|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2025/407 |
27.1.2025 |
Beroep ingesteld op 25 november 2024 – SBK Art/Raad
(Zaak T-607/24)
(C/2025/407)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: SBK Art OOO (Moskou, Rusland) (vertegenwoordigers: G. Lansky en P. Goeth, advocaten)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
|
— |
artikel 2, lid 1, laatste alinea, van besluit 2014/145/GBVB van de Raad, zoals gewijzigd bij besluit (GBVB) 2022/329 van de Raad en artikel 3, lid 1, laatste alinea, van verordening (EU) nr. 269/2014 van de Raad, zoals gewijzigd bij verordening (EU) 2022/330 van de Raad niet-toepasselijk te verklaren; en |
|
— |
hetzij in combinatie met het bovenstaande verzoek hetzij subsidiair, besluit (GBVB) 2024/2456 van de Raad tot wijziging van besluit 2014/145/GBVB van de Raad en uitvoeringsverordening (EU) 2024/2455 van de Raad tot uitvoering van verordening (EU) nr. 269/2014, nietig te verklaren voor zover deze handelingen verzoekster betreffen (vermelding nr. 174 in de lijst); en |
|
— |
de Raad te verwijzen in de kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster vier middelen aan.
|
1. |
De toepassing van het afgeleide Unierecht is in strijd met de Verdragen en de rechtsstaat. |
|
2. |
Onrechtmatige schending van de procedurele rechten van verzoekster. |
|
3. |
Onevenredigheid. |
|
4. |
Onjuiste beoordeling en onrechtmatige niet-nakoming van de motiveringsplicht. |
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/407/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)