European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2024/7404

10.12.2024

Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over het bieden van glokale kansen voor jongeren in landelijke en afgelegen gebieden

(C/2024/7404)

DE RAAD EN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LIDSTATEN, IN HET KADER VAN DE RAAD BIJEEN,

ZICH BEWUST VAN HET VOLGENDE:

1.

Plattelandsgemeenschappen spelen een essentiële rol bij het bevorderen van de visie van de Europese Unie en vormen een essentieel onderdeel van de identiteit van de Unie. Zoals aangegeven in de langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU van de Europese Commissie (1) vormen “landelijke gebieden het sociale weefsel van onze samenleving en het kloppende hart van onze economie” en zij verdienen dan ook meer aandacht. De diversiteit aan landschappen, culturen en erfgoed is een van Europa’s meest typerende en opvallende kenmerken van de landelijke en afgelegen gebieden. Wonen in deze gebieden kan tal van voordelen opleveren, waaronder een betere levenskwaliteit, het genieten van natuur en biodiversiteit, minder vervuiling, mogelijke lagere kosten voor levensonderhoud, een veiliger omgeving (2) en hechtere gemeenschappen.

2.

De Europese Unie (EU) streeft naar sterkere, meer onderling verbonden, veerkrachtiger en welvarender plattelandsgemeenschappen in 2040 (3). Ondanks de huidige inspanningen bestaan er grote verschillen tussen landelijke en stedelijke gebieden, hoewel er 137 miljoen mensen, ongeveer een derde van de bevolking van de EU, in plattelandsgebieden wonen (4). Hoewel plattelandsgemeenschappen essentieel zijn voor duurzame ontwikkeling en economische en sociale cohesie, krijgen zij ook vaak te maken met ontvolking, met name onder jongeren. Als gevolg daarvan wordt een groter deel van de bevolking in de landelijke en afgelegen gebieden van de EU geconfronteerd met sociaal-economische uitdagingen.

3.

De voordelen van wonen in landelijke en afgelegen gebieden wegen niet altijd op tegen de uitdagingen, waaronder minder kansen op werk, zwakkere infrastructuur (op het gebied van energie, vervoer, mobiliteit en informatie), minder toegang tot en beschikbaarheid van hoogwaardig onderwijs en opleiding op alle niveaus, met inbegrip van voor- en vroegschoolse educatie en kinderopvang, sociale diensten, gezondheidszorg en sport, culturele en vrijetijdsactiviteiten. Als gevolg daarvan kiezen veel mensen, vaak jongeren, ervoor om landelijke en afgelegen gebieden te verlaten voor betere kansen. Dit kan leiden tot aanzienlijke veranderingen in de demografische structuren in bepaalde geografische gebieden (5).

4.

Hoewel de kansen van jongeren worden bepaald door hun lokale realiteit, hebben mondiale trends, zoals klimaatverandering, digitalisering, geestelijke gezondheidsproblemen, werkgelegenheids- en onderwijskansen en economische en andere ongelijkheden, een steeds groter effect op hun leven. Voor plattelandsjongeren bieden glokale (6) kansen het potentieel om de kloof tussen hun directe omgeving en het bredere mondiale perspectief te overbruggen door strategieën en oplossingen af te stemmen op hun lokale noden, behoeften en omstandigheden (7).

5.

“Landelijkheid” is geen uniform concept of uniforme omgeving of omstandigheid (8). Landelijke en afgelegen gebieden herbergen diverse en levendige gemeenschappen jongeren met uiteenlopende noden, behoeften en uitdagingen. Deze diversiteit vraagt om antwoorden en oplossingen die zijn afgestemd op regionale en lokale behoeften en rekening houden met de unieke noden, behoeften en middelen van elk gebied. In deze context moet rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van de ultraperifere gebieden, aangezien het vaak hun insulaire karakter en isolement zijn die de kloof tussen stedelijke en plattelandsgebieden vergroten. Het is ook van essentieel belang te waarborgen dat jongeren in zowel landelijke als stedelijke omgevingen billijk worden behandeld en volledig worden betrokken, dat er inzicht wordt verworven in de verschillen tussen stad en platteland en dat de kloof tussen stad en platteland, waar deze bestaat, wordt gedicht, onder meer door de verbindingen tussen landelijke en stedelijke gebieden in alle lidstaten te verbeteren.

6.

Hoewel er in de Europese Unie sprake is van een gevarieerde en brede focus op jongeren, bestaat de indruk dat er in de meeste op jongeren gerichte beleidsmaatregelen onvoldoende aandacht wordt besteed aan plattelandsaspecten en dat het plattelandsbeleid mogelijk niet tegemoetkomt aan de specifieke noden, behoeften en omstandigheden van jongeren die in landelijke, afgelegen, perifere, minder ontwikkelde en ultraperifere gebieden wonen (9) (10).

7.

De EU-strategie voor jongeren 2019-2027 (11), als kader voor Europese samenwerking op het gebied van jeugdbeleid, en de Europese jeugddoelstellingen (12) richten zich op fundamentele gebieden met betrekking tot de participatie, betrokkenheid en zinvolle bijdrage van jongeren in de samenleving. Jeugddoelstelling # 3 is gericht op inclusieve samenlevingen en het creëren van toegankelijke en open omgevingen voor alle jongeren, terwijl jeugddoelstelling # 6 gericht is op het creëren van plattelandsgebieden waar jongeren hun potentieel kunnen benutten (13).

8.

In de conclusies van de Raad over meer kansen voor jongeren in landelijke en afgelegen gebieden (14) wordt het belang van lokale kansen en de bevordering van sectoroverschrijdende benaderingen benadrukt en wordt de EU-lidstaten verzocht actief burgerschap en zinvolle participatie van jongeren in al hun diversiteit in landelijke en afgelegen gebieden te stimuleren en faciliteren in alle relevante besluitvormingsprocessen, met name betreffende kwesties die voor hen van belang zijn.

9.

Uitdagingen in verband met sociale inclusie in landelijke en afgelegen gebieden kunnen verband houden met de beschikbaarheid van en toegang tot grond, infrastructuur, digitale technologieën, informatie en hoogwaardige sociale diensten en gezondheidsdiensten, onderwijs-, jeugdwerk- en werkgelegenheidskansen, alsook met de mate van participatie in alle relevante besluitvormingsprocessen. Het garanderen van gelijke toegang tot kansen voor iedereen, zonder enige vorm van discriminatie, is van essentieel belang.

10.

De vijf strategieën voor een Unie van gelijkheid, die in 2020 en 2021 door de Commissie zijn aangenomen (15), alsook de mededeling van de Commissie betreffende een alomvattende aanpak van geestelijke gezondheid (16) onderstrepen het belang van een intersectionele aanpak. In deze documenten wordt benadrukt dat personen tegelijkertijd tot een of meer groepen in kwetsbare situaties kunnen behoren en dat meervoudige en elkaar overlappende vormen van discriminatie moeten worden bestreden. Deze kunnen grote gevolgen hebben voor jongeren, met inbegrip van jongeren die in landelijke en afgelegen gebieden wonen, die geen homogene groep vormen, en die “een veelheid aan identiteiten, uiteenlopende behoeften, middelen, achtergronden, levenssituaties en belangen hebben, en worden geconfronteerd met uiteenlopende uitdagingen en kansen (17).”

11.

In de mededeling van de Commissie over een alomvattende aanpak van geestelijke gezondheid en de conclusies van de Raad over een alomvattende aanpak van de geestelijke gezondheid van jongeren in de Europese Unie (18) is vastgesteld dat er behoefte is aan specifieke maatregelen met betrekking tot de preventie, bevordering en ondersteuning op het gebied van de geestelijke gezondheid van jongeren die in landelijke of afgelegen gebieden wonen (19).

12.

