|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2024/4096 |
8.7.2024 |
Beroep ingesteld op 23 mei 2024 – Pumpyanskiy / Raad
(Zaak T-272/24)
(C/2024/4096)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Dmitry Alexandrovich Pumpyanskiy (Jekaterinenburg, Rusland) (vertegenwoordigers: G. Lansky, P. Goeth, A. Egger, advocaten)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
|
— |
overeenkomstig artikel 263, artikel 275, lid 2, en artikel 277 VWEU de niet-toepasselijkheid vast te stellen van: |
|
— |
artikel 2, lid 1, onder f), van besluit 2014/145/GBVB van de Raad, zoals gewijzigd bij besluit 2022/329/GBVB van de Raad van 25 februari 2022; artikel 3, lid 1, onder f), van verordening (EU) 269/2014 van de Raad, zoals gewijzigd bij verordening (EU) 2022/330 van de Raad van 25 februari 2022, en |
|
— |
artikel 2, lid 1, onder g), van besluit 2014/145/GBVB van de Raad, zoals gewijzigd bij besluit (GBVB) 2023/1094 van de Raad van 5 juni 2023; artikel 3, lid 1, onder g), van verordening (EU) 269/2014 van de Raad, zoals gewijzigd bij verordening (EU) 2023/1089 van de Raad van 5 juni 2023; (samen: „betwiste criteria voor plaatsing op de lijst”); en/of |
|
— |
besluit (GBVB) 2024/847 van de Raad van 12 maart 2024 tot wijziging van besluit 2014/145/GBVB (1) en uitvoeringsverordening (EU) 2024/849 van de Raad van 12 maart 2024 tot uitvoering van verordening (EU) 269/2014 (2) (samen: „bestreden handelingen”), op grond van artikel 263, lid 4, VWEU nietig te verklaren voor zover zij betrekking hebben op verzoeker; en/of |
|
— |
in het kader van de bestreden handelingen (op grond van artikel 263, lid 4, VWEU), vermelding nr. 722 in de lijst – zoals bekendgemaakt door besluit (GBVB) 2023/1767 van de Raad van 13 september 2023 tot wijziging van besluit 2014/145/GBVB en door uitvoeringsverordening (EU) 2023/1765 van de Raad van 13 september 2023 tot uitvoering van verordening (EU) 269/2014 – nietig te verklaren; |
|
— |
de Raad te verwijzen in de kosten overeenkomstig artikel 134 van het Reglement voor de procesvoering. |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van het beroep voert verzoeker aan dat de betwiste criteria voor plaatsing op de lijst onwettig zijn omdat zij in strijd zijn met de EU-Verdragen en met de rechtsregels betreffende de toepassing ervan op verzoeker.
Verder voert verzoeker vier middelen aan.
|
1. |
De Raad heeft verzoekers recht om te worden gehoord overeenkomstig artikel 41 van het Handvest van de grondrechten geschonden. |
|
2. |
Er sprake is van een onjuiste beoordeling. |
|
3. |
De in artikel 296, tweede alinea, VWEU verankerde motiveringsplicht is niet in acht genomen. |
|
4. |
De plaatsing van verzoeker op de lijst tast op onrechtmatige wijze bepaalde van verzoekers rechten aan die door het Handvest van de grondrechten worden beschermd. |
(1) Besluit (GBVB) 2024/847 van de Raad van 12 maart 2024 tot wijziging van besluit 2014/145/GBVB (PB L, 2024/847).
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/849 van de Raad van 12 maart 2024 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 269/2014 (PB L, 2024/849).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4096/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)