|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2025/4413 |
29.8.2025 |
Advies van het Europees Comité van de Regio’s
Meer dan financiering: lokale en regionale overheden mobiliseren publieke en particuliere middelen om de dialogen voor een schone transitie effectief op te volgen op het terrein
(C/2025/4413)
|
BELEIDSAANBEVELINGEN
HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S (CvdR)
Investeren in duurzame, innovatieve en concurrerende regio’s en steden
|
1. |
steunt de ambitie van de EU om klimaatneutraliteit te bereiken en de uitstoot van broeikasgassen in 2040 met 90 % verminderd te hebben, in overeenstemming met de verplichtingen van de EU in het kader van de Overeenkomst van Parijs. Deze doelstelling is van cruciaal belang voor het concurrentievermogen op lange termijn, aangezien de EU hiermee aan veerkracht en duurzaamheid zal winnen en zo een innovatieve, schone en concurrerende industrie tot stand kan worden gebracht. Dit kan alleen worden bereikt met flexibel, transparant en realistisch beleid, waarbij met alle belanghebbenden moet worden gecommuniceerd. |
|
2. |
Het Comité vestigt de aandacht op het belang van het alomvattende klimaat- en energiekader van de EU — van de Europese Green Deal en de dialogen voor een schone transitie tot de Clean Industrial Deal — dat aantrekkelijke, investeringsvriendelijke en stabiele regelgeving voor de lange termijn bevat en zo de mobilisatie van particulier kapitaal bevordert en lokale en regionale overheden, consumenten en burgers een duidelijk te volgens route biedt. |
|
3. |
De dialogen voor een schone transitie hebben ertoe bijgedragen dat de doelstellingen van de Europese Green Deal werden omgezet in meer op actie gerichte beleidsmaatregelen voor de industrie, die het concurrentievermogen van de Europese industrie zullen versterken en daarmee nieuwe banen zullen creëren op lokaal en regionaal niveau. Hieruit blijkt tevens dat meer aandacht moet worden besteed aan de rol van de lokale en regionale overheden in dit verband. |
|
4. |
Het Comité is ingenomen met de Clean Industrial Deal, met inbegrip van de herziening van het staatssteunkader, als instrument om de uitrol van hernieuwbare energie en de decarbonisatie van de industrie te versnellen en bedrijven de juiste voorwaarden te bieden om klimaatneutraliteit te bereiken. Dit houdt in dat betaalbare, duurzame en continu geleverde energie en kritieke grondstoffen vlot toegankelijk moeten zijn, voor zekere en duurzame toeleveringsketens moet worden gezorgd en dat bij winning en productie de mensenrechten moeten worden geëerbiedigd en het milieu moet worden ontzien, zodat investeringen worden ontsloten, leidende markten worden gecreëerd voor schone technologieën, energie-efficiëntie en oplossingen voor de circulaire economie, en belemmeringen worden weggenomen zodat bedrijven kunnen floreren. Bij het waarborgen van de voorzieningszekerheid en betaalbaarheid moet de Europese Commissie rekening houden met alle beschikbare technologieën die bijdragen tot het op kostenefficiënte en meer onafhankelijke wijze bereiken van de EU-doelstelling van klimaatneutraliteit in 2050. |
|
5. |
Het Comité steunt het kompas voor concurrentievermogen als een belangrijk instrument om innovatie en groei te stimuleren, en is het ermee eens dat, om de productiviteit van de EU te verhogen, maatregelen en beleidsveranderingen nodig zijn om innovatie op te schalen, de regeldruk te verlichten, vaardigheden te bevorderen en steun te verlenen aan bedrijven die zich bezighouden met geavanceerde schone technologie en de weg zullen effenen voor decarbonisatie, klimaatbestendigheid, hoogwaardige banen, welzijn en economische groei. Tegelijkertijd moeten niet-toxische en circulaire producten worden ontwikkeld en dient een routekaart te worden opgesteld om het gebruik van hulpbronnen te verminderen, zodat de grenzen van onze planeet niet worden overschreden. |
|
6. |
