstelling tot bovenstaande onmiddellijk na uitvoering worden ingediend om het continue toezicht op het geneesmiddel te waarborgen.
2.1.1.1. Groepering
Krachtens artikel 7, lid 2, en artikel 13 quinquies, lid 2, van de verordening inzake wijzigingen (“groepering”), kan de houder voor meerdere kleine wijzigingen van type IA voor dezelfde vergunning voor het in de handel brengen één kennisgeving indienen. Bij zuiver nationale procedures kan deze kennisgeving ook één of meer identieke kleine wijzigingen van type IA bestrijken voor verscheidene vergunningen voor het in de handel brengen die in dezelfde lidstaat zijn verleend.
Zonder aanvaarding door de relevante instanties mag een groepering van kleine wijzigingen van type IA die geen onmiddellijke kennisgeving vereisen (voor slechts één vergunning voor het in de handel brengen), ongeacht de route van de procedure voor het in de handel brengen, uitsluitend worden gebruikt in het kader van een jaarlijkse actualisering, zoals hieronder beschreven (zie punt 2.1.1.3).
2.1.1.2. Supergroepering
In aanvulling op het bovenstaande kan krachtens artikel 7 bis van de verordening inzake wijzigingen voor een groep kleine wijzigingen van type IA één kennisgeving worden ingediend voor verscheidene vergunningen voor het in de handel brengen die in het bezit zijn van dezelfde houder, mits de wijzigingen waarvan kennisgeving wordt gedaan identiek zijn voor alle desbetreffende vergunningen voor het in de handel brengen (“supergroepering”). Supergroepering is mogelijk in de volgende gevallen:
|
— |
één of meer kleine wijzigingen van type IA, zoals vermeld in de hoofdstukken E en Q van de bijlage bij deze richtsnoeren, waarvan op hetzelfde ogenblik kennisgeving wordt gedaan voor verscheidene vergunningen voor het in de handel brengen die zijn verleend overeenkomstig de procedure voor wederzijdse erkenning, de gedecentraliseerde procedure of de zuiver nationale procedure in verscheidene lidstaten; |
|
— |
één of meer kleine wijzigingen van type IA waarvan op hetzelfde ogenblik kennisgeving wordt gedaan voor verscheidene vergunningen voor het in de handel brengen die zijn verleend overeenkomstig de procedure voor wederzijdse erkenning of de gedecentraliseerde procedure, en waarbij één en dezelfde referentielidstaat voor die procedures optreedt; |
|
— |
één of meer kleine wijzigingen van type IA waarvan op hetzelfde ogenblik kennisgeving wordt gedaan voor verscheidene vergunningen voor het in de handel brengen die zijn verleend overeenkomstig de gecentraliseerde procedure; |
|
— |
één of meer wijzigingen van type IA waarvan op hetzelfde ogenblik kennisgeving wordt gedaan voor verscheidene vergunningen voor het in de handel brengen die zijn verleend overeenkomstig de procedure voor wederzijdse erkenning, de gedecentraliseerde procedure of de zuiver nationale procedure in verscheidene lidstaten, mits de referentie-instantie in overleg met de betrokken instanties instemt met de voorgestelde supergroepering. |
Naarmate in de loop der tijd meer ervaring wordt opgedaan, worden er in de toekomst mogelijk nog meer gevallen in kaart gebracht, in welk geval het Bureau en de CMD(h) passende operationele richtsnoeren op hun websites zullen plaatsen.
2.1.1.3. Jaarlijkse actualisering van kleine wijzigingen van type IA die geen onmiddellijke kennisgeving vereisen
Kleine wijzigingen van type IA die geen onmiddellijke kennisgeving vereisen, worden verzameld en ingediend als (i) een jaarlijkse actualisering, (ii) onderdeel van een groepering, samen met wijzigingen van andere typen (zoals beschreven in de punten 2.2.1 en 2.3.1 van de richtsnoeren), of (iii) onderdeel van een supergroepering (zoals hierboven beschreven in punt 2.1.1.2). In het geval van meer dan één kleine wijziging van type IA moet de jaarlijkse actualisering voldoen aan de voorwaarden voor groepering of supergroepering, zoals hierboven vermeld.
Bij wijze van uitzondering kunnen individuele indieningen van één of meer kleine wijzigingen van type IA door de relevante instantie worden aanvaard, rekening houdend met de gevallen die zijn vermeld op de websites van het Bureau en de CMD(h).
2.1.2. Beoordeling van kleine wijzigingen van type IA volgens de procedure voor wederzijdse erkenning en de zuiver nationale procedure
De referentielidstaat of de bevoegde instantie van een lidstaat beoordeelt de kleine wijziging van type IA binnen dertig dagen na ontvangst.
Uiterlijk op dag 30 stelt de referentielidstaat of de bevoegde instantie van een lidstaat de vergunninghouder en, in voorkomend geval, de andere betrokken lidstaten op de hoogte van de uitkomst van die beoordeling. Indien het besluit tot verlening van de vergunning voor het in de handel brengen moet worden gewijzigd, wijzigen alle betrokken lidstaten het besluit tot verlening van de vergunning voor het in de handel brengen, en wel binnen zes (6) maanden na ontvangst van de uitkomst van de beoordeling, op voorwaarde dat de nodige documenten voor wijziging van de vergunning voor het in de handel brengen bij de betrokken lidstaten zijn ingediend.
Indien één of meer kleine wijzigingen van type IA in één kennisgeving zijn opgenomen, ontvangt de houder van de vergunning bericht over welke wijzigingen zijn aanvaard of afgewezen na de beoordeling. De houder van de vergunning voor het in de handel brengen mag de afgewezen wijziging(en) niet langer toepassen.
2.1.3. Beoordeling van kleine wijzigingen van type IA volgens de gecentraliseerde procedure
Het Bureau beoordeelt de kleine wijziging van type IA binnen dertig dagen na ontvangst en voorziet de rapporteur van een kopie van de type IA-kennisgeving, louter voor informatieve doeleinden.
Uiterlijk op dag 30 stelt het Bureau de vergunninghouder op de hoogte van de uitkomst van de beoordeling. Wanneer de uitkomst van de beoordeling gunstig is en het besluit van de Commissie tot verlening van de vergunning voor het in de handel brengen een wijziging vereist, brengt het Bureau de Commissie op de hoogte en verzendt het de herziene documentatie. In dergelijke gevallen wijzigt de Commissie het besluit tot verlening van de vergunning voor het in de handel brengen binnen twaalf maanden.
Indien één of meer kleine wijzigingen van type IA in één kennisgeving zijn opgenomen, laat het Bureau de houder van de vergunning duidelijk weten welke wijzigingen zijn aanvaard of afgewezen na de beoordeling. De houder van de vergunning voor het in de handel brengen mag de afgewezen wijziging(en) niet langer toepassen.
2.2. Kleine wijzigingen van type IB
Dit deel voorziet in een leidraad voor de toepassing van de artikelen 7, 9, 11, 13 ter, 13 quinquies, 13 sexies, 15, 17, 23 en 24 van de verordening inzake wijzigingen op kleine wijzigingen van type IB.
De verordening inzake wijzigingen en de bijlage bij deze richtsnoeren bevatten een lijst met veranderingen die als kleine wijzigingen van type IB moeten worden beschouwd. Dergelijke kleine wijzigingen moeten worden aangemeld voordat ze toegepast mogen worden. Na bevestiging van een geldige kennisgeving en de kennisgeving van de aanvang van de procedure, moet de vergunninghouder dertig dagen wachten om er zeker van te zijn dat de kennisgeving aanvaardbaar wordt geacht door de relevante instanties, alvorens de verandering uit te voeren.
2.2.1. Indiening van een aanvraag voor kleine wijzigingen van type IB
De vergunninghouder moet tegelijkertijd bij alle relevante instanties een kennisgeving van kleine wijzigingen van type IB indienen.
2.2.1.1. Groepering
Vergunninghouders kunnen de indiening van meerdere kleine wijzigingen van type IB groeperen tot één kennisgeving of zij kunnen de indiening van een of meer kleine wijzigingen van type IB met andere kleine wijzigingen voor dezelfde vergunning voor het in de handel brengen groeperen, mits dit overeenkomt met een van de gevallen die in bijlage III bij de verordening inzake wijzigingen zijn vermeld of wanneer dit eerder is overeengekomen met de referentielidstaat, de nationale bevoegde autoriteit of het Bureau, naargelang het geval.
Daarnaast kunnen vergunninghouders voor geneesmiddelen met een vergunning die via zuiver nationale procedures is verleend, meerdere kleine wijzigingen van type IB die van invloed zijn op verscheidene vergunningen voor het in de handel brengen in één lidstaat groeperen, of één of meer kleine wijzigingen van type IB met andere kleine wijzigingen die van invloed zijn op verscheidene vergunningen voor het in de handel brengen in één lidstaat groeperen, mits (i) de wijzigingen identiek zijn voor alle betrokken vergunningen voor het in de handel brengen, (ii) de wijzigingen tegelijkertijd worden ingediend bij de nationale bevoegde instantie en (iii) de bevoegde instantie eerder heeft ingestemd met die groepering.
2.2.1.2. Werkverdeling
Indien dezelfde kleine wijziging van type IB of dezelfde groep kleine wijzigingen zoals hierboven vermeld van invloed is op verscheidene vergunningen van dezelfde houder, moet de houder deze wijzigingen indienen als één aanvraag voor werkverdeling (zie punt 3 over “werkverdeling”). Indien een indiening één of meer wijzigingen betreft, maar deze wijzigingen niet van invloed zijn op alle vergunningen van dezelfde houder die zijn ingediend als één aanvraag voor “werkverdeling”, moet de houder de aanvraag wijzigen.
2.2.2. Beoordeling van wijzigingen van type IB volgens de procedure voor wederzijdse erkenning en de zuiver nationale procedure
Kennisgevingen van kleine wijzigingen van type IB worden behandeld op de wijze zoals hieronder beschreven.
De referentielidstaat of de nationale bevoegde instantie, naargelang het geval, controleert binnen zeven (7) dagen of de voorgestelde verandering als een kleine wijziging van type IB kan worden beschouwd en of de kennisgeving geldig is (“validering”) voordat de procedure een aanvang neemt.
Indien de voorgestelde wijziging niet wordt beschouwd of ingedeeld als een kleine wijziging van type IB overeenkomstig de bijlage bij deze richtsnoeren (of overeenkomstig de geactualiseerde elektronische versie van deze richtsnoeren), dan wel in een aanbeveling ingevolge artikel 5 van de verordening inzake wijzigingen, en de referentielidstaat of de nationale bevoegde instantie, naargelang het geval, van mening is dat zij een significante invloed kan hebben op de kwaliteit, veiligheid of werkzaamheid van het geneesmiddel, worden de houder en de andere betrokken lidstaten in voorkomend geval onmiddellijk op de hoogte gesteld. In dergelijke gevallen wordt de houder verzocht zijn aanvraag te wijzigen en in te vullen in overeenstemming met de eisen voor een aanvraag van een ingrijpende wijziging van type II. Na ontvangst van de geldige herziene wijzigingsaanvraag, wordt een beoordelingsprocedure voor een ingrijpende wijziging van type II in gang gezet (zie punt 2.3.2).
Wanneer de referentielidstaat of de nationale bevoegde instantie, naargelang het geval, van mening is dat de voorgestelde wijziging kan worden beschouwd als een kleine wijziging van type IB, wordt de vergunninghouder op de hoogte gesteld van de uitkomst van de validering en van de begindatum van de procedure.
Binnen dertig dagen na bevestiging van ontvangst van een geldige kennisgeving en de kennisgeving van de aanvang van de procedure, stelt de bevoegde instantie de vergunninghouder op de hoogte van de uitkomst van de procedure. Indien de bevoegde instantie de vergunninghouder niet binnen dertig dagen na aanvang van de procedure op de hoogte heeft gesteld, wordt de kennisgeving geacht te zijn aanvaard.
In geval van een ongunstige uitkomst kan de vergunninghouder worden verzocht de kennisgeving binnen dertig dagen te wijzigen om naar behoren rekening te houden met de redenen voor die uitkomst. Indien de vergunninghouder dit niet doet, wordt de wijziging geacht te zijn afgewezen.
Binnen dertig dagen na ontvangst van de gewijzigde kennisgeving stelt de referentielidstaat of de nationale bevoegde instantie, naargelang het geval, de vergunninghouder op de hoogte van de aanvaarding of afwijzing van de wijziging, met opgave van redenen in het geval van een ongunstige uitkomst. In voorkomend geval worden de andere betrokken lidstaten hiervan op de hoogte gesteld.
Indien een groep kleine wijzigingen in één kennisgeving is opgenomen, stelt de referentielidstaat of de nationale bevoegde instantie, naargelang het geval, de vergunninghouder en de andere betrokken lidstaten ervan op de hoogte welke wijzigingen zijn aanvaard of afgewezen. De vergunninghouder kan tijdens de procedure afzonderlijke wijzigingen uit die groep wijzigingen intrekken voordat de referentielidstaat of de nationale bevoegde instantie de beoordeling heeft afgerond.
Binnen zes (6) maanden na afronding van de procedure passen de relevante instanties de vergunning voor het in de handel brengen indien nodig aan. De aanvaarde kleine wijzigingen van type IB kunnen echter worden uitgevoerd zonder de wijziging van de vergunning af te wachten.
2.2.3. Beoordeling van kleine wijzigingen van type IB volgens de gecentraliseerde procedure
Het Bureau behandelt kennisgevingen van kleine wijzigingen van type IB op de wijze zoals hieronder beschreven.
Binnen zeven (7) dagen controleert het Bureau of de voorgestelde verandering als een kleine wijziging van type IB kan worden beschouwd en of de kennisgeving geldig is (“validering”) voordat de procedure een aanvang neemt.
Indien de voorgestelde wijziging niet wordt beschouwd of ingedeeld als een kleine wijziging van type IB overeenkomstig de bijlage bij deze richtsnoeren (of overeenkomstig de geactualiseerde elektronische versie van deze richtsnoeren), dan wel in een aanbeveling ingevolge artikel 5 van de verordening inzake wijzigingen, en het Bureau van mening is dat zij een significante invloed kan hebben op de kwaliteit, veiligheid of werkzaamheid van het geneesmiddel, wordt de vergunninghouder op de hoogte gesteld van de ongunstige uitkomst. In dergelijke gevallen wordt de houder verzocht zijn aanvraag te wijzigen en in te vullen in overeenstemming met de eisen voor een aanvraag van een ingrijpende wijziging van type II. Na ontvangst van de geldige herziene wijzigingsaanvraag, wordt een beoordelingsprocedure voor een ingrijpende wijziging van type II in gang gezet (zie punt 2.3.5).
Wanneer het Bureau van mening is dat de voorgestelde wijziging kan worden beschouwd als een kleine wijziging van type IB, wordt de vergunninghouder op de hoogte gesteld van de uitkomst van de validering en van de aanvang van de procedure.
De rapporteur is betrokken bij de beoordeling van de kennisgeving van de kleine wijziging van type IB.
Binnen dertig dagen na bevestiging van ontvangst van een geldige kennisgeving en de kennisgeving van de aanvang van de procedure, stelt het Bureau de vergunninghouder op de hoogte van de uitkomst van de procedure. Indien het Bureau de vergunninghouder niet binnen dertig dagen na aanvang van de procedure op de hoogte heeft gesteld van de uitkomst van de procedure, wordt de kennisgeving geacht te zijn aanvaard.
In geval van een ongunstige uitkomst kan de vergunninghouder worden verzocht de kennisgeving binnen dertig dagen te wijzigen om naar behoren rekening te houden met de redenen voor de ongunstige uitkomst. Indien de vergunninghouder niet binnen dertig dagen aan het verzoek voldoet om de kennisgeving te wijzigen, wordt deze afgewezen.
Binnen dertig dagen na ontvangst van de gewijzigde kennisgeving stelt het Bureau de vergunninghouder op de hoogte van de aanvaarding of afwijzing van de wijziging, met opgave van redenen in het geval van een ongunstige uitkomst.
Indien een groep kleine wijzigingen in één kennisgeving is opgenomen, laat het Bureau de vergunninghouder weten welke wijzigingen zijn aanvaard of afgewezen. De vergunninghouder kan tijdens de procedure afzonderlijke wijzigingen uit de groep wijzigingen intrekken voordat het Bureau de beoordeling heeft afgerond.
Wanneer het advies van het Bureau positief is en de wijziging van invloed is op de voorwaarden van het besluit van de Commissie tot verlening van de vergunning voor het in de handel brengen, zal het Bureau de Commissie daarvan op de hoogte brengen en de desbetreffende documentatie toezenden. Indien nodig wijzigt de Commissie de vergunning voor het in de handel brengen binnen twaalf maanden. De aanvaarde kleine wijziging van type IB kan echter worden uitgevoerd zonder de aanpassing van het besluit van de Commissie tot verlening van de vergunning voor het in de handel brengen af te wachten. De overeengekomen wijzigingen worden opgenomen in de bijlagen bij lopende of latere regelgevingsprocedures die aanleiding geven tot het afgeven van een besluit van de Commissie.
2.3. Ingrijpende wijzigingen van type II
Dit deel voorziet in een leidraad voor de toepassing van de artikelen 7, 10, 11, 13, 13 quater, 13 quinquies, 13 sexies, 16, 17, 23 en 24 van de verordening inzake wijzigingen op ingrijpende wijzigingen van type II.
De verordening inzake wijzigingen en de bijlage bij deze richtsnoeren bevatten een lijst met veranderingen die als ingrijpende wijzigingen van type II moeten worden beschouwd. Dergelijke ingrijpende wijzigingen moeten door de relevante instanties worden goedgekeurd voordat ze mogen worden toegepast.
2.3.1. Indiening van een aanvraag voor ingrijpende wijzigingen van type II
De vergunninghouder moet tegelijkertijd bij alle relevante instanties een aanvraag voor ingrijpende wijzigingen van type II indienen.
2.3.1.1. Groepering
Vergunninghouders kunnen de indiening van meerdere ingrijpende wijzigingen van type II groeperen tot één aanvraag of zij kunnen de indiening van een of meer ingrijpende wijzigingen van type II met andere kleine wijzigingen voor dezelfde vergunning voor het in de handel brengen groeperen, mits dit overeenkomt met een van de gevallen die in bijlage III bij de verordening inzake wijzigingen zijn vermeld of wanneer dit eerder is overeengekomen met de referentielidstaat, de nationale bevoegde autoriteit of het Bureau, naargelang het geval.
Daarnaast kunnen vergunninghouders voor geneesmiddelen met een vergunning die via zuiver nationale procedures is verleend meerdere ingrijpende wijzigingen van type II die van invloed zijn op verscheidene vergunningen voor het in de handel brengen in één lidstaat groeperen tot één kennisgeving, of één of meer ingrijpende wijzigingen van type II met andere kleine wijzigingen die van invloed zijn op verscheidene vergunningen voor het in de handel brengen in één lidstaat groeperen tot één kennisgeving, mits (i) de wijzigingen identiek zijn voor alle betrokken vergunningen voor het in de handel brengen, (ii) de wijzigingen tegelijkertijd worden ingediend bij de nationale bevoegde instantie en (iii) die bevoegde instantie eerder heeft ingestemd met die groepering.
2.3.1.2. Werkverdeling
Indien dezelfde ingrijpende wijziging van type II of dezelfde groep wijzigingen zoals hierboven vermeld van invloed is op verscheidene vergunningen voor het in de handel brengen van dezelfde houder, moet de houder deze wijzigingen indienen als één aanvraag voor werkverdeling (zie punt 3 over “werkverdeling”). Indien een indiening één of meer wijzigingen betreft, maar deze wijzigingen niet van invloed zijn op alle vergunningen van dezelfde houder die zijn ingediend als één aanvraag voor “werkverdeling”, moet de houder de aanvraag wijzigen.
2.3.2. Beoordeling van ingrijpende wijzigingen van type II volgens de procedure voor wederzijdse erkenning en de zuiver nationale procedure
Na ontvangst van een type II-aanvraag wordt de aanvraag als volgt behandeld.
Vóór aanvang van de procedure bevestigt de referentielidstaat of de nationale bevoegde instantie, naargelang het geval, de ontvangst van een geldige aanvraag van een ingrijpende wijziging van type II. In voorkomend geval worden de vergunninghouder en de andere betrokken lidstaten vóór aanvang van de procedure op de hoogte gesteld van het tijdpad.
In het geval van de procedure voor wederzijdse erkenning stelt de referentielidstaat een ontwerpbeoordelingsverslag en een besluit betreffende de aanvraag op overeenkomstig het verstrekte tijdpad. Deze worden vervolgens ter informatie naar de vergunninghouder gestuurd, alsook naar de andere betrokken lidstaten die hun opmerkingen binnen de in het tijdpad vastgestelde termijn aan de referentielidstaat doen toekomen.
Gedurende de procedure kan de referentielidstaat of de nationale bevoegde instantie, naargelang het geval, de vergunninghouder vragen aanvullende informatie te verstrekken, in welk geval de procedure wordt opgeschort totdat de informatie is ontvangen.
2.3.3. Uitkomst van de beoordeling van wijzigingen van type II volgens de procedure voor wederzijdse erkenning
Na ontvangst van het antwoord van de vergunninghouder voltooit de referentielidstaat het ontwerpbeoordelingsverslag en het besluit betreffende de aanvraag, en stuurt hij deze naar de andere betrokken lidstaten voor opmerkingen, alsmede naar de vergunninghouder ter informatie.
Binnen dertig dagen na ontvangst van het beoordelingsverslag en het besluit erkennen de andere betrokken lidstaten het besluit en stellen zij de referentielidstaat hiervan in kennis, tenzij een mogelijk ernstig risico voor de volksgezondheid wordt ontdekt dat een betrokken lidstaat belet dit te doen. De betrokken lidstaat moet de referentielidstaat binnen dertig dagen hiervan in kennis stellen en een uitvoerige motivering van zijn standpunt geven.
De referentielidstaat legt de aanvraag vervolgens voor aan de coördinatiegroep voor de toepassing van artikel 29, leden 3, 4 en 5, van Richtlijn 2001/83/EG, ter beoordeling van de geschilpunten en stelt de vergunninghouder en de andere betrokken lidstaten hiervan op de hoogte. De vergunninghouder heeft niet het recht om de aanzet te geven tot een verwijzing.
Wanneer een aanvraag betreffende een groepering van wijzigingen met ten minste een ingrijpende wijziging van type II aan de coördinatiegroep wordt voorgelegd, wordt het besluit over de wijzigingen die niet zijn doorverwezen, opgeschort totdat de doorverwijzingsprocedure is afgesloten. Hetzelfde geldt voor doorverwijzingen naar het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (“het Comité”) krachtens de artikelen 32 tot en met 34 van Richtlijn 2001/83/EG. Alleen de wijzigingen in verband waarmee een mogelijk ernstig risico voor de volksgezondheid is ontdekt — d.w.z. niet de hele groep wijzigingen — worden besproken door de coördinatiegroep en, in voorkomend geval, door het Comité.
De referentielidstaat stelt de vergunninghouder en de andere betrokken lidstaten op de hoogte van de aanvaarding of afwijzing van de wijziging, met opgave van redenen in het geval van een ongunstige uitkomst.
Indien verscheidene ingrijpende wijzigingen van type II of een groep ingrijpende wijzigingen van type II met andere kleine wijzigingen in één kennisgeving zijn ingediend, stelt de referentielidstaat de vergunninghouders en de andere betrokken lidstaten ervan op de hoogte welke wijzigingen zijn aanvaard of afgewezen. De vergunninghouder kan tijdens de procedure afzonderlijke wijzigingen uit de groep wijzigingen intrekken voordat de referentielidstaat de beoordeling heeft afgerond.
De aanvaarde ingrijpende wijziging van type II kan dertig dagen nadat de vergunninghouder door de referentielidstaat op de hoogte is gesteld van de aanvaarding van de wijziging worden uitgevoerd, mits de noodzakelijke documenten om de vergunning voor het in de handel brengen te wijzigen bij de betrokken lidstaat zijn ingediend. In de gevallen waarin de aanvraag is doorverwezen, mag de wijziging niet worden uitgevoerd totdat er tijdens de doorverwijzingsprocedure toe is besloten de wijziging te aanvaarden. De wijzigingen in de groep die niet zijn doorverwezen, mogen echter worden uitgevoerd indien deze door de referentielidstaat zijn aanvaard.
Na aanvaarding van de wijzigingen passen de nationale bevoegde instanties van de betrokken lidstaten binnen twee maanden de vergunning voor het in de handel brengen indien nodig aan opdat deze wijzigingen daarin tot uiting komen, op voorwaarde dat de nodige documenten voor wijziging van de vergunning voor het in de handel brengen bij de betrokken lidstaten zijn ingediend.
Wijzigingen die verband houden met de veiligheid moeten onmiddellijk worden uitgevoerd.
2.3.4. Uitkomst van de beoordeling van ingrijpende wijzigingen van type II volgens de zuiver nationale procedure
Na ontvangst van het antwoord van de vergunninghouder voltooit de nationale bevoegde instantie haar besluit betreffende de aanvraag en stelt zij de vergunninghouder op de hoogte van de aanvaarding of afwijzing van de wijziging, met opgave van redenen in het geval van een ongunstige uitkomst.
Indien verscheidene ingrijpende wijzigingen van type II of een groep ingrijpende wijzigingen van type II met andere kleine wijzigingen in één kennisgeving zijn ingediend, stelt de nationale bevoegde instantie de vergunninghouder ervan op de hoogte welke wijzigingen zijn aanvaard of afgewezen. De vergunninghouder kan tijdens de procedure afzonderlijke wijzigingen uit de groep wijzigingen intrekken voordat de nationale bevoegde instantie haar beoordeling heeft afgerond.
Na aanvaarding van de wijziging past de nationale bevoegde instantie van de lidstaat binnen twee maanden de vergunning voor het in de handel brengen indien nodig aan opdat deze wijziging daarin tot uiting komt, op voorwaarde dat zij de nodige documenten voor wijziging van de vergunning voor het in de handel brengen heeft ontvangen.
De aanvaarde ingrijpende wijziging van type II kan worden uitgevoerd nadat de vergunninghouder door de nationale bevoegde instantie op de hoogte is gesteld van de aanvaarding van de wijziging, mits de noodzakelijke documenten om de vergunning voor het in de handel brengen te wijzigen zijn ingediend.
Wijzigingen die verband houden met de veiligheid moeten onmiddellijk worden uitgevoerd.
2.3.5. Beoordeling van ingrijpende wijzigingen van type II volgens de gecentraliseerde procedure
Na ontvangst van een type II-aanvraag behandelt het Bureau de aanvraag als volgt.
Vóór aanvang van de procedure bevestigt het Bureau de ontvangst van een geldige aanvraag van een ingrijpende wijziging van type II. De vergunninghouder wordt bij de aanvang van de procedure op de hoogte gesteld van het tijdpad.
Het Bureau stelt een beoordelingsverslag en een advies betreffende de aanvraag op. Gedurende de procedure kan het Bureau de vergunninghouder vragen aanvullende informatie te verstrekken, in welk geval de procedure wordt opgeschort totdat de informatie is ontvangen.
De tijdschema’s die het Comité hanteert voor de beoordeling van reacties zijn afhankelijk van de complexiteit en de hoeveelheid van de door de vergunninghouder aan te leveren gegevens. Het tijdschema voor beoordeling is te vinden op de website van het Bureau.
Op verzoek van het Comité of van de vergunninghouder, naargelang het geval, kan er mondeling een toelichting worden gegeven.
2.3.6. Uitkomst van de beoordeling van ingrijpende wijzigingen van type II volgens de gecentraliseerde procedure
Na vaststelling van een advies laat het Bureau de vergunninghouder binnen vijftien dagen weten of het advies gunstig dan wel ongunstig is, met opgave van redenen in het geval van een ongunstige uitkomst.
Indien verscheidene ingrijpende wijzigingen van type II of een groep ingrijpende wijzigingen van type II met andere kleine wijzigingen in één kennisgeving zijn ingediend, brengt het Bureau een advies uit over de uitkomst van de procedure. Dat advies bevat een lijst met eventuele wijzigingen die niet aanvaardbaar zijn geacht. De vergunninghouder kan tijdens de procedure afzonderlijke wijzigingen uit de groep wijzigingen intrekken voordat het Bureau het advies heeft vastgesteld.
De bezwaarprocedure zoals beschreven in artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 726/2004, is ook van toepassing op de adviezen die zijn vastgesteld voor aanvragen voor ingrijpende wijzigingen van type II.
Wanneer het advies van het Bureau gunstig is en de wijziging van invloed is op de voorwaarden van het besluit van de Commissie tot verlening van de vergunning voor het in de handel brengen, stelt het Bureau de Commissie in kennis van zijn advies, samen met de motivatie ervan, en verzendt het de nodige documenten om de vergunning voor het in de handel brengen te wijzigen.
Na ontvangst van het advies en de relevante informatie betreffende de gevallen die zijn vermeld in artikel 23, lid 1 bis, van de verordening inzake wijzigingen, wijzigt de Commissie de vergunning voor het in de handel brengen binnen twee maanden.
In het geval van andere wijzigingen wijzigt de Commissie het besluit tot verlening van de vergunning voor het in de handel brengen binnen twaalf maanden.
Een aanvaarde ingrijpende wijziging van type II waarvoor binnen twee maanden een wijziging van het besluit van de Commissie tot verlening van de vergunning voor het in de handel brengen vereist is, mag pas worden uitgevoerd wanneer de vergunninghouder in kennis is gesteld van het besluit van de Commissie. Indien de wijziging van het besluit tot verlening van de vergunning voor het in de handel brengen niet binnen twee maanden vereist is, of indien de aanvaarde wijziging niet van invloed is op de voorwaarden van dat besluit, mag de wijziging worden uitgevoerd zodra het Bureau de vergunninghouder heeft laten weten dat zijn advies gunstig is.
Wijzigingen die verband houden met de veiligheid moeten onmiddellijk worden uitgevoerd.
2.4. Uitbreidingen
Bijlage I bij de verordening inzake wijzigingen bevat een lijst van veranderingen die als uitbreidingen moeten worden beschouwd. Overeenkomstig artikel 19 van de verordening inzake wijzigingen, worden zulke aanvragen geëvalueerd volgens dezelfde procedure als is toegepast voor de verlening van de oorspronkelijke vergunning voor het in de handel brengen waarop zij betrekking hebben. De uitbreiding wordt hetzij toegekend door een nieuwe vergunning te verlenen, hetzij door de uitbreiding in de oorspronkelijke vergunning op te nemen.
De vergunninghouder moet tegelijkertijd bij alle relevante instanties een aanvraag voor een uitbreiding indienen.
Vergunninghouders kunnen de indiening van meerdere uitbreidingen tot één aanvraag groeperen of zij kunnen één of meer uitbreidingen met één of meer andere wijzigingen voor dezelfde vergunning voor het in de handel brengen groeperen, mits dit overeenkomt met een van de gevallen die in bijlage III bij de verordening inzake wijzigingen zijn vermeld of wanneer dit eerder is overeengekomen met de referentielidstaat, de nationale bevoegde instantie of het Bureau (naargelang het geval). De verordening inzake wijzigingen voorziet niet in een werkverdelingsprocedure voor uitbreidingsaanvragen.
2.5. Jaarlijkse aanpassing van vaccins tegen humane influenza en vaccins tegen humane coronavirussen
Dit deel voorziet in een leidraad voor de toepassing van de artikelen 12, 13 septies en 18 van de verordening inzake wijzigingen op de jaarlijkse aanpassing van vaccins tegen humane influenza.
Er is een speciale versnelde procedure van toepassing voor de jaarlijkse veranderingen in de werkzame stof ten behoeve van de jaarlijkse aanpassing van een vaccin tegen humane influenza, alsook om te voldoen aan de EU-aanbeveling voor de samenstelling van het vaccin betreffende menselijke griepvirusstammen voor het komende seizoen.
Alle andere wijzigingen van vaccins tegen humane influenza geschieden volgens de wijzigingsprocedures die beschreven zijn in andere punten van deze richtsnoeren.
De versnelde procedure bestaat uit twee stappen. De eerste stap betreft de beoordeling van de administratieve en kwaliteitsgegevens, zoals de samenvatting van de productkenmerken, etikettering en bijsluiter, en de chemische, farmaceutische en biologische documentatie. De tweede stap betreft de beoordeling van eventuele aanvullende gegevens.
Houders van vergunningen wordt aangeraden de indiening van wijzigingen voor de jaarlijkse aanpassingen van tevoren te bespreken met de referentielidstaat, de nationale bevoegde instantie of het Bureau, naargelang het geval.
In voorkomend geval stelt het Bureau een procedure voor de jaarlijkse aanpassing van vaccins tegen humane coronavirussen vast. Die procedure wordt van toepassing na publicatie van een mededeling op de website van het Bureau. Die mededeling bevat ook de bijzonderheden van de procedure, met inbegrip van een tijdschema voor de aanvraag.
