|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2025/1032 |
27.2.2025 |
P9_TA(2024)0144
Veiligheid van speelgoed en intrekking van Richtlijn 2009/48/EG
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2024 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de veiligheid van speelgoed en tot intrekking van Richtlijn 2009/48/EG (COM(2023)0462 – C9-0317/2023 – 2023/0290(COD))
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
(C/2025/1032)
Het Europees Parlement,
|
— |
gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2023)0462), |
|
— |
gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9-0317/2023), |
|
— |
gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, |
|
— |
gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 13 december 2023 (1), |
|
— |
gezien artikel 59 van zijn Reglement, |
|
— |
gezien het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, |
|
— |
gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A9-0044/2024), |
|
1. |
stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast; |
|
2. |
verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen; |
|
3. |
verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen. |
(1) PB C, C/2024/1577 van 5.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1577/oj.
P9_TC1-COD(2023)0290
Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 maart 2024 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende de veiligheid van speelgoed en tot intrekking van Richtlijn 2009/48/EG
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) is vastgesteld om een hoog veiligheidsniveau van speelgoed en het vrije verkeer ervan op de interne markt te waarborgen. |
|
(2) |
Kinderen zijn een bijzonder kwetsbare groep. Het is van essentieel belang om ervoor te zorgen dat kinderen een hoge mate van veiligheid genieten wanneer ze met speelgoed spelen. Kinderen , met inbegrip van kinderen met een beperking, moeten adequaat worden beschermd tegen mogelijke risico’s van speelgoed, in het bijzonder onder andere tegen de chemische stoffen die speelgoed kan bevatten. Tegelijkertijd moet conform speelgoed vrij op de interne markt kunnen circuleren zonder aanvullende eisen. [Am. 1] |
|
(3) |
De Commissie heeft in haar evaluatie van Richtlijn 2009/48/EG geconcludeerd dat de richtlijn relevant is en doorgaans doeltreffend is voor de bescherming van kinderen. Tijdens de evaluatie is echter ook een aantal tekortkomingen vastgesteld, die tijdens de praktische toepassing van de richtlijn sinds de vaststelling ervan in 2009 aan het licht zijn gekomen. In de evaluatie werden met name bepaalde tekortkomingen vastgesteld met betrekking tot mogelijke risico’s van schadelijke chemische stoffen in speelgoed. In de evaluatie werd ook geconcludeerd dat er nog veel niet-conform en onveilig speelgoed op de markt van de Unie aanwezig is. |
|
(4) |
In de strategie voor duurzame chemische stoffen (3) is opgeroepen tot verruiming van de zogenaamde generieke aanpak van schadelijke chemische stoffen (gebaseerd op algemene preventieve verboden) om ervoor te zorgen dat consumenten, kwetsbare groepen en de natuurlijke omgeving consistenter worden beschermd. In de strategie werd in het bijzonder aangedrongen op versterking van Richtlijn 2009/48/EG wat betreft bescherming tegen de risico’s van de schadelijkste chemische stoffen en de mogelijke gecombineerde effecten van chemische stoffen. |
|
(5) |
Aangezien de voorschriften voor speelgoed, met name de essentiële eisen en de conformiteitsbeoordelingsprocedures, in de hele Unie op dezelfde wijze moeten worden toegepast en geen ruimte mogen laten voor een uiteenlopende uitvoering door de lidstaten, moet Richtlijn 2009/48/EG worden vervangen door een verordening. |
|
(6) |
Speelgoed valt ook onder Verordening (EU) 2023/988 inzake algemene productveiligheid (4), die aanvullend van toepassing is op aangelegenheden die niet onder sectorspecifieke wetgeving voor consumentenproducten vallen. Met name afdeling 2 van hoofdstuk III en hoofdstuk IV inzake onlineverkoop, hoofdstuk VI inzake het systeem voor snelle waarschuwingen Safety Gate en de Safety Business Gateway en hoofdstuk VIII inzake het recht op informatie en op verhaal zijn ook van toepassing op speelgoed. Daarom bevat deze verordening geen specifieke bepalingen inzake verkoop op afstand en onlineverkoop, de melding van ongevallen door marktdeelnemers en het recht op informatie en verhaal, maar verplicht zij marktdeelnemers die informatie over de veiligheid van speelgoed verstrekken om de autoriteiten en consumenten te informeren overeenkomstig de procedures van Verordening (EU) 2023/988. |
|
(7) |
In Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad (5) zijn voorschriften voor de accreditatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties en de algemene beginselen van de CE-markering vastgesteld. Die verordening moet van toepassing zijn op speelgoed opdat speelgoed dat onder het vrije verkeer van goederen binnen de Unie valt, voldoet aan vereisten die een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en veiligheid van personen, en in het bijzonder van kinderen, waarborgen. |
|
(8) |
Bij Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad (6) zijn gemeenschappelijke beginselen en referentiebepalingen vastgesteld die bedoeld zijn om in alle sectorale productwetgeving te worden toegepast, zodat een coherente basis voor die wetgeving wordt gelegd. Deze verordening moet derhalve voor zover mogelijk worden opgesteld in overeenstemming met die gemeenschappelijke beginselen en referentiebepalingen. |
|
(9) |
In deze verordening moeten essentiële eisen voor speelgoed worden vastgesteld om voor een hoge mate van bescherming van de gezondheid en veiligheid te zorgen van kinderen die met speelgoed spelen, en om het vrije verkeer van speelgoed in de Unie te waarborgen. Deze verordening moet worden toegepast uitgevoerd met inachtneming van het voorzorgsbeginsel. [Am. 2] |
|
(10) |
Om de toepassing van deze verordening door fabrikanten en nationale autoriteiten te vergemakkelijken, moet het toepassingsgebied duidelijk worden afgebakend. Deze verordening moet van toepassing zijn op alle producten die zijn ontworpen of bestemd om door kinderen jonger dan 14 jaar te worden gebruikt bij het spelen. Een product kan ook als speelgoed worden beschouwd als het niet uitsluitend bedoeld is om mee te spelen en nog andere functies heeft. Of een product speelwaarde heeft, hangt af van het door de fabrikant beoogde gebruik of van het gebruik van het product dat een ouder of toezichthouder redelijkerwijs kan voorzien. Tegelijkertijd moet bepaald speelgoed dat niet voor huishoudelijk gebruik bestemd is, zoals voor openbaar gebruik bestemde speeltoestellen in speeltuinen of speelautomaten, of ander speelgoed met verbrandingsmotoren of stoommachines, van het toepassingsgebied worden uitgesloten, aangezien dergelijk speelgoed risico’s voor de gezondheid en veiligheid van kinderen kan opleveren die niet in deze verordening aan de orde komen. Bovendien moet een lijst worden verstrekt van producten die met speelgoed kunnen worden verward, maar die niet als speelgoed in de zin van deze verordening worden beschouwd. |
|
(11) |
Deze verordening moet van toepassing zijn op speelgoed dat nieuw is op de markt van de Unie wanneer het in de handel wordt gebracht, dat wil zeggen nieuw speelgoed dat door een in de Unie gevestigde fabrikant is vervaardigd of nieuw of tweedehands speelgoed dat wordt ingevoerd uit een derde land. De veiligheid van andere tweedehands producten valt onder Verordening (EU) 2023/988 van het Europees Parlement en de Raad (7). |
|
(12) |
Om de adequate bescherming van kinderen en andere personen te verzekeren, moet deze verordening van toepassing zijn op alle vormen van levering van speelgoed, met inbegrip van verkoop op afstand als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EU) 2019/1020 van het Europees Parlement en de Raad (8). |
|
(13) |
Essentiële veiligheidseisen voor speelgoed moeten zorgen voor bescherming tegen alle relevante gevaren die speelgoed met zich meebrengt voor de gezondheid en veiligheid van gebruikers of derden. Specifieke veiligheidseisen moeten betrekking hebben op de fysieke en mechanische eigenschappen, ontvlambaarheid, chemische eigenschappen, elektrische eigenschappen, hygiëne en radioactiviteit om ervoor te zorgen dat kinderen adequaat worden beschermd tegen deze specifieke gevaren. Omdat er speelgoed kan bestaan of kan worden ontwikkeld dat gevaren inhoudt die niet onder een specifieke veiligheidseis vallen, moet een algemene veiligheidseis worden gehandhaafd om de bescherming van kinderen tegen dergelijk speelgoed te waarborgen. De veiligheid van speelgoed moet worden vastgesteld aan de hand van het beoogde gebruik van het product, terwijl ook redelijkerwijs te voorzien gebruik in aanmerking moet worden genomen, rekening houdend met het gedrag van kinderen, van wie gewoonlijk niet dezelfde zorgvuldigheid kan worden verwacht als van een gemiddelde volwassen gebruiker. De algemene veiligheidseis en de bijzondere veiligheidseisen moeten samen de essentiële veiligheidseisen voor speelgoed vormen. |
|
(14) |
Het vertrouwen in digitale technologieën heeft geleid tot nieuwe gevaren van speelgoed. Overeenkomstig Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad (9) moet radiospeelgoed voldoen aan essentiële eisen voor de bescherming van privacy, en moet met internet verbonden speelgoed waarborgen voor cyberveiligheid en bescherming tegen fraude bevatten. Speelgoed dat artificiële intelligentie bevat, moet voldoen aan Verordening (EU).../... [P.O. insert serial number for Regulation laying down harmonised rules on artificial intelligence] moet radiospeelgoed voldoen aan essentiële eisen voor de bescherming van privacy, en moet met internet verbonden speelgoed waarborgen voor cyberveiligheid en bescherming tegen fraude bevatten. Speelgoed dat artificiële intelligentie bevat, moet voldoen aan Verordening (EU).../... [P.O. insert serial number for Regulation laying down harmonised rules on artificial intelligence] (10). Daarom hoeven er geen moet dergelijk speelgoed voldoen aan normen voor veiligheid, beveiliging en privacy door ontwerp. Bijzondere veiligheidseisen te worden vastgesteld met betrekking tot cyberveiligheid, bescherming van persoonsgegevens en privacy, of andere gevaren die voortvloeien uit de integratie van artificiële intelligentie in speelgoed. De bescherming van de gezondheid van kinderen moet echter niet alleen zorgen voor de afwezigheid van ziekten of lichamelijke gebreken, aangezien het gebruik van digitale technologieën risico’s voor kinderen met zich mee kan brengen die verder gaan dan hun fysieke gezondheid. Om ervoor te zorgen dat kinderen , moeten in specifieke wetgeving worden beschermd tegen alle risico’s die het gebruik van digitale technologieën in speelgoed met zich meebrengt, moet de algemene veiligheidseis de psychologische en geestelijke gezondheid, het welzijn en de cognitieve ontwikkeling van kinderen waarborgen. opgenomen. [Am. 3] |
|
(14 bis) |
Krachtens Verordening (EU) …/… [OJ insert serial number for Regulation laying down harmonised rules on artificial intelligence] wordt speelgoed dat AI-systemen als veiligheidscomponenten bevat, beschouwd als een AI-systeem met een hoog risico. Bovendien wordt uit hoofde van de verordening cyberweerbaarheid met het internet verbonden speelgoed dat beschikt over sociale interactieve functies (bv. spreken of filmen) of locatietraceringsfuncties, ingedeeld in klasse I – belangrijke producten met digitale elementen. Op grond van die verordeningen moet dergelijk speelgoed een conformiteitsbeoordeling ondergaan waarbij een derde partij is betrokken, tenzij de fabrikant relevante geharmoniseerde normen heeft toegepast. [Am. 4] |
|
(14 ter) |
Bij de veiligheidsbeoordeling moet waar nodig rekening worden gehouden met de gezondheidsrisico’s van digitaal verbonden speelgoed, met inbegrip van eventuele risico’s voor de geestelijke gezondheid. Daarom moeten fabrikanten bij de beoordeling van de veiligheid van digitaal verbonden producten die waarschijnlijk van invloed zullen zijn op kinderen, waarborgen dat de producten die zij op de markt brengen, voldoen aan de hoogste normen inzake veiligheid, beveiliging en privacy door ontwerp, in het belang van kinderen. [Am. 5] |
|
(15) |
Speelgoed moet voldoen aan fysieke en mechanische eisen die voorkomen dat kinderen lichamelijk letsel oplopen als ze met speelgoed spelen en mag geen inslikkings- en verstikkingsgevaar voor kinderen opleveren. Om kinderen te beschermen tegen beschadiging van het gehoor, moeten maximumwaarden worden vastgesteld , waarbij studies en de aanbevelingen van medisch deskundigen in aanmerking worden genomen, voor zowel impulsgeluid als continu geluid dat door speelgoed wordt geproduceerd door speelgoed dat is ontworpen om geluid te produceren . Speelgoed of onderdelen daarvan en verpakkingen ervan waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij bij normaal of te verwachten gebruik met levensmiddelen in contact komen of bestanddelen afgeven aan levensmiddelen, vallen onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad (11). Voorts moeten specifieke veiligheidseisen voor het potentiële specifieke gevaar van speelgoed in levensmiddelen worden vastgesteld, omdat de combinatie van speelgoed en levensmiddelen een risico van verstikking door inslikken kan veroorzaken dat zich onderscheidt van de risico’s die het speelgoed op zichzelf vertoont, en dat om die reden niet valt onder specifieke maatregelen van de Unie. Speelgoed moet ook voldoende bescherming bieden wat betreft ontvlambaarheid of elektrische eigenschappen, in het bijzonder om brandwonden of elektrische schokken te voorkomen. Bovendien moet speelgoed aan bepaalde hygiënenormen voldoen om microbiologische risico’s of andere risico’s op infectie of besmetting te voorkomen. [Am. 6] |
|
(16) |
Chemische stoffen die zijn ingedeeld als carcinogeen, mutageen of reproductietoxisch (CMR-stoffen), chemische stoffen die het hormoon- of ademhalingssysteem aantasten en chemische stoffen die giftig zijn voor een specifiek orgaan of mobiel, persistent, bioaccumulerend en giftig zijn , zijn bijzonder schadelijk voor kinderen en voor het milieu en moeten specifiek worden aangepakt in speelgoed. Gezien de essentiële rol van het hormoonsysteem tijdens de menselijke ontwikkeling, kan blootstelling aan hormoonontregelaars tijdens kritieke perioden, zoals de vroege kinderjaren, zelfs bij zeer lage doses leiden tot schadelijke effecten en de gezondheid later in het leven beïnvloeden. Inhalatieallergenen kunnen leiden tot een toename van astma bij kinderen, en neurotoxische stoffen zijn bijzonder schadelijk voor de zich ontwikkelende hersenen van kinderen, die inherent kwetsbaarder zijn voor toxische schade dan de hersenen van volwassenen. Persistentie en bioaccumulatie zorgen voor voortdurende blootstelling en vergroten bijgevolg het risico op schadelijke effecten. Sommige giftige chemische stoffen zijn ook mobiel in het milieu. Kinderen moeten ook naar behoren worden beschermd tegen allergene stoffen en bepaalde metalen. De eisen voor chemische stoffen in Richtlijn 2009/48/EG moeten worden geactualiseerd en aangescherpt. Speelgoed moet voldoen aan de algemene wetgeving voor chemische stoffen, in het bijzonder Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (12). Om kinderen, een kwetsbare groep consumenten, en andere personen beter te beschermen, moet dat rechtskader worden aangevuld met algemene verboden op het gebruik van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen, zoals ingedeeld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad (13), in speelgoed. Deze algemene verboden moeten gelden voor CMR-stoffen, hormoonontregelaars voor de menselijke gezondheid en het milieu , inhalatieallergenen en stoffen die schadelijk zijn voor een specifiek orgaan of die mobiel, persistent, bioaccumulerend en giftig zijn, die voldoen aan de criteria voor indeling als gevaarlijk of die zijn ingedeeld als gevaarlijk overeenkomstig , zodra deze stoffen in Verordening (EG) nr. 1272/2008 (14) als gevaarlijk zijn ingedeeld. Om de veiligheid van speelgoed te waarborgen mogen sporen van verboden stoffen uitsluitend worden aanvaard indien deze, zelfs met goede productiepraktijken, technisch onvermijdelijk zijn en het speelgoed veilig is. [Am. 7] |
|
(17) |
Om te zorgen voor flexibiliteit Wanneer de veiligheid van kinderen niet in het gedrang komt en indien dit nodig is om bepaald speelgoed op de markt aan te bieden, moet er geen geschikte alternatieve stoffen of mengsels beschikbaar zijn, kan het mogelijk zijn om af te wijken vrijgesteld te worden van de algemene verboden op chemische stoffen en mengsels in speelgoed. Afwijkingen Vrijstellingen van algemene verboden waarmee het gebruik van verboden stoffen en mengsels toch wordt toegestaan, moeten in de tijd worden beperkt, algemeen van toepassing zijn en mogen alleen mogelijk zijn als het gebruik van de stof of het mengsel in kwestie veilig wordt geacht voor kinderen, als verwijdering of vervanging van dergelijke verboden stoffen door veranderingen in het ontwerp of het gebruik van andere materialen of bestanddelen technisch niet mogelijk is, als er geen commercieel technisch haalbare alternatieven voor de stof of het mengsel zijn, als er op verzoek van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) een vervangingsplan is ingediend zijn en als het gebruik van de stof of het mengsel in consumentenartikelen niet verboden is krachtens Verordening (EG) nr. 1907/2006. De beoordeling van de veiligheid van de stof in speelgoed deze stof moet worden uitgevoerd door de desbetreffende wetenschappelijke comités in het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) om te zorgen voor consistentie en efficiënt gebruik van middelen bij de beoordeling van chemische stoffen en mengsels in de Unie. [Am. 247] |
|
(18) |
Marktdeelnemers, brancheorganisaties of andere belanghebbende partijen moeten de mogelijkheid hebben om bij het ECHA een verzoek in te dienen voor de beoordeling van een toegestane toepassing van een bepaalde stof waarvoor een algemeen verbod geldt. Het ECHA moet het formaat en het medium voor de indiening van verzoeken om beoordeling opstellen en beschikbaar stellen. Bovendien moet het ECHA om redenen van transparantie en voorspelbaarheid technische en wetenschappelijke richtsnoeren verstrekken voor dergelijke verzoeken om beoordeling. |
|
(19) |
Het gebruik van nikkel in roestvrijstaal en in onderdelen die elektrische stroom overbrengen is door het Wetenschappelijk Comité voor gezondheids-, milieu- en opkomende risico’s veilig bevonden in speelgoed en moet worden toegestaan. Andere stoffen die nodig zijn om elektrische stroom over te brengen, moeten in speelgoed worden toegestaan om elektrisch speelgoed te kunnen aanbieden, mits deze stoffen volledig ontoegankelijk zijn voor een kind dat met het speelgoed speelt en daarom geen risico vormen. |
|
(20) |
Aangezien batterijen onder Verordening (EU).../... [P.O. insert serial number for Regulation on batteries and waste batteries] (15) vallen, zijn de eisen betreffende chemische stoffen in speelgoed niet van toepassing op de batterijen in speelgoed. Speelgoed met batterijen moet echter zodanig zijn ontworpen dat kinderen moeilijk bij de batterijen kunnen. In situaties waarin het wegens de aard, de omvang of de vorm van het speelgoed, of wegens de kleine elektronica die het bevat, niet mogelijk is om het speelgoed zodanig te ontwerpen dat de interne batterij door de eindgebruiker kan worden verwijderd en vervangen en tegelijkertijd de veiligheid van het kind en het verdere veilige gebruik van het speelgoed kan worden gewaarborgd, kan het speelgoed zodanig worden ontworpen dat de batterij kan worden verwijderd en vervangen door onafhankelijke marktdeelnemers. [Am. 8] |
|
(21) |
De bestaande grenswaarden voor bepaalde chemische stoffen en de bijbehorende testmethoden zijn geschikt gebleken voor de bescherming van kinderen tegen deze stoffen en moeten worden gehandhaafd. Om deze grenswaarden te kunnen aanpassen aan nieuwe wetenschappelijke kennis, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om deze grenswaarden waar nodig te herzien overeenkomstig het voorzorgsbeginsel en de “één gezondheid”-benadering . De grenswaarden voor arseen, cadmium, chroom VI, lood, kwik en organisch tin, die bijzonder giftig zijn en dan ook niet bewust in speelgoed mogen worden gebruikt, moeten worden vastgesteld op de helft van de waarden die door de betrokken wetenschappelijke instantie als veilig worden beschouwd, om ervoor te zorgen dat in speelgoed alleen sporen aanwezig zijn die verenigbaar zijn met een goede fabricagepraktijk. Het gebruik van chroom VI, cadmium, kwik en lood, zeer giftige stoffen, mag niet worden toegestaan in speelgoed, tenzij de aanwezigheid ervan zelfs met goede fabricagemethoden technisch onvermijdelijk is en de residuen ervan de aantoonbaarheidsgrens in het homogene materiaal niet overschrijden. [Am. 248] |
|
(21 bis) |
Lood is een natuurlijk toxisch metaal dat long-, hersen-, maag- en nierkanker bij de mens kan veroorzaken. Het kan in het drinkwater terechtkomen wanneer loodhoudend sanitair materiaal corrodeert, vooral als het water een hoge zuurgraad of een laag mineraalgehalte heeft, wat leidt tot corrosie in leidingen en sanitaire installaties. Richtlijn (EU) 2020/2184 (16) voorziet in bepalingen met betrekking tot het loodgehalte in water dat bestemd is voor menselijke consumptie. Daarom kan niet worden uitgesloten dat speelgoed dat met water wordt geproduceerd, minimale residuen van lood bevat als gevolg van het in het productieproces gebruikte water. Dergelijke residuen moeten als technisch onvermijdelijk worden beschouwd wanneer het met goede fabricagemethoden niet mogelijk is deze te elimineren via de beschikbare filter- of absorptiemethoden. [Am. 249] |
|
(22) |
Richtlijn 2009/48/EG bevat grenswaarden voor bepaalde stoffen in speelgoed dat bestemd is voor kinderen jonger dan 36 maanden of dat bestemd is om in de mond te worden genomen. Gebleken is dat deze stoffen ook een risico vormen voor oudere kinderen, omdat zij eveneens via huidcontact of inademing aan dergelijke chemische stoffen kunnen worden blootgesteld. Deze grenswaarden moeten daarom gelden voor alle speelgoed. Sinds de vaststelling van de grenswaarden voor bisfenol A in Richtlijn 2009/48/EG zijn er nieuwe wetenschappelijke gegevens beschikbaar gekomen. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft in april 2023 de risico’s voor de volksgezondheid van blootstelling aan bisfenol A via voeding opnieuw beoordeeld en geconcludeerd dat blootstelling aan bisfenol A een gezondheidsprobleem vormt voor consumenten in alle leeftijdsgroepen. De EFSA heeft een nieuwe toelaatbare dagelijkse inname van bisfenol A vastgesteld die aanzienlijk lager is dan de vorige. Gezien dit wetenschappelijke bewijs, moet bisfenol A onder het algemene verbod op CMR-stoffen in speelgoed vallen. |
|
(22 bis) |
Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) vormen een grote familie van meer dan 10 000 door de mens gemaakte chemische stoffen. Sinds hun opkomst eind jaren veertig worden PFAS in een steeds breder scala aan consumentenproducten gebruikt. Blootstelling aan de meest bestudeerde PFAS is geassocieerd met een reeks schadelijke gezondheidseffecten, waaronder schildklieraandoeningen, leverbeschadiging, obesitas, diabetes en verminderde respons op routinevaccinaties, evenals een verhoogd risico op borst-, nier- en teelbalkanker. Speelgoed mag geen enkele poly- en perfluoralkylstof (PFAS) bevatten. [Am. 9] |
|
(23) |
Om in geval van nieuwe wetenschappelijke kennis een adequate bescherming tegen specifieke chemische stoffen te waarborgen, moet de Commissie de bevoegdheid worden verleend om gedelegeerde handelingen tot vaststelling van specifieke grenswaarden vast te stellen voor alle chemische stoffen die in speelgoed worden gebruikt. Indien dit gerechtvaardigd is in gevallen van speelgoed met een hogere mate van blootstelling, moeten in die gedelegeerde handelingen specifieke grenswaarden worden vastgesteld voor speelgoed dat is bestemd voor gebruik door kinderen jonger dan 36 maanden en voor ander speelgoed dat bedoeld is om in de mond genomen te worden, daarbij rekening houdend met de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1935/2004 en de verschillen tussen speelgoed en materialen die in contact komen met voedsel of voorwerpen die risico’s bij oraal contact met zich meebrengen wanneer zij worden gebruikt als materiaal dat met levensmiddelen in contact komt. Geurstoffen in speelgoed brengen speciale risico’s voor de menselijke gezondheid met zich mee. Daarom moeten specifieke regels worden vastgesteld voor het gebruik van geurstoffen in speelgoed en voor de etikettering van geurstoffen. De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend om gedelegeerde handelingen tot wijziging van deze regels vast te stellen teneinde deze te kunnen aanpassen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang. |
|
(24) |
Wanneer de gevaren van speelgoed niet volledig met het ontwerp ervan kunnen worden ondervangen, moet ten aanzien van het overblijvende risico productinformatie worden verstrekt aan de personen onder wier toezicht kinderen het speelgoed gebruiken, waarbij rekening wordt gehouden met het vermogen van die personen om de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen. Om ervoor te zorgen dat de informatie efficiënt wordt weergegeven, kan de fabrikant een QR-code met een link naar de instructies in een digitaal formaat toevoegen, maar waarschuwingen moeten altijd worden vermeld op het speelgoed, op een aangehecht etiket of op de verpakking. [Am. 10] |
|
(25) |
Om te voorkomen dat waarschuwingen worden misbruikt om de toepasselijke veiligheidseisen te omzeilen, mogen de waarschuwingen voor bepaalde categorieën speelgoed niet worden gebruikt als zij in strijd zijn met het beoogde gebruik van het speelgoed. Om ervoor te zorgen dat de personen onder wier toezicht kinderen het speelgoed gebruiken zich bewust zijn van de risico’s van het speelgoed, moeten de waarschuwingen duidelijk verstaanbaar, leesbaar en zichtbaar zijn. [Am. 11] |
|
(25 bis) |
Om het bewustzijn te garanderen van mogelijke risico’s die verbonden zijn aan het speelgoed, in het bijzonder bij verkoop op afstand of online, moet ervoor worden gezorgd dat de waarschuwingen online duidelijk leesbaar en onmiddellijk zichtbaar zijn. [Am. 12] |
|
(26) |
Marktdeelnemers moeten bij het in de handel brengen of op de markt aanbieden van speelgoed verantwoordelijk optreden en aan alle toepasselijke wettelijke eisen voldoen. |
|
(27) |
Om een hoge mate van bescherming van de gezondheid en veiligheid van kinderen te waarborgen en om te zorgen voor eerlijke mededinging op de interne markt, moeten de marktdeelnemers al naargelang hun respectieve rol in de toeleveringsketen de verantwoordelijkheid dragen voor de conformiteit van speelgoed met deze verordening. |
|
(28) |
Omdat bepaalde taken alleen door de fabrikant kunnen worden verricht, moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen de verplichtingen van de fabrikant en die van de marktdeelnemers die verderop in de distributieketen een rol spelen. Voorts moet duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen de verplichtingen van de importeur en die van de distributeur, aangezien de importeur speelgoed uit derde landen in de Unie in de handel brengt. De importeur moet waarborgen dat dit speelgoed aan de toepasselijke eisen van de Unie voldoet. |
|
(29) |
Om de communicatie tussen marktdeelnemers, markttoezichtautoriteiten en consumenten of andere eindgebruikers te vergemakkelijken, moeten fabrikanten en importeurs naast het postadres ook een website, e-mailadres of een andere manier om digitaal contact op te nemen, vermelden. |
|
(30) |
De fabrikant, die beschikt over gedetailleerde kennis van het ontwerp- en productieproces, is verantwoordelijk voor de overeenstemming van het speelgoed met de eisen van deze verordening en is in de beste positie om de volledige conformiteitsbeoordelingsprocedure voor speelgoed uit te voeren. De verplichting om een conformiteitsbeoordeling uit te voeren, moet daarom uitsluitend op de fabrikant blijven rusten. |
|
(31) |
Om het voor fabrikanten gemakkelijker te maken hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening na te leven, moet het fabrikanten worden toegestaan een gemachtigde aan te wijzen om namens hen specifieke taken uit te voeren. Teneinde een duidelijke en evenredige verdeling van de taken tussen de fabrikant en de gemachtigde te waarborgen, moet bovendien een lijst van taken worden opgesteld waarmee fabrikanten de gemachtigde kunnen belasten. Om ervoor te zorgen dat deze verordening afdwingbaar is en wordt nageleefd, moet, wanneer een buiten de Unie gevestigde fabrikant een gemachtigde aanwijst, het mandaat bovendien de in artikel 4 van Verordening (EU) 2019/1020 vermelde taken omvatten. |
|
(32) |
Marktdeelnemers die een rol vervullen in de toeleverings- en distributieketen, moeten passende maatregelen nemen om te waarborgen dat het speelgoed dat zij in de handel brengen onder normale en redelijkerwijs te voorziene gebruiksomstandigheden geen gevaar vormt risico’s inhoudt voor de veiligheid en de gezondheid van kinderen, en dat zij uitsluitend speelgoed op de markt aanbieden dat aan de desbetreffende Uniewetgeving voldoet. [Am. 13] |
|
(33) |
Er moet worden gewaarborgd dat speelgoed dat vanuit derde landen de markt van de Unie binnenkomt, aan alle toepasselijke eisen van de Unie voldoet, en met name dat de fabrikanten adequate conformiteitsbeoordelingsprocedures met betrekking tot dit speelgoed hebben uitgevoerd. Importeurs moeten er daarom op toezien dat het speelgoed dat zij in de handel brengen aan de toepasselijke eisen voldoet, dat conformiteitsbeoordelingsprocedures zijn uitgevoerd en dat de productmarkering en de door de fabrikanten opgestelde documenten ter beschikking staan van de bevoegde markttoezichtautoriteiten. |
|
(34) |