In de conclusies van de Raad over geestelijke gezondheid (20) wordt erkend dat geestelijke gezondheidsproblemen in verband worden gebracht met vele vormen van ongelijkheid, zoals mensen in kwetsbare situaties, minderheden, gemarginaliseerde groepen en mensen in ongunstige sociaal-economische situaties, waaronder mensen die in instellingen voor langdurige zorg wonen, mensen die kampen met eenzaamheid en sociaal isolement, kinderen en jongeren, ouderen, vrouwen, lhbti’ers (21), kankerpatiënten, personen met een handicap, vluchtelingen, migranten, gevangenen en daklozen.

13.

Vrouwen en meisjes zijn van vitaal belang voor de duurzame ontwikkeling van landelijke en afgelegen gebieden, aangezien zij een waardevolle bijdrage leveren aan lokale gemeenschappen. Zij zijn vaak de drijvende kracht achter innovatie, diversificatie en de ontwikkeling van nieuwe kansen (22). Deze rollen worden echter vaak over het hoofd gezien of zijn onzichtbaar. Veel vrouwen en meisjes in landelijke en afgelegen gebieden worden nog steeds geconfronteerd met uitdagingen die verband houden met werkgelegenheid en ondernemerschap, hoogwaardig onderwijs en opleidingsmogelijkheden, ongelijke verdeling van zorgtaken, toegang tot grond, voor- en vroegschoolse educatie en kinderopvang, langdurige zorg en gezondheidszorgdiensten, en onvoldoende vertegenwoordiging in de besluitvorming (23) (24).

14.

De EU erkent dat demografische veranderingen onder meer worden beïnvloed door levenskeuzes die individuen en gezinnen maken en benadrukt de noodzaak van ondersteunend overheidsbeleid om jongeren in staat te stellen hun potentieel ten volle te benutten. In de mededeling over “Demografische veranderingen in Europa: een toolbox voor actie” (25) wordt met name benadrukt dat jongere generaties moeten worden geholpen om toegang te krijgen tot hoogwaardige banen, betaalbare huisvesting en een fatsoenlijke levensstandaard.

15.

Landelijke en minder ontwikkelde regio’s kunnen met name te maken krijgen met een vergrijzende bevolking, een laag opleidingsniveau, een krimpende beroepsbevolking, wegtrekkende jongeren en het risico van “lacunes bij de ontwikkeling van talent” (26), waardoor hun vermogen om duurzame economieën op te bouwen wordt ondermijnd en hun concurrentievermogen en groei worden belemmerd. In de mededeling van de Commissie “Het benutten van talent in Europa’s regio’s” wordt benadrukt dat deze regio’s moeten worden omgevormd tot levendige, talentgestuurde economieën, voortbouwend op de lokale troeven van plattelandsgebieden. Om deze uitdagingen aan te pakken is steun op maat nodig om jongeren te empoweren, de toegang tot onderwijs, opleiding en werkgelegenheid, alsook de toegang tot innovatie en opleidingsfaciliteiten te verbeteren, te investeren in het scheppen van hoogwaardige werkgelegenheid en sociale inclusie te bevorderen. Mensen die in landelijke en afgelegen gebieden wonen, met inbegrip van jongeren, moeten de kans krijgen om te floreren. Dat is van essentieel belang om de territoriale verschillen te verkleinen en de sociale cohesie in de hele EU te versterken (27) (28).

16.

Het cohesiebeleid en, in plattelandscontext, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) spelen een belangrijke rol in het ondersteunen van de lidstaten en de regio’s bij hun inspanningen om beter te reflecteren over meerdere ontwikkelingsuitdagingen, hervormingsbehoeften en verschillende sociaal-economische en territoriale verschillen door bij het verstrekken van gerichte steun rekening te houden met de specifieke noden en behoeften van elke regio. Gezien de asymmetrische gevolgen van de uitdagingen van de groene en de digitale transitie, demografische transformatie, veranderende mondiale economische trends en klimaatverandering, kan het in kaart brengen van de behoeften aan infrastructuur, menselijk kapitaal en diensten bijdragen aan een efficiëntere programmering van EU-middelen in ultraperifere, dunbevolkte, insulaire, berg-, grens- en plattelandsgebieden. Hierdoor kan werkgelegenheid worden gediversifieerd en kunnen formeel en niet-formeel onderwijs en opleiding worden verbeterd, onder meer door ondersteuning op het vlak van digitalisering, waardoor landelijke en afgelegen gebieden aantrekkelijker worden om te wonen en te werken en de duurzame ontwikkeling van die gebieden wordt gewaarborgd (29).

17.

In het mondiale actieplan “Decade of Family Farming” (Decennium van het agrarische familiebedrijf) van de Verenigde Naties (2019-2028) (30) wordt benadrukt dat het, om de duurzaamheid van agrarische familiebedrijven van generatie op generatie te waarborgen, van essentieel belang is om jongeren, met name jonge vrouwen, te empoweren door de toegang tot land, natuurlijke hulpbronnen, informatie, onderwijs, infrastructuur, financiële diensten en markten, en de betrokkenheid bij beleidsvormingsprocessen in verband met landbouw te vergemakkelijken. Door de intergenerationele overdracht te vergemakkelijken, kunnen jonge landbouwers traditionele, lokale kennis combineren met innovatieve praktijken om hun cruciale rol in inclusieve plattelandsontwikkeling te bevorderen. De negatieve trend van de vergrijzende landbouwbevolking kan de levensvatbaarheid van plattelandsgebieden in gevaar brengen. Daarom kunnen het versterken van vormen van steun voor jonge landbouwers en ondernemers, het helpen met het opstarten van landbouwactiviteiten, het stimuleren van de overdracht van landbouwbedrijven en het aantrekkelijker maken van de landbouw voor de jongere generatie, samen met het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) een belangrijke rol spelen bij de generatievernieuwing.

18.

In de aanbeveling van de OESO over het creëren van betere kansen voor jongeren (“Recommendation on Creating Better Opportunities for Young People”) wordt opgeroepen tot gerichte maatregelen ter ondersteuning van jongeren in kwetsbare en ongunstige omstandigheden. Het gaat hierbij onder meer om geïntegreerde sociale, gezondheids-, huisvestings- en arbeidsbemiddelingsdiensten die zijn toegesneden op de lokale context. In de aanbeveling wordt gewezen op het belang van investeringen in onderwijs, huisvesting en gezondheid voor plattelandsjongeren, naast samenwerking tussen belanghebbenden, om een gunstig klimaat te scheppen voor successen (31).

REKENING HOUDEND MET HET VOLGENDE

19.

In heel Europa vormen het ontoereikende vermogen van plattelandsgebieden om talent aan te trekken (32) of toegang te krijgen tot infrastructuur en hoogwaardige diensten in verband met het dagelijks leven aanzienlijke belemmeringen voor het welzijn en de sociaal-economische ontwikkeling van plattelandsjongeren. Dit kan de connectiviteit van plattelandsjongeren en hun toegang tot hoogwaardig onderwijs en opleiding, werkgelegenheid, gezondheidszorg, huisvesting, sociale diensten, jeugdwerk, cultuur, sport en vrijetijdsactiviteiten beperken, waardoor hun sociaal-economische kansen en dus hun vrijheid om te blijven, worden belemmerd (33).

20.

Veel jongeren die in landelijke en afgelegen gebieden wonen, worden geconfronteerd met belemmeringen wat de toegang tot leren betreft en een gebrek aan bewustzijn van de mogelijkheden in verband met digitale diensten en platforms, wat leidt tot een groter isolement en een mogelijke digitale kloof tussen landelijke en stedelijke gebieden. Digitale toegang en beroepsrelevante en digitale vaardigheden kunnen fungeren als katalysator voor lokale empowerment en inclusie (34) (35). Voor jongeren die geen onderwijs of opleiding volgen en geen werk hebben (NEET’s), kunnen bovenstaande belemmeringen bijzonder schadelijk zijn, aangezien beperkte digitale connectiviteit hun vermogen om onderwijs, werk en opleidingsmogelijkheden te zoeken verder beperkt, waardoor hun sociaal en economisch isolement wordt verergerd. Het aanpakken van de digitale kloof is van essentieel belang om NEET-jongeren opnieuw te betrekken en hen toe te rusten met de vaardigheden die nodig zijn om deel uit te maken van de moderne beroepsbevolking. In de versterkte jongerengarantie (36) wordt benadrukt dat het belangrijk is jongeren, met name NEET’s, te ondersteunen bij het lokaal integreren op de arbeidsmarkt, ook in landelijke en afgelegen gebieden, door hun de nodige mogelijkheden op lokaal en regionaal niveau te bieden, waardoor het voor hen gemakkelijker wordt om in deze gebieden te blijven.