Vaccins tegen humane influenza en vaccins tegen humane coronavirussen kunnen buiten de jaarlijkse procedure om worden aangepast. In dat geval wordt vooraf contact opgenomen met de relevante instantie teneinde deze handelwijze, het gegevenspakket (met inbegrip van de structuur en inhoud van module 3) en het tijdpad te bespreken.
Daarnaast voorziet artikel 21 van de verordening inzake wijzigingen in een speciale spoedprocedure bij pandemieën van humane influenza of humane coronavirussen die zijn erkend door de Commissie in het kader van Verordening (EU) 2022/2371 van het Europees Parlement en de Raad (12) (zie punt 2.6).
2.5.1. Indiening van wijzigingsaanvragen voor de jaarlijkse aanpassing van vaccins tegen humane influenza
Wijzigingen betreffende veranderingen in de werkzame stof voor de jaarlijkse aanpassing van vaccins tegen humane influenza moeten, naargelang het geval, worden ingediend bij de referentielidstaat, de andere betrokken lidstaten, de nationale bevoegde instantie of het Bureau.
2.5.2. Beoordeling van wijzigingen voor de jaarlijkse aanpassing van vaccins tegen humane influenza volgens de procedure voor wederzijdse erkenning
De referentielidstaat behandelt wijzigingsaanvragen voor een jaarlijkse aanpassing als volgt.
De referentielidstaat bevestigt binnen zeven (7) dagen de ontvangst van een geldige aanvraag en brengt de vergunninghouder en de betrokken lidstaten op de hoogte van de aanvang van de procedure.
De referentielidstaat stelt een beoordelingsverslag en een besluit over de aanvraag op, waarbij ten eerste de administratieve en kwaliteitsgegevens in overweging worden genomen. De referentielidstaat moet de beoordeling en het ontwerpbesluit binnen de in de verordening inzake wijzigingen vastgestelde termijn van 45 dagen verzenden. Teneinde voldoende tijd te verschaffen voor de beoordeling van aanvullende gegevens (waaronder klinische en stabiliteitsgegevens), wordt derhalve verwacht dat de referentielidstaat zijn beoordeling van de administratieve en kwaliteitsgegevens binnen dertig dagen na de ontvangst van een geldige aanvraag afrondt.
De referentielidstaat kan de vergunninghouder vragen aanvullende informatie te verstrekken, waaronder klinische of stabiliteitsgegevens, en zal in dat geval de andere betrokken lidstaten hiervan op de hoogte brengen. Wanneer een verzoek om aanvullende informatie naar de vergunninghouder wordt verzonden, wordt de procedure opgeschort totdat de gevraagde informatie is ontvangen.
De referentielidstaat verzendt zijn beoordelingsverslag en ontwerpbesluit vervolgens naar de andere betrokken lidstaten. Binnen twaalf dagen na ontvangst stellen de andere betrokken lidstaten een besluit vast en stellen zij de vergunninghouder en de referentielidstaat hiervan in kennis.
2.5.3. Beoordeling van wijzigingen voor de jaarlijkse aanpassing van vaccins tegen humane influenza volgens de zuiver nationale procedure
De nationale bevoegde instantie behandelt wijzigingsaanvragen voor een jaarlijkse aanpassing van vaccins tegen humane influenza als volgt.
De nationale bevoegde instantie bevestigt de ontvangst van een geldige aanvraag voor een jaarlijkse wijziging van een vaccin tegen humane influenza en stelt de vergunninghouder daarvan op de hoogte.
Gedurende de beoordelingsprocedure kan de nationale bevoegde instantie de vergunninghouder vragen aanvullende informatie te verstrekken, waaronder klinische of stabiliteitsgegevens, in welk geval de procedure wordt opgeschort totdat de opgevraagde informatie is ontvangen.
Binnen 45 dagen na ontvangst van een geldige aanvraag voltooit de nationale bevoegde instantie de beoordeling, met inbegrip van het besluit over de aanvraag, en stelt zij de vergunninghouder op de hoogte van de aanvaarding of afwijzing van de wijziging, met opgave van redenen in het geval van een ongunstige uitkomst.
2.5.4. Beoordeling van wijzigingen voor de jaarlijkse aanpassing van vaccins tegen humane influenza en vaccins tegen humane coronavirussen volgens de gecentraliseerde procedure
Het Bureau behandelt wijzigingsaanvragen voor een jaarlijkse aanpassing van vaccins tegen humane influenza als volgt.
Het Bureau bevestigt binnen zeven dagen de ontvangst van een geldige aanvraag voor een jaarlijkse wijziging van het vaccin tegen humane influenza en stelt de vergunninghouder op de hoogte van de aanvang van de procedure.
Vanaf de aanvang van de procedure heeft het Bureau 55 dagen de tijd om de aanvraag te beoordelen. Het Bureau stelt een beoordelingsverslag en een advies betreffende de aanvraag op. Het kan de vergunninghouder vragen aanvullende informatie te verstrekken, waaronder klinische of stabiliteitsgegevens, in welk geval de procedure wordt opgeschort totdat de opgevraagde informatie is ontvangen.
Indien nodig kan de Commissie op basis van het advies van het Bureau overgaan tot wijziging van het besluit tot verlening van de vergunning voor het in de handel brengen.
Die procedure betreffende een vaccin tegen humane coronavirussen kan na publicatie van een mededeling op de website van het Bureau in gang worden gezet. Die mededeling bevat de bijzonderheden van de procedure, met inbegrip van een tijdschema voor de aanvraag. Bij het ontbreken van een dergelijke specifieke procedure moeten aanpassingen van vaccins tegen humane coronavirussen worden behandeld in overeenstemming met punt 2.6 hieronder.
2.6. Vaccins voor mensen waarmee een mogelijke of erkende noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid in de Unie kan worden aangepakt
Overeenkomstig de bijlagen I en II bij de verordening inzake wijzigingen zijn aanpassingen mogelijk in de werkzame stof van vaccins tegen humane influenza, van vaccins tegen humane coronavirussen of van andere vaccins voor mensen waarvoor een vergunning is verleend, waarmee mogelijk een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid in de Europese Unie kan worden aangepakt.
Zoals vermeld in bijlage II, worden dergelijke veranderingen ingedeeld als een ingrijpende wijziging van type II.
Vergunninghouders wordt aangeraden de indiening van deze wijzigingen vooraf met het Bureau of, in voorkomend geval, met de referentielidstaat of de nationale bevoegde instantie te bespreken teneinde de geschiktheid van de verandering in de werkzame stof in aanmerking te nemen, rekening houdend met (i) de epidemiologische situatie, (ii) de mate van urgentie, (iii) het gegevenspakket, met inbegrip van de structuur van module 3, en (iv) de tijdschema’s.
Voor andere wijzigingen in vaccins tegen humane influenza, in vaccins tegen humane coronavirussen of in andere vaccins voor mensen waarvoor een vergunning is verleend en waarmee mogelijk een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid in de Unie kan worden aangepakt, en die niet rechtstreeks in verband staan met veranderingen in de werkzame stof, moeten de relevante wijzigingsprocedures worden gevolgd zoals vermeld in andere punten van deze richtsnoeren. Voor vaccins tegen humane coronavirussen of andere vaccins voor mensen waarmee mogelijk een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid in de Unie kan worden aangepakt, kan het toegestaan zijn de werkzame stof op te nemen in dezelfde vergunning voor het in de handel brengen, mits de relevante instanties hiermee instemmen. Dit kan ertoe leiden dat er verschillende versies van het vaccin naast elkaar bestaan (bv. verschillende serotypen, stammen, antigenen of coderende sequenties of een combinatie van serotypen, stammen, antigenen of coderende sequenties).
Teneinde een passende differentiatie van de verschillende versies van het vaccin te waarborgen en de traceerbaarheid en geneesmiddelenbewaking te vergemakkelijken, nemen vergunninghouders aanduidingen of afkortingen op in de fantasienaam. Daarnaast is differentiatie van de verpakkingen van de verschillende versies van het vaccin in het geval van bovengenoemde co-existentie van het allergrootste belang.
Overeenkomstig artikel 21 van de verordening inzake wijzigingen kan de relevante instantie tijdens een door de Commissie in het kader van Verordening (EU) 2022/2371 erkende noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid, bij het ontbreken van bepaalde farmaceutische, niet-klinische of klinische gegevens — bij wijze van uitzondering en tijdelijk — een wijziging aanvaarden in de voorwaarden van een vergunning voor het in de handel brengen van een vaccin voor mensen tegen de ziekteverwekker die de noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid veroorzaakt.
2.7. Urgente beperkende veiligheidsmaatregelen
Overeenkomstig artikel 22 van de verordening inzake wijzigingen kan de vergunninghouder tijdelijke “urgente beperkende veiligheidsmaatregelen” nemen bij een risico voor de volksgezondheid in het geval van geneesmiddelen.
Dit houdt in dat er tussentijdse veranderingen worden doorgevoerd in de voorwaarden van de vergunning voor het in de handel brengen als gevolg van nieuwe informatie die van invloed is op het veilige gebruik van het geneesmiddel. Deze urgente veranderingen moeten vervolgens worden doorgevoerd via een desbetreffende wijziging in de vergunning voor het in de handel brengen.
De vergunninghouder moet alle relevante instanties onmiddellijk in kennis stellen van de door te voeren beperkingen.
Indien de relevante instantie binnen 24 uur na ontvangst van die informatie geen bezwaar heeft aangetekend, worden de urgente beperkende veiligheidsmaatregelen geacht te zijn aanvaard. Zij moeten binnen de door de referentielidstaat, de nationale bevoegde instantie of het Bureau en de vergunninghouder overeengekomen termijn worden uitgevoerd.
Dergelijke urgente beperkende veiligheidsmaatregelen kunnen ook worden opgelegd door de Commissie voor centraal toegelaten geneesmiddelen, of door de relevante instanties van de lidstaten in het geval van een risico voor de volksgezondheid in verband met geneesmiddelen.
De vergunninghouder moet de desbetreffende wijzigingsaanvraag betreffende de urgente beperkende veiligheidsmaatregelen, die is gedaan op verzoek van de vergunninghouder of op last van de Commissie of de relevante instanties van de lidstaten, zo snel mogelijk bij alle relevante instanties indienen, en in ieder geval binnen 15 dagen.
2.8. Verklaring van naleving in het kader van de verordening geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik
Verordening (EG) nr. 1901/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik (13) (“de verordening geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik”) voorziet in beloningen bij ontvangst van de verklaring van naleving bij voltooiing van een plan voor pediatrisch onderzoek (PIP) en de vermelding van de resultaten van de onderzoeken in de productinformatie:
|
— |
krachtens artikel 36, lid 1, van de pediatrieverordening heeft de houder van een aanvullend beschermingscertificaat recht op een verlenging van de in Verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad (14) bedoelde termijn met zes maanden onder bepaalde voorwaarden, waaronder de toevoeging van de in artikel 28, lid 3, van de verordening geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik bedoelde verklaring (“verklaring van naleving”) aan de vergunning voor het in de handel brengen; |
|
— |
krachtens artikel 37 van de verordening geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik heeft de houder van een vergunning voor het in de handel brengen van een weesgeneesmiddel recht op een verlenging van de in artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 141/2000 van het Europees Parlement en de Raad (15) bedoelde termijn van tien jaar tot twaalf jaar, onder bepaalde voorwaarden, waaronder de toevoeging van de verklaring van naleving aan de vergunning voor het in de handel brengen. |
Wat betreft geneesmiddelen waarvoor een vergunning is verleend, voorziet artikel 23 bis van de verordening inzake wijzigingen in een procedure voor de toevoeging van een verklaring van naleving aan de vergunning voor het in de handel brengen zodra aan de in de verordening geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik vermelde eisen is voldaan. De verklaring van naleving moet worden opgenomen in een relevante wijziging, bijvoorbeeld door de indiening bij de relevante instantie van de resultaten van de PIP-studies na voltooiing van het PIP. Zodra is onderzocht of aan alle desbetreffende voorwaarden is voldaan, moet de relevante instantie de verklaring van naleving opnemen in het technische dossier van de vergunning voor het in de handel brengen.
Met het oog op de rechtszekerheid verstrekt de relevante instantie de vergunninghouder uiterlijk dertig dagen na voltooiing van de betrokken beoordeling een bevestiging dat de verklaring van naleving in het technische dossier is opgenomen.
3. PROCEDURELE LEIDRAAD VOOR WERKVERDELING
Op grond van artikel 20 van de verordening inzake wijzigingen moeten vergunninghouders één aanvraag indienen voor dezelfde kleine wijziging van type IB, dezelfde ingrijpende wijziging van type II of dezelfde groep wijzigingen die tot een van de gevallen in bijlage III bij die verordening behoren of waarmee de referentielidstaat, de nationale bevoegde instantie of het Bureau (naargelang het geval) heeft ingestemd, die geen enkele uitbreiding bevat, die van invloed is op verscheidene vergunningen voor het in de handel brengen in meer dan één lidstaat die in het bezit zijn van dezelfde houder en zijn verleend overeenkomstig de nationale procedure, de procedure voor wederzijdse erkenning, de gedecentraliseerde procedure of de gecentraliseerde procedure, of een combinatie hiervan.
Om dubbel werk te voorkomen bij de beoordeling van dergelijke wijzigingen, is er een werkverdelingsprocedure ingesteld aan de hand waarvan een instantie (de “referentie-instantie”) de wijziging namens de andere betrokken instanties onderzoekt. Indien sprake is van ten minste één gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen, wordt het Bureau de referentie-instantie. Indien de werkverdelingsprocedure geen gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen bevat, wordt de referentie-instantie gekozen door de vergunninghouder. Indien geen van de door de vergunninghouder voorgestelde bevoegde instanties van de lidstaten ermee instemt om als referentie-instantie op te treden, wordt de referentie-instantie gekozen door de coördinatiegroep.
Om gebruik te kunnen maken van een werkverdelingsprocedure, moet dezelfde verandering van toepassing zijn op de diverse betrokken geneesmiddelen, met geen of slechts beperkte noodzaak tot een beoordeling van een mogelijk producteigen effect. Wanneer voor “dezelfde” verandering van verschillende vergunningen voor het in de handel brengen afzonderlijke reeksen ondersteunende gegevens voor elk betrokken geneesmiddel moeten worden ingediend of afzonderlijke producteigen beoordelingen moeten worden verricht, is hiervoor geen werkverdeling mogelijk.
In gerechtvaardigde gevallen en na goedkeuring door de bevoegde instanties van de lidstaten en het Bureau, naargelang het geval, kunnen vergunninghouders er ook voor kiezen de in dit deel vastgestelde procedure voor werkverdeling te volgen wanneer een kleine wijziging van type IB, een ingrijpende wijziging van type II of een groep wijzigingen waarbij ten minste één van de wijzigingen een kleine wijziging van type IB of een ingrijpende wijziging van type II is en die geen enkele uitbreiding bevat, betrekking heeft op verscheidene vergunningen voor het in de handel brengen die in het bezit zijn van meerdere houders in meer dan één lidstaat.
3.1. Indiening van wijzigingsaanvragen betreffende werkverdeling
Een wijziging of groep wijzigingen die voor werkverdeling wordt voorgelegd, moet worden ingediend zoals hierboven beschreven in punt 2 en moet worden geleverd als een geïntegreerd pakket van alle wijzigingen voor alle geneesmiddelen.
Aanvragen voor werkverdeling moeten bij alle relevante instanties worden ingediend.
Werkverdelingsprocedures moeten overeenstemmen met de beoordelingsperiode van de meest ingrijpende van de opgenomen wijzigingen.
3.2. Beoordeling van de werkverdeling waarbij geen geneesmiddelen betrokken zijn waarvoor een gecentraliseerde vergunning is verleend
Wanneer een komende werkverdelingsprocedure niet van invloed is op een gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen, stelt de vergunninghouder de bevoegde instantie van de lidstaat die de voorkeur geniet als referentie-instantie hiervan in kennis voordat hij de aanvraag voor werkverdeling indient. De gekozen instantie bevestigt aan de vergunninghouder dat zij ermee instemt als referentie-instantie op te treden. Ingevolge artikel 20, lid 3, derde alinea, van de verordening inzake wijzigingen, kan de coördinatiegroep op verzoek een andere relevante instantie kiezen om de referentie-instantie bij de beoordeling van de aanvraag bij te staan. Indien geen van de door de vergunninghouder voorgestelde bevoegde instanties ermee instemt om als referentie-instantie op te treden, wordt de referentie-instantie gekozen door de coördinatiegroep.
Na ontvangst van de aanvraag voor werkverdeling behandelt de referentie-instantie de aanvraag als volgt.
De referentie-instantie bevestigt de ontvangst van een geldige aanvraag voor werkverdeling. Bij de aanvang van de procedure worden de vergunninghouder en de betrokken lidstaten op de hoogte gesteld van het tijdpad.
De referentie-instantie stelt een ontwerpadvies op overeenkomstig dat tijdpad en stuurt het naar de andere betrokken lidstaten, alsmede naar de vergunninghouder, ter informatie. Binnen de termijn die in het tijdpad wordt opgegeven, moeten de andere betrokken lidstaten vervolgens hun opmerkingen sturen.
Als onderdeel van de procedure kan de referentie-instantie de houder van de vergunning voor het in de handel brengen vragen aanvullende informatie te verstrekken, in welk geval de procedure wordt opgeschort totdat de informatie is ontvangen.
3.3. Uitkomst van de beoordeling van de werkverdeling waarbij geen geneesmiddelen betrokken zijn waarvoor een gecentraliseerde vergunning is verleend
Na ontvangst van de antwoorden van de vergunninghouder op het verzoek om aanvullende informatie, voltooit de referentie-instantie haar advies over de aanvraag en stelt zij de andere betrokken lidstaten en de vergunninghouder hiervan in kennis.
Bij een gunstig advies wordt een lijst met wijzigingen die niet aanvaardbaar worden geacht bij het advies gevoegd. Bij een ongunstige uitkomst dienen de redenen daarvoor te worden toegelicht.
In voorkomend geval erkennen de andere betrokken lidstaten het advies binnen dertig dagen na ontvangst en stellen zij de referentie-instantie hiervan in kennis, tenzij een mogelijk ernstig risico voor de volksgezondheid wordt ontdekt waardoor het advies van de referentie-instantie niet door een lidstaat kan worden erkend. In dat geval stelt de betrokken lidstaat binnen dertig dagen na ontvangst van het advies de referentie-instantie hiervan in kennis, met inbegrip van een uitvoerige motivering van zijn standpunt.
De referentie-instantie legt de aanvraag vervolgens voor aan de coördinatiegroep voor de toepassing van artikel 29, leden 3, 4 en 5, van Richtlijn 2001/83/EG, ter beoordeling van eventuele geschilpunten en stelt de vergunninghouder en de andere betrokken lidstaten hiervan op de hoogte. De vergunninghouder heeft niet het recht om de aanzet te geven tot een dergelijke verwijzing.
Wanneer een verwijzing aan de CMD(h) wordt voorgelegd, wordt de procedure betreffende het besluit over de aanvraag voor werkverdeling opgeschort totdat een besluit is genomen betreffende de doorverwijzingsprocedure. Hetzelfde geldt voor doorverwijzingen naar het Comité krachtens de artikelen 32 tot en met 34 van Richtlijn 2001/83/EG.
Binnen dertig dagen na de goedkeuring van het advies of, wanneer een doorverwijzingsprocedure is opgestart, na de kennisgeving van de toestemming van de coördinatiegroep of na het besluit van de Commissie, naargelang het geval, passen de betrokken lidstaten de vergunning voor het in de handel brengen dienovereenkomstig aan, op voorwaarde dat de nodige documenten voor wijziging van de vergunning voor het in de handel brengen bij de betrokken lidstaten zijn ingediend.
Een kleine wijziging van type IB die is aanvaard volgens een werkverdelingsprocedure kan worden uitgevoerd zodra de referentie-instantie een gunstig advies heeft uitgebracht.
Ingrijpende wijzigingen van type II (met inbegrip van gegroepeerde kleine wijzigingen van type IB) die zijn aanvaard volgens een werkverdelingsprocedure, kunnen dertig dagen na ontvangst van het gunstige advies van de referentie-instantie worden uitgevoerd, op voorwaarde dat de nodige documentatie voor de wijziging van de vergunning voor het in de handel brengen bij de betrokken lidstaten is ingediend. In de gevallen waarin de aanvraag is doorverwezen, mag de wijziging niet worden uitgevoerd totdat er tijdens de doorverwijzingsprocedure toe is besloten de wijziging te aanvaarden.
3.4. Beoordeling van de werkverdeling waarbij centraal toegelaten geneesmiddelen betrokken zijn
Wanneer een komende werkverdelingsprocedure van invloed is op een gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen, stelt de vergunninghouder het Bureau hiervan in kennis voordat hij de aanvraag voor werkverdeling indient.
Na ontvangst van een aanvraag voor werkverdeling die van invloed is op ten minste één gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen, behandelt het Bureau de aanvraag als volgt.
Het bureau bevestigt de ontvangst van een geldige aanvraag voor werkverdeling en start de procedure onmiddellijk. De vergunninghouder wordt bij de aanvang van de procedure op de hoogte gesteld van het vastgestelde tijdpad.
Het Bureau stelt een rapporteur aan, en in sommige gevallen ook een corapporteur, om leiding te geven aan de procedure.
Gedurende de procedure kan het Bureau om aanvullende informatie vragen, in welk geval de procedure wordt opgeschort totdat deze informatie is ontvangen. Op verzoek van het Comité of van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen, naargelang het geval, kan er mondeling een toelichting worden gegeven.
3.5. Uitkomst van de beoordeling van de werkverdeling waarbij centraal toegelaten geneesmiddelen betrokken zijn
Aan het einde van de beoordelingsperiode stelt het Bureau een advies vast over de aanvraag, met inbegrip van het beoordelingsverslag. Het Bureau brengt de vergunninghouder en de betrokken lidstaten hiervan op de hoogte. Wanneer vergunninghouders niet akkoord gaan met het advies kunnen zij een nieuw onderzoek aanvragen in overeenstemming met de in artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 726/2004 vermelde procedure.
Wanneer het advies van het Bureau gunstig is en de wijziging van invloed is op de voorwaarden van het besluit van de Commissie tot verlening van de vergunning voor het in de handel brengen, stuurt het Bureau de Commissie zijn advies toe, samen met de motivatie van zijn advies en de nodige documenten om de vergunning voor het in de handel brengen te wijzigen.
Als het Bureau van mening is dat bepaalde wijzigingen niet aanvaardbaar worden geacht, dient de lijst met wijzigingen die niet aanvaardbaar worden geacht bij het advies te worden gevoegd. Mogelijk worden bepaalde wijzigingen slechts voor een aantal betrokken geneesmiddelen aanvaardbaar geacht.
Na ontvangst van een gunstig advies door de betrokken lidstaten of de Commissie vinden de volgende stappen plaats.
|
— |
Voor geneesmiddelen waarvoor een vergunning is verleend volgens de procedure voor wederzijdse erkenning, de gedecentraliseerde procedure of de zuiver nationale procedure moeten de betrokken lidstaten het advies goedkeuren en, zo nodig, de nationale vergunningen voor het in de handel brengen binnen zestig dagen wijzigen op voorwaarde dat de nodige documenten voor wijziging van die vergunning(en) zijn ingediend. |
Kleine wijzigingen van type IB, met uitzondering van wijzigingen die zijn gegroepeerd met ingrijpende wijzigingen van type II, kunnen na ontvangst van het gunstige advies van het Bureau worden uitgevoerd.
Ingrijpende wijzigingen van type II en kleine wijzigingen van type IB die met een ingrijpende wijziging van type II zijn gegroepeerd, kunnen dertig dagen na ontvangst van een gunstig advies van het Bureau worden uitgevoerd, op voorwaarde dat de nodige documenten voor wijziging van de vergunning voor het in de handel brengen bij de betrokken lidstaten zijn ingediend en de aanvraag niet is doorverwezen.
|
— |
Wat betreft centraal toegelaten geneesmiddelen gaat de Commissie binnen twee maanden over tot wijziging van de vergunning voor het in de handel brengen na ontvangst van het advies en de relevante informatie betreffende de gevallen die zijn vermeld in artikel 23, lid 1 bis, van de verordening inzake wijzigingen. In het geval van andere wijzigingen wijzigt de Commissie het besluit tot verlening van de vergunning voor het in de handel brengen binnen twaalf maanden. |
Kleine wijzigingen van type IB, met uitzondering van wijzigingen die zijn gegroepeerd met ingrijpende wijzigingen van type II, kunnen na ontvangst van een gunstig advies van het Bureau worden uitgevoerd.
Ingrijpende wijzigingen van type II en kleine wijzigingen van type IB die met een ingrijpende wijziging van type II zijn gegroepeerd, met uitzondering van wijzigingen waarvoor binnen twee maanden een besluit van de Commissie moet worden vastgesteld, kunnen dertig dagen na ontvangst van een gunstig advies van het Bureau worden uitgevoerd, op voorwaarde dat de nodige documenten voor wijziging van de vergunning(en) voor het in de handel brengen zijn ingediend.
4. BIJLAGE
Deze bijlage bestaat uit vier hoofdstukken waarin wijzigingen zijn ingedeeld die betrekking hebben op: E) administratieve veranderingen; Q) kwaliteitsveranderingen; C) veranderingen op het gebied van veiligheid, werkzaamheid en geneesmiddelenbewaking, en M) specifieke veranderingen van plasmabasisdossiers en vaccinantigeenbasisdossiers.
Wanneer wordt verwezen naar specifieke wijzigingen in deze bijlage, moet de wijziging in kwestie als volgt worden aangeduid: X.N.x.n (“wijzigingscode”).
|
— |
X staat voor de hoofdletter van het hoofdstuk in deze bijlage waarin de wijziging is opgenomen (bv. E, Q, C of M); |
|
— |
N staat voor het Romeinse cijfer van het gedeelte van een hoofdstuk waarin de wijziging is opgenomen (bv. I, II, III enz.); |
|
— |
x staat voor de letter van de paragraaf in een hoofdstuk waarin de wijziging is opgenomen (bv. a, b, c…); |
|
— |
n staat voor het getal dat een specifieke wijziging in deze bijlage heeft (bv. 1, 2, 3…). |
Voor elk hoofdstuk bevat deze bijlage:
|
— |
een lijst van wijzigingen die moeten worden ingedeeld als kleine wijziging van type IA of een ingrijpende wijziging van type II overeenkomstig de definities van artikel 2 en bijlage II bij de verordening inzake wijzigingen. Er wordt ook aangegeven bij welke kleine wijzigingen van type IA onmiddellijke kennisgeving is vereist, overeenkomstig artikel 8, lid 1, artikel 13 bis, lid 1, en artikel 14, lid 1, van de verordening inzake wijzigingen; |
|
— |
een lijst van wijzigingen die moeten worden beschouwd als kleine wijzigingen van type IB. Krachtens artikel 3 van de verordening inzake wijzigingen is deze categorie automatisch van toepassing. Daarom wordt in deze bijlage niet gepoogd een volledige lijst van deze wijzigingscategorie op te stellen. |
Deze bijlage heeft geen betrekking op de indeling van uitbreidingen aangezien deze uitputtend worden vermeld in bijlage I bij de verordening inzake wijzigingen. Alle veranderingen die zijn gespecificeerd in bijlage I bij de verordening inzake wijzigingen moeten worden beschouwd als uitbreidingen van de vergunningen voor het in de handel brengen; elke andere verandering kan niet als zodanig worden ingedeeld.
Wanneer niet wordt voldaan aan één of meer voorwaarden die zijn vastgesteld in deze bijlage voor een kleine wijziging van type IA, mag de betreffende verandering worden ingediend als een kleine wijziging van type IB (“automatisch type IB”) onder dezelfde code, tenzij de verandering specifiek is ingedeeld als een ingrijpende wijziging van type II in deze bijlage of in een aanbeveling krachtens artikel 5 van de verordening inzake wijzigingen, of tenzij de vergunninghouder van mening is dat de veranderingen een significante invloed kunnen hebben op de kwaliteit, veiligheid of werkzaamheid van het geneesmiddel.
Wanneer de bevoegde instantie van mening is dat een wijziging die is ingediend als een automatisch type IB een significante invloed kan hebben op de kwaliteit, veiligheid of werkzaamheid van het geneesmiddel, kan zij verzoeken om een aanpassing van de aanvraag en om verwerking als een ingrijpende wijziging van type II.
In deze bijlage heeft “testprocedure” dezelfde betekenis als “analytische procedure” en heeft “grenswaarden” dezelfde betekenis als “acceptatiecriteria”. “Specificatiekenmerk” is het kwaliteitskenmerk waarvoor een testprocedure en grenswaarden worden vastgesteld, bv. gehalte, identiteit en watergehalte. Het toevoegen of verwijderen van een specificatiekenmerk behelst derhalve eveneens de bijbehorende testmethode en grenswaarden.
Wanneer tegelijkertijd verscheidene kleine veranderingen plaatsvinden, bijvoorbeeld voor dezelfde methode, hetzelfde proces of hetzelfde materiaal, of bij een belangrijke actualisering van de kwaliteitsgegevens betreffende de werkzame stof of het eindproduct, moet de vergunninghouder voor de correcte indeling van het geneesmiddel rekening houden met alle effecten van deze veranderingen op de kwaliteit, veiligheid of werkzaamheid ervan en moet hij de veranderingen dienovereenkomstig indienen.
Wat betreft het gegevenspakket zijn de specifieke ondersteunende gegevens voor kleine wijzigingen van type IB en ingrijpende wijzigingen van type II afhankelijk van de precieze aard van de verandering.
Bij een verandering in de therapeutische indicatie, de dosering of de maximale dagelijkse dosis, moet de kwaliteitsdocumentatie worden aangepast. Hieruit voortvloeiende veranderingen in de kwaliteitsdocumentatie, bijvoorbeeld in de vorm van te veranderen verontreinigingsgrenswaarden, vereisen de indiening van passende kwaliteitswijzigingen overeenkomstig hoofdstuk Q van deze bijlage.
Verder wordt, indien een wijziging leidt tot een herziening van de samenvatting van de productkenmerken, deze verandering als onderdeel van de wijziging beschouwd. In dergelijke gevallen moet de geactualiseerde productinformatie worden ingediend als onderdeel van de aanvraag, samen met de desbetreffende vertalingen. Proefmodellen of monsters moeten, naargelang het geval, worden verstrekt aan de andere betrokken lidstaten, de nationale bevoegde instantie of het Bureau.
Wanneer in het dossier van een toegelaten geneesmiddel wordt verwezen naar de “huidige uitgave”, is het niet nodig de bevoegde instanties kennis te geven van een geactualiseerde monografie van de Europese Farmacopee of een nationale farmacopee van een lidstaat. Vergunninghouders worden eraan herinnerd dat de geactualiseerde monografie binnen zes (6) maanden moet worden nageleefd.
Verwijzingen in de bijlage naar monografieën van de Europese Farmacopee hebben uitsluitend betrekking op de werkzame stof, hulpstoffen of algemene monografieën, d.w.z. dat monografieën van het eindproduct buiten beschouwing worden gelaten.
Elke verandering in de inhoud van het dossier ter ondersteuning van een goedkeuringscertificaat van de Europese Farmacopee moet worden ingediend bij het European Directorate for the Quality of Medicines (EDQM). Indien het certificaat na beoordeling van deze verandering door het EDQM wordt herzien, moeten de desbetreffende vergunningen voor het in de handel brengen echter worden geactualiseerd.
Krachtens deel III, punt 1, van bijlage I bij Richtlijn 2001/83/EG, moeten voor veranderingen in plasmabasisdossiers (“PBD’s”) en vaccinantigeenbasisdossiers (“VABD’s”) de beoordelingsprocedures voor wijzigingen in de verordening inzake wijzigingen worden gevolgd. Hoofdstuk M van deze bijlage bevat een lijst van wijzigingen die specifiek zijn voor dergelijke PBD’s of VABD’s. Na beoordeling van deze wijzigingen moeten alle betreffende vergunningen voor het in de handel brengen worden geactualiseerd overeenkomstig hoofdstuk Q.V. van deze bijlage. Indien de documentatie van het menselijk plasma dat als uitgangsstof is gebruikt voor een uit plasma bereid geneesmiddel niet als een PBD wordt ingediend, moeten wijzigingen aan deze uitgangsstof, zoals beschreven in het dossier van de vergunning voor het in de handel brengen, overeenkomstig deze bijlage worden verwerkt.
Wanneer in deze bijlage sprake is van veranderingen in het dossier van de vergunning voor het in de handel brengen, worden toevoegingen, vervangingen of schrappingen bedoeld, tenzij anders aangegeven. Indien er slechts tekstuele veranderingen worden aangebracht in het dossier, hoeven deze veranderingen doorgaans niet te worden ingediend als een afzonderlijke wijziging. Deze kunnen echter worden opgenomen in een wijziging die betrekking heeft op dat gedeelte van het dossier. In dergelijke gevallen moeten de veranderingen in het aanvraagformulier duidelijk worden aangegeven: tekstuele veranderingen moeten vergezeld gaan van een verklaring waaruit blijkt dat de ingediende verandering louter een tekstuele verandering is die geen verdere gevolgen heeft voor de inhoud van het betreffende deel van het dossier. Er wordt op gewezen dat tekstuele veranderingen de schrapping van verouderde of overbodige tekst omvatten, maar niet de schrapping van specificatiekenmerken of productiebeschrijvingen.