Het is een goede zaak dat de verordening voor een nettonulindustrie het de Europese industrie gemakkelijker wil maken om investeringen aan te trekken en de markt voor schone technologie in de EU te verbeteren, zodat een gelijker speelveld ontstaat en de Europese industrie beter kan opboksen tegen concurrenten als met name China en de VS. Voorts moet de rol van innovatie in de hele EU worden versterkt, in het bijzonder via meer publiek-private partnerschappen (PPP’s). |
|
7. |
Het Comité wijst erop dat de industrie een drijvende kracht is achter decarbonisatie en benadrukt dat regelgeving de groene transitie en mensenrechten moet ondersteunen zonder dat dit onbedoelde gevolgen heeft die het voor de industrie moeilijker kunnen maken om haar potentieel te verwezenlijken. Doeltreffende inspanningen ter vereenvoudiging en vermindering van de administratieve lasten zijn van vitaal belang voor de verbetering van het concurrentievermogen van de EU. Ook moet de overheid eenvoudiger taalgebruik gaan hanteren om meer investeringen te kunnen aantrekken en bedrijven en burgers te helpen om met vertrouwen weloverwogen beslissingen te nemen. Het is van cruciaal belang om innovatie-ecosystemen, ondernemerschap en technologieoverdracht die co-creatie vergemakkelijken op te schalen en er tegelijkertijd voor te zorgen dat dit soort innovatie zo snel mogelijk klaar wordt gemaakt voor de markt via publieke en private samenwerking. |
|
8. |
Het Comité pleit voor empirisch onderbouwde besluitvorming door middel van betere planning en grondige en betrouwbare analyses om klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en vervuiling aan te pakken door middel van systematische transformatie op alle bestuursniveaus, en is van mening dat een dergelijke aanpak hand in hand kan gaan met de inspanningen van de EU om de energiezekerheid te waarborgen, hoogwaardige banen te creëren, voor betere vaardigheden te zorgen en de energierekening voor huishoudens en bedrijven te verlagen. |
|
9. |
Lokale en regionale overheden spelen een cruciale rol bij het versnellen van de omslag naar een schone en veerkrachtige EU-economie: zij zijn namelijk zowel belangrijke inkopers van biogebaseerde alternatieven als pioniers op het gebied van schone-technologieoplossingen. Lokale en regionale overheden kunnen de productie van schone energie stimuleren door lokaal geproduceerde koolstofarme energie en een grotere energieonafhankelijkheid te bevorderen, en door sterke en strategische PPP’s te ontwikkelen. De inbreng van lokale en regionale overheden is van het grootste belang om doeltreffende en duurzame governancemodellen tot stand te kunnen brengen die de besluitvorming over de energietransitie vergemakkelijken als het gaat om consumenten, dienstverleners (energie), eigenaren van activa (energie-investeringen) en hun regelgevende bevoegdheden. |
|
10. |
Het Comité wijst er ten overvloede op dat protectionisme ontwikkeling en groei afremt en dat binnen de Europese eengemaakte markt de weg moet worden vrijgemaakt voor lokale productieketens door de infrastructuur te verbeteren, innovatie te bevorderen, betere samenwerking tussen bedrijven mogelijk te maken, voor een gelijk speelveld te zorgen en zo betere omstandigheden te creëren voor lokale kleine en middelgrote ondernemingen. Even belangrijk is het om versnippering tegen te gaan en belemmeringen weg te nemen om zo het concurrentievermogen te stimuleren en decarbonisatie in alle opzichten te vergemakkelijken. |
Multilevel governance met lokale en regionale overheden als platforms voor groei en transitie
|
11. |
Het Comité verzoekt de Europese Commissie om de lokale en regionale overheden regelmatig te betrekken bij de transitiedialogen, aangezien de meeste decarbonisatieprojecten in steden en regio’s worden uitgevoerd. Daarbij moet ook worden gezorgd voor participatie van insulaire en plattelandsgemeenten alsmede minder dichtbevolkte regio’s en regio’s die vergrijzen, omdat die vaak niet dezelfde institutionele zichtbaarheid en technische capaciteit hebben als metropolitane gebieden, maar wel essentieel zijn voor een evenwichtige en inclusieve schone transitie. |
