European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2025/3627

7.7.2025

GERECHT

Vorming van de kamers en toevoeging van de rechters aan de kamers

(C/2025/3627)

Na de opname door de heer Hettne en mevrouw Jočienė van hun ambt als rechter in het Gerecht, heeft het Gerecht op 18 juni 2025 besloten om het besluit van 19 september 2022 betreffende de vorming van de kamers (1), zoals gewijzigd (2), en het besluit van 23 september 2022 betreffende de toevoeging van de rechters aan de kamers (3), zoals gewijzigd (4), aan te passen voor de periode van 18 juni 2025 tot en met 31 augustus 2025, en om de rechters aan de kamers toe te voegen als volgt:

 

Eerste kamer – uitgebreid, zitting hebbend met vijf rechters:

De heer Mastroianni, kamerpresident, mevrouw Brkan, de heer Gâlea, de heer Tóth en de heer Kalėda, rechters.

 

Eerste kamer, zitting hebbend met drie rechters:

 

De heer Mastroianni, kamerpresident;

 

formatie A: mevrouw Brkan en de heer Gâlea, rechters;

 

formatie B: mevrouw Brkan en de heer Tóth, rechters;

 

formatie C: mevrouw Brkan en de heer Kalėda, rechters;

 

formatie D: de heer Gâlea en de heer Tóth, rechters;

 

formatie E: de heer Gâlea en de heer Kalėda, rechters;

 

formatie F: de heer Tóth en de heer Kalėda, rechters.

 

Tweede kamer – uitgebreid, zitting hebbend met vijf rechters:

De uitgebreide formatie van de kamer, zitting hebbend met vijf rechters, is samengesteld uit de drie rechters van de formatie waarbij de zaak aanvankelijk aanhangig was en twee rechters die bij toerbeurt worden aangewezen uit de drie overige rechters van de Tweede kamer.

 

Tweede kamer, zitting hebbend met drie rechters:

 

Mevrouw Marcoulli, kamerpresident;

 

formatie A: de heer Schwarcz en mevrouw Tomljenović, rechters;

 

formatie B: de heer Schwarcz en de heer Valasidis, rechters;

 

formatie C: de heer Schwarcz en mevrouw Spangsberg Grønfeldt, rechters;

 

formatie D: de heer Schwarcz en mevrouw Jočienė, rechters;

 

formatie E: mevrouw Tomljenović en de heer Valasidis, rechters;

 

formatie F: mevrouw Tomljenović en mevrouw Spangsberg Grønfeldt, rechters;

 

formatie G: mevrouw Tomljenović en mevrouw Jočienė, rechters;

 

formatie H: de heer Valasidis en mevrouw Spangsberg Grønfeldt, rechters;

 

formatie I: de heer Valasidis en mevrouw Jočienė, rechters;

 

formatie J: mevrouw Spangsberg Grønfeldt en mevrouw Jočienė, rechters.

 

Derde kamer – uitgebreid, zitting hebbend met vijf rechters:

Mevrouw Škvařilová-Pelzl, kamerpresident, de heer Nõmm, mevrouw Steinfatt, de heer Kukovec en de heer Meyer, rechters.

 

Derde kamer, zitting hebbend met drie rechters:

 

Mevrouw Škvařilová-Pelzl, kamerpresident;

 

formatie A: de heer Nõmm en mevrouw Steinfatt, rechters;

 

formatie B: de heer Nõmm en de heer Kukovec, rechters;

 

formatie C: de heer Nõmm en de heer Meyer, rechters;

 

formatie D: mevrouw Steinfatt en de heer Kukovec, rechters;

 

formatie E: mevrouw Steinfatt en de heer Meyer, rechters;

 

formatie F: de heer Kukovec en de heer Meyer, rechters.

 

Vierde kamer – uitgebreid, zitting hebbend met vijf rechters:

De heer da Silva Passos, kamerpresident, mevrouw Półtorak, mevrouw Reine, mevrouw Pynnä en de heer Cassagnabère, rechters.

 

Vierde kamer, zitting hebbend met drie rechters:

 

De heer da Silva Passos, kamerpresident;

 

formatie A: mevrouw Półtorak en mevrouw Reine, rechters;

 

formatie B: mevrouw Półtorak en mevrouw Pynnä, rechters;

 

formatie C: mevrouw Półtorak en de heer Cassagnabère, rechters;

 

formatie D: mevrouw Reine en mevrouw Pynnä, rechters;

 

formatie E: mevrouw Reine en de heer Cassagnabère, rechters;

 

formatie F: mevrouw Pynnä en de heer Cassagnabère, rechters.

 

Vijfde kamer – uitgebreid, zitting hebbend met vijf rechters:

De heer Svenningsen, kamerpresident, de heer Mac Eochaidh, de heer Laitenberger, de heer Martín y Pérez de Nanclares en mevrouw Stancu, rechters.