Aanvullende informatie:
|
— |
|
— |
Procedurele leidraad voor de behandeling van wijzigingen van het EMA |
|
— |
Procedurele leidraad voor de behandeling van wijzigingen van de CMD(h) |
(1) Verordening (EG) nr. 1234/2008 van de Commissie van 24 november 2008 betreffende het onderzoek van wijzigingen in de voorwaarden van vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 334 van 12.12.2008, blz. 7, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/1234/oj).
(2) Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van procedures van de Unie voor het verlenen van vergunningen en het toezicht met betrekking tot geneesmiddelen voor menselijk gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau (PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2004/726/oj).
(3) Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 67, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2001/83/oj).
(4) Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/756 van de Commissie van 24 maart 2021 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1234/2008 betreffende het onderzoek van wijzigingen in de voorwaarden van vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik en geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB L 162 van 10.5.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2021/756/oj).
(5) Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1701 van de Commissie van 11 maart 2024 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1234/2008 wat betreft het onderzoek van wijzigingen in de voorwaarden van vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L, 2024/1701, 17.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2024/1701/oj).
(6) PB C 223 van 2.8.2013, blz. 1.
(7) Verordening (EG) nr. 1394/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 betreffende geneesmiddelen voor geavanceerde therapie en tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG en Verordening (EG) nr. 726/2004 (PB L 324 van 10.12.2007, blz. 121,, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2007/1394/oj).
(8) https://esubmission.ema.europa.eu/ectd/index.html.
(9) “EudraLex — Volume 2 — Pharmaceutical legislation on notice to applicants and regulatory guidelines for medicinal products for human use” (https://health.ec.europa.eu/medicinal-products/eudralex/eudralex-volume-2_en).
(10) https://health.ec.europa.eu/system/files/2019-07/vol2a_chap1_en_0.pdf.
(11) De in artikel 31 van Richtlijn 2001/83/EG bedoelde coördinatiegroep wordt ook wel Coördinatiegroep voor wederzijdse erkenning en gedecentraliseerde procedures (geneesmiddelen voor menselijk gebruik) (CMD(h)) genoemd.
(12) Verordening (EU) 2022/2371 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 inzake ernstige grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen en tot intrekking van Besluit nr. 1082/2013/EU (PB L 314 van 6.12.2022, blz. 26, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2371/oj).
(13) Verordening (EG) nr. 1901/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1768/92, Richtlijn 2001/20/EG, Richtlijn 2001/83/EG en Verordening (EG) nr. 726/2004 (PB L 378 van 27.12.2006, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2006/1901/oj).
(14) Verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen (PB L 152 van 16.6.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/469/oj).
(15) Verordening (EG) nr. 141/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1999 inzake weesgeneesmiddelen (PB L 18 van 22.1.2000, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2000/141/oj).
BIJLAGE
|
|
Onderwerp/Werkingssfeer van wijzigingen |
Wijziging |
Blz. |
||
|
E. |
ADMINISTRATIEVE VERANDERINGEN |
1 -5 |
28 |
||
|
Q. |
KWALITEITSVERANDERINGEN |
|
30 |
||
|
Q.I. |
Werkzame stof |
|
30 |
||
|
|
|
1 -6 |
31 |
||
|
|
|
1 -3 |
39 |
||
|
|
|
1 -4 |
43 |
||
|
|
|
1 |
46 |
||
|
|
|
1 -8 |
47 |
||
|
Q.II. |
Eindproduct |
|
51 |
||
|
|
|
1 -6 |
51 |
||
|
|
|
1 -5 |
57 |
||
|
|
|
1 -4 |
65 |
||
|
|
|
1 -3 |
69 |
||
|
|
|
1 -8 |
72 |
||
|
|
|
1 |
78 |
||
|
|
|
1 -8 |
80 |
||
|
|
|
1 |
83 |
||
|
Q.III. |
CEP/TSE/monografieën |
1 -2 |
84 |
||
|
Q.IV. |
Medische hulpmiddelen |
1 -3 |
88 |
||
|
Q.V. |
Veranderingen in een vergunning voor het in de handel brengen als gevolg van andere regelgevingsprocedures |
|
91 |
||
|
|
|
1 -2 |
92 |
||
|
|
|
1 |
94 |
||
|
C. |
VERANDERINGEN OP HET GEBIED VAN VEILIGHEID, WERKZAAMHEID EN GENEESMIDDELENBEWAKING |
1 -12 |
93 |
||
|
M. |
PBD/VABD |
1 -16 |
99 |
E. ADMINISTRATIEVE VERANDERINGEN
E.1
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
voor centraal toegelaten geneesmiddelen |
1 |
1, 2 |
IAIN |
||
|
|
(b) |
voor nationaal toegelaten geneesmiddelen |
|
2 |
IB |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De controle door het EMA van de aanvaardbaarheid van de nieuwe naam is afgerond en had een positief resultaat. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Kopie van de acceptatiebrief van het EMA voor de nieuwe (fantasie)naam. |
|||||
|
|
2. |
Herziene productinformatie. |
|||||
E.2
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
1 |
1, 2, 3 |
IAIN |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De werkzame stof/de hulpstof/het medische hulpmiddel/het verpakkingsonderdeel moet onveranderd blijven. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Wat betreft werkzame stoffen en hulpstoffen, bewijs van aanvaarding door de WHO of een kopie van de INN-lijst. Indien van toepassing, bewijs dat de verandering strookt met de Europese Farmacopee. Voor kruidengeneesmiddelen, een verklaring dat de naam overeenkomt met het richtsnoer over het vermelden van kruidensubstanties en kruidenpreparaten in (traditionele) kruidengeneesmiddelen. Voor medische hulpmiddelen, een geactualiseerd CE-certificaat en/of een conformiteitsverklaring, voor zover beschikbaar. |
|||||
|
|
2. |
Herziene productinformatie, indien van toepassing. |
|||||
|
|
3. |
Wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier. |
|||||
E.3
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
1 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
Verandering na toekenning van of wijziging in de ATC-code door de WHO. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Bewijs van aanvaarding (door de WHO) of een kopie van de ATC-codelijst. |
|||||
|
|
2. |
Herziene productinformatie. |
|||||
E.4
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
2 |
1, 2 |
IAIN |
|||
|
|
|
1 |
1, 2 |
IAIN |
|||
|
|
|
1 |
1, 2, 3 |
IA |
|||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De fysieke locatie van de betrokken fabricagelocatie en alle fabricagehandelingen moeten gelijk blijven. |
|||||
|
|
2. |
De houder van de vergunning voor het in de handel brengen moet dezelfde rechtspersoon blijven. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Een officieel document van een relevante officiële instantie (bv. kamer van koophandel of, indien niet beschikbaar, een bevoegde instantie) waarin de nieuwe naam en/of het nieuwe adres wordt genoemd of, indien beschikbaar, een kopie van de gewijzigde vergunning voor vervaardiging. |
|||||
|
|
2. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier, in voorkomend geval met inbegrip van herziene productinformatie. |
|||||
|
|
3. |
Bij een verandering in de naam van de houder van het basisdossier werkzame stof, een bijgewerkt “toegangsbewijs”. |
|||||
E.5
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
1, 2 |
1 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
Er moet ten minste één locatie/fabrikant overblijven, zoals eerder is toegelaten, die dezelfde functie uitvoert als degene(n) die bij de schrapping is of zijn betrokken. In voorkomend geval blijft ten minste één voor de vrijgave van charges verantwoordelijke fabrikant die de producttests kan certificeren ten behoeve van de vrijgave van charges in de EU/EER, in de EU/EER. |
|||||
|
|
2 |
De schrapping mag niet het gevolg zijn van belangrijke tekortkomingen betreffende de fabricage. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier, in voorkomend geval met inbegrip van herziene productinformatie. |
|||||
Q. KWALITEITSVERANDERINGEN
Q.I Werkzame stof
Q.I.a) Vervaardiging
Q.I.a.1
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||||||
|
Fabricagelocatie voor een werkzame stof, uitgangsstof of tussenproduct |
|||||||||||
|
|
(a) |
Toevoeging of vervanging van een fabricagelocatie voor een werkzame stof of tussenproduct |
1, 2, 3 |
1, 2, 3, 4, 5, 6 |
IAIN |
||||||
|
|
(b) |
Toevoeging of vervanging van een fabricagelocatie voor een werkzame stof of tussenproduct waarvoor een ingrijpende actualisering van het dossiergedeelte betreffende de relevante werkzame stof vereist is, bijvoorbeeld bij gebruik van een wezenlijk andere syntheseweg of fabricageomstandigheden, waardoor belangrijke kwaliteitskenmerken van de werkzame stof kunnen veranderen, zoals het kwalitatieve en/of kwantitatieve verontreinigingsprofiel waarvoor kwalificatie nodig is, of fysisch-chemische eigenschappen die van invloed zijn op de biobeschikbaarheid |
|
|
II |
||||||
|
|
(c) |
Toevoeging of vervanging van een fabricagelocatie voor een uitgangsstof die wordt gebruikt bij de fabricage van de werkzame stof of het reagens met een verplichte vermelding in het dossier |
1, 2, 3 |
1, 2, 3, 4, 6 |
IA |
||||||
|
|
(d) |
Toevoeging of vervanging van een fabricagelocatie voor
|
|
|
II |
||||||
|
|
(e) |
Toevoeging of vervanging van een nieuwe leverancier van een uitgangsstof voor kruidengeneesmiddelen of van een nieuwe fabricagelocatie voor een werkzame stof van een kruidengeneesmiddel, waarbij gebruik wordt gemaakt van dezelfde of een andere plantmethode (d.w.z. gekweekte of wilde planten) |
|
1, 4, 5, 6, 7, 8 |
IB |
||||||
|
|
(f) |
Toevoeging van een fabricagelocatie voor de in het basisdossier werkzame stof (BDWS) opgenomen stof |
|
|
II |
||||||
|
|
(g) |
Toevoeging of vervanging van een fabricagelocatie die verantwoordelijk is voor de sterilisatie van de werkzame stof waarbij een werkwijze van de Europese Farmacopee wordt gebruikt |
|
1, 2, 4, 9 |
IB |
||||||
|
|
(h) |
Toevoeging of vervanging van een fabricagelocatie die verantwoordelijk is voor de micronisatie van de werkzame stof |
2, 4 |
1, 4, 5 |
IA |
||||||
|
Testregelingen voor de kwaliteitsbewaking van de werkzame stof, de uitgangsstof of het tussenproduct |
|||||||||||
|
|
(i) |
Toevoeging of vervanging van een locatie voor chargecontrole/-beproeving van de werkzame stof, de uitgangsstof of het tussenproduct die/dat wordt gebruikt bij de vervaardiging van een biologische werkzame stof, met gebruikmaking van een biologische/immunologische/immunochemische analytische methode |
|
1, 9, 10 |
IB |
||||||
|
|
(j) |
Toevoeging of vervanging van een locatie voor chargecontrole/-beproeving voor
met gebruikmaking van fysisch-chemische en/of microbiologische analytische procedures |
5, 6 |
1 |
IA |
||||||
|
Overige |
|||||||||||
|
|
(k) |
Toevoeging of vervanging van een opslaglocatie van moedercelbank en/of werkcelbanken |
7 |
1 |
IA |
||||||
|
|
Voorwaarden |
||||||||||
|
|
1. |
Voor uitgangsstoffen zijn de specificaties en analytische procedures identiek aan die welke reeds zijn goedgekeurd. Voor tussenproducten en werkzame stoffen zijn de specificaties (inclusief procesinterne controles, analytische procedures), de bereidingsmethode (inclusief chargegrootte) en de gedetailleerde syntheseweg identiek aan die welke reeds zijn goedgekeurd. Voor werkzame stoffen van kruidengeneesmiddelen blijven de geografische herkomst, de productie van de uitgangsstof voor het kruidengeneesmiddel/de kruidensubstantie en het fabricageprocedé van de werkzame stof van het kruidengeneesmiddel gelijk aan die welke reeds zijn goedgekeurd. |
|||||||||
|
|
2. |
De werkzame stof is geen biologische of steriele stof. |
|||||||||
|
|
3. |
Wanneer in het proces materialen van menselijke of dierlijke herkomst worden gebruikt, doet de fabrikant geen beroep op nieuwe leveranciers voor wie een beoordeling vereist is inzake virale veiligheid of naleving van de huidige “Note for Guidance on Minimising the Risk of Transmitting Animal Spongiform Encephalopathy Agents via Human and Veterinary Medicinal Products”. |
|||||||||
|
|
4. |
De specificaties van de deeltjesgrootte van de werkzame stof en de bijbehorende analytische procedure blijven hetzelfde. |
|||||||||
|
|
5. |
De methodeoverdracht van de oude naar de nieuwe locatie is met succes volbracht. |
|||||||||
|
|
6. |
De analytische procedure is geen biologische/immunologische/immunochemische procedure. |
|||||||||
|
|
7. |
Voor moedercelbank en/of werkcelbanken zijn de opslagvoorwaarden identiek aan die welke reeds zijn goedgekeurd. |
|||||||||
|
|
Documentatie |
||||||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||||||
|
|
2. |
Een verklaring van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen (en, in voorkomend geval, van de BDWS-houder) dat de uitgangsstof (specificaties en analytische procedures) en de syntheseweg, de procedures voor kwaliteitsbewaking en specificaties van de werkzame stof die en van het tussenproduct dat wordt gebruikt in het fabricageprocedé van de werkzame stof, gelijk zijn aan die welke reeds zijn goedgekeurd. Voor werkzame stoffen van kruidengeneesmiddelen, een verklaring dat de geografische herkomst, de productie van de uitgangsstof voor het kruidengeneesmiddel/de kruidensubstantie en het fabricageprocedé van de werkzame stoffen van het kruidengeneesmiddel, gelijk zijn aan die welke reeds zijn goedgekeurd. |
|||||||||
|
|
3. |
Ofwel een TSE-goedkeuringscertificaat van de Europese Farmacopee voor elke nieuwe materiaalbron of, indien van toepassing, gedocumenteerd bewijs dat de specifieke bron van het TSE-risicomateriaal eerder is beoordeeld door de bevoegde instantie en aantoonbaar voldoet aan de huidige “Note for Guidance on Minimising the Risk of Transmitting Animal Spongiform Encephalopathy Agents via Human and Veterinary Medicinal Products”. De informatie moet de volgende gegevens bevatten: naam van de fabrikant, soort en weefsel waarvan het materiaal een derivaat is, land van herkomst van de brondieren, het gebruik en eerdere acceptatie. Voor de gecentraliseerde procedure moeten deze gegevens zijn opgenomen in een geactualiseerde TSE-tabel A (en B indien relevant). |
|||||||||
|
|
4. |
Analysegegevens van de charge (in een vergelijkende tabel) voor ten minste twee charges (ten minste op proefschaal) [of drie charges voor biologische stoffen (tenzij gemotiveerd wordt waarom dit niet nodig is)] van de werkzame stof/uitgangsstof voor de huidige en voorgestelde fabrikanten/locaties. |
|||||||||
|
|
5. |
Een verklaring door de bevoegde persoon van elke houder van de vergunning voor de vervaardiging die wordt genoemd in de aanvraag, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt als uitgangsstof, en een verklaring door de bevoegde persoon van elke houder van de vergunning voor de vervaardiging die in de aanvraag wordt genoemd als verantwoordelijke voor de vrijgave van charges. In deze verklaringen moet worden vermeld dat de fabrikant(en) van de werkzame stof die in de aanvraag wordt/worden genoemd, handelt/handelen in overeenstemming met de gedetailleerde richtsnoeren voor goede fabricagepraktijken voor uitgangsstoffen. In bepaalde gevallen kan één enkele verklaring worden aanvaard (zie de opmerking bij wijziging nummer Q.II.b.1). |
|||||||||
|
|
6. |
In voorkomend geval, een toezegging van de fabrikant van de werkzame stof om de houder van de vergunning voor het in de handel brengen te informeren over elke verandering in het fabricageprocedé, de specificaties en de analytische procedures van de werkzame stof. |
|||||||||
|
|
7. |
Voor uitgangsstoffen voor kruidengeneesmiddelen, een gedetailleerde vergelijking betreffende de specificaties en belangrijke kwaliteitskenmerken van de uitgangsstoffen voor het kruidengeneesmiddel. Voor werkzame stoffen van kruidengeneesmiddelen, een gedetailleerde vergelijking betreffende de specificaties en belangrijke kwaliteitskenmerken van de uitgangsstoffen voor het kruidengeneesmiddel (bv. voor extracten: verwijzing naar de uitgangsstof voor het kruidengeneesmiddel (met inbegrip van de binominale naam en het deel van de plant), de fysische toestand, het extractiesolvent (aard en concentratie), de geneesmiddel/extractverhouding en het fabricageprocedé (met inbegrip van een stapsgewijze vergelijking van alle productiestappen in een tabelvorm). |
|||||||||
|
|
8. |
Voor leveranciers van uitgangsstoffen voor kruidengeneesmiddelen, een GACP-verklaring (“Guideline on Good Agricultural and Collection Practice”) van de nieuwe leverancier (alsmede een verklaring door de bevoegde persoon indien de nieuwe leverancier ook betrokken is bij de fabricage van de werkzame stof van het kruidengeneesmiddel). |
|||||||||
|
|
9. |
Geldig bewijs dat de voorgestelde locatie voldoet aan de goede fabricagepraktijken (GMP) voor de betreffende fabricagehandeling en/of test(s):
|
|||||||||
|
|
10. |
De overdrachtprotocollen in het kader van de analytische procedure overeenkomstig EudraLex, deel 4, hoofdstuk 6, artikel 6.39 (waarbij de acceptatiecriteria zijn voorgeschreven), betreffende de overdracht van de oude naar de nieuwe locatie (of het nieuwe testlaboratorium). |
|||||||||
Q.I.a.2
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Kleine verandering in het fabricageprocedé |
1, 2, 3, 4, 5 |
1, 2, 3, 4 |
IA |
||
|
|
(b) |
Ingrijpende verandering in een fabricageprocedé die significante gevolgen kan hebben voor de kwaliteit, veiligheid of werkzaamheid van het eindproduct |
|
|
II |
||
|
|
(c) |
Verandering in de geografische herkomst van een uitgangsstof voor een kruidengeneesmiddel en/of de productie van een kruidensubstantie |
|
1, 2, 3, 4, 5 |
IB |
||
|
|
(d) |
Kleine verandering in het vertrouwelijke gedeelte van een basisdossier werkzame stof |
|
1, 2, 3, 6 |
IB |
||
|
|
(e) |
Schrapping van een fabricageprocedé |
6, 7 |
1 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
Geen nadelige verandering in het kwalitatieve en kwantitatieve verontreinigingsprofiel of in de fysisch-chemische eigenschappen. |
|||||
|
|
2. |
Voor een chemische werkzame stof: de syntheseweg blijft dezelfde, d.w.z. de tussenproducten blijven dezelfde en er worden geen nieuwe reagentia, katalysatoren of oplosmiddelen gebruikt in het proces. Voor werkzame stoffen van kruidengeneesmiddelen: de geografische herkomst, de productie van de uitgangsstof voor het kruidengeneesmiddel/de kruidensubstantie en het fabricageprocedé van de werkzame stof van het kruidengeneesmiddel blijven hetzelfde. Voor een biologische werkzame stof/uitgangsstof/tussenproduct: de productiestappen blijven hetzelfde en er zijn geen veranderingen in de fabricageparameters (kritische en niet-kritische productieprocessen en procesinterne controles) of in de specificaties van de uitgangsstoffen, de tussentijdse producten of de werkzame stof. Voor alle parameters: er zijn geen veranderingen in het eindproduct. |
|||||
|
|
3. |
De specificaties van de werkzame stof of de tussenproducten blijven onveranderd. |
|||||
|
|
4. |
De verandering wordt volledig beschreven in het open (“aanvragers”) gedeelte van een basisdossier werkzame stof, indien van toepassing. |
|||||
|
|
5. |
De verandering is niet het gevolg van onverwachte gebeurtenissen tijdens de fabricage of van stabiliteitsproblemen, noch van een veiligheids- of kwaliteitskwestie. |
|||||
|
|
6. |
De schrapping mag niet het gevolg zijn van belangrijke tekortkomingen betreffende de fabricage. |
|||||
|
|
7. |
Er moet ten minste één fabricageprocedé overblijven, zoals eerder is toegelaten. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
|
|
2. |
Analysegegevens van de charge (in een vergelijkende tabel) voor ten minste twee charges van de werkzame stof of het tussenproduct (ten minste op proefschaal) die zijn geproduceerd volgens het huidige toegelaten en voorgestelde procedé. |
|||||
|
|
3. |
Kopie van de goedgekeurde specificaties van de werkzame stof (als bijlage bij het aanvraagformulier). |
|||||
|
|
4. |
Een verklaring van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen dat er een beoordeling is verricht en dat de kleine veranderingen niet van invloed zijn op de kwaliteit, veiligheid of werkzaamheid van de werkzame stof/het eindproduct (bv. kleine veranderingen in de procesbeschrijving die geen daadwerkelijke veranderingen in het proces zelf tot gevolg hebben, waaronder bijzonderheden over reagentia (bv. buffers, bereiding van het medium)). Voor uitgangsstoffen/werkzame stoffen van kruidengeneesmiddelen moet deze beoordeling een gedetailleerde kwaliteitsvergelijking betreffende proceskenmerken bevatten (bv. voor extracten: extractietijd, temperatuur, druk). |
|||||
|
|
5. |
Voor uitgangsstoffen voor kruidengeneesmiddelen, een geactualiseerde GACP-verklaring en een verklaring van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen dat het fabricageprocedé van de werkzame stof van het kruidengeneesmiddel hetzelfde blijft. |
|||||
|
|
6. |
Een verklaring van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen (en in voorkomend geval van de BDWS-houder) dat er geen verandering is in het kwalitatieve en kwantitatieve verontreinigingsprofiel of in de fysisch-chemische eigenschappen, dat de syntheseweg gelijk blijft en dat de specificaties van de werkzame stof of de tussenproducten dezelfde blijven. |
|||||
|
|||||||
Q.I.a.3
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Vergroting in vergelijking met de oorspronkelijk goedgekeurde chargegrootte |
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 |
1, 2, 3 |
IA |
||
|
|
(b) |
Verkleining van de goedgekeurde chargegrootte |
1, 2, 3, 4, 5, 6, 8 |
1, 2, 3 |
IA |
||
|
|
(c) |
De verandering in chargegrootte van een biologische werkzame stof/tussenproduct vereist een beoordeling van vergelijkbaarheid |
|
|
II |
||
|
|
(d) |
De schaal voor een biologische werkzame stof/tussenproduct is vergroot of verkleind zonder procesverandering (bv. dubbele lijn) |
|
1, 2, 4 |
IB |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
Veranderingen in de productiemethoden zijn alleen die welke noodzakelijk zijn voor de schaalvergroting of schaalverkleining, bv. gebruik van apparatuur van een andere omvang. |
|||||
|
|
2. |
De testresultaten van ten minste twee charges volgens de specificaties moeten beschikbaar zijn voor de voorgestelde chargegrootte. |
|||||
|
|
3. |
De werkzame stof is geen biologische stof. |
|||||
|
|
4. |
De verandering heeft geen nadelige invloed op de reproduceerbaarheid van het proces. |
|||||
|
|
5. |
De verandering wordt volledig beschreven in het open (“aanvragers”) gedeelte van een basisdossier werkzame stof, indien van toepassing. |
|||||
|
|
6. |
De specificaties van de werkzame stof of het tussenproduct blijven gelijk en de controlestrategie voor verontreinigingen is geëvalueerd en is nog altijd passend. |
|||||
|
|
7. |
De werkzame stof is niet steriel. |
|||||
|
|
8. |
De verandering mag niet het gevolg zijn van onverwachte gebeurtenissen tijdens de fabricage of van stabiliteitsproblemen. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
|
|
2. |
Analysegegevens van de charge (in een vergelijkende tabel) voor minimaal twee productiecharges van de werkzame stof of het tussenproduct, vervaardigd volgens zowel de huidige goedgekeurde als de voorgestelde grootte. Analysegegevens van drie charges (tenzij gemotiveerd wordt waarom dit niet nodig is) voor biologische werkzame stoffen moeten beschikbaar zijn voor de voorgestelde chargegrootte. |
|||||
|
|
3. |
Een verklaring van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen (en in voorkomend geval van de BDWS-houder) dat de veranderingen in de productiemethoden alleen die zijn welke noodzakelijk zijn voor de schaalvergroting of schaalverkleining, bv. gebruik van apparatuur van een andere omvang, dat zij geen nadelige invloed hebben op de reproduceerbaarheid van het proces, dat zij niet het gevolg zijn van onverwachte gebeurtenissen tijdens de fabricage of van stabiliteitsproblemen en dat de specificaties van de werkzame stof of het tussenproduct gelijk blijven. |
|||||
|
|
4. |
Voor biologische werkzame stoffen, een motivering dat er geen beoordeling van de vergelijkbaarheid nodig is. |
|||||
Q.I.a.4
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||||||||||||
|
|
(a) |
Kleine verandering in de grenswaarden voor procesinterne controles |
1, 2, 3, 4, 5 |
1, 2 |
IA |
||||||||||||
|
|
(b) |
Toevoeging van nieuwe procesinterne controles en grenswaarden, inclusief de bijbehorende analytische procedure |
1, 2, 5, 6 |
1, 2, 3, 4, 5 |
IA |
||||||||||||
|
|
(c) |
Schrapping van een niet-significante of verouderde procesinterne controle |
1, 2, 5, 7, 8 |
1, 2, 6 |
IA |
||||||||||||
|
|
(d) |
Uitbreiding van de goedgekeurde grenswaarden voor een procesinterne controle die een significante invloed kan hebben op de algemene kwaliteit van de werkzame stof |
|
|
II |
||||||||||||
|
|
(e) |
Schrapping van een procesinterne test die een significante invloed kan hebben op de algemene kwaliteit van de werkzame stof |
|
|
II |
||||||||||||
|
|
(f) |
Verandering in een analytische procedure voor een procesinterne controle |
2, 4, 5, 9, 10 |
1 |
IA |
||||||||||||
|
|
(g) |
Vervanging van een procesinterne controle, inclusief de bijbehorende analytische procedure |
|
1, 2, 3, 4, 5 |
IB |
||||||||||||
|
|
Voorwaarden |
||||||||||||||||
|
|
1. |
De verandering is niet het gevolg van een bij vroegere beoordelingen gedane toezegging om de grenswaarden voor een procesinterne controle te herzien (bv. gedaan tijdens de procedure voor de aanvraag van een vergunning voor het in de handel brengen of een procedure voor een wijziging van type II). |
|||||||||||||||
|
|
2. |
De verandering is niet het gevolg van onverwachte gebeurtenissen tijdens de fabricage, noch van een veiligheids- of kwaliteitskwestie (bv. een nieuw ontdekte ongekwalificeerde verontreiniging of een verandering in totale verontreinigingsgrenswaarden). |
|||||||||||||||
|
|
3. |
De veranderingen moeten binnen het bereik van de momenteel goedgekeurde grenswaarden liggen. |
|||||||||||||||
|
|
4. |
De analytische procedure blijft dezelfde of de veranderingen in de analytische procedure zijn beperkt (zo is een verandering in de kolomlengte of de temperatuur toegestaan, maar niet een ander type kolom of methode). |
|||||||||||||||
|
|
5. |
De verandering wordt volledig beschreven in het open (“aanvragers”) gedeelte van een basisdossier werkzame stof, indien van toepassing. |
|||||||||||||||
|
|
6. |
Nieuwe analytische procedures hebben geen betrekking op een nieuwe niet-gestandaardiseerde techniek of een gestandaardiseerde techniek die op een nieuwe wijze wordt gebruikt. |
|||||||||||||||
|
|
7. |
De procesinterne controle heeft geen betrekking op een kritisch kenmerk, bv.:
|
|||||||||||||||
|
|
8. |
De verandering heeft geen betrekking op een wijziging van de controlestrategie met als doel het beperken van het testen van parameters en kenmerken (kritisch of niet-kritisch). |
|||||||||||||||
|
|
9. |
De nieuwe analytische procedure is geen biologische/immunologische/immunochemische procedure. |
|||||||||||||||
|
|
10. |
Er is adequaat onderzoek uitgevoerd overeenkomstig de desbetreffende richtsnoeren waarin is aangetoond dat de aangepaste analytische procedure minimaal gelijkwaardig is aan de oude analytische procedure. |
|||||||||||||||
|
|
Documentatie |
||||||||||||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||||||||||||
|
|
2. |
Vergelijkende tabel van huidige en voorgestelde procesinterne controles en grenswaarden. |
|||||||||||||||
|
|
3. |
Details van nieuwe, niet in een farmacopee opgenomen analysemethoden en valideringsgegevens, indien van toepassing. |
|||||||||||||||
|
|
4. |
Analysegegevens van de charge voor twee productiecharges van de werkzame stof voor alle specificatiekenmerken. |
|||||||||||||||
|
|
5. |
Rechtvaardiging van de vergunninghouder, respectievelijk de BDWS-houder, voor de nieuwe procesinterne controle en grenswaarden. |
|||||||||||||||
|
|
6. |
Rechtvaardiging/risicobeoordeling van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen, respectievelijk de BDWS-houder, waarin wordt aangetoond dat de procesinterne controles niet significant zijn of dat de procesinterne controles verouderd zijn. |
|||||||||||||||
Q.I.a.5
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Vervanging van de stam(men) van een seizoensgebonden, prepandemie- of pandemievaccin tegen humane influenza |
|
|
II |
||
Q.I.a.6
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Vervanging van of, na instemming van de relevante instanties, toevoeging van een serotype, stam, antigeen of coderende sequentie of combinatie van serotypen, stammen, antigenen of coderende sequenties voor een vaccin tegen humane coronavirussen of een ander vaccin waarmee mogelijk een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid in de Unie kan worden aangepakt |
|
|
II |
||
|
|
(b) |
Schrapping van een serotype, stam, antigeen of coderende sequentie of combinatie van serotypen, stammen, antigenen of coderende sequenties voor een vaccin tegen humane coronavirussen of een ander vaccin waarmee mogelijk een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid in de Unie kan worden aangepakt |
|
1, 2, 3, 4 |
IB |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Verklaring dat de resterende productpresentatie(s) toereikend is (zijn) voor de doseringsinstructies en behandelingsduur zoals genoemd in de samenvatting van de productkenmerken, en dat de schrapping in beginsel is overeengekomen met het Bureau. |
|||||
|
|
2. |
Wijziging van de relevante gedeelte(n) van het dossier, indien van toepassing. |
|||||
|
|
3. |
Verklaring dat het/de serotype, stam, antigeen of coderende sequentie niet langer passend is gezien de epidemiologische ontwikkeling van het desbetreffende virus. |
|||||
|
|
4. |
Herziene productinformatie. |
|||||
Q.I.b) Controle van de werkzame stof
Q.I.b.1
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||||||||||||
|
|
(a) |
Verandering in de gespecificeerde acceptatiecriteria voor eindproducten waarvoor officiële vrijgave van de charges door de controle-instanties vereist is |
1, 2, 3 |
1, 2 |
IAIN |
||||||||||||
|
|
(b) |
Verandering die binnen de gespecificeerde acceptatiecriteria valt |
1, 2, 3, 4 |
1, 2 |
IA |
||||||||||||
|
|
(c) |
Toevoeging van een nieuw specificatiekenmerk, inclusief de bijbehorende analytische procedure en acceptatiecriteria |
1, 2, 4, 5, 6 |
1, 2, 3, 4, 5 |
IA |
||||||||||||
|
|
(d) |
Schrapping van een niet-significant of verouderd specificatiekenmerk |
1, 2, 4, 7, 8 |
1, 2, 6 |
IA |
||||||||||||
|
|
(e) |
Schrapping van een specificatiekenmerk die een significant effect kan hebben op de totale kwaliteit van de werkzame stof en/of het eindproduct |
|
|
II |
||||||||||||
|
|
(f) |
Verandering die buiten de gespecificeerde acceptatiecriteria voor de werkzame stof valt |
|
|
II |
||||||||||||
|
|
(g) |
Verandering die buiten de gespecificeerde acceptatiecriteria voor een uitgangsstof/reagens/tussenproduct valt en een significant effect kan hebben op de totale kwaliteit van de werkzame stof en/of het eindproduct |
|
|
II |
||||||||||||
|
|
(h) |
Verandering die buiten de gespecificeerde acceptatiecriteria voor een uitgangsstof/reagens/tussenproduct valt |
|
1, 2, 4, 5 |
IB |
||||||||||||
|
|
(i) |
Verandering in een specificatiekenmerk voor de werkzame stof van “intern” naar een niet-officiële farmacopee of een farmacopee van een derde land wanneer er in de Europese Farmacopee of de nationale farmacopee van een lidstaat geen monografie bestaat |
|
1, 2, 3, 4, 5 |
IB |
||||||||||||
|
|
(j) |
Verandering in de analytische marker of een uitbreiding van de acceptatiecriteria van de analytische marker (andere extracten) voor de werkzame stof van een kruidengeneesmiddel |
|
1, 2, 3, 4, 5 |
IB |
||||||||||||
|
|
(k) |
Verandering in de tests betreffende het specificatiekenmerk van de werkzame stof, van routinematige tests naar periodieke tests en omgekeerd |
|
1, 2, 7 |
IB |