|
12. |
Het Comité steunt de aanpak van de EU-missie voor klimaatneutrale en slimme steden (“Stedenmissie”), waarbij lokale en regionale overheden, burgers, bedrijven, investeerders en nationale overheden betrokken zijn. Deze benadering, die blijk geeft van een sterke politieke wil om ervoor te zorgen dat investeringen bedrijven mobiliseren, Europese innovatie aanwakkeren en de EU-markten voor duurzaam vervoer, energie, infrastructuur en afvalbeheer consolideren, zou kunnen uitgroeien tot een hoeksteen van het concurrentievermogen van de EU. Voorts dient het succes van de EU-missies te worden benut, wat een upgrade van de medefinanciering voor mogelijk baanbrekende maatregelen vereist. |
|
13. |
Lokale en regionale overheden moeten worden ondersteund bij hun inspanningen om hun voordeel te doen met uitvindingen op lokaal niveau en moeten in staat worden gesteld platforms op te richten om kleine bedrijven te doen uitgroeien tot grootschalige industrieën. Waar mogelijk moet hierbij de essentiële band tussen grote en kleine bedrijven binnen productieve waardeketens worden behouden. Voorts erkent het Comité dat publieke platforms, die nieuwe bedrijven goede voorwaarden en diensten bieden, belangrijke kweekvijvers zijn voor innovatie. |
|
14. |
Zoals in de verslagen van Letta en Draghi wordt opgemerkt dienen we sterker in te zetten op hernieuwbare energie en moet meer aandacht uitgaan naar O&O&I en het doeltreffend inzetten van digitalisering. Lokale en regionale overheden kunnen een belangrijke rol spelen als platforms voor industriële symbiose, waar clusters kunnen worden gevormd van diensten van algemeen belang, zoals afvalbeheer, behandeling van stedelijk afvalwater, energieproductie en -terugwinning, voor bedrijven die zich bezighouden met de productie van hernieuwbare energie, de circulaire economie en decarbonisatie. |
|
15. |
Het Comité zou graag zien dat meer gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om gemeentelijke afvalbedrijven, warmte-krachtcentrales die draaien op hernieuwbare energie of afval, de watervoorziening en rioolwaterzuivering en andere diensten van algemeen belang in te zetten als aanjagers van industriële symbiose, om zo, in samenwerking met commerciële investeerders, groeikansen te creëren in steden en regio’s en tegelijkertijd vast te houden aan het hoge ambitieniveau en verifieerbare milieucriteria voor decarbonisatie, hulpbronnenefficiëntie, circulariteit en hoogwaardige, betaalbare openbare diensten. |
|
16. |
De transitie naar een circulaire economie, met onder meer een efficiënter gebruik van hulpbronnen, is van strategisch belang voor het concurrentievermogen van de EU, en in dit verband kan niet worden voorbijgegaan aan de lokale en regionale dimensie. Het Comité pleit voor een aanzienlijke verhoging van de EU-steun om steden en regio’s te helpen systemische circulaire oplossingen te ontwikkelen en toe te passen, met name via verantwoorde openbare aanbestedingen en een systeem voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid in Europese milieu- en circulariteitswetgeving, waarin het principe “de vervuiler betaalt” duidelijk en ondubbelzinnig is geregeld, teneinde circulaire innovatie op het gebied van materialen, bedrijfsmodellen en infrastructuur te bevorderen en ervoor te zorgen dat Europa voorop blijft lopen bij de wereldwijde transitie. |
|
17. |
Systemische oplossingen zijn belangrijk, en de lokale gemeenschappen en regio’s kunnen hun steentje bijdragen door het vermogen tot samenwerking van bedrijven en de publieke sector en het publiek beter te benutten, en tegelijkertijd in te zetten op de ontwikkeling van vaardigheden. Lokale en regionale overheden moeten samenwerken met bedrijven, universiteiten, technologiecentra en (beroeps)scholen om ecosystemen te creëren voor de ontwikkeling van vaardigheden, innovatie en bedrijven op het gebied van schone en circulaire technologie en energiesystemen. Om op alle (kwalificatie)niveaus hoogwaardige banen te scheppen, moeten studenten en jonge professionals in alle soorten regio’s, waaronder landelijke, insulaire en dunbevolkte regio’s en minder ontwikkelde regio’s, warm worden gemaakt voor een carrière in toekomstige industrieën. |