Wanneer importeurs speelgoed in de handel brengen, moeten zij hun naam en contactadres op het speelgoed vermelden. Er moet worden voorzien in uitzonderingen hierop wanneer een dergelijke vermelding door de omvang of aard van het speelgoed niet mogelijk is, bijvoorbeeld wanneer de importeur de verpakking zou moeten openen om zijn naam en adres op het product aan te brengen. In dergelijke gevallen moeten de naam en het adres op de verpakking of in een begeleidend document worden vermeld. |
|
(35) |
Wanneer de distributeur speelgoed pas op de markt aanbiedt nadat het speelgoed door de fabrikant of de importeur in de handel is gebracht, moet hij de nodige zorgvuldigheid in acht nemen om ervoor te zorgen dat de wijze waarop hij met het speelgoed omgaat geen negatieve invloed heeft op de overeenstemming van het speelgoed met deze verordening. |
|
(36) |
Omdat distributeurs en importeurs dicht bij de markt staan, moeten zij worden betrokken bij de markttoezichttaken van de bevoegde nationale autoriteiten en moeten zij worden verplicht actief medewerking te verlenen en die autoriteiten alle nodige informatie over het betrokken speelgoed te verstrekken. |
|
(37) |
Wanneer marktdeelnemers Alle natuurlijke of rechtspersonen die speelgoed onder hun eigen naam of handelsmerk in de handel brengen of speelgoed zodanig wijzigen dat de conformiteit met de toepasselijke eisen van deze verordening in het gedrang kan komen, moeten zij als fabrikanten als fabrikant worden beschouwd voor de toepassing van deze verordening en de verplichtingen van fabrikanten de fabrikant op zich nemen. [Am. 14] |
|
(37 bis) |
Onlinemarktplaatsen zijn cruciaal voor de toeleveringsketen, daar zij marktdeelnemers in staat stellen veel klanten te bereiken. Gezien hun belangrijke rol als bemiddelaar bij de verkoop van speelgoed tussen marktdeelnemers en klanten, zouden onlinemarktplaatsen verantwoordelijkheid moeten nemen om op te treden tegen de verkoop van speelgoed dat niet aan deze verordening voldoet en moeten samenwerken met de markttoezichtautoriteiten. Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad voorziet in het algemene kader voor elektronische handel en bepaalde verplichtingen voor onlineplatformen. Verordening (EU) 2022/2065 reguleert de verantwoordelijkheid en de verantwoordingsplicht van online-aanbieders van tussenhandeldiensten met betrekking tot illegale inhoud, met inbegrip van producten die niet aan deze verordening voldoen. [Am. 15] |
|
(38) |
Het markttoezicht wordt eenvoudiger en doeltreffender wanneer overeenkomstig Verordening (EU) 2023/988 gewaarborgd wordt dat speelgoed in de hele toeleveringsketen traceerbaar is. Een efficiënt traceringssysteem verlicht de taak van de markttoezichtautoriteiten om na te gaan welke marktdeelnemers niet-conform speelgoed op de markt hebben aangeboden. [Am. 16] |
|
(39) |
Om de beoordeling van de conformiteit met de eisen van deze verordening te vergemakkelijken, moet worden voorzien in een vermoeden van conformiteit voor speelgoed dat voldoet aan de overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad (17) vastgestelde en in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt toepasselijke geharmoniseerde normen. [Am. 17] |
|
(40) |
Bij gebrek aan relevante geharmoniseerde normen moet de Commissie de bevoegdheid worden verleend om uitvoeringshandelingen tot gedelegeerde handelingen tot aanvulling van deze verordening door vaststelling van de gemeenschappelijke specificaties voor de essentiële eisen veiligheidseisen van deze verordening vast te stellen, mits zij daarbij de rol en de functies van de normalisatie-instellingen naar behoren eerbiedigt, als uitzonderlijke noodoplossing om de fabrikant te helpen voldoen aan zijn verplichting om de essentiële eisen na te leven, wanneer het normalisatieproces stilligt of wanneer er vertraging optreedt bij het opstellen van passende geharmoniseerde normen. [Am. 18] |
|
(41) |
De CE-markering, waarmee de conformiteit van speelgoed wordt aangegeven, is de zichtbare uitkomst van een uitgebreid proces van conformiteitsbeoordeling. In Verordening (EG) nr. 765/2008 zijn algemene beginselen betreffende de CE-markering vastgesteld. In deze verordening moeten specifieke voorschriften worden vastgesteld voor het aanbrengen van de CE-markering op speelgoed. Met deze voorschriften moet ervoor worden gezorgd dat de CE-markering voldoende zichtbaar is om zo het markttoezicht op speelgoed te vergemakkelijken. |
|
(42) |
Fabrikanten moeten een digitaal productpaspoort aanmaken om informatie te verstrekken over de conformiteit van speelgoed met deze verordening en met alle andere wetgeving van de Unie die op speelgoed van toepassing is. Zij moeten het digitale productpaspoort redelijkerwijs naar beste vermogen actualiseren en in voorkomend geval de nodige wijzigingen aanbrengen. Het digitale Het productpaspoort moet de EU-conformiteitsverklaring van Richtlijn 2009/48/EG , Richtlijn 2014/53/EU en alle andere wetgeving van de Unie die op speelgoed van toepassing is, vervangen . Het moet ook en de elementen bevatten die nodig zijn om de conformiteit van het speelgoed met de toepasselijke eisen en geharmoniseerde normen of andere specificaties of elementen te beoordelen. Om de controles van speelgoed door markttoezichtautoriteiten te vergemakkelijken en de actoren in de toeleveringsketen en de consumenten toegang te geven tot informatie over speelgoed en over communicatiekanalen , moet de informatie in het digitale productpaspoort digitaal en op rechtstreeks toegankelijke wijze worden verstrekt via een gegevensdrager die op het speelgoed, de verpakking ervan of de begeleidende documentatie is aangebracht. Afhankelijk van de toegangsrechten moeten markttoezichtautoriteiten, douaneautoriteiten, marktdeelnemers en consumenten moeten via de gegevensdrager rechtstreeks toegang hebben tot de respectieve informatie over het speelgoed. [Am. 19] |
|
(43) |
Om dubbele investeringen in digitalisering door alle betrokken actoren, met inbegrip van fabrikanten, markttoezichtautoriteiten en douaneautoriteiten, te voorkomen, moet, wanneer andere Uniewetgeving een productpaspoort voor speelgoed voorschrijft, één productpaspoort beschikbaar zijn dat de krachtens deze verordening en de andere Uniewetgeving vereiste informatie bevat. Bovendien moet het digitale productpaspoort volledig interoperabel zijn met elk productpaspoort dat op grond van andere Uniewetgeving is vereist. [Am. 20] |
|
(44) |
Met name worden in Verordening (EU).../... [P.O. insert serial number for the Regulation on ecodesign requirements for sustainable products] van het Europees Parlement en de Raad (18) ook vereisten en technische specificaties vastgesteld voor een digitaal productpaspoort, de oprichting van een centraal register van de Commissie waar paspoortinformatie wordt opgeslagen en de verbinding van dat register met de IT-systemen van de douane. Die verordening zou op middellange termijn ook van toepassing kunnen worden op speelgoed, zodat een digitaal productpaspoort voor speelgoed vereist is. Daarom moet het in de toekomst mogelijk zijn om in het digitale productpaspoort preciezere informatie op te nemen, in het bijzonder informatie met betrekking tot milieuduurzaamheid, zoals de ecologische voetafdruk van een product, informatie die nuttig is voor recyclingdoeleinden, de gerecyclede inhoud van een bepaald materiaal, informatie over de toeleveringsketen en andere soortgelijke informatie. Het . Het digitale productpaspoort voor speelgoed dat in het kader van deze verordening wordt aangemaakt, moet daarom voldoen aan dezelfde voorschriften en technische elementen als die welke zijn vastgesteld in Verordening (EU) …/… [P.O. insert serial number for the Regulation on ecodesign requirements for sustainable products], met inbegrip van de technische, semantische en organisatorische aspecten van eind-tot-eindcommunicatie en gegevensoverdracht. [Am. 21] |
|
(45) |
Aangezien het digitale productpaspoort de EU-conformiteitsverklaring moet vervangen, is het van cruciaal belang dat duidelijk wordt gemaakt dat de fabrikant met het opstellen van het digitale productpaspoort voor speelgoed en het aanbrengen van de CE-markering verklaart dat het speelgoed aan de eisen van deze verordening voldoet en de volledige verantwoordelijkheid daarvoor op zich neemt. [Am. 22] |
|
(46) |
Wanneer andere informatie dan de voor het digitale productpaspoort vereiste elementen digitaal wordt verstrekt, moet worden verduidelijkt dat de verschillende soorten informatie afzonderlijk en duidelijk van elkaar gescheiden, maar op één gegevensdrager, moeten worden verstrekt. Dit zal het werk van de markttoezichtautoriteiten vergemakkelijken, maar consumenten ook duidelijkheid verschaffen over de verschillende soorten informatie die voor hen in een digitaal formaat beschikbaar zijn. [Am. 23] |
|
(46 bis) |
De speelgoedfabrikanten die moeten voldoen aan de vereisten van deze verordening, zijn meestal micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), waarvoor het opstellen van een digitaal productpaspoort vanuit administratief en operationeel oogpunt een aanzienlijke uitdaging vormt. De Commissie moet bijgevolg kmo’s aanvullende ondersteuning bieden om hen bij te staan bij het voldoen aan de nieuwe vereisten van deze verordening. Daartoe moet de Commissie praktische richtsnoeren en op maat gesneden advies voor kmo’s publiceren. Meer bepaald moet er een rechtstreeks communicatiekanaal met deskundigen worden opgezet om hen te helpen bij het uitvoeren van veiligheidsbeoordelingen en bij het opstellen van een digitaal productpaspoort voor het door hen geproduceerde speelgoed. [Am. 24] |
|
(47) |
Hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/1020, waarin de voorschriften voor de controles op producten die de markt van de Unie binnenkomen zijn vastgelegd, is van toepassing op speelgoed. De met controles belaste autoriteiten, die in bijna alle lidstaten de douaneautoriteiten zijn, moeten deze controles uitvoeren op basis van een risicoanalyse als bedoeld in de artikelen 46 en 47 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (19), de bijbehorende uitvoeringswetgeving en de desbetreffende richtsnoeren. Deze verordening houdt derhalve geen enkele wijziging in van hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/1020 en van de wijze waarop de autoriteiten die belast zijn met de controles van producten die de markt van de Unie binnenkomen, zichzelf organiseren en hun activiteiten uitvoeren. |
|
(48) |
In aanvulling op het bij hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/1020 ingestelde controlekader, moeten de douaneautoriteiten automatisch kunnen controleren of er een digitaal productpaspoort bestaat voor ingevoerd speelgoed dat onder deze verordening valt, teneinde de controles aan de buitengrenzen van de Unie te versterken en te voorkomen dat niet-conform speelgoed de markt van de Unie binnenkomt. [Am. 25] |
|
(49) |
Wanneer speelgoed uit derde landen onder de douaneregeling voor het vrije verkeer wordt geplaatst, moet de marktdeelnemer het kenmerk van een digitaal productpaspoort voor dat speelgoed ter beschikking van de douaneautoriteiten stellen. Het kenmerk van het digitale productpaspoort moet overeenkomen met een unieke productidentificatiecode die is opgeslagen in het overeenkomstig artikel 12 van [P.O. insert serial number for Regulation (EU) …/… on Ecodesign Requirements for Sustainable Products] opgezette register van productpaspoorten (het “register”). De douaneautoriteiten moeten het voor dat speelgoed ingediende productpaspoort automatisch verifiëren, zodat alleen speelgoed met een geldige verwijzing naar een in het register opgenomen unieke productidentificatiecode in het vrije verkeer wordt gebracht. Voor deze automatische verificatie moet gebruik worden gemaakt van de koppeling tussen het register en de IT-systemen van de douane, zoals bepaald in [Article 13 of Regulation (EU) …/… on ecodesign requirements for sustainable products]. [Am. 26] |
|
(50) |
Wanneer andere informatie dan de unieke productidentificatiecode en de unieke identificatiecode voor marktdeelnemers wordt opgeslagen in het register, moet de Commissie bevoegd zijn om in een gedelegeerde handeling te bepalen dat de douaneautoriteiten de samenhang tussen deze aanvullende informatie en de informatie die de marktdeelnemer aan de douane ter beschikking stelt, mogen verifiëren om na te gaan of het speelgoed dat onder de douaneregeling voor het in het vrije verkeer brengen is geplaatst aan deze verordening voldoet. |
|
(51) |
Met de informatie uit het digitale productpaspoort kunnen de douaneautoriteiten het risicobeheer verbeteren en vergemakkelijken, en kan worden gezorgd voor beter gerichte controles aan de buitengrenzen van de Unie. Derhalve moeten de douaneautoriteiten de in het digitale productpaspoort en het register opgenomen informatie kunnen opzoeken en gebruiken voor het uitvoeren van hun taken in overeenstemming met de Uniewetgeving, onder andere voor risicobeheer overeenkomstig Verordening (EU) nr. 952/2013. [Am. 27] |
|
(52) |
Het is passend om te voorzien in de bekendmaking van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie met vermelding van de datum waarop de koppeling tussen het register en het in artikel 13 van [P.O. insert serial number for Regulation (EU) …/… on Ecodesign Requirements for Sustainable Products] bedoelde douane-éénloketsysteem van de Europese Unie voor de uitwisseling van certificaten operationeel wordt, teneinde de toegang van het publiek tot die informatie te vergemakkelijken. Er moet worden voorzien in vergelijkbare bekendmaking indien nieuwe IT-systemen van de EU-douane operationeel worden. [Am. 28] |
|
(53) |
De automatische verificatie door de douane van het kenmerk van het digitale productpaspoort voor speelgoed dat de markt van de Unie binnenkomt, mag de verantwoordelijkheden van de markttoezichtautoriteiten niet vervangen of wijzigen, maar moet alleen dienen als aanvulling op het algemene kader voor controles op producten die de markt van de Unie binnenkomen. Verordening (EU) 2019/1020 moet van toepassing blijven op speelgoed, zodat de markttoezichtautoriteiten in overeenstemming met die verordening controles van de informatie in productpaspoorten en controles op speelgoed op de markt uitvoeren en, in geval van opschorting van het in het vrije verkeer brengen door de autoriteiten die zijn aangewezen voor controles aan de buitengrenzen van de Unie, de conformiteit en risico’s van speelgoed overeenkomstig hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/1020 vaststellen. [Am. 29] |
|
(54) |
Kinderen worden dagelijks blootgesteld aan een groot aantal verschillende chemische stoffen uit verschillende bronnen die negatieve effecten hebben als individuele stoffen of mengsels, maar ook als gevolg van gecombineerde blootstelling . Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt bij het opvullen van een aantal lacunes in de kennis over de weerslag van de gecombineerde effecten van die chemische stoffen. De veiligheid van chemische stoffen wordt momenteel echter doorgaans beoordeeld via een beoordeling van afzonderlijke stoffen en in sommige gevallen van mengsels die opzettelijk zijn toegevoegd voor specifieke toepassingen. Er zijn verdere inspanningen nodig om de impact van het gecombineerde effect van chemische stoffen beter te begrijpen. Om kinderen en het milieu in het algemeen zo goed mogelijk te beschermen, moeten algemene verboden worden ingevoerd op de schadelijkste stoffen in speelgoed, zodat kinderen er niet aan worden blootgesteld. Bij de specifieke grenswaarden voor chemische stoffen in speelgoed moet rekening worden gehouden met gecombineerde blootstelling uit verschillende bronnen aan dezelfde chemische stof. Bovendien moeten fabrikanten worden verplicht om de diverse mogelijke gevaren van speelgoed te analyseren, de potentiële blootstelling aan deze gevaren te beoordelen, en bij de beoordeling van de chemische gevaren rekening te houden met bekende cumulatieve of synergetische effecten van de chemische stoffen in het speelgoed, om ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met de risico’s van gelijktijdige blootstelling aan meerdere chemische stoffen. Verder moet speelgoed voldoen aan de algemene wetgeving voor chemische stoffen, in het bijzonder Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad; deze verordening houdt geen wijziging in van de verplichtingen inzake de beoordeling van de veiligheid van de chemische stoffen of mengsels zelf, die overeenkomstig die verordening van toepassing kunnen zijn. [Am. 250] |
|
(54 bis) |
Er moet passende en stabiele financiering voor het ECHA worden gewaarborgd om het agentschap in staat te stellen adequate expertise en ondersteuning te bieden en grondige wetenschappelijke evaluaties te leveren. [Am. 30] |
|
(55) |
Fabrikanten moeten de technische documentatie opstellen waarin alle relevante aspecten van speelgoed worden beschreven, inclusief de veiligheidsbeoordeling van alle mogelijke gevaren van het speelgoed en hoe deze zijn aangepakt, zodat de markttoezichtautoriteiten hun taken efficiënt kunnen uitvoeren. De fabrikant moet worden verplicht deze technische documentatie op verzoek aan de nationale autoriteiten of in het kader van de relevante conformiteitsbeoordelingsprocedure aan aangemelde instanties te verstrekken. |
|
(56) |
Om ervoor te zorgen dat speelgoed aan de essentiële eisen voldoet, moeten passende conformiteitsbeoordelingsprocedures voor fabrikanten worden vastgesteld. Interne productiecontrole, waarbij de fabrikant zelf verantwoordelijk is voor de conformiteitsbeoordeling, is doeltreffend wanneer de fabrikant heeft voldaan aan de geharmoniseerde normen waarvan de referentie in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, of aan gemeenschappelijke specificaties die alle veiligheidseisen voor het speelgoed dekken. Wanneer dergelijke geharmoniseerde normen of gemeenschappelijke specificaties niet bestaan, moet het speelgoed aan verificatie door derde partijen, in dit geval EU-typeonderzoek, worden onderworpen. Hetzelfde moet gelden wanneer deze norm(en) met een beperking in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt of wanneer de fabrikant dergelijke normen of specificaties niet of niet volledig heeft nageleefd. De fabrikant moet het speelgoed aan EU-typeonderzoek onderwerpen wanneer hij van mening is dat de aard, het ontwerp, de constructie of het doel van het speelgoed verificatie door derden noodzakelijk maakt. |
|
(57) |
Omdat ervoor moet worden gezorgd dat de conformiteitsbeoordelingsinstanties voor speelgoed in de hele Unie een uniform hoog prestatieniveau hebben, en omdat al deze instanties hun functies op hetzelfde niveau en onder eerlijke concurrentievoorwaarden moeten uitoefenen, moeten eisen worden vastgesteld voor conformiteitsbeoordelingsinstanties die willen worden aangemeld met het oog op het verlenen van conformiteitsbeoordelingsdiensten uit hoofde van deze verordening. |
|
(58) |
Wanneer een conformiteitsbeoordelingsinstantie aantoont dat een product speelgoed voldoet aan de in geharmoniseerde normen vastgelegde criteria, moet het speelgoed worden geacht te voldoen aan de overeenkomstige eisen van deze verordening. [Am. 31] |
|
(59) |
Het in deze verordening beschreven systeem moet worden aangevuld met het accreditatiesysteem van Verordening (EG) nr. 765/2008. Aangezien accreditatie een essentieel middel is om de bekwaamheid van conformiteitsbeoordelingsinstanties te verifiëren, moet zij worden gebruikt voor doeleinden van aanmelding. In het bijzonder moet transparante accreditatie, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 765/2008, waarmee het nodige vertrouwen in conformiteitscertificaten wordt gewaarborgd, het enige middel zijn om de technische bekwaamheid van conformiteitsbeoordelingsinstanties aan te tonen. |
|
(60) |
Conformiteitsbeoordelingsinstanties besteden veelal een deel van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten uit of maken gebruik van een ondergeschikte instantie. Om het beschermingsniveau te kunnen garanderen dat nodig is om speelgoed in de handel te kunnen brengen, is het essentieel dat onderaannemers en ondergeschikte instanties bij de uitvoering van conformiteitsbeoordelingstaken aan dezelfde eisen voldoen als aangemelde instanties. Daarom is het belangrijk dat ook de activiteiten die door onderaannemers en ondergeschikte instanties worden verricht, worden betrokken in de beoordeling van de bekwaamheid en de prestaties van instanties die worden aangemeld en in het toezicht op reeds aangemelde instanties. In het bijzonder moet worden vermeden dat er dusdanig veel gebruik wordt gemaakt van ondergeschikte instanties en onderaannemers dat afbreuk wordt gedaan aan de bekwaamheid van de aangemelde instantie of het toezicht op haar door de aanmeldende autoriteit. |
|
(61) |
Om bij de uitvoering van de conformiteitsbeoordeling van speelgoed een samenhangend kwaliteitsniveau te kunnen waarborgen, moeten niet alleen de eisen voor conformiteitsbeoordelingsinstanties die willen worden aangemeld worden versterkt, maar moeten tegelijkertijd eisen worden vastgesteld voor de aanmeldende autoriteiten en andere instanties die bij de beoordeling en aanmelding van en bij het toezicht op aangemelde instanties betrokken zijn. |
|
(62) |
Omdat aangemelde instanties hun diensten in de gehele Unie kunnen aanbieden, moeten de andere lidstaten en de Commissie in staat worden gesteld bezwaren in te brengen tegen een aangemelde instantie. Daarom is het belangrijk om te voorzien in een periode waarin eventuele twijfels of bedenkingen omtrent de bekwaamheid van conformiteitsbeoordelingsinstanties kunnen worden weggenomen voordat zij als aangemelde instantie gaan functioneren. De Commissie moet door middel van uitvoeringshandelingen de aanmeldende lidstaat verzoeken de nodige corrigerende maatregelen te nemen ten aanzien van een aangemelde instantie die niet aan de aanmeldingseisen voldoet. |
|
(63) |
Met het oog op het concurrentievermogen is het cruciaal dat de aangemelde instanties bij de toepassing van de conformiteitsbeoordelingsprocedures geen onnodige lasten voor marktdeelnemers creëren. Om dezelfde reden, en om een gelijke behandeling van de marktdeelnemers te waarborgen, moet bij de technische uitvoering van de conformiteitsbeoordelingsprocedures worden gezorgd voor consistentie. Dit kan het best worden bereikt door passende coördinatie en samenwerking tussen de aangemelde instanties. Bij deze coördinatie en samenwerking moeten de mededingingsregels van de Unie worden nageleefd. |
|
(64) |
Markttoezicht is een essentieel hulpmiddel, aangezien het een juiste en eenvormige toepassing van de Uniewetgeving waarborgt. Verordening (EU) 2019/1020 stelt het kader vast voor het markttoezicht op producten die onder de harmonisatiewetgeving van de Unie vallen, waaronder speelgoed. Aangezien deze verordening Richtlijn 2009/48/EG vervangt, blijft speelgoed onderworpen aan de in Verordening (EU) 2019/1020 vastgestelde voorschriften inzake markttoezicht en controles van producten die de markt van de Unie binnenkomen, met inbegrip van het in artikel 4 van die verordening vastgestelde specifieke voorschrift dat speelgoed alleen in de handel mag worden gebracht als een in de Unie gevestigde marktdeelnemer is belast met de in dat artikel bedoelde taken. Daarom moeten de lidstaten markttoezicht op speelgoed organiseren en uitvoeren overeenkomstig die verordening. |
|
(65) |
Richtlijn 2009/48/EG omvat een vrijwaringsprocedure die de Commissie en andere lidstaten in staat stelt te onderzoeken of een maatregel van een lidstaat tegen door de lidstaat niet-conform geacht speelgoed gerechtvaardigd is. Deze procedure waarborgt dat belanghebbenden op de hoogte worden gebracht van voorgenomen maatregelen tegen speelgoed dat een risico voor de gezondheid of veiligheid van personen vormt en dat dergelijk speelgoed consequent wordt behandeld door alle markttoezichtautoriteiten op de markt van de Unie. Deze procedure moet daarom worden behouden. |
|
(66) |
Indien de lidstaten en de Commissie het erover eens zijn dat een maatregel van een lidstaat gerechtvaardigd is, is nadere betrokkenheid van de Commissie hierbij niet nodig. Wanneer er bezwaren zijn tegen een dergelijke maatregel, moet de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen bepalen of een nationale maatregel met betrekking tot speelgoed gerechtvaardigd is. |
|
(67) |
Uit de ervaring met Richtlijn 2009/48/EG is gebleken dat nieuw speelgoed op de markt, dat aan de toepasselijke bijzondere veiligheidseisen voldeed toen het in de handel werd gebracht, in specifieke gevallen een risico voor kinderen heeft opgeleverd en daarom niet aan de algemene veiligheidseis voldoet. Er moeten bepalingen worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat markttoezichtautoriteiten maatregelen kunnen nemen tegen speelgoed dat een risico vormt voor kinderen, ook al voldoet het aan de bijzondere veiligheidseisen. De Commissie moet door middel van uitvoeringshandelingen bepalen of een nationale maatregel met betrekking tot conform speelgoed dat volgens een lidstaat een risico vormt voor de gezondheid en de veiligheid van kinderen of andere personen, gerechtvaardigd is. |
|
(67 bis) |
Krachtens artikel 20 van Verordening (EU) 2023/988 moeten fabrikanten via de Safety Business Gateway melding maken van verwondingen als gevolg van het gebruik van een product. Op basis van die informatie moet de Commissie de noodzaak en de haalbaarheid beoordelen van een pan-Europese letseldatabank die marktdeelnemers, relevante belanghebbenden en deskundigen aanvullende informatie en kennis kan bieden, om de doeltreffendheid van het specifieke EU-regelgevingskader inzake speelgoed te beoordelen. [Am. 32] |
|
(68) |
Teneinde rekening te kunnen houden met de technische en wetenschappelijke vooruitgang of met nieuw wetenschappelijk bewijs, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen tot wijziging van deze verordening vast te stellen teneinde de specifieke waarschuwingen die op speelgoed moeten worden aangebracht aan te passen, om specifieke eisen betreffende chemische stoffen in speelgoed vast te stellen en om afwijkingen toe te staan voor specifieke toepassingen in speelgoed van stoffen waarvoor een algemeen verbod geldt. |
|
(69) |
Teneinde rekening te kunnen houden met de technische en wetenschappelijke vooruitgang en met de mate van digitale paraatheid van de markttoezichtautoriteiten en van kinderen en hun toezichthouders, moet aan de Commissie ook de bevoegdheid worden gedelegeerd om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen tot wijziging van deze verordening vast te stellen ten aanzien van de informatie die moet worden opgenomen in het digitale productpaspoort en de informatie die moet worden opgenomen in het register van digitale productpaspoorten. [Am. 33] |
|
(70) |
Teneinde het werk van de douaneautoriteiten met betrekking tot speelgoed en de naleving van de in deze verordening gestelde eisen te vergemakkelijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen tot aanvulling van deze verordening vast te stellen waarin wordt bepaald welke door de douaneautoriteiten te controleren aanvullende informatie in het register moet worden opgeslagen en waarmee de lijst van goederencodes en productomschrijvingen die overeenkomstig deze verordening voor douanecontroles moeten worden gebruikt op basis van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van het Europees Parlement en de Raad (20) wordt gewijzigd. |
|
(71) |
Bij het vaststellen van gedelegeerde handelingen krachtens deze verordening is het van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau deskundigen- en belanghebbendenniveau , en dat die raadplegingen plaatsvinden in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (21). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. [Am. 34] |
|
(72) |
Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om de gedetailleerde technische vereisten voor het digitale productpaspoort voor speelgoed vast te stellen en om te bepalen of een specifiek product of een groep producten voor de toepassing van deze verordening als speelgoed moet worden beschouwd. In uitzonderlijke gevallen waarin nieuwe risico’s moeten worden ondervangen die niet afdoende worden beperkt door de bijzondere veiligheidseisen, moet de Commissie de bevoegdheid worden verleend om uitvoeringshandelingen vast te stellen met specifieke maatregelen tegen op de markt aangeboden speelgoed of categorieën speelgoed die een risico voor kinderen inhouden. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (22). [Am. 35] |
|
(73) |
De lidstaten moeten voorzien in sancties voor schendingen van deze verordening. Die sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. |
|
(74) |
Om fabrikanten en andere marktdeelnemers voldoende tijd te gunnen om zich aan de in deze verordening vastgelegde eisen aan te passen, moet worden voorzien in een overgangsperiode waarin speelgoed dat voldoet aan Richtlijn 2009/48/EG in de handel mag worden gebracht. Daarnaast moet de periode waarin speelgoed dat reeds in overeenstemming met die richtlijn in de handel is gebracht nog op de markt mag worden aangeboden nadat deze verordening van toepassing is geworden, worden beperkt. |
|
(75) |
Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk het waarborgen van een hoog veiligheidsniveau voor speelgoed om de veiligheid en gezondheid van kinderen en de werking van de interne markt te waarborgen, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken, |
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Doelstelling en onderwerp [Am. 36]
Het doel van deze verordening bevat regels inzake de veiligheid van speelgoed, waarbij is de werking van de interne markt te verbeteren en tegelijkertijd een hoog niveau van consumentenbescherming en een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en veiligheid van kinderen en andere personen wordt gewaarborgd, en inzake het vrije verkeer van speelgoed in de Unie. te waarborgen. [Am. 37]
Deze verordening bevat regels inzake de veiligheid van speelgoed en inzake het vrije verkeer van speelgoed in de Unie, en draagt op die manier bij tot het versterken van de interne markt. [Am. 38]
Artikel 2
Toepassingsgebied
1. Deze verordening is van toepassing op producten die, al dan niet uitsluitend, ontworpen of bestemd zijn om door kinderen jonger dan 14 jaar te worden gebruikt bij het spelen (“speelgoed”).
