European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2025/1279

13.3.2025

P9_TA(2024)0286

De opname van het recht op abortus in het EU-Handvest van de grondrechten

Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de opname van het recht op abortus in het EU-Handvest van de grondrechten (2024/2655(RSP))

(C/2025/1279)

Het Europees Parlement,

gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens van 1950,

gezien het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen van 1979,

gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het “Handvest”) van 2000,

gezien zijn resolutie van 13 februari 2019 over verslechteringen op het gebied van de rechten van de vrouw en gendergelijkheid in de EU (1),

gezien zijn resolutie van 14 november 2019 over de criminalisering van seksuele voorlichting in Polen (2),

gezien zijn resolutie van 26 november 2020 over de feitelijke nietigverklaring van het recht op abortus in Polen (3),

gezien zijn resolutie van 11 november 2021 over het feit dat in Polen een jaar geleden de facto een abortusverbod werd ingevoerd (4),

gezien zijn resolutie van 24 juni 2021 over de situatie op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in de EU, in verband met de gezondheid van vrouwen (5),

gezien zijn resolutie van 5 mei 2022 over de gevolgen van de oorlog tegen Oekraïne voor vrouwen (6),

gezien zijn resolutie van 9 juni 2022 over wereldwijde bedreigingen van abortusrechten: het mogelijk terugdraaien van het recht op abortus in de VS door het Hooggerechtshof (7),

gezien zijn resolutie van 7 juli 2022 over het besluit van het Amerikaanse Hooggerechtshof om het recht op abortus in de Verenigde Staten af te schaffen en de noodzaak om het recht op abortus en de gezondheid van de vrouw te beschermen, ook binnen de EU (8),

gezien zijn resolutie van 22 november 2023 over ontwerpen van het Europees Parlement tot herziening van de Verdragen (9),

gezien de WHO-richtlijnen getiteld “Safe abortion: technical and policy guidance for health systems” (Veilige abortus: technische en beleidsrichtsnoeren voor gezondheidszorgstelsels),

gezien de WHO-strategie 2017-2021 getiteld “Women’s health and well-being in Europe: beyond the mortality advantage” (Gezondheid en welzijn van vrouwen: meer dan alleen de hogere levensverwachting) en het actieplan 2016 getiteld “Action Plan for Sexual and Reproductive Health: Towards achieving the 2030 Agenda for Sustainable Development in Europe – leaving no one behind” (Actieplan inzake seksuele en reproductieve gezondheid: op weg naar de verwezenlijking van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling in Europa – niemand aan zijn lot overlaten),

gezien de mededeling van de Commissie van 5 maart 2020 getiteld “Een Unie van gelijkheid: strategie voor gendergelijkheid 2020-2025” (COM(2020)0152),

gezien de mededeling van de Commissie van 12 november 2020 “Een Unie van gelijkheid: strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020-2025” (COM(2020)0698),

gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,

gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM) en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM),

gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, dat op 11 mei 2011 in Istanbul voor ondertekening werd opengesteld (het “Verdrag van Istanbul”) en op 28 juni 2023 door de EU werd geratificeerd,

gezien algemene opmerking nr. 36 (2018) van het VN-Comité voor de rechten van de mens betreffende artikel 6 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, over het recht op leven,

gezien zijn resolutie van 18 januari 2024 over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie – jaarverslag 2022 en 2023 (10),

gezien zijn resolutie van 28 februari 2024 getiteld “Verslag over het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2023”  (11),

gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A.

overwegende dat toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, met inbegrip van veilige en legale abortuszorg, een grondrecht is; overwegende dat de eerbiediging van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten van essentieel belang is voor de bescherming van de menselijke waardigheid en onlosmakelijk verbonden is met de bestrijding van seksueel en gendergerelateerd geweld, de verwezenlijking van gendergelijkheid en een breed scala aan andere mensenrechten, zoals het recht op leven, gezondheid, privacy, persoonlijke veiligheid, non-discriminatie, gelijkheid voor de wet en vrijwaring van foltering en van een andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing;

B.

overwegende dat het vermogen van mensen om hun reproductieve autonomie uit te oefenen, controle te hebben over hun reproductieve leven en te beslissen of, wanneer en hoe zij kinderen krijgen, essentieel is voor de volledige verwezenlijking van de mensenrechten van vrouwen, meisjes en alle personen die zwanger kunnen worden; overwegende dat het lichaam van personen, hun keuze en dus hun volledige autonomie moeten worden gewaarborgd;

