European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2024/4352

4.7.2024

Beroep tegen IJsland, ingesteld door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 8 mei 2024

(Zaak E-12/24)

(C/2024/4352)

Op 8 mei 2024 is bij het EVA-Hof beroep tegen IJsland ingesteld door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, vertegenwoordigd door Hildur Hjörvar, Sigrún Ingibjörg Gísladóttir en Melpo-Menie Joséphidès, optredend als gemachtigden van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, Kunstlaan 19H, 1000 Brussel, België.

De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA vraagt het EVA-Hof:

1.

Te verklaren dat IJsland zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 7 van de EER-Overeenkomst niet is nagekomen door het besluit waarnaar wordt verwezen in punt 56z van hoofdstuk V van bijlage XIII bij de EER-overeenkomst (Verordening (EU) 2020/697 van het Europees parlement en de Raad van 25 mei 2020 tot wijziging van Verordening (EU) 2017/352, teneinde havenbeheerders of bevoegde instanties toe te staan flexibiliteit te bieden bij het opleggen van heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur in het kader van de COVID-19-uitbraak), zoals aangepast bij Protocol nr. 1 bij de EER-overeenkomst, niet in zijn interne rechtsorde op te nemen, en

2.

IJsland te verwijzen in de kosten van de procedure.

Feiten en argumenten:

Met dit beroep verzoekt de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA (“Autoriteit”) het Hof vast te stellen dat IJsland niet de maatregelen heeft genomen die nodig zijn om de in punt 56z van hoofdstuk V van bijlage XIII bij de EER-Overeenkomst bedoelde handeling, zoals aangepast bij Protocol nr. 1 bij die Overeenkomst, overeenkomstig artikel 7 EER in zijn interne rechtsorde op te nemen.

IJsland heeft niet formeel geantwoord op de aanmaningsbrief van de Autoriteit van 4 juli 2023. In een brief van 25 september 2023 heeft IJsland de Autoriteit meegedeeld dat de IJslandse mededingingsautoriteit haar bezorgdheid had geuit over belemmeringen voor de toegang tot havenfaciliteiten en -diensten in IJsland.

De Autoriteit heeft op 22 november 2023 een met redenen omkleed advies uitgebracht, waarbij zij haar standpunt handhaafde dat de handeling niet was opgenomen in de IJslandse nationale rechtsorde. IJsland heeft niet gereageerd op het met redenen omkleed advies.

Toen de in het met redenen omkleed advies bepaalde termijn verstreek, had IJsland de Autoriteit niet in kennis gesteld van maatregelen die het had genomen om de handeling op te nemen in zijn interne rechtsorde, en beschikte de Autoriteit evenmin over andere informatie waaruit bleek dat de handeling was opgenomen in de nationale rechtsorde van IJsland.

Volgens de Autoriteit had IJsland op het moment van indiening van dit verzoek de handeling niet in zijn interne rechtsorde opgenomen, noch de Autoriteit daarvan in kennis gesteld.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4352/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)