Voor de toepassing van deze verordening wordt een product geacht bestemd te zijn om door kinderen jonger dan 14 jaar of door kinderen van een andere specifieke leeftijdsgroep jonger dan 14 jaar, te worden gebruikt bij het spelen wanneer een ouder of toezichthouder op grond van de functies, afmetingen en kenmerken van dat product redelijkerwijs kan aannemen dat het bestemd is om door kinderen van de desbetreffende leeftijdsgroep te worden gebruikt bij het spelen. [Am. 39]
2. Deze verordening is niet van toepassing op de in bijlage I vermelde producten.
3. De Commissie is bevoegd om, vóór de toepassing van deze verordening overeenkomstig artikel 56 en na de toepassing van deze verordening indien er bestaande veiligheidsrisico’s moeten worden aangepakt, uitvoeringshandelingen vast te stellen om te bepalen of specifieke producten of categorieën van producten aan de criteria van lid 1 van dit artikel voldoen en derhalve als speelgoed in de zin van deze verordening kunnen worden aangemerkt. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 50, lid 2, bedoelde procedure. [Am. 40]
3 bis. Deze verordening wordt uitgevoerd met inachtneming van het voorzorgsbeginsel. [Am. 41]
Artikel 3
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1) |
“op de markt aanbieden”: het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van speelgoed met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de markt van de Unie; |
|
2) |
“in de handel brengen”: het voor het eerst in de Unie op de markt aanbieden van speelgoed; |
|
3) |
“fabrikant”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die speelgoed vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen en het onder de naam of het handelsmerk van die persoon verhandelt; |
|
4) |
“gemachtigde”: een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die schriftelijk door een fabrikant is gemachtigd om namens die persoon specifieke taken te vervullen in verband met de verplichtingen van de fabrikant uit hoofde van deze verordening ; [Am. 42] |
|
5) |
“importeur”: een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die speelgoed uit een derde land in de Unie in de handel brengt; |
|
6) |
“distributeur”: een natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen, verschillend van de fabrikant of de importeur, die speelgoed op de markt aanbiedt; |
|
7) |
“fulfilmentdienstverlener”: een fulfilmentdienstverlener zoals gedefinieerd in artikel 2 3 , punt 11, van Verordening (EU) 2019/1020; [Am. 43] |
|
8) |
“marktdeelnemer”: de fabrikant, de gemachtigde, de importeur, de distributeur en , de fulfilmentdienstverlener of een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wie overeenkomstig deze verordening verplichtingen gelden ten aanzien van de vervaardiging van producten of het op de markt aanbieden ervan ; [Am. 44] |
|
9) |
“ aanbieder van een onlinemarktplaats”: een onlinemarktplaats zoals gedefinieerd in aanbieder van een intermediaire dienst die gebruikmaakt van een online-interface die consumenten de mogelijkheid biedt om overeenkomsten op afstand te sluiten met handelaren voor de verkoop van producten, overeenkomstig artikel 3, punt 14, van Verordening (EU) 2023/988; [Am. 45] |
|
10) |
“geharmoniseerde norm”: geharmoniseerde norm zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) nr. 1025/2012; |
|
11) |
“harmonisatiewetgeving van de Unie”: harmonisatiewetgeving van de Unie die is opgenomen in bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1020 en alle andere Uniewetgeving tot harmonisering van de voorwaarden voor het verhandelen van producten waarop die verordening van toepassing is; |
|
11 bis) |
“bestemd voor gebruik door”: een ouder of toezichthouder kan gezien de werking, afmetingen en kenmerken van het speelgoed redelijkerwijs aannemen dat het bestemd is voor gebruik door kinderen van de vermelde leeftijdsgroep; [Am. 46] |
|
12) |
“CE-markering”: een markering waarmee de fabrikant aangeeft dat het speelgoed in overeenstemming is met alle toepasselijke eisen van de harmonisatiewetgeving van de Unie die in het aanbrengen ervan voorziet; |
|
12 bis) |
“essentiële veiligheidseisen”: de “algemene veiligheidseis” overeenkomstig artikel 5, lid 2, in combinatie met de in bijlage II vastgestelde bijzondere veiligheidseisen; [Am. 47] |
|
13) |
“speelgoedmodel”: een groep van speelgoed dat aan de volgende voorwaarden voldoet:
|
|
13 bis) |
“digitaal productpaspoort”: een reeks gegevens die specifiek zijn voor een product, die de in bijlage VI gespecificeerde informatie omvat en die langs elektronische weg toegankelijk is via een gegevensdrager; [Am. 48] |
|
14) |
“gegevensdrager”: een streepjescode, tweedimensionaal symbool of ander medium voor het automatisch identificeren en lezen van gegevens die/dat met een apparaat kan worden gelezen gegevensdrager zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste alinea, punt 30 van Verordening (EU).../...) [OJ insert serial number for Ecodesign Requirements for Sustainable Products] ; [Am. 49] |
|
15) |
“unieke productidentificatiecode”: een unieke reeks tekens voor de identificatie van speelgoed waarmee het ook mogelijk is een weblink naar het productpaspoort te maken productidentificatiecode zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste alinea, punt 31, van Verordening (EU).../...) [OJ insert serial number for Ecodesign Requirements for Sustainable Products] ; [Am. 50] |
|
16) |
“unieke identificatiecode voor marktdeelnemers”: een unieke reeks tekens voor de identificatie van actoren die betrokken zijn bij de waardeketen van speelgoed identificatiecode voor marktdeelnemers zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste alinea, punt 32, van Verordening (EU).../...) [OJ insert serial number for Ecodesign Requirements for Sustainable Products] ; [Am. 51] |
|
17) |
“in het vrije verkeer brengen”: de douaneprocedure van artikel 201 van Verordening (EU) nr. 952/2013; |
|
18) |
“douaneautoriteiten”: douaneautoriteiten zoals gedefinieerd in artikel 5, punt 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013; |
|
19) |
“douane-éénloketsysteem van de Europese Unie voor de uitwisseling van certificaten”: het systeem waarnaar wordt verwezen in artikel 4 van Verordening (EU) 2022/2399 van het Europees Parlement en de Raad (23); |
|
20) |
“conformiteitsbeoordeling”: het proces waarmee wordt aangetoond of speelgoed voldoet aan de essentiële eisen veiligheidseisen ; [Am. 52] |
|
21) |
“conformiteitsbeoordelingsinstantie”: instantie die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, zoals ijken, testen, certificeren en inspecteren, uitvoert; |
|
22) |
“accreditatie”: accreditatie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 10, van Verordening (EG) nr. 765/2008; |
|
23) |
“nationale accreditatie-instantie”: nationale accreditatie-instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 11, van Verordening (EG) nr. 765/2008; |
|
24) |
“gevaar”: een potentiële bron van schade; |
|
25) |
“risico”: de combinatie van de waarschijnlijkheid dat zich een gevaar voordoet en de ernst van de schade die door dat gevaar wordt veroorzaakt; |
|
26) |
“terugroepen”: maatregel waarmee wordt beoogd speelgoed dat al aan de eindgebruiker ter beschikking is gesteld te doen terugkeren; |
|
27) |
“uit de handel nemen”: maatregel waarmee wordt beoogd te voorkomen dat speelgoed dat zich in de toeleveringsketen bevindt, op de markt wordt aangeboden; |
|
28) |
“markttoezichtautoriteit”: markttoezichtautoriteit zoals gedefinieerd in een autoriteit die krachtens artikel 3, punt 4, 10 van Verordening (EU) 2019/1020 door een lidstaat is aangewezen als verantwoordelijk voor het organiseren en uitvoeren van markttoezicht op het grondgebied van die lidstaat ; [Am. 53] |
|
28 bis) |
“aanmeldende autoriteit”: een autoriteit die krachtens deze verordening door een lidstaat is aangewezen als verantwoordelijk voor de beoordeling en aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties op het grondgebied van die lidstaat; [Am. 54] |
|
29) |
“functioneel speelgoed”: speelgoed dat op dezelfde manier functioneert en wordt gebruikt als voor volwassenen bedoelde producten, apparaten of installaties , dat in dezelfde mate verbonden is aan risico’s als het door volwassenen gebruikte product, en daar vaak een schaalmodel van is; [Am. 55] |
|
30) |
“waterspeelgoed”: speelgoed dat bedoeld is voor gebruik in ondiep water en dat een kind in het water kan dragen of ondersteunen; |
|
31) |
“speeltoestel”: voor huishoudelijk gebruik bestemd speelgoed waarvan de draagstructuur tijdens het spelen op dezelfde plaats blijft staan en dat bestemd is om te klimmen, springen, schommelen, glijden, slingeren, ronddraaien, kruipen of een combinatie daarvan; |
|
32) |
“chemisch speelgoed”: speelgoed dat bedoeld is voor het rechtstreeks hanteren van chemische stoffen en mengsels en dat onder toezicht van een volwassene wordt gebruikt op een manier die geschikt is voor een bepaalde leeftijdsgroep ; [Am. 56] |
|
33) |
“geurbordspel”: speelgoed met behulp waarvan een kind verschillende kleuren of smaken leert te herkennen of combineren ; [Am. 57] |
|
34) |
“cosmeticaset”: speelgoed waarmee kinderen producten leren maken als geurtjes, zeep, crème, shampoo, conditioner, badschuim, gloss, lippenstift, andere make-upproducten, tandpasta en conditioners; |
|
35) |
“smaakspel”: speelgoed waarmee kinderen snoep of gerechten kunnen maken met behulp van voedingsingrediënten zoals vloeistoffen, poeders en geur- en smaakstoffen , zonder een warmtebron te gebruiken ; [Am. 58] |
|
36) |
“zorgwekkende stof”: zorgwekkende stof zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 28, van Verordening (EU).../... [on Ecodesign Requirements for Sustainable Products]. [Am. 59] |
Artikel 4
Vrij verkeer
1. Het is de lidstaten niet toegestaan het op de markt aanbieden van speelgoed dat aan deze verordening voldoet, te verbieden, beperken of belemmeren om redenen die verband houden met gezondheid en veiligheid of andere onder deze verordening vallende aspecten. [Am. 60]
2. De lidstaten beletten niet dat speelgoed dat niet aan deze verordening voldoet op jaarbeurzen of tentoonstellingen of bij demonstraties en soortgelijke evenementen wordt tentoongesteld, mits duidelijk zichtbaar is aangegeven dat dat speelgoed niet met deze verordening in overeenstemming is en niet op de markt wordt aangeboden voordat het met deze verordening in overeenstemming is gebracht.
Tijdens beurzen, tentoonstellingen en demonstraties nemen de marktdeelnemers passende maatregelen om de bescherming van personen te waarborgen.
Artikel 5
Productvereisten Essentiële veiligheidseisen [Am. 61]
1. Speelgoed mag alleen in de handel worden gebracht als het voldoet aan de essentiële veiligheidseisen, waaronder de veiligheidseis in lid 2 (de “algemene veiligheidseis”) en de veiligheidseisen in bijlage II (de “bijzondere veiligheidseisen”).
2. Speelgoed mag bij gebruik overeenkomstig de bestemming ervan of bij gebruik dat gezien het gedrag van kinderen kan worden verwacht, geen gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid van gebruikers of derden, waaronder de psychologische en geestelijke gezondheid, het welzijn en de cognitieve ontwikkeling van kinderen. . [Am. 62]
Bij de beoordeling van het in de eerste alinea bedoelde gevaar houdt een fabrikant van digitaal verbonden speelgoed indien nodig en redelijkerwijs naar beste vermogen ook rekening met eventuele risico’s voor de geestelijke gezondheid en de cognitieve ontwikkeling van kinderen die zich bij het beoogde gebruik van dergelijk speelgoed kunnen voordoen. [Am. 63]
Een fabrikant past de tweede alinea toe op een wijze die in verhouding staat tot zijn vermogen om deze risico’s adequaat te beoordelen. [Am. 64]
Bij de beoordeling van het in de eerste alinea bedoelde gevaar moet rekening worden gehouden met de vaardigheden van de gebruikers en, in voorkomend geval, van de personen onder wier toezicht zij het speelgoed gebruiken. Wanneer speelgoed bestemd is voor gebruik door kinderen jonger dan 36 maanden of van een andere nader omschreven leeftijdsgroep, moet rekening worden gehouden met de vaardigheden van de gebruikers in die specifieke leeftijdsgroep.
3. Speelgoed dat in de handel wordt gebracht, moet gedurende de te verwachten gebruiksduur aan de essentiële veiligheidseisen voldoen.
Artikel 6
Waarschuwingen
1. Wanneer dit voor een veilig gebruik en voor de gezondheid van kinderen nodig is, wordt op speelgoed een algemene waarschuwing aangebracht waarin passende beperkingen aan de gebruikers worden gesteld. De beperkingen voor gebruikers omvatten ten minste de minimum- of maximumleeftijd minimumleeftijd voor het gebruik en, in voorkomend geval, de van de gebruikers vereiste vaardigheden, hun maximum- of minimumgewicht en het voorschrift dat het speelgoed uitsluitend onder toezicht van volwassenen mag worden gebruikt. [Am. 65]
2. Op de volgende in bijlage III vastgestelde categorieën speelgoed worden waarschuwingen aangebracht overeenkomstig de voorschriften voor elke categorie in bijlage III: : [Am. 66]
|
a) |
speelgoed dat niet bestemd is voor gebruik door kinderen jonger dan 36 maanden; [Am. 67] |
|
b) |
speeltoestellen; [Am. 68] |
|
c) |
functioneel speelgoed; [Am. 69] |
|
d) |
chemisch speelgoed; [Am. 70] |
|
e) |
schaatsen, rolschaatsen, inlineskates, skateboards, autopeds en speelgoedfietsen; [Am. 71] |
|
f) |
waterspeelgoed; [Am. 72] |
|
g) |
speelgoed in levensmiddelen; [Am. 73] |
|
h) |
imitaties van beschermingsmaskers en helmen; [Am. 74] |
|
i) |
speelgoed dat bestemd is om boven een wieg, ledikantje of kinderwagen te worden bevestigd door middel van draden, koorden of riempjes; [Am. 75] |
|
j) |
verpakkingen voor geurstoffen in geurbordspelen, cosmeticasets en smaakspellen. [Am. 76] |
Op speelgoed worden geen van de in bijlage III bedoelde waarschuwingen aangebracht indien deze strijdig zijn met het beoogde gebruik van het speelgoed, zoals bepaald door de functie, afmetingen en kenmerken daarvan.
3. De fabrikant vermeldt de waarschuwingen duidelijk zichtbaar, makkelijk leesbaar, in begrijpelijke taal en nauwgezet op het speelgoed, op een daarop aangebracht etiket of op de verpakking en in voorkomend geval in de bijgevoegde gebruiksaanwijzing. In het geval van klein speelgoed dat zonder verpakking wordt verkocht, worden passende waarschuwingen op het speelgoed aangebracht indien het oppervlak van het speelgoed dit toelaat . Indien dit niet mogelijk is, worden de waarschuwingen op het etiket geplaatst. De fabrikant kan een QR-code met een link naar de instructies in een digitaal formaat toevoegen, maar vermeldt altijd de waarschuwingen op het speelgoed, op een aangehecht etiket of op de verpakking. [Am. 77]
Waarschuwingen die bepalend zijn voor het besluit om het speelgoed te kopen, moeten vóór de aankoop duidelijk zichtbaar zijn voor de consument, ook als de aankoop via verkoop op afstand of online plaatsvindt. De waarschuwingen moeten groot genoeg zijn om duidelijk ook online onmiddellijk zichtbaar te en leesbaar zijn. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast om de criteria in verband met de zichtbaarheid en de leesbaarheid van waarschuwingen te bepalen, ook voor de onlineverkoop, na een periode van twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening. [Am. 78]
4. Op etiketten en in gebruiksaanwijzingen wordt de aandacht van de kinderen of van de personen die toezicht houden, gevestigd op de inherente gevaren en risico’s voor de gezondheid en veiligheid van kinderen die aan het gebruik van rekening houdend met de leeftijdsgroep van de kinderen voor wie het speelgoed verbonden zijn bestemd is en op de wijze waarop deze gevaren en risico’s kunnen worden voorkomen. [Am. 79]
HOOFDSTUK II
VERPLICHTINGEN VAN MARKTDEELNEMERS
Artikel 7
Verplichtingen van fabrikanten
1. Wanneer fabrikanten speelgoed in de handel brengen, waarborgen zij dat het is ontworpen en vervaardigd overeenkomstig de essentiële veiligheidseisen.
2. Alvorens speelgoed in de handel te brengen, stellen fabrikanten overeenkomstig artikel 23 de vereiste technische documentatie op en voeren zij overeenkomstig artikel 22 de toepasselijke conformiteitsbeoordelingsprocedure uit of laten zij deze uitvoeren.
Wanneer met de in de eerste alinea bedoelde procedure is aangetoond dat het speelgoed aan de toepasselijke eisen van deze verordening voldoet, doen de fabrikanten, voordat het speelgoed in de handel wordt gebracht, het volgende:
|
a) |
overeenkomstig artikel 17 een digitaal productpaspoort voor het speelgoed aanmaken; [Am. 80] |
|
b) |
overeenkomstig artikel 17, lid 5, de gegevensdrager op het speelgoed of op een aan het speelgoed bevestigd etiket aanbrengen; [Am. 81] |
|
c) |
overeenkomstig artikel 16, lid 1, de CE-markering aanbrengen; |
|
d) |
de unieke productidentificatiecode en de unieke identificatiecode voor marktdeelnemers van het speelgoed uploaden in het in artikel 19, lid 1, bedoelde register van digitale productpaspoorten, alsmede eventuele andere aanvullende informatie die is bepaald bij een overeenkomstig artikel 46, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling. [Am. 82] |
3. De fabrikanten bewaren werken de technische documentatie regelmatig bij en bewaren het digitale en het productpaspoort gedurende tien jaar nadat het speelgoed laatste artikel van het speelgoedmodel waarop die documenten en dat digitale productpaspoort betrekking hebben in de handel is gebracht. [Am. 83]
4. Fabrikanten zorgen ervoor dat zij beschikken over procedures om de conformiteit van in serie geproduceerd speelgoed met deze verordening te blijven waarborgen. Er wordt terdege rekening gehouden met veranderingen in het ontwerp of in de kenmerken van het speelgoed en met veranderingen in de in artikel 13 bedoelde geharmoniseerde normen of de in de in artikel 14 bedoelde gemeenschappelijke specificaties waarnaar in de conformiteitsverklaring van het speelgoed wordt verwezen of op grond waarvan de conformiteit van het speelgoed wordt gecontroleerd.
Wanneer fabrikanten het met het oog op de risico’s van speelgoed nodig achten passend wordt geacht de gezondheid en veiligheid van consumenten te beschermen, voeren zij fabrikanten steekproeven uit op in de handel gebracht speelgoed. [Am. 84]
5. Fabrikanten zorgen ervoor dat op speelgoed een type-, partij-, serie- of modelnummer, dan wel een ander identificatiemiddel is aangebracht, of wanneer dit door de omvang of aard van het speelgoed niet mogelijk is, dat de vereiste informatie op de verpakking of in een bij het speelgoed gevoegd document is vermeld.
6. Fabrikanten vermelden hun naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam en het elektronische en of postadres waarop zij bereikbaar zijn op het speelgoed, of, wanneer dit niet mogelijk haalbaar is, op de verpakking of , in een bij het speelgoed gevoegd document of in het digitale productpaspoort . De fabrikanten vermelden één enkel contactpunt waar zij bereikbaar zijn. [Am. 85]
7. Fabrikanten zien erop toe dat het speelgoed vergezeld gaat van instructies een gebruiksaanwijzing en informatie aangaande de veiligheid, in een of meer talen die de consumenten en andere eindgebruikers , indien haalbaar ook personen met een beperking, gemakkelijk kunnen begrijpen, zoals bepaald door de betrokken lidstaat. Die instructies en informatie zijn duidelijk, begrijpelijk en leesbaar. [Am. 86]
8. Wanneer fabrikanten op grond van de informatie in hun bezit van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat door hen in de handel gebracht speelgoed niet in overeenstemming met deze verordening is, nemen zij onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om het speelgoed conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. [Am. 87]
Wanneer fabrikanten op grond van de informatie in hun bezit van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat speelgoed een risico met zich meebrengt, verstrekken zij hierover onmiddellijk informatie aan: [Am. 88]
|
a) |
de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten waarin zij het speelgoed beschikbaar hebben gesteld, via de in artikel 26 van Verordening (EU) 2023/988 bedoelde Safety Business Gateway, waarbij zij met name de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven, en , indien beschikbaar, de hoeveelheid van het speelgoed dat nog in de handel is, per lidstaat; alsook [Am. 89] |
|
b) |
consumenten of andere eindgebruikers, overeenkomstig artikel 35 en/of artikel 36 van Verordening (EU) 2023/988. |
9. Fabrikanten verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het speelgoed aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan maatregelen om de risico’s van het door hen in de handel gebracht speelgoed te ondervangen.
10. Fabrikanten zien erop toe dat andere marktdeelnemers, de in artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) 2019/1020 bedoelde marktdeelnemer en aanbieders van onlinemarktplaatsen in de betrokken toeleveringsketen tijdig op de hoogte worden gebracht van gevallen van non-conformiteit die de fabrikanten hebben vastgesteld. [Am. 90]
11. Fabrikanten maken communicatiekanalen zoals een telefoonnummer, een elektronisch adres, of een specifiek gedeelte van hun website of een ander communicatiekanaal openbaar, zodat consumenten of andere eindgebruikers klachten over de veiligheid van speelgoed kunnen indienen en de fabrikanten in kennis kunnen stellen van ongevallen of veiligheidsproblemen die zij met dergelijk speelgoed hebben gehad. Daarbij houden de fabrikanten rekening met de toegankelijkheidsbehoeften van personen met een beperking. Het communicatiekanaal bevat een link naar het gedeelte van de Safety Gate Portal waarnaar wordt verwezen in artikel 34, lid 3, van Verordening (EU) 2023/988 voor het doorgeven van informatie over speelgoed dat een risico kan vormen voor de gezondheid en veiligheid van consumenten. [Am. 91]
12. Fabrikanten onderzoeken de in lid 11 bedoelde klachten en informatie en houden een intern register bij van die klachten en informatie, en van terugroepingen en andere corrigerende maatregelen die zijn genomen om het speelgoed in overeenstemming te brengen met deze verordening.
13. Het in lid 12 bedoelde interne register bevat alleen persoonsgegevens die de fabrikant nodig heeft om de klacht of de in lid 11 bedoelde informatie te onderzoeken. Dergelijke gegevens mogen uitsluitend worden bewaard zolang als nodig is voor het onderzoek en in geen geval langer dan vijf jaar nadat de gegevens in het register zijn ingevoerd.
Artikel 8
Gemachtigden
1. Een fabrikant kan via een schriftelijk mandaat een gemachtigde aanstellen. Wanneer fabrikanten het mandaat van hun gemachtigde beëindigen, stellen zij de markttoezichtautoriteit daarvan in kennis. Een in de Unie gevestigde fabrikant kan ook een gemachtigde aanstellen. [Am. 92]
2. De verplichtingen uit hoofde van artikel 7, lid 1, en de in artikel 7, lid 2, genoemde verplichting om technische documentatie op te stellen, maken geen deel uit van het mandaat van de gemachtigde.