21.

In veel landelijke en afgelegen gebieden in heel Europa worden jongeren, met name vrouwen en jongeren met een handicap, geconfronteerd met minder goede toegang tot formele en niet-formele onderwijs- en opleidingsmogelijkheden en informele leermogelijkheden dan in stedelijke gebieden en krijgen zij te maken met aanzienlijke belemmeringen voor hun persoonlijke en professionele ontwikkeling. Beperkte toegang tot en beschikbaarheid van programma’s voor hoogwaardig onderwijs en opleiding vergroten niet alleen de vaardigheidskloof, maar kunnen ook leiden tot een braindrain en een stijging van de werkloosheid onder plattelandsjongeren die moeite hebben om in hun omgeving een baan te vinden die overeenkomt met hun kwalificaties.

22.

Toegang tot glokale en uitgebreide informatie over lokale, regionale, nationale en EU-programma’s en -financieringsmogelijkheden is essentieel voor de ontwikkeling en de empowerment van plattelandsjongeren. Verticale en horizontale taalbarrières kunnen hun vermogen om deze documenten te begrijpen en er doeltreffend hun weg in te vinden, belemmeren, waardoor de toegang van plattelandsjongeren tot EU-initiatieven wordt beperkt (37) (38). Intersectorale samenwerking kan helpen informatie doeltreffend te verspreiden, zodat deze belemmeringen worden overwonnen en capaciteitsopbouw en lokale netwerken worden bevorderd. Dit is van het grootste belang om een gelijke deelname aan en maximale voordelen uit EU-programma’s zoals Erasmus+, het Europees Solidariteitskorps en Leader, en financieringsmogelijkheden voor plattelandsjongeren in heel Europa op alle niveaus te waarborgen.

23.

Geografische factoren kunnen de toegang van jongeren tot werk, betaalbare huisvesting en betere connectiviteit belemmeren, waardoor onzekerheid ontstaat, de afhankelijkheid van financiële middelen toeneemt en mobiliteit en verstedelijking lokaal worden gestimuleerd.

24.

Gemeenschappen van plattelandsjongeren kunnen met uitdagingen worden geconfronteerd, zoals een lager opleidingsniveau, werkloosheid of een gebrek aan fatsoenlijke arbeidsomstandigheden. Bovendien kan ontoereikende toegang tot jeugdwerk, jeugdorganisaties, gemeenschapsruimten en hoogwaardige sociale, culturele, sportieve en vrijetijdsactiviteiten leiden tot problemen bij het creëren van, aansluiten bij of in stand houden van gemeenschappen. Deze factoren kunnen de mogelijkheden voor sociale interacties beperken, wat kan leiden tot negatieve effecten op het welzijn, gevoelens van isolement, eenzaamheid en mogelijk tot zwakke ondersteuningssystemen.

25.

Jongeren die in landelijke en afgelegen gebieden wonen, kunnen vaak te maken krijgen met ontoereikende ondersteunende diensten, onder meer op het gebied van geestelijke gezondheid (39). Geestelijke gezondheidsproblemen kunnen negatieve gevolgen hebben voor hun onderwijs, werkgelegenheid en sociale zekerheid. Dit omvat onder meer een gevoel van uitsluiting, wat leidt tot negatieve gevoelens van isolatie; online en offline pesterijen en intimidatie door leeftijdsgenoten; overmatig mediagebruik, angst om iets te missen en verhoogde blootstelling aan verslavingen. Tegelijkertijd is de toegang van deze jongeren tot structuren die hen kunnen helpen deze bedreigingen te voorkomen en ervan te herstellen, beperkt, waardoor angst en depressie blijven bestaan en veel geestelijke gezondheidsproblemen onbehandeld blijven.

26.

Een breed scala aan factoren bepaalt of mensen gezond ouder worden, zoals gezondheidsbevordering en ziektepreventie, toegang tot gezondheidszorg, leef- en werkomstandigheden, het soort beroep dat men uitoefent en de omgeving. Hoewel plattelandsgebieden gezondheidsvoordelen opleveren, zoals een betere luchtkwaliteit en nabijheid tot de natuur, hebben stedelijke regio’s doorgaans meer en een grotere variëteit aan zorgvoorzieningen (40). Een gebrek aan hoogwaardige gezondheidszorg wordt in verband gebracht met problemen bij het voorkomen en behandelen van gezondheidsproblemen. Bovendien biedt de landbouw in veel plattelandsgebieden tal van arbeidskansen, maar kunnen beroepen zoals dat van landbouwer een gevaarlijk of schadelijk effect hebben op de lichamelijke gezondheid (41). Daarom is het van essentieel belang te investeren in arbeidsbesparende en arbeidsbevorderende technologie.

27.

Jongeren met een handicap die in landelijke en afgelegen gebieden wonen, kunnen te maken krijgen met aanzienlijke belemmeringen die van invloed zijn op hun levenskwaliteit en kansen, zoals beperkte toegang tot inclusief en hoogwaardig onderwijs en opleiding, gespecialiseerde gezondheidszorg, ontoereikend vervoer en ontoereikende connectiviteit. Deze uitdagingen onderstrepen de noodzaak van gerichte acties om deze jongeren beter te ondersteunen (42) (43).

28.

Hoewel plattelandsjongeren, onder wie vrouwen, een aanzienlijk potentieel hebben voor innovatie en economische ontwikkeling, kunnen zij te maken krijgen met belemmeringen bij de toegang tot financiële middelen en bij het vinden van hun weg in complexe financiering en bureaucratische procedures. Daarom kunnen toegankelijke en duidelijke financieringsmechanismen, samen met gerichte investeringen ter ondersteuning van ondernemerschap, waaronder agrarisch ondernemerschap, onder plattelandsjongeren van cruciaal belang zijn (44) (45) (46).

29.

Jongeren in landelijke en afgelegen gebieden worden geconfronteerd met unieke duurzaamheidsuitdagingen die nog worden verergerd door de escalerende klimaatcrisis, waardoor hun dagelijks leven aanzienlijk wordt beïnvloed. In vergelijking met hun stedelijke tegenhangers zijn zij vaak kwetsbaarder voor milieu- of klimaatgerelateerde kwesties. Het feit dat zij niet voldoende toegang hebben tot duurzame hulpbronnen en oplossingen vergroot hun kwetsbaarheid voor milieubedreigingen alleen nog maar meer. Zoals in de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de VN (47) wordt benadrukt, verhindert dit gebrek aan toegang jongeren niet alleen om dringende duurzaamheidsproblemen aan te kunnen pakken, maar belemmert het ook hun bijdrage aan het beperken van de klimaatcrisis. Om deze uitdagingen in hun omgeving adequaat aan te pakken en het hoofd te bieden, moeten zij bovendien toegang hebben tot hoogwaardig formeel en niet-formeel onderwijs en opleiding zodat zij de nodige vaardigheden en competenties kunnen opbouwen.

30.