||||||||||||
|
|
(l) |
Vervanging van een specificatiekenmerk, inclusief de bijbehorende analytische procedure |
|
1, 2, 3, 4 |
IB |
||||||||||||
|
|
Voorwaarden |
||||||||||||||||
|
|
1. |
De verandering is niet het gevolg van een bij vroegere beoordelingen gedane toezegging om de gespecificeerde acceptatiecriteria te herzien (bv. gedaan tijdens de procedure voor de aanvraag van een vergunning voor het in de handel brengen of een procedure voor een wijziging van type II). |
|||||||||||||||
|
|
2. |
De verandering is niet het gevolg van onverwachte gebeurtenissen tijdens de fabricage, noch van een veiligheids- of kwaliteitskwestie (bv. nieuwe ongekwalificeerde verontreiniging, verandering in totale verontreinigingsgrenswaarden). |
|||||||||||||||
|
|
3. |
De analytische procedure blijft gelijk. |
|||||||||||||||
|
|
4. |
De verandering wordt volledig beschreven in het open (“aanvragers”) gedeelte van een basisdossier werkzame stof, indien van toepassing. |
|||||||||||||||
|
|
5. |
De verandering betreft geen genotoxische verontreiniging van een van de materialen (met inbegrip van nitrosaminen). Als de uiteindelijke werkzame stof bij de verandering betrokken is, moet — in tegenstelling tot residuale oplossingsmiddelen die met de ICH-grenswaarden moeten overeenstemmen — elke controle van een nieuwe verontreiniging overeenstemmen met de Europese Farmacopee of de nationale farmacopee van een lidstaat. |
|||||||||||||||
|
|
6. |
Nieuwe analytische procedures hebben geen betrekking op een nieuwe niet-gestandaardiseerde techniek of een gestandaardiseerde techniek die op een nieuwe wijze wordt gebruikt. |
|||||||||||||||
|
|
7. |
De verandering heeft geen betrekking op een wijziging van de controlestrategie met als doel het beperken van het testen van parameters en kenmerken (kritisch of niet-kritisch). |
|||||||||||||||
|
|
8. |
Het specificatiekenmerk betreft geen kritisch kenmerk, zoals:
|
|||||||||||||||
|
|
Documentatie |
||||||||||||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||||||||||||
|
|
2. |
Vergelijkende tabel van huidige en voorgestelde specificaties. |
|||||||||||||||
|
|
3. |
Details van nieuwe analytische procedures en valideringsgegevens, indien van toepassing. |
|||||||||||||||
|
|
4. |
Analysegegevens van de charge voor twee productiecharges [drie productiecharges voor biologische stoffen (tenzij gemotiveerd wordt waarom dit niet nodig is)] van de relevante stof voor alle specificatiekenmerken. |
|||||||||||||||
|
|
5. |
Rechtvaardiging van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen, respectievelijk de BDWS-houder, voor het nieuwe specificatiekenmerk en de acceptatiecriteria. |
|||||||||||||||
|
|
6. |
Rechtvaardiging/risicobeoordeling van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen, respectievelijk de BDWS-houder, waarin wordt aangetoond dat het specificatiekenmerk niet significant is of dat het specificatiekenmerk verouderd is. |
|||||||||||||||
|
|
7. |
Rechtvaardiging van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen, respectievelijk de BDWS-houder, voor de verandering in de tests betreffende het specificatiekenmerk. Een verandering van routinematige tests naar periodieke tests is gerechtvaardigd wanneer het fabricageprocedé is gebaseerd op en wordt ondersteund door voldoende historische gegevens die in overeenstemming zijn met de specificatie of zijn vastgelegd in relevante richtsnoeren. Een verandering van periodieke tests naar routinematige tests moet worden ondersteund door analytische gegevens waaruit blijkt dat de gespecificeerde periodieke tests niet voldoen aan de goedgekeurde acceptatiecriteria. |
|||||||||||||||
Q.I.b.2
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
Verandering in de analytische procedure voor een werkzame stof |
|||||||
|
|
(a) |
Kleine verandering in een analytische procedure voor de werkzame stof |
1, 2, 3, 4 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
(b) |
Schrapping van een analytische procedure voor de werkzame stof als er al een alternatieve procedure is goedgekeurd |
4, 5 |
1 |
IA |
||
|
|
(c) |
Invoering of vervanging van of een ingrijpende verandering in een biologische/immunologische/immunochemische analytische procedure voor een werkzame stof |
|
|
II |
||
|
|
(d) |
Andere veranderingen in een analytische procedure (inclusief vervanging of toevoeging) voor de werkzame stof |
|
1, 2 |
IB |
||
|
Verandering in de analytische procedure voor een uitgangsstof/reagens/tussenproduct die/dat in het fabricageprocedé van de werkzame stof wordt gebruikt |
|||||||
|
|
(e) |
Kleine verandering in een analytische procedure voor een uitgangsstof/reagens/tussenproduct |
1, 2, 3, 4 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
(f) |
Schrapping van een analytische procedure voor een uitgangsstof/reagens/tussenproduct, als er al een alternatieve analytische procedure is goedgekeurd |
4, 5 |
1 |
IA |
||
|
|
(g) |
Invoering of vervanging van of verandering in een biologische/immunologische/immunochemische analytische procedure voor een uitgangsstof/reagens/tussenproduct die/dat in het fabricageprocedé van een werkzame stof wordt gebruikt |
|
1, 2 |
IB |
||
|
|
(h) |
Andere verandering in een analytische procedure (inclusief vervanging of toevoeging) voor een uitgangsstof/reagens/tussenproduct |
1, 2, 4, 6, 7 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
Er is adequaat valideringsonderzoek uitgevoerd overeenkomstig de desbetreffende richtsnoeren waarin is aangetoond dat de aangepaste analytische procedure minimaal gelijkwaardig is aan de oude analytische procedure. |
|||||
|
|
2. |
Er zijn geen veranderingen in de totale verontreinigingsgrenswaarden en er zijn geen nieuwe ongekwalificeerde verontreinigingen aangetroffen. |
|||||
|
|
3. |
De analysemethode moet dezelfde blijven (bv. een verandering in de kolomlengte of de temperatuur, maar niet een ander type kolom of methode). |
|||||
|
|
4. |
De verandering wordt volledig beschreven in het open (“aanvragers”) gedeelte van een basisdossier werkzame stof, indien van toepassing. |
|||||
|
|
5. |
Er is al een alternatieve analytische procedure goedgekeurd voor het specificatiekenmerk. |
|||||
|
|
6. |
Nieuwe analytische procedures hebben geen betrekking op een nieuwe niet-gestandaardiseerde techniek of een gestandaardiseerde techniek die op een nieuwe wijze wordt gebruikt. |
|||||
|
|
7. |
De analytische procedure is geen biologische/immunologische/immunochemische procedure. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in de EU-CTD-indeling), inclusief een beschrijving van de analysemethode, een samenvatting van de valideringsgegevens en herziene specificaties. |
|||||
|
|
2. |
Vergelijkende valideringsresultaten of, indien gerechtvaardigd, vergelijkende analyseresultaten waaruit blijkt dat de huidige analytische procedure en de voorgestelde analytische procedure gelijkwaardig zijn. Deze eis geldt niet bij de toevoeging van een nieuwe analytische procedure, tenzij de nieuwe analytische procedure wordt toegevoegd als alternatieve procedure voor de huidige procedure. |
|||||
Q.I.b.3
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Vervanging van een interne referentienorm/intern referentiepreparaat waarvoor geen goedgekeurd kwalificatieprotocol bestaat (1) |
|
|
II |
||
|
|
(b) |
Vervanging van een interne referentienorm/intern referentiepreparaat waarvoor geen goedgekeurd kwalificatieprotocol bestaat, wanneer de resultaten van vergelijkbaarheidstests op basis van de huidige en voorgestelde referentienormen/referentiepreparaten voorhanden zijn |
|
1, 2 |
IB |
||
|
|
(c) |
Invoering van een kwalificatieprotocol voor de opstelling/vervanging van een interne referentienorm of intern referentiepreparaat (2) |
|
|
II |
||
|
|
(d) |
Ingrijpende verandering in het kwalificatieprotocol voor de opstelling/vervanging van een interne referentienorm die of intern referentiepreparaat dat een significante invloed kan hebben op de kwaliteit, veiligheid of werkzaamheid van de werkzame stof |
|
|
II |
||
|
|
(e) |
Een andere verandering in het kwalificatieprotocol voor de opstelling/vervanging van een interne referentienorm of intern referentiepreparaat |
|
1 |
IB |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in de EU-CTD-indeling), inclusief een beschrijving van de opstelling en kwalificatie van de nieuwe interne referentienorm. |
|||||
|
|
2. |
Vergelijkende testresultaten waaruit blijkt dat de huidige interne referentienorm en de voorgestelde interne referentienorm gelijkwaardig zijn. |
|||||
Q.I.c) Sluitsysteem van de recipiënt
Q.I.c.1
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Verandering in de primaire verpakking van een niet-vloeibare werkzame stof |
1, 2, 3 |
1, 2, 3, 4 |
IA |
||
|
|
(b) |
Verandering in de primaire verpakking van een steriele vloeibare werkzame stof |
|
|
II |
||
|
|
(c) |
Verandering in de primaire verpakking van een niet-steriele vloeibare werkzame stof |
|
1, 2, 4, 5 |
IB |
||
|
|
(d) |
Schrapping van een van de toegelaten primaire verpakkingen van de werkzame stof |
4 |
1 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
Het voorgestelde verpakkingsmateriaal moet ten minste gelijkwaardig zijn aan het goedgekeurde materiaal wat de relevante eigenschappen ervan betreft. |
|||||
|
|
2. |
Er is relevant stabiliteitsonderzoek gestart onder ICH-omstandigheden en er zijn relevante stabiliteitsparameters beoordeeld bij ten minste twee charges op proefschaal of op industriële schaal, en de aanvrager beschikt op het moment van toepassing over bevredigende stabiliteitsgegevens over een periode van ten minste drie maanden. Echter, als de voorgestelde verpakking resistenter is dan de bestaande verpakking, hoeven de stabiliteitsgegevens voor de periode van drie maanden nog niet beschikbaar te zijn. Dit onderzoek moet zijn afgerond en de gegevens moeten onmiddellijk aan de bevoegde instanties worden verstrekt indien zij buiten de specificaties vallen of aan het eind van de houdbaarheidstermijn/herbeproevingstermijn mogelijk buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). |
|||||
|
|
3. |
De werkzame stof is geen steriele werkzame stof of biologische werkzame stof. |
|||||
|
|
4. |
Er moet ten minste één verpakking overblijven die geschikt is voor de opslag van de werkzame stof onder de toegelaten voorwaarden. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
|
|
2. |
Relevante gegevens over de nieuwe verpakking (waaronder vergelijkende gegevens over doorlaatbaarheid voor bv. O2, CO2 en vocht). Waar nodig moet worden aangetoond dat de interactie tussen de inhoud en het verpakkingsmateriaal niet van invloed is op de kwaliteit van de werkzame stof (bv. geen migratie van bestanddelen van het voorgestelde materiaal in de inhoud en geen verlies van bestanddelen van het product in de verpakking), inclusief bevestiging dat het materiaal voldoet aan de desbetreffende eisen uit de farmacopee of de EU-wetgeving inzake kunststof materialen en objecten die in contact komen met voedingsmiddelen. |
|||||
|
|
3. |
Een verklaring van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen, respectievelijk de BDWS-houder, dat het vereiste stabiliteitsonderzoek is gestart onder ICH-omstandigheden (waarbij de betreffende chargenummers zijn aangegeven) en dat, indien relevant, de aanvrager op het moment van toepassing beschikt over de vereiste minimale bevredigende stabiliteitsgegevens en dat de beschikbare gegevens geen problemen laten zien. Er moet eveneens worden verzekerd dat dit onderzoek zal worden voltooid en dat de gegevens onmiddellijk aan de bevoegde instanties zullen worden verstrekt indien zij buiten de specificaties vallen of aan het eind van de goedgekeurde houdbaarheidstermijn mogelijk buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). |
|||||
|
|
4. |
Vergelijking van de huidige en voorgestelde specificaties van de primaire verpakking, indien van toepassing. |
|||||
|
|
5. |
De resultaten van het onder ICH-omstandigheden uitgevoerde stabiliteitsonderzoek naar de relevante stabiliteitsparameters bij ten minste twee charges op proefschaal of industriële schaal voor een periode van ten minste drie maanden, en een verzekering dat dit onderzoek zal worden voltooid en dat de gegevens onmiddellijk aan de bevoegde instanties zullen worden verstrekt indien zij buiten de specificaties vallen of aan het eind van de goedgekeurde herbeproevingstermijn mogelijk buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). |
|||||
Q.I.c.2
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Verandering in de gespecificeerde acceptatiecriteria |
1, 2, 3, 4 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
(b) |
Toevoeging van een nieuw specificatiekenmerk aan de specificatie met bijbehorende analytische procedure |
1, 2, 5 |
1, 2, 3, 4 |
IA |
||
|
|
(c) |
Schrapping van een niet-significant of verouderd specificatiekenmerk |
1, 2, 6 |
1, 2, 5 |
IA |
||
|
|
(d) |
Vervanging van een specificatiekenmerk, inclusief de bijbehorende analytische procedure |
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De verandering is niet het gevolg van een bij vroegere beoordelingen gedane toezegging om de gespecificeerde acceptatiecriteria te herzien (bv. gedaan tijdens de procedure voor de aanvraag van een vergunning voor het in de handel brengen of een procedure voor een wijziging van type II) tenzij deze eerder is beoordeeld en is overeengekomen als onderdeel van een controlemaatregel. |
|||||
|
|
2. |
De verandering is niet het gevolg van onverwachte gebeurtenissen tijdens de fabricage van het verpakkingsmateriaal of van stabiliteitsproblemen tijdens de opslag van de werkzame stof, noch van een veiligheids- of kwaliteitskwestie. |
|||||
|
|
3. |
De veranderingen moeten binnen het bereik van de momenteel goedgekeurde acceptatiecriteria liggen. |
|||||
|
|
4. |
De analytische procedure blijft dezelfde, of er zijn slechts kleine veranderingen in de analytische procedure. |
|||||
|
|
5. |
Nieuwe analytische procedures hebben geen betrekking op een nieuwe niet-gestandaardiseerde techniek of een gestandaardiseerde techniek die op een nieuwe wijze wordt gebruikt. |
|||||
|
|
6. |
De verandering heeft geen betrekking op een wijziging van de controlestrategie met als doel het beperken van het testen van parameters en kenmerken (kritisch of niet-kritisch). |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
|
|
2. |
Vergelijkende tabel van huidige en voorgestelde specificaties. |
|||||
|
|
3. |
Details van nieuwe analytische procedures en valideringsgegevens, indien van toepassing. |
|||||
|
|
4. |
Rechtvaardiging van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen, respectievelijk de BDWS-houder, voor het nieuwe specificatiekenmerk en de acceptatiecriteria. |
|||||
|
|
5. |
Rechtvaardiging/risicobeoordeling van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen, respectievelijk de BDWS-houder, waarin wordt aangetoond dat het specificatiekenmerk niet significant is of dat het verouderd is. |
|||||
Q.I.c.3
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Kleine verandering in een goedgekeurde analytische procedure |
1, 2, 3 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
(b) |
Andere veranderingen in een analytische procedure (inclusief vervanging of toevoeging) |
1, 3 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
(c) |
Schrapping van een analytische procedure als er al een alternatieve analytische procedure is goedgekeurd |
4 |
1 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
Er is adequaat valideringsonderzoek uitgevoerd overeenkomstig de desbetreffende richtsnoeren waarin is aangetoond dat de aangepaste analytische procedure minimaal gelijkwaardig is aan de oude procedure. |
|||||
|
|
2. |
De analytische procedure moet dezelfde blijven (bv. een verandering in de kolomlengte of de temperatuur, maar niet een ander type kolom of methode). |
|||||
|
|
3. |
Nieuwe analytische procedures hebben geen betrekking op een nieuwe niet-gestandaardiseerde techniek of een gestandaardiseerde techniek die op een nieuwe wijze wordt gebruikt. |
|||||
|
|
4. |
Er is nog steeds een analytische procedure geregistreerd voor het specificatiekenmerk. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in de EU-CTD-indeling), inclusief een beschrijving van de analysemethode en een samenvatting van de valideringsgegevens. |
|||||
|
|
2. |
Vergelijkende valideringsresultaten of, indien gerechtvaardigd, vergelijkende analyseresultaten waaruit blijkt dat de huidige analytische procedure en de voorgestelde analytische procedure gelijkwaardig zijn. Deze eis geldt niet bij de toevoeging van een nieuwe analytische procedure. |
|||||
Q.I.c.4
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
1, 2, 3, 4 |
1 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De secundaire verpakking speelt geen functionele rol voor de stabiliteit van de werkzame stof of, als dat wel zo is, beschermt deze niet minder dan de goedgekeurde verpakking. |
|||||
|
|
2. |
Het veranderde verpakkingsonderdeel moet geschikt zijn voor de opslag van de werkzame stof onder de toegelaten voorwaarden. |
|||||
|
|
3. |
De verandering mag niet het gevolg zijn van belangrijke tekortkomingen betreffende het oude verpakkingsonderdeel. |
|||||
|
|
4. |
De verandering is niet het gevolg van onverwachte gebeurtenissen tijdens de fabricage of van stabiliteitsproblemen tijdens de opslag van de werkzame stof. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
Q.I.d Stabiliteit
Q.I.d.1
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Herbeproevingstermijn/opslagperiode |
|
|
|
||
|
|
|
|
1 |
1, 2, 3, 4 |
IA |
||
|
|
|
|
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
|
|
|
|
II |
||
|
|
|
|
|
1, 3 |
IB |
||
|
|
|
|
2 |
1, 2, 3 |
IA |
||
|
|
(b) |
Opslagvoorwaarden |
|
|
|
||
|
|
|
|
1, 3 |
1, 2, 3 |
IA |
||
|
|
|
|
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
(c) |
Verandering in een goedgekeurd stabiliteitsprotocol |
1, 4 |
1, 4 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De verandering mag niet het gevolg zijn van onverwachte gebeurtenissen tijdens de fabricage of van stabiliteitsproblemen. |
|||||
|
|
2. |
Er is stabiliteitsonderzoek uitgevoerd overeenkomstig een momenteel goedgekeurd stabiliteitsprotocol. Er zijn realtime gegevens ingediend. Alle charges voldoen te allen tijde aan de vooraf vastgestelde specificaties. Er zijn geen onverwachte ontwikkelingen waargenomen. |
|||||
|
|
3. |
De fysische toestand van de werkzame stof is niet veranderd. |
|||||
|
|
4. |
De veranderingen hebben geen betrekking op een uitbreiding van de acceptatiecriteria in de geteste parameters, een schrapping van parameters die de stabiliteit aangeven of een vermindering van de testfrequentie. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). Deze moet de resultaten bevatten van geschikt realtime stabiliteitsonderzoek, uitgevoerd overeenkomstig de desbetreffende stabiliteitsrichtsnoeren voor charges op proefschaal of industriële schaal van de werkzame stof of het tussenproduct in het goedgekeurde verpakkingsmateriaal. |
|||||
|
|
2. |
Bevestiging dat er stabiliteitsonderzoek is uitgevoerd overeenkomstig het momenteel goedgekeurde protocol. Uit het onderzoek moet blijken dat nog steeds aan de overeengekomen relevante specificaties wordt voldaan. |
|||||
|
|
3. |
Kopie van de goedgekeurde specificaties van de werkzame stof (als bijlage bij het aanvraagformulier). |
|||||
|
|
4. |
Een rechtvaardiging voor de voorgestelde veranderingen. |
|||||
Q.I.e) Aanvullende regelgevingsinstrumenten
Q.I.e.1
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Nieuwe ontwerpruimte voor één of meer eenheidshandelingen in het fabricageprocedé van de werkzame stof, inclusief de resulterende procesinterne controles en/of analytische procedures |
|
1, 2, 3 |
II |
||
|
|
(b) |
Nieuwe ontwerpruimte voor een analytische procedure voor een uitgangsstof/reagens/tussenproduct en/of de werkzame stof |
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
(c) |
Veranderingen in of een uitbreiding van een goedgekeurde ontwerpruimte voor de werkzame stof en/of een analytische procedure voor een uitgangsstof/reagens/tussenproduct |
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De ontwerpruimte is ontwikkeld overeenkomstig de relevante Europese en internationale wetenschappelijke richtsnoeren. Resultaten van product-, proces- en analyseontwikkelingsonderzoeken, inclusief risicobeoordeling en multivariate onderzoeken of procesmodellering, indien van toepassing, die in voorkomend geval aantonen dat een systematisch inzicht is verkregen in de effecten van de materiaalkenmerken en procesparameters op de belangrijke kwaliteitskenmerken van de werkzame stof. |
|||||
|
|
2. |
Beschrijving van de ontwerpruimte in tabelvorm en/of in de vorm van een wiskundige vergelijking, indien relevant, met inbegrip van de variabelen (materiaalkenmerken en procesparameters, naargelang het geval) en hun voorgestelde bereiken en grenswaarden. |
|||||
|
|
3. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
Q.I.e.2
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
|
1, 2, 3 |
II |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Gedetailleerde beschrijving van de voorgestelde verandering. |
|||||
|
|
2. |
Wijzigingsbeheerprotocol na goedkeuring voor de werkzame stof |
|||||
|
|
3. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
Q.I.e.3
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
1 |
1, 2 |
IA |
||||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De schrapping van een wijzigingsbeheerprotocol na goedkeuring voor de werkzame stof is niet het resultaat van onverwachte gebeurtenissen of van buiten de specificaties vallende resultaten tijdens de uitvoering van de verandering(en) die in het protocol wordt of worden beschreven en is niet van invloed op de reeds goedgekeurde informatie in het dossier. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Een rechtvaardiging voor de voorgestelde schrapping. |
|||||
|
|
2. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
Q.I.e.4
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Ingrijpende veranderingen aan een wijzigingsbeheerprotocol na goedkeuring |
|
|
II |
||
|
|
(b) |
Kleine veranderingen aan een wijzigingsbeheerprotocol na goedkeuring die de in het protocol vastgestelde strategie niet wijzigen |
|
1 |
IB |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Verklaring dat de veranderingen de in het protocol vastgestelde strategie niet wijzigen en binnen het bereik van het momenteel goedgekeurde protocol vallen. |
|||||
Q.I.e.5
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Toepassing van veranderingen die zijn voorzien in een PACMP via een kennisgeving van type IA |
1 |
1, 2, 3 |
IA |
||
|
|
(b) |
Toepassing van veranderingen die zijn voorzien in een PACMP via een kennisgeving van type IAIN |
2 |
1, 2, 3, 4 |
IAIN |
||
|
|
(c) |
Toepassing van veranderingen die zijn voorzien in een PACMP via een kennisgeving van type IB |
|
1, 2, 3, 4 |
IB |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De voorgestelde verandering is volledig overeenkomstig het wijzigingsbeheerprotocol na goedkeuring uitgevoerd, hetgeen twaalf maanden na toepassing een kennisgeving vereist. |
|||||
|
|
2. |
De voorgestelde verandering is volledig overeenkomstig het wijzigingsbeheerprotocol na goedkeuring uitgevoerd, hetgeen de onmiddellijke kennisgeving na toepassing vereist. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Verwijzing naar het wijzigingsbeheerprotocol na goedkeuring. |
|||||
|
|
2. |
Verklaring dat de verandering overeenstemt met het wijzigingsbeheerprotocol na goedkeuring en dat de onderzoeksresultaten overeenkomen met de acceptatiecriteria in het protocol (*1). |
|||||
|
|
3. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
|
|
4. |
Resultaten van de onderzoeken die zijn uitgevoerd overeenkomstig het wijzigingsbeheerprotocol na goedkeuring. |
|||||
Q.I.e.6
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
|
1, 2, 3 |
II |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De inhoud van het document betreffende het beheer van de levenscyclus van het product is ontwikkeld overeenkomstig de relevante Europese en internationale wetenschappelijke richtsnoeren. Resultaten van product-, proces- en analyseontwikkelingsonderzoeken (bv. de interactie van de verschillende parameters, inclusief risicobeoordeling en multivariate onderzoeken, indien van toepassing) die in voorkomend geval aantonen dat een systematisch inzicht is verkregen in de effecten van de materiaalkenmerken en procesparameters op de belangrijke kwaliteitskenmerken van de werkzame stof. |
|||||
|
|
2. |
Het document betreffende het beheer van de levenscyclus van het product bevat een beschrijving van de materiaalkenmerken, kwaliteitskenmerken en procesparameters (of parameters voor de analytische procedure), hun voorgestelde bereiken en grenswaarden en rapportagecategorieën voor toekomstige wijzigingen in tabelvorm. |
|||||
|
|
3. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
Q.I.e.7
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Ingrijpende verandering in de werkzame stof overeenkomstig een goedgekeurd PLCM |
|
1, 2, 3 |
II |
||
|
|
(b) |
Kleine verandering in de werkzame stof overeenkomstig een goedgekeurd PLCM |
1 |
1, 2, 3 |
IA |
||
|
|
(c) |
Kleine verandering in de werkzame stof overeenkomstig een goedgekeurd PLCM |
2 |
1, 2, 3 |
IAIN |
||
|
|
(d) |
Kleine verandering in de werkzame stof overeenkomstig een goedgekeurd PLCM |
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De verandering is opgenomen in het document betreffende het beheer van de levenscyclus van het product als een wijziging van type IA waarvan binnen twaalf maanden na toepassing kennisgeving moet worden gedaan. |
|||||
|
|
2. |
De verandering is opgenomen in het document betreffende het beheer van de levenscyclus van het product als een wijziging van type IA waarvan onmiddellijk na toepassing kennisgeving moet worden gedaan. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Een overzicht en rechtvaardiging van de voorgestelde verandering(en) met een duidelijke beschrijving van de huidige en voorgestelde situatie en ondersteunende documentatie. |
|||||
|
|
2. |
Een geactualiseerd document betreffende het beheer van de levenscyclus van het product (PLCM), waarin de desbetreffende gedeelten zijn aangepast. |
|||||
|
|
3. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
Q.I.e.8
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Ingrijpende veranderingen in een goedgekeurd PLCM |
|
|
II |
||
|
|
(b) |
Kleine veranderingen in een goedgekeurd PLCM |
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Een overzicht en rechtvaardiging van de voorgestelde verandering(en) met een duidelijke beschrijving van de huidige en voorgestelde situatie en ondersteunende documentatie. |
|||||
|
|
2. |
Een geactualiseerd document betreffende het beheer van de levenscyclus van het product (PLCM), waarin de desbetreffende gedeelten zijn aangepast. |
|||||
|
|
3. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
Q.II. Eindproduct
Q.II.a) Beschrijving en samenstelling
Q.II.a.1
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Veranderingen in de opdruk, het ingeperste schrift (reliëfdruk/diepdruk) of andere merktekens |
1, 2, 3, 4 |
1 |
IAIN |
||
|
|
(b) |
Veranderingen in breuklijnen, bedoeld om tabletten in gelijke doses te verdelen |
|
1, 2 |
IB |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De specificaties betreffende de vrijgave en het einde van de houdbaarheidstermijn van het eindproduct zijn niet veranderd (behalve wat het uiterlijk betreft). |
|||||
|
|
2. |
Inkten moeten voldoen aan de toepasselijke wetgeving op farmaceutisch gebied. |
|||||
|
|
3. |
De breuklijnen zijn niet bedoeld om de tabletten in gelijke doses te verdelen. |
|||||
|
|
4. |
Merktekens van het product die worden gebruikt voor de differentiatie tussen sterktes mogen niet volledig zijn verwijderd. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van de relevante gedeelten van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling), inclusief een gedetailleerde tekening of beschrijving in woorden van het huidige en nieuwe uiterlijk, en inclusief herziene productinformatie voor zover van toepassing. |
|||||
|
|
2. |
De resultaten van de toepasselijke proeven van de Europese Farmacopee die de gelijkwaardigheid van de kenmerken/juiste dosering aantonen. |
|||||
Q.II.a.2
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Tabletten, capsules, zetpillen en ovules met onmiddellijke afgifte |
1, 2, 3, 4 |
1, 4 |
IAIN |
||
|
|
(b) |
Farmaceutische vormen met gastroresistente, gewijzigde of vertraagde afgifte en tabletten met breuklijnen bedoeld om de tabletten in gelijke doses te verdelen |
|
1, 2, 3, 4 |
IB |
||
|
|
(c) |
Toevoeging van een nieuwe kit voor een radiofarmaceutisch preparaat met een ander vulvolume |
|
|
II |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
Indien van toepassing is het oplosbaarheidsprofiel van het geherformuleerde product vergelijkbaar met het oude profiel. Voor kruidengeneesmiddelen is, wanneer geen oplosbaarheidstest mogelijk is, de uiteenvaltijd van het nieuwe product vergelijkbaar met die van het oude product. |
|||||
|
|
2. |
De specificaties betreffende de vrijgave en het einde van de houdbaarheidstermijn van het product zijn niet veranderd (behalve wat de uiterlijke vorm of afmetingen betreft). |
|||||
|
|
3. |
De kwalitatieve of kwantitatieve samenstelling en gemiddelde massa blijven onveranderd. |
|||||
|
|
4. |
De verandering heeft geen betrekking op een tablet met breuklijn bedoeld om het tablet in gelijke doses te verdelen. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling), inclusief een gedetailleerde tekening van de huidige en voorgestelde situatie, en inclusief herziene productinformatie voor zover van toepassing. |
|||||
|
|
2. |
Vergelijkende oplosbaarheidsgegevens voor ten minste één proefcharge voor de huidige en voorgestelde afmetingen (geen significante verschillen met betrekking tot de vergelijkbaarheid, zie het desbetreffende richtsnoer over bio-equivalentie). Voor kruidengeneesmiddelen kunnen vergelijkende uiteenvalgegevens aanvaardbaar zijn. |
|||||
|
|
3. |
Een rechtvaardiging voor het niet-indienen van een nieuw bio-equivalentieonderzoek overeenkomstig het desbetreffende richtsnoer over bio-equivalentieonderzoek. |
|||||
|
|
4. |
De resultaten van de toepasselijke proeven van de Europese Farmacopee die de gelijkwaardigheid van de kenmerken/juiste dosering aantonen. |
|||||
|
|||||||
Q.II.a.3
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
|||||
|
|
(a) |
Veranderingen in de bestanddelen van het kleurstoffensysteem of het smaakstoffensysteem |
|
|
|
|||
|
|
|
1. |
Toevoeging, schrapping of vervanging |
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 9 |
1, 2, 4, 5 |
IAIN |
||
|
|
|
2. |
Toename of afname |
1, 2, 3, 4, |
1, 2 |
IA |
||
|
|
(b) |
Andere hulpstoffen |
|
|
|
|||
|
|
|
1. |
Kleine veranderingen in de kwantitatieve samenstelling van het eindproduct met betrekking tot hulpstoffen |
1, 2, 4, 8, 9, 10 |
1, 2, 6 |
IA |
||
|
|
|
2. |
Kwalitatieve of kwantitatieve veranderingen in één of meer hulpstoffen die een significante invloed kunnen hebben op de veiligheid, kwaliteit of werkzaamheid van het eindproduct (bv. biologische hulpstoffen of nieuwe hulpstoffen die het gebruik van materialen van menselijke of dierlijke herkomst omvatten waarvoor een beoordeling van gegevens inzake virale veiligheid of TSE-risico nodig is) |
|
|
II |
||
|
|
|
3. |
Verandering die wordt ondersteund door een bio-equivalentieonderzoek |
|
|
II |
||
|
|
|
4. |
Vervanging van (een) hulpstof/hulpstoffen door (een) vergelijkbare hulpstof/hulpstoffen met dezelfde functionele eigenschappen |
|
1, 3, 4, 5, 6, 7, 8 |
IB |
||
|
|
Voorwaarden |
|||||||
|
|
1. |
Geen verandering in de functionele kenmerken van de farmaceutische vorm (bv. uiteenvaltijd, oplosbaarheidsprofiel). |
||||||
|
|
2. |