C.

overwegende dat in het Handvest de belangrijkste grondrechten en vrijheden zijn vastgelegd voor mensen die in de EU wonen; overwegende dat de bescherming van veilige en legale abortuszorg directe gevolgen heeft voor de daadwerkelijke uitoefening van de in het Handvest erkende rechten, zoals menselijke waardigheid, persoonlijke autonomie, gelijkheid, gezondheid en lichamelijke en geestelijke integriteit; overwegende dat het ontzeggen van de toegang tot abortuszorg een schending van deze grondrechten vormt;

D.

overwegende dat het VN-Comité voor de rechten van de mens specifiek heeft erkend dat de beslissing van een individu om een zwangerschap vrijwillig af te breken, onder het recht op privacy valt; overwegende dat het VN-Comité voor de rechten van de mens voorts heeft geoordeeld dat het niet in overeenstemming handelen met de beslissing van een vrouw om een legale abortus te ondergaan een schending vormt van het recht op privacy, ook wanneer de rechterlijke macht zich met een dergelijke beslissing bemoeit;

E.

overwegende dat het VN-Comité voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen (CEDAW) in zijn algemene aanbeveling nr. 35 uitdrukkelijk heeft verklaard dat de criminalisering van abortus een schending vormt van de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten van vrouwen en een vorm van gendergerelateerd geweld is, en er bij de staten op heeft aangedrongen alle wetgeving die abortus criminaliseert, in te trekken;

F.

overwegende dat seksuele en reproductieve gezondheid en rechten deel uitmaken van de streefdoelen van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN, met name doelstelling 3.7 waarin wordt opgeroepen tot universele toegang tot diensten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheidszorg, met inbegrip van gezinsplanning, voorlichting en onderwijs, en de inpassing van reproductieve gezondheid in nationale strategieën en programma’s, en doelstelling 5.6 waarin wordt gewezen op de noodzaak om universele toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten te waarborgen, zoals vastgelegd in overeenstemming met het actieprogramma van de Internationale Conferentie over Bevolking en Ontwikkeling, het actieprogramma van Peking en de slotdocumenten van de toetsingsconferenties daarvan;

G.

overwegende dat landen met minder restrictieve abortuswetten over het algemeen lagere abortuscijfers hebben dan landen met zeer restrictieve abortuswetten (12); overwegende dat, om te zorgen voor volledige lichamelijke autonomie en onder meer onbedoelde zwangerschappen te beperken en mensen in staat te stellen weloverwogen beslissingen te nemen over hun leven en lichaam, het van cruciaal belang is dat iedereen toegang heeft tot alomvattende, op leeftijd afgestemde en empirisch onderbouwde voorlichting over seksualiteit en relaties, evenals toegang tot hoogwaardige, toegankelijke, veilige en gratis anticonceptie en tot advies over gezinsplanning; overwegende dat op leeftijd afgestemde, omvattende seksuele voorlichting essentieel is om kinderen en jongeren in staat te stellen gezonde, gelijkwaardige en veilige relaties aan te gaan, met name door aandacht te besteden aan gendernormen, gendergelijkheid, machtsverhoudingen in relaties, toestemming en de eerbiediging van grenzen; overwegende dat dit ook bijdraagt tot de verwezenlijking van gendergelijkheid;

H.

overwegende dat de Franse wetgever in een baanbrekende stemming op 4 maart 2024 de gegarandeerde vrijheid om abortus te plegen in de Franse grondwet heeft verankerd; overwegende dat Frankrijk het eerste land ter wereld is dat abortus expliciet in de grondwet vastlegt; overwegende dat deze grondwetsherziening bedoeld is om een waarborg te scheppen in de context van de achteruitgang op het gebied van abortusrechten in de EU en wereldwijd, waaronder in de VS, Polen, Hongarije en Malta; overwegende dat het werk en de inzet van feministische organisaties en parlementsleden in Frankrijk van cruciaal belang waren om aan een meerderheid te raken voor de grondwettelijke bescherming van het recht op abortus;

I.

