|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2024/5305 |
9.9.2024 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof (Duitsland) op 12 juni 2024 – D GmbH & Co. KG / Finanzamt A
(Zaak C-411/24, D GmbH)
(C/2024/5305)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesfinanzhof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij en verzoekende partij tot Revision: D GmbH & Co. KG
Verwerende partij en verwerende partij in Revision: Finanzamt A
Prejudiciële vraag
Moeten artikel 24, lid 1, en artikel 98, leden 1 en 2, juncto bijlage III, categorie 12, van richtlijn 2006/112/EG (1) aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale regeling als § 12, lid 2, punt 11, tweede volzin, van het Umsatzsteuergesetz [(Duitse wet op de omzetbelasting)], uit hoofde waarvan een lidstaat die voorziet in belastingverlaging voor de verhuur van woon- en slaapruimte die een ondernemer voor kortstondige huisvesting van derden beschikbaar stelt, middels een nationaal splitsingsvereiste diensten die niet rechtstreeks de verhuur dienen en die samen met de verhuurprijs worden betaald, ook van die belastingverlaging mag uitzonderen indien het bij die diensten – in casu de terbeschikkingstelling van parkeerplaatsen, fitness- en wellnessfaciliteiten alsook het draadloze lokale netwerk van het hotel (WLAN) – gaat om onzelfstandige nevenprestaties bij de kortstondige huisvesting van derden?
(1) Richtlijn van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB 2006, L 347, blz. 1).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5305/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)