Kleine wijzigingen in de formulering om het totale gewicht te behouden, moeten worden aangebracht met één of meer hulpstoffen die reeds in belangrijke mate deel uitmaken van de formulering van het eindproduct. |
||||||
|
|
3. |
De specificatie van het eindproduct is alleen aangepast ten aanzien van uiterlijk/reuk/smaak en, indien relevant, weglating van een identificatietest. |
||||||
|
|
4. |
Er is stabiliteitsonderzoek gestart onder ICH-omstandigheden (waarbij de chargenummers zijn aangegeven) en de desbetreffende stabiliteitsparameters zijn beoordeeld bij ten minste twee charges op proefschaal of industriële schaal, de aanvrager beschikt over bevredigende stabiliteitsgegevens over een periode van ten minste drie maanden (op het moment van toepassing voor wijzigingen van type IA en op het moment van kennisgeving voor wijzigingen van type IB) en het stabiliteitsprofiel is vergelijkbaar met dat voor de huidige geregistreerde situatie. Er wordt verzekerd dat dit onderzoek zal worden voltooid en dat de gegevens onmiddellijk aan de bevoegde instanties zullen worden verstrekt indien zij buiten de specificaties vallen of aan het eind van de goedgekeurde houdbaarheidstermijn mogelijk buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). Bovendien moet, indien relevant, een beproeving van de fotostabiliteit plaatsvinden. |
||||||
|
|
5. |
Nieuw voorgestelde bestanddelen moeten voldoen aan de toepasselijke Uniewetgeving (bv. Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad (3), Verordening (EU) nr. 231/2012 van de Commissie (4) inzake levensmiddelenadditieven, en Verordening (EG) nr. 1334/2008 van het Europees Parlement en de Raad (5) inzake aroma’sR). |
||||||
|
|
6. |
Voor nieuwe bestanddelen worden geen materialen van menselijke of dierlijke oorsprong gebruikt waarvoor een beoordeling vereist is van gegevens inzake virale veiligheid of de naleving van de huidige “Note for Guidance on Minimising the Risk of Transmitting Animal Spongiform Encephalopathy Agents via Human and Veterinary Medicinal Products”. |
||||||
|
|
7. |
In voorkomend geval heeft de verandering geen invloed op de differentiatie tussen sterktes en heeft deze geen negatieve gevolgen voor de aanvaardbaarheid van de smaak, voor pediatrische formuleringen. |
||||||
|
|
8. |
Het oplosbaarheidsprofiel van het nieuwe product dat wordt vastgesteld aan de hand van minimaal twee charges op proefschaal, is vergelijkbaar met het oude (geen significante verschillen inzake vergelijkbaarheid, zie het desbetreffende richtsnoer over bio-equivalentieonderzoek). Voor kruidengeneesmiddelen is, wanneer geen oplosbaarheidstest mogelijk is, de uiteenvaltijd van het nieuwe product vergelijkbaar met die van het oude product. |
||||||
|
|
9. |
De verandering is niet het gevolg van stabiliteitskwesties en/of mag niet leiden tot potentiële veiligheidsproblemen, d.w.z. differentiatie tussen sterktes. |
||||||
|
|
10. |
Het product in kwestie is geen biologisch eindproduct. |
||||||
|
|
Documentatie |
|||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling), inclusief herziene productinformatie voor zover van toepassing. |
||||||
|
|
2. |
Een verklaring dat het vereiste stabiliteitsonderzoek is gestart onder ICH-omstandigheden (waarbij de betreffende chargenummers zijn aangegeven) en dat, indien relevant, de aanvrager op het moment van toepassing beschikt over de vereiste minimale bevredigende stabiliteitsgegevens en dat de beschikbare gegevens geen problemen laten zien. Er moet eveneens worden verzekerd dat dit onderzoek zal worden voltooid en dat de gegevens onmiddellijk aan de bevoegde instanties zullen worden verstrekt indien zij buiten de specificaties vallen of aan het eind van de goedgekeurde houdbaarheidstermijn mogelijk buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). |
||||||
|
|
3. |
De resultaten van het onder ICH-omstandigheden uitgevoerde stabiliteitsonderzoek naar de desbetreffende stabiliteitsparameters bij ten minste twee charges op proefschaal of industriële schaal voor een periode van ten minste drie maanden, en een verzekering dat dit onderzoek zal worden voltooid en dat de gegevens onmiddellijk aan de bevoegde instanties zullen worden verstrekt indien zij buiten de specificaties vallen of aan het eind van de goedgekeurde houdbaarheidstermijn mogelijk buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). |
||||||
|
|
4. |
Ofwel een goedkeuringscertificaat van de Europese Farmacopee voor elk nieuw bestanddeel afkomstig van voor TSE vatbare dieren ofwel, indien van toepassing, gedocumenteerd bewijs dat de specifieke bron van het TSE-risicomateriaal eerder is beoordeeld door de bevoegde instantie en aantoonbaar voldoet aan de werkingssfeer van de huidige “Note for Guidance on Minimising the Risk of Transmitting Animal Spongiform Encephalopathy Agents via Human and Veterinary Medicinal Products”. Voor dergelijk materiaal moet de volgende informatie worden opgenomen: naam van de fabrikant, soort en weefsel waarvan het materiaal een derivaat is, land van herkomst van de brondieren en het gebruik ervan. Voor de gecentraliseerde procedure moeten deze gegevens zijn opgenomen in een geactualiseerde TSE-tabel A (en B indien relevant). |
||||||
|
|
5. |
Gegevens die aantonen dat de nieuwe hulpstof niet interfereert met de analytische procedures voor het eindproduct, indien van toepassing. |
||||||
|
|
6. |
Een rechtvaardiging voor de verandering/keuze van hulpstoffen enz. op basis van geschikt farmaceutisch onderzoek (in voorkomend geval inclusief de stabiliteitsaspecten en antimicrobiële bewaring). |
||||||
|
|
7. |
Voor doseringen in vaste vorm, vergelijkende gegevens voor het oplosbaarheidsprofiel van ten minste twee charges op proefschaal van het eindproduct in de nieuwe en oude samenstelling. Voor kruidengeneesmiddelen kunnen vergelijkende uiteenvalgegevens aanvaardbaar zijn. |
||||||
|
|
8. |
Een rechtvaardiging voor het niet-indienen van een nieuw bio-equivalentieonderzoek overeenkomstig het huidige richtsnoer over bio-equivalentieonderzoek. |
||||||
Q.II.a.4
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Vaste farmaceutische vormen voor orale toediening |
1, 2, 3, 4 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
(b) |
Farmaceutische vormen met gastroresistente afgifte waarbij de omhulling een belangrijke factor is voor het vrijgiftemechanisme |
|
1, 3, 4, 5, 6 |
IB |
||
|
|
(c) |
Farmaceutische vormen met gewijzigde of vertraagde afgifte waarbij de omhulling een belangrijke factor is voor het vrijgiftemechanisme |
|
|
II |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
Het oplosbaarheidsprofiel van het nieuwe product, dat aan de hand van ten minste twee charges op proefschaal wordt bepaald, is vergelijkbaar met het oude profiel. Voor kruidengeneesmiddelen is, wanneer geen oplosbaarheidstest mogelijk is, de uiteenvaltijd van het nieuwe product vergelijkbaar met die van het oude product. |
|||||
|
|
2. |
De omhulling is geen belangrijke factor voor het vrijgiftemechanisme of voor de controle van één of meer andere kwaliteitskenmerken. |
|||||
|
|
3. |
De specificatie van het eindproduct is alleen aangepast ten aanzien van het gewicht en de afmetingen, indien van toepassing. |
|||||
|
|
4. |
Stabiliteitsonderzoek overeenkomstig de desbetreffende richtsnoeren is gestart met ten minste twee charges op proefschaal of industriële schaal, en de aanvrager beschikt op het moment van toepassing over bevredigende stabiliteitsgegevens over een periode van ten minste drie maanden en verzekert dat dit onderzoek zal worden voltooid. De gegevens zullen onmiddellijk aan de bevoegde instanties worden verstrekt indien zij buiten de specificaties vallen of aan het eind van de goedgekeurde houdbaarheidstermijn mogelijk buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
|
|
2. |
Een verklaring dat het vereiste stabiliteitsonderzoek is gestart onder ICH-omstandigheden (waarbij de betreffende chargenummers zijn aangegeven) en dat, indien relevant, de aanvrager op het moment van toepassing beschikt over de vereiste minimale bevredigende stabiliteitsgegevens en dat de beschikbare gegevens geen problemen laten zien. Er moet eveneens worden verzekerd dat dit onderzoek zal worden voltooid en dat de gegevens onmiddellijk aan de bevoegde instanties zullen worden verstrekt indien zij buiten de specificaties vallen of aan het eind van de goedgekeurde houdbaarheidstermijn mogelijk buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). Bovendien moet, indien relevant, een beproeving van de fotostabiliteit plaatsvinden. |
|||||
|
|
3. |
De resultaten van het onder ICH-omstandigheden uitgevoerde stabiliteitsonderzoek naar de desbetreffende stabiliteitsparameters bij ten minste twee charges op proefschaal of industriële schaal voor een periode van ten minste drie maanden, en een verzekering dat dit onderzoek zal worden voltooid en dat de gegevens onmiddellijk aan de bevoegde instanties zullen worden verstrekt indien zij buiten de specificaties vallen of aan het eind van de goedgekeurde houdbaarheidstermijn mogelijk buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). |
|||||
|
|
4. |
Analysegegevens van de charge en vergelijkende gegevens voor het oplosbaarheidsprofiel van ten minste twee charges op proefschaal van het eindproduct in de huidige en voorgestelde formulering. Voor kruidengeneesmiddelen wanneer geen oplosbaarheidstest mogelijk is, vergelijkende uiteenvalgegevens. |
|||||
|
|
5. |
Een rechtvaardiging voor het niet-indienen van een nieuw bio-equivalentieonderzoek overeenkomstig het huidige richtsnoer over bio-equivalentieonderzoek. |
|||||
|
|
6. |
Een verklaring dat het eindproduct alleen is aangepast ten aanzien van het gewicht en de afmetingen. |
|||||
Q.II.a.5
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
|
|
II |
||
Q.II.a.6
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
|
1, 2 |
IB |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Een rechtvaardiging voor de schrapping, inclusief een verklaring met betrekking tot alternatieve middelen om het oplos- of verdunningsmiddel te verkrijgen zoals nodig is voor het veilig en werkzaam gebruik van het eindproduct. |
|||||
|
|
2. |
Herziene productinformatie. |
|||||
Q.II.b) Vervaardiging
Q.II.b.1
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||||||
|
|
(a) |
Toevoeging of vervanging van een voor secundaire verpakking verantwoordelijke locatie |
1, 2 |
1, 7 |
IAIN |
||||||
|
|
(b) |
Toevoeging of vervanging van een voor primaire verpakking verantwoordelijke locatie |
1, 2, 3, 4 |
1, 2, 7, 8 |
IAIN |
||||||
|
|
(c) |
Toevoeging of vervanging van een locatie waar één of meer fabricagehandelingen plaatsvinden van een eindproduct dat wordt gefabriceerd via een nieuw of complex fabricageprocedé |
|
|
II |
||||||
|
|
(d) |
Toevoeging of vervanging van een locatie waarvoor een eerste of productspecifieke GMP-inspectie nodig is |
|
|
II |
||||||
|
|
(e) |
Toevoeging of vervanging van een locatie waar één of meer fabricagehandelingen plaatsvinden van een eindproduct |
|
1, 2, 4, 5, 6, 7, 8 |
IB |
||||||
|
|
(f) |
Toevoeging of vervanging van een locatie voor de assemblage van een eindproduct met een geïntegreerd medisch hulpmiddel |
|
1, 2, 3, 4, 7 |
IB |
||||||
|
|
Voorwaarden |
||||||||||
|
|
1. |
Bevredigende inspectie in de laatste drie jaar door een inspectiedienst van een van de lidstaten van de EU/EER, of voor locaties in een land waarmee de EU een operationele overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van goede fabricagepraktijken of een andere relevante overeenkomst heeft gesloten, door de betrokken geassocieerde internationale instantie. |
|||||||||
|
|
2. |
Locatie naar behoren erkend (om de farmaceutische vorm of het product in kwestie te vervaardigen). |
|||||||||
|
|
3. |
Product in kwestie is geen steriel product. |
|||||||||
|
|
4. |
Indien relevant is een valideringsregeling beschikbaar of is validering van de productie op de nieuwe locatie met succes uitgevoerd volgens het huidige protocol met ten minste drie charges op productieschaal. |
|||||||||
|
|
Documentatie |
||||||||||
|
|
1. |
Geldig bewijs dat de voorgestelde locatie voldoet aan de goede fabricagepraktijken (GMP) voor de betreffende fabricagehandeling en/of test(s):
|
|||||||||
|
|
2. |
Indien relevant moeten de chargenummers, bijbehorende chargegroottes en de fabricagedatum van de charges (≥ 3) die in het valideringsonderzoek zijn gebruikt, worden aangegeven, en moeten de valideringsgegevens worden gepresenteerd of moet het valideringsprotocol (schema) worden ingediend. |
|||||||||
|
|
3. |
Kopie van de goedgekeurde specificaties betreffende de vrijgave en het einde van de houdbaarheidstermijn, indien relevant (als bijlage bij het aanvraagformulier). |
|||||||||
|
|
4. |
Analysegegevens van de charge voor één productiecharge en twee charges op proefschaal die het productieproces simuleren (of twee productiecharges) en vergelijkende gegevens voor de laatste drie charges van de vorige locatie; chargegegevens voor de volgende twee productiecharges moeten op verzoek beschikbaar zijn of worden gemeld indien zij buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). Analysegegevens van drie charges (tenzij gemotiveerd wordt waarom dit niet nodig is) van het biologische eindproduct van de huidige en voorgestelde fabrikanten/locaties. |
|||||||||
|
|
5. |
Voor halfvaste en vloeibare vormen waarin de werkzame stof in niet-opgeloste vorm aanwezig is, adequate valideringsgegevens inclusief microscopische beeldvorming van deeltjesgroottedistributie en morfologie of elke andere adequate beeldvormingstechniek. |
|||||||||
|
|
6. |
|
|||||||||
|
|
7. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||||||
|
|
8. |
Als de fabricagelocatie niet dezelfde is als de locatie voor de primaire verpakking, moeten de omstandigheden van vervoer en bulkopslag worden gespecificeerd en gevalideerd. |
|||||||||
|
Opmerkingen: Bij een verandering in een fabricagelocatie of bij een nieuwe fabricagelocatie in een land buiten de EU/EER zonder een overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van goede fabricagepraktijken met de EU, wordt houders van een vergunning voor het in de handel brengen geadviseerd om de betrokken bevoegde instanties te raadplegen voordat de kennisgeving wordt ingediend, en om informatie over eerdere EU-/EER-inspecties in de afgelopen 2-3 jaar en/of geplande EU-/EER-inspecties te verstrekken, inclusief inspectiedata, geïnspecteerde productcategorie, toezichthoudende instantie en andere relevante informatie. Dit vergemakkelijkt de regeling van een GMP-inspectie door een inspectiedienst van een van de lidstaten, indien nodig. Verklaring van bevoegde personen met betrekking tot werkzame stoffen Aangezien houders van een vergunning voor de vervaardiging uitsluitend overeenkomstig de GMP vervaardigde werkzame stoffen als uitgangsstoffen mogen gebruiken, wordt van elke vergunninghouder die de werkzame stof als uitgangsstof gebruikt een verklaring verwacht. Omdat de bevoegde persoon die verantwoordelijk is voor de certificering van de charge ook de algehele verantwoording voor elke charge heeft, wordt bovendien een verdere verklaring van deze bevoegde persoon verwacht wanneer de locatie voor de vrijgave van de charge afwijkt van bovengenoemde locatie. In veel gevallen is er slechts één houder van een vergunning voor de vervaardiging bij de productie betrokken en is er dus maar één verklaring nodig. Echter, wanneer er meer dan één houder van een vergunning voor de vervaardiging bij de productie betrokken is, kan het aanvaardbaar zijn om in plaats van het verstrekken van meerdere verklaringen, slechts één verklaring te verstrekken die door één bevoegde persoon is ondertekend. Dit wordt aanvaard op voorwaarde dat: uit de verklaring blijkt dat deze is ondertekend namens alle betrokken bevoegde personen; de regeling wordt ondersteund door een technische overeenkomst zoals beschreven in hoofdstuk 7 van de GMP Guide en de bevoegde persoon die de verklaring verstrekt degene is die in de overeenkomst is aangewezen als degene die specifiek de verantwoording heeft voor de GMP-naleving door de fabrikant(en) van de werkzame stof. Opmerking: deze regelingen worden door de bevoegde instanties gecontroleerd. De aanvragers worden eraan herinnerd dat de houder van een vergunning voor de vervaardiging overeenkomstig artikel 41 van Richtlijn 2001/83/EG over een bevoegd persoon moet beschikken en dat deze in de EU/EER gevestigd moet zijn. Verklaringen van personeelsleden van fabrikanten in derde landen, inclusief personeelsleden die gevestigd zijn in partnerlanden van de overeenkomst inzake wederzijdse erkenning, worden dan ook niet geaccepteerd. Overeenkomstig artikel 46 bis, van Richtlijn 2001/83/EG, wordt onder vervaardiging verstaan de volledige of gedeeltelijke vervaardiging, invoer, verdeling, verpakking of presentatie voorafgaande aan de opname in een eindproduct, met inbegrip van het opnieuw verpakken of opnieuw etiketteren zoals dit gebeurt door een groothandelaar. Er is geen verklaring nodig voor bloed of bloedbestanddelen; deze vallen onder Richtlijn 2002/98/EG (Richtlijn 2002/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 tot vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het inzamelen, testen, bewerken, opslaan en distribueren van bloed en bloedbestanddelen van menselijke oorsprong en tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG van de Raad (PB L 33 van 8.2.2003, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2002/98/oj)). |
|||||||||||
Q.II.b.2
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
|||||||||
|
|
(a) |
Toevoeging of vervanging van een locatie waar chargecontrole/-beproeving plaatsvindt met gebruikmaking van fysisch-chemische en/of microbiologische analytische procedures voor het eindproduct |
2, 3, 4, 5 |
1, 4 |
IA |
|||||||
|
|
(b) |
Toevoeging of vervanging van een locatie waar chargecontrole/-beproeving plaatsvindt met gebruikmaking van een biologische/immunologische/immunochemische analytische procedure voor een biologisch eindproduct |
|
1, 4, 5 |
IB |
|||||||
|
|
(c) |
Toevoeging of vervanging van een voor de vrijgave van charges verantwoordelijke locatie (certificering door de bevoegde persoon) |
|
|
|
|||||||
|
|
|
1. |
Exclusief chargecontrole/-beproeving |
1, 2, 5 |
1, 2, 3, 4, 6 |
IAIN |
||||||
|
|
|
2. |
Inclusief chargecontrole/-beproeving met gebruikmaking van fysisch-chemische en/of microbiologische analytische procedures voor het eindproduct |
1, 2, 3, 4, 5 |
1, 2, 3, 4 6 |
IAIN |
||||||
|
|
|
3. |
Inclusief chargecontrole/-beproeving met gebruikmaking van een biologische/immunologische/immunochemische analytische procedure voor een biologisch eindproduct |
|
1, 2, 3, 4, 5, 6 |
IB |
||||||
|
|
Voorwaarden |
|||||||||||
|
|
1. |
De voor de vrijgave van charges verantwoordelijke fabrikant moet binnen de EU/EER gevestigd zijn en in het bezit zijn van een geldige vergunning voor vervaardiging voor de voorgestelde handelingen, die is afgegeven door de relevante bevoegde instantie van de EU/EER-lidstaat. Ten minste één locatie voor de vrijgave van charges die in staat is de producttests te certificeren ten behoeve van de vrijgave van charges in de EU/EER, blijft in de EU/EER. |
||||||||||
|
|
2. |
De locatie is naar behoren erkend. |
||||||||||
|
|
3. |
De analytische procedure is geen biologische/immunologische/immunochemische procedure. |
||||||||||
|
|
4. |
De methodeoverdracht van de oude naar de nieuwe locatie of het nieuwe testlaboratorium is met succes volbracht. |
||||||||||
|
|
5. |
Ten minste één locatie voor de chargecontrole/-beproeving blijft in de EU/EER of in een land waarmee de EU een operationele overeenkomst met passend toepassingsgebied inzake wederzijdse erkenning van goede fabricagepraktijken of een andere relevante overeenkomst heeft gesloten, en die locatie is in staat de producttests te certificeren ten behoeve van de vrijgave van charges in de EU/EER. |
||||||||||
|
|
Documentatie |
|||||||||||
|
|
1. |
Geldig bewijs dat de voorgestelde locatie voldoet aan de goede fabricagepraktijken (GMP) voor de betreffende fabricagehandeling en/of test(s):
|
||||||||||
|
|
2. |
Uitsluitend voor de gecentraliseerde procedure: contactgegevens van de nieuwe contactpersoon in de EU/EER voor tekortkomingen van het product en terugroepacties, indien van toepassing. |
||||||||||
|
|
3. |
Een verklaring van de bevoegde persoon die verantwoordelijk is voor de certificering van de charge waarin wordt vermeld dat de fabrikant(en) van de werkzame stof die in de vergunning voor het in de handel brengen wordt/worden genoemd, handelt/handelen in overeenstemming met de gedetailleerde richtsnoeren voor goede fabricagepraktijken voor uitgangsstoffen. In bepaalde gevallen kan één enkele verklaring worden aanvaard (zie de opmerking bij wijziging nummer Q.II.b.1). |
||||||||||
|
|
4. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling), indien van toepassing. |
||||||||||
|
|
5. |
De overdrachtprotocollen in het kader van de analytische procedure overeenkomstig EudraLex, deel 4, hoofdstuk 6, artikel 6.39 (waarbij de acceptatiecriteria zijn voorgeschreven), betreffende de overdracht van de oude naar de nieuwe locatie (of het nieuwe testlaboratorium). |
||||||||||
|
|
6. |
Herziene productinformatie. |
||||||||||
Q.II.b.3
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Kleine verandering in het fabricageprocedé |
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 |
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 |
IA |
||
|
|
(b) |
Ingrijpende verandering in een fabricageprocedé van het eindproduct die significante gevolgen kan hebben voor de kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van het eindproduct |
|
|
II |
||
|
|
(c) |
Opname van een niet-gestandaardiseerde methode voor definitieve sterilisatie |
|
|
II |
||
|
|
(d) |
Opname van of verandering in een overmaat voor de werkzame stof |
|
|
II |
||
|
|
(e) |
Verandering in de opslagperiode en/of opslagvoorwaarden van een tussenproduct of bulkproduct dat wordt gebruikt bij het vervaardigen van het eindproduct |
|
1, 6, 10 |
IB |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
Geen verandering in het kwalitatieve en kwantitatieve verontreinigingsprofiel of in de fysisch-chemische eigenschappen. |
|||||
|
|
2. |
De verandering heeft betrekking op farmaceutische vormen voor orale toediening met onmiddellijke afgifte of op niet-steriele oplossingen, of de verandering heeft betrekking op (een) niet-kritische procesparameter(s), d.w.z. (een) procesparameter(s) die in verband met een vroegere beoordeling door de bevoegde instantie geacht werd(en) geen gevolgen te hebben voor de kwaliteit van het eindproduct (ongeacht de aard van het product en/of de toedieningsvorm). |
|||||
|
|
3. |
Het fabricageprocedé, met inbegrip van de afzonderlijke fabricagestappen (zoals de verwerking van tussenproducten) blijft gelijk en er zijn geen veranderingen in de fabricageoplosmiddelen die bij het procedé worden gebruikt. |
|||||
|
|
4. |
Het huidige geregistreerde procedé moet worden gecontroleerd door relevante procesinterne controles en er zijn geen veranderingen (uitbreiding of schrapping van grenswaarden) vereist voor deze controles. |
|||||
|
|
5. |
De specificaties van het eindproduct of de tussenproducten blijven onveranderd. |
|||||
|
|
6. |
Het nieuwe procedé moet qua kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid in ieder opzicht een identiek product opleveren. |
|||||
|
|
7. |
Relevant stabiliteitsonderzoek overeenkomstig de desbetreffende richtsnoeren is gestart met ten minste één charge op proefschaal of industriële schaal. Er wordt verzekerd dat dit onderzoek zal worden voltooid en dat de gegevens onmiddellijk aan de bevoegde instanties zullen worden verstrekt indien zij buiten de specificaties vallen of aan het eind van de goedgekeurde houdbaarheidstermijn mogelijk buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). |
|||||
|
|
8. |
De verandering is niet het gevolg van onverwachte gebeurtenissen tijdens de fabricage of van stabiliteitsproblemen, noch van een veiligheids- of kwaliteitskwestie. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in de EU-CTD-indeling), inclusief een directe vergelijking van het huidige en nieuwe procedé. |
|||||
|
|
2. |
Voor halfvaste en vloeibare producten waarin de werkzame stof aanwezig is in niet-opgeloste vorm: adequate validering van de verandering inclusief microscopische beeldvorming van deeltjes die moeten worden gecontroleerd op zichtbare veranderingen in morfologie; vergelijkende groottedistributiegegevens door een adequate methode. |
|||||
|
|
3. |
Voor doseringen in vaste vorm: gegevens over het oplosbaarheidsprofiel voor één representatieve productiecharge en vergelijkende gegevens van de laatste drie charges uit het vorige procedé; gegevens over de volgende twee volledige productiecharges moeten op verzoek beschikbaar zijn of worden gemeld indien zij buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). Voor kruidengeneesmiddelen kunnen vergelijkende uiteenvalgegevens aanvaardbaar zijn. |
|||||
|
|
4. |
Een rechtvaardiging voor het niet-indienen van een nieuw bio-equivalentieonderzoek overeenkomstig het desbetreffende richtsnoer over bio-equivalentieonderzoek. |
|||||
|
|
5. |
Voor veranderingen met betrekking tot (een) procesparameter(s) die geacht werd(en) geen gevolgen te hebben voor de kwaliteit van het eindproduct, een verklaring daarover die in verband met de vroegere goedgekeurde risicobeoordeling is opgesteld. |
|||||
|
|
6. |
Kopie van de goedgekeurde specificaties betreffende de vrijgave en het einde van de houdbaarheidstermijn (als bijlage bij het aanvraagformulier). |
|||||
|
|
7. |
Analysegegevens van de charge (in een vergelijkende tabel) van ten minste twee charges die zijn geproduceerd volgens zowel het huidige goedgekeurde als het voorgestelde procedé. |
|||||
|
|
8. |
Verklaring dat het relevante stabiliteitsonderzoek is gestart onder ICH-omstandigheden (waarbij de betreffende chargenummers zijn aangegeven) en dat de desbetreffende stabiliteitsparameters zijn beoordeeld bij ten minste één charge op proefschaal of op industriële schaal. Er wordt verzekerd dat dit onderzoek zal worden voltooid en dat de gegevens onmiddellijk aan de bevoegde instanties zullen worden verstrekt indien zij buiten de specificaties vallen of aan het eind van de goedgekeurde houdbaarheidstermijn mogelijk buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). |
|||||
|
|
9. |
Een verklaring van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen dat er een beoordeling is verricht van de desbetreffende fabricagestap(pen) en dat de kleine verandering niet van invloed is op de kwaliteit, veiligheid of werkzaamheid van het eindproduct. |
|||||
|
|
10. |
Gegevens ter validering van de voorgestelde verandering in de opslagperiode en/of opslagvoorwaarden van een tussenproduct of bulkproduct (ten minste twee charges op proefschaal of industriële schaal). De samenstelling van de recipiënt van het tussenproduct of bulkproduct moet worden beschreven en de specificaties hiervan moeten worden vermeld. In het geval van charges op proefschaal moet er een toezegging worden gedaan dat deze gegevens worden getoetst aan die van charges op industriële schaal. Een verklaring dat de houdbaarheidstermijn is vastgesteld overeenkomstig de “Note for guidance on start of shelf life of the finished dosage form”, tenzij gemotiveerd wordt waarom dit niet nodig is. |
|||||
Q.II.b.4
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Maximaal het tienvoudige in vergelijking met de oorspronkelijk goedgekeurde chargegrootte |
1, 2, 3, 4, 5, 7 |
1, 3 |
IA |
||
|
|
(b) |
Schaalverkleining met een factor 10 |
1, 2, 3, 4, 5, 6 |
1, 3 |
IA |
||
|
|
(c) |
De verandering vereist een beoordeling van de vergelijkbaarheid van een biologisch eindproduct of de verandering in chargegrootte vereist een nieuw bio-equivalentieonderzoek |
|
|
II |
||
|
|
(d) |
De verandering heeft betrekking op alle overige farmaceutische vormen die worden gefabriceerd via nieuwe of complexe fabricageprocedés |
|
|
II |
||
|
|
(e) |
Meer dan tienvoudige vergroting/verkleining in vergelijking met de oorspronkelijk goedgekeurde chargegrootte |
|
1, 2, 3, 4, 5, 6 |
IB |
||
|
|
(f) |
De schaal voor een biologisch eindproduct is vergroot of verkleind zonder procesverandering (bv. dubbele lijn) |
|
1, 2, 3, 4, 5, 6 |
IB |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De verandering heeft geen invloed op de reproduceerbaarheid en/of de consistentie van het product. |
|||||
|
|
2. |
De verandering heeft betrekking op farmaceutische vormen voor orale toediening met onmiddellijke afgifte of op niet-steriele oplossingen. |
|||||
|
|
3. |
Veranderingen in de productiemethode en/of in de procesinterne controles zijn alleen die welke noodzakelijk zijn voor de verandering in de schaalgrootte, d.w.z. gebruik van apparatuur van een andere omvang. |
|||||
|
|
4. |
Valideringsregeling is beschikbaar of validering van de productie is met succes uitgevoerd volgens het huidige protocol met ten minste drie charges op de voorgestelde nieuwe chargegrootte overeenkomstig de desbetreffende richtsnoeren. |
|||||
|
|
5. |
Het product in kwestie is geen biologisch eindproduct. |
|||||
|
|
6. |
De verandering mag niet het gevolg zijn van onverwachte gebeurtenissen tijdens de fabricage of van stabiliteitsproblemen. |
|||||
|
|
7. |
De chargegrootte ligt binnen het tienvoudige bereik van de chargegrootte die werd voorzien toen de vergunning voor het in de handel brengen werd verleend of na een daaropvolgende verandering die niet als een wijziging van type IA werd aanvaard. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
|
|
2. |
Analysegegevens van de charge (in een vergelijkende tabel) van ten minste twee productiecharges die zijn geproduceerd volgens zowel de huidige goedgekeurde als de voorgestelde grootte. Analysegegevens van drie charges (tenzij gemotiveerd wordt waarom dit niet nodig is) voor het biologische eindproduct moeten beschikbaar zijn voor de voorgestelde chargegrootte. |
|||||
|
|
3. |
Indien relevant moeten de chargenummers, bijbehorende chargegroottes en de fabricagedatum van de charges (≥ 3) die in het valideringsonderzoek zijn gebruikt, worden aangegeven, of moet het valideringsprotocol (schema) worden ingediend. |
|||||
|
|
4. |
De valideringsresultaten moeten worden verstrekt. |
|||||
|
|
5. |
De resultaten van het onder ICH-omstandigheden uitgevoerde stabiliteitsonderzoek naar de desbetreffende stabiliteitsparameters bij ten minste één charge op proefschaal of industriële schaal voor een periode van ten minste drie maanden, en een verzekering dat dit onderzoek zal worden voltooid en dat de gegevens onmiddellijk aan de bevoegde instanties zullen worden verstrekt indien zij buiten de specificaties vallen of aan het eind van de goedgekeurde houdbaarheidstermijn mogelijk buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). |
|||||
|
|
6. |
Voor biologische eindproducten, een verklaring dat er geen beoordeling van de vergelijkbaarheid nodig is. |
|||||
Q.II.b.5
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||||||||||||
|
|
(a) |
Kleine veranderingen in de grenswaarden voor procesinterne controles |
1, 2, 3, 4 |
1, 2 |
IA |
||||||||||||
|
|
(b) |
Toevoeging van nieuwe procesinterne controles en grenswaarden, inclusief de bijbehorende analytische procedure |
1, 2, 5 |
1, 2, 3, 4, 6 |
IA |
||||||||||||
|
|
(c) |
Schrapping van een niet-significante of verouderde procesinterne controle |
1, 2, 7, 9 |
1, 2, 5 |
IA |
||||||||||||
|
|
(d) |
Schrapping van een procesinterne controle die een significante invloed kan hebben op de algemene kwaliteit van het eindproduct |
|
|
II |
||||||||||||
|
|
(e) |
Uitbreiding van de goedgekeurde grenswaarden voor procesinterne controles die een significante invloed kunnen hebben op de algemene kwaliteit van het eindproduct |
|
|
II |
||||||||||||
|
|
(f) |
Verandering in een analytische procedure voor een procesinterne controle |
2, 4, 6, 8 |