overwegende dat sinds de opname van het recht op abortus in de Franse grondwet al soortgelijke initiatieven zijn overwogen in andere landen zoals Spanje en Zweden, waaruit blijkt dat er behoefte bestaat aan een Europees antwoord op de achteruitgang van gendergelijkheid en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, en om de rechten die onder vuur liggen grondwettelijk te beschermen;

J.

overwegende dat positieve wetswijzigingen gepaard moeten gaan met financiële steun om het recht op toegang tot abortuszorg te verwezenlijken;

K.

overwegende dat, hoewel de EU weliswaar enkele van de strengste normen ter wereld heeft voor seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, vrouwen en leden van de lhbtiq+-gemeenschap nog steeds worden geconfronteerd met belemmeringen op het gebied van hun lichamelijke autonomie; overwegende dat die belemmeringen van juridische, beleidsmatige, financiële, culturele of informatiegerelateerde aard kunnen zijn;

L.

overwegende dat in sommige lidstaten nog steeds zeer restrictieve wetten bestaan die abortus verbieden tenzij onder strikt bepaalde omstandigheden, met als gevolg dat vrouwen hun toevlucht moeten nemen tot onveilige en levensbedreigende procedures, naar andere landen moeten reizen of hun zwangerschap tegen hun wil moeten voldragen, hetgeen neerkomt op een schending van hun mensenrechten en een vorm van gendergerelateerd geweld is; overwegende dat sommige lidstaten die abortus op verzoek of om brede sociale redenen hebben gelegaliseerd, desondanks specifieke strafrechtelijke sancties blijven opleggen bij abortussen die worden uitgevoerd buiten de werkingssfeer van de toepasselijke wettelijke bepalingen;

M.

overwegende dat verschillende lidstaten momenteel de toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten verder proberen te beperken door middel van zeer restrictieve wetten, wat leidt tot beperkte toegang tot gezondheidszorg en tot gendergerelateerde discriminatie en gendergerelateerd geweld; overwegende dat die initiatieven en achteruitgang de daadwerkelijke verwezenlijking van de rechten van mensen en de ontwikkeling van landen in de weg staan en de democratie, de Europese waarden en de grondrechten ondermijnen;

N.

overwegende dat er wereldwijd sprake is van gecoördineerde en goed gefinancierde initiatieven die erop gericht zijn de achteruitgang op het gebied van gendergelijkheid, lhbtiq+-diversiteit en feminisme te bewerkstelligen; overwegende dat over de hele wereld regressieve krachten en ultraconservatieve religieuze en extreemrechtse actoren decennia van vooruitgang op het gebied van mensenrechten proberen teniet te doen en een schadelijk wereldbeeld trachten op te dringen met betrekking tot genderrollen in gezinnen en in het openbare leven; overwegende dat die bewegingen en aanvallen nauw samenhangen met autoritaire tendensen waarbij de wereldwijde democratie wordt teruggeschroefd; overwegende dat dit een duidelijke bedreiging vormt voor de rechtsstaat in Europa;

O.

overwegende dat die antigender- en antiabortusbewegingen specifiek de seksuele en reproductieve rechten en de autonomie van vrouwen aanvallen en de wetgeving en het beleid beïnvloeden, wat ertoe leidt dat in verschillende lidstaten retrogressieve initiatieven worden uitgevoerd die erop gericht zijn de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten te ondermijnen;

P.

overwegende dat Polen de toegang tot legale abortuszorg verder heeft beperkt naar aanleiding van een uitspraak van het onwettige Constitutioneel Hof van 22 oktober 2020 (13) die een feitelijk abortusverbod inhoudt en heeft geleid tot de dood van ten minste zes vrouwen; overwegende dat er een onderzoek is ingesteld tegen vrouwen omdat ze abortus zouden hebben ondergaan en dat vrouwelijke verdedigers van mensenrechten en reproductieve rechten zijn vervolgd omdat ze vrouwen hielpen toegang te krijgen tot abortuszorg of omdat ze protesteerden voor het recht op abortus; overwegende dat in het recente arrest van het EHRM in de zaak M.L. tegen Polen is vastgesteld dat er sprake was van een schending van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens inzake het recht op eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven in het geval van een vrouw die werd gedwongen om voor een abortus naar het buitenland te reizen, wat aanzienlijke persoonlijke kosten met zich meebracht, zonder steun van haar familie verliep en aanzienlijke psychologische gevolgen had;

Q.

