|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2024/5720 |
17.10.2024 |
P9_TA(2024)0029
Beleidsimplicaties van de ontwikkeling van virtuele werelden – kwesties op het gebied van burgerlijk recht, vennootschapsrecht, handelsrecht en intellectuele-eigendomsrecht
Resolutie van het Europees Parlement van 17 januari 2024 over beleidsimplicaties van de ontwikkeling van virtuele werelden – kwesties op het gebied van burgerlijk recht, vennootschapsrecht, handelsrecht en intellectuele-eigendomsrecht (2023/2062(INI))
(C/2024/5720)
Het Europees Parlement,
|
— |
gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 4, 16, 26, 81, 114 en 118, |
|
— |
gezien de Berner Conventie van 1886 voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, |
|
— |
gezien de Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken, zoals gewijzigd op 28 september 1979 en geactualiseerd in de twaalfde editie (12-2023), |
|
— |
gezien het verdrag inzake auteursrecht van 1996 van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (WIPO) en het WIPO-verdrag inzake uitvoeringen en fonogrammen van 1996, |
|
— |
gezien Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken (1), |
|
— |
gezien Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad (“richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) (2), |
|
— |
gezien Verordening (EG) nr. 864/2007 van 11 juli 2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het geldend recht voor niet-contractuele verbintenissen (Rome II) (3), |
|
— |
gezien Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (4), |
|
— |
gezien Richtlijn 2009/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma’s (5), |
|
— |
gezien Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking) (6) (Brussel I-verordening), |
|
— |
gezien Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (7), |
|
— |
gezien Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan (8), |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (9), |
|
— |
gezien Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (10), |
|
— |
gezien Richtlijn (EU) 2016/2102 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 inzake de toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties (11), |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk (12), |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (13), |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2018/1807 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 inzake een kader voor het vrije verkeer van niet-persoonsgebonden gegevens in de Europese Unie (14), |
|
— |
gezien Richtlijn (EU) 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt en tot wijziging van Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG (auteursrechtenrichtlijn) (15), |
|
— |
gezien Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten (16), |
|
— |
gezien Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie (17), |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2019/1150 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten (18), |
|
— |
gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie (wet op de artificiële intelligentie) en tot wijziging van bepaalde wetgevingshandelingen van de Unie (COM(2021)0206), |
|
— |
gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 betreffende een Europees kader voor een digitale identiteit (COM(2021)0281), |
|
— |
gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende geharmoniseerde regels inzake eerlijke toegang tot en eerlijk gebruik van data (Dataverordening) (COM(2022)0068), |
|
— |
gezien het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake aansprakelijkheid voor producten met gebreken (COM(2022)0495), |
|
— |
