|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2024/6915 |
25.11.2024 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Okrožno sodišče v Kopru (Slovenië) op 20 augustus 2024 – S.H. d.o.o., M.A. d.o.o.
(Zaak C-562/24, Munik (1) )
(C/2024/6915)
Procestaal: Sloveens
Verwijzende rechter
Okrožno sodišče v Kopru
Partijen in het hoofdgeding
In tegenwoordigheid van: S. H. d.o.o., M. A. d.o.o.
Prejudiciële vraag
Moeten artikel 8, lid 2, onder d), van kaderbesluit 2006/783/JBZ en artikel 17, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie aldus worden uitgelegd dat ook houders van gerechtelijke hypotheken die zijn ingeschreven vóór de erkenning van een beslissing van een rechter van een andere lidstaat of vóór de bevriezing van de goederen met het oog op de tenuitvoerlegging, moeten worden beschouwd als derden wier rechten in aanmerking moeten worden genomen in de procedure voor de tenuitvoerlegging van de beslissing tot confiscatie van voorwerpen van criminele vermogensbestanddelen?
(1) Dit is een fictieve naam, die niet overeenkomt met de werkelijke naam van enige partij in de procedure.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6915/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)