overwegende dat de nieuw verkozen Poolse regering zich ertoe heeft verbonden nieuwe wetten voor te stellen om de rechten van vrouwen en de toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, met inbegrip van abortuszorg, te waarborgen; overwegende dat een stemming in het Poolse parlement over wetsvoorstellen om abortuszorg te decriminaliseren en de toegang tot abortuszorg te waarborgen helaas werd uitgesteld;

R.

overwegende dat abortus in Malta de facto verboden en strafbaar is; overwegende dat met de hervorming van juli 2023 een zorgwekkende verschuiving heeft plaatsgevonden in het Maltese parlement, waarbij rechten werden afgeschaft en nog meer risico’s en belemmeringen zijn gecreëerd dan voorheen voor de toegang tot abortuszorg; overwegende dat een van deze belemmeringen inhoudt dat artsen een zwangerschap alleen mogen afbreken als er direct gevaar bestaat voor het leven van de persoon en voordat de foetus levensvatbaar is, en dat zij verplicht zijn de stervende zwangere persoon door te verwijzen naar een medisch panel van drie adviseurs; overwegende dat gevallen waarin de gezondheid van de persoon ernstig wordt bedreigd, van de wet zijn uitgesloten; overwegende dat een zwangere persoon met kanker in Malta niet dienovereenkomstig kan worden behandeld en moet wachten op de geboorte van het kind voordat ze een kankerbehandeling kan krijgen, waardoor de kans op een succesvolle behandeling kleiner wordt;

S.

overwegende dat medische abortus niet legaal is in Slowakije en Hongarije; overwegende dat Hongarije in september 2022 een decreet heeft aangenomen dat vrouwen die een abortus willen ondergaan, ertoe verplicht om naar de hartslag van de foetus te luisteren; overwegende dat in Slowakije herhaaldelijk pogingen zijn ondernomen om de toegang tot abortuszorg te beperken door middel van retrogressieve wetsvoorstellen in het parlement;

T.

overwegende dat ook in Italië de toegang tot abortuszorg wordt uitgehold (14); overwegende dat in landen als Italië, Slowakije en Roemenië een grote meerderheid van artsen verklaart gewetensbezwaarde te zijn, waardoor de feitelijke toegang tot abortuszorg in sommige regio’s uitermate moeilijk wordt; overwegende dat in andere lidstaten de toegang tot tijdige en passende abortuszorg onmogelijk wordt gemaakt door praktische belemmeringen, zoals in Kroatië (15);

U.

overwegende dat verschillende pogingen om abortus in België volledig te decriminaliseren werden uitgesteld in het Belgische federale parlement;

V.

overwegende dat in sommige landen abortusprocedures en onbevooroordeeld advies taboe blijven en zelden deel uitmaken van de verplichte medische opleiding, wat leidt tot een gebrek aan kennis en praktische ervaring bij artsen, dat ten koste gaat van de lichamelijke en geestelijke gezondheid van patiënten;

W.

overwegende dat desinformatie over abortus, ook online, een echte belemmering vormt voor de autonomie van vrouwen; overwegende dat in Duitsland het verstrekken van informatie over medische abortusmethoden op de websites van artsen tot voor kort werd beschouwd als de bevordering van abortus en werd bestraft; overwegende dat het “reclameverbod voor abortus” pas in juli 2022 is opgeheven;

X.

overwegende dat Oekraïense vluchtelingen in sommige lidstaten geen toegang hadden tot abortuszorg, ook niet in geval van seksueel geweld, wat een ernstige schending van hun mensenrechten is en neerkomt op foltering en onmenselijke of onterende behandeling;

Y.

overwegende dat het criminaliseren, vertragen en ontzeggen van toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, met name abortuszorg, een vorm van gendergerelateerd geweld is; overwegende dat die beperkingen en verboden niet leiden tot een vermindering van het aantal abortussen, maar mensen alleen dwingen om lange afstanden af te leggen of hun toevlucht te nemen tot onveilige abortussen, waardoor ze ook blootgesteld worden aan strafonderzoek en strafrechtelijke vervolging; overwegende dat die beperkingen en verboden diegenen treffen die het meest te kampen hebben met een gebrek aan middelen en informatie; overwegende dat bijna alle sterfgevallen als gevolg van een onveilige abortus zich voordoen in landen waar abortus streng aan banden is gelegd; overwegende dat deze sterfgevallen kunnen worden voorkomen; overwegende dat onveilige abortus een belangrijke, maar vermijdbare oorzaak is van morbiditeit bij moeders;

