European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2024/6225

28.10.2024

Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 12 september 2024 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de tribunal de première instance de Liège – België) – Casino de Spa SA, Ardent Betting SA, Ardent Finance SA e.a. / Belgische Staat (FOD Financiën)

(Zaak C-741/22  (1) , Casino de Spa e.a.)

(Prejudiciële verwijzing - Fiscale bepalingen - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (btw) - Richtlijn 2006/112/EG - Artikel 135, lid 1, onder i) - Vrijstellingen - Weddenschappen, loterijen en andere kans- en geldspelen - Voorwaarden en grenzen - Beginsel van fiscale neutraliteit - Handhaving van de gevolgen van een nationale regeling - Recht op teruggaaf - Ongerechtvaardigde verrijking - Staatssteun - Artikel 107, lid 1, VWEU - Verzoek om teruggaaf van de belasting in de vorm van een schadevergoeding)

(C/2024/6225)

Procestaal: Frans

Verwijzende rechter

Tribunal de première instance de Liège

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Casino de Spa SA, Ardent Betting SA, Ardent Finance SA, Artekk SRL (opgegaan in Circus Belgium SA), Circus Belgium SA, Circus Services SA, Gambling Management SA, Games Services SA, Gaming1 SRL, Guillemins Real Estate SA, Immo Circus Wallonie SA, Mr Joker SRL, Pres Carats Sports SA, Pro Sécurité SRL, Royal Namur SA, Euro 78 SRL, Lucky Bet SRL, Reflex SA, Slots SRL, Winvest SRL, Parction SA, Ardent Casino Belgium SA, Ardent Casino International SA, Ardent Namur Immo SA, Odds Sportbar SRL, HQ1 SRL, Tour de Baschamps SRL

Verwerende partij: Belgische Staat (FOD Financiën)

in tegenwoordigheid van: Belgische Staat (FOD Justitie), De Kamer van Volksvertegenwoordigers

Dictum

1)

Artikel 135, lid 1, onder i), van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, gelezen in samenhang met het beginsel van fiscale neutraliteit,

moet aldus worden uitgelegd dat

het zich niet verzet tegen een nationale regeling die de onlineaankoop van deelbewijzen van deelneming aan loterijen enerzijds en de deelname aan andere onlinekansspelen en onlinegeldspelen anderzijds verschillend behandelt door deze laatste categorie uit te sluiten van de vrijstelling van belasting over de toegevoegde waarde die geldt voor de eerste categorie, mits de objectieve verschillen tussen deze twee categorieën kans- en geldspelen de beslissing van de gemiddelde consument om te kiezen voor de ene of de andere categorie spelen, aanmerkelijk kunnen beïnvloeden.

2)

Het beginsel van loyale samenwerking zoals neergelegd in artikel 4, lid 3, VEU en het beginsel van voorrang van het Unierecht verplichten de nationale rechter om nationale bepalingen die onverenigbaar zijn verklaard met artikel 135, lid 1, onder i), van richtlijn 2006/112, gelezen in samenhang met het beginsel van fiscale neutraliteit, buiten toepassing te laten, zonder dat het in dit verband van belang is dat het nationale grondwettelijk hof een arrest heeft gewezen waarin de gevolgen van die nationale bepalingen worden gehandhaafd.

3)

De regels van het Unierecht inzake terugvordering van het onverschuldigd betaalde moeten aldus worden uitgelegd dat zij de belastingplichtige een recht verlenen op teruggaaf van het bedrag van de in een lidstaat in strijd met artikel 135, lid 1, onder i), van richtlijn 2006/112 geïnde belasting over de toegevoegde waarde, mits die teruggaaf niet leidt tot ongerechtvaardigde verrijking van deze belastingplichtige.

4)

Artikel 108, lid 3, VWEU moet aldus worden uitgelegd dat wanneer de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) die bepaalde marktdeelnemers hebben genoten onrechtmatige staatssteun vormt, een belastingplichtige die deze vrijstelling niet heeft genoten, niet bij wege van schadevergoeding een bedrag kan ontvangen dat gelijk is aan de betaalde btw.


(1)   PB C 112 van 27.3.2023.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6225/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)