gezien het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de aanpassing van de regels inzake niet-contractuele civielrechtelijke aansprakelijkheid aan artificiële intelligentie (AI) (richtlijn AI-aansprakelijkheid) (COM(2022)0496), |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2022/868 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende Europese datagovernance en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724 (datagovernanceverordening) (19), |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2022/1925 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2022 over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector, en tot wijziging van Richtlijnen (EU) 2019/1937 en (EU) 2020/1828 (digitalemarktenverordening) (20), |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening) (21), |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2023/988 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 inzake algemene productveiligheid, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 87/357/EEG van de Raad (22), |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937 (23), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 20 oktober 2020 over de intellectuele-eigendomsrechten voor de ontwikkeling van technologieën op het gebied van artificiële intelligentie (A9-0176/2020) (24), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, getiteld “Het innovatiepotentieel van de EU optimaal benutten – Een actieplan inzake intellectuele eigendom om het herstel en de veerkracht van de EU te ondersteunen” (COM(2020)0760), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 11 november 2021 over een actieplan inzake intellectuele eigendom om het herstel en de veerkracht van de EU te ondersteunen (25), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 11 juli 2023 getiteld “Een EU-initiatief voor Web 4.0 en virtuele werelden: een voorsprong bij de volgende technologische transitie”, |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 11 mei 2022, getiteld “Een digitaal decennium voor kinderen en jongeren: de nieuwe Europese strategie voor een beter internet voor kinderen (BIK+)” (COM (2022)0212), |
|
— |
gezien artikel 54 van zijn Reglement, |
|
— |
gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A9-0442/2023), |
|
A. |
overwegende dat virtuele werelden nog niet op grote schaal worden gebruikt, hoewel de toepassing ervan in een aantal gebruiksgevallen in verschillende sectoren het algemene bewustzijn heeft vergroot en de aandacht van de overheid heeft getrokken; |
|
B. |
overwegende dat het van essentieel belang is dat we nieuwe technologieën blijven bevorderen en ontwikkelen, waarbij we hun transformerende potentieel op gebieden als onderwijs, cultuur, gezondheidszorg, gaming en vele andere erkennen en tegelijkertijd de risico’s aanpakken die deze nieuwe technologieën met zich mee kunnen brengen; |
|
C. |
overwegende dat het volgens deskundigen nog 10 tot 15 jaar kan duren voordat virtuele werelden hun volledige potentieel hebben bereikt en dat de ontwikkeling ervan in de komende jaren aanzienlijke gevolgen kan hebben voor het digitale landschap, hetgeen zowel kansen met zich meebrengt als risico’s die moeten worden aangepakt; |
|
D. |
overwegende dat digitale soevereiniteit een middel is om de notie van Europees leiderschap en strategische autonomie te bevorderen en van cruciaal belang is om het vermogen van de EU te waarborgen om wetgeving in de digitale omgeving vorm te geven en te handhaven, en zo te zorgen voor ethische, duurzame en mensgerichte virtuele werelden en de bescherming van de grondrechten en de waarden van de EU te waarborgen; |
Definities
|
1. |
merkt op dat er momenteel nog geen geconsolideerde definities van de concepten “metaverse” en “virtuele wereld” bestaan; |
|
2. |
is in dit verband ingenomen met het voorstel in de mededeling van de Commissie voor een definitie die zich richt op de belangrijkste kenmerken van virtuele werelden, zijnde: “virtuele werelden zijn blijvende, immersieve omgevingen op basis van technologie zoals 3D en extended reality (XR), die het mogelijk maken om fysieke en digitale werelden in real time te mengen, voor uiteenlopende doeleinden, zoals ontwerpen, simulaties maken, samenwerken, leren, omgaan met anderen, het verrichten van transacties of het aanbieden van amusement”; wijst erop dat veel van de technologieën die “virtuele werelden” worden genoemd, al jaren bestaan; beklemtoont dat een toekomstige Europese strategie verankerd moet zijn in onderzoek, wetenschappelijk bewijs en maatschappelijke relevantie; |
