|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2024/7132 |
28.11.2024 |
Beroep tegen IJsland, ingesteld door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 16 oktober 2024
(Zaak E-29/24)
(C/2024/7132)
Op 16 oktober 2024 is bij het EVA-Hof beroep tegen IJsland ingesteld door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, vertegenwoordigd door Sigurbjörn Bernharð Edvardsson, Sigrún Ingibjörg Gísladóttir en Melpo-Menie Joséphidès, optredend als gemachtigden van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, Kunstlaan 19H, 1000 Brussel, België.
De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA vraagt het EVA-Hof:
|
1. |
vast te stellen dat IJsland zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 7 van de EER-Overeenkomst niet is nagekomen door de handeling waarnaar wordt verwezen in punt 6 van bijlage XVII bij de EER-Overeenkomst (Verordening (EU) 2019/933 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 469/2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen), zoals aangepast bij Protocol nr. 1 bij de EER-Overeenkomst, niet in zijn interne rechtsorde op te nemen, en |
|
2. |
IJsland te verwijzen in de kosten van de procedure. |
Feiten en argumenten:
|
— |
Met dit beroep verzoekt de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA (“Autoriteit”) het Hof vast te stellen dat IJsland niet de maatregelen heeft genomen die nodig zijn om de in punt 6 van bijlage XVII bij de EER-Overeenkomst bedoelde handeling, zoals aangepast bij Protocol nr. 1 bij die overeenkomst, overeenkomstig artikel 7 EER in zijn nationale rechtsorde op te nemen. |
|
— |
IJsland heeft niet geantwoord op de aanmaningsbrief van de Autoriteit van 22 september 2023. |
|
— |
De Autoriteit heeft op 6 maart 2024 een met redenen omkleed advies uitgebracht, waarbij IJsland twee maanden de tijd kreeg om de nodige maatregelen te nemen om aan het met redenen omkleed advies te voldoen, d.w.z. uiterlijk op 6 mei 2024. |
|
— |
De Autoriteit heeft binnen de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn geen antwoord van IJsland ontvangen. |
|
— |
Aangezien IJsland niet binnen de gestelde termijn aan het met redenen omkleed advies had voldaan, heeft de Autoriteit besloten de zaak overeenkomstig artikel 31 van de Toezichtovereenkomst voor te leggen aan het Hof. |
|
— |
De Autoriteit merkt op dat IJsland op het moment van indiening van het onderhavige beroep de Autoriteit niet in kennis had gesteld van maatregelen om het besluit in zijn interne rechtsorde op te nemen. De Autoriteit beschikte evenmin over andere informatie waaruit bleek dat de handeling in de nationale rechtsorde van IJsland was opgenomen. |
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/7132/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)