|
18. |
Het Comité onderstreept het belang van multilevel governance en de permanente, op diverse niveaus plaatsvindende energie- en klimaatdialogen voor de schone transitie en het bevorderen van procedures voor gezamenlijke planning, alsook voor economische ontwikkeling, groei en welzijn. Het pleit voor het gebruik van programma’s voor regionale ontwikkeling als aanjagers van de transitie en is voorstander van langetermijnplannen om doeltreffende samenwerking tussen de verschillende bestuursniveaus tot stand te brengen. |
Adequate financiering is van cruciaal belang voor een succesvolle transitie
|
19. |
Het Comité steunt het investeringsplan voor de Europese Green Deal en beschouwt de EU-begroting, aangevuld met nationale bijdragen, als de ruggengraat van de schone transitie. Het stelt vast dat er op EU-niveau verschillende fondsen bestaan om de lokale en regionale overheden te ondersteunen bij de overgang naar klimaatneutraliteit; het gaat dan onder meer om de middelen van het EU-cohesiebeleid, het Europees Sociaal Fonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie, het programma voor het milieu en klimaatactie, de Connecting Europe Facility en Horizon Europe. |
|
20. |
De publieke kosten en risico’s in verband met industriële ontwikkeling moeten gezamenlijk worden gedragen door de lokale en regionale overheden, de lidstaten en de EU, rekening houdend met de lokale en regionale verantwoordelijkheid voor de infrastructuur die nodig is voor industriële expansie, zoals wegen, watervoorziening, energie, huisvesting en onderwijs; andere risico’s moeten gezamenlijk worden gedragen door publieke en particuliere actoren. De versnelde uitrol van nieuwe technologieën en industrieën en de toegenomen internationale concurrentie leiden tot een toename van de risico’s. Er moeten dan ook modellen worden ontwikkeld om te voorkomen dat de lokale en regionale overheden in hun eentje zouden opdraaien voor de publieke kosten van mislukte industriële projecten. |
|
21. |
Het CvdR dringt erop aan dat het toepassingsgebied van het Fonds voor een rechtvaardige transitie ter ondersteuning van regio’s die momenteel afhankelijk zijn van fossiele industrieën en die de overstap moeten maken naar toekomstgerichte en hoogwaardige banen, wordt uitgebreid, met name door het fonds stevig te verankeren in het rechtskader van het Europese cohesiebeleid voor de periode na 2027. Ook moet ervoor worden gezorgd dat er gezien de groeiende uitdagingen voldoende middelen ter beschikking worden gesteld. |
|
22. |
Voor het welslagen van de transitie is het van cruciaal belang dat in de financieringsbehoeften wordt voorzien. Het Comité dringt er in dit verband op aan dat de EU-middelen vlot toegankelijk zijn en rechtstreeks ten goede komen aan de lokale en regionale overheden, zonder dat er sprake is van buitensporige administratieve lasten. Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat deze middelen worden misbruikt door gelukszoekers of voor criminele doeleinden. Synergieën tussen Europese, nationale en regionale of lokale fondsen moeten verder worden versterkt. Ook is het zaak om knelpunten aan te pakken bij de financiering van lokale en regionale overheden die geen toegang hebben tot technische bijstand en cofinancieringsinstrumenten die op hun behoeften zijn toegesneden. Daarnaast moeten overlappingen tussen de verschillende programma’s worden weggewerkt. Tevens is het zaak de lokale en regionale overheden ten volle te betrekken bij de planning, opzet en uitvoering van deze fondsen. Met haar financiering moet de EU ook mogelijkheden creëren voor vaardighedenontwikkeling die kan worden afgestemd op de economische sterke punten en de vraag op de arbeidsmarkt van verschillende regio’s. |
|
23. |
