European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2024/6405

4.11.2024

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Kúria (Hongarije) op 24 juli 2024 – Magyar Telekom Nyrt. / Nemzeti Média- és Hírközlési Hatóság Elnöke

(Zaak C-514/24, Magyar Telekom)

(C/2024/6405)

Procestaal: Hongaars

Verwijzende rechter

Kúria

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Magyar Telekom Nyrt.

Verwerende partij: Nemzeti Média- és Hírközlési Hatóság Elnöke

Prejudiciële vragen

1)

Kan een arrest van het Hof worden gelijkgesteld met een rechtstreeks verbindende bepaling van Unierecht in de zin van artikel 105, lid 4, van richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad (1) tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (hierna: “wetboek”), of moet een dergelijk arrest worden aangemerkt als een uitlegging van het recht die geen wijziging van de eerdere regelgeving vormt vanuit het oogpunt van artikel 105, lid 4, van het wetboek?

2)

Kunnen de richtsnoeren van het Orgaan van Europese regulerende instanties voor elektronische communicatie (hierna: “Berec”), BoR (16) 127, van 30 augustus 2016 (hierna: “Berec-richtsnoeren van 2016”) die, voor zover in casu van belang, zijn vervangen door de richtsnoeren van Berec, BoR (22) 81, van 9 juni 2022 (hierna: “Berec-richtsnoeren van 2022”) – in het bijzonder gelet op artikel 10, lid 2, van het wetboek en artikel 4, lid 4, van verordening (EU) 2018/1971 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 (hierna: “verordening tot instelling van Berec”) – worden beschouwd als een onderdeel van het Unierecht of als rechtstreeks verbindende bepalingen daarvan en, als zodanig, als een wijziging in de regelgeving die de toepassing van de uitzondering van artikel 105, lid 4, van het wetboek rechtvaardigt, of zijn zij slechts een interpretatie van het recht – in het bijzonder indien zij uitvoering geven aan een arrest van het Hof – die geen wijziging van de eerdere regelgeving vormt vanuit het oogpunt van artikel 105, lid 4, van het wetboek?

3)

Indien de toepassing van de uitzondering van artikel 105, lid 4, van het wetboek noch door een arrest van het Hof, noch door de Berec-richtsnoeren van 2022 wordt gerechtvaardigd, kan het besluit van een nationale regelgevende autoriteit waarbij met betrekking tot een aanbieder van elektronische-communicatiediensten een gewijzigd jurisprudentieel criterium wordt toegepast met betrekking tot artikel 3, lid 3, van verordening (EU) 2015/2120 van het Europees Parlement en de Raad (2) tot wijziging van richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten en verordening (EU) nr. 531/2012 betreffende roaming op openbare mobielecommunicatienetwerken binnen de Unie (hierna: “verordening 2015/2120”), dat is gebaseerd op de Berec-richtsnoeren van 2022, zoals gewijzigd ingevolge een arrest van het Hof, dan worden aangemerkt als een rechtstreeks verbindende bepaling van nationaal recht in de zin van artikel 105, lid 4, van het wetboek, waarbij moet worden opgemerkt dat de bepaling van verordening 2015/2120 dezelfde is gebleven en niet is gewijzigd tijdens de periode waarop het geding betrekking heeft?


(1)   PB 2018, L 321, blz. 36.

(2)   PB 2015, L 310, blz. 1.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6405/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)