|
3. |
wijst op het grote belang van het bevorderen van normalisatie en interoperabiliteit voor de volledige ontwikkeling van een ecosysteem van onderling verbonden virtuele werelden; |
Een passend ethisch en rechtskader
|
4. |
wijst erop dat in de EU toegankelijke virtuele werelden de ethische waarden, beginselen en grondrechten moeten eerbiedigen die zijn verankerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (26) en bestaande EU-wetgeving, met name inzake gegevensbescherming, beveiligings- en veiligheidsnormen, het delen van gegevens, inhoudsmoderatie, de strijd tegen intimidatie en haatzaaiende uitlatingen, cyberbeveiliging, werknemersrechten, bescherming van consumenten en kinderen, toegankelijkheidsvereisten, eerbiediging van intellectuele-eigendomsrechten, de bescherming van knowhow en handelsgeheimen, de preventie van online misbruik en fraude, en betwistbare en eerlijke markten; |
|
5. |
herinnert eraan dat virtuele werelden moeten worden ontwikkeld en ingezet volgens het algemene beginsel dat wat offline illegaal is, online ook illegaal moet zijn, zodat de rechten van mensen, met een sterke focus op kinderen, als gebruikers, consumenten, werknemers, investeerders, rechthebbenden en makers volledig worden geëerbiedigd; |
|
6. |
wijst erop dat met name de volgende wetgeving reeds van toepassing is op verschillende aspecten van virtuele werelden: de digitaledienstenverordening; de digitalemarktenverordening; de datagovernanceverordening; de dataverordening; de voorgestelde AI-verordening; de algemene verordening gegevensbescherming (27) (AVG); de verordening algemene productveiligheid; de richtlijn oneerlijke handelspraktijken; de verordening betreffende cryptoactivamarkten; Europese digitale identiteit; de richtlijn inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt; de verordening inzake het Uniemerk; de richtlijn betreffende de bescherming van bedrijfsgeheimen; de Europese toegankelijkheidsrichtlijn; en de richtlijn webtoegankelijkheid; |
|
7. |
benadrukt het belang van regelmatig toezicht op de naleving en effectieve handhaving van de geldende rechtsinstrumenten; verzoekt de Commissie om in samenwerking met verschillende belanghebbenden, waaronder vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, consumentenbeschermingsorganisaties en de academische wereld, richtsnoeren en beste praktijken te ontwikkelen ter verduidelijking van de wettelijke verplichtingen en verantwoordelijkheden van alle belanghebbenden bij virtuele werelden, zoals platformexploitanten, dienstverleners, ontwikkelaars en gebruikers, uit hoofde van het toepasselijke EU-recht; |
|
8. |
beklemtoont dat het van het grootste belang is dat de Commissie de geschiktheid van de geldende rechtsinstrumenten regelmatig controleert, in het bijzonder met het oog op een mogelijke herziening van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken, de richtlijn consumentenrechten (28) en de richtlijn oneerlijke bedingen in overeenkomsten (29), en benadrukt dat in toekomstige wetgeving over virtuele werelden overlappingen of inconsistenties moeten worden vermeden, terwijl leemten waar nodig moeten worden opgevuld; |
|
9. |
merkt op dat sommige regelgevingskwesties niettemin al duidelijk zijn op het gebied van internationaal privaatrecht, burgerlijk recht en intellectuele-eigendomsrecht, zoals gespecificeerd in de onderstaande paragrafen; |
|
10. |