3. Een gemachtigde voert de taken uit die gespecificeerd zijn in het mandaat dat hij van de fabrikant heeft ontvangen en verstrekt op verzoek een kopie van het mandaat aan de markttoezichtautoriteiten. Het mandaat laat de gemachtigde toe ten minste de volgende taken te verrichten:
|
a) |
het ter beschikking van de nationale toezichtautoriteiten houden van de technische documentatie en overeenkomstig artikel 17, lid 2, zorgen voor de beschikbaarheid van het digitale productpaspoort voor een periode van tien jaar nadat het speelgoed laatste artikel van het speelgoedmodel waarop die documenten betrekking hebben, in de handel is gebracht; [Am. 93] |
|
b) |
het verstrekken van alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het speelgoed aan te tonen aan een bevoegde nationale autoriteit naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek , in een officiële taal die deze autoriteit kan begrijpen ; [Am. 94] |
|
c) |
het meewerken aan eventuele maatregelen om de risico’s van speelgoed dat onder het schriftelijke mandaat valt op een doeltreffende manier te ondervangen, op verzoek van de bevoegde nationale autoriteiten. [Am. 95] |
|
c bis) |
het op de hoogte brengen van de bevoegde nationale autoriteiten door middel van een kennisgeving in de Safety Business Gateway van alle genomen maatregelen om de risico’s van onder hun mandaat vallend speelgoed weg te nemen, indien deze informatie nog niet door de fabrikant of in opdracht van de fabrikant is verstrekt. [Am. 96] |
4. Wanneer een niet in de Unie gevestigde fabrikant een in lid 1 van dit artikel bedoelde gemachtigde aanstelt, omvat het schriftelijk mandaat de in artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) 2019/1020 vermelde taken.
Artikel 9
Verplichtingen van importeurs
1. Importeurs brengen alleen speelgoed in de handel dat aan deze verordening voldoet.
2. Alvorens speelgoed in de handel te brengen, zien importeurs erop toe dat:
|
a) |
de fabrikant de juiste conformiteitsbeoordelingsprocedure heeft uitgevoerd en de in artikel 7, lid 2, bedoelde technische documentatie heeft opgesteld; |
|
b) |
het speelgoed overeenkomstig artikel 7, lid 7, vergezeld gaat van een gebruiksaanwijzing en veiligheidsinformatie in een of meer talen die consumenten of andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen, zoals bepaald door de betrokken lidstaat; [Niet van toepassing op NL-versie - Am. 97] |
|
c) |
de fabrikant overeenkomstig artikel 7, lid 2, een digitaal productpaspoort voor het speelgoed heeft aangemaakt; [Am. 98] |
|
d) |
het speelgoed een gegevensdrager is aangebracht overeenkomstig artikel 17, lid 5, is voorzien van een gegevensdrager; ; [Am. 99] |
|
e) |
de relevante informatie in het digitale productpaspoort overeenkomstig artikel 19, lid 1, is opgenomen in het register van digitale productpaspoorten; [Am. 100] |
|
f) |
het speelgoed overeenkomstig artikel 16 is voorzien van de CE-markering; |
|
g) |
de fabrikant aan de eisen van artikel 7, leden 5 en 6, heeft voldaan. |
Wanneer importeurs op grond van de informatie in hun bezit van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat speelgoed niet aan de essentiële veiligheidseisen voldoet, mogen zij stellen zij de fabrikant hiervan in kennis en zien ervan af het speelgoed niet in de handel te brengen totdat het door de fabrikant conform is gemaakt. [Am. 101]
Wanneer importeurs op grond van de informatie in hun bezit van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat speelgoed een risico met zich meebrengt, verstrekken zij hierover onmiddellijk informatie aan: [Am. 102]
|
a) |
de fabrikant; |
|
b) |
de markttoezichtautoriteiten via de in artikel 26 van Verordening (EU) 2023/988 bedoelde Safety Business Gateway; |
|
c) |
consumenten of andere eindgebruikers, overeenkomstig artikel 35 en/of artikel 36 van Verordening (EU) 2023/988. |
3. De importeurs vermelden hun naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam en het elektronische en postadres waarop zij bereikbaar zijn op het speelgoed, of, wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking of in een bij het speelgoed gevoegd document.
4. Importeurs zorgen gedurende de periode dat zij voor het speelgoed verantwoordelijk zijn voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden dat de conformiteit van het speelgoed met de essentiële veiligheidseisen niet in het gedrang komt.
5. Indien importeurs dat, gelet op de risico’s van speelgoed, voor de bescherming van de gezondheid en veiligheid van consumenten of andere eindgebruikers nodig achten, voeren zij steekproeven uit op in de handel gebracht speelgoed.
6. Wanneer importeurs van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat door hen in de handel gebracht speelgoed niet conform is met de relevante harmonisatiewetgeving van de Unie, nemen zij onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om het speelgoed conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen.
Wanneer importeurs van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat door hen in de handel gebracht speelgoed een risico voor de gezondheid en veiligheid van consumenten en andere eindgebruikers vormt, stellen zij de fabrikant en de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar zij het speelgoed op de markt hebben aangeboden daarvan onmiddellijk in kennis, waarbij zij met name de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven , en stellen zij de consumenten of andere eindgebruikers op de hoogte overeenkomstig artikel 35 en/of 36 van Verordening (EU) 2023/988 . [Am. 104]
7. Importeurs houden gedurende tien jaar nadat het speelgoed laatste artikel van het speelgoedmodel in de handel is gebracht de unieke productidentificatiecode van het speelgoed ter beschikking van de markttoezichtautoriteiten en zorgen ervoor dat de in artikel 23 bedoelde technische documentatie op verzoek aan die autoriteiten kan worden verstrekt. [Am. 105]
8. Naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit verstrekken importeurs deze autoriteit alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het speelgoed aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan maatregelen om de risico’s van het door hen in de handel gebracht speelgoed te ondervangen.
9. Importeurs controleren of de fabrikant een communicatiekanaal communicatiekanalen als bedoeld in artikel 7, lid 11, openbaar ter beschikking heeft gesteld aan consumenten of andere eindgebruikers, waar deze klachten over de veiligheid van speelgoed kunnen indienen en informatie kunnen geven over ongevallen of veiligheidsproblemen die zij met het speelgoed hebben gehad. Als er geen communicatiekanaal communicatiekanalen beschikbaar is zijn , zorgen importeurs voor een dergelijk kanaal dergelijke kanalen , rekening houdend met de toegankelijkheidsbehoeften van personen met een beperking. [Am. 106]
10. Importeurs onderzoeken de in lid 9 van dit artikel bedoelde klachten en informatie die zij via een door de fabrikant ter beschikking gesteld communicatiekanaal of via een door de importeurs zelf ter beschikking gesteld communicatiekanaal hebben ontvangen en die betrekking hebben op het speelgoed dat zij op de markt hebben aangeboden. Importeurs bewaren deze klachten, evenals terugroepingen en alle andere corrigerende maatregelen om het speelgoed in overeenstemming met deze verordening te brengen, in het in artikel 7, lid 12, bedoelde register of in hun eigen interne register.
Importeurs stellen de fabrikant, distributeurs en, indien van toepassing, aanbieders van onlinemarktplaatsen tijdig in kennis van het uitgevoerde onderzoek en van de resultaten hiervan. [Am. 107]
11. Het in lid 10 bedoelde interne register van de importeurs bevat alleen persoonsgegevens die de importeur nodig heeft om de klacht of de in lid 9 bedoelde informatie te onderzoeken. Dergelijke gegevens mogen uitsluitend worden bewaard zolang als nodig is voor het onderzoek en in geen geval langer dan vijf jaar nadat de gegevens in het register zijn ingevoerd.
Artikel 10
Verplichtingen van distributeurs
1. Distributeurs die speelgoed op de markt aanbieden, betrachten de nodige zorgvuldigheid in verband met de eisen van deze verordening.
2. Alvorens speelgoed op de markt aan te bieden, gaan de distributeurs na of is voldaan aan de volgende voorwaarden:
|
a) |
het speelgoed gaat vergezeld van instructies een gebruiksaanwijzing en veiligheidsinformatie in een of meer talen die consumenten of andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen, zoals bepaald door de lidstaat waar het speelgoed op de markt wordt aangeboden; [Am. 108] |
|
b) |
het speelgoed is voorzien van een gegevensdrager overeenkomstig artikel 17, lid 5, en de CE-markering overeenkomstig artikel 16, en |
|
c) |
de fabrikant en de importeur hebben voldaan aan de eisen van respectievelijk artikel 7, lid 2, tweede alinea, artikel 7, leden 5, 6 en 11, en artikel 9, lid 3. |
Wanneer distributeurs op grond van de informatie in hun bezit van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat speelgoed niet aan de essentiële veiligheidseisen voldoet, bieden zij stellen zij de fabrikant hiervan in kennis en zien zij ervan af het speelgoed niet op de markt aan te bieden totdat het door de fabrikant conform is gemaakt. [Am. 109]
Wanneer distributeurs op grond van de informatie in hun bezit van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat speelgoed een risico met zich meebrengt, verstrekken zij hierover onmiddellijk informatie aan: [Am. 110]
|
a) |
de fabrikant of de importeur; |
|
b) |
de markttoezichtautoriteiten via de in artikel 26 van Verordening (EU) 2023/988 bedoelde Safety Business Gateway; |
|
c) |
consumenten of andere eindgebruikers, overeenkomstig artikel 35 en/of artikel 36 van Verordening (EU) 2023/988. [Am. 111] |
3. Distributeurs zorgen gedurende de periode dat zij voor het speelgoed verantwoordelijk zijn, voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden dat de conformiteit van het speelgoed met de essentiële veiligheidseisen niet in het gedrang komt.
4. Wanneer distributeurs op grond van de informatie in hun bezit van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat door hen op de markt aangeboden speelgoed niet in overeenstemming is met deze verordening, zien zij erop toe dat de nodige corrigerende maatregelen onmiddellijk worden genomen om het speelgoed conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. [Am. 112]
Wanneer distributeurs van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat door hen op de markt aangeboden speelgoed een risico met zich meebrengt, brengen zij de fabrikant of de importeur, naargelang het geval, en de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten waar zij het speelgoed op de markt hebben aangeboden, daarvan onmiddellijk in kennis, waarbij zij met name de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven , en stellen zij de consumenten of andere eindgebruikers op de hoogte overeenkomstig artikel 35 en/of 36 van Verordening (EU) 2023/988 . [Am. 113]
5. Distributeurs verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het speelgoed aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan maatregelen om de risico’s van het door hen op de markt aangeboden speelgoed te ondervangen.
Artikel 11
Gevallen waarin de verplichtingen van fabrikanten van toepassing zijn op importeurs en distributeurs andere personen [Am. 114]
Een importeur of distributeur natuurlijke of rechtspersoon wordt voor de toepassing van deze verordening beschouwd als een fabrikant en moet voldoen aan de in artikel 7 vermelde verplichtingen van de fabrikant, wanneer die importeur of distributeur natuurlijke of rechtspersoon speelgoed onder zijn eigen naam of merknaam in de handel brengt of reeds in de handel gebracht speelgoed zodanig wijzigt dat de overeenstemming met de toepasselijke eisen van deze verordening in het gedrang kan komen. [Am. 115]
Artikel 12
Identificatie van marktdeelnemers
1. Marktdeelnemers delen, op verzoek, aan de markttoezichtautoriteiten mee:
|
a) |
welke marktdeelnemer speelgoed aan hen heeft geleverd; |
|
b) |
aan welke marktdeelnemer zij speelgoed hebben geleverd. |
2. De marktdeelnemers zijn in staat om de in lid 1 bedoelde informatie te verstrekken gedurende tien jaar nadat het speelgoed in de handel is gebracht, voor fabrikanten, en gedurende tien jaar nadat zij het speelgoed geleverd hebben gekregen, voor andere marktdeelnemers.
HOOFDSTUK II bis
VERPLICHTINGEN VAN ONLINEMARKTPLAATSEN [Am. 116]
Artikel 12 bis
Voor de toepassing van deze verordening voldoen aanbieders van onlinemarktplaatsen aan de vereisten van artikel 22 van Verordening (EU) 2023/988. [Am. 116]
HOOFDSTUK III
CONFORMITEIT VAN SPEELGOED
Artikel 13
Vermoeden van conformiteit van speelgoed [Am. 117]
Speelgoed dat in overeenstemming is met geharmoniseerde normen of delen daarvan waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, wordt geacht aan de essentiële veiligheidseisen te voldoen voor zover die eisen onder die normen of delen daarvan vallen.
Artikel 14
Gemeenschappelijke specificaties
1. Speelgoed dat conform is met de in lid 2 van dit artikel bedoelde gemeenschappelijke specificaties of delen daarvan, wordt geacht aan de essentiële veiligheidseisen te voldoen voor zover die eisen onder die gemeenschappelijke specificaties of delen daarvan vallen.
2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen gedelegeerde handelingen tot aanvulling van deze verordening gemeenschappelijke specificaties vaststellen voor de essentiële veiligheidseisen enkel vaststellen wanneer is voldaan aan de volgende voorwaarden: [Am. 118]
|
a) |
er bestaat geen geharmoniseerde norm met betrekking tot die eisen waarvan het referentienummer in het Publicatieblad van de de Commissie heeft overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1025/2012 een of meer Europese Unie is bekendgemaakt, of de norm bestrijkt die normalisatieorganisaties verzocht Europese normen voor deze eisen onvoldoende; op te stellen of te herzien en:
|
|
b) |
er is geen referentie van geharmoniseerde normen voor de productvereisten bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie de Commissie heeft overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1025/2012 en een dergelijke referentie zal naar verwachting niet binnen een redelijke termijn worden bekendgemaakt. een of meer Europese normalisatieorganisaties verzocht Europese normen voor deze eisen op te stellen of te herzien en er is voldaan aan een van de volgende voorwaarden: [Am. 120]
|
Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 50, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. [Am. 123]
2 bis. Bij het opstellen van de in lid 2 bedoelde gedelegeerde handeling houdt de Commissie rekening met de standpunten van de relevante instanties en deskundigengroepen. [Am. 124]
3. Wanneer referenties van een geharmoniseerde norm in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt, beoordeelt de Commissie of de in lid 2 van dit artikel bedoelde uitvoeringshandelingen gedelegeerde handelingen die op dezelfde essentiële veiligheidseis betrekking hebben, moeten worden ingetrokken of gewijzigd. [Am. 125]
Artikel 15
Algemene beginselen van de CE-markering
Speelgoed dat op de markt wordt aangeboden, is voorzien van de CE-markering.
De CE-markering is onderworpen aan de algemene beginselen die zijn vastgesteld in artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008.
Artikel 16
Voorschriften en voorwaarden voor het aanbrengen van de CE-markering
1. De CE-markering wordt zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar aangebracht op het speelgoed, op een daaraan bevestigd etiket of op de verpakking van het speelgoed.
In afwijking van de eerste alinea mag de CE-markering bij klein speelgoed en speelgoed dat uit kleine onderdelen bestaat, worden aangebracht op een bijsluiter bij het speelgoed.
In afwijking van de eerste alinea mag bij speelgoed dat in toonbankdisplays wordt verkocht en waarbij het technisch niet mogelijk is de CE-markering op elk afzonderlijk stuk speelgoed aan te brengen, de CE-markering op de toonbankdisplay worden aangebracht, mits de toonbankdisplay oorspronkelijk diende als verpakking van het speelgoed.
Als de CE-markering op het speelgoed van buiten de verpakking niet zichtbaar is, wordt deze markering ook op de verpakking aangebracht.
2. De CE-markering wordt aangebracht voordat het speelgoed in de handel wordt gebracht.
3. De CE-markering wordt, indien van toepassing overeenkomstig artikel 6, gevolgd door een pictogram of een andere waarschuwing die wijst op een bijzonder risico of gebruik.
4. De lidstaten bouwen voort op bestaande mechanismen om te zorgen voor de juiste toepassing van de voorschriften voor de CE-markering en nemen passende maatregelen in geval van oneigenlijk gebruik van die markering.
HOOFDSTUK IV
DIGITAAL PRODUCTPASPOORT [Am. 126]
Artikel 17
Digitaal productpaspoort [Am. 127]
1. Alvorens speelgoed in de handel te brengen, maken stellen fabrikanten een digitaal productpaspoort op voor dat speelgoed aan. Het digitale productpaspoort voldoet aan de vereisten van dit artikel en van artikel 18 en aan andere relevante geharmoniseerde EU-wetgeving op grond waarvan een EU-conformiteitsverklaring vereist is, en vervangt alle vereiste EU-conformiteitsverklaringen . [Am. 128]
2. Het digitale productpaspoort: [Am. 129]
|
a) |
betreft een specifiek speelgoedmodel; |
|
b) |
bevat een verklaring dat is aangetoond dat het speelgoed voldoet aan de eisen van deze verordening en van andere geharmoniseerde EU-wetgeving op grond waarvan een EU-conformiteitsverklaring vereist is, in het bijzonder aan de essentiële veiligheidseisen; [Am. 130] |
|
c) |
bevat ten minste de in deel I van bijlage VI genoemde informatie; |
|
d) |
is actueel; |
|
e) |
is beschikbaar in de taal of talen zoals vereist door de lidstaat waar het speelgoed op de markt wordt aangeboden; |
|
f) |
is , afhankelijk van de toegangsrechten, toegankelijk voor consumenten of andere eindgebruikers, markttoezichtautoriteiten, douaneautoriteiten, aangemelde instanties, de Commissie en andere marktdeelnemers in overeenstemming met lid 2 bis en rekening houdend met de noodzaak om vertrouwelijke bedrijfsinformatie en handelsgeheimen te beschermen krachtens Richtlijn (EU) 2016/943 ; [Am. 131] |
|
g) |
is beschikbaar gedurende een periode van tien jaar nadat het speelgoed laatste artikel van het speelgoedmodel in de handel is gebracht, ook in geval van insolventie, liquidatie of beëindiging van de activiteiten in de Unie van de marktdeelnemer die het digitale productpaspoort heeft aangemaakt; [Am. 132] |
|
h) |
is toegankelijk via een gegevensdrager; |
|
i) |
voldoet aan de krachtens lid 10 vastgestelde specifieke en technische vereisten om de beoordeling van de productconformiteit door de bevoegde nationale autoriteiten te vergemakkelijken . [Am. 133] |
2 bis. De in lid 2, punt f), van dit artikel bedoelde toegangsrechten omvatten:
|
a) |
de in bijlage VI, deel I, punten c), d), i), j), j bis), j ter) en j quater), en, indien van toepassing, bijlage VI, deel II, punten a) en b), genoemde informatie die toegankelijk is voor consumenten of andere eindgebruikers; |
|
b) |
informatie die uitsluitend toegankelijk is voor markttoezichtautoriteiten, douaneautoriteiten, aangemelde instanties en de Commissie, zoals vermeld in bijlage VI, deel I, punten a) tot en met j), en, indien van toepassing, bijlage VI, deel II, punten a) en b). [Am. 134] |
3. Naast de in lid 2 bedoelde informatie kan het digitale productpaspoort de in bijlage VI, deel II, genoemde informatie bevatten. [Am. 135]
4. Door het digitale productpaspoort op te stellen, neemt de fabrikant de verantwoordelijkheid op zich voor de overeenstemmingvan overeenstemming van het speelgoed met deze verordening en met alle andere Uniewetgeving die van toepassing is op speelgoed . [Am. 136]
5. De gegevensdrager is fysiek aanwezig op het speelgoed of op een aan het speelgoed bevestigd etiket, overeenkomstig de uitvoeringshandeling die in overeenstemming met lid 10 wordt vastgesteld. Bij klein speelgoed en speelgoed dat uit kleine onderdelen bestaat, mag wordt de gegevensdrager ook op de verpakking worden bevestigd. De gegevensdrager is vóór de aankoop duidelijk zichtbaar voor de consument en voor de markttoezichtautoriteiten, ook wanneer het speelgoed via verkoop op afstand wordt aangeboden. [Am. 137]
6. Wanneer andere Uniewetgeving voorschrijft dat informatie over het speelgoed beschikbaar moet zijn via een gegevensdrager, wordt één gegevensdrager gebruikt om de krachtens deze verordening en die andere Uniewetgeving vereiste informatie te verstrekken.
7. Wanneer een digitaal productpaspoort is vereist op grond van andere Uniewetgeving die van toepassing is op speelgoed, wordt één enkel digitaal productpaspoort voor speelgoed aangemaakt, dat de krachtens deze verordening vereiste informatie bevat alsook de andere informatie die op grond van die andere Uniewetgeving voor het digitale productpaspoort is vereist. [Am. 138]
8. In afwijking van lid 2, punt c), is, wanneer bij een uit hoofde van artikel 4 van Verordening.../... [OP please insert: the Ecodesign for Sustainable Products Regulation] vastgestelde gedelegeerde handeling informatievoorschriften betreffende zorgwekkende stoffen in speelgoed zijn vastgesteld, de in bijlage VI, deel I, punt k), van deze verordening bedoelde informatie niet langer vereist. [Am. 139]
9. Marktdeelnemers mogen naast de in de leden 6 en 7 bedoelde informatie ook andere informatie toegankelijk maken via de in lid 5 genoemde gegevensdrager. Indien dit het geval is, wordt die informatie duidelijk gescheiden van de informatie die is vereist uit hoofde van deze verordening en, in voorkomend geval, uit hoofde van andere Uniewetgeving.
10. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast voor het bepalen is bevoegd om uiterlijk... [twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] overeenkomstig artikel 47 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door vaststelling van de specifieke en technische voorschriften minimumvereisten met betrekking tot het digitale productpaspoort voor speelgoed. Deze voorschriften hebben met name betrekking op: [Am. 140]
|
a) |
de te gebruiken soorten gegevensdragers; |
|
b) |
de opmaak waarin de gegevensdrager wordt gepresenteerd en de positionering ervan; |
|
c) |
de technische elementen van het paspoort waarvoor bepaalde Europese of internationale normen moeten worden gebruikt; |
|
d) |
de actoren die de informatie in het digitale productpaspoort kunnen invoeren of bijwerken, en die desnoods een nieuw paspoort kunnen opstellen, zoals fabrikanten, aangemelde instanties, bevoegde nationale autoriteiten en de Commissie, of elke organisatie die namens hen optreedt, en de soorten informatie die zij kunnen invoeren of actualiseren. [Am. 141] |
Deze uitvoeringshandelingen gedelegeerde handelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 50, lid 3 46, lid 2 , bedoelde procedure. [Am. 142]
Artikel 18
Technisch ontwerp en werking van het digitale productpaspoort [Am. 143]
1. Het digitale productpaspoort is volledig interoperabel met digitale productpaspoorten die op grond van andere Uniewetgeving zijn vereist wat betreft de technische, semantische en organisatorische aspecten van eind-tot-eindcommunicatie en gegevensuitwisseling. [Am. 144]
2. Alle informatie in het digitale productpaspoort is gebaseerd op open normen die in een interoperabel formaat zijn ontwikkeld , onder meer met het oog op de overdracht van informatie via de in de artikelen 27 en 34 van Verordening (EU) 2023/988 bedoelde Safety Business Gateway en de Safety Gate Portal. De informatie en is machineleesbaar, gestructureerd en doorzoekbaar in overeenstemming met de essentiële vereisten van Verordening.../... [Verordening ecologisch ontwerp voor duurzame producten]. Het digitale productpaspoort wordt zo ontworpen en uitgevoerd dat het toegankelijk is, en wordt gebaseerd op het beginsel van beveiliging en privacy door ontwerp. [Am. 145]
3. Consumenten of andere eindgebruikers, marktdeelnemers en andere relevante actoren hebben op basis van hun respectieve toegangsrechten overeenkomstig de Uniewetgeving kosteloos toegang tot het digitale productpaspoort. [Am. 146]
3 bis. Consumenten mogen niet worden verzocht software te downloaden of te installeren, zich te registreren of een wachtwoord in te voeren om toegang te krijgen tot het digitale productpaspoort. [Am. 147]
4. De in het productpaspoort digitale productpaspoort opgenomen gegevens worden bewaard door de marktdeelnemer die verantwoordelijk is voor het aanmaken ervan of door marktdeelnemers die gemachtigd zijn om namens hen te handelen. [Am. 148]
5. Indien de in het digitale productpaspoort opgenomen gegevens worden bewaard of anderszins worden verwerkt door een marktdeelnemer die gemachtigd is te handelen namens de marktdeelnemers die het speelgoed in de handel brengen, mag die andere marktdeelnemer die gegevens niet verkopen, hergebruiken of verwerken, geheel of gedeeltelijk, voor andere doeleinden dan voor hetgeen noodzakelijk is voor het verlenen van de desbetreffende bewaar- of verwerkingsdiensten. [Am. 149]
6. Marktdeelnemers mogen gebruiksinformatie niet volgen, analyseren of gebruiken voor andere doeleinden dan het wat absoluut noodzakelijke en strikt noodzakelijk is om de informatie in het digitale productpaspoort online te verstrekken. [Am. 150]
Artikel 19
Register van digitale productpaspoorten [Am. 151]
1. Alvorens speelgoed in de handel te brengen en na de vaststelling van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 17, lid 10, van deze verordening , uploaden marktdeelnemers voor dat speelgoed de unieke productidentificatiecode en de unieke identificatiecode voor marktdeelnemers naar het krachtens artikel 12, lid 1, van Verordening (EU).../... [PO OJ insert serial number for Ecodesign Requirements for Sustainable Products] ingestelde register (het “register”). [Am. 152]
2. De Commissie, de markttoezichtautoriteiten en de douaneautoriteiten hebben efficiënte toegang tot de informatie die in het in lid 1 genoemde register is opgeslagen om hun taken overeenkomstig deze verordening uit te voeren. [Am. 153]
Artikel 20
Douanecontroles met betrekking tot het digitale productpaspoort [Am. 154]
1. Speelgoed dat in de Unie in de handel wordt gebracht, wordt onderworpen aan controles en andere in dit artikel vastgestelde maatregelen.
2. Aangevers zoals gedefinieerd in artikel 5, punt 15, van Verordening (EU) nr. 952/2013 vermelden de unieke productidentificatiecode in de douaneaangifte voor het vrije verkeer van speelgoed.
3. De douaneautoriteiten verifiëren of de unieke productidentificatiecode die de aangever overeenkomstig lid 2 van dit artikel heeft vermeld, overeenkomt met een unieke productidentificatiecode die overeenkomstig artikel 19, lid 1, in het register is opgenomen.
4. Naast de in lid 3 van dit artikel bedoelde controle, verifiëren de douaneautoriteiten of de door de aangevers aan de douane ter beschikking gestelde informatie overeenstemt met andere informatie die in het register is opgeslagen en in de in artikel 46, lid 3, bedoelde gedelegeerde handeling is vermeld.
5. De in de leden 3 en 4 van dit artikel bedoelde verificaties vinden elektronisch en automatisch plaats via de koppeling tussen het in artikel 19, lid 1, bedoelde register en het in [artikel 13] van [P.O. insert serial number for Regulation (EU) …/… on Ecodesign Requirements for Sustainable Products] bedoelde douane-éénloketsysteem van de Europese Unie voor de uitwisseling van certificaten.
6. De leden 3, 4 en 5 van dit artikel zijn van toepassing vanaf de dag waarop de koppeling tussen het register en het in [artikel 13] van [P.O. insert serial number for Regulation (EU) …/… on Ecodesign Requirements for Sustainable Products] bedoelde douane-éénloketsysteem van de Europese Unie voor de uitwisseling van certificaten operationeel wordt.
De Commissie publiceert daartoe een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, met vermelding van de datum waarop de koppeling operationeel is.
7. De douaneautoriteiten kunnen de in het digitale productpaspoort en in het register opgenomen informatie over speelgoed opzoeken en gebruiken voor het uitvoeren van hun taken in overeenstemming met de Uniewetgeving, onder andere voor risicobeheer overeenkomstig de artikelen 46 en 47 van Verordening (EU) nr. 952/2013. [Am. 155]
8. De bij dit artikel vastgestelde controles en andere maatregelen worden uitgevoerd aan de hand van de lijst van goederencodes en productomschrijvingen in bijlage VII.