Voortdurende ontwikkeling van het platteland door participatie van de lokale bevolking is van essentieel belang. Daarom is een solide basis nodig voor zinvolle participatie van jongeren in landelijke en afgelegen gebieden. Plattelandsjongeren moeten worden erkend als belangrijke belanghebbenden op het gebied van plattelandsontwikkeling en het beleid moet zodanig worden vormgegeven dat aan hun noden, behoeften en wensen wordt voldaan door ervoor te zorgen dat zij continu worden betrokken bij en invloed kunnen uitoefenen op besluitvormingsprocessen op alle niveaus. Zoals in het plattelandspact (48) wordt aangegeven, moet het geven van een stem aan plattelandsgebieden en het luider laten klinken van die stem op de lokale, regionale, nationale en Europese politieke agenda een belangrijke hoofddoelstelling zijn.

31.

Jongeren in landelijke en afgelegen gebieden kunnen aanjagers van positieve verandering zijn, met name binnen hun gemeenschappen, door ontwikkeling op digitaal, sociaal en economisch vlak te sturen. Ondanks hun potentieel worden plattelandsjongeren echter vaak geconfronteerd met aanzienlijke belemmeringen om hun leiderschapscapaciteiten ten volle te verwezenlijken en hun groeikansen te benutten. Het overwinnen van deze uitdagingen is van essentieel belang om het leiderschapspotentieel van plattelandsjongeren te benutten en hen te empoweren duurzame ontwikkeling in hun gemeenschappen te stimuleren en zo inclusieve groei en veerkracht in heel Europa te bevorderen.

32.

Tijdens de EU-jeugdconferentie in Boedapest in september 2024 (49) hebben jongeren voorgesteld landelijke en afgelegen gebieden dynamischer en aantrekkelijker te maken voor jongeren door:

i)

zinvolle participatie van plattelandsjongeren te bevorderen, met name op gebieden die verband houden met milieuduurzaamheid en geestelijke en lichamelijke gezondheid;

ii)

ondersteunende plattelandsgemeenschappen te stimuleren, vooroordelen aan te pakken, een toegankelijke intergenerationele dialoog en gemeenschappelijke ruimten tot stand te brengen en visies voor de toekomst te versterken;

iii)

de toegang tot infrastructuur die is afgestemd op de noden en behoeften van jongeren, zoals internetconnectiviteit, informatie, vervoer, schone energie en fysieke en geestelijke gezondheidsdiensten, te verbeteren;

iv)

mensen bewuster te maken van alternatieve manieren van werken zoals telewerken en innovatieve landbouw.

33.

Tijdens de EU-jeugdconferentie in Boedapest (50) hebben jongeren ook aangegeven dat EU-, nationale en lokale instrumenten afgestemd moeten zijn op de noden en behoeften, realiteit, capaciteiten en middelen van jongeren uit landelijke en afgelegen gebieden, en

i)

ondersteuning moeten bieden voor de participatie van jongeren bij plattelandsontwikkeling en besluitvorming, bijvoorbeeld via jongerenambassadeurs, adviesraden, lokale jeugdraden en participatieve budgettering;

ii)

ondernemerschap op het platteland, met inbegrip van landbouw, moeten ondersteunen door bewustmaking over bestaande EU- en nationale programma’s, mentorschap, stimulering van de digitale transformatie en bevordering van het gebruik van financiële stimulansen zoals belastingvermindering of medefinancieringsmogelijkheden;

iii)

jeugdvriendelijke platforms voor toegang tot informatie over jeugdprogramma’s, hoogwaardige werkgelegenheidskansen en financiering moeten bevorderen, en een EU-brede campagne moeten lanceren om gelijke toegang tot werk te bevorderen;

iv)

hoogwaardige leermogelijkheden en jeugdinitiatieven moeten aanmoedigen die de ervaringen van plattelandsjongeren verbreden, onder meer door uitwisselingen voor jongeren tussen stad en platteland, klimaatprojecten, mobiele en outreachende jeugdwerkers, alsook betrokkenheid bij organisaties voor plattelandsjongeren;

v)

de toegang tot diensten en informatie in verband met geestelijke gezondheid door middel van inspirerende lokale actie moeten verbeteren en de dialoog over bestaande financieringsmogelijkheden en -faciliteiten moeten bevorderen.

VERZOEKEN DE LIDSTATEN DERHALVE OM OP DE PASSENDE NIVEAUS:

34.

In voorkomend geval bij te dragen tot het bepalen, ontwikkelen, monitoren en waarborgen van eerlijke en gelijke toegang voor jongeren in landelijke en afgelegen gebieden tot lokale infrastructuur, informatie, connectiviteit en diensten, samen met maatregelen om de toegankelijkheid daarvan in hun dagelijks leven te verbeteren.

35.

De inspanningen op te voeren om de beschikbaarheid van en de toegang tot digitale infrastructuur en diensten in landelijke en afgelegen gebieden te verbeteren, met name door ondersteuning te bieden voor elektronische apparatuur en andere digitale aangelegenheden, hoogwaardige breedbanddekking tot stand te brengen, digitale geletterdheid en cyberveiligheid te verbeteren en waar nodig goede praktijken tussen lokale, regionale en nationale overheden uit te wisselen (51).

36.

Te zorgen voor verdere ondersteuning van intersectorale samenwerking tussen lokale hoogwaardige voorzieningen op het gebied van onderwijs, opleiding, sociale zaken, gezondheidszorg, cultuur, jeugdzorg, jeugdwerk, sport en vrijetijdsbesteding waarvan jongeren in landelijke en afgelegen gebieden kunnen profiteren, om billijke voorwaarden voor persoonlijke ontwikkeling en welzijn in hun context te waarborgen en tegelijkertijd de fysieke en digitale toegankelijkheid van deze faciliteiten en aanverwante diensten te bevorderen (52).

37.

Overheden, met name in landelijke en afgelegen gebieden op lokaal niveau, aan te moedigen om de participatie van plattelandsjongeren in de besluitvorming te faciliteren, bijvoorbeeld door de oprichting van jeugdraden en -processen, die als raadgevende en adviesorganen en -initiatieven kunnen dienen. Deze kunnen bijdragen tot de daadwerkelijke betrokkenheid van jongeren bij alle besluitvormingsprocessen op de gebieden die hen het meest treffen, zoals kwesties op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid, sociale inclusie, infrastructuur, huisvesting, connectiviteit, gezondheidszorg (met name geestelijke gezondheidszorg) en het milieu, en kunnen het vertrouwen in democratische processen versterken.

38.

De oprichting en werking van veilige en inclusieve jeugdcentra en -ruimten in landelijke en afgelegen gebieden te bevorderen, en in voorkomend geval de voortdurende ondersteuning van reeds bestaande veilige en inclusieve jeugdcentra en intergenerationele interactie te faciliteren. Initiatieven en programma’s om alle vormen van jeugdwerk en jeugdorganisaties te empoweren en te ondersteunen, verder te versterken om hun cruciale rol bij het bereiken van jongeren in landelijke en afgelegen gebieden en ultraperifere gebieden te erkennen.

39.

De lokale dialoog over plattelandsontwikkeling aan te moedigen om de toekomst van het gebied en duurzame oplossingen te bespreken, waarbij jongeren, instellingen die verschillende beleidsterreinen vertegenwoordigen, lokale overheden en sociale en economische belanghebbenden worden samengebracht om de ambitie van de langetermijnvisie van de Commissie voor de plattelandsgebieden van de EU te weerspiegelen (53).

40.

Initiatieven ter ondersteuning van talent te bevorderen die een integrale aanpak hanteren om talenten gedurende hun hele levenscyclus te stimuleren en te benutten, door jeugdwerkers, opleiders en deskundigen te scholen in het onderkennen van de uiteenlopende talenten van jongeren. Empower jongeren zodat zij kunnen voortbouwen op hun vaardigheden, talenten en capaciteiten, ongeacht de specifieke belemmeringen waarmee zij in landelijke en afgelegen gebieden te maken kunnen krijgen (54).

41.