benadrukt dat recent onderzoek heeft aangetoond dat VR-sensorgegevens even uniek identificeerbaar zijn als een vingerafdrukscan en kunnen worden gebruikt om een grondig inzicht te krijgen in de persoonlijkheid van gebruikers en om verschillende kenmerken af te leiden, zoals leeftijd, geslacht, inkomen, etniciteit, gehandicaptenstatus, geestestoestand en emoties; is van mening dat dit aanzienlijke ethische en juridische zorgen teweegbrengt, met name in verband met gerichte reclame op basis van gedrag, en dat deze zorgen moeten worden aangepakt; wijst erop dat deze ethische zorgen over het verzamelen van enorme hoeveelheden persoonsgegevens, waaronder gevoelige gebruikersgegevens zoals biometrische en gedragsgegevens, emotionele reacties en haptische informatie, deels kunnen worden weggenomen door te garanderen dat gebruikers zich bewust zijn van de gegevens die worden verzameld en dat de toestemming voor het verzamelen van dergelijke gegevens niet alleen wordt verkregen bij het betreden van de virtuele wereld, maar voor elk gebruiksgeval in overeenstemming met de in de AVG neergelegde beginselen, zoals privacy door ontwerp en doelbinding; |
|
11. |
benadrukt dat virtuele werelden, wanneer identificatie van de gebruiker niet vereist is door de wetgeving van de Unie of de lidstaten, met name voor aansprakelijkheidsdoeleinden, en wanneer dit technisch haalbaar en redelijk is, het anonieme gebruik van diensten mogelijk moeten maken als een manier om een beschermend schild voor de privacy te bieden en ongeoorloofde openbaarmaking van gegevens, identiteitsdiefstal en andere vormen van misbruik van online verzamelde persoonsgegevens doeltreffend te voorkomen; |
|
12. |
merkt in dit verband op dat de maatregelen die de Commissie in haar mededeling voorstelt om het bewustzijn te vergroten, de digitale vaardigheden en geletterdheid te verbeteren en de toegang van gebruikers tot sleuteltechnologieën te vergroten, met name door de toegang tot snelle internetinfrastructuur en adequate apparatuur te vergemakkelijken, essentieel zijn om digitale kloven te voorkomen en zo spoedig mogelijk moeten worden uitgevoerd om een inclusieve en concurrerende digitale samenleving te bevorderen en ervoor te zorgen dat niemand achterblijft bij deze snelle technologische ontwikkeling; |
Internationaal privaatrecht
|
13. |
wijst erop dat bepaalde traditionele territoriale beginselen inzake toepasselijk recht en jurisdictie ontoereikend kunnen zijn voor virtuele werelden, waarvan de niet-territorialiteit mogelijk wordt gemaakt door het gebruik van gedecentraliseerde technologieën zoals blockchain, en problemen veroorzaken als het gaat om het waarborgen van de toepasselijkheid van het EU-recht en de bescherming van de rechten van consumenten en bedrijven; |
|
14. |
merkt meer in het bijzonder op dat, aangezien iedereen in de wereld toegang heeft tot virtuele werelden, het door het Hof van Justitie van de Europese Unie vastgestelde “mozaïekcriterium”, op grond waarvan de benadeelde partij schadevergoeding kan vorderen voor de rechterlijke instanties van de landen waar ten minste een deel van de schade zich heeft voorgedaan, wellicht niet houdbaar is; herinnert er echter aan dat het Hof een aanvullend criterium heeft vastgesteld op grond waarvan benadeelde partijen schadevergoeding kunnen vorderen via de rechterlijke instanties van het land waar zij hun voornaamste belang hebben, en bevestigt dat de codificatie van dit criterium in de Brussel I-verordening kan worden overwogen; |
|
15. |
stelt vast dat de definitie van “consument” in de Brussel I-verordening momenteel is gebaseerd op een directe contractuele relatie, die bijvoorbeeld ontbreekt tussen de emittent van een niet-verwisselbaar token (NFT) en de koper wanneer het NFT op een secundaire markt wordt gebracht; merkt op dat bijgevolg, in geval van een geschil met de emittent, de eindkoper de bevoegdheidsbehandeling die de Brussel I-verordening aan consumenten toekent, zou worden ontnomen; |
|
16. |
verzoekt de Commissie rekening te houden met deze en andere mogelijk problematische situaties en de geschiktheid van de bestaande bepalingen van het in de EU toepasselijke internationaal privaatrecht te beoordelen en zo nodig passende wijzigingen voor te stellen om te waarborgen dat burgers en bedrijven niet systematisch voor buitenlandse rechterlijke instanties of op grond van buitenlandse wetgeving hoeven te procederen om hun rechten af te dwingen, en er zo voor te zorgen dat hun rechten op grond van het regelgevingskader van de EU volledig worden gevrijwaard, daarbij rekening houdend met het risico van forumshopping, met name door niet-EU-bedrijven; |