9. De in dit artikel vastgestelde controles en maatregelen doen geen afbreuk aan de toepassing van andere rechtshandelingen van de Unie betreffende het in het vrije verkeer brengen van producten, waaronder de artikelen 46, 47 en 134 van Verordening (EU) nr. 952/2013, noch aan de controles als bedoeld in hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/1020.
Artikel 20 bis
Bijstand voor kmo's
1. De Commissie verleent, in samenwerking met de betrokken nationale autoriteiten, uitgebreide bijstand aan kmo’s die verplicht zijn een digitaal productpaspoort voor speelgoed op te stellen, door hen op maat gesneden advies te verstrekken voor het efficiënt aanmaken en beheren van een digitaal productpaspoort voor speelgoed en een automatische vertaaltool voor de in artikel 17, lid 2, punt e), bedoelde talen.
De in de eerste alinea bedoelde bijstand wordt uiterlijk... [twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] verleend.
2. De Commissie onderzoekt de mogelijkheid om een online-tool uit te werken om kmo’s de basisinformatie en -functies te verschaffen die zij nodig hebben om een digitaal productpaspoort voor hun producten aan te maken. [Am. 156]
HOOFDSTUK V
CONFORMITEITSBEOORDELING
Artikel 21
Veiligheidsbeoordeling
1. Om aan te tonen dat speelgoed aan de essentiële veiligheidseisen voldoet, voeren fabrikanten, voordat zij speelgoed in de handel brengen, een veiligheidsbeoordeling uit waarin zij ook de gevaren analyseren die het speelgoed kan opleveren, en beoordelen zij de potentiële blootstelling aan deze gevaren. , die ten minste:
|
a) |
betrekking heeft op alle gevaren in verband met chemische, fysische en mechanische risico’s, elektriciteit, ontvlambaarheid, hygiëne en radioactiviteit, alsook de potentiële blootstelling aan deze gevaren; |
|
b) |
wat betreft chemische gevaren, rekening houdt met de potentiële blootstelling aan afzonderlijke chemische stoffen en alle bekende extra gevaren van gecombineerde blootstelling aan de verschillende chemische stoffen die aanwezig zijn in het speelgoed, rekening houdend met de verplichtingen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1907/2006 en de daarin vermelde voorwaarden; |
|
c) |
wordt geactualiseerd zodra aanvullende relevante informatie beschikbaar is. |
De veiligheidsbeoordeling wordt opgenomen in de in artikel 23 bedoelde technische documentatie. [Am. 157]
2. De veiligheidsbeoordeling moet met name:
|
a) |
betrekking hebben op alle chemische, fysische, mechanische, elektrische, ontvlambaarheids-, hygiënische- en radioactiviteitsgevaren en de potentiële blootstelling aan dergelijke gevaren; |
|
b) |
met betrekking tot chemische gevaren, rekening houden met de potentiële blootstelling aan afzonderlijke chemische stoffen en alle bekende extra gevaren van gecombineerde blootstelling aan de verschillende chemische stoffen die aanwezig zijn in het speelgoed, rekening houdend met de verplichtingen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1907/2006 en de daarin vermelde voorwaarden; |
|
c) |
worden geactualiseerd zodra aanvullende relevante informatie beschikbaar is. |
De veiligheidsbeoordeling wordt opgenomen in de in artikel 23 bedoelde technische documentatie. [Am. 158]
Artikel 22
Conformiteitsbeoordelingsprocedures
1. Fabrikanten maken gebruik van de in de leden 2 en 3 bedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures.
2. Indien de fabrikant geharmoniseerde normen heeft toegepast waarvan het referentienummer in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, of gemeenschappelijke specificaties die alle voor het speelgoed relevante veiligheidseisen bestrijken, past hij de procedure voor interne productiecontrole toe zoals beschreven in deel I van bijlage IV.
3. In de volgende gevallen gebruikt de fabrikant de procedure voor EU-typeonderzoek zoals beschreven in bijlage IV, deel II, samen met de procedure voor conformiteit met het type zoals beschreven in deel III van die bijlage:
|
a) |
wanneer er geen geharmoniseerde normen zijn waarvan het referentienummer in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, of gemeenschappelijke specificaties die alle voor het speelgoed relevante veiligheidseisen bestrijken; |
|
b) |
wanneer er geharmoniseerde normen of gemeenschappelijke specificaties als bedoeld in punt a) bestaan, maar de fabrikant deze niet of slechts gedeeltelijk heeft toegepast; |
|
c) |
wanneer de in punt a) bedoelde geharmoniseerde normen of een deel ervan met beperkingen zijn bekendgemaakt , indien de beperkingen betrekking hebben op het speelgoed in kwestie ; [Am. 159] |
|
d) |
als de fabrikant van mening is dat de aard, het ontwerp, de constructie of het doel van het speelgoed verificatie door derden noodzakelijk maakt. |
4. Het overeenkomstig bijlage IV, deel II, punt 6, afgegeven certificaat van EU-typeonderzoek wordt opnieuw beoordeeld wanneer dit nodig is, in het bijzonder bij een verandering in het fabricageproces, in de grondstoffen of in de bestanddelen van het speelgoed, en in ieder geval om de vijf jaar.
Artikel 23
Technische documentatie
1. De technische documentatie bevat alle relevante gegevens of bijzonderheden over de door de fabrikant aangewende middelen om ervoor te zorgen dat speelgoed aan de essentiële veiligheidseisen voldoet. Die documentatie omvat met name de in bijlage V vermelde documenten.
2. De technische documentatie wordt opgesteld in een van de officiële talen van de Unie.
3. Op een met redenen omkleed verzoek van de markttoezichtautoriteit van een lidstaat verstrekt de fabrikant een vertaling van de relevante delen van de technische documentatie in de taal van die lidstaat.
Wanneer een markttoezichtautoriteit een fabrikant verzoekt haar de technische documentatie of een vertaling van delen daarvan te verstrekken, kan zij hiervoor een termijn vaststellen van dertig dagen, tenzij een kortere termijn gerechtvaardigd is omdat er een ernstig en onmiddellijk risico voor de gezondheid en veiligheid bestaat.
4. Als de fabrikant niet aan de eisen in de leden 1, 2 en 3 voldoet, kan de markttoezichtautoriteit van hem verlangen dat hij binnen een bepaalde termijn voor eigen rekening door een aangemelde instantie een test laat verrichten om na te gaan of aan de essentiële veiligheidseisen wordt voldaan.
HOOFDSTUK VI
AANMELDING VAN CONFORMITEITSBEOORDELINGSINSTANTIES
Artikel 24
Aanmelding
De instanties die bevoegd zijn om uit hoofde van deze verordening conformiteitsbeoordelingstaken van derden te verrichten, worden door de lidstaten aangemeld bij de Commissie en de andere lidstaten.
Artikel 25
Aanmeldende autoriteiten
1. De lidstaten wijzen een aanmeldende autoriteit aan die verantwoordelijk is voor de instelling en uitvoering van de nodige procedures voor de beoordeling en aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties voor de toepassing van deze richtlijn, en voor het toezicht op de aangemelde instanties, met inbegrip van de naleving van artikel 30.
2. De lidstaten kunnen de beoordeling en het toezicht als bedoeld in lid 1 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008 laten uitvoeren door een nationale accreditatie-instantie, zoals gedefinieerd in die verordening.
3. Wanneer de aanmeldende autoriteit de beoordeling, de aanmelding of het toezicht als bedoeld in lid 1 van dit artikel delegeert of op andere wijze toevertrouwt aan een instantie die geen overheidsinstantie is, is deze instantie een rechtspersoon en voldoet zij op overeenkomstige wijze aan de eisen die zijn vastgesteld in artikel 26. Bovendien treft deze instantie regelingen om de aansprakelijkheid voor haar activiteiten te dekken.
4. De aanmeldende autoriteit is volledig aansprakelijk voor de taken die de in lid 3 vermelde instantie verricht.
Artikel 26
Eisen voor aanmeldende autoriteiten
1. Een aanmeldende autoriteit is zodanig opgericht dat er zich geen belangenconflicten met conformiteitsbeoordelingsinstanties voordoen.
2. Een aanmeldende autoriteit wordt zodanig georganiseerd en functioneert zodanig dat de objectiviteit en onpartijdigheid van haar activiteiten gewaarborgd zijn.
3. Een aanmeldende autoriteit wordt zodanig georganiseerd dat elk besluit in verband met de aanmelding van een conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt genomen door bekwame personen die de beoordeling niet hebben verricht.
4. Een aanmeldende autoriteit verricht geen activiteiten die worden uitgevoerd door conformiteitsbeoordelingsinstanties en verleent geen adviesdiensten op commerciële basis of in concurrentie, noch biedt zij zulke activiteiten of diensten aan. De aanmeldende autoriteit verschaft wel informatie aan de marktdeelnemers over de beoordelingsprocedures en de conformiteitsbeoordelingsinstanties, indien daarom wordt verzocht. [Am. 160]
5. Een aanmeldende autoriteit waarborgt dat de verkregen informatie vertrouwelijk wordt behandeld.
6. Een aanmeldende autoriteit beschikt over een voldoende aantal bekwame personeelsleden en toereikende middelen om haar taken naar behoren op doeltreffende wijze uit te voeren. [Am. 161]
7. Een aanmeldende autoriteit houdt toezicht op de aard en omvang van de taken die overeenkomstig artikel 30 worden verricht door ondergeschikte instanties of onderaannemers van aangemelde instanties.
Artikel 27
Informatieverplichting voor aanmeldende autoriteiten
De lidstaten stellen de Commissie in kennis van hun procedures voor de beoordeling en aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties en voor het toezicht op aangemelde instanties, en van alle wijzigingen daarvan.
De Commissie maakt die informatie openbaar.
Artikel 28
Eisen in verband met aangemelde instanties
1. Om uit hoofde van deze verordening te kunnen worden aangemeld, moeten conformiteitsbeoordelingsinstanties voldoen aan de eisen in de leden 2 tot en met 11. Zij zijn geaccrediteerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008.
2. Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is naar het nationaal recht van een lidstaat opgericht en heeft rechtspersoonlijkheid.
3. Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is een derde partij die onafhankelijk is van de door haar beoordeelde organisaties of het door haar beoordeelde speelgoed.
Een instantie die lid is van een organisatie van ondernemers en/of van een vakorganisatie die ondernemingen vertegenwoordigt die betrokken zijn bij het ontwerp, de vervaardiging, de levering, de montage, het gebruik of het onderhoud van door hen beoordeeld speelgoed, kan voor de toepassing van de eerste alinea als een derde partij worden beschouwd op voorwaarde dat haar onafhankelijkheid en de afwezigheid van belangenconflicten worden aangetoond.
4. Een conformiteitsbeoordelingsinstantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, zijn niet de ontwerper, fabrikant, leverancier, installateur, koper, eigenaar, gebruiker van of uitvoerder van onderhoud aan het door hen beoordeelde speelgoed, noch de gemachtigde van een van deze partijen. Dit vormt echter geen beletsel voor het gebruik van het beoordeelde speelgoed voor activiteiten van de conformiteitsbeoordelingsinstantie of voor persoonlijke doeleinden.
Een conformiteitsbeoordelingsinstantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, zijn niet rechtstreeks of als vertegenwoordiger van de betrokken partijen betrokken bij het ontwerpen, vervaardigen, verhandelen, installeren, gebruiken of onderhouden van dit speelgoed. Zij oefent geen activiteiten uit die de onafhankelijkheid van haar oordeel of haar integriteit met betrekking tot de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten waarvoor zij is aangemeld in het gedrang kunnen brengen. Dit geldt met name voor adviesdiensten.
Conformiteitsbeoordelingsinstanties zorgen ervoor dat de activiteiten van hun ondergeschikte instanties of onderaannemers geen afbreuk doen aan de vertrouwelijkheid, objectiviteit en onpartijdigheid van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten.
5. Conformiteitsbeoordelingsinstanties en hun personeel voeren de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten uit met de grootste mate van beroepsintegriteit en met de vereiste technische bekwaamheid op het specifieke gebied en zij zijn vrij van elke druk en beïnvloeding, met name van financiële aard, die hun oordeel of de resultaten van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten kunnen beïnvloeden, met name van personen of groepen van personen die belang hebben bij de resultaten van deze activiteiten.
6. Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is in staat om de conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten die haar in bijlage IV worden toegewezen en waarvoor zij is aangemeld, ongeacht of deze taken door de conformiteitsbeoordelingsinstantie zelf of namens haar en onder haar verantwoordelijkheid worden verricht.
Een conformiteitsbeoordelingsinstantie beschikt te allen tijde, voor elke conformiteitsbeoordelingsprocedure en voor elk soort of elke categorie speelgoed waarvoor zij is aangemeld over:
|
a) |
het nodige personeel met technische kennis en voldoende passende ervaring om de conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten; |
|
b) |
beschrijvingen van de procedures voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordeling, waarbij de transparantie en de mogelijkheid tot reproductie van deze procedures worden gewaarborgd; |
|
c) |
passend beleid en geschikte procedures om onderscheid te maken tussen de taken die zij als aangemelde instantie verricht en andere activiteiten; |
|
d) |
de nodige procedures om bij de uitoefening van haar taken naar behoren rekening te houden met de omvang van een onderneming, de sector waarin zij actief is, haar structuur, de relatieve complexiteit van de technologie van het speelgoed in kwestie en het massa- of seriële karakter van het productieproces. |
Een conformiteitsbeoordelingsinstantie beschikt over de middelen die nodig zijn om de technische en administratieve taken in verband met de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten op passende doeltreffende wijze uit te voeren en heeft toegang tot alle vereiste apparatuur en faciliteiten. [Am. 162]
7. Het voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verantwoordelijke personeel (het “beoordelingspersoneel”) beschikt over:
|
a) |
een gedegen technische en beroepsopleiding die alle conformiteitsbeoordelingsactiviteiten omvat waarvoor de conformiteitsbeoordelingsinstantie is aangemeld; |
|
b) |
toereikende grondige kennis van de eisen inzake de beoordelingen die het verricht en voldoende bevoegdheden om deze uit te voeren; [Am. 163] |
|
c) |
voldoende grondige kennis van en inzicht in de eisen van deze verordening, de in artikel 13 van deze verordening bedoelde toepasselijke geharmoniseerde normen en de in artikel 14 van deze verordening bedoelde gemeenschappelijke specificaties; [Am. 164] |
|
d) |
de bekwaamheid om certificaten, dossiers en rapporten op te stellen die aantonen dat de beoordelingen zijn verricht. |
8. De onpartijdigheid van de conformiteitsbeoordelingsinstanties, hun hoogste leidinggevenden en haar beoordelingspersoneel wordt gewaarborgd.
De beloning van de hoogste leidinggevenden en het beoordelingspersoneel van een conformiteitsbeoordelingsinstantie hangt niet af van het aantal uitgevoerde beoordelingen of van de resultaten daarvan.
9. Conformiteitsbeoordelingsinstanties sluiten een aansprakelijkheidsverzekering af, tenzij de wettelijke aansprakelijkheid op basis van zijn nationale recht door de lidstaat wordt gedekt of de lidstaat zelf rechtstreeks verantwoordelijk is voor de conformiteitsbeoordeling.
10. Het personeel van een conformiteitsbeoordelingsinstantie is gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie waarvan het kennis neemt bij de uitoefening van zijn taken uit hoofde van bijlage IV, behalve ten opzichte van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin de werkzaamheden plaatsvinden. Intellectuele eigendomsrechten en handelsgeheimen worden beschermd overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/943 . [Am. 165]
11. Conformiteitsbeoordelingsinstanties nemen deel aan, of zorgen ervoor dat hun beoordelingspersoneel op de hoogte is van de desbetreffende normalisatieactiviteiten en de activiteiten van de coördinatiegroep van aangemelde instanties die is opgericht uit hoofde van artikel 40, en hanteren de door die groep genomen administratieve beslissingen en geproduceerde documenten als algemene richtsnoeren.
Artikel 29
Vermoeden van conformiteit van aangemelde instanties
Wanneer een conformiteitsbeoordelingsinstantie aantoont dat zij voldoet aan de criteria in de ter zake doende geharmoniseerde normen of delen ervan, waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, wordt zij geacht aan de eisen in artikel 28 te voldoen, op voorwaarde dat de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen deze eisen dekken.
Artikel 30
Ondergeschikte instanties van en uitbesteding door aangemelde instanties
1. Wanneer een aangemelde instantie specifieke taken in verband met de conformiteitsbeoordeling uitbesteedt of door een ondergeschikte instantie laat uitvoeren, waarborgt zij dat de onderaannemer of ondergeschikte instantie aan de eisen in artikel 28 voldoet en stelt zij de aanmeldende autoriteit daarvan in kennis.
2. Aangemelde instanties nemen de volledige verantwoordelijkheid op zich voor de taken die worden verricht door onderaannemers of ondergeschikte instanties, ongeacht waar deze zijn gevestigd.
3. Aangemelde instanties moeten in staat zijn om de door de onderaannemers of ondergeschikte instanties uitgevoerde taken in al hun onderdelen te controleren.
4. Activiteiten mogen uitsluitend met instemming van de klant worden uitbesteed aan onderaannemers of door een ondergeschikte instantie worden uitgevoerd.
5. Aangemelde instanties houden de relevante documenten over de beoordeling van de kwalificaties van de onderaannemer of de ondergeschikte instantie en over de door de onderaannemer of ondergeschikte instantie uit hoofde van bijlage IV uitgevoerde werkzaamheden ter beschikking van de aanmeldende autoriteit.
Artikel 31
Verzoek om aanmelding
1. Een conformiteitsbeoordelingsinstantie dient een verzoek om aanmelding uit hoofde van deze richtlijn in bij de aanmeldende autoriteit van de lidstaat waar zij gevestigd is.
2. Het in lid 1 vermelde verzoek gaat vergezeld van een beschrijving van de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten en het speelgoed waarvoor de instantie verklaart bekwaam te zijn en van een accreditatiecertificaat dat is afgegeven door een nationale accreditatie-instantie, waarin wordt verklaard dat de conformiteitsbeoordelingsinstantie voldoet aan de eisen in artikel 28.
Artikel 32
Aanmeldingsprocedure
1. Aanmeldende autoriteiten mogen uitsluitend conformiteitsbeoordelingsinstanties aanmelden die aan de eisen in artikel 28 hebben voldaan.
2. Aanmeldende instanties verrichten de aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties bij de Commissie en de andere lidstaten door middel van het door de Commissie ontwikkelde en beheerde elektronische aanmeldingssysteem.
3. De aanmelding bevat alle bijzonderheden over de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten en het relevante accreditatiecertificaat. De aanmelding bevat ook informatie over alle taken die moeten worden uitgevoerd door ondergeschikte instanties en onderaannemers.
4. De betrokken instantie mag de activiteiten van een aangemelde instantie alleen verrichten als de Commissie en de andere lidstaten binnen twee maanden na een aanmelding geen bezwaren hebben ingediend.
Alleen een dergelijke instantie wordt voor de toepassing van deze verordening als aangemelde instantie beschouwd.
5. De aanmeldende autoriteit stelt de Commissie en de andere lidstaten in kennis van alle relevante wijzigingen in de aanmelding.
Artikel 33
Identificatienummers en lijsten van aangemelde instanties
1. De Commissie kent aan aangemelde instanties een identificatienummer toe.
Zij kent per instantie slechts één identificatienummer toe, ook als dezelfde instantie uit hoofde van diverse handelingen van de Unie is aangemeld.
2. De Commissie maakt een lijst van krachtens deze verordening aangemelde instanties openbaar, onder vermelding van de aan hen toegekende identificatienummers en de activiteiten waarvoor zij zijn aangemeld.
De Commissie zorgt ervoor dat de lijst actueel wordt gehouden.
Artikel 34
Wijzigingen van de aanmelding
1. Indien een aanmeldende autoriteit heeft geconstateerd of vernomen dat een aangemelde instantie niet meer aan de eisen van artikel 28 voldoet of haar verplichtingen niet nakomt, wordt de aanmelding door de aanmeldende autoriteit beperkt, geschorst of ingetrokken afhankelijk van de ernst van het niet voldoen aan die eisen of het niet nakomen van die verplichting. Zij stelt de Commissie en de andere lidstaten daarvan onmiddellijk in kennis.
2. Wanneer de aanmelding wordt beperkt, opgeschort of ingetrokken of de aangemelde instantie haar activiteiten heeft gestaakt, doet de aanmeldende lidstaat het nodige om ervoor te zorgen dat de dossiers van die instantie hetzij door een andere aangemelde instantie worden behandeld, hetzij op hun verzoek aan de verantwoordelijke aanmeldende autoriteiten en markttoezichtautoriteiten ter beschikking kunnen worden gesteld.
Artikel 35
Betwisting van de bekwaamheid van aangemelde instanties
1. De Commissie onderzoekt alle gevallen waarin zij eraan twijfelt of een aangemelde instantie bekwaam is of nog aan de vereisten voldoet en haar verantwoordelijkheden nog nakomt, of waarin zij in kennis wordt gesteld van twijfels daaromtrent.
2. De aanmeldende autoriteit verstrekt de Commissie op verzoek alle informatie over de grondslag van de aanmelding of het op peil houden van de bekwaamheid van de betrokken instantie.
3. Alle gevoelige informatie die de Commissie in het kader van haar onderzoek ontvangt, wordt door haar vertrouwelijk behandeld.
4. Indien de Commissie vaststelt dat een aangemelde instantie niet aan de aanmeldingseisen voldoet, stelt zij een uitvoeringshandeling vast waarin de aanmeldende autoriteit wordt verzocht de nodige corrigerende maatregelen te treffen en zo nodig de aanmelding in te trekken.
Artikel 36
Operationele verplichtingen van aangemelde instanties
1. Aangemelde instanties voeren conformiteitsbeoordelingen uit volgens de conformiteitsbeoordelingsprocedures in bijlage IV.
2. Aangemelde instanties voeren de in deze verordening beschreven conformiteitsbeoordelingsactiviteiten op evenredige wijze uit, waarbij voorkomen wordt dat marktdeelnemers onnodig worden belast. Zij houden bij de uitoefening van hun activiteiten naar behoren rekening met de omvang van een onderneming, de sector waarin deze actief is, de structuur ervan, de relatieve complexiteit van de technologie van het speelgoed in kwestie en het massa- of seriële karakter van het productieproces.
Bij de uitoefening van hun activiteiten eerbiedigen de aangemelde instanties de striktheid en het beschermingsniveau die nodig zijn opdat het speelgoed voldoet aan deze verordening.
3. Wanneer een aangemelde instantie vaststelt dat het speelgoed niet voldoet aan de essentiële veiligheidseisen, de eisen in de overeenkomstige geharmoniseerde normen (indien van toepassing) of de eisen in de overeenkomstige gemeenschappelijke specificaties als bedoeld in artikel 14 (indien van toepassing), verlangt zij van die fabrikant dat hij passende corrigerende maatregelen neemt en geeft zij geen certificaat van EU-typeonderzoek af als bedoeld in bijlage IV, deel II, punt 6.
4. Wanneer een aangemelde instantie bij het toezicht op de conformiteit na verlening van een certificaat van EU-typeonderzoek vaststelt dat het speelgoed niet meer in overeenstemming is, verlangt zij van de fabrikant dat hij passende corrigerende maatregelen neemt; zo nodig schort zij het certificaat van EU-typeonderzoek op of trekt dit in.
5. Wanneer geen corrigerende maatregelen worden genomen of de genomen maatregelen niet het vereiste effect hebben, worden de certificaten van EU-typeonderzoek door de aangemelde instantie naargelang het geval beperkt, opgeschort of ingetrokken.
6. Wanneer een aangemelde instantie door een markttoezichtautoriteit wordt meegedeeld dat speelgoed waarvoor zij een certificaat van EU-typeonderzoek heeft afgegeven, niet voldoet aan de essentiële veiligheidseisen, trekt zij het certificaat van EU-typeonderzoek voor dat speelgoed in.
Artikel 37
Beroep tegen besluiten van aangemelde instanties
Een aangemelde instantie voorziet in een transparante en toegankelijke procedure om beroep aan te tekenen tegen haar besluiten.
Artikel 38
Informatieverplichting voor aangemelde instanties
1. Aangemelde instanties stellen de aanmeldende autoriteit in kennis van:
|
a) |
elke weigering, beperking, opschorting of intrekking van certificaten van EU-typeonderzoek; |
|
b) |
omstandigheden die van invloed zijn op de werkingssfeer van en de voorwaarden voor hun aanmelding; |
|
c) |
informatieverzoeken die zij van markttoezichtautoriteiten ontvangen over conformiteitsbeoordelingsactiviteiten; |
|
d) |
op verzoek, de binnen de werkingssfeer van hun aanmelding verrichte conformiteitsbeoordelingsactiviteiten en andere activiteiten, waaronder grensoverschrijdende activiteiten en uitbesteding. |
2. Aangemelde instanties verstrekken de andere uit hoofde van deze verordening aangemelde instanties die soortgelijke conformiteitsbeoordelingsactiviteiten voor hetzelfde speelgoed verrichten, relevante informatie over negatieve beoordelingsresultaten, en op verzoek ook over positieve beoordelingsresultaten.
3. Aangemelde instanties verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een markttoezichtautoriteit aan deze autoriteit alle informatie en documentatie over de door hen afgegeven of ingetrokken certificaten van EU-typeonderzoek en over de weigering een dergelijk certificaat af te geven, met inbegrip van testverslagen, en de in artikel 23 bedoelde technische documentatie.
Artikel 39
Uitwisseling van ervaringen
De Commissie voorziet in de organisatie van de uitwisseling van ervaringen tussen de nationale autoriteiten van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor het aanmeldingsbeleid.
Artikel 40
Coördinatie van aangemelde instanties
De Commissie zorgt voor passende coördinatie en samenwerking tussen uit hoofde van deze verordening aangemelde instanties in de vorm van een sectorale groep of groepen van aangemelde instanties.
Aangemelde instanties nemen rechtstreeks of via aangestelde vertegenwoordigers deel aan de werkzaamheden van die groep(en).
HOOFDSTUK VII
MARKTTOEZICHT
Artikel 41
Procedure voor Nationale maatregelen betreffende speelgoed dat op nationaal niveau een risico vertoont niet aan de bijzondere veiligheidseisen voldoet [Am. 166]
1. Wanneer de markttoezichtautoriteiten van een lidstaat voldoende redenen hebben om aan te nemen dat onder deze verordening vallend speelgoed een risico voor de gezondheid of de veiligheid van personen kinderen vertoont, voeren zij een beoordeling van het speelgoed uit in het licht van alle eisen die bij deze verordening zijn vastgesteld. Zij stellen de betrokken marktdeelnemer overeenkomstig artikel 4, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2019/1020 onmiddellijk in kennis van de door hen ingeleide procedure en van het mogelijke risico dat zij bij het speelgoed hebben vastgesteld, en zij geven de marktdeelnemer de gelegenheid om te reageren. De desbetreffende marktdeelnemers werken hiertoe op elke vereiste wijze samen met de markttoezichtautoriteiten. [Am. 167]
Wanneer een markttoezichtautoriteit bij deze beoordeling vaststelt dat speelgoed niet aan de eisen van deze verordening voldoet, verlangt zij onverwijld van de betrokken marktdeelnemer dat hij binnen een door de markttoezichtautoriteit vastgestelde redelijke termijn, en rekening houdend met de aard van het risico, passende corrigerende maatregelen neemt overeenkomstig artikel 16, lid 3, van Verordening (EU) 2019/1020.
De markttoezichtautoriteiten brengen de desbetreffende aangemelde instantie hiervan op de hoogte.
2. Wanneer de markttoezichtautoriteiten van mening zijn dat de non-conformiteit niet tot hun nationale grondgebied beperkt is, stellen zij de Commissie en de andere lidstaten in kennis van de resultaten van de beoordeling en van de maatregelen die zij van de desbetreffende marktdeelnemer hebben verlangd.