Lokale en – waar toepasselijk – regionale jeugdwerkgelegenheid te stimuleren, onder meer door de jongeren te benaderen die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen (NEET’s), door het bewustzijn te vergroten en door te bevorderen dat er uiteenlopende banen en toekomstmogelijkheden in landelijke en afgelegen gebieden worden gecreëerd, met bijzondere aandacht voor de diversificatie en ontwikkeling van mogelijkheden in uiteenlopende sectoren, zoals landbouw, productie, digitalisering, klimaatasaptatie en bijbehorende diensten, en met ondersteuning voor de ontwikkeling van vaardigheden en opleidingsprogramma’s die zijn afgestemd op de lokale economische activiteiten.

42.

De uitvoering van de versterkte jongerengarantie in landelijke en afgelegen gebieden te bevorderen, bijvoorbeeld door de voor jongeren beschikbare diensten in kaart te brengen, waarbij hiaten worden aangepakt via mobiele, online diensten of onestopshops.

43.

Manieren te onderzoeken om jongeren in landelijke en afgelegen gebieden, met bijzondere aandacht voor jonge vrouwen, warm te maken voor het leven in gemeenschappen en hen daar te houden, teneinde de economische welvaart en levensvatbaarheid van deze gemeenschappen op lange termijn te waarborgen, en – waar nodig – sectoroverschrijdende middelen te overwegen om hen te ondersteunen.

44.

Initiatieven te verkennen en te ondersteunen die zich richten op intergenerationele samenwerking en solidariteit, door dialogen te faciliteren en diepgaande informatie over goede praktijken te verstrekken, teneinde het voor plattelandsjongeren makkelijker te maken lokaal te floreren.

45.

Programma’s ter ondersteuning van de lichamelijke en geestelijke gezondheid te ontwikkelen, versterken en onderhouden die zijn afgestemd op de noden en behoeften van jongeren in landelijke en afgelegen gemeenschappen, door te zorgen voor zowel online als offline ondersteuningsnetwerken, bijvoorbeeld psychologische en andere preventieve diensten in scholen en jeugdcentra, om pesten en verslaving te bestrijden.

VERZOEKEN DE EUROPESE COMMISSIE DERHALVE OM OVEREENKOMSTIG HET SUBSIDIARITEITSBEGINSEL:

46.

Manieren te onderzoeken om de toegang tot EU-initiatieven en -instrumenten voor plattelandsjongeren te vergemakkelijken, met speciale aandacht voor het wegnemen van taalbarrières en administratieve belemmeringen. Er wordt verzocht om, waar nodig het woordgebruik te vereenvoudigen om het jeugdvriendelijker te maken, en onnodige bureaucratische lasten te verminderen, om ervoor te zorgen dat plattelandsjongeren gemakkelijker toegang krijgen tot deze steunvoorzieningen en informatie, onder meer via de Europese Jongerensite (European Youth Portal). Er moeten ook informatie en instrumenten verstrekt worden in vormen die toegankelijk zijn voor jongeren met een handicap.

47.

In het kader van jeugdmainstreaming de zichtbaarheid van plattelandsjongeren te vergroten in de EU-programma’s met een jeugdcomponent en in de EU-strategie voor jongeren na 2027, en waar toepasselijk gebruik te maken van de jongerentoets op Europees niveau bij het ontwerpen van specifieke en concrete acties gericht op alle jongeren, inclusief zij die in landelijke en afgelegen gebieden wonen.

48.

De mogelijkheden te onderzoeken om de bestaande financiële mechanismen doelgerichter en maximaal te benutten, en – waar aangewezen – de mogelijkheden te onderzoeken om de initiatieven in samenwerking met belanghebbenden te heroriënteren om jonge plattelandsondernemers, waaronder jonge landbouwers, te helpen bij het starten, onderhouden en uitbreiden van hun bedrijf, rekening houdend met de structurele beperkingen op het gebied van toegang tot financiële middelen waarmee zij mogelijk te maken hebben. Daarnaast moeten bestaande instrumenten zoals de toolkit voor het platteland (55) onder de aandacht worden gebracht van jongeren in landelijke en afgelegen gebieden, en moet de samenwerking tussen alle ondernemers in landelijke en afgelegen gebieden worden ondersteund. Dit zal helpen om toekomstige werkgelegenheid in plattelandsgebieden te waarborgen en de economische veerkracht en levensvatbaarheid te bevorderen.

49.

De uitvoering van een territoriale effectbeoordeling mogelijk te maken, met inbegrip van de plattelandstoetsing, door het verwachte effect van belangrijke EU-initiatieven op landelijke en afgelegen gebieden te beoordelen, en door vergelijkbare benaderingen op nationaal, regionaal en lokaal niveau aan te moedigen met het doel de samenhang, consistentie en complementariteit te waarborgen tussen beleidsmaatregelen en instrumenten die kwesties beslaan die van belang zijn voor plattelandsgebieden.

50.

Voort te gaan met het opbouwen van kennis en het uitvoeren van empirisch onderbouwd onderzoek naar jongeren die in landelijke en afgelegen gebieden wonen, met gebruikmaking van bestaande instrumenten zoals de jongerenwiki (Youth Wiki) en de onderzoeken in samenwerking met het partnerschap tussen de EU en de Raad van Europa over jeugdzaken.

51.

Inspanningen te blijven leveren om de bewustwording te bevorderen en de deelname te vergroten van mogelijk ondervertegenwoordigde groepen, zoals jongeren in landelijke en afgelegen gebieden, aan de EU-jeugddialoog en andere relevante EU-initiatieven zoals het Interreg-initiatief Volunteer Youth (IVY), het initiatief EUTeens4Green en het project Youth4OutermostRegions.

VERZOEKEN DE LIDSTATEN EN DE EUROPESE COMMISSIE DERHALVE OM, MET INACHTNEMING VAN HET SUBSIDIARITEITSBEGINSEL:

52.

Te benadrukken en erkennen wat de strategische rol is van jongeren in landelijke en afgelegen gebieden bij het verwezenlijken van een groene, rechtvaardige en inclusieve transitie, het handhaven van voedsel- en klimaatzekerheid, door het bevorderen van biodiversiteit en de revitalisering van het platteland, het scheppen van hoogwaardige banen en het betrekken van jongeren bij de transformatie (56).

53.

Mogelijkheden te bieden voor taalonderwijs met gelijke toegang voor iedereen, door het faciliteren van grensoverschrijdende samenwerking, formele, niet-formele en informele leermogelijkheden, en doelmatige taalcursussen gericht op dagelijks gebruik.

54.

In samenwerking met de betrokken sectoren de randvoorwaarden te verbeteren voor jongeren om lokaal te kunnen floreren, door steun te verlenen aan initiatieven die doeltreffend gebruikmaken van lokale middelen en infrastructuur om duurzame vormen van levensonderhoud te creëren in landelijke en afgelegen gebieden, met inbegrip van ultraperifere gebieden, alsook door aan te sporen tot de ontwikkeling van toereikende huisvestingsinitiatieven die zijn afgestemd op de noden en behoeften van jongeren die in deze gebieden wonen.

55.

Generatievernieuwing doeltreffend te bevorderen (57) en jonge ondernemers, onder meer jonge landbouwers in landelijke en afgelegen gebieden, te ondersteunen door de beschikbaarheid en toegankelijkheid van aanloopsteun uit te breiden. Zorg voor gerichte informatie, toegang tot ruimte, infrastructuur, financiële steun en middelen, alsook toegang tot opleidings- en mentorschapsprogramma’s waarmee aspirant-ondernemers, waaronder jonge landbouwers, in staat worden gesteld om initiële belemmeringen te overwinnen en hun onderneming met vertrouwen op te starten, en op die manier plattelandseconomieën nieuw leven in te blazen en duurzame ontwikkeling en innovatie in heel Europa te bevorderen.

56.