Z.

overwegende dat gemarginaliseerde personen en groepen, waaronder raciale, etnische en religieuze minderheden, migranten, mensen met een kansarme sociaal-economische achtergrond, mensen die in landelijke gebieden wonen, personen met een handicap, leden van de lhbtiq+-gemeenschap en slachtoffers van geweld, vaak te maken krijgen met extra belemmeringen, intersectionele discriminatie en geweld bij de toegang tot gezondheidszorg; overwegende dat dit het gevolg is van wetten en beleidsmaatregelen waarin gedwongen praktijken op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheidszorg worden gedoogd en van het verzuim om redelijke voorzieningen te waarborgen bij de toegang tot hoogwaardige zorg en informatie;

1.

herinnert er nogmaals aan dat seksuele en reproductieve gezondheid en rechten fundamentele mensenrechten zijn die moeten worden beschermd en versterkt en op geen enkele manier kunnen worden afgezwakt of ingetrokken;

2.

herinnert aan de toezegging van de EU met betrekking tot de bevordering, bescherming en verwezenlijking van het recht van elk individu, en van elke vrouw en elk meisje in het bijzonder, om lichamelijke autonomie en volledige zeggenschap te hebben en in vrijheid te beslissen over zaken die hun seksualiteit en seksuele en reproductieve rechten aangaan, zonder discriminatie, dwang of geweld;

3.

dringt er bij de Europese Raad op aan een conventie voor de herziening van de Verdragen bijeen te roepen, zoals gevraagd in zijn resoluties van 9 juni 2022 en 22 november 2023, en het voorstel in zijn resolutie van 22 november 2023 goed te keuren om seksuele en reproductieve gezondheidszorg en het recht op veilige en legale abortus aan het Handvest toe te voegen en het Handvest als volgt te wijzigen:

Artikel 3

Het recht op menselijke integriteit en lichamelijke autonomie

2 bis.   Eenieder heeft recht op lichamelijke autonomie, op vrije, geïnformeerde, volledige en universele toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, en op alle daarmee verband houdende gezondheidsdiensten, zonder discriminatie, met inbegrip van toegang tot veilige en legale abortus;

4.

veroordeelt in de meest krachtige bewoordingen de achteruitgang van vrouwenrechten en alle regressieve pogingen om de bestaande bescherming van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en gendergelijkheid wereldwijd, ook in de EU-lidstaten, te beperken of af te schaffen, alsook alle vormen van bedreiging, intimidatie en pesterijen gericht tegen mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor de bevordering van deze rechten;

5.

is bezorgd over de aanzienlijke toename van financiering voor antigender- en antiabortusgroepen in de wereld, ook in de EU; roept de Commissie op gebruik te maken van alle beschikbare instrumenten om ervoor te zorgen dat organisaties die zich kanten tegen gendergelijkheid en vrouwenrechten, waaronder reproductieve rechten, geen EU-financiering ontvangen;

6.

dringt er bij de lidstaten op aan abortus volledig te decriminaliseren in overeenstemming met de WHO-richtlijnen van 2022, en belemmeringen voor veilige en legale abortus en voor toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten weg te nemen en te bestrijden; verzoekt Polen en Malta hun wetten en andere maatregelen betreffende verboden op en beperkingen van abortus in te trekken; dringt er bij de Poolse autoriteiten op aan prioriteit te geven aan wetgevingsinspanningen om zo spoedig mogelijk volledige toegang tot veilige en legale abortus te garanderen; spoort de Maltese autoriteiten ertoe aan abortus onmiddellijk te decriminaliseren en toegang te bieden tot veilige en legale abortus, in overeenstemming met de WHO-richtlijnen van 2022;

7.

dringt er bij alle regeringen van de lidstaten op aan toegang te waarborgen tot veilige, legale en gratis abortuszorg, tot diensten en voorzieningen op het gebied van prenatale gezondheidszorg en kraamzorg, tot vrijwillige gezinsplanning en anticonceptie, tot jeugdvriendelijke diensten, alsook tot preventie, behandeling, zorg en ondersteuning met betrekking tot hiv, en dit zonder discriminatie;

8.

