European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2025/2189

22.4.2025

Beroep ingesteld op 10 maart 2025 – Republiek Polen / Europees Parlement en Raad van de Europese Unie

(Zaak C-193/25)

(C/2025/2189)

Procestaal: Pools

Partijen

Verzoekende partij: Republiek Polen (vertegenwoordiger: B. Majczyna, gemachtigde)

Verwerende partijen: Europees Parlement, Raad van de Europese Unie

Conclusies

De verzoekende partij verzoekt het Hof:

artikel 9, lid 1, van richtlijn (EU) 2024/3019 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (1), gelezen in samenhang met bijlage III bij die richtlijn, nietig te verklaren;

het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie te verwijzen in de kosten.

Subsidiair, voor het geval dat het Hof van oordeel mocht zijn dat de bestreden bepalingen niet kunnen worden gescheiden van de andere bepalingen betreffende de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid zonder de essentie van die bepalingen te wijzigen, vordert de Republiek Polen nietigverklaring van alle bepalingen betreffende de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, te weten artikel 2, lid 20, artikel 9, artikel 10, artikel 30, lid 1, tweede alinea, onder c) en g), van en bijlage III bij richtlijn 2024/3019.

Middelen en voornaamste argumenten

1)

schending van het beginsel “de vervuiler betaalt” van artikel 191, lid 2, VWEU en van het beginsel van gelijke behandeling (discriminatieverbod)

Volgens Polen hebben de verwerende instellingen het beginsel “de vervuiler betaalt” en het beginsel van gelijke behandeling (discriminatieverbod) geschonden door maatregelen vast te stellen op grond waarvan alleen de producenten van geneesmiddelen en cosmetische producten verantwoordelijk zijn voor de aanvullende behandeling die nodig is om microverontreinigingen te verwijderen, met uitsluiting van andere categorieën producenten die bijdragen aan de emissie van die verontreinigende stoffen.

2)

schending van het evenredigheidsbeginsel, neergelegd in artikel 5, lid 4, VEU juncto artikel 296 VWEU en artikel 191, lid 3, VWEU, door het opleggen van maatregelen die leiden tot kosten die niet in verhouding staan tot de verwezenlijking van de nagestreefde doelen

Polen is van mening dat de verwerende instellingen het evenredigheidsbeginsel hebben geschonden door te kiezen voor een oplossing die is ingevoerd bij artikel 9, lid 1, van juncto bijlage III bij de bestreden richtlijn en die leidt tot kosten die niet in verhouding staan tot de verwachte resultaten. Tegelijkertijd hebben de verwerende instellingen, door de invoering van maatregelen met aanzienlijke gevolgen niet naar behoren te motiveren, de op hen rustende motiveringsplicht geschonden. Bovendien is bij de opstelling van de bestreden richtlijn in strijd met artikel 191, lid 3, VWEU onvoldoende rekening gehouden met de beschikbare wetenschappelijke en technische gegevens, met de voordelen en lasten die kunnen voortvloeien uit optreden, respectievelijk niet-optreden, en met de economische en sociale ontwikkeling van de Unie in haar geheel en de evenwichtige ontwikkeling van haar regio’s.


(1)  PB 2024, L 3019, blz.1.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/2189/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)