|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2025/4141 |
4.8.2025 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sofiyski gradski sad (Bulgarije) op 8 mei 2025 – Strafzaak tegen A, B, V, G, D
(Zaak C-321/25, Gidzhinov (1) )
(C/2025/4141)
Procestaal: Bulgaars
Verwijzende rechter
Sofiyski gradski sad
Partijen in de strafzaak
A, B, V, G, D
Prejudiciële vragen
Verzetten artikel 325 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 2, lid 1, van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen zich tegen een nationale wet die voor de strafvervolging van misdrijven die de financiële belangen van de Europese Unie schaden voorziet in een verjaringstermijn die uitsluitend wordt bepaald aan de hand van de voor een strafbaar feit vastgestelde maximale vrijheidsstraf en die geen rekening houdt met de feitelijke en juridische complexiteit van de zaak, noch met het mogelijke optreden van toevallige gebeurtenissen waardoor de strafprocedure van voren af aan moet worden herbegonnen, zodat de toepassing van de nationale wet tot straffeloosheid kan leiden?
Verzet artikel 3, lid 1, onder b), van kaderbesluit 2008/841 (2) zich tegen een nationale wet waarin is bepaald dat het in artikel 2, onder b), daarvan bedoelde feit strafbaar wordt gesteld met een maximale vrijheidsstraf die zwaarder is dan die waarin is voorzien voor het strafbaar feit dat met de in artikel 2, onder b), daarvan bedoelde overeengekomen nagestreefde activiteit [te weten de overeenkomst] wordt beoogd?
(1) Dit is een fictieve naam die niet overeenkomt met de werkelijke naam van enige partij in de procedure.
(2) Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit (PB 2008, L 300, blz. 42).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/4141/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)