|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2025/1411 |
10.3.2025 |
Hogere voorziening ingesteld op 19 december 2024 door European Food SA, Starmill SRL, Multipack SRL, Scandic Distilleries SA en Ioan Micula tegen het arrest van het Gerecht (Tweede kamer – uitgebreid) van 2 oktober 2024 in gevoegde zaken T-624/15 RENV, T-694/15 RENV en T-704/15 RENV, European Food e.a. / Commissie
(Zaak C-890/24 P)
(C/2025/1411)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwiranten: European Food SA, Starmill SRL, Multipack SRL, Scandic Distilleries SA en Ioan Micula (vertegenwoordigers: N. Forwood, BL, W. De Catelle, G. Forwood en P. Paschalidis, avocats)
Andere partijen in de procedure: Europese Commissie, Bondsrepubliek Duitsland, Koninkrijk Spanje, Republiek Letland, Hongarije en Republiek Polen
Conclusies
Rekwiranten verzoeken het Hof:
|
— |
het arrest van het Gerecht (Tweede kamer – uitgebreid) van 2 oktober 2024 in zaken T-624/15 RENV, T-694/15 RENV en T-704/15 RENV, European Food e.a./Commissie te vernietigen; |
|
— |
het bestreden besluit nietig te verklaren (1); |
|
— |
subsidiair, zaken T-624/15 en T-694/15 ter heroverweging terug te verwijzen naar het Gerecht; |
|
— |
de Commissie en interveniënten te verwijzen in de kosten van de procedures in de zaken T-624/15, T-694/15, T-624/15 RENV, T-694/15 RENV en C-638/19 P. |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun hogere voorziening voeren rekwiranten acht middelen aan:
Eerste middel, ontleend aan een onjuiste “substitution de motifs” en een onjuiste opvatting door te oordelen dat het Unierecht Roemenië verhinderde om de uitspraak van het scheidsgerecht van 11 december 2013 in zaak ARB/05/20 (hierna: “uitspraak”) uit te voeren;
Tweede middel, ontleend aan een onjuiste opvatting door de bevestiging van de vaststelling in het bestreden besluit dat de vermeende staatssteun – de uitvoering van de uitspraak – een economisch voordeel in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU vormde;
Derde middel, ontleend aan een onjuiste opvatting door de bevestiging van de conclusie in het bestreden besluit dat de betrokken steunmaatregel aan Roemenië was toe te rekenen;
Vierde middel, ontleend aan een onjuiste opvatting door de bevestiging van de vaststelling in het bestreden besluit wat betreft de verenigbaarheid van de steunmaatregel met de interne markt;
Vijfde middel, ontleend aan een onjuiste opvatting met betrekking tot de aanwijzing van de begunstigden van de steun;
Zesde middel, ontleend aan een onjuiste opvatting wat betreft het bevel tot terugvordering van de steun van alle vermeende begunstigden, ongeacht of er sprake was van een daadwerkelijk voordeel;
Zevende middel, ontleend aan een onjuiste opvatting door te oordelen dat artikel 351 VWEU niet door het bestreden besluit is geschonden;
Achtste middel: de toepassing van het Unierecht met terugwerkende kracht op de uitspraak vormt een onrechtmatige en onevenredige inbreuk op het eigendomsrecht van de verzoekers in de arbitrageprocedure, hetgeen in strijd is met artikel 17 van het Handvest en met artikel 1 van het Protocol nr. 1 bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
(1) Besluit (EU) 2015/1470 van de Commissie van 30 maart 2015 betreffende steunmaatregel SA.38517 (2014/C) (ex 2014/NN) ten uitvoer gelegd door Roemenië — Scheidsrechterlijke uitspraak Micula/Roemenië van 11 december 2013 (PB 2015, L 232, blz. 43).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1411/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)