De intersectorale samenwerking op het gebied van formeel en niet-formeel onderwijs en opleiding te versterken, met meer nadruk op de bijscholing en ontwikkeling van werknemers, de verbetering van arbeidsomstandigheden, en de verbetering van de beschikbaarheid van en toegang tot faciliteiten en benodigdheden voor onderwijs- en opleidingsinstellingen in de gebieden waar de problemen het grootst zijn.

57.

Ervoor te zorgen dat plattelandsjongeren en relevante organisaties actief deelnemen aan beleidsdiscussies en besluitvorming op lokaal, regionaal, nationaal en EU-niveau, door samen te werken bij het ontwerpen, uitvoeren en evalueren van toepasselijke beleidsmaatregelen, en door waar mogelijk omvattende, actuele en uitgesplitste gegevens over plattelandsjongeren ter beschikking te stellen, onder andere over jonge landbouwers, om aldus beleidsmakers in staat te stellen hun beleidsinitiatieven en maatregelen beter toe te spitsen en oplossingen op maat voor hen te maken. Neem passende maatregelen om de gevolgen van negatieve demografische trends die van invloed zijn op de levens van jongeren in landelijke en afgelegen gebieden, waaronder jonge landbouwers, tegen te gaan.

58.

De grensoverschrijdende samenwerking en de EU-instrumenten op het gebied van geestelijke en lichamelijke gezondheidszorg te versterken, door onderzoek naar de geestelijke gezondheid aan te moedigen, gedeelde monitoring- en preventiemethoden voor minder ontwikkelde gebieden te ontwikkelen, en goede praktijken met betrekking tot de uitbreiding van geestelijke gezondheidsdiensten in landelijke en afgelegen gebieden uit te wisselen.

(1)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU – Naar sterkere, verbonden, veerkrachtige en welvarende plattelandsgebieden in 2040, COM/2021/345 final.

(2)  Eurostat Online Statistics: Urban-rural Europe - quality of life in rural areas 2022 (Stedelijk-landelijk Europa - levenskwaliteit in plattelandsgebieden 2022).

(3)  Conclusies over een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU (LTVRA), doc. 15631/23.

(4)   “Plattelandsgebieden beslaan 341 miljoen hectare (m ha), wat goed is voor 83 % van het totale landoppervlak van de EU. Meer dan de helft van dit landelijke gebied is afgelegen, wat betekent dat het ver van de steden af ligt. Steden en voorsteden zijn samen goed voor 17 % van het landoppervlak van de EU (70,3 miljoen ha).” Mededeling over een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU. SWD (deel 1).

(5)  Bureau voor publicaties van de Europese Unie: Eurostat regional yearbook – 2023 edition (Regionaal jaarboek 2023 van Eurostat), 2023.

(6)  De term “glokaal” wordt nader gedefinieerd in bijlage I.

(7)  Mededeling over een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU.

(8)  Commission staff working document executive summary of the evaluation of the impact of the Common Agricultural Policy on territorial development of rural areas (Werkdocument van de diensten van de Commissie — Samenvatting van de evaluatie van het effect van het gemeenschappelijk landbouwbeleid op de territoriale ontwikkeling van plattelandsgebieden) {SWD(2021) 398 final}.

(9)  Partnerschap tussen de EU en de Raad van Europa over jeugdzaken: Young people in rural areas: diverse, ignored and unfulfilled (Jongeren in plattelandsgebieden: divers, over het hoofd gezien en vergeten).

(10)  De artikelen 174 en 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie erkennen de specifieke status van plattelandsgebieden, ultraperifere gebieden, regio’s die een industriële overgang doormaken en regio’s die kampen met ernstige en permanente natuurlijke of demografische belemmeringen, zoals de meest noordelijke regio’s met een zeer geringe bevolkingsdichtheid, alsmede insulaire, grensoverschrijdende en berggebieden. In dit document worden met landelijke en afgelegen gebieden ook perifere, minder ontwikkelde en ultraperifere gebieden bedoeld.

(11)  Resolutie van de Raad van de Europese Unie en van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over een kader voor Europese samenwerking in jeugdzaken: De EU-strategie voor jongeren 2019-2027 (2018/C 456/1) (PB C 456 van 18.12.2018, blz. 1).

(12)  Resolutie van de Raad van de Europese Unie en van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over een kader voor Europese samenwerking in jeugdzaken: De EU-strategie voor jongeren 2019-2027 (2018/C 456/1).

(13)  Resolutie van de Raad en van de vertegenwoordigers van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, tot vaststelling van richtsnoeren over de governance van de EU-jongerendialoog, EU-strategie voor jongeren 2019-2027 (2019/C189/01) (PB C 189 van 5.6.2019, blz. 1).

(14)  Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over meer kansen voor jongeren in landelijke en afgelegen gebieden (2020/C193/03) (PB C 193 van 9.6.2020, blz. 3).

(15)  Strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030; strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020-2025; strategie voor gendergelijkheid 2020-2025; EU-actieplan tegen racisme 2020-2025; strategisch EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma 2020-2030.

(16)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s betreffende een alomvattende aanpak van geestelijke gezondheid (mededeling over een alomvattende aanpak van geestelijke gezondheid) COM(2023) 298 final.

(17)  Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over inclusieve samenlevingen voor jongeren (PB C, C/2024/3808, 27.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/3808/oj).

(18)  Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten over een alomvattende aanpak van de geestelijke gezondheid van jongeren in de Europese Unie (PB C, C/2023/1337, 30.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/1337/oj).

(19)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s betreffende een alomvattende aanpak van geestelijke gezondheid, COM(2023) 298 final.

(20)  Conclusies van de Raad over geestelijke gezondheid, doc. 15971/23, punt 24.

(21)  Zie de strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020-2025 van de Commissie (COM(2020) 698 final).

(22)  Europese Investeringsbank, Support for female entrepreneurs: Survey evidence for why it makes sense (Steun voor vrouwelijke ondernemers: onderzoek bewijst waarom het zin heeft), november 2022, ISBN: 978-92-861-5378-5.

(23)  Mededeling over een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU.

(24)  Europese Commissie, directoraat-generaal Regionaal Beleid en Stadsontwikkeling, negende verslag inzake economische, sociale en territoriale cohesie (9e cohesieverslag), maart 2024.

(25)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Demografische veranderingen in Europa: een toolbox voor actie (de demografische toolbox van de Commissie), COM/2023/577 final.

(26)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Het benutten van talent in Europa’s regio’s (Mededeling over het benutten van talent), COM/2023/32 final.

(27)  Europese Commissie, directoraat-generaal Regionaal Beleid en Stadsontwikkeling, negende verslag inzake economische, sociale en territoriale cohesie (9e cohesieverslag), maart 2024.

(28)  Bureau voor publicaties van de Europese Unie: Regionaal jaarboek 2023 van Eurostat.

(29)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over het 9e cohesieverslag (Mededeling over het 9e cohesieverslag) COM(2024) 149 final en het 9e cohesieverslag.

(30)  FAO en IFAD. 2019. VN-Decennium van het agrarische familiebedrijf 2019-2028. Mondiaal actieplan. Rome.

(31)  OESO, Recommendation of the Council on creating better opportunities for young people (Aanbeveling van de Raad over het creëren van betere kansen voor jongeren), bijeenkomst van de Raad op ministerieel niveau, 9-10 juni 2022, JT03497457.

(32)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Het benutten van talent in Europa’s regio’s (Mededeling over het benutten van talent), COM/2023/32 final, 2023.

(33)  Letta, E. (2024), “Much more than a market, Speed, Security, Solidarity — Empowering the Single Market to deliver a sustainable future and prosperity for all EU Citizens”, april 2024.

(34)  Mededeling over een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU.

(35)  Mededeling over het 9e cohesieverslag en het 9e cohesieverslag.

(36)  Aanbeveling van de Raad van 30 oktober 2020 inzake “Een brug naar banen – Versterking van de jongerengarantie” en tot vervanging van de Aanbeveling van de Raad van 22 april 2013 tot invoering van een jongerengarantie (2020/C 372/01) (PB C 372 van 4.11.2020, blz. 1).