3. De marktdeelnemer zorgt ervoor dat passende corrigerende maatregelen worden toegepast op al het betrokken speelgoed dat hij in de Unie op de markt heeft aangeboden.
4. Wanneer de desbetreffende marktdeelnemer niet binnen de in lid 1, tweede alinea, bedoelde termijn doeltreffende corrigerende maatregelen neemt, nemen de markttoezichtautoriteiten passende voorlopige maatregelen om het op hun nationale markten aanbieden van het speelgoed te verbieden of te beperken, dan wel het speelgoed in de betrokken lidstaat uit de handel te nemen of terug te roepen.
De markttoezichtautoriteiten stellen de Commissie en de andere lidstaten onverwijld in kennis van deze maatregelen.
5. De in lid 4, tweede alinea, bedoelde informatie omvat alle bekende bijzonderheden, met name de gegevens die nodig zijn om het niet-conforme speelgoed te identificeren en om de unieke productidentificatiecode, de oorsprong van dat speelgoed, de aard van de beweerde non-conformiteit en van het risico, en de aard en de duur van de nationale maatregelen vast te stellen, evenals de argumenten die worden aangevoerd door de desbetreffende marktdeelnemer. De markttoezichtautoriteiten vermelden met name of de non-conformiteit een van de volgende oorzaken heeft:
|
a) |
het speelgoed voldoet niet aan de essentiële veiligheidseisen; |
|
b) |
tekortkomingen in de geharmoniseerde normen waarnaar in artikel 13 wordt verwezen; |
|
c) |
tekortkomingen in de in artikel 14 bedoelde gemeenschappelijke specificaties. |
6. De markttoezichtautoriteiten van andere lidstaten dan die welke de procedure krachtens dit artikel in gang heeft gezet, brengen de Commissie en de andere lidstaten onverwijld op de hoogte van door hen genomen maatregelen en van aanvullende informatie over de non-conformiteit van het speelgoed waarover zij beschikken, en van hun bezwaren indien zij het niet eens zijn met de aangemelde nationale maatregel.
7. Indien binnen drie maanden na ontvangst van de in lid 4, tweede alinea, bedoelde informatie geen bezwaar tegen een voorlopige maatregel van een lidstaat is aangetekend door een markttoezichtautoriteit van een lidstaat of de Commissie, wordt die maatregel geacht gerechtvaardigd te zijn.
8. De markttoezichtautoriteiten van de andere lidstaten zorgen ervoor dat ten aanzien van het speelgoed in kwestie onverwijld passende beperkende maatregelen worden genomen, zoals het uit de handel nemen van het speelgoed, en stellen de Commissie en de andere lidstaten in kennis van die maatregelen.
9. De in de leden 2, 4, 6 en 8 van dit artikel bedoelde informatie wordt meegedeeld via het in artikel 34 van Verordening (EU) 2019/1020 bedoelde informatie- en communicatiesysteem. Die mededeling laat de verplichting van de markttoezichtautoriteiten onverlet om overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EU) 2019/1020 kennis te geven van maatregelen tegen producten die een ernstig risico inhouden en artikel 19 van die verordening strikt te handhaven aangezien kinderen zeer kwetsbaar zijn ten aanzien van defecte, onveilige en namaakproducten . [Am. 168]
Artikel 42
Vrijwaringsprocedure van de Unie
1. Indien er na voltooiing van de procedure van artikel 41, leden 3 en 4, bezwaren tegen een maatregel van een lidstaat worden ingebracht, of de Commissie redenen heeft om aan te nemen dat een nationale maatregel in strijd zou kunnen zijn met de Uniewetgeving, treedt de Commissie onverwijld in overleg met de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) en voert zij een evaluatie van de nationale maatregel uit.
Aan de hand van de resultaten van die evaluatie stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast teneinde te bepalen of de nationale maatregel al dan niet gerechtvaardigd is.
De Commissie richt haar besluit tot alle lidstaten en stelt de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) er onverwijld van in kennis.
2. Indien de nationale maatregel gerechtvaardigd wordt geacht, nemen alle lidstaten de nodige maatregelen om het niet-conforme speelgoed uit de handel te nemen of terug te roepen, en stellen zij de Commissie daarvan in kennis.
Indien de nationale maatregel niet gerechtvaardigd wordt geacht, trekt de betrokken lidstaat de maatregel in.
3. Indien de nationale maatregel gerechtvaardigd wordt geacht en de non-conformiteit van het speelgoed wordt toegeschreven aan tekortkomingen in de geharmoniseerde normen als bedoeld in artikel 13 van deze verordening of de gemeenschappelijke specificaties als bedoeld in artikel 14 van deze verordening, past de Commissie de procedure van artikel 11 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 toe of wijzigt zij de gemeenschappelijke specificaties, naargelang het geval.
Artikel 43
Formele non-conformiteit
1. Onverminderd artikel 41 verlangt een markttoezichtautoriteit, wanneer zij een van de volgende feiten met betrekking tot speelgoed vaststelt, van de betrokken marktdeelnemer dat deze een einde maakt aan de non-conformiteit:
|
a) |
de CE-markering is in strijd met artikel 15 of 16 aangebracht; |
|
b) |
de CE-markering is niet aangebracht; |
|
c) |
het digitale productpaspoort is niet aangemaakt overeenkomstig artikel 17; [Am. 169] |
|
d) |
de gegevensdrager waarmee het digitale productpaspoort toegankelijk is, is niet aangebracht overeenkomstig artikel 17, lid 5; [Am. 170] |
|
e) |
de in artikel 23 bedoelde technische documentatie is niet beschikbaar of is onvolledig. |
2. Als de in lid 1 bedoelde non-conformiteit voortduurt, neemt de betrokken markttoezichtautoriteit passende maatregelen om het op de markt aanbieden van het speelgoed te beperken of te verbieden, of het speelgoed terug te roepen of uit de handel te nemen.
Artikel 44
Nationale maatregelen betreffende speelgoed dat aan de bijzondere veiligheidseisen voldoet, maar een risico inhoudt
1. Wanneer een markttoezichtautoriteit na uitvoering van een beoordeling overeenkomstig artikel 41, lid 1, vaststelt dat op de markt aangeboden speelgoed weliswaar aan de bijzondere veiligheidseisen voldoet, maar toch een risico voor de gezondheid en veiligheid van personen vormt, verlangt zij van de betrokken marktdeelnemer dat hij binnen een door de markttoezichtautoriteit vastgestelde redelijke termijn en rekening houdend met de aard van het risico, alle passende maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat het speelgoed dat risico niet meer met zich meebrengt wanneer het op de markt wordt aangeboden, of om het speelgoed uit de handel te nemen of terug te roepen.
2. De marktdeelnemer zorgt ervoor dat corrigerende maatregelen worden getroffen met betrekking tot al het betrokken speelgoed dat hij in de Unie op de markt heeft aangeboden.
3. De markttoezichtautoriteit van de lidstaat brengt de Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk op de hoogte van haar bevindingen en van de eventuele maatregelen die de marktdeelnemer naar aanleiding daarvan heeft genomen. Die informatie omvat alle bekende bijzonderheden, met name de gegevens die nodig zijn om het betrokken speelgoed te identificeren en om de unieke productidentificatiecode, de oorsprong en de toeleveringsketen van het speelgoed, de aard van het risico en de aard en de duur van de nationale maatregelen vast te stellen.
4. De Commissie treedt onverwijld in overleg met de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) en beoordeelt de genomen nationale maatregelen. Op grond van de resultaten van die evaluatie stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast waarin wordt bepaald of de nationale maatregel al dan niet gerechtvaardigd is, en zij stelt zo nodig passende maatregelen voor.
De Commissie richt haar besluit tot alle lidstaten en brengt de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) er onmiddellijk van op de hoogte.
5. De in lid 3 van dit artikel bedoelde informatie wordt meegedeeld via het in artikel 34 van Verordening (EU) 2019/1020 bedoelde informatie- en communicatiesysteem. Die mededeling laat de verplichting van de markttoezichtautoriteiten onverlet om overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EU) 2019/1020 kennis te geven van maatregelen tegen producten die een ernstig risico inhouden.
Artikel 45
Optreden van de Commissie in verband met speelgoed dat een risico inhoudt
1. Wanneer de Commissie constateert dat op de markt aangeboden speelgoed of een specifieke categorie speelgoed een risico voor de gezondheid en veiligheid van personen vormt, maar niettemin aan de bijzondere veiligheidseisen voldoet dan wel twijfels over de naleving doet rijzen, is zij bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen met maatregelen om ervoor te zorgen dat het speelgoed of de categorie speelgoed dat risico niet meer vormt wanneer het op de markt wordt aangeboden, uit de handel te nemen of terug te roepen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
a) |
uit voorafgaand overleg met de markttoezichtautoriteiten blijkt dat hun aanpak van het risico per markttoezichtautoriteit verschilt; |
|
b) |
het risico kan gezien de aard ervan niet worden behandeld in het kader van andere bij deze verordening vastgestelde procedures. |
2. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 50, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. Om naar behoren gemotiveerde dwingende redenen van urgentie die verband houden met de bescherming van de gezondheid en veiligheid van personen is de Commissie bevoegd om volgens de in artikel 50, lid 4, bedoelde procedure een onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandeling vast te stellen.
HOOFDSTUK VIII
GEDELEGEERDE BEVOEGDHEDEN EN COMITÉPROCEDURE
Artikel 46
Gedelegeerde bevoegdheden
1. De Commissie is overeenkomstig artikel 47 bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage VI wat betreft de in het digitale productpaspoort te verstrekken informatie, teneinde deze aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang en aan het niveau van digitale paraatheid van markttoezichtautoriteiten en van gebruikers en hun toezichthouders. [Am. 171]
2. De Commissie is overeenkomstig artikel 47 bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van artikel 19, lid 1, door te bepalen dat meer van de in bijlage VI vermelde informatie of, wanneer maatregelen worden genomen overeenkomstig artikel 41, lid 2 of 4, en artikel 44, lid 1, informatie over de non-conformiteit van het speelgoed in het register moet worden opgeslagen.
Bij de vaststelling van de gedelegeerde handelingen overeenkomstig de eerste alinea houdt de Commissie rekening met de volgende criteria:
|
a) |
samenhang met andere relevante handelingen van de Unie, indien van toepassing; |
|
b) |
de noodzaak om verificatie van de authenticiteit van het digitale productpaspoort mogelijk te maken; [Am. 172] |
|
c) |
de relevantie van de informatie voor het verbeteren van de efficiëntie en doeltreffendheid van markttoezichtcontroles en douanecontroles voor speelgoed; |
|
d) |
de noodzaak om onevenredige administratieve lasten voor marktdeelnemers te vermijden. |
3. De Commissie is overeenkomstig artikel 47 bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanvulling van deze verordening door te bepalen welke in het register opgeslagen informatie, naast de in artikel 20, lid 3, genoemde informatie, door de douaneautoriteiten moet worden gecontroleerd.
4. De Commissie is overeenkomstig artikel 47 bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage VII bij deze verordening, teneinde de lijst van voor de toepassing van artikel 20, lid 8, te gebruiken goederencodes en productomschrijvingen aan te passen. Deze aanpassingen zijn gebaseerd op de lijst in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87.
5. De Commissie is overeenkomstig artikel 47 bevoegd gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage III vast te stellen teneinde deze aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang aan te passen.
6. De Commissie is overeenkomstig artikel 47 bevoegd gedelegeerde handelingen tot wijziging van deel C van het aanhangsel van bijlage II vast te stellen teneinde gedurende een specifieke periode een bepaald krachtens deel III, punt 4, van bijlage II verboden gebruik van een specifieke stof of een specifiek mengsel in speelgoed toe te staan of een bepaald toegestaan gebruik te beperken. Bij de beoordeling van de verzoeken om vrijstelling en het bepalen van de duur ervan houdt de Commissie rekening met de beschikbaarheid van alternatieven en de mogelijk negatieve uitwerking op innovatie. Indien nodig moeten ook levenscyclusoverwegingen in aanmerking worden genomen bij de beoordeling van de gevolgen van vrijstellingen. Zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening stelt de Commissie overeenkomstig artikel 47 gedelegeerde handelingen vast tot wijziging van deel C van het aanhangsel van bijlage II met betrekking tot nikkel, ter vaststelling van de geldigheidsduur van de vrijstelling van het algemene verbod op die stof uit hoofde van bijlage II, deel III, punt 4. De Commissie motiveert elke verleende vrijstelling en maakt deze openbaar op een gemakkelijk toegankelijke en gebruiksvriendelijke manier. [Am. 251]
7. Het gebruik in speelgoed van een krachtens bijlage II, deel III, punt 4, a), b), d ter), d quater), d quinquies) en d sexies), verboden stof of mengsel kan alleen mag niet worden toegestaan als tenzij is voldaan aan alle onderstaande voorwaarden: [Am. 174]
|
a) |
het is veilig bevonden door het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA), in het bijzonder met het oog op de blootstelling, inclusief de totale doordat er geen kans op blootstelling uit andere bronnen bestaat onder overeenkomstig artikel 5, lid 2, eerste alinea, redelijkerwijs te verwachten gebruiksomstandigheden , en in het bijzonder rekening houdend met de kwetsbaarheid van kinderen; [Am. 175] |
|
a bis) |
verwijdering of vervanging door veranderingen in het ontwerp of het gebruik van andere materialen of bestanddelen zonder dergelijke stoffen of mengsels is technisch niet mogelijk; [Am. 176] |
|
b) |
er zijn geen geschikte alternatieve stoffen of mengsels beschikbaar, wat door het ECHA op basis van een analyse van alternatieven is vastgesteld; |
|
c) |
het gebruik van de stof of het mengsel in consumentenartikelen is niet verboden uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1907/2006. |
7 bis. Het gebruik in speelgoed van een krachtens bijlage II, deel III, punt 4, c), d) en d bis), verboden stof of mengsel mag niet worden toegestaan tenzij aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
|
a) |
het is veilig bevonden door het ECHA, in het bijzonder met het oog op de blootstelling, met inbegrip van de totale blootstelling uit alle potentiële bronnen, alsook bekende extra gevaren van gecombineerde blootstelling aan de verschillende stoffen en mengsels die aanwezig zijn in het speelgoed, en in het bijzonder rekening houdend met de kwetsbaarheid van kinderen; |
|
b) |
verwijdering of vervanging door veranderingen in het ontwerp of het gebruik van andere materialen of bestanddelen zonder dergelijke stoffen of mengsels is technisch niet mogelijk; |
|
c) |
er zijn geen geschikte alternatieve stoffen of mengsels beschikbaar, wat door het ECHA op basis van een analyse van alternatieven is vastgesteld; |
|
d) |
het gebruik van de stof of het mengsel in consumentenartikelen is niet verboden uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1907/2006. [Am. 177] |
7 ter. Vrijstellingen van het algemene verbod overeenkomstig de leden 7 en 7 bis zijn in de tijd beperkt. De geldigheidsduur van elke vrijstelling wordt onderworpen aan een evaluatie en kan per geval voor alle stoffen of mengsels worden verlengd. [Am. 252]
8. De Commissie is overeenkomstig artikel 47 bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deel A en deel B van het aanhangsel van bijlage II teneinde deze aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang aan te passen, door:
|
a) |
de invoering van voorwaarden voor de aanwezigheid van stoffen of mengsels in speelgoed en in het bijzonder grenswaarden voor specifieke stoffen of mengsels in speelgoed, met inbegrip van grenswaarden voor sporen van verboden stoffen of mengsels als bedoeld in bijlage II, deel III, punt 4; |
|
b) |
wijziging van de voorwaarden of grenswaarden voor de aanwezigheid van stoffen en mengsels in speelgoed. |
9. Voor de toepassing van de leden 6 tot en met 8 en 7 evalueert de Commissie systematisch en regelmatig de aanwezigheid van gevaarlijke chemische stoffen of mengsels in speelgoed. In deze evaluaties houdt de Commissie rekening met verslagen van markttoezichtinstanties en wetenschappelijk bewijsmateriaal dat door lidstaten en belanghebbenden is ingediend. [Am. 178]
Artikel 47
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
2. De in artikel 46 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van … [de datum van inwerkingtreding van de verordening] . De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 179]
3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 46 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4. Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie relevante belanghebbenden en de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. [Am. 180]
5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
6. Een op grond van artikel 46 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee drie maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee drie maanden verlengd. [Am. 181]
Artikel 48
Verzoeken om beoordeling voor de toepassing van artikel 46, lid 6
1. Verzoeken om een beoordeling van een krachtens deel III, punt 4, van bijlage II verboden stof of mengsel voor de toepassing van artikel 46, lid 6, worden bij het ECHA ingediend met gebruikmaking van het in lid 3 van dit artikel bedoelde formaat en instrument voor de indiening van die verzoeken. De verzoeken worden op een gemakkelijk toegankelijke en gebruiksvriendelijke manier openbaar gemaakt. [Am. 182]
2. Onverminderd de tweede alinea van dit lid kan eenieder die overeenkomstig lid 1 een verzoek om beoordeling indient, kan vragen dat bepaalde informatie vertrouwelijke bedrijfsinformatie niet openbaar wordt gemaakt , overeenkomstig de relevante Uniewetgeving . Het verzoek om vertrouwelijke behandeling gaat vergezeld van een toelichting op de reden waarom openbaarmaking van de informatie schadelijk zou kunnen zijn voor de commerciële belangen van de persoon die het verzoek om beoordeling indient of van andere betrokken partijen.
De volgende informatie waarover het ECHA beschikt, wordt gratis en in een gebruikersvriendelijk formaat openbaar gemaakt:
|
a) |
de naam van de rechtspersoon die het verzoek indient; |
|
b) |
de naam van de stof of het mengsel waarvoor om een vrijstelling wordt verzocht; |
|
c) |
het type speelgoed of onderdeel van speelgoed; |
|
d) |
het vervangingsplan, waar nodig; [Am. 183] |
3. Het ECHA Uiterlijk op... [de eerste dag van de maand volgend op één maand na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] ontwerpt het ECHA een formaat en instrumenten voor de indiening van de in lid 1 bedoelde verzoeken om beoordeling, alsook technische en wetenschappelijke richtsnoeren voor de indiening van dergelijke verzoeken, en maakt deze openbaar. [Am. 184]
Artikel 49
Adviezen van het ECHA
1. Wanneer overeenkomstig artikel 48, lid 1, een verzoek om een beoordeling bij het ECHA wordt ingediend, verstrekt het ECHA voor de toepassing van artikel 46, lid 6, adviezen aan de Commissie over het gebruik in speelgoed van krachtens bijlage II, deel III, punt 4, verboden stoffen of mengsels. Het ECHA beoordeelt in zijn adviezen of voor een specifieke toepassing wordt voldaan aan de criteria van artikel 46, lid 6, tweede alinea, punten a) en b) leden 7 en 7 bis . [Am. 185]
1 bis. De Commissie vaardigt richtsnoeren uit over de wijze waarop deze beoordeling wordt uitgevoerd, met name wat betreft de beschikbaarheid van alternatieve stoffen of mengsels en hoe de effecten van gecombineerde blootstelling krachtens deze verordening kunnen worden aangepakt. [Am. 186]
2. Het ECHA kan de indiener van het verzoek om beoordeling of een derde verzoeken om binnen een bepaalde termijn aanvullende informatie te verstrekken. Het ECHA houdt rekening met alle door derden ingediende informatie. Wanneer het ECHA dit nodig acht voor het bepalen van een passende geldigheidsduur van de vrijstelling, kan het ECHA de persoon die het verzoek om beoordeling indient, ook verzoeken een vervangingsplan in te dienen. [Am. 187]
3. De in lid 1 bedoelde adviezen worden binnen twaalf maanden na ontvangst van het verzoek om een beoordeling toegezonden aan de Commissie en op een gemakkelijk toegankelijke en gebruiksvriendelijke manier openbaar gemaakt . [Am. 188]
4. Die termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd indien het ECHA informatie moet opvragen bij een derde of indien er overeenkomstig artikel 48, lid 1, een groot aantal verzoeken om beoordeling bij het ECHA wordt ingediend.
5. Het ECHA evalueert zijn adviezen over het gebruik van in deel C van het aanhangsel van bijlage II vermelde stoffen of mengsels in speelgoed ten minste om de vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van een uit hoofde van artikel 46, lid 6, vastgestelde gedelegeerde handeling.
6. De Commissie vraagt het ECHA om advies over het gebruik van in deel C van het aanhangsel van bijlage II vermelde stoffen of mengsels in speelgoed zodra zij kennis krijgt van nieuwe wetenschappelijke informatie of technische ontwikkelingen die van invloed kan kunnen zijn op het toegestane gebruik van een specifieke stof of een specifiek mengsel in speelgoed. [Am. 189]
7. Voor de toepassing van artikel 46, lid 7 leden 7, 7 bis en 8 , kan de Commissie het ECHA om advies vragen over de veiligheid van een specifieke stof of een specifiek mengsel in speelgoed, waarbij rekening wordt gehouden met de algehele blootstelling aan de stof of het mengsel uit andere bronnen en met de kwetsbaarheid van kinderen. . [Am. 190]
8. Wanneer het ECHA overeenkomstig de bepalingen van dit artikel een advies opstelt, maakt het de informatie over het begin van de beoordeling, de goedkeuring van het advies en alle tussenstappen in de beoordelingsprocedure openbaar. Het ECHA maakt met name de ontwerpadviezen openbaar en biedt belanghebbende partijen de gelegenheid om binnen een termijn van ten minste vier weken opmerkingen over deze adviezen in te dienen.
8 bis. Aan het ECHA worden voldoende middelen verstrekt om het in staat te stellen zijn werkzaamheden te verrichten. [Am. 191]
Artikel 50
Comitéprocedure
1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité inzake de veiligheid van speelgoed. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
4. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8, in samenhang met artikel 5, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
HOOFDSTUK IX
VERTROUWELIJKHEID EN SANCTIES
Artikel 51
Vertrouwelijkheid
1. De bevoegde nationale autoriteiten, aangemelde instanties , het ECHA en de Commissie eerbiedigen de vertrouwelijkheid van de volgende bij het uitvoeren van hun taken overeenkomstig deze verordening verkregen informatie en gegevens: [Am. 192]
|
a) |
persoonsgegevens; |
|
b) |
commercieel vertrouwelijke informatie en handelsgeheimen van een natuurlijke of rechtspersoon, waaronder intellectuele eigendomsrechten, tenzij openbaarmaking daarvan in het algemeen belang is. |
|
b bis) |
de doeltreffende uitvoering van deze verordening, met name met het oog op onderzoeken, inspecties of audits. [Am. 193] |
2. Onverminderd lid 1 wordt informatie die op basis van vertrouwelijkheid tussen bevoegde nationale autoriteiten onderling en tussen de bevoegde autoriteiten en de Commissie wordt uitgewisseld niet openbaar gemaakt zonder rekening te houden met het advies van de bevoegde nationale autoriteit waarvan die informatie afkomstig is.
3. De leden 1 en 2 laten de rechten en verplichtingen van de Commissie, de lidstaten en de aangemelde instanties onverlet waar het gaat om de uitwisseling van informatie en de verspreiding van waarschuwingen, alsook de verplichtingen van de betrokken personen om in het kader van het strafrecht informatie te verstrekken.
4. De lidstaten en de Commissie mogen vertrouwelijke informatie uitwisselen met regelgevende autoriteiten van derde landen waarmee zij bilaterale of multilaterale geheimhoudingsregelingen hebben getroffen.
Artikel 52
Sancties
De lidstaten stellen voorschriften vast ten aanzien van de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden uitgevoerd. De sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op... [P.O. insert date: the first day of the month following 30 months after the date of entry into force of this Regulation] in kennis van deze voorschriften en delen haar onverwijld alle eventuele latere wijzigingen mee.
HOOFDSTUK IX BIS
AMENDEMENTEN
Artikel 52 bis
Wijziging van Richtlijn 2014/53/EU
Aan artikel 10, lid 3, van Richtlijn 2014/53/EU wordt de volgende tekst toegevoegd:
“Als de radioapparatuur in speelgoed zit, omvat het digitale productpaspoort dat is vastgesteld bij Verordening (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad van... betreffende de veiligheid van speelgoed ook de in bijlage VI en bijlage VII van deze richtlijn vermelde elementen.”. [Am. 194]
HOOFDSTUK X
SLOTBEPALINGEN
Artikel 53
Intrekking
Richtlijn 2009/48/EG wordt ingetrokken met ingang van…[OP: please insert the date = the first day of the month following 30 months after the date of entry into force of this Regulation].
Verwijzingen naar richtlijn 2009/48/EG gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage VIII.
Artikel 54
Overgangsbepalingen
1. Speelgoed dat vóór … [OP please insert the date = the first day of the month following 30 months after the date of entry into force of this Regulation] overeenkomstig Richtlijn 2009/48/EG in de handel is gebracht mag verder op de markt worden aangeboden tot … [OP please insert the date = the first day of the month following 42 50 months after the date of entry into force of this Regulation]. [Am. 195]
1 bis. Speelgoed dat in de handel is gebracht in overeenstemming met Richtlijn 2009/48/EG en voldoet aan deze verordening, mag niet uitsluitend door de afwezigheid van een digitaal productpaspoort als niet-conform worden beschouwd, op voorwaarde dat dezelfde informatie als in het paspoort door de fabrikant beschikbaar wordt gesteld op verzoek van de partijen die op grond van deze verordening recht hebben op toegang tot het digitaal productpaspoort. [Am. 196]
2. Hoofdstuk VII van deze verordening is van overeenkomstige toepassing in plaats van de artikelen 42, 43 en 45 van Richtlijn 2009/48/EG op speelgoed dat vóór... [PO insert date: the first day of the month following 30 months after the date of entry into force of this Regulation] overeenkomstig die richtlijn in de handel is gebracht, met inbegrip van speelgoed waarvoor reeds vóór... [PO insert date: the first day of the month following 30 months after the date of entry into force of this Regulation de eerste dag van de maand volgend op 50 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening ] een procedure overeenkomstig artikel 42 of 43 van Richtlijn 2009/48/EG is ingeleid. [Am. 197]
3. Certificaten van EG-typeonderzoek die zijn afgegeven overeenkomstig artikel 20 van Richtlijn 2009/48/EG blijven geldig tot... [PO insert date: the first day of the month following 42 24 months after the date of entry into force of this Regulation], tenzij zij voor die datum vervallen. [Am. 245]
Artikel 55
Evaluatie en beoordeling
1. Uiterlijk op …[OP please insert the date = the first day of the month following 60 months after the date of entry into force of this Regulation de eerste dag van de maand volgend op 68 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening ], en vervolgens om de vijf jaar, evalueert de Commissie deze verordening. De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in met de belangrijkste bevindingen. In het verslag wordt het volgende beoordeeld:
|
1) |
of met deze verordening – en in het bijzonder de bepalingen van hoofdstuk IV – de doelstelling is verwezenlijkt om een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en veiligheid van kinderen te waarborgen, en wordt de mogelijkheid beoordeeld om adaptief speelgoed in het toepassingsgebied van deze verordening op te nemen; |
|
2) |
de invloed van de verordening op de veiligheid van de gebruikers van speelgoed en de goede werking van de interne markt, alsmede een gedetailleerd overzicht van de gevolgen voor bedrijven, zoals het effect op de bedrijfskosten en het concurrentievermogen, in het bijzonder voor kmo’s; |
|
3) |
de aanwezigheid van chroom, cadmium, kwik en lood in speelgoed en de effecten daarvan op de veiligheid van de gebruikers van speelgoed. [Am. 199] |
2. Indien de Commissie dit passend acht, gaat het verslag vergezeld van een wetgevingsvoorstel tot wijziging van de desbetreffende bepalingen van deze verordening.
Artikel 56
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van … [OP please insert the date = the first day of the month following 30 months after the date of entry into force of this Regulation].