1, 7 |
IA |
||||||||||||
|
|
(g) |
Vervanging van een procesinterne controle, inclusief de bijbehorende analytische procedure |
|
1, 2, 3, 4, 5 |
IB |
||||||||||||
|
|
Voorwaarden |
||||||||||||||||
|
|
1. |
De verandering is niet het gevolg van een bij vroegere beoordelingen gedane toezegging om de procesinterne controle te herzien (bv. gedaan tijdens de procedure voor de aanvraag van een vergunning voor het in de handel brengen of een procedure voor een wijziging van type II). |
|||||||||||||||
|
|
2. |
De verandering is niet het gevolg van onverwachte gebeurtenissen tijdens de fabricage of van stabiliteitsproblemen, noch van een veiligheids- of kwaliteitskwestie, bv. een nieuw ontdekte ongekwalificeerde verontreiniging of een verandering in totale verontreinigingsgrenswaarden. |
|||||||||||||||
|
|
3. |
De veranderingen moeten binnen het bereik van de momenteel goedgekeurde grenswaarden liggen. |
|||||||||||||||
|
|
4. |
De analytische procedure blijft hetzelfde of de veranderingen in de procedure zijn beperkt (zo is een verandering in de kolomlengte of de temperatuur toegestaan, maar niet een ander type kolom of methode). |
|||||||||||||||
|
|
5. |
Nieuwe analytische procedures hebben geen betrekking op een nieuwe niet-gestandaardiseerde techniek of een gestandaardiseerde techniek die op een nieuwe wijze wordt gebruikt. |
|||||||||||||||
|
|
6. |
De analytische procedure is geen biologische/immunologische/immunochemische procedure. |
|||||||||||||||
|
|
7. |
De procesinterne controle heeft geen betrekking op een kritisch kenmerk bv.:
|
|||||||||||||||
|
|
8. |
Er is adequaat onderzoek uitgevoerd overeenkomstig de desbetreffende richtsnoeren waarin is aangetoond dat de aangepaste analytische procedure minimaal gelijkwaardig is aan de oude analytische procedure. |
|||||||||||||||
|
|
9. |
De verandering heeft geen betrekking op een wijziging van de controlestrategie met als doel het beperken van het testen van parameters en kenmerken (kritisch of niet-kritisch). |
|||||||||||||||
|
|
Documentatie |
||||||||||||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||||||||||||
|
|
2. |
Vergelijkende tabel van huidige en voorgestelde procesinterne controles en grenswaarden. |
|||||||||||||||
|
|
3. |
Details van nieuwe analytische procedures en valideringsgegevens, indien van toepassing. |
|||||||||||||||
|
|
4. |
Analysegegevens van de charge voor twee charges van het eindproduct voor alle specificatiekenmerken. |
|||||||||||||||
|
|
5. |
Rechtvaardiging/risicobeoordeling waaruit blijkt dat de procesinterne controle niet-significant of verouderd is. |
|||||||||||||||
|
|
6. |
Rechtvaardiging van de nieuwe procesinterne controle en grenswaarden. |
|||||||||||||||
|
|
7. |
Vergelijkende valideringsresultaten of vergelijkende analyseresultaten waaruit blijkt dat de huidige analytische procedure en de voorgestelde analytische procedure gelijkwaardig zijn. Deze eis geldt niet bij de toevoeging van een nieuwe analytische procedure. |
|||||||||||||||
Q.II.c) Controle van de hulpstoffen
Q.II.c.1
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||||||||||||||
|
|
(a) |
Verandering die binnen de goedgekeurde gespecificeerde acceptatiecriteria valt |
1, 2, 4 |
1, 2 |
IA |
||||||||||||||
|
|
(b) |
Toevoeging van een nieuw specificatiekenmerk aan de specificatie met bijbehorende analytische procedure |
1, 2, 5, 6 |
1, 2, 3, 4, 5, 7 |
IA |
||||||||||||||
|
|
(c) |
Schrapping van een niet-significant of verouderd specificatiekenmerk |
1, 2, 3, 7 |
1, 2, 6 |
IA |
||||||||||||||
|
|
(d) |
Verandering die buiten de goedgekeurde gespecificeerde acceptatiecriteria valt |
|
|
II |
||||||||||||||
|
|
(e) |
Schrapping van een specificatiekenmerk dat een significante invloed kan hebben op de algemene kwaliteit van het eindproduct |
|
|
II |
||||||||||||||
|
|
(f) |
Verandering in een specificatie betreffende een hulpstof van “intern” naar een niet-officiële farmacopee of een farmacopee van een derde land wanneer er in de Europese Farmacopee of de nationale farmacopee van een lidstaat geen monografie bestaat |
|
1, 2, 3, 4, 5, 7 |
IB |
||||||||||||||
|
|
(g) |
Vervanging van een specificatiekenmerk, inclusief de bijbehorende analytische procedure |
|
1, 2, 3, 4, 7 |
IB |
||||||||||||||
|
|
Voorwaarden |
||||||||||||||||||
|
|
1. |
De verandering is niet het gevolg van een bij vroegere beoordelingen gedane toezegging om de gespecificeerde acceptatiecriteria te herzien (bv. gedaan tijdens de procedure voor de aanvraag van een vergunning voor het in de handel brengen of een procedure voor een wijziging van type II). |
|||||||||||||||||
|
|
2. |
De verandering is niet het gevolg van onverwachte gebeurtenissen tijdens de fabricage of van stabiliteitsproblemen, noch van een veiligheids- of kwaliteitskwestie zoals een nieuw ontdekte ongekwalificeerde verontreiniging, een verandering in totale verontreinigingsgrenswaarden. |
|||||||||||||||||
|
|
3. |
De verandering heeft geen betrekking op een wijziging van de controlestrategie met als doel het beperken van het overbodig testen van parameters en kenmerken (kritisch of niet-kritisch). |
|||||||||||||||||
|
|
4. |
De analytische procedure blijft dezelfde, of er zijn slechts kleine veranderingen in de analytische procedure. |
|||||||||||||||||
|
|
5. |
Nieuwe analytische procedures hebben geen betrekking op een nieuwe niet-gestandaardiseerde techniek of een gestandaardiseerde techniek die op een nieuwe wijze wordt gebruikt. |
|||||||||||||||||
|
|
6. |
De verandering betreft geen genotoxische verontreiniging. |
|||||||||||||||||
|
|
7. |
Het specificatiekenmerk heeft geen betrekking op de controle van een kritisch kenmerk, zoals:
|
|||||||||||||||||
|
|
Documentatie |
||||||||||||||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||||||||||||||
|
|
2. |
Vergelijkende tabel van huidige en voorgestelde specificaties. |
|||||||||||||||||
|
|
3. |
Details van nieuwe analytische procedures en valideringsgegevens, indien van toepassing. |
|||||||||||||||||
|
|
4. |
Analysegegevens van de charge voor twee productiecharges van de hulpstof voor alle specificatiekenmerken [drie productiecharges voor biologische hulpstoffen of nieuwe hulpstoffen (tenzij gemotiveerd wordt waarom dit niet nodig is)]. |
|||||||||||||||||
|
|
5. |
Een rechtvaardiging voor het niet-indienen van een nieuw bio-equivalentieonderzoek overeenkomstig het desbetreffende richtsnoer over bio-equivalentieonderzoek, indien van toepassing. |
|||||||||||||||||
|
|
6. |
Rechtvaardiging/risicobeoordeling waaruit blijkt dat het kenmerk niet-significant of verouderd is. |
|||||||||||||||||
|
|
7. |
Rechtvaardiging van het nieuwe specificatiekenmerk en de acceptatiecriteria. |
|||||||||||||||||
Q.II.c.2
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Kleine verandering in een goedgekeurde analytische procedure |
1, 2, 3 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
(b) |
Schrapping van een analytische procedure als er al een alternatieve analytische procedure is goedgekeurd |
4 |
1 |
IA |
||
|
|
(c) |
Invoering of vervanging van of een ingrijpende verandering in een biologische/immunologische/immunochemische analytische procedure voor een hulpstof |
|
|
II |
||
|
|
(d) |
Andere veranderingen in een analytische procedure (inclusief vervanging of toevoeging) |
|
1, 2 |
IB |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
Er is adequaat valideringsonderzoek uitgevoerd overeenkomstig de desbetreffende richtsnoeren waarin is aangetoond dat de aangepaste analytische procedure minimaal gelijkwaardig is aan de oude analytische procedure. |
|||||
|
|
2. |
Er zijn geen veranderingen in de totale verontreinigingsgrenswaarden en er zijn geen nieuwe ongekwalificeerde verontreinigingen aangetroffen. |
|||||
|
|
3. |
De analysemethode moet dezelfde blijven (bv. een verandering in de kolomlengte of de temperatuur, maar niet een ander type kolom of methode). |
|||||
|
|
4. |
Er is al een alternatieve analytische procedure goedgekeurd voor het specificatiekenmerk. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in de EU-CTD-indeling), inclusief een beschrijving van de analysemethode, een samenvatting van de valideringsgegevens en herziene specificaties. |
|||||
|
|
2. |
Vergelijkende valideringsresultaten of, indien gerechtvaardigd, vergelijkende analyseresultaten waaruit blijkt dat de huidige analytische procedure en de voorgestelde analytische procedure gelijkwaardig zijn. Deze eis geldt niet bij de toevoeging van een nieuwe analytische procedure. |
|||||
Q.II.c.3
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Verandering in de herkomst van een hulpstof of reagens van TSE-risicomateriaal naar materiaal van plantaardige of synthetische herkomst |
1 |
1, 2, 3 |
IA |
||
|
|
(b) |
Verandering in de herkomst van een hulpstof of reagens die waarschijnlijk geen TSE-risico met zich brengt |
1, 2 |
1, 3 |
IA |
||
|
|
(c) |
Verandering in de herkomst van TSE-risicomateriaal of invoering van TSE-risicomateriaal dat niet wordt gedekt door een TSE-goedkeuringscertificaat van de Europese Farmacopee |
|
|
II |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De specificaties betreffende de hulpstof, de vrijgave van het eindproduct en het einde van de houdbaarheidstermijn van het eindproduct blijven dezelfde. |
|||||
|
|
2. |
De naleving van de in de “Note for guidance on minimising the risk of transmitting animal spongiform encephalopathy agents via human and veterinary medicinal products” vastgestelde voorwaarden moet worden gewaarborgd. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
|
|
2. |
Verklaring van de fabrikant of de houder van de vergunning voor het in de handel brengen van het materiaal dat het een puur plantaardige of synthetische herkomst heeft. |
|||||
|
|
3. |
Bevestiging van de gelijkwaardigheid van de materialen en bevestiging dat er geen gevolgen zijn voor de kwaliteit van het eindproduct. |
|||||
Q.II.c.4
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Kleine verandering in de synthese, vervaardiging of isolatie van een hulpstof |
1, 2, 3 |
1, 2, 3, 4 |
IA |
||
|
|
(b) |
Verandering in de fabricagelocatie, synthese, vervaardiging of isolatie van een hulpstof die gevolgen kan hebben voor de kwaliteit, veiligheid of werkzaamheid van het eindproduct |
|
|
II |
||
|
|
(c) |
Schrapping van een fabricageprocedé van een hulpstof |
4, 5 |
1 |
IA |
||
|
|
(d) |
Toevoeging of vervanging van een locatie die verantwoordelijk is voor de fabricage of de beproeving van een hulpstof, voor zover dit in het dossier moet worden vermeld |
|
1, 2 |
IB |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De syntheseweg/het fabricageprocedé en de specificaties blijven gelijk en er is geen verandering in het kwalitatieve en kwantitatieve verontreinigingsprofiel (met uitzondering van residuale oplosmiddelen, mits deze worden gecontroleerd overeenkomstig ICH-grenswaarden), of in de fysisch-chemische eigenschappen. |
|||||
|
|
2. |
Adjuvantia zijn uitgesloten. |
|||||
|
|
3. |
De hulpstof is geen biologische stof. |
|||||
|
|
4. |
De schrapping mag niet het gevolg zijn van belangrijke tekortkomingen betreffende de fabricage. |
|||||
|
|
5. |
Er moet ten minste één fabricageprocedé overblijven, zoals eerder is toegelaten. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
|
|
2. |
Analysegegevens van de charge (in een vergelijkende tabel) van ten minste twee charges (ten minste op proefschaal) [of drie productiecharges (tenzij gemotiveerd wordt waarom dit niet nodig is) voor biologische hulpstoffen] van de hulpstof die zijn geproduceerd volgens het huidige en voorgestelde procedé, of door de huidige en voorgestelde fabrikant, naargelang het geval. |
|||||
|
|
3. |
In voorkomend geval, vergelijkende gegevens van het oplossingsprofiel voor het eindproduct van ten minste twee charges (ten minste op proefschaal). Voor kruidengeneesmiddelen kunnen vergelijkende uiteenvalgegevens aanvaardbaar zijn. |
|||||
|
|
4. |
Kopie van de goedgekeurde en nieuwe (indien van toepassing) specificaties van de hulpstof (als bijlage bij het aanvraagformulier). |
|||||
Q.II.d) Controle van het eindproduct
Q.II.d.1
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||||||||||||||
|
|
(a) |
Verandering die binnen de gespecificeerde acceptatiecriteria valt |
1, 2, 4 |
1, 2 |
IA |
||||||||||||||
|
|
(b) |
Verandering in de gespecificeerde acceptatiecriteria voor eindproducten waarvoor officiële vrijgave van de charges door de controle-instanties vereist is |
1, 2, 4 |
1, 2 |
IAIN |
||||||||||||||
|
|
(c) |
Toevoeging van een nieuw specificatiekenmerk, inclusief de bijbehorende analytische procedure en acceptatiecriteria |
1, 2, 5, 6 |
1, 2, 3, 4, 6 |
IA |
||||||||||||||
|
|
(d) |
Schrapping van een niet-significant specificatiekenmerk (bv. schrapping van een verouderd kenmerk zoals geur en smaak of identificatietest voor een kleur- of smaakstof) |
1, 2, 3, 7 |
1, 2, 5 |
IA |
||||||||||||||
|
|
(e) |
Verandering die buiten de gespecificeerde acceptatiecriteria voor het eindproduct valt |
|
|
II |
||||||||||||||
|
|
(f) |
Schrapping van een specificatiekenmerk die een significante invloed kan hebben op de algemene kwaliteit van het eindproduct |
|
|
II |
||||||||||||||
|
|
(g) |
Actualisering van het dossier om te voldoen aan de bepalingen van een geactualiseerde algemene monografie van de Europese Farmacopee (*2) voor het eindproduct |
1, 2, 4, 6 |
1, 2 |
IAIN |
||||||||||||||
|
|
(h) |
De eenvormigheid van gebruikseenheden (Europese Farmacopee 2.9.40) wordt ingevoerd ter vervanging van de momenteel geregistreerde methode, namelijk eenvormigheid van massa (Europese Farmacopee 2.9.5) of eenvormigheid van inhoud (Europese Farmacopee 2.9.6) |
1, 2, 8 |
1, 2, 4 |
IA |
||||||||||||||
|
|
(i) |
Verandering in de tests betreffende het specificatiekenmerk, van routinematige tests naar periodieke tests en omgekeerd |
|
1, 2, 7 |
IB |
||||||||||||||
|
|
(j) |
Vervanging van een specificatiekenmerk, inclusief de bijbehorende analytische procedure |
|
1, 2, 3, 4, 6 |
IB |
||||||||||||||
|
|
Voorwaarden |
||||||||||||||||||
|
|
1. |
De verandering is niet het gevolg van een bij vroegere beoordelingen gedane toezegging om de gespecificeerde acceptatiecriteria te herzien (bv. gedaan tijdens de procedure voor de aanvraag van een vergunning voor het in de handel brengen of een procedure voor een wijziging van type II), tenzij de documentatie ter staving reeds in een andere procedure is beoordeeld en goedgekeurd. |
|||||||||||||||||
|
|
2. |
De verandering is niet het gevolg van onverwachte gebeurtenissen tijdens de fabricage of van stabiliteitsproblemen, noch van een veiligheids- of kwaliteitskwestie, bv. een nieuw ontdekte ongekwalificeerde verontreiniging of een verandering in de acceptatiecriteria betreffende de totale verontreinigingsgrenswaarden. |
|||||||||||||||||
|
|
3. |
De verandering heeft geen betrekking op een wijziging van de controlestrategie met als doel het beperken van het testen van parameters en kenmerken (kritisch of niet-kritisch). |
|||||||||||||||||
|
|
4. |
De analytische procedure blijft gelijk. |
|||||||||||||||||
|
|
5. |
Nieuwe analytische procedures hebben geen betrekking op een nieuwe niet-gestandaardiseerde techniek of een gestandaardiseerde techniek die op een nieuwe wijze wordt gebruikt. |
|||||||||||||||||
|
|
6. |
De verandering betreft geen verontreinigingen (inclusief genotoxische verontreiniging) of oplosbaarheid. |
|||||||||||||||||
|
|
7. |
Het specificatiekenmerk of het voorstel voor de specifieke toedieningsvorm betreft geen kritisch kenmerk zoals bv.:
|
|||||||||||||||||
|
|
8. |
De voorgestelde controle is volledig in overeenstemming met tabel 2.9.40.-1 van monografie 2.9.40 van de Europese Farmacopee en omvat geen alternatief voorstel voor het testen van de eenvormigheid van gebruikseenheden volgens massaverandering in plaats van eenvormigheid van inhoud wanneer de eenvormigheid van inhoud in tabel 2.9.40.-1 is aangegeven. |
|||||||||||||||||
|
|
Documentatie |
||||||||||||||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||||||||||||||
|
|
2. |
Vergelijkende tabel van huidige en voorgestelde specificaties. |
|||||||||||||||||
|
|
3. |
Details van nieuwe analytische procedures en valideringsgegevens, indien van toepassing. |
|||||||||||||||||
|
|
4. |
Analysegegevens van de charge voor twee productiecharges [drie productiecharges voor biologische stoffen (tenzij gemotiveerd wordt waarom dit niet nodig is)] van het eindproduct voor alle specificatiekenmerken. |
|||||||||||||||||
|
|
5. |
Rechtvaardiging/risicobeoordeling waaruit blijkt dat het kenmerk niet-significant of verouderd is. |
|||||||||||||||||
|
|
6. |
Rechtvaardiging van het nieuwe specificatiekenmerk en de acceptatiecriteria. |
|||||||||||||||||
|
|
8. |
Rechtvaardiging van de houder van de vergunning voor de verandering in de tests betreffende het specificatiekenmerk. Een verandering van routinematige tests naar periodieke tests is gerechtvaardigd wanneer het fabricageprocedé is gebaseerd op en wordt ondersteund door voldoende historische gegevens die in overeenstemming zijn met de specificatie. Een verandering van periodieke tests naar routinematige tests moet worden ondersteund door analytische gegevens waaruit blijkt dat de gespecificeerde periodieke tests niet voldoen aan de goedgekeurde acceptatiecriteria. |
|||||||||||||||||
Q.II.d.2
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Kleine verandering in een goedgekeurde analytische procedure |
1, 2, 3 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
(b) |
Schrapping van een analytische procedure als er al een alternatieve analytische procedure is goedgekeurd |
4 |
1 |
IA |
||
|
|
(c) |
Invoering of vervanging van of een ingrijpende verandering in een biologische/immunologische/immunochemische analytische procedure voor een eindproduct |
|
|
II |
||
|
|
(d) |
Andere veranderingen in een analytische procedure voor een eindproduct (inclusief vervanging of toevoeging) |
|
1, 2 |
IB |
||
|
|
(e) |
Aanpassing van de analytische procedure om te voldoen aan de geactualiseerde algemene monografie in de Europese Farmacopee |
2, 3, 5, 6 |
1 |
IA |
||
|
|
(f) |
Om naleving van de Europese Farmacopee tot uiting te laten komen en de verwijzing naar de verouderde interne analytische procedure en het verouderde nummer van de analytische procedure te verwijderen |
2, 3, 5, 6 |
1 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
Er is adequaat valideringsonderzoek uitgevoerd overeenkomstig de desbetreffende richtsnoeren waarin is aangetoond dat de aangepaste analytische procedure minimaal gelijkwaardig is aan de oude procedure. |
|||||
|
|
2. |
Er zijn geen veranderingen in de totale verontreinigingsgrenswaarden en er zijn geen nieuwe ongekwalificeerde verontreinigingen aangetroffen. |
|||||
|
|
3. |
De analysemethode moet dezelfde blijven (bv. een verandering in de kolomlengte of de temperatuur, maar niet een ander type kolom of methode). |
|||||
|
|
4. |
Er is al een alternatieve analytische procedure goedgekeurd voor het specificatiekenmerk. |
|||||
|
|
5. |
De geregistreerde analytische procedure verwijst reeds naar de algemene monografie van de Europese Farmacopee en alle veranderingen zijn klein en vereisen een actualisering van het technische dossier. |
|||||
|
|
6. |
De analytische procedure is geen biologische/immunologische/immunochemische procedure. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in de EU-CTD-indeling), inclusief een beschrijving van de analysemethode, een samenvatting van de valideringsgegevens en herziene specificaties. |
|||||
|
|
2. |
Vergelijkende valideringsresultaten (of, indien gerechtvaardigd, vergelijkende analyseresultaten) waaruit blijkt dat de huidige analytische procedure en de voorgestelde analytische procedure gelijkwaardig zijn. Deze eis geldt niet bij de toevoeging van een nieuwe analytische procedure, tenzij de nieuwe analytische procedure wordt toegevoegd als alternatieve procedure voor de huidige procedure. |
|||||
Q.II.d.3
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
Invoering of vervanging van of een ingrijpende verandering in een testprocedure betreffende realtime vrijgave |
|
|
II |
||
|
|||||||
Q.II.e) Sluitsysteem van de recipiënt
Q.II.e.1
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
|||||
|
|
(a) |
Verandering in de kwalitatieve of kwantitatieve samenstelling van een goedgekeurde recipiënt |
|
|
|
|||
|
|
|
1. |
Vaste farmaceutische vormen |
1, 2, 3, 5, 6 |
1, 2, 3, 5 |
IA |
||
|
|
|
2. |
Halfvaste en niet-steriele vloeibare farmaceutische vormen |
|
1, 2, 4, 5 |
IB |
||
|
|
|
3. |
Steriele vloeibare eindproducten |
|
|
II |
||
|
|
|
4. |
De verandering heeft betrekking op een minder beschermende verpakking, waardoor ook de opslagvoorwaarden veranderen en/of de houdbaarheidstermijn wordt verkort |
|
|
II |
||
|
|
(b) |
Verandering van recipiënttype of toevoeging van een nieuwe recipiënt |
|
|
|
|||
|
|
|
1. |
Vaste, halfvaste en niet-steriele vloeibare farmaceutische vormen |
|
1, 2, 4, 5 |
IB |
||
|
|
|
2. |
Steriele eindproducten |
|
|
II |
||
|
|
(c) |
|
Schrapping van een recipiënt |
|
|
|
||
|
|
|
|
Schrapping van een recipiënt voor primaire verpakking die niet leidt tot de volledige schrapping van een sterkte of een farmaceutische vorm |
4 |
1, 6 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
|||||||
|
|
1. |
De verandering heeft alleen betrekking op hetzelfde verpakkings-/recipiënttype (bv. van blisterverpakking naar blisterverpakking). |
||||||
|
|
2. |
Het voorgestelde verpakkingsmateriaal moet ten minste gelijkwaardig zijn aan het goedgekeurde materiaal wat de relevante eigenschappen ervan betreft. |
||||||
|
|
3. |
Er is relevant stabiliteitsonderzoek gestart onder ICH-omstandigheden en er zijn relevante stabiliteitsparameters beoordeeld bij ten minste twee charges op proefschaal of op industriële schaal, en de aanvrager beschikt op het moment van toepassing over bevredigende stabiliteitsgegevens over een periode van ten minste drie maanden. Echter, als de voorgestelde verpakking resistenter is dan de bestaande verpakking, bv. een dikkere blisterverpakking, hoeven de stabiliteitsgegevens voor de periode van drie maanden nog niet beschikbaar te zijn. Dit onderzoek moet zijn afgerond en de gegevens moeten onmiddellijk aan de bevoegde instantie worden verstrekt indien zij buiten de specificaties vallen of aan het eind van de goedgekeurde houdbaarheidstermijn mogelijk buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). |
||||||
|
|
4. |
De resterende productpresentatie(s) moet(en) toereikend zijn voor de doseringsinstructies en behandelingsduur zoals genoemd in de samenvatting van de productkenmerken. |
||||||
|
|
5. |
Het eindproduct is geen biologisch eindproduct. |
||||||
|
|
6. |
Het eindproduct is niet steriel. |
||||||
|
|
Documentatie |
|||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling), inclusief herziene productinformatie voor zover van toepassing. |
||||||
|
|
2. |
Relevante gegevens over de nieuwe verpakking (vergelijkende gegevens over doorlaatbaarheid voor bv. O2, CO2 en vocht). In voorkomend geval moet worden aangetoond dat er geen nadelige interactie is tussen de inhoud en het verpakkingsmateriaal (bv. gegevens betreffende migratie van bestanddelen van het voorgestelde materiaal in de inhoud en verlies van bestanddelen van het product in de verpakking), inclusief bevestiging dat het materiaal voldoet aan de desbetreffende eisen uit de farmacopee of de EU-wetgeving inzake kunststof materialen en objecten die in contact komen met voedingsmiddelen. |
||||||
|
|
3. |
Een verklaring dat het vereiste stabiliteitsonderzoek is gestart onder ICH-omstandigheden (waarbij de betreffende chargenummers zijn aangegeven) en dat, indien relevant, de aanvrager op het moment van toepassing beschikt over de vereiste minimale bevredigende stabiliteitsgegevens en dat de beschikbare gegevens geen problemen laten zien. Er moet eveneens worden verzekerd dat dit onderzoek zal worden voltooid en dat de gegevens onmiddellijk aan de bevoegde instanties zullen worden verstrekt indien zij buiten de specificaties vallen of aan het eind van de goedgekeurde houdbaarheidstermijn mogelijk buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). |
||||||
|
|
4. |
De resultaten van het onder ICH-omstandigheden uitgevoerde stabiliteitsonderzoek naar de desbetreffende stabiliteitsparameters bij ten minste twee charges op proefschaal of industriële schaal voor een periode van ten minste drie maanden, en een verzekering dat dit onderzoek zal worden voltooid en dat de gegevens onmiddellijk aan de bevoegde instanties zullen worden verstrekt indien zij buiten de specificaties vallen of aan het eind van de goedgekeurde houdbaarheidstermijn mogelijk buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). |
||||||
|
|
5. |
Vergelijkende tabel van de huidige en voorgestelde specificaties van de primaire verpakking, indien van toepassing. |
||||||
|
|
6. |
Een verklaring dat de resterende verpakkingsgrootte(n) consistent is/zijn met het doseringsvoorschrift en de behandelingsduur en toereikend is/zijn voor de doseringsinstructies zoals goedgekeurd in de samenvatting van de productkenmerken. |
||||||
|
||||||||
Q.II.e.2
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Niet-steriele eindproducten |
1, 2, 3 |
1, 3 |
IA |
||
|
|
(b) |
Steriele eindproducten |
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
Geen verandering in de kwalitatieve of kwantitatieve samenstelling van de recipiënt. |
|||||
|
|
2. |
De verandering heeft geen betrekking op een fundamenteel onderdeel van het verpakkingsmateriaal dat van invloed is op de aflevering, het gebruik, de veiligheid of de stabiliteit van het eindproduct. |
|||||
|
|
3. |
In geval van een verandering in de vrije ruimte of een verandering in de oppervlakte/volumeverhouding is stabiliteitsonderzoek overeenkomstig de desbetreffende richtsnoeren gestart, zijn relevante stabiliteitsparameters beoordeeld bij ten minste één charge op proefschaal of industriële schaal, en beschikt de aanvrager over stabiliteitsgegevens over een periode van ten minste drie maanden. Er wordt verzekerd dat dit onderzoek zal worden voltooid en dat de gegevens onmiddellijk aan de bevoegde instanties zullen worden verstrekt indien zij buiten de specificaties vallen of aan het eind van de goedgekeurde houdbaarheidstermijn mogelijk buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling), inclusief een beschrijving, een gedetailleerde tekening en de samenstelling van de recipiënt of het sluitsysteem, en inclusief herziene productinformatie voor zover van toepassing. |
|||||
|
|
2. |
Hervalideringsonderzoek is uitgevoerd voor steriele producten. De chargenummers van de charges die in het hervalideringsonderzoek zijn gebruikt, moeten in voorkomend geval worden aangegeven. |
|||||
|
|
3. |
In geval van een verandering in de vrije ruimte of een verandering in de oppervlakte/volumeverhouding, een verklaring dat stabiliteitsonderzoek is gestart onder ICH-omstandigheden (waarbij de betreffende chargenummers zijn aangegeven) en dat, indien relevant, de aanvrager op het moment van toepassing voor kennisgevingen van type IA en op het moment van de indiening voor kennisgevingen van type IB, beschikte over de vereiste minimale bevredigende stabiliteitsgegevens (stabiliteitsgegevens over een periode van ten minste drie maanden voor ten minste één charge op proefschaal of industriële schaal) en dat de beschikbare gegevens geen problemen lieten zien. Er moet eveneens worden verzekerd dat dit onderzoek zal worden voltooid en dat de gegevens onmiddellijk aan de bevoegde instanties zullen worden verstrekt indien zij buiten de specificaties vallen of aan het eind van de goedgekeurde houdbaarheidstermijn mogelijk buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). |
|||||
Q.II.e.3
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Verandering die van invloed is op de productinformatie |
1 |
1 |
IAIN |
||
|
|
(b) |
Verandering die niet van invloed is op de productinformatie |
1 |
1 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De verandering heeft geen betrekking op een onderdeel van het verpakkingsmateriaal dat van invloed is op de aflevering, het gebruik, de veiligheid of de stabiliteit van het eindproduct. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling), inclusief herziene productinformatie voor zover van toepassing. |
|||||
Q.II.e.4
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Verandering in de gespecificeerde acceptatiecriteria |
1, 2, 3, 4 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
(b) |
Toevoeging van een specificatiekenmerk aan de specificatie met bijbehorende analytische procedure |
1, 2, 5 |
1, 2, 3, 5 |
IA |
||
|
|
(c) |
Schrapping van een niet-significant of verouderd specificatiekenmerk |
1, 2, 6 |
1, 2, 4 |
IA |
||
|
|
(d) |
Vervanging van een specificatiekenmerk, inclusief de bijbehorende analytische procedure |
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De verandering is niet het gevolg van een bij vroegere documentatie gedane toezegging om de gespecificeerde acceptatiecriteria te herzien (bv. gedaan tijdens de procedure voor de aanvraag van een vergunning voor het in de handel brengen of een procedure voor een wijziging van type II). |
|||||
|
|
2. |
De verandering is niet het gevolg van onverwachte gebeurtenissen tijdens de fabricage of van stabiliteitsproblemen, noch van een veiligheids- of kwaliteitskwestie. |
|||||
|
|
3. |
De veranderingen moeten binnen het bereik van de momenteel goedgekeurde acceptatiecriteria liggen. |
|||||
|
|
4. |
De analytische procedure blijft dezelfde, of er zijn slechts kleine veranderingen in de procedure. |
|||||
|
|
5. |
Nieuwe analytische procedures hebben geen betrekking op een nieuwe niet-gestandaardiseerde techniek of een gestandaardiseerde techniek die op een nieuwe wijze wordt gebruikt. |
|||||
|
|
6. |
De verandering heeft geen betrekking op een wijziging van de controlestrategie met als doel het beperken van het testen van parameters en kenmerken (kritisch of niet-kritisch). |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
|
|
2. |
Vergelijkende tabel van huidige en voorgestelde specificaties. |
|||||
|
|
3. |
Details van nieuwe analytische procedures en valideringsgegevens, indien van toepassing. |
|||||
|
|
4. |
Rechtvaardiging/risicobeoordeling waaruit blijkt dat de parameter niet-significant of verouderd is. |
|||||
|
|
5. |
Rechtvaardiging van het nieuwe specificatiekenmerk en de acceptatiecriteria. |
|||||
Q.II.e.5
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Kleine verandering in een goedgekeurde analytische procedure |
1, 2, 3 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
(b) |
Andere veranderingen in een analytische procedure (inclusief vervanging of toevoeging) |
1, 3 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
(c) |
Schrapping van een analytische procedure als er al een alternatieve analytische procedure is goedgekeurd |
4 |
1 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
Er is adequaat valideringsonderzoek uitgevoerd overeenkomstig de desbetreffende richtsnoeren waarin is aangetoond dat de aangepaste analytische procedure minimaal gelijkwaardig is aan de oude analytische procedure. |
|||||
|
|
2. |
De analysemethode moet dezelfde blijven (bv. een verandering in de kolomlengte of de temperatuur, maar niet een ander type kolom of methode). |
|||||
|
|
3. |
Nieuwe analytische procedures hebben geen betrekking op een nieuwe niet-gestandaardiseerde techniek of een gestandaardiseerde techniek die op een nieuwe wijze wordt gebruikt. |
|||||
|
|
4. |
Er is al een alternatieve analytische procedure goedgekeurd voor het specificatiekenmerk. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in de EU-CTD-indeling), inclusief een beschrijving van de analysemethode en een samenvatting van de valideringsgegevens. |
|||||
|
|
2. |