Er is dringend behoefte aan een betere coördinatie van de EU-financiering, en er dient duidelijker te worden gecommuniceerd, zodat de lokale en regionale overheden en het bedrijfsleven vlotter de juiste informatie en middelen kunnen vinden. |
|
24. |
Er moet nauwer worden samengewerkt tussen verschillende financieringsbronnen op EU-niveau, zoals de Europese Investeringsbank (EIB), de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO), internationale financiële instellingen en particuliere banken. Het is met name van belang dat de EIB haar rol in de financiering van de groene transitie versterkt en ervoor zorgt dat investeringen altijd stroken met klimaat- en milieudoelstellingen. |
|
25. |
Financiering moet worden bekeken vanuit een langetermijnperspectief, in overeenstemming met de doelstelling van klimaatneutraliteit, zowel op EU- als op lidstaatniveau, teneinde voorspelbare en stabiele omstandigheden te scheppen voor de ontwikkeling van een concurrerende, innovatieve en circulaire industrie in de EU. Bij de bredere discussie over de financiering van de langetermijnbegroting van de EU na 2027 zou de aandacht onder meer moeten uitgaan naar de financiering van gezamenlijke investeringsprojecten. |
|
26. |
Ook in tijden van crisis moeten de middelen voor de transitie van de Europese industrie naar een schone en koolstofvrije toekomst buiten schot blijven, zodat een concurrerende en sterke Europese industrie en economie tot stand kunnen worden gebracht die vrij zijn van de invloed van autoritaire economieën. |
|
27. |
Het Comité zou graag zien dat in het volgende meerjarig financieel kader (MFK) wordt gekozen voor een sterk cohesiebeleid dat een schone, rechtvaardige en concurrerende transitie overal in de EU ondersteunt, regionale innovatiekloven overbrugt, de versnippering van middelen tegengaat, de toegang van kleine en middelgrote ondernemingen tot financieringsmogelijkheden waarborgt en bijdraagt aan de financiering van strategieën voor een rechtvaardige transitie op basis van gemeenschappelijke geïntegreerde en strategische benaderingen, waarbij de lokale en regionale aspecten voor ogen worden gehouden. Daarnaast zou het graag zien dat resoluut wordt ingezet op een bottom-upperspectief en dat de lokale en regionale overheden worden betrokken bij alle fases van de uitwerking van het nieuwe MFK, waarbij wordt uitgegaan van een plaatsgebonden aanpak voor alle relevante fondsen, inclusief de fondsen ter ondersteuning van het industriële concurrentievermogen en de veerkracht van de EU. In het MFK moet ook prioriteit worden gegeven aan investeringen in de ontwikkeling van vaardigheden en beroepsopleiding in met name structureel achtergestelde regio’s, om te voorkomen dat de territoriale verschillen nog groter worden. |
|
28. |
Particuliere investeringen in groene projecten moeten worden gestimuleerd via marktgebaseerde mechanismen en aantrekkelijke investeringsvriendelijke en stabiele regelgeving. Daarnaast moeten nieuwe mechanismen in het leven worden geroepen om grootschalige particuliere investeringen aan te trekken. Aangezien de particuliere sector verantwoordelijk is voor meer dan 80 % van de broeikasgasemissies in de EU, mag zijn rol in de groene transitie over de hele waardeketen niet worden veronachtzaamd. |
|
29. |
Ondernemers en ondernemerschap zijn van groot belang voor de schone transitie; voor innovatieve bedrijven, met name start-ups en scale-ups, is gemakkelijk toegankelijke financiering nodig. De samenwerking tussen de publieke en particuliere sector op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie moet worden verbeterd door middel van goed doordachte partnerschappen tussen lokale en regionale overheden en ondernemers, teneinde particuliere investeringen in opkomende clusters voor schone technologieën te vergroten. Lokale en regionale overheden kunnen een belangrijke rol spelen in deze samenwerking. |
Meer dan financiering
|
30. |
