European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2024/4318

15.7.2024

Beroep ingesteld op 5 juni 2024 – Europese Commissie/Italiaanse Republiek

(Zaak C-394/24)

(C/2024/4318)

Procestaal: Italiaans

Partijen

Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: G. Gattinara, M. Ioan, agenti)

Verwerende partij: Italiaanse Republiek

Conclusies

De Commissie verzoekt het Hof:

1)

vast te stellen dat,

door artikel 168 bis, lid 1, van presidentieel decreet nr. 115 van 30 mei 2002 aldus uit te leggen en toe te passen dat de verhuur tegen vergoeding van elektronische aftap- en afluisterapparatuur niet wordt beschouwd als een handelstransactie in de zin van artikel 2, punt 1, van richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties (1), en

door er van 2018 tot en met 2023 niet voor te zorgen dat haar overheidsdiensten de in artikel 4, lid 3, van richtlijn 2011/7/EU vastgestelde termijnen voor de betaling van de vergoeding voor de verhuur van elektronische aftap- en afluisterapparatuur daadwerkelijk in acht namen,

de Italiaanse Republiek de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rustten krachtens die richtlijn.

2)

de Italiaanse Republiek te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Met het eerste middel stelt de Commissie dat de uitlegging en toepassing van artikel 168 bis, lid 1, van presidentieel decreet nr. 115/2002 van 30 mei 2002, in die zin dat de verhuur van elektronische aftap- en afluisterapparatuur tegen vergoeding wordt uitgesloten van het begrip „handelstransactie” in de zin van artikel 2, lid 1, van richtlijn 2011/7/EU, onverenigbaar is met de verplichtingen die op Italië rusten krachtens deze bepaling. Volgens de Commissie is dit het gevolg van een letterlijke, contextuele en teleologische interpretatie van de bepaling in kwestie.

Met het tweede middel stelt de Commissie dat de gemiddelde termijn waarbinnen de Italiaanse autoriteiten de vergoeding hebben betaald voor de huur van elektronische aftap- en afluisterapparatuur van 2018 tot en met 2023, de in artikel 4, lid 3, van deze richtlijn gestelde termijn van 30 dagen overschrijdt. Bijgevolg is de Italiaanse Republiek volgens de Commissie de krachtens deze bepaling op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.


(1)   PB 2011, L 48, blz. 1.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4318/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)