Burgerlijk recht
|
17. |
merkt op dat het aantal en de economische relevantie van commerciële transacties binnen virtuele werelden de komende tien jaar naar verwachting zullen toenemen; wijst er in dit verband op dat ervoor moet worden gezorgd dat aanbieders van virtuele goederen en diensten kunnen worden geïdentificeerd en aansprakelijk kunnen worden gesteld voor door hun producten veroorzaakte schade; |
|
18. |
wijst op de bezorgdheid die wordt gewekt door de gebruikte reclametechnieken bij de verkoop van zogenaamd virtueel onroerend goed, zoals een gebouw of een stuk grond in een virtuele wereld, dat wordt vertegenwoordigd door een NFT, aangezien gebruikers kunnen geloven dat zij daadwerkelijk eigendomsrechten verwerven, terwijl zij in de praktijk alleen een licentie krijgen om het virtuele “land” te gebruiken; benadrukt dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat de toepasselijke voorwaarden transparant, duidelijk, eerlijk en bevattelijk zijn, vooral omdat gebleken is dat gebruikers vaak voorwaarden niet lezen omdat deze te ingewikkeld en technisch van aard zijn; |
|
19. |
herinnert eraan dat de aansprakelijkheidsregels volledig van toepassing moeten zijn op virtuele werelden en benadrukt het belang van doeltreffende maatregelen om in virtuele werelden elke vorm van schadelijk gedrag te voorkomen en aan te pakken en de wet te handhaven in overeenstemming met de grondrechten, waaronder, zo nodig en onverminderd het recht om gerechtelijk verhaal te zoeken, de instelling van meldings- en geschillenbeslechtingsmechanismen; |
|
20. |
is bezorgd over het feit dat het gebruik van avatars en gedecentraliseerde systemen, zoals die welke op blockchaintechnologie zijn gebouwd, het een enorme uitdaging kunnen maken om overtreders verantwoordelijk te houden; is van mening dat de invoering van doeltreffende systemen voor identiteitsbeheer essentieel is om de juiste en tijdige identificatie ervan mogelijk te maken en valse identiteiten te bestrijden, waarbij ook rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken die verband houden met het bestuur van gedecentraliseerde autonome organisaties en collectieve aansprakelijkheid; verwelkomt in dit verband het voornemen van de Commissie om de toegevoegde waarde van een mogelijk rechtskader voor gedecentraliseerde autonome organisaties te bestuderen; |
|
21. |
herinnert eraan dat avatars geen rechtspersoonlijkheid hebben, waardoor alle kwesties met betrekking tot hun rechtsbekwaamheid, rechten, verplichtingen en aansprakelijkheden moeten worden behandeld met verwijzing naar de natuurlijke of rechtspersonen die ze gebruiken; is van mening dat, naarmate virtuele werelden evolueren en complexer worden, moet worden overwogen of het passend is om avatars een specifieke juridische status te verlenen; is van mening dat de avatar of de persoon die erachter schuilgaat identificeerbaar moet zijn en dat het “ken uw zakelijke klant”-beginsel van toepassing moet zijn; |
Intellectuele-eigendomsrecht
|
22. |
benadrukt dat het corpus van het EU-recht inzake de bescherming van intellectuele- en industrieel-eigendomsrechten, met inbegrip van auteursrechten, handelsmerken, octrooien, ontwerpen en bedrijfsgeheimen, volledig van toepassing is op virtuele werelden; wijst er niettemin op dat de ontwikkeling van virtuele werelden nieuwe uitdagingen met zich meebrengt op het vlak van handhaving van intellectuele eigendom, identificatie van inbreukmakers, alsook kwesties in verband met de collisieregels inzake toepasselijk recht en jurisdictie; |
|
23. |