veroordeelt het feit dat in sommige lidstaten abortus wordt geweigerd door artsen, en in sommige gevallen zelfs door hele medische instellingen, op grond van de “gewetensclausule”; betreurt dat deze clausule ook vaak wordt gebruikt in situaties waarin vertraging het leven of de gezondheid van de patiënt in gevaar brengt;

9.

verzoekt de lidstaten te zorgen voor toegang tot het volledige scala aan diensten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, waaronder alomvattende, op leeftijd afgestemde en empirisch onderbouwde voorlichting over seksualiteit en relaties voor iedereen, hoogwaardige, toegankelijke, veilige en gratis anticonceptiemethoden en -middelen, en advies over gezinsplanning, met bijzondere aandacht voor vrouwen van kleur, Romavrouwen, oudere vrouwen, vrouwen met een lager opleidingsniveau, lhbtiq+-personen, vrouwen met een handicap, adolescenten, migrantenvrouwen, met inbegrip van irreguliere migranten, en alleenstaande vrouwen;

10.

roept de lidstaten en lokale overheden op hun uitgaven voor programma’s en hun directe subsidies aan structuren te verhogen, ook voor diensten op het gebied van gezondheidszorg en gezinsplanning en andere organisaties die op dit gebied actief zijn;

11.

dringt er bij de regeringen van de lidstaten op aan om abortusmethoden en -procedures tot een verplicht onderdeel te maken van het curriculum voor artsen en studenten geneeskunde, met name voor studenten gynaecologie;

12.

doet een oproep aan alle lidstaten om de wettelijke, financiële, sociale en praktische belemmeringen en beperkingen voor abortus weg te nemen, met inbegrip van de belemmeringen en beperkingen die vrouwen in armoede onevenredig zwaar treffen, in het bijzonder geracialiseerde vrouwen zoals zwarte vrouwen en vrouwen uit etnische minderheden, en vrouwen in eenoudergezinnen;

13.

erkent de belangrijke rol van maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten als dienstverleners en pleitbezorgers van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, en moedigt hen aan hun werk voort te zetten; roept de EU en de lidstaten op een stimulerend kader te scheppen voor het maatschappelijk middenveld in de EU en het politiek te steunen door middel van een strategie voor het maatschappelijk middenveld, de bescherming van vrouwen en verdedigers van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten te garanderen door middel van een beschermingsmechanisme voor mensenrechtenverdedigers en hen financieel te ondersteunen, met name via het programma “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden” (het CERV-programma); verzoekt de lidstaten de toegang tot diensten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheidszorg, met inbegrip van abortus, te verbeteren via het EU4Health-programma;

14.

vraagt de EU voorts als pleitbezorger op te treden en van de erkenning van dit recht een topprioriteit te maken in onderhandelingen binnen internationale instellingen en in andere multilaterale fora zoals de Raad van Europa en de VN; roept de EU op het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens te ratificeren,

15.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


(1)   PB C 449 van 23.12.2020, blz. 102.

(2)   PB C 208 van 1.6.2021, blz. 24.

(3)   PB C 425 van 20.10.2021, blz. 147.

(4)   PB C 205 van 20.5.2022, blz. 44.

(5)   PB C 81 van 18.2.2022, blz. 43.

(6)   PB C 465 van 6.12.2022, blz. 155.

(7)   PB C 493 van 27.12.2022, blz. 120.

(8)   PB C 47 van 7.2.2023, blz. 268.

(9)  Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0427.

(10)  Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0050.

(11)  Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0108.

(12)  Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, “ Information series on sexual and reproductive health and rights – abortion ” (Informatiereeks over seksuele en reproductieve gezondheid en rechten – abortus), 2020.

(13)  Arrest van het EHRM inzake het Constitutioneel Hof, zaak Xero Flor w Polsce sp. z o.o. tegen Polen (Verzoekschrift nr. 4907/18), zie punt 289.

(14)  Raad van Europa, “ resolutie CM/ResChS(2016)3, Confederazione Generale Italiana del Lavoro (CGIL)/Italië, klacht nr. 91/2013 ”, 2016; Europees Parlement, “ Briefing: werkbezoek van de commissie FEMM aan Italië, 17 - 19 december 2018 ”, december 2018.

(15)  RODA, “ Support for accessible, safe and legal termination of pregnancy in Croatia ” (Steun voor toegankelijke, veilige en legale zwangerschapsafbreking in Kroatië), 6 mei 2022.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1279/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)