Artikel 2, lid 3, artikel 17, lid 10, de artikelen 24 tot en met 40 en de artikelen 46 tot en met 52 zijn evenwel van toepassing met ingang van... [OP: please insert the date of entry into force of this Regulation de datum van inwerkingtreding van deze verordening ]. [Am. 200]
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te …,
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
Voor de Raad
De voorzitter
(1) PB C [...], blz. [...].
(2) Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed (PB L 170 van 30.6.2009, blz. 1).
(3) COM(2020) 667 final
(4) PB L 11 van 15.1.2002, blz. 4.
(5) Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30).
(6) Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 82).
(7) Verordening (EU) 2023/988 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 inzake algemene productveiligheid, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 87/357/EEG van de Raad (PB L 135 van 23.5.2023, blz. 1).
(8) Verordening (EU) 2019/1020 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van Richtlijn 2004/42/EG en de Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en (EU) nr. 305/2011 (PB L 169 van 25.6.2019, blz. 1).
(9) Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG (PB L 153 van 22.5.2014, blz. 62).
(10) PO: Please insert in the text the number of the Regulation and insert the number, date, title and OJ reference of that Regulation in the footnote.
(11) Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en houdende intrekking van de Richtlijnen 80/590/EEG en 89/109/EEG (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4).
(12) Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).
(13) Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).
(14) Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).
(15) PO: Please insert in the text the number of the Regulation …. and insert the number, date, title and OJ reference of that Regulation in the footnote.
(16) Richtlijn (EU) 2020/2184 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (herschikking) (PB L 435 van 23.12.2020, blz. 1).
(17) Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12).
(18) PO: Please insert in the text the number of the Regulation establishing a framework for setting ecodesign requirements for sustainable products and repealing Directive 2009/125/EC…. and insert the number, date, title and OJ reference of that Regulation in the footnote.
(19) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (herschikking) (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
(20) Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).
(21) PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
(22) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(23) Verordening (EU) 2022/2399 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 tot instelling van de éénloketomgeving van de Europese Unie voor de douane en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 952/2013 (PB L 317 van 9.12.2022, blz. 1).
Bijlage I
PRODUCTEN WAAROP DEZE VERORDENING NIET VAN TOEPASSING IS
Deel I — Speelgoed dat van het toepassingsgebied van deze verordening is uitgesloten
|
1. |
Voor openbaar gebruik bestemde speeltoestellen in speeltuinen; |
|
2. |
voor openbaar gebruik bestemde automatische speeltoestellen, al dan niet bediend met muntstukken; |
|
3. |
speelgoedvoertuigen met verbrandingsmotor; |
|
4. |
speelgoedstoommachines. |
Deel II — Producten die niet als speelgoed in de zin van deze verordening worden beschouwd
|
1. |
Decoratieve voorwerpen voor feesten en festiviteiten; |
|
2. |
producten voor verzamelaars, mits op het product of de verpakking ervan zichtbaar en leesbaar is aangegeven dat het bestemd is voor verzamelaars van 14 jaar en ouder. Voorbeelden van deze categorie zijn:
|
|
3. |
sportartikelen, waaronder rolschaatsen , inlineskates en andere vervoermiddelen zoals skateboards en autopeds bestemd voor kinderen met een lichaamsgewicht van meer dan 20 kg; [Am. 201] |
|
4. |
fietsen met een maximale zadelhoogte van meer dan 435 mm, gemeten als de verticale afstand van de grond tot de top van het zadeloppervlak, met het zadel in een horizontale positie en de zadelpen geplaatst op de minimale insteekmarkering; |
|
5. |
autopeds en andere vervoermiddelen die ontworpen zijn voor sport of bestemd zijn voor gebruik op openbare wegen of openbare paden; [Am. 202] |
|
6. |
elektrisch aangedreven voertuigen die bestemd zijn voor gebruik op openbare wegen of openbare paden, of trottoirs daarvan; |
|
7. |
watersportuitrusting die bestemd is voor gebruik in diep water en zwemleermiddelen voor kinderen, zoals zwemzitjes en zwemhulpmiddelen; |
|
8. |
puzzels van meer dan 500 stukjes; |
|
9. |
geweren en pistolen die gebruikmaken van samengeperst gas, met uitzondering van waterpistolen, en bogen voor het boogschieten met een lengte van meer dan 120 cm; |
|
10. |
vuurwerk, waaronder slaghoedjes die niet specifiek voor speelgoed zijn ontworpen; |
|
11. |
producten en spellen waarbij projectielen met een scherpe punt worden gebruikt, zoals werppijltjes met metalen punten; |
|
12. |
functionele onderwijsproducten, zoals elektrische fornuizen, strijkijzers en andere functionele producten, gevoed met een nominale spanning van meer dan 24 volt, die uitsluitend worden verkocht om onder toezicht van volwassenen voor leerdoeleinden te worden gebruikt; |
|
13. |
producten die bestemd zijn voor gebruik voor onderwijsdoeleinden in scholen of in andere pedagogische omgevingen onder toezicht van een volwassen instructeur, zoals wetenschappelijk materiaal; |
|
14. |
elektronische apparatuur, zoals personal computers en spelconsoles, die wordt gebruikt om toegang te krijgen tot interactieve software, alsmede de bijbehorende randapparatuur of onderdelen , indien de elektronische apparatuur of de bijbehorende randapparatuur of onderdelen niet specifiek ontworpen zijn voor en gericht zijn op kinderen en op zichzelf geen spelwaarde hebben , zoals speciaal ontworpen personal computers, toetsenborden, joysticks of stuurwielen; [Am. 203] |
|
15. |
interactieve software, bestemd voor ontspanning en vermaak, zoals computerspelletjes, alsmede de opslagmedia daarvan; |
|
16. |
fopspenen; |
|
17. |
voor kinderen aantrekkelijke verlichtingsarmaturen; |
|
18. |
elektrische transformatoren voor speelgoed; |
|
19. |
modeaccessoires voor kinderen, die niet zijn bedoeld om mee te spelen; |
|
19 bis. |
boeken die bestemd zijn voor kinderen ouder dan 36 maanden die volledig zijn gemaakt van papier of karton, zonder aanvullende materialen of onderdelen. [Am. 204] |
Bijlage II
BIJZONDERE VEILIGHEIDSEISEN
Deel I — Fysische en mechanische eigenschappen
|
1. |
Speelgoed en onderdelen daarvan en, bij vast geïnstalleerd speelgoed, de verankering daarvan, hebben de vereiste mechanische sterkte en in voorkomend geval de vereiste stabiliteit om de bij het gebruik uitgeoefende druk te weerstaan zonder dat zij breken of kunnen vervormen en risico van lichamelijk letsel opleveren. |
|
2. |
Bereikbare hoeken, uitstekende delen, snoeren, kabels en bevestigingen van speelgoed zijn zodanig ontworpen en vervaardigd dat het risico van lichamelijk letsel bij contact zo klein mogelijk is. |
|
3. |
Speelgoed is zodanig ontworpen en vervaardigd dat het gebruik ervan geen of slechts minimaal risico voor de gezondheid en veiligheid meebrengt ten gevolge van de beweging van de onderdelen ervan. |
|
4 |
|
|
5. |
Waterspeelgoed is, gelet op het aanbevolen gebruik ervan, zodanig ontworpen en vervaardigd dat het risico van verlies van het drijfvermogen van het speelgoed, alsmede van de steun die het aan het kind geeft, zo klein mogelijk is. |
|
6. |
Speelgoed waar kinderen in kunnen kruipen en dat daardoor voor hen een besloten ruimte vormt, heeft een uitgang die door de beoogde gebruiker gemakkelijk van binnenuit kan worden geopend. |
|
7. |
Speelgoed waarmee de gebruikers zich kunnen voortbewegen, is voor zover mogelijk voorzien van remmen die aangepast zijn aan het soort speelgoed en die berekend zijn op de door het speelgoed opgewekte kinetische energie. Deze remmen kunnen gemakkelijk door de gebruikers worden bediend zonder dat zij risico lopen eruit of eraf te vallen en zonder risico van lichamelijk letsel voor de gebruiker of derden.
Voor elektrisch aangedreven speelgoed om op te rijden, wordt de maximale representatieve mogelijke rijsnelheid die wordt bepaald door het ontwerp van het speelgoed beperkt om het risico van letsel zo klein mogelijk te maken. |
|
8. |
De vorm en de samenstelling van projectielen en de kinetische energie die zij bij lancering door daarvoor ontworpen speelgoed kunnen ontwikkelen, zijn zodanig dat er, gelet op de aard van het speelgoed, geen risico van lichamelijk letsel voor de gebruiker of voor derden bestaat. |
|
9. |
Speelgoed is zodanig vervaardigd dat:
|
|
10. |
Speelgoed dat ontworpen is om geluid te produceren, is zodanig ontworpen en vervaardigd dat de maximumwaarden van het geproduceerde impulsgeluid en continu geluid het gehoor van kinderen niet kan beschadigen. De grenswaarden worden vastgesteld door middel van een gedelegeerde handeling. De maximumwaarden mogen de in Richtlijn 2003/10/EG vastgestelde waarden niet overschrijden. [Am. 205] |
|
11. |
Speeltoestellen zijn zodanig vervaardigd dat het risico van verbrijzeling of beknelling van lichaamsdelen dan wel verstrikking van kleding en het risico van vallen, botsen en verdrinken, zo klein mogelijk zijn. In het bijzonder moeten alle voor kinderen toegankelijke oppervlakken ervan zodanig zijn ontworpen dat ze het gewicht van de kinderen die erop spelen kunnen dragen. |
Deel II — Ontvlambaarheid
|
1. |
Speelgoed mag in de omgeving van het kind geen gevaarlijk ontvlambaar element zijn. Daarom voldoen de materialen waarvan het vervaardigd is aan een of meer van de volgende voorwaarden:
Brandbare materialen in het speelgoed mogen geen risico van ontbranding opleveren voor andere in het speelgoed verwerkte materialen. |
|
2. |
Speelgoed dat aan beide onderstaande voorwaarden voldoet, mag als zodanig geen stoffen of mengsels bevatten die ontvlambaar kunnen worden door het verlies van vluchtige niet-ontvlambare bestanddelen:
|
|
3. |
Speelgoed, met uitzondering van speelgoedklappertjes, is niet ontplofbaar en bevat geen elementen of stoffen die bij gebruik overeenkomstig Artikel 5, lid 2, eerste alinea, zouden kunnen ontploffen. |
|
4. |
Speelgoed, in het bijzonder chemische spellen en speelgoedartikelen, mag geen stoffen of mengsels bevatten:
|
Deel III — Chemische eigenschappen
|
1. |
Speelgoed is zodanig ontworpen en vervaardigd dat het bij gebruik overeenkomstig Artikel 5, lid 2, eerste alinea, geen risico van schadelijke effecten voor de gezondheid van mensen oplevert door blootstelling aan de chemische stoffen of mengsels waarvan het vervaardigd is of die het bevat.
Speelgoed voldoet aan de toepasselijke Uniewetgeving betreffende bepaalde soorten producten en beperkingen voor bepaalde stoffen en mengsels. Speelgoed of onderdelen daarvan en verpakkingen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht bij normaal of te verwachten gebruik met levensmiddelen in contact te komen of aan levensmiddelen hun bestanddelen af te geven, voldoen ook aan Verordening (EG) nr. 1935/2004. |
|
2. |
Speelgoed dat op zichzelf een stof of mengsel is, voldoet tevens aan Verordening (EG) nr. 1272/2008 , alsook aan de etiketteringsvoorschriften van Verordening (EG) nr. 1223/2009 . [Am. 207] |
|
3. |
Speelgoed voldoet aan de specifieke eisen en voorwaarden voor chemische stoffen in deel A van het aanhangsel en aan de etiketteringsvoorschriften in deel B van het aanhangsel. |
|
4. |
Het gebruik in speelgoed, bestanddelen van speelgoed of microstructureel afzonderlijke delen van speelgoed, van stoffen of mengsels die
voldoen aan de criteria van artikel 57 van deze verordening en overeenkomstig artikel 59, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 zijn vastgesteld, die
in deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 zijn ingedeeld
of aan de criteria voor indeling voldoen
in de volgende categorieën
is
verboden: [Am. 208]
|
|
4 bis) |
Het gebruik in speelgoed, bestanddelen van speelgoed of microstructureel afzonderlijke delen van speelgoed, van poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) en bisfenolen is verboden. Speelgoed dat bestemd is voor gebruik door kinderen jonger dan 36 maanden of ander speelgoed dat bedoeld is om in de mond te worden genomen, mag geen geurstoffen bevatten. [Am. 215] |
|
5. |
De niet-bedoelde aanwezigheid van een stof of mengsel als bedoeld in punt 4, als gevolg van onzuiverheden van natuurlijke of synthetische ingrediënten of van het fabricageproces en die technisch onvermijdelijk is bij goede fabricagepraktijken, wordt toegestaan mits het speelgoed ondanks deze aanwezigheid aan de algemene veiligheidseis blijft voldoen. |
|
6. |
In afwijking van punt 4 mogen krachtens dat punt verboden stoffen of mengsels die in deel C van het aanhangsel worden vermeld, onder de daarin vermelde voorwaarden worden gebruikt in speelgoed. |
|
7. |
De punten 4 en 6 zijn niet van toepassing op:
|
|
8. |
Cosmetisch speelgoed, zoals speelgoedcosmetica voor poppen of kinderen, slijm, vingerverf of boetseerklei , voldoet aan de voorschriften inzake de samenstelling en de etikettering in Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad (1). [Am. 217] |
Deel IV — Elektrische eigenschappen
|
1. |
Speelgoed wordt niet met een hogere elektrische spanning dan 24 volt gelijkstroom of gelijkwaardige wisselstroom gevoed en de spanning aan de bereikbare delen bedraagt niet meer dan 24 volt gelijkstroom of gelijkwaardige wisselstroom.
De inwendige spanning is niet hoger dan 24 volt gelijkstroom of gelijkwaardige wisselstroom, tenzij gewaarborgd wordt dat de gegenereerde combinatie van spanning en stroom, ook als het speelgoed kapot is, geen enkel risico voor de gezondheid en veiligheid of geen enkele schadelijke elektrische schok oplevert. [Am. 218] |
|
2. |
Delen van speelgoed die in contact staan of kunnen komen met een elektriciteitsbron die een elektrische schok kan veroorzaken, alsmede de draden of andere geleiders waarlangs de elektriciteit naar deze delen wordt geleid, zijn goed geïsoleerd en mechanisch beveiligd om het risico van elektrische schokken te voorkomen. |
|
3. |
Elektrisch aangedreven speelgoed moet zo zijn ontworpen en vervaardigd dat de hoogste temperaturen die optreden aan de oppervlakte van alle rechtstreeks toegankelijke delen, bij aanraking daarvan geen brandwonden kunnen veroorzaken. |
|
4. |
Bij te voorziene defecten biedt het speelgoed bescherming tegen elektrische gevaren als gevolg van een elektrische voedingsbron. |
|
5. |
Elektrisch speelgoed biedt adequate bescherming tegen brandgevaar. |
|
6. |
Elektrisch speelgoed is zodanig ontworpen en vervaardigd dat de door de apparatuur gegenereerde elektrische, magnetische en elektromagnetische velden en andere stralingen niet sterker zijn dan nodig is voor de werking van het speelgoed en moet functioneren op een veilig niveau overeenkomstig de algemeen erkende stand van de techniek, rekening houdend met specifieke maatregelen van de Unie. |
|
7. |
Speelgoed met een elektronisch regelsysteem moet zodanig worden ontworpen en vervaardigd dat het speelgoed ook veilig functioneert als het elektronische systeem, al dan niet door een externe factor, defect raakt of uitvalt. |
|
8. |
Speelgoed moet zodanig zijn ontworpen en vervaardigd dat geen enkel gezondheidsgevaar of risico van oog- of huidletsel optreedt als gevolg van lasers, lichtgevende dioden (leds) of andere soorten straling. |
|
9. |
De elektrische transformator van het speelgoed vormt geen integraal deel van het speelgoed. |
Deel V — Hygiëne
|
1. |
Wat hygiëne en reinheid betreft, is speelgoed zodanig ontworpen en vervaardigd dat het geen risico van infectie, ziekte en besmetting oplevert. |
|
2. |
Speelgoed dat bestemd is voor gebruik door kinderen jonger dan 36 maanden of dat bedoeld is om in de mond genomen te worden, is zodanig ontworpen en vervaardigd dat het gereinigd kan worden. Speelgoed van textiel moet dan ook gewassen kunnen worden, tenzij het een mechanisme bevat dat beschadigd kan worden als het bij het wassen doorweekt raakt. Het speelgoed voldoet ook na het reinigen aan de veiligheidseisen overeenkomstig het bepaalde in dit punt en de gebruiksaanwijzing van de fabrikant. [Am. 219] |
|
3. |
Speelgoed met toegankelijk waterig materiaal is zodanig ontworpen en vervaardigd dat het geen microbiologisch risico vormt. |
Deel VI — Radioactiviteit
Speelgoed voldoet aan alle toepasselijke maatregelen genomen uit hoofde van hoofdstuk III van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.
(1) Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende cosmetische producten (PB L 342 van 22.12.2009, blz. 59).
Aanhangsel
Specifieke voorwaarden voor de aanwezigheid van bepaalde chemische stoffen of mengsels in speelgoed
Deel A. Stoffen waarvoor specifieke grenswaarden gelden
|
1. |
De volgende migratielimieten voor speelgoed, bestanddelen van speelgoed of microstructureel afzonderlijke delen van speelgoed worden niet overschreden:
|
[Am. 257]
Deze grenswaarden zijn niet van toepassing op speelgoed, bestanddelen van speelgoed of microstructureel afzonderlijke delen van speelgoed waarbij door de toegankelijkheid, de functie, het volume of de massa ervan, duidelijk geen risico als gevolg van zuigen, likken, inslikken of langdurig huidcontact bestaat bij gebruik overeenkomstig Artikel 5, lid 2, eerste alinea.
|
1 bis. |
Speelgoed bevat geen chroom VI, cadmium, kwik en lood, tenzij de aanwezigheid ervan met goede fabricagemethoden technisch niet te voorkomen is en de aantoonbaarheidsgrens in het homogene materiaal niet overschrijdt. [Am. 255] |
|
2. |
Nitrosaminen en nitroseerbare stoffen zijn verboden in alle speelgoed. De migratie van die stoffen uit speelgoed , bestanddelen van speelgoed of microstructureel afzonderlijke delen van speelgoed mag niet meer bedragen dan 0,01 mg/kg voor nitrosaminen en 0,1 mg/kg voor nitroseerbare stoffen. [Am. 256] |
|
3. |
De volgende grenswaarden voor speelgoed, bestanddelen van speelgoed of microstructureel afzonderlijke delen van speelgoed worden niet overschreden:
|
|
4. |
Speelgoed bevat niet de volgende allergene geurstoffen, tenzij de aanwezigheid ervan in het speelgoed technisch niet te voorkomen is met goede fabricagemethoden en
10
mg/kg niet overschrijdt: [Am. 221]
|
Deel B. Stoffen waarvoor specifieke etiketteringsvoorschriften gelden
|
1. |
De namen van de volgende allergene geurstoffen worden op het speelgoed, op een aangehecht etiket, op de verpakking of in een bijsluiter alsook in het
digitale
productpaspoort vermeld indien die allergenen aan speelgoed worden toegevoegd en in het speelgoed of een bestanddeel daarvan aanwezig zijn in een concentratie van meer dan
10
mg/kg: [Am. 222]
|
|
2. |
Het gebruik van de in de nummers 41 tot en met 55 in de tabel in deel A, punt 4, vermelde geurstoffen en van de in de nummers 1 tot en met 10 in de tabel in punt 1 van dit deel vermelde geurstoffen is onder de volgende voorwaarden toegestaan in geurbordspelen, cosmeticasets en smaakspellen:
Dergelijke geurbordspelen, cosmeticasets en smaakspellen zijn verboden voor gebruik van kinderen jonger dan 36 maanden en moeten voldoen aan Bijlage III, punt 2. |
Deel C. Toegestaan gebruik van stoffen waarvoor een algemeen verbod geldt krachtens Bijlage II, deel III, punt 4
|
Stof |
Indeling |
Toegestaan gebruik |
Data van toepasselijkheid [Am. 258] |
|
Nikkel |
Carc. 2 |
In speelgoed en onderdelen van speelgoed in roestvrij staal. In onderdelen van speelgoed voor de geleiding van elektriciteit. |
|
Bijlage III
WAARSCHUWINGEN EN VERMELDING VAN VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET GEBRUIK VAN BEPAALDE CATEGORIEËN SPEELGOED
1. Algemene regels — Presentatie
Alle waarschuwingen moeten worden voorafgegaan door het woord “Waarschuwing” of door een algemeen pictogram zoals het volgende pictogram dat duidelijk zichtbaar moet worden weergegeven : [Am. 223]
2. Speelgoed dat niet bestemd is voor gebruik door kinderen jonger dan 36 maanden
Op speelgoed dat gevaarlijk kan zijn voor kinderen jonger dan 36 maanden wordt een waarschuwing aangebracht, bijvoorbeeld: “Niet geschikt voor kinderen jonger dan 36 maanden” of “Niet geschikt voor kinderen jonger dan drie jaar”, dan wel het volgende pictogram:
Het pictogram heeft een diameter van ten minste 10 mm en bestaat uit een rode cirkel met een witte achtergrond en met de tekst en het gezicht in zwarte kleur. Deze waarschuwingen gaan vergezeld van een beknopte aanduiding van het specifieke gevaar waarop deze voorzorg is gebaseerd, die in de gebruiksaanwijzing kan worden opgenomen. [Am. 224]
Dit punt is niet van toepassing op speelgoed dat gezien de functie, afmetingen, eigenschappen of kenmerken dan wel om andere gegronde redenen duidelijk niet geschikt is voor kinderen jonger dan 36 maanden.
3. Speeltoestellen
Op speeltoestellen wordt de volgende waarschuwing aangebracht:
“Uitsluitend voor huishoudelijk gebruik”.
Aan een balk bevestigd speelgoed en andere speeltoestellen, indien van toepassing, dient of dienen te zijn voorzien van een gebruiksaanwijzing, waarin de aandacht wordt gevestigd op de noodzaak van periodieke controles en onderhoud van de belangrijkste delen (ophangingsmiddelen, haken, bevestiging op de grond enz.) en waarin wordt aangegeven dat het speelgoed kan vallen of omvallen als deze controles niet worden uitgevoerd.
Tevens worden aanwijzingen voor een correcte montage van het speelgoed gegeven, met vermelding van de delen die bij verkeerde montage gevaren kunnen opleveren. Er wordt specifieke informatie gegeven over voor het plaatsen van het speelgoed geschikte oppervlakken.
4. Functioneel speelgoed
Op functioneel speelgoed wordt de volgende waarschuwing aangebracht:
“Gebruiken onder direct toezicht van een volwassene”.
Bovendien gaat functioneel speelgoed vergezeld van een gebruiksaanwijzing met instructies inzake de bediening en de door de gebruiker te nemen voorzorgsmaatregelen en met de waarschuwing dat, indien deze gebruiksaanwijzing met instructies of voorzorgsmaatregelen niet worden gevolgd, de gebruiker wordt blootgesteld aan de gevaren die eigen zijn aan het apparaat of het product waarvan het speelgoed een schaalmodel of een imitatie vormt. Deze gevaren moeten specifiek in de waarschuwing worden vermeld. Tevens wordt aangegeven dat het speelgoed buiten het bereik van kinderen moet worden gehouden die jonger zijn dan een bepaalde, door de fabrikant te specificeren leeftijd.
5. Chemisch speelgoed
Onverminderd de toepassing van Uniewetgeving betreffende de indeling, verpakking en etikettering van bepaalde stoffen en mengsels, wordt in de gebruiksaanwijzing van speelgoed dat stoffen of mengsels bevat die als zodanig gevaarlijk zijn, gewaarschuwd voor de gevaarlijke aard van die stoffen of mengsels en worden daarin de voorzorgsmaatregelen vermeld die de gebruiker moet nemen om de desbetreffende gevaren te vermijden. Deze voorzorgsmaatregelen moeten kort nader worden aangeduid en betrekking hebben op het type speelgoed. Daarnaast wordt aangegeven welke eerste hulp moet worden verleend bij ernstige ongevallen die het gevolg zijn van het gebruik van het desbetreffende soort speelgoed. Tevens wordt aangegeven dat het speelgoed buiten het bereik van kinderen onder een bepaalde leeftijd, die door de fabrikant nader te bepalen is, moet worden gehouden.
Ter aanvulling van de in de eerste alinea bedoelde aanwijzingen wordt op de verpakking van chemisch speelgoed de volgende waarschuwing aangebracht:
“Niet geschikt voor kinderen jonger dan... (1) jaar. Gebruiken onder toezicht van volwassenen”.
6. Schaatsen, rolschaatsen, inlineskates, skateboards, autopeds en speelgoedfietsen
Wanneer schaatsen, rolschaatsen, inlineskates, skateboards, autopeds en speelgoedfietsen als speelgoed te koop worden aangeboden, wordt daarop de volgende waarschuwing aangebracht:
“Beschermingsmiddelen dragen. Niet gebruiken in het verkeer”.
In de gebruiksaanwijzing wordt erop gewezen dat, om valpartijen en botsingen met letsel voor de gebruiker en derden te voorkomen, met dit speelgoed voorzichtig moet worden omgegaan omdat er grote vaardigheid voor vereist is. Ook wordt aangegeven welke beschermingsmiddelen worden aangeraden (helm, handschoenen, kniebeschermers, elleboogbeschermers enz.).
7. Waterspeelgoed
Op waterspeelgoed wordt de volgende waarschuwing aangebracht:
“Uitsluitend te gebruiken in water waar kinderen kunnen staan en onder toezicht van volwassenen”.
8. Speelgoed in levensmiddelen
Op verpakkingen van levensmiddelen die speelgoed bevatten of op verpakkingen van levensmiddelen die met speelgoed zijn samengevoegd, wordt de volgende waarschuwing aangebracht: [Am. 225]
“Bevat speelgoed. Toezicht door volwassenen aanbevolen”.
9. Imitaties van beschermingsmaskers en helmen
Indien imitaties van beschermingsmaskers en helmen als speelgoed te koop worden aangeboden, wordt daarop de volgende waarschuwing aangebracht:
“Dit speelgoed biedt geen bescherming”.
10. Speelgoed dat bestemd is om boven een wieg, ledikantje of kinderwagen te worden bevestigd door middel van draden, koorden of riempjes
Bij speelgoed dat bestemd is om boven een wieg, ledikantje of kinderwagen te worden bevestigd door middel van draden, koorden of riempjes, moet de volgende waarschuwing op de verpakking van het speelgoed en permanent op het speelgoed zelf worden aangebracht:
“Om te voorkomen dat het kind verstrikt raakt en zich bezeert, verwijder dit speelgoed wanneer het kind op handen en voeten begint te kruipen”.
11. Verpakkingen voor geurstoffen in geurbordspelen, cosmeticasets en smaakspellen
Op verpakkingen van geurstoffen in geurbordspelen, cosmeticasets en smaakspellen die de in de nummers 41 tot en met 55 in de tabel in deel A, punt 4, van het aanhangsel van Bijlage II bedoelde geurstoffen en de in de nummers 1 tot en met 10 in de tabel in deel B, punt 1, van dat aanhangsel bedoelde geurstoffen bevatten, wordt de volgende waarschuwing aangebracht:
“Bevat geurstoffen die allergie kunnen veroorzaken”.
(1) Leeftijd door de fabrikant te bepalen.