 

Vijfde kamer, zitting hebbend met drie rechters:

 

De heer Svenningsen, kamerpresident;

 

formatie A: de heer Mac Eochaidh en de heer Laitenberger, rechters;

 

formatie B: de heer Mac Eochaidh en de heer Martín y Pérez de Nanclares, rechters;

 

formatie C: de heer Mac Eochaidh en mevrouw Stancu, rechters;

 

formatie D: de heer Laitenberger en de heer Martín y Pérez de Nanclares, rechters;

 

formatie E: de heer Laitenberger en mevrouw Stancu, rechters;

 

formatie F: de heer Martín y Pérez de Nanclares en mevrouw Stancu, rechters.

 

Zesde kamer – uitgebreid, zitting hebbend met vijf rechters:

Mevrouw Costeira, kamerpresident, mevrouw Kancheva, de heer Öberg, de heer Zilgalvis en mevrouw Tichy-Fisslberger, rechters.

 

Zesde kamer, zitting hebbend met drie rechters:

 

Mevrouw Costeira, kamerpresident;

 

formatie A: mevrouw Kancheva en de heer Öberg, rechters;

 

formatie B: mevrouw Kancheva en de heer Zilgalvis, rechters;

 

formatie C: mevrouw Kancheva en mevrouw Tichy-Fisslberger, rechters;

 

formatie D: de heer Öberg en de heer Zilgalvis, rechters;

 

formatie E: de heer Öberg en mevrouw Tichy-Fisslberger, rechters;

 

formatie F: de heer Zilgalvis en mevrouw Tichy-Fisslberger, rechters.

 

Zevende kamer – uitgebreid, zitting hebbend met vijf rechters:

Mevrouw Kowalik-Bańczyk, kamerpresident, de heer Buttigieg, de heer Hesse, de heer Dimitrakopoulos en mevrouw Ricziová, rechters.

 

Zevende kamer, zitting hebbend met drie rechters:

 

Mevrouw Kowalik-Bańczyk, kamerpresident;

 

formatie A: de heer Buttigieg en de heer Hesse, rechters;

 

formatie B: de heer Buttigieg en de heer Dimitrakopoulos, rechters;

 

formatie C: de heer Buttigieg en mevrouw Ricziová, rechters;

 

formatie D: de heer Hesse en de heer Dimitrakopoulos, rechters;

 

formatie E: de heer Hesse en mevrouw Ricziová, rechters;

 

formatie F: de heer Dimitrakopoulos en mevrouw Ricziová, rechters.

 

Achtste kamer – uitgebreid, zitting hebbend met vijf rechters:

De heer Kornezov, kamerpresident, de heer De Baere, de heer Petrlík, de heer Kecsmár en mevrouw Kingston, rechters.

 

Achtste kamer, zitting hebbend met drie rechters:

 

De heer Kornezov, kamerpresident;

 

formatie A: de heer De Baere en de heer Petrlík, rechters;

 

formatie B: de heer De Baere en de heer Kecsmár, rechters;

 

formatie C: de heer De Baere en mevrouw Kingston, rechters;

 

formatie D: de heer Petrlík en de heer Kecsmár, rechters;

 

formatie E: de heer Petrlík en mevrouw Kingston, rechters;

 

formatie F: de heer Kecsmár en mevrouw Kingston, rechters.

 

Negende kamer – uitgebreid, zitting hebbend met vijf rechters:

De heer Truchot, kamerpresident, de heer Kanninen, de heer Sampol Pucurull, mevrouw Perišin en de heer Hettne, rechters.

 

Negende kamer, zitting hebbend met drie rechters:

 

De heer Truchot, kamerpresident;

 

formatie A: de heer Kanninen en de heer Sampol Pucurull, rechters;

 

formatie B: de heer Kanninen en mevrouw Perišin, rechters;

 

formatie C: de heer Kanninen en de heer Hettne, rechters;

 

formatie D: de heer Sampol Pucurull en mevrouw Perišin, rechters;

 

formatie E: de heer Sampol Pucurull en de heer Hettne, rechters;

 

formatie F: mevrouw Perišin en de heer Hettne, rechters.

 

Tiende kamer – uitgebreid, zitting hebbend met vijf rechters:

Mevrouw Porchia, kamerpresident, de heer Jaeger, de heer Madise, de heer Nihoul en de heer Verschuur, rechters.

 

Tiende kamer, zitting hebbend met drie rechters:

 

Mevrouw Porchia, kamerpresident;

 

formatie A: de heer Jaeger en de heer Madise, rechters;

 

formatie B: de heer Jaeger en de heer Nihoul, rechters;

 

formatie C: de heer Jaeger en de heer Verschuur, rechters;

 

formatie D: de heer Madise en de heer Nihoul, rechters;

 

formatie E: de heer Madise en de heer Verschuur, rechters;

 

formatie F: de heer Nihoul en de heer Verschuur, rechters.

