|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2025/1393 |
10.3.2025 |
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 16 januari 2025 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Supremo – Spanje) – Banco Santander SA, rechtsopvolger van Banco Banif SA / Asociación de Consumidores y Usuarios de Servicios Generales-Auge, als vertegenwoordiger van haar leden Andrea en Alberto
[Zaak C-346/23 (1) , Banco de Santander (Vertegenwoordiging van individuele consumenten)]
(Prejudiciële verwijzing - Markten voor financiële instrumenten - Richtlijn 2004/39/EG - Artikel 52, lid 2 - Vordering in het belang van de consument - Consumentenorganisaties die een rechtmatig belang hebben bij de bescherming van de consument - Procesbevoegdheid om de individuele belangen van hun leden te verdedigen - Verlies van procesbevoegdheid in geval van beleggingen in financiële producten met een hoge economische waarde - Vrijstelling van de proceskosten en van de verplichting om de kosten van de tegenpartij te dragen - Procedurele autonomie - Doeltreffendheidsbeginsel)
(C/2025/1393)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Tribunal Supremo
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Banco Santander SA, rechtsopvolger van Banco Banif SA
Verwerende partij: Asociación de Consumidores y Usuarios de Servicios Generales-Auge, als vertegenwoordiger van haar leden Andrea en Alberto
Dictum
Artikel 52, lid 2, van richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van richtlijn 93/22/EEG van de Raad
moet aldus worden uitgelegd dat
|
— |
het in de weg staat aan nationale rechtspraak die, wanneer de betrokken lidstaat consumentenorganisaties de bevoegdheid heeft verleend om in rechte op te treden ter verdediging van de individuele belangen van een aantal van hun leden, deze procesbevoegdheid onderwerpt aan beperkingen die verband houden met de financiële draagkracht van die leden, de economische waarde en het soort financiële producten waarin die leden hebben belegd en de complexiteit van die producten; |
|
— |
het zich er in beginsel niet tegen verzet dat dergelijke criteria in aanmerking worden genomen bij de beslissing of deze organisaties rechtsbijstand genieten. |
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1393/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)