Het Comité wijst erop dat de publieke en particuliere sector, alsook de academische wereld, de lokale gemeenschappen en het publiek, nauw moeten samenwerken om met het oog op de transitie bloeiende ecosystemen van bedrijven, lokale en regionale overheden, onderwijsinstellingen en burgers te creëren. Hiertoe behoren ook innovatie-ecosystemen in regio’s waar de geografische spreiding en isolatie, samen met de lagere bevolkingsdichtheid en de vergrijzing, vragen om gedecentraliseerde benaderingen en op de regio toegesneden overgangsmodellen. Verder moet de veel te grote kloof tussen technische paraatheid en commerciële levensvatbaarheid worden overbrugd en dient er tegelijkertijd voor gezorgd te worden dat innovaties in de eerste plaats de behoeften van de gemeenschap en de klimaatdoelstellingen dienen. |
|
31. |
Ontwikkeling van infrastructuur, landgebruik en de verbetering van de capaciteit en flexibiliteit van het elektriciteitsnet spelen stuk voor stuk een belangrijke rol in de ontwikkeling van hubs voor schone technologie en schone energie. De daarmee gepaard gaande verantwoordelijkheden moeten op alle bestuursniveaus worden gecoördineerd, ook in dunbevolkte en geïsoleerde gebieden — die vaak kampen met capaciteitsbeperkingen bij de coördinatie van infrastructuurplannen die een groot geografisch oppervlak bestrijken — op een manier die de industrie en het bedrijfsleven ondersteunt bij het streven naar klimaatneutraliteit. |
|
32. |
Het Comité benadrukt voorts dat een goed opgezet CO2-beprijzingssysteem cruciaal is om investeringen van de overheid en de particuliere sector in de aanpassing aan en beperking van de klimaatverandering te stimuleren en de extra gegenereerde inkomsten te gebruiken voor klimaatprojecten, mits het systeem ambitieus en transparant is en geen mazen bevat. Bovendien schiet het huidige koolstofkredietsysteem nog danig tekort. |
|
33. |
Gedegen lokaal en regionaal zelfbestuur is de sleutel tot een welvarende EU, waar de lokale en regionale overheden niet alleen de verantwoordelijkheid voor de transitie maar ook voor de ontwikkeling van hun burgers en de samenleving op zich nemen. Hieruit blijkt duidelijk dat zij leidende gebruikers zijn van innovaties in het publieke domein. |
|
34. |
Het CvdR wijst op de cruciale rol van lokale en regionale overheden bij overheidsopdrachten en verzoekt de EU te zorgen voor een kader op basis waarvan in openbare aanbestedingen een voorkeur kan worden uitgesproken voor duurzame en lokale producten en diensten en plaats kan worden ingeruimd voor actoren van de sociale economie en kleine en middelgrote ondernemingen. Verder zou onnodige extra druk op overheidsbegrotingen door ingewikkelde aanbestedingsregels moeten worden voorkomen. |
|
35. |
Regelgeving is belangrijk om de natuur en de mens te beschermen, het algemeen belang te dienen en om oneerlijke handelspraktijken te voorkomen, maar gebrekkige regels kunnen ook leiden tot administratieve lasten en onredelijke kosten voor lokale en regionale overheden en bedrijven, met name kleine en middelgrote ondernemingen. De EU en de lidstaten moeten dan ook de nodige maatregelen nemen om dit risico te voorkomen en het juiste evenwicht te vinden met deregulering. |
|
36. |
Het is belangrijk dat de voor een schone transitie benodigde competenties en vaardigheden worden ontwikkeld. Het Comité wijst er in dit verband op dat de banden tussen universiteiten, beroepsscholen en bedrijven moeten worden aangehaald en is van mening dat de lokale en regionale overheden hierbij een faciliterende rol kunnen spelen. |
|
37. |
Dankzij de Europese waarden — waaronder de democratie, grondrechten en de rechtsstaat, die de EU hoog in het vaandel heeft staan — heeft de EU een concurrentievoordeel. Om de juiste competenties aan te trekken en zo een bloeiende lokale en regionale economie tot stand te brengen is het daarnaast van cruciaal belang dat het welzijn van de burgers wordt verzekerd, binnen de grenzen van onze planeet. Om op mondiaal niveau te kunnen concurreren en een aantrekkelijke leefruimte te bieden, moeten de regionale en lokale overheden dan ook blijven investeren in hun sociaal kapitaal, zoals vertrouwen, lokale democratie en goede levensomstandigheden. Ook moet worden gewezen op de horizontale beginselen die op de Europese fondsen van toepassing zijn, zoals gendergelijkheid, non-discriminatie, sociale en ecologische rechtvaardigheid, democratische beginselen en klimaatoverwegingen, zaken waarmee de EU zich onderscheidt ten opzichte van andere economieën. |