Vergelijkende valideringsresultaten of, indien gerechtvaardigd, vergelijkende analyseresultaten waaruit blijkt dat de huidige analytische procedure en de voorgestelde analytische procedure gelijkwaardig zijn. Deze eis geldt niet bij de toevoeging van een nieuwe analytische procedure. |
|||||
Q.II.e.6
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
|||||
|
|
(a) |
Invoering van een nieuwe verpakkingsgrootte of een verandering in het aantal stuks (bv. tabletten, ampullen enz.) in een verpakking |
|
|
|
|||
|
|
|
1. |
Verandering binnen het bereik van de momenteel goedgekeurde verpakkingsgrootten |
1, 2 |
1, 3 |
IAIN |
||
|
|
|
2. |
Verandering buiten het bereik van de momenteel goedgekeurde verpakkingsgrootten |
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
(b) |
Schrapping van verpakkingsgrootte(n) |
3 |
1, 2 |
IA |
|||
|
|
(c) |
Verandering in het vulgewicht/vulvolume van steriele parenterale multidosis- (of enkele dosis, gedeeltelijk gebruik) eindproducten |
|
|
II |
|||
|
|
(d) |
Verandering in het vulgewicht/vulvolume van niet-parenterale multidosisproducten (of enkele dosis, gedeeltelijk gebruik) |
|
1, 2, 3 |
IB |
|||
|
|
(e) |
Toevoeging of verandering van een kalenderverpakking voor een al in het dossier geregistreerde verpakkingsgrootte |
2 |
1 |
IAIN |
|||
|
|
Voorwaarden |
|||||||
|
|
1. |
De nieuwe verpakkingsgrootte moet consistent zijn met de dosering en de behandelingsduur zoals goedgekeurd in de samenvatting van de productkenmerken. |
||||||
|
|
2. |
Het materiaal van de primaire verpakking blijft hetzelfde. |
||||||
|
|
3. |
De resterende productpresentatie(s) moet(en) toereikend zijn voor de doseringsinstructies en behandelingsduur zoals genoemd in de samenvatting van de productkenmerken. |
||||||
|
|
Documentatie |
|||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling), inclusief herziene productinformatie voor zover van toepassing. |
||||||
|
|
2. |
Een rechtvaardiging voor de nieuwe/resterende verpakkingsgrootte, die aantoont dat de nieuwe/resterende verpakkingsgrootte(n) consistent is/zijn met het doseringsvoorschrift en de behandelingsduur zoals goedgekeurd in de samenvatting van de productkenmerken. |
||||||
|
|
3. |
Wanneer de stabiliteitsparameters van producten beïnvloed kunnen zijn, een verklaring dat er stabiliteitsonderzoek zal worden uitgevoerd overeenkomstig de desbetreffende richtsnoeren. De gegevens hoeven uitsluitend te worden gemeld indien zij buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). |
||||||
|
||||||||
Q.II.e.7
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Toevoeging of vervanging van een fabrikant of leverancier |
1, 2, 3, 4 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
(b) |
Toevoeging of vervanging van een locatie die verantwoordelijk is voor de sterilisatie van een verpakkingsonderdeel en/of een verandering in het sterilisatieproces |
|
3, 4 |
IB |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
Geen weglating van verpakkingsonderdeel. |
|||||
|
|
2. |
De kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling van de verpakkingsonderdelen en de ontwerpspecificaties blijven dezelfde. |
|||||
|
|
3. |
De specificaties en de analytische procedure voor kwaliteitsbewaking zijn ten minste gelijkwaardig. |
|||||
|
|
4. |
De sterilisatiemethode en -voorwaarden blijven dezelfde, indien van toepassing. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
|
|
2. |
Vergelijkende tabel van huidige en voorgestelde specificaties, indien van toepassing. |
|||||
|
|
3. |
Beschrijving van de sterilisatiemethode en -cyclus. De sterilisatiecyclus moet worden gevalideerd indien de cyclus niet gebaseerd is op in de Europese Farmacopee vermelde referentievoorwaarden. |
|||||
|
|
4. |
Bewijs dat sterilisatie heeft plaatsgevonden en is gevalideerd overeenkomstig de GMP-norm en/of de desbetreffende ISO-normen in overeenstemming met het richtsnoer over de sterilisatie van het geneesmiddel, de werkzame stof, de hulpstof en de primaire recipiënt. |
|||||
Q.II.e.8
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
1, 2, 3, 4 |
1 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De secundaire verpakking speelt geen functionele rol voor de stabiliteit van het eindproduct of, als dat wel zo is, beschermt deze niet minder dan de goedgekeurde verpakking. |
|||||
|
|
2. |
Het veranderde verpakkingsonderdeel moet geschikt zijn voor de opslag van het eindproduct onder de toegelaten voorwaarden. |
|||||
|
|
3. |
De verandering mag niet het gevolg zijn van belangrijke tekortkomingen betreffende het oude verpakkingsonderdeel. |
|||||
|
|
4. |
De verandering is niet het gevolg van onverwachte gebeurtenissen tijdens de fabricage of de opslag van het eindproduct. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
Q.II.f) Stabiliteit
Q.II.f.1
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
|||||
|
|
(a) |
Inkorting van de houdbaarheidstermijn van het eindproduct |
|
|
|
|||
|
|
|
1. |
Zoals verpakt voor verkoop |
1, 6 |
1, 2, 3, 4 |
IAIN |
||
|
|
|
2. |
Na eerste opening |
1, 6 |
1, 2, 3, 4 |
IAIN |
||
|
|
|
3. |
Na verdunning of reconstitutie |
1, 6 |
1, 2, 3, 4 |
IAIN |
||
|
|
(b) |
Verlenging van de houdbaarheidstermijn van het eindproduct |
|
|
|
|||
|
|
|
1. |
Zoals verpakt voor verkoop (op basis van realtime gegevens, volledig overeenkomstig het stabiliteitsprotocol) |
3, 4, 5 |
1, 2, 3 |
IAIN |
||
|
|
|
2. |
Na eerste opening (ondersteund door realtime gegevens) |
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
|
3. |
Na verdunning of reconstitutie (ondersteund door realtime gegevens) |
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
|
4. |
Verlenging van de houdbaarheidstermijn van het eindproduct op basis van extrapolatie of stabiliteitsmodellering, niet overeenkomstig de relevante stabiliteitsrichtsnoeren |
|
|
II |
||
|
|
|
5. |
Verlenging van de houdbaarheidstermijn van het eindproduct op basis van extrapolatie van de stabiliteitsgegevens overeenkomstig de relevante stabiliteitsrichtsnoeren |
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
(c) |
Verandering in de opslagvoorwaarden voor een biologisch eindproduct |
|
|
II |
|||
|
|
(d) |
Verandering in de opslagvoorwaarden voor het eindproduct of het verdunde/gereconstitueerde product |
|
1, 2, 3 |
IB |
|||
|
|
(e) |
Verandering in een goedgekeurd stabiliteitsprotocol van het eindproduct |
1, 2 |
1, 4 |
IA |
|||
|
|
Voorwaarden |
|||||||
|
|
1. |
De verandering mag niet het gevolg zijn van onverwachte gebeurtenissen tijdens de fabricage of van stabiliteitsproblemen. |
||||||
|
|
2. |
De verandering heeft geen betrekking op een uitbreiding van de acceptatiecriteria in de geteste parameters, een schrapping van parameters die de stabiliteit aangeven of een vermindering van de testfrequentie. |
||||||
|
|
3. |
Er is stabiliteitsonderzoek uitgevoerd overeenkomstig een momenteel goedgekeurd stabiliteitsprotocol. Er zijn realtime gegevens ingediend. Alle charges voldoen te allen tijde aan de vooraf vastgestelde specificaties. Er zijn geen onverwachte ontwikkelingen waargenomen. |
||||||
|
|
4. |
Het product is geen biologisch of op kruiden gebaseerd eindproduct. |
||||||
|
|
5. |
Het product is een filmomhulde tablet met onmiddellijke afgifte. |
||||||
|
|
6. |
Het product is niet opgenomen op de Unielijst van kritieke geneesmiddelen en bestanddelen of een vergelijkbare nationale lijst (indien van toepassing). |
||||||
|
|
Documentatie |
|||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). Deze moet in voorkomend geval de resultaten bevatten van het toepasselijke stabiliteitsonderzoek, uitgevoerd overeenkomstig de relevante stabiliteitsrichtsnoeren voor drie charges op proefschaal (*3) van het eindproduct in het goedgekeurde verpakkingsmateriaal en/of twee charges na eerste opening of reconstitutie, naargelang het geval. In voorkomend geval moeten resultaten van toepasselijke microbiologische testen worden bijgevoegd. |
||||||
|
|
2. |
Herziene productinformatie. |
||||||
|
|
3. |
Kopie van de goedgekeurde productspecificatie voor de houdbaarheid van het eindproduct en in voorkomend geval de specificaties na verdunning/reconstitutie of eerste opening (als bijlage bij het aanvraagformulier). |
||||||
|
|
4. |
Een rechtvaardiging voor de voorgestelde verandering(en). |
||||||
Q.II.g) Aanvullende regelgevingsinstrumenten
Q.II.g.1
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Nieuwe ontwerpruimte voor één of meer eenheidshandelingen in het fabricageprocedé van het eindproduct, inclusief de resulterende procesinterne controles en/of analytische procedures |
|
1, 2, 3 |
II |
||
|
|
(b) |
Nieuwe ontwerpruimte voor een analytische procedure voor een hulpstof/tussenproduct en/of het eindproduct. |
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
(c) |
Veranderingen in of een uitbreiding van een goedgekeurde ontwerpruimte voor het eindproduct en/of een analytische procedure voor hulpstoffen/tussenproducten en/of het eindproduct |
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De ontwerpruimte is ontwikkeld overeenkomstig de relevante Europese en internationale wetenschappelijke richtsnoeren. Resultaten van product- en procesontwikkelingsonderzoeken (inclusief risicobeoordeling en multivariate onderzoeken, indien van toepassing) die aantonen dat een systematisch inzicht is verkregen in de effecten van de materiaalkenmerken en procesparameters op de belangrijke kwaliteitskenmerken van het eindproduct. |
|||||
|
|
2. |
Beschrijving van de ontwerpruimte in tabelvorm en/of in de vorm van een wiskundige vergelijking, indien relevant, met inbegrip van de variabelen (materiaalkenmerken en procesparameters, naargelang het geval) en hun voorgestelde bereiken en grenswaarden. |
|||||
|
|
3. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
Q.II.g.2
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
|
1, 2, 3 |
II |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Gedetailleerde beschrijving van de voorgestelde verandering. |
|||||
|
|
2. |
Wijzigingsbeheerprotocol na goedkeuring dat is gerelateerd aan het eindproduct. |
|||||
|
|
3. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
Q.II.g.3
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
1 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De schrapping van een wijzigingsbeheerprotocol na goedkeuring voor het eindproduct is niet het resultaat van onverwachte gebeurtenissen of van buiten de specificaties vallende resultaten tijdens de uitvoering van de verandering(en) die in het protocol wordt of worden beschreven en is niet van invloed op de reeds goedgekeurde informatie in het dossier. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Een rechtvaardiging voor de voorgestelde schrapping. |
|||||
|
|
2. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
Q.II.g.4
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Ingrijpende veranderingen aan een wijzigingsbeheerprotocol na goedkeuring |
|
|
II |
||
|
|
(b) |
Kleine veranderingen aan een wijzigingsbeheerprotocol na goedkeuring die de in het protocol vastgestelde strategie niet wijzigen |
|
1 |
IB |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Verklaring dat de veranderingen de in het protocol vastgestelde strategie niet wijzigen en binnen het bereik van het momenteel goedgekeurde protocol vallen. |
|||||
Q.II.g.5
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
De toepassing van veranderingen die zijn voorzien in een PACMP via een kennisgeving van type IA |
1 |
1, 2, 3, 4 |
IA |
||
|
|
(b) |
De toepassing van veranderingen die zijn voorzien in een PACMP via een kennisgeving van type IAIN |
2 |
1, 2, 3 4 |
IAIN |
||
|
|
(c) |
De toepassing van veranderingen die zijn voorzien in een PACMP via een kennisgeving van type IB |
|
1, 2, 3, 4 |
IB |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De voorgestelde verandering is volledig overeenkomstig het wijzigingsbeheerprotocol na goedkeuring uitgevoerd, hetgeen twaalf maanden na toepassing een kennisgeving vereist. |
|||||
|
|
2. |
De voorgestelde verandering is volledig overeenkomstig het wijzigingsbeheerprotocol na goedkeuring uitgevoerd, hetgeen de onmiddellijke kennisgeving na toepassing vereist. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Verwijzing naar het wijzigingsbeheerprotocol na goedkeuring. |
|||||
|
|
2. |
Verklaring dat de verandering overeenstemt met het wijzigingsbeheerprotocol na goedkeuring en dat de onderzoeksresultaten overeenkomen met de acceptatiecriteria in het protocol.(*) |
|||||
|
|
3. |
Resultaten van de onderzoeken die zijn uitgevoerd alsook andere documentatie ter staving, overeenkomstig het wijzigingsbeheerprotocol na goedkeuring. |
|||||
|
|
4. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
|
|||||||
Q.II.g.6
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
|
1, 2, 3 |
II |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De inhoud van het document betreffende het beheer van de levenscyclus van het product is ontwikkeld overeenkomstig de relevante Europese en internationale wetenschappelijke richtsnoeren. Resultaten van product-, proces- en analyseontwikkelingsonderzoeken (inclusief risicobeoordeling en multivariate onderzoeken, indien van toepassing), die in voorkomend geval aantonen dat een systematisch inzicht is verkregen in de effecten van de materiaalkenmerken en procesparameters op de belangrijke kwaliteitskenmerken van het eindproduct. |
|||||
|
|
2. |
Het document betreffende het beheer van de levenscyclus van het product bevat een beschrijving van de materiaalkenmerken, kwaliteitskenmerken en procesparameters (of parameters voor de analytische procedure), hun voorgestelde bereiken en grenswaarden en rapportagecategorieën voor toekomstige wijzigingen in tabelvorm. |
|||||
|
|
3. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
Q.II.g.7
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Ingrijpende verandering in het eindproduct overeenkomstig een goedgekeurd PLCM |
|
1, 2, 3 |
II |
||
|
|
(b) |
Kleine verandering in het eindproduct overeenkomstig een goedgekeurd PLCM |
1 |
1, 2, 3 |
IA |
||
|
|
(c) |
Kleine verandering in het eindproduct overeenkomstig een goedgekeurd PLCM |
2 |
1, 2, 3 |
IAIN |
||
|
|
(d) |
Kleine verandering in het eindproduct overeenkomstig een goedgekeurd PLCM |
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
|
||||||
|
|
|
||||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Een overzicht en rechtvaardiging van de voorgestelde verandering(en) met een duidelijke beschrijving van de huidige en voorgestelde situatie en ondersteunende documentatie. |
|||||
|
|
2. |
Een geactualiseerd document betreffende het beheer van de levenscyclus van het product (PLCM), waarin de desbetreffende gedeelten zijn aangepast. |
|||||
|
|
3. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
Q.II.g.8
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Ingrijpende veranderingen in een goedgekeurd PLCM |
|
|
II |
||
|
|
(b) |
Kleine veranderingen in een goedgekeurd PLCM |
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Een overzicht en rechtvaardiging van de voorgestelde verandering(en) met een duidelijke beschrijving van de huidige en voorgestelde situatie en ondersteunende documentatie. |
|||||
|
|
2. |
Een geactualiseerd document betreffende het beheer van de levenscyclus van het product (PLCM), waarin de desbetreffende gedeelten zijn aangepast. |
|||||
|
|
3. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
|||||
Q.II.h) Bescherming tegen adventieve agentia
Q.II.h.1
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
|||||
|
|
(a) |
Studies in verband met productiestappen die voor het eerst worden onderzocht voor één of meer adventieve agentia |
|
|
II |
|||
|
|
(b) |
Vervanging van verouderde studies in verband met productiestappen en adventieve agentia die reeds in het dossier zijn opgenomen |
|
|
|
|||
|
|
|
1. |
met wijziging van de risicobeoordeling met een hoger risico tot gevolg |
|
|
II |
||
|
|
|
2. |
met wijziging van de risicobeoordeling met een gelijkwaardig of lager risico tot gevolg |
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
|
3. |
zonder wijziging van de risicobeoordeling |
|
1, 3, 4 |
IB |
||
|
|
Documentatie |
|||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van de dossiers met inbegrip van de opname van de nieuwe studies die onderzoek doen naar het vermogen van productiestappen om adventieve agentia te inactiveren/beperken. |
||||||
|
|
2. |
Rechtvaardiging waaruit blijkt dat de studies de risicobeoordeling wijzigen, met een gelijkwaardig of lager risico tot gevolg. |
||||||
|
|
3. |
De wijziging van de productinformatie (in voorkomend geval). |
||||||
|
|
4. |
Rechtvaardiging waaruit blijkt dat de studies de risicobeoordeling niet wijzigen. |
||||||
Q.III CEP/TSE/Monografieën
Q.III.1
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
|||||||||||
|
|
(a) |
Goedkeuringscertificaat van de Europese Farmacopee voor de relevante monografie uit de Europese Farmacopee (*4) |
|
|
|
|||||||||
|
|
|
1. |
Nieuw goedkeuringscertificaat (CEP) (met inbegrip van vervanging of toevoeging) |
1, 2, 3, 4, 5, 6, 9 |
1, 2, 3, 4, |
IAIN |
||||||||
|
|
|
2. |
Actualisering van een goedgekeurd goedkeuringscertificaat (CEP) |
1, 2, 3, 4, 5, 9 |
1, 2, 3, 4, |
IA |
||||||||
|
|
|
3. |
Schrapping van (een) goedkeuringscertificaat/goedkeuringscertificaten (CEP) |
8 |
2 |
IA |
||||||||
|
|
|
4. |
Nieuw goedkeuringscertificaat (CEP) voor een niet-steriele werkzame stof die zal worden gebruikt in een steriel eindproduct, waarbij in de laatste stappen van de synthese water wordt gebruikt en waarbij van het materiaal niet wordt beweerd dat het vrij is van endotoxines |
|
1, 2, 3, 4, 5 |
IB |
||||||||
|
|
|
5. |
Nieuw of geactualiseerd goedkeuringscertificaat (CEP) voor de werkzame stof van een kruidengeneesmiddel |
|
1, 2, 4, 6 |
IB |
||||||||
|
|
(b) |
TSE-goedkeuringscertificaat van de Europese Farmacopee voor een werkzame stof/uitgangsstof/reagens/tussenproduct of hulpstof |
|
|
|
|||||||||
|
|
|
1. |
Nieuw TSE-goedkeuringscertificaat voor een werkzame stof (met inbegrip van vervanging of toevoeging) |
4, 7 |
1, 2, 3, 4 |
IAIN |
||||||||
|
|
|
2. |
Nieuw TSE-goedkeuringscertificaat voor een uitgangsstof/reagens/ tussenproduct/hulpstof (met inbegrip van vervanging of toevoeging) |
4, 7 |
1, 2, 3, 4, |
IA |
||||||||
|
|
|
3. |
Actualisering van een TSE-goedkeuringscertificaat |
4, 7 |
1, 2, 3, 4 |
IA |
||||||||
|
|
|
4. |
Schrapping van (een) TSE-goedkeuringscertificaat/goedkeuringscertificaten |
8 |
7 |
IA |
||||||||
|
|
|
5. |
Nieuw/geactualiseerd TSE-certificaat van een fabrikant die gebruikmaakt van materialen van menselijke of dierlijke oorsprong waarvoor een beoordeling vereist is van het risico in verband met mogelijke verontreiniging met adventieve agentia |
|
|
II |
||||||||
|
|
Voorwaarden |
|||||||||||||
|
|
1. |
Het effect van de nieuwe bron van de werkzame stof, of de veranderingen in de werkzame stof, op het eindproduct is beoordeeld door de houder/fabrikant van het eindproduct en er is geen verandering in de belangrijke kwaliteitskenmerken of samenstelling van het eindproduct (bv. de API-mix). De specificaties betreffende de vrijgave en het einde van de houdbaarheidstermijn van het eindproduct blijven dezelfde. |
||||||||||||
|
|
2. |
De specificaties betreffende onzuiverheden in de werkzame stof van de houder/fabrikant van het eindproduct blijven onveranderd. Dit heeft betrekking op organische onzuiverheden, residuale oplossingsmiddelen, mutagene onzuiverheden (met inbegrip van nitrosaminen) en elementaire onzuiverheden. Aanscherping van verontreinigingsgrenswaarden, veranderingen in de specificaties voor verontreinigingen volgens de Europese Farmacopee en/of residuale oplossingsmiddelen overeenkomstig ICH Q3C zijn uitgesloten. |
||||||||||||
|
|
3. |
De specificaties betreffende de werkzame stof van de houder/fabrikant van het eindproduct blijven onveranderd waar het andere specifieke eisen betreft die mogelijk van invloed zijn op de kwaliteit van het eindproduct, zoals polymorfe vorm, hydratatietoestand, deeltjesgrootteprofielen. |
||||||||||||
|
|
4. |
Het fabricageprocedé van de werkzame stof, de uitgangsstof, het reagens of het tussenproduct omvat niet het gebruik van materialen van menselijke of dierlijke herkomst waarvoor een beoordeling van gegevens inzake virale veiligheid is vereist of, indien dit wel het geval is, is de actualisering van het CEP/TSE-certificaat uitsluitend het gevolg van administratieve veranderingen. |
||||||||||||
|
|
5. |
Uitsluitend voor de werkzame stof zal dit onmiddellijk voor het gebruik worden beproefd, indien in het goedkeuringscertificaat van de Europese Farmacopee geen herbeproevingstermijn is opgenomen of indien het dossier nog geen gegevens ter ondersteuning van een herbeproevingstermijn bevat. |
||||||||||||
|
|
6. |
Het betreft geen steriel(e) werkzame stof/uitgangsstof/reagens/tussenproduct/hulpstof. |
||||||||||||
|
|
7. |
Wanneer uit beenderen vervaardigde gelatine zal worden gebruikt in een eindproduct voor parenteraal gebruik, mag dit uitsluitend worden vervaardigd met naleving van de desbetreffende nationale voorschriften. |
||||||||||||
|
|
8. |
Ten minste één fabrikant van dezelfde stof blijft in het dossier. |
||||||||||||
|
|
9. |
Indien de werkzame stof geen steriele stof is, maar zal worden gebruikt in een steriel eindproduct, mag er volgens het CEP geen water worden gebruikt tijdens de laatste synthesestappen van die stof; gebeurt dat toch, dan moet de werkzame stof voldoen aan het richtsnoer over water voor farmaceutisch gebruik wat betreft bacteriële endotoxines en microbiologische kwaliteit. |
||||||||||||
|
|
Documentatie |
|||||||||||||
|
|
1. |
Kopie van het huidige (geactualiseerde) goedkeuringscertificaat (CEP) van de Europese Farmacopee en, indien voorhanden, het toegangsbewijs. |
||||||||||||
|
|
2. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). Daaronder dienen te vallen:
|
||||||||||||
|
|
3. |
In voorkomend geval, een document met informatie over materialen die binnen het werkingsbereik vallen van de “Note for Guidance on Minimising the Risk of Transmitting Animal Spongiform Encephalopathy Agents via Human and Veterinary Medicinal Products”, inclusief de materialen die worden gebruikt bij de fabricage van de werkzame stof/hulpstof. Voor dergelijk materiaal moet de volgende informatie worden opgenomen: naam van de fabrikant, soort en weefsel waarvan het materiaal een derivaat is, land van herkomst van de brondieren en het gebruik ervan. Voor de gecentraliseerde procedure moeten deze gegevens zijn opgenomen in een geactualiseerde TSE-tabel A (en B indien relevant). |
||||||||||||
|
|
4. |
Voor een werkzame stof, in voorkomend geval, een verklaring door de bevoegde persoon van elke houder van een vergunning voor de vervaardiging die wordt genoemd in de aanvraag, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt als uitgangsstof, en een verklaring door de bevoegde persoon van elke houder van een vergunning voor de vervaardiging die in de aanvraag wordt genoemd als verantwoordelijke voor de vrijgave van charges. |
||||||||||||
|
|
5. |
Passende bewijsstukken ter bevestiging dat het water dat in de laatste stappen van de synthese van de werkzame stof wordt gebruikt, of de werkzame stof zelf, voldoet aan de bijbehorende vereisten in het richtsnoer over de kwaliteit van water voor farmaceutisch gebruik wat betreft bacteriële endotoxines en microbiologische kwaliteit. |
||||||||||||
|
|
6. |
Voor werkzame stoffen van kruidengeneesmiddelen, een gedetailleerde vergelijking betreffende de specificaties en belangrijke kwaliteitskenmerken (bv. voor extracten: verwijzing naar de uitgangsstof voor het kruidengeneesmiddel (met inbegrip van de binominale naam en het deel van de plant), de fysische toestand, het extractiesolvent (aard en concentratie), de geneesmiddel/extractverhouding en het fabricageprocedé (met inbegrip van een stapsgewijze vergelijking van alle productiestappen in een tabelvorm). |
||||||||||||
|
|
7. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
||||||||||||
Q.III.2
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
|||||
|
|
(a) |
Verandering in de specificatie(s) van een vroeger niet in de Europese farmacopee opgenomen stof om volledig te voldoen aan de Europese Farmacopee of aan een nationale farmacopee van een lidstaat |
|
|
|
|||
|
|
|
1. |
Werkzame stof |
1, 2, 3, 4 |
1, 2, 3, 4 |
IAIN |
||
|
|
|
2. |
Hulpstof/uitgangsstof voor de werkzame stof/het reagens/ het materiaal van de secundaire verpakking/het materiaal van de primaire verpakking |
1, 2, 3, 4 |
1, 2, 3, 4 |
IA |
||
|
|
(b) |
Verandering om te voldoen aan een actualisering van de relevante monografie van de Europese Farmacopee of een nationale farmacopee van een lidstaat |
1, 2, 4 |
1, 2, 3, 4 |
IA |
|||
|
|
(c) |
Verandering in de specificaties door overgang van een nationale farmacopee van een lidstaat naar de Europese Farmacopee |
1, 4 |
1, 2, 3, 4 |
IA |
|||
|
|
(d) |
Verandering in de werkzame stof van het kruidengeneesmiddel of de uitgangsstof voor het kruidengeneesmiddel |
|
1, 2, 3, 4, 5 |
IB |
|||
|
|
Voorwaarden |
|||||||
|
|
1. |
De verandering wordt uitsluitend aangebracht om volledig aan de farmacopee te voldoen. Na de verandering moeten alle analytische procedures in de specificatie overeenstemmen met de norm van de farmacopee, behalve eventuele aanvullende procedures. |
||||||
|
|
2. |
De aanvullende specificaties ten opzichte van de farmacopee voor productspecifieke eigenschappen blijven onveranderd (bv. deeltjesgrootteprofielen, polymorfe vorm, bioanalysen of aggregaten). |
||||||
|
|
3. |
Geen significante veranderingen in het kwalitatieve en kwantitatieve verontreinigingsprofiel tenzij de specificaties zijn aangescherpt. |
||||||
|
|
4. |
De geschiktheid onder de daadwerkelijke gebruiksomstandigheden van de nieuwe of veranderde in de farmacopee opgenomen analytische procedure is bevestigd. |
||||||
|
|
Documentatie |
|||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier (gepresenteerd in EU-CTD-indeling). |
||||||
|
|
2. |
Vergelijkende tabel van huidige en voorgestelde specificaties. |
||||||
|
|
3. |
In voorkomend geval, analysegegevens van de charge (in een vergelijkende tabel) voor twee productiecharges van de betrokken stof voor alle analytische procedures in de nieuwe specificatie en daarnaast, in voorkomend geval, vergelijkende gegevens voor het oplossingsprofiel voor het eindproduct bij ten minste één proefcharge. Voor op kruiden gebaseerde eindproducten kunnen vergelijkende uiteenvalgegevens aanvaardbaar zijn. |
||||||
|
|
4. |
Gegevens die de geschiktheid van de monografie aantonen om de stof te controleren (bv. een vergelijking van de potentiële verontreinigingen met de transparantienota van de monografie). |
||||||
|
|
5. |
Voor werkzame stoffen van/uitgangsstoffen voor kruidengeneesmiddelen moet een gedetailleerde vergelijking betreffende de kenmerken ervan worden verstrekt (bv. voor extracten: verwijzing naar de uitgangsstof voor het kruidengeneesmiddel (met inbegrip van de wetenschappelijke binominale naam en het deel van de plant, de fysische toestand, het extractiesolvent (aard en concentratie), de geneesmiddel/extractverhouding en het fabricageprocedé)). |
||||||
Q.IV Medische hulpmiddelen
|
Opmerking: |
veranderingen in medische hulpmiddelen moeten worden ingediend onder de passende indeling Q.IV, zelfs als het medische hulpmiddel ook als sluitsysteem van de recipiënt fungeert. |
Q.IV.1
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Toevoeging of vervanging van een hulpmiddel in een combinatieverpakking of waarnaar wordt verwezen |
1, 2, 3, 5 |
1, 2, 3 |
IAIN |
||
|
|
(b) |
Toevoeging of vervanging van of andere veranderingen in een hulpmiddel in een combinatieverpakking of waarnaar wordt verwezen, die significante gevolgen kunnen hebben voor de aflevering, kwaliteit, veiligheid en/of werkzaamheid van het geneesmiddel |
|
|
II |
||
|
|
(c) |
Schrapping van een hulpmiddel in een combinatieverpakking of waarnaar wordt verwezen |
3, 4, 5 |
1, 4 |
IAIN |
||
|
|
(d) |
Kleine verandering in een hulpmiddel in een combinatieverpakking of waarnaar wordt verwezen, die geen gevolgen heeft voor de aflevering, kwaliteit, veiligheid en/of werkzaamheid van het geneesmiddel of de bruikbaarheid van het hulpmiddel |
3, 5 |
1 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De verandering heeft geen significante gevolgen voor de aflevering, kwaliteit, veiligheid en/of werkzaamheid van het geneesmiddel of de bruikbaarheid van het hulpmiddel. |
|||||
|
|
2. |
Er is compatibiliteitsonderzoek verricht en het hulpmiddel is verenigbaar met het geneesmiddel. |
|||||
|
|
3. |
De verandering mag niet leiden tot ingrijpende wijziging van de productinformatie. |
|||||
|
|
4. |
Het geneesmiddel kan nog steeds veilig en nauwkeurig worden afgeleverd. |
|||||
|
|
5. |
Er zijn geen gevolgen voor het risicomanagementplan van het geneesmiddel. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier, inclusief een beschrijving, tekening en samenstelling van het materiaal van het hulpmiddel, en compatibiliteitsonderzoek en bruikbaarheidsonderzoek, voor zover van toepassing. |
|||||
|
|
2. |
Bij toevoeging of vervanging van een medisch hulpmiddel in een combinatieverpakking, bewijs dat is voldaan aan de desbetreffende normen, bv. een EU-conformiteitsverklaring of, in voorkomend geval, een EU-certificaat of andere passende documentatie, zoals beknopte informatie waaruit naleving van de desbetreffende algemene veiligheids- en prestatie-eisen blijkt. |
|||||
|
|
3. |
Gegevens die de prestaties, veiligheid en compatibiliteit van het hulpmiddel aantonen, naargelang het geval. |
|||||
|
|
4. |
Een rechtvaardiging voor de schrapping van het hulpmiddel. |
|||||
Q.IV.2
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Toevoeging of vervanging van een geïntegreerd (onderdeel van een) medisch hulpmiddel of een ingrijpende verandering in de materialen en/of het ontwerp en/of de prestatiekenmerken van een geïntegreerd hulpmiddel, die significante gevolgen kan hebben voor de aflevering, kwaliteit, veiligheid of werkzaamheid van het geneesmiddel |
|
|
II |
||
|
|
(b) |
Toevoeging of vervanging van een geïntegreerd (onderdeel van een) medisch hulpmiddel die geen significante gevolgen heeft voor de prestaties, aflevering, kwaliteit, veiligheid of werkzaamheid van het geneesmiddel |
|
1, 2 |
IB |
||
|
|
(c) |
Schrapping van een geïntegreerd (onderdeel van een) medisch hulpmiddel die niet leidt tot de volledige schrapping van een sterkte of een farmaceutische vorm |
1, 2 |
1 |
IAIN |
||
|
|
(d) |
Verandering in het materiaal van een (onderdeel van een) hulpmiddel dat niet in aanraking komt met het geneesmiddel |
3, 4 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
(e) |
Verandering in het materiaal van een (onderdeel van een) hulpmiddel dat in aanraking komt met het geneesmiddel, die geen significante gevolgen heeft voor de prestaties, veiligheid, kwaliteit of werkzaamheid van het geneesmiddel, en geen materialen van menselijke of dierlijke herkomst omvat waarvoor een beoordeling van gegevens inzake virale veiligheid of TSE-risico nodig is |
|
1, 2, 3, 4 |
IB |
||
|
|
(f) |
Toevoeging of vervanging van een leverancier/fabrikant van een bestaand (onderdeel van een) hulpmiddel |
5, 6 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
(g) |
Toevoeging of vervanging van een locatie die verantwoordelijk is voor de sterilisatie van het (onderdeel van het) hulpmiddel en/of een verandering in het sterilisatieproces van het (onderdeel van het) hulpmiddel indien dit als steriel wordt geleverd |
|
1, 2, 5, 6 |
IB |
||
|
|
(h) |
Andere kleine verandering in een geïntegreerd (onderdeel van een) hulpmiddel |
3, 4 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
Het geneesmiddel kan nog steeds veilig en nauwkeurig worden afgeleverd. |
|||||
|
|
2. |
De resterende productpresentatie(s) moet(en) toereikend zijn voor de doseringsinstructies en behandelingsduur zoals genoemd in de samenvatting van de productkenmerken. |
|||||
|
|
3. |
De verandering heeft geen invloed op de prestaties, aflevering, veiligheid of kwaliteit van het eindproduct. De functionaliteit moet onveranderd blijven. |