(37)  Moxon D., Bárta O. (2024). EUYD10 Results of the Consultation Phase: We Need Youth (Resultaten van de consultatiefase van EUJD10: We hebben jongeren nodig). DOI: 10.5281/zenodo.10656746.

(38)  Het EU-actieplan voor het platteland wordt genoemd in de Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU – Naar sterkere, verbonden, veerkrachtige en welvarende plattelandsgebieden in 2040, COM(2021) 345 final.

(39)  Mededeling betreffende een alomvattende aanpak van geestelijke gezondheid, COM(2023) 298 final.

(40)  Regionaal Jaarboek 2023 van Eurostat.

(41)  GLB-netwerk van de EU: “Supporting the health and well-being of Europe’s agricultural workforce” (Gezondheid en welzijn van Europa's arbeidskrachten in de landbouw ondersteunen), Policy Insight, juni 2023.

(42)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Unie van gelijkheid: strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030 (EU-strategie inzake handicaps), COM(2021) 101 final.

(43)  Mededeling over een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU.

(44)  Mededeling over een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU.

(45)  Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, Interreg Europe, beleidsnota over: How to boost entrepreneurship in rural areas? (Hoe kan ondernemerschap in plattelandsgebieden worden gestimuleerd?) april 2020.

(46)  Europese Commissie: Taking stock of how CAP Strategic Plans contribute to the objectives of the long-term vision for the EU’s rural areas (Inventarisatie van de bijdrage van de strategische GLB-plannen aan de doelstellingen van de langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU), juni 2023.

(47)  Verenigde Naties: A/RES/70/1, Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development (Onze wereld transformeren: Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling).

(48)  Europese Commissie, Directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling van de Commissie: Open brief over de lancering van het plattelandspact, 17 december 2021.

(49)  Bárta O., Moxon D. (2024). EUYD10 EU Youth Conference in Budapest, Hungary. Final Conference Report (Eindverslag van de EUJD10 EU-jeugdconferentie in Boedapest, Hongarije). DOI: 10.5281/zenodo.13836827.

(50)  Bárta O., Moxon D. (2024). EUYD10 EU Youth Conference in Budapest, Hungary. Final Conference Report (Eindverslag van de EUJD10 EU-jeugdconferentie in Boedapest, Hongarije). DOI: 10.5281/zenodo.13836827.

(51)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Actieplan Voor Digitaal Onderwijs 2021-2027 Onderwijs en opleiding herbronnen voor het digitale tijdperk, COM/2020/624 final.

(52)  Mededeling over een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU.

(53)  Mededeling over een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU.

(54)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over het benutten van talent (COM(2023) 32 final).

(55)  Mededeling over een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU.

(56)  Food Security Information Network (FSIN) en Global Network Against Food Crises, 2024, Global Report on Food Crises (GRFC) 2024 (Wereldwijd verslag over voedselcrises), Rome.

(57)  Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad: “Samenvatting van de strategische GLB-plannen voor 2023-2027: gezamenlijke inspanning en collectieve ambitie”, Brussel, 23.11.2023, COM(2023) 707 final.


BIJLAGE I

In deze conclusies zijn de volgende definities van toepassing:

“landelijke gebieden/plattelandsgebieden ” zijn lokale administratieve gemeenschappen buiten stedelijke clusters, die meestal worden gekenmerkt door een vrij lage bevolkingsdichtheid, een specifiek sociaal-geografisch en cultureel imago, de nabijheid tot natuurlijke hulpbronnen en bijgevolg verschillende economische vooruitzichten, en die tegelijkertijd vastgestelde behoeften vertonen aan verdere verbetering van specifieke diensten voor de jeugd en voor de bevolking in het algemeen;

de indicatoren voor “ levenskwaliteit ” hebben betrekking op een breed scala aan onderwerpen/dimensies, waaronder materiële levensomstandigheden, werkgelegenheid, onderwijs, gezondheid, sociale interactie, veiligheid en beveiliging, vertrouwen, discriminatie en het milieu;

plattelandstoetsing is het toetsen van beleid vanuit een plattelandsperspectief, om dit beleid geschikt te maken voor wie in plattelandsgebieden woont en werkt. De Europese Commissie heeft in het kader van de agenda voor betere regelgeving een mechanisme voor plattelandstoetsing opgezet om de impact van belangrijke EU-wetgevingsinitiatieven op plattelandsgebieden te beoordelen;

revitalisering van het platteland ” is een manier om plattelandsgebieden positief te transformeren voor de huidige en toekomstige generaties;

landelijkheid ” is vaak niet gedefinieerd. Voor de toepassing van dit document kan platteland echter naar twee geografische niveaus verwijzen: plattelandsgebieden (een indeling op het niveau van een lokale bestuurlijke eenheid) en voornamelijk landelijke regio’s (een indeling van regio’s binnen niveau 3 van de nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS-3)). Zowel plattelandsgebieden als voornamelijk landelijke regio’s worden op dezelfde manier gedefinieerd: de meerderheid van hun bevolking woont in landelijke rastercellen. Lokale bestuurlijke eenheden worden ingedeeld op basis van de verstedelijkingsgraad, en de indeling van NUTS-3-regio’s verwijst naar de stedelijk-landelijke typologie;

afgelegen gebieden ” zijn lokale en regionale administratieve gemeenschappen, waarvan de meeste zich buiten stedelijke clusters bevinden en worden gekenmerkt door een moeilijke fysieke toegang, die vooral te wijten is aan een geografische/natuurlijke scheiding (waaronder bijvoorbeeld eilanden en/of bergen) in combinatie met beperkt of minder frequent openbaar vervoer en/of een moeilijke digitale connectiviteit. Deze gebieden kunnen dezelfde kenmerken hebben als de hierboven gedefinieerde “plattelandsgebieden” of “landelijke gebieden”. De ultraperifere gebieden van de EU die worden genoemd in artikel 349 VWEU, worden ook als afgelegen gebieden beschouwd;

glokaal ” verwijst naar de naadloze integratie tussen lokaal en globaal of mondiaal, de omvattende connectiviteit door reizen, zakendoen en communicatie, en naar de bereidheid en het vermogen om mondiaal te denken en lokaal op te treden. Het begrip “glokalisering” omvat de dynamische, voorwaardelijke en tweerichtingsdialectiek tussen het globale of mondiale en het lokale niveau (Swyngedouw (2004)). Enkele van de prangendste mondiale ontwikkelingen die jongeren raken, zijn onder meer de klimaatverandering, die onevenredig grote gevolgen heeft voor plattelandsgemeenschappen en agrarische bestaansmiddelen, en de opkomst van digitale technologieën, die zowel kansen als uitdagingen creëren op het gebied van digitale geletterdheid, toegang tot onderwijs en werkgelegenheid. Ook economische ongelijkheid en jeugdwerkloosheid zijn mondiale uitdagingen, die vaak lokale innovatie op het gebied van banencreatie, de ontwikkeling van vaardigheden en ondernemerschap vereisen. Geestelijke gezondheidsproblemen, die nog worden verergerd door mondiale crises en maatschappelijke druk, vragen eveneens om voor het lokale niveau gevoelige benaderingen om de opbouw van weerbaarheid en veerkracht te ondersteunen. Daarnaast, en om kwesties als gendergelijkheid, raciale verschillen en toegang tot middelen aan te pakken, vereist de huidige impuls voor sociale rechtvaardigheid en inclusiviteit op maat gesneden oplossingen die rekening houden met de unieke culturele en sociale dynamiek in verschillende regio’s. Door deze mondiale uitdagingen via lokaal relevante strategieën aan te pakken, kunnen jongeren het potentieel van glokalisering benutten om binnen hun gemeenschappen duurzame en veerkrachtige toekomstperspectieven te creëren;

lacunes bij de ontwikkeling van talent ”, zoals beschreven in de mededeling van de Europese Commissie over het benutten van talent in Europa’s regio’s, verwijst naar een multidimensionale uitdaging voor sommige EU-regio’s die te maken hebben met een sterke daling van hun bevolking in de werkende leeftijd, een laag en stagnerend aandeel afgestudeerden in het hoger onderwijs en een negatieve mobiliteit van hun bevolking tussen 15 en 39 jaar. Dit leidt tot inefficiënties in de lokale economieën, op de arbeidsmarkten en in de stelsels voor onderwijs, opleiding en volwasseneneducatie, alsook tot slechte prestaties op het gebied van innovatie, governance, bedrijfsontwikkeling en toegang tot diensten;

verticale en horizontale taalbarrières ” slaat op de complexiteit van de taalbarrières waarmee veel plattelandsjongeren worden geconfronteerd. Het horizontale segment heeft te maken met het gebrek aan toereikende toegang tot vreemdetalenonderwijs, terwijl het verticale segment de nadruk legt op de moeilijkheid om de complexe taal te begrijpen waarin informatie over ondersteunende middelen beschikbaar wordt gesteld, en op het gebrek aan jeugdvriendelijke formuleringen.