|
38. |
Het Comité verzoekt alle lokale en regionale overheden met klem om te kijken naar goede praktijken waarbij steden, gemeenten en regio’s er met succes in zijn geslaagd clusters op het gebied van schone technologie, industriële symbioses en circulaire hubs te creëren en de lokale productie van fossielvrije brandstoffen op gang te brengen. |
|
39. |
Het Comité wijst er nogmaals op dat de publieke sector en de lokale en regionale overheden de mogelijkheid hebben om hun eigen financieringsinstellingen op te richten en zo de kosten te verlagen door middel van gedeelde risico’s en wederzijdse garanties; voorbeelden zijn de Noordse gemeentelijke banken, soortgelijke agentschappen in Frankrijk en de Duitse KfW. |
Lokale en regionale overheden spelen een voortrekkersrol bij het mobiliseren van publiek-private partnerschappen
|
40. |
Hoewel de zwaarste investeringsinspanningen van de particuliere sector zullen moeten komen speelt de publieke sector een belangrijke rol als katalysator. Nieuwe bedrijfsmodellen voor de industriële symbiose moeten tot stand worden gebracht via samenwerking tussen de verschillende bestuursniveaus. |
|
41. |
De publieke sector, met name de lokale en regionale overheden, kan een cruciale rol spelen bij de opbouw van ecosystemen met meerdere actoren door platforms en clusters voor particuliere en publieke actoren te ontwikkelen en zich op te werpen als PPP. Alles soorten lokale en regionale overheden, ook die in landelijke, insulaire, en dunbevolkte gebieden, moeten worden ondersteund bij het opzetten van deze ecosystemen, gezien hun strategische rol bij het beheer van land, natuurlijke hulpbronnen en gedecentraliseerde energieoplossingen en hun potentieel om nieuwe innovatie- en vaardighedenknooppunten voor de schone economie te worden. |
|
42. |
Het Comité verzoekt de Europese Commissie om de lokale en regionale overheden te ondersteunen bij het creëren van ecosystemen met meerdere actoren, en om duurzaamheidsoverwegingen integraal op te nemen in haar financieel beleid, om zo de uitvoering van de Europese Green Deal te ondersteunen. Het EU-instrumentarium voor duurzame financiering, dat niet alleen steun verleent aan ondernemingen met de beste duurzaamheidsprestaties maar ook aan bedrijven met verschillende uitgangsposities die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben, is van grote waarde. |
|
43. |
Het Comité vestigt de aandacht op publiek-private samenwerking op het gebied van O&O&I, die belangrijk is om zowel technologische als op de natuur gebaseerde methoden te verbeteren; wijst in dit verband op de sterke en succesvolle regionale deelname aan medegefinancierde Europese partnerschappen en steunt de inspanningen van de industrie op het gebied van O&O&I om producten en systemen met een positieve koolstofhandafdruk te ontwikkelen. |
|
44. |
Het stimuleren van PPP’s en publiek-gemeenschappelijke partnerschappen is van essentieel belang om onderzoek, technologische ontwikkeling en systemische en organisatorische innovatie in een stroomversnelling te brengen. |
|
45. |
Het is zaak het industriebeleid en het klimaatbeleid van de EU op elkaar af te stemmen, investeringen in O&O&I door de industrie aan te moedigen, concurrentie op het gebied van staatssteun uit te bannen en open innovatie te bevorderen door middel van technologieneutraliteit en strategische samenwerking. |
Brussel, 2 juli 2025.
De voorzitter
van het Europees Comité van de Regio’s
Kata TÜTTŐ
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/4413/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)