Kamer voor de behandeling van verzoeken om een prejudiciële beslissing (“prejudiciële kamer”), zitting hebbend met vijf rechters:

De prejudiciële kamer is samengesteld uit de vicepresident en vier rechters van een van beide formaties waaruit de kamer bestaat (formatie A: mevrouw Półtorak, de heer Sampol Pucurull, mevrouw Steinfatt, de heer Petrlík, de heer Valasidis; formatie B: mevrouw Pynnä, de heer Laitenberger, de heer Hesse, mevrouw Stancu, de heer Dimitrakopoulos), volgens toerbeurt:

 

De heer Papasavvas, vicepresident, kamerpresident;

 

subformatie A1: mevrouw Półtorak, de heer Sampol Pucurull, mevrouw Steinfatt, de heer Petrlík, rechters;

 

subformatie B1: mevrouw Pynnä, de heer Laitenberger, de heer Hesse, mevrouw Stancu, rechters;

 

subformatie A2: mevrouw Półtorak, de heer Sampol Pucurull, mevrouw Steinfatt, de heer Valasidis, rechters;

 

subformatie B2: mevrouw Pynnä, de heer Laitenberger, de heer Hesse, de heer Dimitrakopoulos, rechters;

 

subformatie A3: mevrouw Półtorak, de heer Sampol Pucurull, de heer Petrlík, de heer Valasidis, rechters;

 

subformatie B3: mevrouw Pynnä, de heer Laitenberger, mevrouw Stancu, de heer Dimitrakopoulos, rechters;

 

subformatie A4: mevrouw Półtorak, mevrouw Steinfatt, de heer Petrlík, de heer Valasidis, rechters;

 

subformatie B4: mevrouw Pynnä, de heer Hesse, mevrouw Stancu, de heer Dimitrakopoulos, rechters;

 

subformatie A5: de heer Sampol Pucurull, mevrouw Steinfatt, de heer Petrlík, de heer Valasidis, rechters;

 

subformatie B5: de heer Laitenberger, de heer Hesse, mevrouw Stancu, de heer Dimitrakopoulos, rechters.

Prejudiciële kamer, zitting hebbend met drie rechters:

Indien een verzoek om een prejudiciële beslissing wordt verwezen naar een kamer van drie rechters, bestaat deze kamer uit de kamerpresident, de rechter-rapporteur en een van de andere rechters van de kamer van vijf rechters waarbij de zaak aanvankelijk aanhangig was, die wordt aangewezen op basis van een volgorde die omgekeerd is aan de volgorde in artikel 8 van het Reglement voor de procesvoering.

Het Gerecht bevestigt zijn besluit van 23 september 2022 volgens hetwelk de Vierde, de Vijfde, de Negende en de Tiende kamer bevoegd zijn voor zaken die verband houden met de arbeidsverhouding tussen de Europese Unie en haar personeel, en de Eerste, de Tweede, de Derde, de Zesde, de Zevende en de Achtste kamer bevoegd zijn voor de in titel IV van het Reglement voor de procesvoering bedoelde zaken betreffende intellectuele-eigendomsrechten.

Het Gerecht bevestigt eveneens dat:

de president en de vicepresident geen vaste rechters in een kamer zijn;

de vicepresident elk gerechtelijk jaar zitting heeft in elk van de kamers wanneer deze zitting hebben met vijf rechters, en dit in één zaak per kamer in de onderstaande volgorde:

de eerste zaak die bij beslissing van het Gerecht wordt verwezen naar de uitgebreide formatie van respectievelijk de Eerste, de Tweede, de Derde, de Vierde en de Vijfde kamer, zitting hebbend met vijf rechters;

de derde zaak die bij beslissing van het Gerecht wordt verwezen naar de uitgebreide formatie van respectievelijk de Zesde, de Zevende, de Achtste, de Negende en de Tiende kamer, zitting hebbend met vijf rechters.

Wanneer de vicepresident zitting heeft in een kamer van vijf rechters, bestaat de uitgebreide formatie uit de vicepresident, de rechters van de kamer van drie rechters waarbij de zaak aanvankelijk aanhangig was en een van de overige rechters van de betreffende kamer, die wordt aangewezen op basis van een volgorde die omgekeerd is aan de volgorde in artikel 8 van het Reglement voor de procesvoering.


(1)   PB C 398, 17.10.2022, blz. 3.

(2)   PB C, C/2023/261, 16.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/261/oj en PB C, C/2024/6456, 28.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6456/oj.

(3)   PB C 398, 17.10.2022, blz. 3.

(4)   PB C, C/2023/261, 16.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/261/oj en PB C, C/2024/6456, 28.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6456/oj.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/3627/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)