|||||
|
|
4. |
Er is geen sprake van een ingrijpende wijziging van de productinformatie. |
|||||
|
|
5. |
Er is geen sprake van een verandering in het (onderdeel van het) hulpmiddel. |
|||||
|
|
6. |
De leverancier/fabrikant verricht geen sterilisatie. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier, in voorkomend geval met inbegrip van herziene productinformatie. |
|||||
|
|
2. |
Een rechtvaardiging voor het ontbreken van een advies van een aangemelde instantie/EU-certificaat/EU-conformiteitsverklaring op basis van de verrichte risicobeoordeling waaruit is gebleken dat de voorgestelde verandering geen significante gevolgen heeft voor het geneesmiddel. |
|||||
|
|
3. |
De resultaten van het onder ICH-omstandigheden uitgevoerde stabiliteitsonderzoek naar de desbetreffende stabiliteitsparameters bij ten minste twee charges op proefschaal of industriële schaal voor een periode van ten minste drie maanden, en een verzekering dat dit onderzoek zal worden voltooid en dat de gegevens onmiddellijk aan de bevoegde instanties zullen worden verstrekt indien zij buiten de specificaties vallen of aan het eind van de goedgekeurde houdbaarheidstermijn mogelijk buiten de specificaties vallen (samen met de voorgestelde maatregelen). |
|||||
|
|
4. |
Waar nodig moet worden aangetoond dat er geen interactie is tussen het geneesmiddel en het (onderdeel van het) hulpmiddel (bv. geen migratie van bestanddelen van het voorgestelde materiaal in de inhoud en geen verlies van bestanddelen van het product in het hulpmiddel), inclusief bevestiging dat het materiaal voldoet aan de desbetreffende eisen uit de farmacopee of de EU-wetgeving inzake kunststof materialen en objecten die in contact komen met voedingsmiddelen. In voorkomend geval moeten er vergelijkende gegevens worden verstrekt over doorlaatbaarheid voor bv. O2, CO2 en vocht. |
|||||
|
|
5. |
Bewijs dat sterilisatie heeft plaatsgevonden en is gevalideerd overeenkomstig de GMP-norm en/of de desbetreffende ISO-normen in overeenstemming met het richtsnoer over de sterilisatie van het geneesmiddel, de werkzame stof, de hulpstof en de primaire recipiënt. |
|||||
|
|
6. |
Beschrijving van de sterilisatiemethode en -cyclus. De sterilisatiecyclus moet worden gevalideerd indien de cyclus niet gebaseerd is op in de Europese Farmacopee vermelde referentievoorwaarden. |
|||||
Q.IV.3
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Kleine verandering in de afmetingen van een (onderdeel van een) medisch hulpmiddel |
1, 2, 3 |
1 |
IA |
||
|
|
(b) |
Verandering in de specificatie van een (onderdeel van een) medisch hulpmiddel die geen deel uitmaakt van de specificaties van het eindproduct |
|
|
|
||
|
|
|
|
1, 2, 4, 5 |
1 |
IA |
||
|
|
|
|
1, 2, 8 |
1, 2, 3 |
IA |
||
|
|
|
|
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
|
|
|
|
II |
||
|
|
(c) |
Verandering in een analytische procedure voor het (onderdeel van het) medisch hulpmiddel |
|
|
|
||
|
|
|
|
1, 6 |
1, 2, 4 |
IA |
||
|
|
|
|
1, 7 |
1 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De verandering heeft geen invloed op de aflevering, het gebruik, de veiligheid of de stabiliteit van het eindproduct. |
|||||
|
|
2. |
Geen verandering in de kwalitatieve of kwantitatieve samenstelling van het (onderdeel van het) hulpmiddel. |
|||||
|
|
3. |
Er is geen sprake van een verandering in de vrije ruimte of in de oppervlakte/volumeverhouding, of slechts van kleine veranderingen die geen gevolgen hebben voor de stabiliteit van het eindproduct. |
|||||
|
|
4. |
De veranderingen moeten binnen het bereik van de momenteel goedgekeurde gespecificeerde acceptatiecriteria liggen. |
|||||
|
|
5. |
De analytische procedure blijft dezelfde of er zijn slechts kleine veranderingen in de analytische procedure. |
|||||
|
|
6. |
Er is adequaat valideringsonderzoek uitgevoerd overeenkomstig de desbetreffende richtsnoeren waarin is aangetoond dat de aangepaste analytische procedure minimaal gelijkwaardig is aan de oude analytische procedure (indien van toepassing). |
|||||
|
|
7. |
Er is al een alternatieve analytische procedure goedgekeurd voor het specificatiekenmerk. |
|||||
|
|
8. |
De verandering is niet het gevolg van een veiligheids- of kwaliteitskwestie. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier. |
|||||
|
|
2. |
Details van nieuwe analytische procedures en validering, indien van toepassing. |
|||||
|
|
3. |
Rechtvaardiging van het specificatiekenmerk en de bijbehorende acceptatiecriteria. |
|||||
|
|
4. |
Vergelijkende valideringsresultaten of, indien gerechtvaardigd, vergelijkende analyseresultaten waaruit blijkt dat de huidige analytische procedure en de voorgestelde analytische procedure gelijkwaardig zijn. Deze eis geldt niet bij de toevoeging van een nieuwe analytische procedure. |
|||||
|
|||||||
Q.V Veranderingen in een vergunning voor het in de handel brengen als gevolg van andere regelgevingsprocedures
Q.V.a) PBD/VABD
Q.V.a.1
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Eerste opname van een nieuw plasmabasisdossier dat de eigenschappen van het eindproduct beïnvloedt |
|
|
II |
||
|
|
(b) |
Eerste opname van een nieuw plasmabasisdossier dat de eigenschappen van het eindproduct niet beïnvloedt |
|
1, 2, 3, 4, 5 |
IB |
||
|
|
(c) |
Opname van een geactualiseerd/aangepast plasmabasisdossier wanneer de veranderingen de eigenschappen van het eindproduct beïnvloeden |
|
1, 2, 3, 4, 5, 6 |
IB |
||
|
|
(d) |
Opname van een geactualiseerd/aangepast plasmabasisdossier wanneer de veranderingen de eigenschappen van het eindproduct niet beïnvloeden |
1 |
1, 2, 3, 4, 5 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
Voor het geactualiseerde of aangepaste plasmabasisdossier is een certificaat van overeenstemming met de EU-wetgeving verleend overeenkomstig bijlage I bij Richtlijn 2001/83/EG. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Verklaring dat het PBD-certificaat en het beoordelingsverslag volledig van toepassing zijn op het toegelaten product, dat de PBD-houder het PBD-certificaat, het beoordelingsverslag en het PBD-dossier aan de houder heeft verstrekt (wanneer de houder van de vergunning voor het in de handel brengen iemand anders is dan de PBD-houder) en dat het PBD-certificaat en het beoordelingsverslag de eerdere PBD-documentatie voor deze vergunning voor het in de handel brengen vervangen. |
|||||
|
|
2. |
PBD-certificaat en beoordelingsverslag. |
|||||
|
|
3. |
Een verklaring van deskundigen waarin alle veranderingen worden geschetst die zijn opgenomen in het gecertificeerde PBD en waarin hun potentiële gevolgen voor de eindproducten worden geëvalueerd, met inbegrip van productspecifieke risicobeoordelingen. |
|||||
|
|
4. |
Op het aanvraagformulier voor de wijziging moeten het “huidige” en het “voorgestelde” PBD-certificaat van het EMA in het dossier van de vergunning voor het in de handel brengen, duidelijk worden vermeld (codenummer). In voorkomend geval moet het aanvraagformulier voor de wijziging ook alle andere PBD’s bevatten waar het geneesmiddel naar verwijst, ook wanneer deze geen onderwerp van de aanvraag zijn. |
|||||
|
|
5. |
Geactualiseerde productinformatie wanneer dit wordt vereist krachtens de desbetreffende nationale wetgeving. |
|||||
|
|
6. |
Geactualiseerde versie van de betrokken gedeelten van het dossier van het geneesmiddel. |
|||||
Q.V.a.2
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Eerste opname van een nieuw vaccinantigeenbasisdossier |
|
|
II |
||
|
|
(b) |
Opname van een geactualiseerd/aangepast vaccinantigeenbasisdossier wanneer de veranderingen de eigenschappen van het eindproduct beïnvloeden |
|
1, 2, 3, 4 |
IB |
||
|
|
(c) |
Opname van een geactualiseerd/aangepast vaccinantigeenbasisdossier wanneer de veranderingen de eigenschappen van het eindproduct niet beïnvloeden |
1 |
1, 2, 3, 4 |
IAIN |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
Voor het geactualiseerde of aangepaste vaccinantigeenbasisdossier is een certificaat van overeenstemming met de EU-wetgeving verleend overeenkomstig bijlage I bij Richtlijn 2001/83/EG. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Verklaring dat het VABD-certificaat en het beoordelingsverslag volledig van toepassing zijn op het toegelaten product, dat de VABD-houder het VABD-certificaat, het beoordelingsverslag en het VABD-dossier aan de houder heeft verstrekt (wanneer de houder van de vergunning voor het in de handel brengen iemand anders is dan de VABD-houder) en dat het VABD-certificaat en het beoordelingsverslag de eerdere VABD-documentatie voor deze vergunning voor het in de handel brengen vervangen. |
|||||
|
|
2. |
VABD-certificaat en beoordelingsverslag. |
|||||
|
|
3. |
Een verklaring van deskundigen waarin alle veranderingen worden geschetst die zijn opgenomen in het gecertificeerde VABD en waarin hun potentiële gevolgen voor de eindproducten worden geëvalueerd, met inbegrip van productspecifieke risicobeoordelingen. |
|||||
|
|
4. |
Op het aanvraagformulier voor de wijziging moeten het “huidige” en “voorgestelde” VABD-certificaat van het EMA in het dossier van de vergunning voor het in de handel brengen, duidelijk worden vermeld (codenummer). In voorkomend geval moet het aanvraagformulier voor de wijziging ook alle andere VABD’s bevatten waar het geneesmiddel naar verwijst, zelfs wanneer deze geen onderwerp van de aanvraag zijn. |
|||||
Q.V.b) Doorverwijzing
Q.V.b.1
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
De verandering is een uitvoering van het resultaat van de doorverwijzing |
1 |
1, 2 |
IAIN |
||
|
|
(b) |
De harmonisatie van het kwaliteitsdossier was geen onderdeel van de doorverwijzing en de actualisering is bedoeld om het kwaliteitsdossier te harmoniseren |
|
|
II |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
Het resultaat vereist geen verdere beoordeling. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Gevoegd bij de begeleidende brief bij de wijzigingsaanvraag: een verwijzing naar het betreffende besluit van de Commissie. |
|||||
|
|
2. |
De tijdens de doorverwijzingsprocedure ingevoerde veranderingen moeten duidelijk worden benadrukt in de indiening. |
|||||
C. VERANDERINGEN OP HET GEBIED VAN VEILIGHEID, WERKZAAMHEID EN GENEESMIDDELENBEWAKING
|
Algemene opmerking: |
bij een verandering in de therapeutische indicatie, de dosering of de maximale dagelijkse dosis, moet een beoordeling van de kwaliteitsdocumentatie worden verricht. Hieruit voortvloeiende veranderingen in de kwaliteitsdocumentatie (bijvoorbeeld in de vorm van te wijzigen verontreinigingsgrenswaarden) vereisen de indiening van passende kwaliteitswijzigingen overeenkomstig het hoofdstuk “kwaliteitsveranderingen”. |
C.1
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Het geneesmiddel valt binnen de gedefinieerde werkingssfeer van de procedure |
1 |
1, 2, 3 |
IAIN |
||
|
|
(b) |
Het geneesmiddel valt niet binnen de gedefinieerde werkingssfeer van de procedure maar de verandering(en) is (zijn) een uitvoering van het resultaat van de procedure en er hoeven geen nieuwe aanvullende gegevens te worden ingediend door de vergunninghouder |
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
(c) |
Het geneesmiddel valt niet binnen de gedefinieerde werkingssfeer van de procedure maar de verandering(en) is (zijn) een uitvoering van het resultaat van de procedure en er worden nieuwe aanvullende gegevens ingediend door de vergunninghouder |
|
|
II |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De wijziging voorziet in de exacte toepassing van de door de instantie verlangde bewoording en vereist geen indiening van aanvullende gegevens en/of een verdere beoordeling. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Gevoegd bij de begeleidende brief bij de wijzigingsaanvraag: een verwijzing naar het betreffende besluit van de Commissie of naar de met de CMD(h) bereikte overeenkomst (naargelang het geval) met de bijgevoegde samenvatting van de productkenmerken, etikettering of bijsluiter. |
|||||
|
|
2. |
Een bevestiging dat de voorgestelde samenvatting van de productkenmerken, etikettering of bijsluiter voor de betreffende gedeelten dezelfde is als die in de bijlage bij het besluit van de Commissie of in de met de CMD(h) bereikte overeenkomst (naargelang het geval). |
|||||
|
|
3. |
Herziene productinformatie. |
|||||
C.2
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Toepassing van verandering(en) waarvoor geen nieuwe aanvullende gegevens hoeven te worden ingediend door de vergunninghouder |
|
1, 2, 3 |
IB |
||
|
|
(b) |
Toepassing van verandering(en) die verder moet(en) worden onderbouwd met nieuwe, aanvullende gegevens die moeten worden ingediend door de houder van de vergunning voor het in de handel brengen (bv. vergelijkbaarheid) |
|
|
II |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Gevoegd bij de begeleidende brief bij de wijzigingsaanvraag: verzoek van het EMA of de nationale bevoegde instantie, indien van toepassing. |
|||||
|
|
2. |
Herziene productinformatie. |
|||||
|
|
3. |
Voor een biosimilair geneesmiddel waarbij de productinformatie wordt afgestemd op een indicatie van het referentiegeneesmiddel: een motivering dat de voor het biosimilaire geneesmiddel verrichte vergelijking van toepassing is op de betreffende indicatie. |
|||||
C.3
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Toepassing van de overeengekomen bewoording |
1 |
1, 2 |
IAIN |
||
|
|
(b) |
Toepassing van de overeengekomen bewoording die een aanvullende beperkte beoordeling vereist (bijvoorbeeld wanneer de vertalingen nog niet zijn overeengekomen) |
|
1, 2 |
IB |
||
|
|
(c) |
Toepassing van verandering(en) die verder moet(en) worden onderbouwd met nieuwe, aanvullende gegevens die moeten worden ingediend door de houder van de vergunning voor het in de handel brengen |
|
|
II |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De wijziging voorziet in de exacte toepassing van de verlangde bewoording, met inbegrip van de overeengekomen nationale vertalingen, en vereist geen indiening van aanvullende gegevens en/of een verdere beoordeling. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Gevoegd bij de begeleidende brief bij de wijzigingsaanvraag: verwijzing naar de overeenkomst/beoordeling van de bevoegde instanties. |
|||||
|
|
2. |
Herziene productinformatie. |
|||||
C.4
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
|
|
II |
||
C.5
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Voor generieke/hybride/biosimilaire geneesmiddelen na een goedgekeurde verandering in de juridische status van het referentiegeneesmiddel |
|
1, 2 |
IB |
||
|
|
(b) |
Alle overige veranderingen in de juridische status |
|
|
II |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Gevoegd bij de begeleidende brief bij de wijzigingsaanvraag: goedkeuringsbewijs voor de verandering in de juridische status (bv. verwijzing naar het betreffende besluit van de Commissie). |
|||||
|
|
2. |
Herziene productinformatie. |
|||||
|
|||||||
C.6
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Toevoeging van een nieuwe therapeutische indicatie of aanpassing van een goedgekeurde therapeutische indicatie |
|
|
II |
||
|
|
(b) |
Schrapping van een therapeutische indicatie |
|
1 |
IB |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
De wijziging van het/de relevante gedeelte(n) van het dossier, met inbegrip van herziene productinformatie. |
|||||
|
|||||||
C.7
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
een farmaceutische vorm |
|
1, 2 |
IB |
||
|
|
(b) |
een sterkte |
|
1, 2 |
IB |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Verklaring dat de resterende productpresentatie(s) toereikend is (zijn) voor de doseringsinstructies en behandelingsduur zoals genoemd in de samenvatting van de productkenmerken. |
|||||
|
|
2. |
Herziene productinformatie. |
|||||
|
|||||||
C.8
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Opname van een samenvatting van een geneesmiddelenbewakingssysteem na een verandering betreffende de houder |
|
1, 2 |
IAIN |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Samenvatting van het geneesmiddelenbewakingssysteem: bewijs dat de houder beschikt over een gekwalificeerde persoon die verantwoordelijk is voor de geneesmiddelenbewaking en een door de houder ondertekende verklaring dat hij over de nodige middelen beschikt om de in titel IX van Richtlijn 2001/83/EG vermelde taken en verantwoordelijkheden op zich te nemen. |
|||||
|
|
2. |
GBBD-nummer (indien beschikbaar). |
|||||
|
|||||||
C.9
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
Toepassing van veranderingen op basis van de resultaten van vroegere beoordelingen |
1 |
1, 2 |
IAIN |
||
|
|
(b) |
Toepassing van veranderingen die een aanvullende beperkte beoordeling vereisen (bv. wat betreft de voorgeschreven datum voor verplichtingen en voorwaarden van een vergunning voor het in de handel brengen en de vereiste geneesmiddelenbewakingsactiviteiten in het risicomanagementplan, met inbegrip van de voorgeschreven datum van onderzoeksmijlpalen en bijgewerkte modellen) |
|
2 |
IB |
||
|
|
(c) |
Toepassing van verandering(en) die verder moet(en) worden onderbouwd met nieuwe, aanvullende gegevens die moeten worden ingediend door de vergunninghouder wanneer belangrijke beoordeling door de bevoegde instantie vereist is |
|
|
II |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De wijziging voorziet in de verlangde maatregel, met inbegrip van de exacte overeengekomen bewoording en de overeengekomen nationale vertalingen, en vereist geen indiening van aanvullende gegevens en/of een verdere beoordeling. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Gevoegd bij de begeleidende brief bij de wijzigingsaanvraag: verwijzing naar het desbetreffende besluit van de bevoegde instanties. |
|||||
|
|
2. |
Actualisering van het betrokken gedeelte van het dossier. |
|||||
|
|||||||
C.10
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
1 |
1, 2 |
IAIN |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
Het geneesmiddel is opgenomen in de lijst met geneesmiddelen waarop aanvullend toezicht moet worden uitgeoefend of is uit die lijst geschrapt (naargelang het geval). |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Gevoegd bij de begeleidende brief bij de wijzigingsaanvraag: een verwijzing naar de lijst met geneesmiddelen waarop aanvullend toezicht moet worden uitgeoefend. |
|||||
|
|
2. |
Herziene productinformatie. |
|||||
|
|||||||
C.11
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
|
1, 2 |
IB |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Resultaten van het overleg met patiëntendoelgroepen (gebruikersonderzoek of overbruggingsverslag). |
|||||
|
|
2. |
Herziene productinformatie. |
|||||
C.12
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
|
|
II |
||
|
|||||||
M. PBD/VABD
M.1
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
PBD-certificaathouder |
1 |
1 |
IAIN |
||
|
|
(b) |
VABD-certificaathouder |
1 |
1 |
IAIN |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De houder van het certificaat moet dezelfde rechtspersoon blijven. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Een officieel document van een relevante officiële instantie (bv. kamer van koophandel) waarin de nieuwe naam of het nieuwe adres wordt genoemd. |
|||||
M.2
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
|
1, 2, 3, 4, 5, 6 |
IAIN |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Een document met de identificatiegegevens (naam en adres) van de huidige PBD-houder (overdrager) en van de persoon aan wie de overdracht wordt verleend (verkrijger), samen met de voorgestelde uitvoeringsdatum, ondertekend door beide bedrijven. |
|||||
|
|
2. |
Een kopie van de recentste PBD-certificaatpagina: “EMA-certificaat van overeenstemming met de Gemeenschapswetgeving voor Plasmabasisdossier (PBD)”. |
|||||
|
|
3. |
Bewijs van vestiging van de nieuwe houder (uittreksel uit het handelsregister en de Engelse vertaling hiervan), ondertekend door beide bedrijven. |
|||||
|
|
4. |
Bevestiging van de overdracht van de volledige PBD-documentatie sinds de eerste PBD-certificering aan de verkrijger, ondertekend door beide bedrijven. |
|||||
|
|
5. |
Vergunningsbrief met de contactgegevens van de persoon die verantwoordelijk is voor de communicatie tussen de bevoegde instantie en de PBD-houder, ondertekend door de verkrijger. |
|||||
|
|
6. |
Verbintenisbrief om te voldoen aan alle openstaande en resterende verplichtingen (indien aanwezig), ondertekend door de verkrijger. |
|||||
M.3
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
1, 2 |
1, 2, 3 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De bloedinstelling moet dezelfde rechtspersoon blijven. |
|||||
|
|
2. |
De verandering moet administratief zijn. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Ondertekende verklaring dat de verandering geen betrekking heeft op een verandering in het kwaliteitssysteem binnen de bloedinstelling. |
|||||
|
|
2. |
Ondertekende verklaring dat er geen verandering is in de lijst van inzamelcentra. |
|||||
|
|
3. |
Geactualiseerde relevante gedeelten en bijlagen van het PBD-dossier. |
|||||
M.4
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
1, 2, 3 |
2, 3 |
IA |
||||
|
|
1, 2, 3 |
IB |
||||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|||||||
|
|||||||
|
|||||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Epidemiologische gegevens van de virale markers van het inzamelcentrum voor bloed/plasma overeenkomstig het richtsnoer over epidemiologische gegevens betreffende door bloed overdraagbare infecties. |
|||||
|
|
2. |
Verklaring dat het centrum onder dezelfde omstandigheden werkt als de andere centra die tot de bloedinstelling behoren, zoals gespecificeerd in de standaardovereenkomst tussen de bloedinstelling en de PBD-houder. |
|||||
|
|
3. |
Geactualiseerde relevante gedeelten en bijlagen van het PBD-dossier, inclusief informatie over inspecties en controles. |
|||||
M.5
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
1 |
1 |
IA |
||
|
|
|
|
|
|
|
||
|
|
|
|
1 |
1 |
IA |
||
|
|
|
|
2, 3, 4 |
1, 2, 3, 6 |
IA |
||
|
|
|
|
|
1, 4, 5, 6 |
IB |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De reden voor de schrapping of verandering van de status mag niet gerelateerd zijn aan een kwestie op het gebied van goede fabricagepraktijken of andere veiligheidsoverwegingen. |
|||||
|
|
2. |
De instelling(en) of (het) centrum/centra moet(en) voldoen aan de wetgeving met betrekking tot inspecties. |
|||||
|
|
3. |
Er zijn geen andere dan administratieve veranderingen (van type IA) in bloedinstellingen of -centra doorgevoerd sinds de verandering van de status naar niet-operationeel (bv. bloedzakken, testkits) en er is sprake van een standaardovereenkomst tussen de bloedinstelling en de PBD-houder. |
|||||
|
|
4. |
Er zijn ieder jaar epidemiologische gegevens met betrekking tot de inzamelcentra ingediend en deze zijn beoordeeld in de jaarlijkse PBD-update. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Geactualiseerde relevante gedeelten en bijlagen van het PBD-dossier, inclusief informatie over inspecties en controles, indien van toepassing. |
|||||
|
|
2. |
Bevestiging dat er geen andere dan administratieve veranderingen (van type IA) zijn doorgevoerd. |
|||||
|
|
3. |
Verklaring dat de epidemiologische gegevens jaarlijks zijn ingediend, ook wanneer de instelling(en) of (het) centrum/centra niet-operationeel was/waren. |
|||||
|
|
4. |
Geactualiseerde epidemiologische gegevens van de virale markers van het inzamelcentrum voor bloed/plasma. |
|||||
|
|
5. |
Verklaring betreffende ingevoerde veranderingen en ingediende wijzigingsaanvragen. |
|||||
|
|
6. |
Bevestiging dat er sprake is van een standaardovereenkomst tussen de bloedinstelling en de PBD-houder. |
|||||
M.6
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
|
|
II |
||
M.7
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
1, 2, 3 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
|
|
|
1, 2 |
IB |
||
|
|
|
|
|
2 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
|
||||||
|
|
|
||||||
|
|
|
||||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Verklaring dat bij de uitvoering van de tests dezelfde, reeds aanvaarde standaardwerkvoorschriften en/of analytische procedures worden toegepast. |
|||||
|
|
2. |
Geactualiseerde relevante gedeelten en bijlagen van het PBD-dossier, inclusief informatie over inspecties en controles. |
|||||
M.8
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
|
|
II |
||
M.9
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
1, 2 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
|
|
|
2 |
IB |
||
|
|
|
|
3 |
2 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
|
||||||
|
|
|
||||||
|
|
|
||||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Verklaring dat het opslagcentrum werkt volgens dezelfde standaardwerkvoorschriften als de reeds geaccepteerde instelling. |
|||||
|
|
2. |
Geactualiseerde relevante gedeelten en bijlagen van het PBD-dossier, inclusief informatie over inspecties en controles, indien van toepassing. |
|||||
M.10
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
a) |
Testkit voor individuele donaties (serologische markers en NAT-tests) |
|
|
|
||
|
|
|
|
1 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
|
|
|
|
II |
||
|
|
|
|
|
1, 2 |
IB |
||
|
|
(b) |
NAT-tests voor kleine plasmacollecties |
|
|
|
||
|
|
|
|
1 |
1, 2 |
IA |
||
|
|
|
|
|
|
II |
||
|
|
(c) |
Tests voor plasmacollecties (antilichamen of antigenen of NAT-test) |
|
|
II |
||
|
Voorwaarden |
|||||||
|
|
|
||||||
|
Documentatie |
|||||||
|
|
|
||||||
|
|
|
||||||
M.11
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
|
1 |
IA |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Geactualiseerde relevante gedeelten van het PBD-dossier. |
|||||
M.12
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
De nieuwe bloedrecipiënten zijn voorzien van een CE-markering |
1 |
1 |
IA |
||
|
|
(b) |
De nieuwe bloedrecipiënten zijn niet voorzien van een CE-markering en de kwaliteitscriteria van het bloed in de recipiënt blijven ongewijzigd |
|
1, 2, 3, 4 |
IB |
||
|
|
(c) |
De nieuwe bloedrecipiënten zijn niet voorzien van een CE-markering en de kwaliteitscriteria van het bloed in de recipiënt worden mogelijk gewijzigd |
|
|
II |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De kwaliteitscriteria van het bloed in de recipiënt blijven onveranderd. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Geactualiseerde relevante gedeelte en bijlagen van het PBD-dossier, inclusief de naam van de recipiënt, fabrikant, specificatie van de antistollingsoplossing, bevestiging van de CE-markering en de naam van de bloedinstellingen waar de recipiënt wordt gebruikt. |
|||||
|
|
2. |
Bevestiging en gegevens waaruit de naleving blijkt van de aan de CE-markering gelijkwaardige kwaliteitsnorm, zoals voorgeschreven in de “Guideline on the scientific data requirements for a PMF”. |
|||||
|
|
3. |
Bevestiging dat een eventuele antistollingsoplossing voldoet aan de vereisten uit hoofde van de Europese Farmacopee. |
|||||
|
|
4. |
Rechtvaardiging waaruit blijkt dat de kwaliteitscriteria van het bloed in de recipiënt ongewijzigd blijven. |
|||||
M.13
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
(a) |
voorwaarden voor opslag en/of vervoer |
1 |
1 |
IA |
||
|
|
(b) |
maximale opslagtijd voor plasma |
1, 2 |
1 |
IA |
||
|
|
Voorwaarden |
||||||
|
|
1. |
De verandering moet voorzien in een aanscherping van de voorwaarden en moet voldoen aan de eisen van de Europese Farmacopee voor menselijk plasma voor fractionering. |
|||||
|
|
2. |
De maximale opslagtijd is korter dan voorheen. |
|||||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Geactualiseerde gedeelten en bijlagen van het PBD-dossier, inclusief gedetailleerde beschrijving van de nieuwe voorwaarden, bevestiging van de validering van de opslag-/vervoersvoorwaarden en de naam van de bloedinstelling(en) waar de verandering plaatsvindt (indien van toepassing). |
|||||
M.14
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
|
|
II |
||
M.15
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
|
1 |
IB |
||
|
|
Documentatie |
||||||
|
|
1. |
Geactualiseerde relevante gedeelten van het PBD-dossier. |
|||||
M.16
|
Voorwaarden waaraan moet worden voldaan |
Te verstrekken doc. |
Procedure van type |
||||
|
|
|
|
|
|
II |
||
(1) Opmerking: andere veranderingen in of betreffende een interne referentienorm/intern referentiepreparaat waarvoor geen goedgekeurd protocol bestaat, moeten worden ingedeeld in overeenstemming met de respectieve veranderingen die van invloed zijn op de biologische werkzame stof/het eindproduct.
(2) Opmerking: na goedkeuring van de wijziging van het kwalificatieprotocol valt de invoering van een nieuwe referentienorm voor een biologische werkzame stof/eindproduct, of de verlenging van de herbeproevingstermijn/opslagperiode ervan, overeenkomstig het goedgekeurde kwalificatieprotocol onder het bestaande kwaliteitsborgingssysteem, als gevolg waarvan het niet nodig is een wijziging in te voeren zolang aan alle goedgekeurde acceptatiecriteria wordt voldaan.
(*1) in het geval niet wordt voldaan aan de acceptatiecriteria en/of andere voorwaarden in het protocol, kan de verandering niet worden toegepast als wijziging van deze categorie, en moet deze in plaats daarvan worden ingediend als wijziging van de toepasselijke categorie zonder PACMP.
(3) Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/1333/oj).
(4) Verordening (EU) nr. 231/2012 van de Commissie van 9 maart 2012 tot vaststelling van de specificaties van de in de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad opgenomen levensmiddelenadditieven (PB L 83 van 22.3.2012, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/231/oj).
(5) Verordening (EG) nr. 1334/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake aroma’s en bepaalde voedselingrediënten met aromatiserende eigenschappen voor gebruik in levensmiddelen en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1601/91 van de Raad, Verordening (EG) nr. 2232/96, Verordening (EG) nr. 110/2008 en Richtlijn 2000/13/EG (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 34, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/1334/oj).
(*2) Opmerking:
het is niet nodig de bevoegde instanties kennis te geven van een geactualiseerde algemene monografie van de Europese Farmacopee of een nationale farmacopee van een lidstaat wanneer in het dossier van een toegelaten geneesmiddel naar de “huidige uitgave” wordt verwezen. Deze wijziging is derhalve van toepassing op gevallen waarin het technische dossier geen verwijzing naar de geactualiseerde monografie van de farmacopee bevatte en de wijziging wordt aangebracht om naar de geactualiseerde versie te verwijzen.
(*3) Charges op proefschaal kunnen worden geaccepteerd met een toezegging om de houdbaarheid bij charges op productieschaal te verifiëren.
(*4) Opmerking: voor werkzame stoffen waarop een goedkeuringscertificaat (CEP) van toepassing is, is krachtens categorie Q.I. in de volgende scenario’s een afzonderlijke wijziging vereist:
|
— |
bij het registreren of wijzigen van locaties (bv. micronisatielocaties of controle-/testlocaties) indien deze locaties niet zijn opgenomen in het CEP (Q.I.a), |
|
— |
bij het registreren of wijzigen van door de fabrikant van het eindproduct gehanteerde interne analytische procedures indien deze procedures niet zijn opgenomen in het CEP (Q.I.b), |
|
— |
bij het registreren of wijzigen van een herbeproevingstermijn indien de herbeproevingstermijn niet is opgenomen in het CEP (Q.I.d). |
(*5) Opmerking: het is niet nodig de bevoegde instanties kennis te geven van een geactualiseerde monografie van de Europese Farmacopee of een nationale farmacopee van een lidstaat wanneer in het dossier van een toegelaten eindproduct naar de “huidige uitgave” wordt verwezen.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5045/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)