herinnert eraan dat exploitanten van platforms, dienstverleners en gebruikers in virtuele werelden verplicht zijn de exclusieve rechten van rechthebbenden en hun recht op een billijke vergoeding te eerbiedigen; benadrukt dat het gebruik van inhoud die wordt beschermd door intellectuele-eigendomsrechten (IE-recht), ook in digitale vorm op een elektronisch medium zoals een NFT, toestemming vereist door middel van licentieverlening of toewijzing, tenzij het onder een uitzondering of beperking op de bescherming van IE-recht valt (zoals kopiëren voor privégebruik, onderwijs, onderzoek, citaat, recensie, parodie of pastiche); herhaalt in dit verband hoe belangrijk het is dat providers zorgen voor transparantie over de reikwijdte van de licenties, met inbegrip van territoriale licenties, zodanig dat gebruikers kunnen bepalen welk gebruik van door intellectuele-eigendomsrechten beschermde inhoud in virtuele werelden wordt gedekt door de licenties waarover zij beschikken en dat makers en rechthebbenden nauwkeurige en correcte rapportage kunnen krijgen over het feitelijke gebruik van beschermde werken; |
|
24. |
is ingenomen met de actualisering van de twaalfde editie van de “Nice-classificatie”, die de registratie van handelsmerken in klassen die betrekking hebben op het gebruik ervan in virtuele werelden mogelijk maakt; vraagt dat de concrete toepassing van die classificatie nauwlettend in de gaten wordt gehouden; is echter bezorgd over het gebruik van NFT’s die verwijzen naar handelsmerken zonder de toestemming van hun eigenaars en dringt aan op doeltreffende maatregelen om deze en andere gevallen van inbreuk aan te pakken; is in dit verband ingenomen met het voorstel van de Commissie om een toolbox te ontwikkelen voor de bestrijding van namaak; |
|
25. |
erkent de toepasselijkheid van aansprakelijkheidsregels zoals vastgelegd in de digitaledienstenverordening en van de bijzondere regeling van artikel 17 van de auteursrechtenrichtlijn voor het uploaden van door gebruikers gegenereerde inhoud; is echter van mening dat meer duidelijkheid nodig is over de manier waarop bestaande regels moeten worden toegepast op online diensten voor het delen van inhoud waarmee inhoud in virtuele werelden beschikbaar wordt gesteld en over de manier waarop deze regels moeten worden gehandhaafd; |
|
26. |
wijst erop dat NFT’s geen IE-recht als zodanig toekennen over het digitale actief en wijst op de noodzaak van verdere duidelijkheid en transparantie teneinde fraude en de frequente verwarring tussen het recht op het token zelf en het recht op de onderliggende beschermde inhoud te voorkomen; |
|
27. |
merkt op dat NFT’s en andere op blockchain gebaseerde aanbiedingen het gemakkelijker maken om activa op basis van auteursrechtelijk beschermde werken alsmaar door te verkopen via onlinetransacties en is van mening dat een passende en evenredige vergoeding van de auteurs voor elke doorverkoop van dergelijke activa moet worden gewaarborgd; |
|
28. |
herinnert eraan dat autonoom door AI-systemen gegenereerde outputs volgens de huidige regels wellicht niet in aanmerking komt voor auteursrechtelijke bescherming, aangezien het originaliteitsbeginsel gekoppeld is aan een natuurlijke persoon en het begrip “intellectuele schepping” de persoonlijkheid van de auteur veronderstelt; herinnert voorts aan het verschil tussen door AI ondersteunde menselijke scheppingen en autonoom door AI-systemen gegenereerde outputs; brengt in herinnering dat het huidige kader voor intellectuele eigendom van toepassing blijft op door AI ondersteunde scheppingen, maar dat autonoom door AI-systemen gegenereerde outputs nieuwe regelgevingsuitdagingen voor de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten met zich meebrengen, zoals kwesties inzake eigendom, auteurschap en uitvinderschap, alsook passende vergoedingen en problemen in verband met potentiële marktconcentratie; is ingenomen met de toezegging die in het actieplan voor intellectuele-eigendomsrechten is opgenomen en waarbij de Commissie zich ertoe verbindt met belanghebbenden te overleggen over de vraag hoe de uitdagingen van AI-gesteunde uitvindingen en scheppingen moeten worden aangepakt; verzoekt de Commissie te overwegen om het toepassingsgebied van deze dialoog te verruimen, zodat ook AI-gerelateerde kwesties, waaronder generatieve AI, er ruimschoots onder vallen; |
Toegankelijkheid en digitale geletterdheid
|
29. |