BIJLAGE II

Referenties

Raad van de Europese Unie

Resolutie van de Raad van de Europese Unie en van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over een kader voor Europese samenwerking in jeugdzaken: De EU-strategie voor jongeren 2019-2027 (PB C 456 van 18.12.2018, blz. 1).

Resolutie van de Raad en van de vertegenwoordigers van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, tot vaststelling van richtsnoeren over de governance van de EU-jongerendialoog, EU-strategie voor jongeren 2019-2027 (2019/C189/01) (PB C 189 van 5.6.2019, blz. 1).

Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over meer kansen voor jongeren in landelijke en afgelegen gebieden (2020/C193/03) (PB C 193 van 9.6.2020, blz. 3).

Conclusies over een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU (LTVRA), doc. 15631/23.

Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over inclusieve samenlevingen voor jongeren (PB C, C/2024/3808 van 27.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/3808/oj).

Conclusies van de Raad over geestelijke gezondheid, doc. 15971/23.

Aanbeveling van de Raad van 30 oktober 2020 inzake “Een brug naar banen – Versterking van de jongerengarantie” en tot vervanging van de Aanbeveling van de Raad van 22 april 2013 tot invoering van een jongerengarantie (2020/C 372/01) (PB C 372 van 4.11.2020, blz. 1).

Aanbeveling van de Raad van 13 mei 2024 inzake “Europa in beweging” – mogelijkheden voor leermobiliteit voor iedereen (PB C, C/2024/3364, 14.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/3364/oj).

Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten over een alomvattende aanpak van de geestelijke gezondheid van jongeren in de Europese Unie (PB C, C/2023/1337 van 30.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/1337/oj).

Europese Raad

Europese Raad, strategische agenda 2019-2024 van 20 juni 2019.

Letta, Enrico: “Much more than a market – Speed, Security, Solidarity – Empowering the Single Market to deliver a sustainable future and prosperity for all EU Citizens”, april 2024.

Europese Commissie

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU – Naar sterkere, verbonden, veerkrachtige en welvarende plattelandsgebieden in 2040 (COM(2021) 345 final).

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU – Naar sterkere, verbonden, veerkrachtige en welvarende plattelandsgebieden in 2040 (COM(2021) 345 final). Werkdocument van de diensten van de Commissie (deel 1-3).

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Mensen vooropstellen, zorgen voor duurzame en inclusieve groei en het potentieel van de ultraperifere regio’s van de EU ontsluiten (COM(2022) 198 final).

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Het benutten van talent in Europa’s regio’s (COM(2023) 32 final).

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Unie van gelijkheid: Strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030 (COM(2021) 101 final).

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Een Unie van gelijkheid: strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020-2025 (COM(2020) 698 final).

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Unie van gelijkheid: strategie voor gendergelijkheid 2020-2025, COM/2020/152 final.

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Een Unie van gelijkheid: EU-actieplan tegen racisme 2020-2025 (COM(2020) 565 final).

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Een Unie van gelijkheid: strategisch EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma (COM(2020) 620 final).

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s betreffende een alomvattende aanpak van geestelijke gezondheid (mededeling over een alomvattende aanpak van geestelijke gezondheid) COM(2023) 298 final.

Europese Commissie, directoraat-generaal Regionaal Beleid en Stadsontwikkeling, Negende verslag inzake economische, sociale en territoriale cohesie (9e cohesieverslag), maart 2024.

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over het 9e cohesieverslag (COM(2024) 149 final).

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Demografische veranderingen in Europa: een toolbox voor actie (COM(2023) 577 final).

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Actieplan Voor Digitaal Onderwijs 2021-2027 – Onderwijs en opleiding herbronnen voor het digitale tijdperk (COM(2020) 624 final).

Commission staff working document – Executive summary of the evaluation of the impact of the Common Agricultural Policy on territorial development of rural areas {SWD(2021) 398 final}.

Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, Interreg Europe: Beleidsnota over: How to boost entrepreneurship in rural areas? (Hoe kan ondernemerschap in plattelandsgebieden worden gestimuleerd?) april 2020.

Directoraat-generaal Onderwijs, Jongerenzaken, Sport en Cultuur van de Europese Commissie, Inclusie- en diversiteitsstrategie op het gebied van jeugd in het kader van Erasmus+, december 2014.

Perpiña Castillo, C., Jacobs-Crisioni, C., Barranco, R., Curtale, R., Kompil, M., Vallecillo, S., Auteri, D. and Dijkstra, L., Opportunities and challenges for remote rural areas in the European Union, Europese Commissie, Ispra, 2023, JRC135398.

Bureau voor publicaties van de Europese Unie: Study on living conditions and access to selected basic needs in the EU outermost regions, 2024: ISBN 978-92-68-11899-3, doi: 10.2776/185784 KN-05-24-084-EN-N.

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad: “Samenvatting van de strategische GLB-plannen voor 2023-2027: gezamenlijke inspanning en collectieve ambitie”, Brussel, 23.11.2023, COM(2023) 707 final.

Bureau voor publicaties van de Europese Unie: Regionaal jaarboek 2023 van Eurostat, editie 2023.

Online statistieken van Eurostat: Urban-rural Europe - quality of life in rural areas, 2022.

GLB-netwerk van de EU: Supporting the health and well-being of Europe’s agricultural workforce, Policy Insight, juni 2023.

Europese Commissie, Directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling, “Taking stock of how CAP Strategic Plans contribute to the objectives of the long-term vision for the EU’s rural areas – Final Report”, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2023.

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Mensen vooropstellen, zorgen voor duurzame en inclusieve groei en het potentieel van de ultraperifere regio’s van de EU ontsluiten (COM(2022) 198 final).

Europese Commissie, Directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling: Open brief over de oprichting van het plattelandspact, 17 december 2021.

Partnerschap tussen de EU en de Raad van Europa over jeugdzaken

Partnerschap tussen de EU en de Raad van Europa over jeugdzaken, Young people in rural areas: diverse, ignored and unfulfilled, maart 2021.

Verenigde Naties

Verenigde Naties, A/RES/70/1, Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development.

FAO en IFAD. 2019. VN-Decennium van het agrarische familiebedrijf 2019-2028. Mondiaal actieplan. Rome.

Food Security Information Network (FSIN) en Global Network Against Food Crises, 2024, Global Report on Food Crises (GRFC) 2024, Rome.

OESO

OESO, Recommendation of the Council on creating better opportunities for young people, bijeenkomst van de Raad op ministerieel niveau, 9-10 juni 2022, JT03497457.

Overig

Moxon D., Bárta O. (2024). EUYD10 Results of the Consultation Phase: We Need Youth (Resultaten van de consultatiefase van EUJD10: We hebben jongeren nodig). DOI: 10.5281/zenodo.10656746.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/7404/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)