Bijlage IV
CONFORMITEITSBEOORDELINGSPROCEDURES
Deel I — Module A: Interne productiecontrole
|
1. |
Met “interne productiecontrole” wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij de fabrikant de verplichtingen in de punten 2, 3 en 4 nakomt en op eigen verantwoordelijkheid garandeert en verklaart dat het speelgoed voldoet aan de eisen van deze verordening. |
|
2. |
Technische documentatie
De fabrikant stelt de technische documentatie samen. Aan de hand van deze documentatie moet kunnen worden beoordeeld of het product aan de relevante eisen voldoet, en de documentatie omvat een adequate risicoanalyse en -beoordeling. De technische documentatie bevat de toepasselijke vereisten en heeft, voor zover relevant voor de beoordeling, betrekking op het ontwerp, de fabricage en de werking van het speelgoed. De technische documentatie bevat ten minste de elementen die worden uiteengezet in bijlage V. |
|
3. |
Fabricage
De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricage- en controleproces waarborgt dat de vervaardigde producten conform zijn met de in punt 2 bedoelde technische documentatie en met de eisen van deze verordening. |
|
4. |
CE-markering en digitaal productpaspoort [Am. 226] |
|
4.1. |
De fabrikant brengt de CE-markering aan op elk afzonderlijk stuk speelgoed dat aan de toepasselijke eisen van deze verordening voldoet. |
|
4.2. |
De fabrikant stelt voor een speelgoedmodel een digitaal productpaspoort op en zorgt ervoor dat dit, samen met de technische documentatie, tot tien jaar na het in de handel brengen van het laatste artikel van het speelgoedmodel beschikbaar blijft. In het digitale productpaspoort wordt het speelgoed beschreven. [Am. 227] |
|
5. |
Gemachtigde
De in punt 4 vervatte verplichtingen van de fabrikant kunnen namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid worden vervuld door zijn gemachtigde, op voorwaarde dat deze verplichtingen in het mandaat zijn gespecificeerd. |
Deel II — Module B: EU-typeonderzoek
|
1. |
Het “EU-typeonderzoek” is het gedeelte van een conformiteitsbeoordelingsprocedure waarin de aangemelde instantie het technisch ontwerp van speelgoed onderzoekt om te controleren of het aan de eisen van deze verordening voldoet, en een verklaring hierover verstrekt. |
|
2. |
Het EU-typeonderzoek kan op een van de volgende wijzen worden verricht:
|
|
3. |
De fabrikant dient een aanvraag voor het EU-typeonderzoek in bij een aangemelde instantie van zijn keuze.
De aanvraag omvat:
|
|
4. |
De aangemelde instantie verricht de volgende handelingen:
Voor het speelgoed: |
|
4.1. |
zij onderzoekt de technische documentatie en het bewijsmateriaal om de geschiktheid van het technische ontwerp van het speelgoed te beoordelen;
Voor het monster: |
|
4.2. |
zij controleert of het monster overeenkomstig de technische documentatie is vervaardigd en stelt vast welke elementen overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de relevante geharmoniseerde normen en/of gemeenschappelijke specificaties zijn ontworpen, alsook welke elementen zijn ontworpen zonder toepassing van de relevante bepalingen van die normen; |
|
4.3. |
zij verricht de nodige onderzoeken en tests, of laat die verrichten om, ingeval de fabrikant heeft gekozen voor de oplossingen uit de relevante geharmoniseerde normen en/of gemeenschappelijke specificaties, te controleren of deze op de juiste wijze zijn toegepast; |
|
4.4. |
zij verricht de nodige onderzoeken en tests, of laat die verrichten om, ingeval de oplossingen uit de relevante geharmoniseerde normen en/of gemeenschappelijke specificaties niet zijn toegepast, te controleren of de door de fabrikant gekozen oplossingen aan de desbetreffende essentiële eisen van het wetgevingsinstrument voldoen; |
|
4.5. |
zij stelt in overleg met de fabrikant de plaats vast waar de onderzoeken en tests zullen worden uitgevoerd. |
|
5. |
De aangemelde instantie stelt een evaluatieverslag op over de overeenkomstig punt 4 verrichte activiteiten en de resultaten daarvan. Onverminderd haar verplichtingen ten aanzien van de aanmeldende autoriteiten, maakt de aangemelde instantie de inhoud van dit verslag uitsluitend met instemming van de fabrikant geheel of gedeeltelijk openbaar. |
|
6. |
Indien het type voldoet aan de eisen van deze verordening, verstrekt de aangemelde instantie de fabrikant een certificaat van EU-typeonderzoek. Het certificaat van EU-typeonderzoek bevat een verwijzing naar deze verordening, een afbeelding in kleur en een duidelijke beschrijving van het speelgoed, met vermelding van de afmetingen ervan, alsmede een lijst van de uitgevoerde tests, waarin verwezen wordt naar het desbetreffende testverslag. Het certificaat bevat de naam en het adres van de fabrikant, een aanduiding van de plaats van fabricage, de conclusies van het onderzoek, de eventuele voorwaarden voor de geldigheid ervan en de noodzakelijke gegevens voor de identificatie van het goedgekeurde type. Het certificaat kan vergezeld gaan van bijlagen.
Het certificaat en de bijlagen bevatten alle informatie die nodig is om de conformiteit van de gefabriceerde producten met het onderzochte type te kunnen toetsen en controles tijdens het gebruik te kunnen verrichten. Wanneer het type niet aan de toepasselijke eisen van deze verordening voldoet, weigert de aangemelde instantie een certificaat van EU-typeonderzoek te verstrekken en brengt zij de aanvrager hiervan op de hoogte met vermelding van de precieze redenen voor de weigering. |
|
7. |
De aangemelde instantie houdt zich op de hoogte van de ontwikkelingen met betrekking tot de algemeen erkende stand van de techniek; indien blijkt dat het goedgekeurde type dientengevolge mogelijk niet meer aan deze verordening voldoet, beoordeelt zij of nader onderzoek nodig is. Als dit het geval is, stelt de aangemelde instantie de fabrikant daarvan in kennis.
De fabrikant stelt de aangemelde instantie die de technische documentatie betreffende het certificaat van EU-typeonderzoek bewaart, in kennis van alle wijzigingen van het goedgekeurde type die van invloed kunnen zijn op de conformiteit van het speelgoed met de essentiële eisen van deze verordening of de voorwaarden voor de geldigheid van het certificaat. Dergelijke wijzigingen vereisen een aanvullende goedkeuring in de vorm van een bijvoegsel bij het oorspronkelijke certificaat van EU-typeonderzoek. |
|
8. |
Elke aangemelde instantie stelt de autoriteiten die haar hebben aangemeld in kennis van de door haar verstrekte of ingetrokken certificaten van EU-typeonderzoek en aanvullingen daarop en verstrekt deze autoriteiten op gezette tijden of op verzoek een lijst van geweigerde, geschorste of anderszins beperkte certificaten en aanvullingen daarop.
Elke aangemelde instantie stelt de andere aangemelde instanties in kennis van de door haar geweigerde, ingetrokken, geschorste of anderszins beperkte certificaten van EU-typeonderzoek en bijvoegsels daarbij, alsmede, op verzoek, van de door haar verstrekte certificaten en bijvoegsels daarbij. De lidstaten, de Commissie, en de andere aangemelde instanties kunnen op verzoek een kopie van de certificaten van EU-typeonderzoek en aanvullingen daarop ontvangen. De lidstaten en de Commissie kunnen op verzoek een kopie van de technische documentatie en de resultaten van het door de aangemelde instantie verrichte onderzoek ontvangen. De aangemelde instantie bewaart een kopie van het certificaat van EU-typeonderzoek, de bijlagen en bijvoegsels erbij en het technisch dossier, met inbegrip van de door de fabrikant overgelegde documentatie, tot het einde van de geldigheidsduur van het certificaat. |
|
9. |
De fabrikant houdt tot tien jaar na het in de handel brengen van het laatste artikel van het speelgoedmodel een kopie van het certificaat van EU-typeonderzoek, de bijlagen en bijvoegsels erbij, samen met de technische documentatie, ter beschikking van de nationale autoriteiten. [Am. 228] |
|
10. |
De gemachtigde vertegenwoordiger van de fabrikant kan de in punt 3 bedoelde aanvraag indienen en de in de punten 7 en 9 vermelde verplichtingen vervullen, op voorwaarde dat dit in het mandaat gespecificeerd is. |
Deel III — Module C: Conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole [Am. 229
|
1. |
Met “conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole” wordt het gedeelte van een conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarin de fabrikant de verplichtingen in de punten 2 en 3 nakomt en garandeert en verklaart dat de betrokken producten overeenstemmen met het type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en voldoen aan de toepasselijke eisen van het wetgevingsinstrument. |
|
2. |
Fabricage
De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricage- en controleproces waarborgt dat de vervaardigde producten conform zijn met het goedgekeurde type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en met de toepasselijke eisen van het wetgevingsinstrument. |
|
3. |
CE-markering en digitaal productpaspoort [Am. 230] |
|
3.1. |
De fabrikant brengt de CE-markering aan op elk afzonderlijk product dat in overeenstemming is met het type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en met de toepasselijke eisen van het wetgevingsinstrument. |
|
3.2. |
De fabrikant maakt een digitaal productpaspoort voor een speelgoedmodel aan en zorgt ervoor dat dit tot tien jaar na het in de handel brengen van het laatste artikel van het speelgoedmodel beschikbaar blijft. In het digitale productpaspoort wordt het speelgoed beschreven. [Am. 231] |
|
4. |
Gemachtigde
De in punt 3 vervatte verplichtingen van de fabrikant kunnen namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid worden vervuld door zijn gemachtigde, op voorwaarde dat deze verplichtingen in het mandaat zijn gespecificeerd. |
Bijlage V
ELEMENTEN DIE IN DE TECHNISCHE DOCUMENTATIE MOETEN WORDEN OPGENOMEN
(zoals bedoeld in artikel 23)
1)
Een uitvoerige beschrijving van het ontwerp en de vervaardiging, met inbegrip van een lijst van de in het speelgoed gebruikte bestanddelen en materialen, alsook de veiligheidsinformatiebladen van de gebruikte stoffen en mengsels, die door de leveranciers van die stoffen moeten worden verstrekt;
2)
de overeenkomstig artikel 21 uitgevoerde veiligheidsbeoordeling(en);
3)
een beschrijving van de gevolgde conformiteitsbeoordelingsprocedure;
4)
het adres van de plaatsen van vervaardiging en opslag;
5)
indien relevant, kopieën van documenten die de fabrikant aan een aangemelde instantie heeft verstrekt; [Am. 232]
6)
testverslagen en een beschrijving van de middelen waarmee de fabrikant de overeenstemming van de productie met de geharmoniseerde normen waarborgt, indien de fabrikant gebruik heeft gemaakt van de procedure voor interne productiecontrole zoals bedoeld in artikel 22, lid 2; en
7)
een kopie van het certificaat van EU-typeonderzoek, een beschrijving van de middelen waarmee de fabrikant de overeenstemming van de productie met het in het certificaat van EU-typeonderzoek beschreven producttype waarborgt, en kopieën van de documenten die de fabrikant aan een aangemelde instantie heeft verstrekt, indien de fabrikant het speelgoed heeft onderworpen aan EU-typeonderzoek en de procedure voor de overeenstemming met het type, als bedoeld in artikel 22, lid 3, heeft gevolgd.
Bijlage VI
DIGITAAL PRODUCTPASPOORT [Am. 233]
Deel I — Informatie die in het digitale productpaspoort moet worden opgenomen [Am. 234]
|
a) |
Unieke productidentificatiecode van het speelgoed; |
|
b) |
de naam, het adres en de unieke identificatiecode voor marktdeelnemers van de fabrikant of diens gemachtigde; |
|
c) |
de naam, het adres en de unieke identificatiecode voor marktdeelnemers van de marktdeelnemer die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de in Artikel 4 van Verordening (EU) 2019/1020 genoemde taken; |
|
d) |
het voorwerp van het paspoort (beschrijving aan de hand waarvan het speelgoed kan worden getraceerd, inclusief een voldoende duidelijke afbeelding in kleur); [Am. 235] |
|
e) |
de goederencode waaronder het speelgoed is ingedeeld op het moment dat het paspoort wordt aangemaakt, zoals bepaald in Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (1); |
|
f) |
verwijzingen naar alle Uniewetgeving waaraan het speelgoed voldoet; |
|
g) |
verwijzingen naar de toegepaste relevante geharmoniseerde normen of naar de gemeenschappelijke specificaties waarop de verklaring van overeenstemming betrekking heeft; |
|
h) |
indien van toepassing: de naam en het nummer van de aangemelde instantie die bij de conformiteitsbeoordelingsprocedure was betrokken en een certificaat heeft afgegeven, en de verwijzing naar het certificaat; |
|
i) |
de CE-markering; |
|
j) |
een lijst van allergene geurstoffen die aanwezig zijn in het speelgoed en waarvoor specifieke etiketteringsvoorschriften als bedoeld in deel B, punt 1, van het aanhangsel van Bijlage II gelden; |
|
j bis) |
het communicatiekanaal zoals bedoeld in artikel 7, lid 11; [Am. 236] |
|
j ter) |
wanneer het speelgoed radioapparatuur bevat, de informatie bedoeld in bijlage VI van Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad; [Am. 237] |
|
j quater) |
een link naar de Safety Business Gateway en het gedeelte van de Safety Gate Portal waarnaar wordt verwezen in de artikelen 27 en 34, lid 3, van Verordening (EU) 2023/988 voor het doorgeven van informatie over speelgoed dat een risico zou kunnen vormen voor de gezondheid en veiligheid van consumenten. [Am. 238] |
|
k) |
alle zorgwekkende stoffen die in het speelgoed aanwezig zijn. [Am. 239] |
Deel II — Informatie die in het digitale productpaspoort kan worden opgenomen [Am. 240]
|
a) |
Veiligheidsinformatie en -waarschuwingen; |
|
b) |
gebruiksaanwijzing; |
|
b bis) |
een afbeelding of tekening van het speelgoed. [Am. 241] |
(1) Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).
Bijlage VII
LIJST VAN GOEDERENCODES EN PRODUCTOMSCHRIJVINGEN VOOR DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 20, LID 8
|
1 |
ex 3604 ; Pyrotechnisch speelgoed |
|
2 |
ex 61, ex 62 Verkleedkleren voor kinderen jonger dan 14 jaar, met uitzondering van de goederen die zijn ingedeeld onder 6111 , 6112 , 6115 , 6116 , 6209 , 6211 , 6212 , 6213 , 6216 |
|
3 |
ex 8711 , ex 8712 , ex 8714 Kinderfietsen, ook indien met motor, en delen daarvan |
|
4 |
ex 9503 Driewielers, autopeds, pedaalauto’s en dergelijk speelgoed op wielen; poppenwagens; poppen; ander speelgoed; modellen op schaal en dergelijke modellen voor ontspanning, ook indien bewegend; puzzels van alle soorten |
|
5 |
ex 9505 Feestartikelen, carnavalsartikelen en andere ontspanningsartikelen, benodigdheden voor het goochelen en fop- en schertsartikelen daaronder begrepen |
Bijlage VIII
CONCORDANTIETABEL
|
Richtlijn 2009/48/EG |
Deze verordening |
|
Artikel 1 |
Artikel 1 |
|
Artikel 2, lid 1 |
Artikel 2, lid 1 |
|
Artikel 2, lid 2 |
Artikel 2, lid 2 |
|
Artikel 3, punt 1 |
Artikel 3, punt 1 |
|
Artikel 3, punt 2 |
Artikel 3, punt 2 |
|
Artikel 3, punt 3 |
Artikel 3, punt 3 |
|
Artikel 3, punt 4 |
Artikel 3, punt 4 |
|
Artikel 3, punt 5 |
Artikel 3, punt 5 |
|
Artikel 3, punt 6 |
Artikel 3, punt 6 |
|
Artikel 3, punt 7 |
Artikel 3, punt 8 |
|
Artikel 3, punt 8 |
Artikel 3, punt 10 |
|
Artikel 3, punt 9 |
— |
|
Artikel 3, punt 10 |
Artikel 3, punt 22 |
|
Artikel 3, punt 11 |
Artikel 3, punt 20 |
|
Artikel 3, punt 12 |
Artikel 3, punt 21 |
|
Artikel 3, punt 13 |
Artikel 3, punt 26 |
|
Artikel 3, punt 14 |
Artikel 3, punt 27 |
|
Artikel 3, punt 15 |
- |
|
Artikel 3, punt 16 |
Artikel 3, punt 12 |
|
Artikel 3, punt 17 |
- |
|
Artikel 3, punt 18 |
Artikel 3, punt 29 |
|
Artikel 3, punt 19 |
Artikel 3, punt 30 |
|
Artikel 3, punt 20 |
- |
|
Artikel 3, punt 21 |
Artikel 3, punt 31 |
|
Artikel 3, punt 22 |
Artikel 3, punt 32 |
|
Artikel 3, punt 23 |
Artikel 3, punt 33 |
|
Artikel 3, punt 24 |
Artikel 3, punt 34 |
|
Artikel 3, punt 25 |
Artikel 3, punt 35 |
|
Artikel 3, punt 26 |
- |
|
Artikel 3, punt 27 |
Artikel 3, punt 24 |
|
Artikel 3, punt 28 |
Artikel 3, punt 25 |
|
Artikel 3, punt 29 |
- |
|
Artikel 4, lid 1 |
Artikel 7, lid 1 |
|
Artikel 4, lid 2 |
Artikel 7, lid 2 |
|
Artikel 4, lid 3 |
Artikel 7, lid 3 |
|
Artikel 4, lid 4 |
Artikel 7, lid 4 |
|
Artikel 4, lid 5 |
Artikel 7, lid 5 |
|
Artikel 4, lid 6 |
Artikel 7, lid 6 |
|
Artikel 4, lid 7 |
Artikel 7, lid 7 |
|
Artikel 4, lid 8 |
Artikel 7, lid 8 |
|
Artikel 4, lid 9 |
Artikel 7, lid 9 |
|
Artikel 5, lid 1 |
Artikel 8, lid 1 |
|
Artikel 5, lid 2 |
Artikel 8, lid 2 |
|
Artikel 5, lid 3 |
Artikel 8, lid 3 |
|
Artikel 6, lid 1 |
Artikel 9, lid 1 |
|
Artikel 6, lid 2 |
Artikel 9, lid 2 |
|
Artikel 6, lid 3 |
Artikel 9, lid 3 |
|
Artikel 6, lid 4 |
Artikel 9, lid 2, punt b) |
|
Artikel 6, lid 5 |
Artikel 9, lid 4 |
|
Artikel 6, lid 6 |
Artikel 9, lid 5 |
|
Artikel 6, lid 7 |
Artikel 9, lid 6 |
|
Artikel 6, lid 8 |
Artikel 9, lid 7 |
|
Artikel 6, lid 9 |
Artikel 9, lid 8 |
|
Artikel 7, lid 1 |
Artikel 10, lid 1 |
|
Artikel 7, lid 2 |
Artikel 10, lid 2 |
|
Artikel 7, lid 3 |
Artikel 10, lid 3 |
|
Artikel 7, lid 4 |
Artikel 10, lid 4 |
|
Artikel 7, lid 5 |
Artikel 10, lid 5 |
|
Artikel 8 |
Artikel 11 |
|
Artikel 9 |
Artikel 12 |
|
Artikel 10, lid 1 |
Artikel 5, lid 1 |
|
Artikel 10, lid 2 |
Artikel 5, lid 2 |
|
Artikel 10, lid 3 |
Artikel 5, lid 3 |
|
Artikel 11, lid 1, eerste alinea |
Artikel 6, lid 1 |
|
Artikel 11, lid 1, tweede alinea |
Artikel 6, lid 2 |
|
Artikel 11, lid 2 |
Artikel 6, lid 3 |
|
Artikel 11, lid 3 |
- |
|
Artikel 12 |
Artikel 4, lid 1 |
|
Artikel 13 |
Artikel 13 |
|
Artikel 14 |
- |
|
Artikel 15 |
- |
|
Artikel 16, lid 1 |
Artikel 15, eerste alinea |
|
Artikel 16, lid 2 |
Artikel 15, tweede alinea |
|
Artikel 16, lid 3 |
- |
|
Artikel 16, lid 4 |
Artikel 4, lid 2 |
|
Artikel 17, lid 1 |
Artikel 16, lid 1 |
|
Artikel 17, lid 2 |
Artikel 16, leden 2 en 3 |
|
Artikel 18 |
Artikel 21 |
|
Artikel 19, lid 1 |
Artikel 22, lid 1 |
|
Artikel 19, lid 2 |
Artikel 22, lid 2 |
|
Artikel 19, lid 3 |
Artikel 22, lid 3 |
|
Artikel 20 |
- |
|
Artikel 21, lid 1 |
Artikel 23, lid 1 |
|
Artikel 21, lid 2 |
Artikel 23, lid 2 |
|
Artikel 21, lid 3 |
Artikel 23, lid 3 |
|
Artikel 21, lid 4 |
Artikel 23, lid 4 |
|
Artikel 22 |
Artikel 24 |
|
Artikel 23, lid 1 |
Artikel 25, lid 1 |
|
Artikel 23, lid 2 |
Artikel 25, lid 2 |
|
Artikel 23, lid 3 |
Artikel 25, lid 3 |
|
Artikel 23, lid 4 |
Artikel 25, lid 4 |
|
Artikel 24, lid 1 |
Artikel 26, lid 1 |
|
Artikel 24, lid 2 |
Artikel 26, lid 2 |
|
Artikel 24, lid 3 |
Artikel 26, lid 3 |
|
Artikel 24, lid 4 |
Artikel 26, lid 4 |
|
Artikel 24, lid 5 |
Artikel 26, lid 5 |
|
Artikel 24, lid 6 |
Artikel 26, lid 6 |
|
Artikel 25 |
Artikel 27 |
|
Artikel 26, lid 1 |
Artikel 28, lid 1 |
|
Artikel 26, lid 2 |
Artikel 28, lid 2 |
|
Artikel 26, lid 3 |
Artikel 28, lid 3 |
|
Artikel 26, lid 4 |
Artikel 28, lid 4 |
|
Artikel 26, lid 5 |
Artikel 28, lid 5 |
|
Artikel 26, lid 6 |
Artikel 28, lid 6 |
|
Artikel 26, lid 7 |
Artikel 28, lid 7 |
|
Artikel 26, lid 8 |
Artikel 28, lid 8 |
|
Artikel 26, lid 9 |
Artikel 28, lid 9 |
|
Artikel 26, lid 10 |
Artikel 28, lid 10 |
|
Artikel 26, lid 11 |
Artikel 28, lid 11 |
|
Artikel 27 |
Artikel 29 |
|
Artikel 28 |
- |
|
Artikel 29, lid 1 |
Artikel 30, lid 1 |
|
Artikel 29, lid 2 |
Artikel 30, lid 2 |
|
Artikel 29, lid 3 |
Artikel 30, lid 4 |
|
Artikel 29, lid 4 |
Artikel 30, lid 5 |
|
Artikel 30, lid 1 |
Artikel 31, lid 1 |
|
Artikel 30, lid 2 |
Artikel 31, lid 2 |
|
Artikel 30, lid 3 |
- |
|
Artikel 31, lid 1 |
Artikel 32, lid 1 |
|
Artikel 31, lid 2 |
Artikel 32, lid 2 |
|
Artikel 31, lid 3 |
Artikel 32, lid 3 |
|
Artikel 31, lid 4 |
- |
|
Artikel 31, lid 5 |
Artikel 32, lid 4 |
|
Artikel 31, lid 6 |
Artikel 32, lid 5 |
|
Artikel 32, lid 1 |
Artikel 33, lid 1 |
|
Artikel 32, lid 2 |
Artikel 33, lid 2 |
|
Artikel 33, lid 1 |
Artikel 34, lid 1 |
|
Artikel 33, lid 2 |
Artikel 34, lid 2 |
|
Artikel 34, lid 1 |
Artikel 35, lid 1 |
|
Artikel 34, lid 2 |
Artikel 35, lid 2 |
|
Artikel 34, lid 3 |
Artikel 35, lid 3 |
|
Artikel 34, lid 4 |
Artikel 35, lid 4 |
|
Artikel 35, lid 1 |
Artikel 36, lid 1 |
|
Artikel 35, lid 2 |
Artikel 36, lid 2 |
|
Artikel 35, lid 3 |
Artikel 36, lid 3 |
|
Artikel 35, lid 4 |
Artikel 36, lid 4 |
|
Artikel 35, lid 5 |
Artikel 36, lid 5 |
|
Artikel 36, lid 1 |
Artikel 38, lid 1 |
|
Artikel 36, lid 2 |
Artikel 38, lid 2 |
|
Artikel 37 |
Artikel 39 |
|
Artikel 38 |
Artikel 40 |
|
Artikel 39 |
- |
|
Artikel 40 |
- |
|
Artikel 41, lid 1 |
Artikel 38, lid 1 |
|
Artikel 41, leden 2 en 3 |
- |
|
Artikel 42, lid 1 |
Artikel 41, lid 1 |
|
Artikel 42, lid 2 |
Artikel 41, lid 2 |
|
Artikel 42, lid 3 |
Artikel 41, lid 3 |
|
Artikel 42, lid 4 |
Artikel 41, lid 4 |
|
Artikel 42, lid 5 |
Artikel 41, lid 5 |
|
Artikel 42, lid 6 |
Artikel 41, lid 6 |
|
Artikel 42, lid 7 |
Artikel 41, lid 7 |
|
Artikel 42, lid 8 |
Artikel 41, lid 8 |
|
Artikel 43, lid 1 |
Artikel 42, lid 1 |
|
Artikel 43, lid 2 |
Artikel 42, lid 2 |
|
Artikel 43, lid 3 |
Artikel 42, lid 3 |
|
Artikel 44 |
- |
|
Artikel 45, lid 1 |
Artikel 43, lid 1 |
|
Artikel 45, lid 2 |
Artikel 43, lid 2 |
|
Artikel 46 |
- |
|
Artikel 47, lid 1 |
Artikel 47, lid 1 |
|
Artikel 47, lid 2 |
- |
|
Artikel 48 |
- |
|
Artikel 49 |
Artikel 51 |
|
Artikel 50 |
- |
|
Artikel 51 |
Artikel 52 |
|
Bijlage I |
Bijlage I |
|
Bijlage II, deel I |
Bijlage II, deel I |
|
Bijlage II, deel II |
Bijlage II, deel II |
|
Bijlage II, Deel III, punten 1 en 2 |
Bijlage II, deel III, punten 1 en 2 |
|
Bijlage II, deel III, punt 3 |
Bijlage II, deel III, punt 4 |
|
Bijlage II, deel III, punt 6 |
Aanhangsel van Bijlage II, deel C |
|
Bijlage II, deel III, punt 7 |
- |
|
Bijlage II, deel III, punt 8 |
Aanhangsel van Bijlage II, deel A, punt 2 |
|
Bijlage II, deel III, punt 9 |
Artikel 46, lid 8 |
|
Bijlage II, deel III, punt 10 |
Bijlage II, deel III, punt 8 |
|
Bijlage II, deel III, punt 11 |
Aanhangsel van Bijlage II, deel A, punt 4, en deel B, punt 1 |
|
Bijlage II, deel III, punt 12 |
Aanhangsel van Bijlage II, deel B, punt 2 |
|
Bijlage II, Deel III, punt 13 |
Aanhangsel van Bijlage II, deel A, punt 1 |
|
Bijlage II, deel IV |
Bijlage II, deel IV |
|
Bijlage II, deel V |
Bijlage II, deel V |
|
Bijlage II, deel VI |
Bijlage II, deel VI |
|
Aanhangsel A |
Aanhangsel van Bijlage II, deel C |
|
Aanhangsel B |
- |
|
Aanhangsel C |
Aanhangsel van Bijlage II, deel A, punt 3 |
|
Bijlage III |
- |
|
Bijlage IV |
Bijlage V |
|
Bijlage V |
Bijlage III |
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1032/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)