benadrukt dat virtuele werelden mogelijkheden zouden kunnen bieden voor de levering van openbare diensten van algemeen belang, ten voordele van de burgers; benadrukt echter dat de opname van en de toegankelijkheid voor alle gebruikers in de EU moeten worden gewaarborgd, zowel wat de kosten als het gebruik van hardware en het begrip van software betreft; merkt op dat toegankelijkheid van bijzonder belang is om ervoor te zorgen dat kwetsbare bevolkingsgroepen, zoals ouderen, personen met een handicap, kinderen en mensen die in landelijke en afgelegen gebieden wonen de essentiële digitale vaardigheden verwerven om deel te nemen aan virtuele werelden, en dat daarbij rekening moet worden gehouden met aspecten als geografische ligging, gender, opleidingsniveau en sociaal-economische achtergrond; |
|
30. |
voegt er in dit verband aan toe dat digitale geletterdheid van het grootste belang is om te zorgen voor een veilige en maatschappelijk nuttige invoering en een geïnformeerd en verantwoord gebruik van virtuele werelden, om gebruikersverslaving, vooroordelen en discriminerende praktijken te voorkomen, om desinformatie, manipulatie en misbruik in de virtuele omgeving tegen te gaan en om democratische controle te bevorderen; |
|
31. |
benadrukt dat er doeltreffende onderwijsmaatregelen moeten worden genomen om te zorgen voor een brede kennis van de virtuele wereld bij de burgers, om professionals op verschillende gebieden, in het bijzonder leerkrachten, bij te scholen, en om de ontwikkeling van Europees talent en Europese technologieën aan te moedigen en te bevorderen, en tegelijkertijd meer mensen, en ook meer vrouwen, aan te trekken voor wetenschap, technologie, engineering en wiskunde; |
|
32. |
beveelt aan dat de “virtual worlds toolbox” die bestemd is voor het grote publiek, zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie, verder wordt ontwikkeld, in overeenstemming met de aanbevelingen van het burgerpanel, teneinde burgers te helpen om een beter begrip te krijgen van hoe zij hun virtuele identiteit, hun virtuele creaties, hun virtuele activa en hun gegevens moeten beheren, en bij te dragen tot een alomvattende EU-strategie voor virtuele werelden die zowel duurzaam als mensgericht is; |
|
33. |
is ingenomen met de positieve bijdrage van de opensourcegemeenschap van de EU aan de ontwikkeling van de belangrijkste kenmerken van virtuele werelden, zoals met betrekking tot het gebruik van “distributed ledger”-technologie en andere technologieën die nodig zijn voor de authenticiteit, het beheer en de beveiliging van virtuele objecten en identiteiten, zoals opgemerkt door de Commissie;
° ° ° |
|
34. |
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie. |
(1) PB L 77 van 27.3.1996, blz. 20.
(2) PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22.
(3) PB L 199 van 31.7.2007, blz. 40.
(4) PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6.
(5) PB L 111 van 5.5.2009, blz. 16.
(6) PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1.
(7) PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73.
(8) PB L 157 van 15.6.2016, blz. 1.
(9) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.
(10) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89.
(11) PB L 327 van 2.12.2016, blz. 1.
(12) PB L 154 van 16.6.2017, blz. 1.
(13) PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39.
(14) PB L 303 van 28.11.2018, blz. 59.
(15) PB L 130 van 17.5.2019, blz. 92.
(16) PB L 151 van 7.6.2019, blz. 70.
(17) PB L 172 van 26.6.2019, blz. 56.
(18) PB L 186 van 11.7.2019, blz. 57.
(19) PB L 152 van 3.6.2022, blz. 1.
(20) PB L 265 van 12.10.2022, blz. 1.
(21) PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1.
(22) PB L 135 van 23.5.2023, blz. 1.
(23) PB L 150 van 9.6.2023, blz. 40.
(24) PB C 404 van 6.10.2021, blz. 129.
(25) PB C 205 van 20.5.2022, blz. 26.
(26) PB C 303 van 14.12.2007, blz. 1.
(27) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(28) Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG van de Raad en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64).
(29) Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB L 95 van 21.4.1993, blz. 29).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5720/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)